2023-03-07 Antwoorden op verdiepende vragen CVP 27 feb 2023.docx
Tekst van het document
Bijlage bij verslag CVP 8-2-2023 Verdiepende vragen Hoogenraad mist in tabel 2.1.1 van de begrotingswijziging 2023 posten die voorzienbaar zijn. Een schatting van de licentiekosten, en een verandering van de begroting omdat de inverdieneffecten die bij GGiD waren voorzien niet, of anders gerealiseerd gaan worden. Voor al deze posten zou een inschatting gemaakt moeten worden (bijv. door het ongunstigste pakket als voorstel te nemen. Reactie GGDrU: Tabel 2.1.1 betreft de incidentele kosten die gemoeid zijn met een nieuwe DDJGZaanbesteding. Hoogenraad mist een schatting van licentiekosten. Dat klopt, want dat zijn structurele exploitatiekosten die reeds begroot zijn. De vraag inzake de inverdieneffecten: De inverdieneffecten die waren gekoppeld aan het GGiD zullen niet meer worden gerealiseerd nu het AB het GGiD-stopbesluit heeft genomen. Daarom is het oorspronkelijke ombuigingenplan waar de GGiD-inverdieneffecten onderdeel van uit maakten aangepast. Dit geactualiseerde ombuigingenplan is vastgesteld in het AB van 7 december 2022 en maakt onderdeel uit van begrotingswijziging 2023-1 (beschreven op pagina 4 en 5). Hoogenraad mist in deze begrotingswijziging die zaken die in de 2022 tot een begrotingswijziging geleid hebben. Hij zou verwachten dat er ofwel zou worden aangegeven waarom zo’n tegen- of meevaller in 2022 in 2023 zeker niet voor gaat komen, ofwel een bedrag voor 2023.
Reactie GGDrU: Begrotingswijziging 2023-1 is een bijzondere wijziging. Normaal gesproken maakt GGDrU een primitieve begroting in het jaar voorafgaand aan het dienstjaar en volgt er een begrotingswijziging in het najaar van het lopende dienstjaar. In het AB van 7 december 2022 heeft het AB echter verzocht om op hele korte termijn een extra begrotingswijziging op te stellen. Dat is deze begrotingswijziging 2023-1. Daarbij komt dat expliciet is verzocht om in deze wijziging alleen de effecten van de GGiD-besluitvorming van het AB van 7-12-22 te verwerken. Zie ook de toelichting op pagina 3 (inleiding):
Om die reden zie je geen niet-GGiD-effecten uit 2022 terugkomen in deze begrotingswijziging 2023-1. Het gaat hier o.a. over de volgende punten uit de tabel in paragraaf 2.2 van de laatste begrotingswijziging 2022: Een eerste vraag is onder welke hoofdprogramma’s de veranderingen in de tabel in paragraaf 2.2 thuis horen. De regels in de tabel zijn niet een-op-een te koppelen met de aandachtsgebieden in andere (kader) documenten. Reactie GGDrU: GGDrU kent 1 programma, het programma Publieke Gezondheid. Graag verheldering op de wat er wordt bedoeld met de koppeling naar aandachtsgebieden in andere kaderdocumenten, zodat we de vraag goed kunnen beantwoorden. Een tweede vraag is per item uit de tabel in paragraaf 2.2 of en hoeveel dit tot veranderingen in de begroting 2023 zal leiden. Reactie GGDrU: Deze vraag heeft betrekking op begroting 2022-1 (vastgesteld door het AB op 7-12-22). In paragraaf 2.2. wordt weergegeven wat de belangrijkste mutaties zijn tussen 2022-1 en 2022-0. Daarin zie je dan ook niet expliciet wat wel en niet ook betrekking heeft op 2023. Wel zie je in de kolom (I/S) welke mutaties een incidenteel karakter hebben en welke een structureel karakter. In die tabel lijkt het dat de loonindex en prijsindex, ook voor de RIVM en rijkstaken, bij de gemeente wordt neergelegd.
Kan dit uitgelegd worden? En hoe gaat die versleuteling in 2023? Reactie GGDrU: GGDrU volgt de Kaderbrief. Daarin staat vermeld dat loon- en prijsindexatie wordt doorberekend in de begroting. Dat geldt dan ook zowel voor de onderdelen in de begroting die gemeentelijk
zijn gefinancierd als de onderdelen die een andere financieringsbron kennen. Voor 2023 volgt GGDrU de Kaderbrief 2023. We zien dat omzetdaling reisadvies een negatief teken heeft. Klopt het dat deze reisadviezen normaal verlieslatend zijn? Onze indruk is dat een deel van reisadviezen wordt gegeven aan mensen die dat kunnen betalen. Is het mogelijk dit door te belasten, met uitzondering van houders van een U-pas? Dat lijkt, gegeven de begrotingswijziging 2022, een kansrijke weg voor kostenbesparing. Reactie GGDrU: Reisadvies is een commerciële taak binnen GGDrU. In de jaren tot aan 2019 werd er het ene jaar een licht positief en het andere jaar een licht negatief resultaat behaald op deze dienstverlening; per saldo dus een tak van sport die zowel kostendekkend is als op inhoud bijdraagt aan de publieke gezondheid. Over het jaar 2019 is er echter een flink negatief resultaat behaald. Om die reden heeft het Bestuur verzocht om een externe doorlichting. Daaruit is naar voren gekomen dat deze taak ook in de toekomst kostendekkend uitgevoerd kan blijven worden mits er wel een aantal maatregelen worden doorgevoerd. Op basis daarvan heeft het AB besloten om deze taak te handhaven en om eenmalig 75.000,- uit de algemene reserve ter beschikking te stellen om maatregelen te kunnen treffen.
In de jaren 2020, 2021 en 2022 heeft de coronapandemie ervoor gezorgd dat de vraag naar deze dienstverlening veel lager is geweest. Vanaf 2023 verwacht GGDrU deze taak weer volledig als voorheen uit te kunnen voeren op een kostendekkende wijze met daarbij de eenmalige inzet van de ter beschikking gestelde 75k. Het is niet het geval dat reisadviezen worden gegeven aan mensen die dat niet kunnen betalen. Het betreft immers een commerciële taak. Wat leverde de GGD in 2023 extra vanwege de extra kosten van “Detacheringen en doorbelastingen”? En waarom was dit goed voor Houten? En is hier voor 2023 ook een begrotingswijziging te verwachten? Reactie GGDrU: de regel ‘detachering en doorbelastingen’ komt uit tabel 2.2 in begroting 2022-1. Graag daarom verheldering op de vraag wat GGDrU in 2023 hierop leverde. In algemene zin betreft deze post detacheringen van GGDrU-collega’s naar bijvoorbeeld het RIVM of een individuele gemeente die hier een detacheringsovereenkomst met GGDrU over heeft afgesloten. In 2022 heeft GGDrU geen collega’s gedetacheerd aan Houten. Vooralsnog is dit in 2023 ook niet het geval. Mocht gemeente Houten dit wel wensen kan zij dit verzoek kenbaar maken aan de desbetreffende accounthouder.
Wat levert de GGD extra op “Meld- en adviespunt Bezorgd”, “menukaart” en “rookvrij/lunchpocket/Groentetjessoep”? Is dit grotere pakket door de gemeente Houten gevraagd en nuttig en gaat dit in 2023 ook geleverd worden? Waarom zien we deze termen niet in de kaderbrief? Welke voordelen heeft dit kwetsbare groepen gebracht? Reactie GGDrU: dit betreft maatwerktaken in 2022 met een gemeentelijke financiering. Dat betekent niet automatisch dat gemeente Houten die ook afneemt. Pas als zij dit afspreekt met GGDrU en vastlegt in een samenwerkingsovereenkomst is dat het geval. Dat geldt bv wel voor het meld- en adviespunt, en voor maatwerk ondersteuning bij programma Healthy Houten (wat in 2021 en 2022 uit NPO gelden is bekostigd door de gemeente Houten en onder de noemer Menukaart valt. Menukaart was een overzicht van taken die GGDrU voor NPO- en extra coronasteungelden kon uitvoeren, elke gemeente heeft daarin zijn eigen keuzes gemaakt en maatwerk dat op basis daarvan is ontstaan heet in elke gemeente weer anders, vandaar de verzamelterm Menukaart op GGD breed niveau in dit begroting 2022-1 document). Wat we voor de maatwerktaken Meld-en Adviespunt Bezorgd en programma Healthy Houten doen wordt verantwoord in de maatwerkrapportage dat in april van het jaar volgend op het dienstjaar naar de gemeente wordt gestuurd (over 2022 ontvangt de gemeente in april 2023 een rapportage).
In 2023 is Meld- en adviespunt Bezorgd en Healthy Houten opnieuw als maatwerktaak ingekocht. Een kaderbrief geeft inzicht in de ontwikkelingen die de GGDrU op zich af ziet komen, waar al dan niet rekening mee gehouden kan/moet worden in een begroting van het dienstjaar waar de kaderbrief over gaat. In een kaderbrief komen geen specifieke maatwerktaken op individueel gemeentelijk niveau aan bod. Welke voordelen het kwetsbare groepen heeft gebracht? Over deze taken wordt zoals gezegd verantwoording afgelegd in de maatwerkverantwoordingsrapportages aan de betreffende gemeenten, maar kan indien nodig ook aanvullend toegelicht worden in een gesprek. In de tabel 3.1 van de begrotingswijziging 2022 zien we ook de overhead groeien van 12 miljoen naar 54 miljoen. Dit lijkt ons grotendeels voor extra Rijks en RIVM taken. Is overhead in 2022 ook daar afgewenteld ? En krijgt dit in 2023 geen staartje? Reactie GGDrU: verklaring voor de mutatie in overheadkosten is corona. Ten behoeve van de coronabestrijding huurt GGDrU bijvoorbeeld tijdelijk extra huisvestingslocaties en ging er meer geld dan voorheen naar onder meer IT. De kosten die GGDrU maakt in de coronabestrijding declareren wij onder de meerkostenregeling Covid-19 bij het ministerie van VWS. Ook in 2023 maakt GGDrU nog kosten. De coronameerkostenregeling is in elk geval nog tot 1 juli 2023 van kracht.
We zien in de begrotingswijziging 2022 dat de JZG voor de ontheemden Oekraïne bij de gemeenten liggen.
Is hier rekening mee gehouden in de gemeentebegroting 2023? Reactie GGDrU: Het Rijk heeft in het gemeentefonds geld beschikbaar gesteld voor gemeenten voor de doelgroep Oekraiense ontheemden (zie ook de decembercirculaire 2022). De JGZ-uitvoering voor deze groep doet GGDrU. GGDrU brengt de kosten daarvoor in rekening bij gemeenten. De vraag of de gemeente rekening heeft gehouden met kosten in 2023 kan alleen beantwoord worden door de gemeente. Zwaal stelt dat de GGDrU betere kwaliteit levert dan andere regio’s en tegen lagere prijs. Hoogenraad vraagt om numerieke onderbouwing, met name van de kwaliteit. Het zou een stuur instrument van de raad moeten zijn of het wenselijk is dat de kwaliteit beter is, of dat juist voor (nog) lagere kosten voor de belastingbetaler gestreefd zou moeten worden. Daarvoor is een inhoudelijk dashboard, net als bij de andere gemeenschappelijke regelingen, noodzakelijk. Zwaal stelt dat er wel plannen voor zo’n dashboard zijn, maar wordt daar verder niet concreet over. Reactie GGDrU: In het Bestuur is gesproken over de resultaten uit de Benchmark 2021. Dat is iets anders dan een dashboard. Er zijn geen plannen voor een dashboard. Uit de Benchmark volgt dat regio Utrecht in vergelijking met de andere GGD-en relatief veel doet tegen een lage prijs en dat op verschillende onderdelen de regio Utrecht m.b.t. gezondheid goed scoort.
Deze benchmarkgegevens zijn beschikbaar dus als er behoefte is aan onderbouwing dan kan deze informatie gedeeld worden. In het Bestuur zal in 2023 verder worden gesproken over de vraag of het nodig is om de basis van de GGD te versterken en zo ja wat dit financieel met zich meebrengt.