2022-10-04 bijlage bij toezeggingen - Beantwoording vragen Financieel kader 2023-2026 - raad 5 juli 2022.docx
Tekst van het document
Gemeenteraad 5 juli 2022 – Financieel kader 2023-2026 en meicirculaire 2022 Toezegging A: De wethouder zegt toe schriftelijk terug te komen op de indexatie- percentages waarin nader wordt toegelicht hoe er op de bewuste percentages is gekomen en de toepassing van prijs én loonindexatie.
Prijsindexatie prijsgevoelige budgetten In de begrotingsrichtlijnen is opgenomen: 3.4.2 Indexering prijsgevoelige budgetten Het indexeringspercentage dat meerjarig wordt toegepast op de prijsgevoelige budgetten (inclusief subsidiebudgetten) is de prijs bruto binnenlands product voor 2023 volgens de korte-termijnraming van het Centraal Planbureau (CPB) van maart 2022 (Centraal Economisch Plan (CEP) 2022, raming maart 2022). Voor 2023 is dit 3,0%. Een aanvullende correctie vindt plaats als de actuele CPB raming voor het lopende jaar 2022 meer dan 0,5% afwijkt van de prijsmutatie waarop de lopende begroting 2022 is gebaseerd. De afwijking is 1,8% (begrote indexatie voor 2022 1,6%, nu 3,4%) zodat een bijstelling plaatsvindt. Hiermee bedraagt het toe te passen prijsindexcijfer voor 2023 4,8%. Toelichting In Houten wordt al vele jaren, in ieder geval sinds 2010, de prijs bruto binnenlands product volgens de korte-termijnraming van het Centraal Planbureau (CPB) toegepast voor het bepalen van het indexeringspercentage van het begrotingsjaar. Van belang is om een consistente bron te hebben voor het bepalen van het indexcijfer. Er is geen aanleiding om voor het begrotingsjaar 2023 een nieuwe bron voor de indexatie toe te passen, daarom is in de begrotingsrichtlijnen 2023 de korte-termijnraming van het Centraal Planbureau (CPB) van maart 2022 gehanteerd voor het bepalen van de indexatie.
Ook in de rijkscirculaires van het gemeentefonds wordt deze raming van het CPB gebruikt. Daarmee sluit de indexatie die toegepast wordt op onze begroting aan bij de indexatie van onze belangrijkste inkomstenbron. Tevens is de richtlijn van de provincie van belang. In hun Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020) stellen zij: “dat aan de lastenkant van de meerjarenraming rekening moet worden gehouden met een mutatie van de prijsontwikkeling op basis van de percentages in de tabel Prijsindexen CPB CEP in de gehanteerde circulaire van het gemeentefonds”. Toepassing In de “Kerngegevenstabel raming maart 2022 (CEP 2022)” is voor het jaar 2023 een index van 3,0% opgenomen voor de Prijs bruto binnenlands product (pbbp). Conform onze begrotingsrichtlijnen zou dit de prijsindexatie voor 2023 zijn. Daarnaast staat in onze begrotingsrichtlijnen dat een aanvullende correctie toegepast wordt indien voor het lopende jaar de actuele CPB raming meer dan 0,5% afwijkt van de prijsmutatie waarop de lopende begroting 2022 is gebaseerd. Dit is van toepassing. In de begroting 2022 is een indexatie van 1,6% toegepast. Volgens de huidige raming is de indexatie voor 2022 3,4%. Het verschil tussen de toegepaste indexatie (1,6%) en de huidige raming voor 2022 (3,4%) is 3,4 – 1,6 = 1,8% Dit betekent dat op de index van 2023 een aanvullende correctie van 1,8% plaatsvindt.
Daarmee wordt het indexcijfer voor 2023: 3,0 + 1,8 = 4,8%.
Indexatie subsidies In de begrotingsrichtlijnen is opgenomen: 3.4.3.a Te verstrekken subsidies (lasten) De te verstrekken subsidies worden met 4,8% geïndexeerd. Uitzondering hierop zijn te verstrekken subsidies waar een substantiële ‘looncomponent’ onderdeel van is. In die gevallen wordt de indexering van te verstrekken subsidies opgesplitst in: - 4,8% over het prijsgevoelige gedeelte - 3,3% over de looncomponent Toepassing Voor een beperkt aantal organisatie die subsidie ontvangt, wordt een mix van prijs- en loonindexatie toegepast. Dit is van toepassing bij: Van Houten & Co, bibliotheek, Theater aan de Slinger, Stichting Sport Houten en Stichting Kind&Co. Per organisatie is de verhouding tussen loon- en prijsindex bepaald.
Indexatie salarislasten
In de begrotingsrichtlijnen is opgenomen: 3.5 Loonontwikkeling De begrote salarislasten zijn gebaseerd op het maximum van de functieschaal. De sociale lasten worden begroot op basis van de gegevens die per 28 mei 2022 beschikbaar zijn. Het ABP stelt elk jaar rond 1 december de hoogte van de verschillende premies (pensioenpremies en sociale lasten) voor het volgend jaar definitief vast. Bij het opstellen van de begrotingsrichtlijnen 2023 zijn de premies dus nog niet bekend en worden gehandhaafd op het niveau van 2022. Indien het ABP medio dit jaar een voorlopige inschatting afgeeft van de verschillende premies over 2023, wordt het effect hiervan verwerkt in de begroting 2023. De Cao voor gemeenteambtenaren geldt tot 1 januari 2023. Indien de nieuwe Cao voor 1 september 2022 afgesloten wordt, worden de loonontwikkelingen hiervan meegenomen in de begroting 2023. Indien er nog geen nieuwe Cao afgesloten is, zal met betrekking tot de loonontwikkeling na 1 januari 2023 worden aangesloten bij de verwachte ontwikkelingen (Centraal economisch plan (CEP) 2022, raming maart 2022) van het CPB. Voor de indexering wordt aangesloten bij de parameter ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’. Op basis hiervan wordt uitgegaan van een structurele verhoging van de loonkosten met 3,3% om hiermee tenminste de verwachte koopkrachtontwikkeling te kunnen compenseren.
Deze indexatie wordt dus ook toegepast op de ‘substantiële looncomponent’ in de te verstrekken subsidies (zie § 3.4.e) en de personeel gerelateerde kosten (zie § 3.4.g).
Toepassing Bij het opstellen van de begroting 2023 is nog geen nieuwe cao per 2023 afgesloten, daarom is voor de raming van de loonontwikkeling uitgegaan van ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ volgens de korte-termijnraming van het Centraal Planbureau (CPB) van maart 2022. Deze indexatie bedraagt voor 2023 3,3%. Toezegging B: Schriftelijk wordt de vraag beantwoord op welke wijze de geprognosticeerde stijging WMO zoals toegelicht in de RIB van april Prognose en jaarrapportage jeugdhulp en Wmo 2021, is terug te zien in het Financieel kader 2023-2026. De laatste rapportage van RBL mbt jeugd en Wmo gaf geen aanleiding om de budgetten aan te passen. Dit wordt continu gemonitord en zodra dit aanleiding geeft tot aanpassing van het financieel kader wordt dit meegenomen. Toezegging C: Gemeenten gaan extra gelden ontvangen voor een aantal specifieke doelen (bijvoorbeeld duurzaamheidsdoelen). De wethouder zal hier de raad over informeren en daarbij ingaan op de mogelijkheid die gelden daadwerkelijk aan die doelen te besteden. Via de meicirculaire 2022 van het gemeentefonds is er een bedrag van 324k in 2022 beschikbaar gekomen voor ‘Uitvoeringskosten klimaatakkoord’. In de 2e bestuursrapportage’22 zijn deze middelen als budget beschikbaar gesteld in het programma Duurzame leefomgeving ter invulling van deze taak.
Deze middelen worden ingezet ter uitvoering van de gemeentelijke bijdragen aan het Klimaatakkoord, zoals vastgelegd in door de raad gestelde kaders zoals de Regionale Energie Strategie en de Transitievisie Warmte. De inzet van dit budget kan gemonitord en verantwoord worden. Daarnaast ontvangen we ook specifieke rijksbijdragen (SPUK) voor de verduurzamingsmaatregelen op het gebied van energiearmoede. Ook deze middelen zijn via de 2e bestuursrapportage als budget beschikbaar gesteld. Een voorstel aan het college over de inzet van deze middelen is in de maak. De raad zal hierover geïnformeerd worden. Verantwoording over de besteding van deze middelen vindt plaats in de Sisa-bijlage van de jaarrekening.