2023-03-14 bijlage Toezegging RTG 17-1 - Toelichting op de scenarios.pdf
Tekst van het document
Toelichting op toezegging wethouder Bos Betreft • RTG 1 op 17-01-2023 met het onderwerp Subsidieregeling Energiecompensatie gemeente Houten • Toezegging: De wethouder zegt toe de doorrekening van de twee scenario’s in de RIB over compensatie energielasten maatschappelijke organisaties nog deze week met de raad te delen. Achtergrond De gemeenteraad is op 18 november 2022 door middel van een raadsinformatiebrief geïnformeerd over het voornemen van het college om een regeling in te stellen ter compensatie van de gestegen energiekosten van maatschappelijke organisaties. In de raadsinformatiebrief staat: “Het college heeft zich gebogen over verschillende scenario’s om organisaties te ondersteunen bij het opvangen van de sterk gestegen kosten. In de basis verschillen de scenario’s tussen generieke ondersteuning of maatwerkondersteuning.”
Een ambtelijke werkgroep heeft in de maanden september en oktober een inventarisatie uitgevoerd naar de extra energiekosten in de gemeente Houten. Deze inventarisatie was breder dan alleen de maatschappelijke organisaties. Het betrof ook de extra energiekosten voor bijvoorbeeld straatverlichting en het gemeentelijke vastgoed vastgoed. De uitkomsten van deze inventarisatie zijn op 1 november 2022 aan het college gepresenteerd. Voor specifiek de maatschappelijke organisaties is tijdens de collegepresentatie ingegaan op eventuele mogelijkheden om hen te compenseren voor de gestegen energiekosten. Hiervoor zijn 3 scenario’s uitgewerkt. Toelichting op de extra energielasten Tijdens de RTG op 8 december 2022 en 17 januari 2023 zijn de hierboven bedoelde scenario’s ter sprake gekomen en is toegezegd deze te delen. In de bijlage zijn de betreffende sheets uit de collegepresentatie bijgevoegd. Voor de nodige context (achteraf), zijn onderstaande opmerkingen en toelichtingen relevant: • In de sheets is een aantal organisaties bij naam genoemd. Dit betreft organisaties waarvan een forse toename van kosten bekend was.
Enerzijds omdat de organisaties gehuisvest zijn in gemeentelijke panden met de energiemeters op naam van de gemeente en anderzijds organisaties die hebben gereageerd op onze inventarisatie-uitvraag.; • Van een aantal maatschappelijke organisaties was bekend dat de extra energiekosten niet zouden worden doorbelast. Dit heeft te maken met de huurafspraken. Om die reden zijn deze kosten niet opgenomen in dit specifieke overzicht; • Tijdens de inventarisatie is gebruik gemaakt van verwachte energieprijzen 2023, ingeschat op 22 oktober. De inschatting op 22 oktober komt nagenoeg overeen met de uiteindelijke gecontracteerde energieprijs 2023 voor de gemeente. • Tijdens de collegepresentatie was nog geen duidelijkheid over het Rijksbeleid voor energiecompensatie. • Het bedrag voor de overige subsidiepartners is op basis van een extrapolatie ingeschat.
Relatie tussen scenario’s en het subsidieplafond Tussen de collegepresentatie (1 november) en het vaststellen van de subsidieregeling (20 december) zit een periode van ruim anderhalve maand waarin veel is gebeurd. Daardoor is het niet meer mogelijk om één scenario uit de collegepresentatie direct te koppelen aan het subsidieplafond. In eerste instantie is er gekozen voor het basisscenario met een extra subsidiebudget waardoor is uitgegaan van € 150.000. Bij de uitwerking van de subsidieregeling en na de verdere inventarisatie en gesprekken met maatschappelijke partners is dit verhoogd naar € 200.000. • Eind november is door de Rijksoverheid bekend gemaakt dat gemeenten in 2023 extra middelen ontvangen voor de gestegen kosten van maatschappelijke voorzieningen. In de subsidieregeling is (nog meer) uitgegaan van de korte termijn. • Na 1 november is met een aantal maatschappelijke organisaties gesproken en is hun energiesituatie meer in detail besproken. Enerzijds heeft dit geleid tot een preciezer beeld van de stijgende energiekosten, anderzijds werd duidelijk dat sommige organisaties voldoende eigen middelen hebben en daardoor de energiekosten niet (volledig) voor subsidie in aanmerking komen. • De inventarisatie is verder aangevuld met nieuwe gegevens van maatschappelijke organisaties.
Daarbij geldt ook dat sommige maatschappelijke organisaties nog een lopend energiecontract hebben, waardoor hun kosten pas ná 1 juli 2023 zullen stijgen. Dit heeft dus geen consequenties voor het subsidieplafond, maar wel voor de langere termijnaanpak waar aan wordt gewerkt.