2023-06-30 Beantwoording - technische vraag GroenLinks bij Perspectiefnota 2024.docx
Tekst van het document
Technische vraag GroenLinks bij Perspectiefnota 2024 Klopt het dat er voor subsidiepartners nu 2 regimes zijn, een voor clubs zonder looncomponent en een voor clubs met looncomponent? Of wordt er per organisatie en dus per subsidievraag gekeken naar het gedeelte loon en het gedeelte prijsgevoelig? Wat zijn de criteria waarbij een organisatie onder welk regime valt, oftewel, wanneer is er sprake van een 'substantiele looncomponent'? Bijv kleine clubs hebben relatief groot deel loon, terwijl bij anderen met bijv hoge huur dit er heel anders uit ziet zelfs bij een zelfde aantal mensen in dienst. Wordt in dit geval voor beide clubs de looncomponent hetzelfde behandeld?
Technische vraag GroenLinks bij Perspectiefnota 2024 In algemene zin geldt dat alle subsidie(partner)s worden geïndexeerd op basis van de prijsindexatie. Voor enkele grote subsidiepartners geldt een uitzondering. Voor die organisaties wordt gewerkt met een indexering die bestaat uit een deel loonindexatie en een deel prijsindexatie. Dit is de uitkomst van een taskforce die naar aanleiding van een motie van de raad (062-2019) is ingesteld. In de taskforce hebben de 5 subsidiepartners aangegeven dat de prijsindexatie niet in de pas liep met de loonontwikkeling. Gelet op de omvang van hun loonkosten, leidde dat verschil tot extra druk op de exploitatie en bedrijfsvoering. Om die reden is de indexatie gesplitst in een prijs- en loondeel. Die verdeling is (in samenspraak met de organisaties) bepaald op basis van de organisatiegegevens. In onderstaand overzicht is de verhouding tussen het prijs- en loondeel voor de maatschappelijke (subsidie)partners inzichtelijk gemaakt. Organisatie Van Houten & Co Bibliotheek Theater aan de Slinger Sportpunt Houten
Deel prijsindexatie 34% 51% 34% 54%
Deel loonindexatie 66% 49% 66% 46%