2025-07-10 beantwoording Aanvullende technische vragen GroenLinks bij de Perspectiefnota 2026
Tekst van het document
Aanvullende technische vragen bij de Perspectiefnota 2026 van de fractie van GroenLinks Houten
1. Tijdens de technische avond d.d. 01-07-2025 heeft GroenLinks gevraagd naar de wijze waarop de looncomponent wordt berekend in de subsidies. De beantwoording (antwoord 4) gaat over de hoogte van het percentage van de indexering van de looncomponent, niet over de wijze van berekenen van het loondeel. Daarom de volgende vragen: a. Om welke organisaties gaat het en welke organisaties niet? Wat is het beleid voor het bepalen welke organisatie recht heeft op compensatie van het loondeel? Er zit een looncomponent bij Van HoutenenCo, Theater aan de Slinger, Sportpunt Houten en de Regiobibliotheek. De rest van de subsidies heeft enkel een prijsdeel. b. Hoe wordt de looncomponent van de subsidies berekend? M.a.w.: een organisatie heeft subsidie X waarvan Y% op gaat aan lonen. De omzet is Z en de winst is W. Wordt van X Y% gebruikt voor het bepalen van de looncomponent? Of wordt Z en W ook nog meegenomen in de bepaling? Bij het berekenen van de looncomponent (Y%) maken we gebruik van de jaarrekening van de partners, niet van de hoogte van de subsidie (X). We kijken naar de loonkosten binnen de lasten van de organisatie voor het bepalen van de looncomponent voor de indexering. We delen het loongedeelte door de totale lasten en maakt het percentage aan loon. We gebruiken dus niet de omzet (Z) of de winst (W). c.
Als de systematiek niet X maal Y% is, wat is het (structurele) effect op de begroting als we hier naar overstappen? Is onhaalbaar vanwege de hoge administratieve last die we van de betrokken partners zouden vragen als we de personele lasten zouden willen toerekenen aan de subsidiehoogte. In de huidige aanpak zou het loonindexeringspercentage boven de 100% kunnen komen als we het relateren aan de subsidiehoogte. Is bovendien alleen in deze situatie waarin we alleen loonindexering toepassen van belang. 2. Tijdens de technische avond d.d. 01-07-2025 is gevraagd naar het teruggaan naar 150 minuten per 2 weken voor huishoudelijke ondersteuning (PPN pagina 22). Gesteld wordt dat het aansluit bij landelijke richtlijnen en tijdens de technische avond werd gezegd dat meerdere gemeenten hier naar overgaan. Op internet is er echter niets over te vinden, zelfs deep search door AI vindt niks. a. Op welke landelijke richtlijnen (welke kennelijk ingaan in 2026) is dit gebaseerd? NB de huidige richtlijnen zijn thans 150 minuten per week (bron: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR701240?, artikel 3.2.1.) In de vraag wordt gerefereerd naar het Normenkader Huishoudelijke ondersteuning 2019. Dit normenkader is per 2025 aangepast. Wij zijn uitgegaan van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 (link: Normenkader
Huishoudelijke Ondersteuning 2025 – Bureau HHM – Samen maken we de zorg beter). In de Verordening Jeugdhulp en Wmo is vastgelegd dat de gemeente Houten gebruik maakt van het Normenkader Huishoudelijke ondersteuning. Volgens het normenkader kan de gemeente 1 keer per 2 weken indiceren waarbij het van belang is om de eigen mogelijkheden van de inwoner te onderzoeken om af te wegen of 1 keer per 14 dagen passend is. b. Welke gemeenten, naast Houten, gaan er in 2026 ook naar over? De gemeenten die werken conform het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning zullen hun werkwijze en indicatiestellingen waar mogelijk aanpassen naar aanleiding van de wijzigingen in het normenkader. c. Is er een impactanalyse hierover gemaakt? Er is een analyse gedaan van de effecten en risico’s. Op basis daarvan is voorgesteld om dit stap voor stap in te voeren. Eerst voor alle nieuwe cliënten, daarna voor cliënten die een verlenging aanvragen.