2022-09-20 Memo technische vragen aan raad.docx
Tekst van het document
Memo Aan
:
gemeenteraad
Van
:
Bregje Tettelaar- van Nunen
CC
:
college
Onderwerp
:
beantwoording technische vragen Windpark Goyerbrug
Datum
:
19 september 2022
Toelichting In de afgelopen weken was er elke donderdagavond een vragenuurtje over Windpark Goyerbrug. Tijdens dit vragenuurtje konden raadsleden technische, verduidelijkende vragen stellen over Windpark Goyerbrug. Daar is veel gebruik van gemaakt. Enkele vragen konden tijdens het vragenuurtje niet direct beantwoord worden en/of daarbij is toegezegd om bij RUD en/of Pondera een check te doen. Dit memo bevat die nadere informatie. 1. Geluidsnorm windpark vs. geluidsnorm horeca [Deze informatie komt van Pondera] De norm voor Horeca werkt met La,RT als norm met een waarde van 40 dB voor de nachtperiode. De La,RT waarde geeft het toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau weer. Dit betekent dat het gedurende de periode van 23:00 tot 06:00 ochtends niet meer mag zijn dan 40 dB. Dit is dus een gemiddelde waarde! De La,max die daar namelijk als bescherming bij hoort is een maximum van niet meer dan 60 dB(A)!! Dit betekent dat een Horeca pand dus tussen 23:00 en 02:00 af en toe prima 60 dB(A) zou mogen veroorzaken op de gevel van het eerste gevoelige gebouw. Het grote verschil hierbij is dus dat er nu juist bij Horeca de geluidsterkte bewust harder gezet kan worden en je dus sprake hebt van opvulling van de geluidwaarde wat bij windturbines enkel windsnelheidsafhankelijk is met een veel lager maximum! Voor windturbines is het maximum gezet op circa Lden 47 dB.
Dit is een werkelijk optredend maximum van circa 45 dB (als gevolg van strafcorrecties). Die waarde van 45 dB maximaal kan je dus vergelijken met de 60 dB die bij Horeca mag optreden (LA, Max). De gemiddelde waarde moet je vergelijken met de gemiddelde waarde voor de Nacht periode. Bij windturbines is dat Lnight 41 dB. Die gemiddelde waarde kan je vergelijken met de Horeca waarde van 40 dB als gemiddelde bescherming. Dit scheelt dus maar één decibel waarbij het belangrijk is om te realiseren dat het geluid van de windturbine ook windsnelheidsafhankelijk is en dus op windstille nachten in het geheel niet optreedt of zachter zal zijn. Het tweede punt wat je kan aangeven waarom de waarde 1 dB hoger is dat bij windturbines slechts een beperkt aantal huizen de overlast ervaart omdat de geluidbron vaak in het buitengebied is geplaatst en er slechts enkele woningen het dichtstbij aanwezig zijn. Horeca gelegenheden bevinden zich veelal midden in de stad of aan de rand van de stad waardoor er een veel groter aantal huizen wordt blootgesteld aan de maximale waarden. Dit kan een reden zijn om de norm 1 dB strenger te maken als bij windturbines.
Overigens is het voorstel nu om Lden 46 dB te beschermen waarmee je impliciet al bijna beschermd tot Lnight 40 dB waarmee je dus inderdaad qua geluidwaarde nagenoeg dezelfde bescherming biedt als tegen horeca geluid (even los van de hinderlijkheid en tonaliteit vraagstukken). 2. Deense normen (afstand & laagfrequent geluid) vs. geluidsnorm [Deze informatie komt van Pondera] De vraag tijdens het vragenuur van 8 september ging over de Deense norm die voor laagfrequent geluid wordt gesteld. Die norm is niet strenger als de ‘gewone’ geluidnorm die in Nederland wordt gehanteerd. De afstandsnorm (uit Denemarken) staat hier los van en is een ander onderwerp. De Deense ‘afstandsnorm’ zou 4x de tiphoogte zijn en is dus bij 200m tiphoogte al snel 800 meter bij
moderne windturbines. Die Deense afstandsnorm is om 1999 ingevoerd om visuele hinder door onder andere lichtschitteringen, slagschaduw en obstakelverlichting te voorkomen. Deze norm had dus niet als doelstelling om geluid te reduceren. Denemarken heeft namelijk ook nog een andere geluidnorm, die resulteert in veel kleinere afstanden. Ook voor de genoemde effecten waarvoor de afstandsnorm zou vallen zijn andere oplossingen mogelijk: lichtschittering wordt voorkomen door matte coatings, slagschaduw wordt geregeld met een stilstandvoorziening en obstakelverlichting kan minder hinderlijk worden ingesteld (constant brandend / minder fel). Het doel van een geluidnorm is om geluid hinder te voorkomen/ te beperken door het geluidsniveau op de gevel onder een bepaalde waarde te houden. Een vaste afstandsnorm is daarvoor niet geschikt. Bescherming tegen laagfrequent geluid (LFG) is niet benodigd omdat de meeste hinder afkomstig is van het meer hoorbare geluidspectrum van windturbines en door dit meer hoorbare deel van het spectrum te beschermen wordt er automatisch ook bescherming geboden tegen LFG. De hoeveelheid LFG neemt dus ook af als er een lagere Lden norm wordt gesteld. Het stellen van een extra norm specifiek voor LFG voegt dus geen extra bescherming toe voor mensen. Het is effectiever om een lagere Lden norm te stellen als je hinder wilt voorkomen.
De manier waarop de Deense LFG norm wordt berekend en de hoogte waar die op wordt gesteld, is soepeler dan de Lden = 47 dB norm. Als je dus voldoet aan Lden = 47 dB, dan voldoe je (in vrijwel alle gevallen) ook aan de hoogte van de Deense LFG norm. Als je extra bescherming wilt beiden tegen LFG dan moet je dus een strengere norm gaan hanteren dan wat in Denemarken wordt gehanteerd als LFG norm. In de literatuur (ook recente onderzoeken) wordt aangegeven dat LFG niet de hoofdoorzaak is voor de ervaren hinder (en eventuele daaruit voortkomende indirecte gezondheidsklachten). Dit is onzes inziens genoeg reden om te stellen dat er geen extra bescherming voor LFG benodigd is. 3. Bij de excursie naar Windpark Ospeldijk beweerden mensen daar dat bureaus zoals Pondera allemaal hun eigen manieren hebben om geluid te berekenen en dat ze per project de methode gebruiken die daar het beste uitkomt. Klopt dat? [Deze informatie komt van RUD] Initiatiefnemers en adviesbureaus kunnen niet zelf kiezen hoe ze geluid berekenen en meten. Dit is wettelijk geregeld. Deze wettelijke regeling is geen “menukaart” maar geeft het kader waardoor metingen/berekeningen op uniforme manier uitgevoerd worden en een betrouwbaar en vergelijkbaar resultaat geven.
Het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer geven beiden in detail aan waar akoestische berekeningen en metingen aan moeten voldoen. Bijlage 4 van de Activiteitenregeling gaat specifiek in op reken- en meetvoorschriften voor windturbines. De initiatiefnemer heeft deze regeling gebruikt. Pondera heeft gecontroleerd of de regeling goed is toegepast. In de vergunning is opgenomen dat middels akoestisch onderzoek aangetoond moet worden dat de gekozen turbines kunnen voldoen én uiteindelijk ook voldoen aan de door de gemeente gestelde normen. Hierbij moeten de reken- en meetvoorschriften uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling weer toegepast worden. Dit is vastgelegd in de voorschriften van de vergunning. 4. Wie meet gedurende de exploitatie van het windpark het geluid? Hoe verloopt handhaving? En kunnen inwoners daarbij betrokken worden? Voordat het windpark in gebruik wordt genomen, moet de initiatiefnemer via akoestisch onderzoek aantonen dat de windmolens voldoen aan de gestelde normen. Dat is een combinatie van metingen aan de turbines in de fabriek (brongeluid), een meting van de bronsterkte in één of meer turbines direct na de bouw en berekeningen wat dat brongeluid in de omgeving van het windpark betekent qua geluidsbelasting (akoestisch onderzoek). Hierover zijn voorschriften opgenomen in de (ontwerp)vergunning.
Een nulmeting ter plaatse is niet opgenomen in de vergunning. Zoals in de RTG al toegelicht, is dit ook niet nodig om te doen. Experts raden het zelfs af. Een nulmeting geeft alleen informatie over het cumulatieve geluid te plaatse. Je meet namelijk de optelling van al het geluid uit de omgeving. Daardoor geeft een nulmeting geen bruikbare informatie. Het veroorzaakt eerder onrust dan duidelijkheid, want je meet altijd hogere waarden dan de normen uit de vergunning (die alleen over het windturbine-geluid gaan).
[De volgende informatie komt van RUD] In de voorschriften opgenomen in de huidige (ontwerp)vergunning wordt de initiatiefnemer verplicht om gedurende de exploitatie data te registreren, bewaren en overleggen die te maken heeft met de geluidsbelasting van de windmolens. Tevens is een voorschrift opgenomen waarin de initiatiefnemer minimaal eens per jaar de windmolen en bijbehorende installaties laat onderhouden om te borgen dat alles functioneert zoals het zou moeten. De gegevens die de initiatiefnemer registreert, inclusief de goede staat van onderhoud, worden gecontroleerd door de RUD Utrecht. Los daarvan controleert de RUD Utrecht, namens de gemeente Houten, periodiek, bij klachten en bij handhavingsverzoeken. Omwonenden kunnen klachten en handhavingsverzoeken indienen. Deze komen terecht bij de RUD Utrecht, die aan hand van een klacht of verzoek onderzoekt wat er gebeurt is, waarom dit gebeurt is en of hier spraken is van een overtreding. In dat laatste geval zal de RUD Utrecht over gaan tot handhaving op basis van de geconstateerde overtreding. Hierbij volgt de RUD de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Deze LHS zorgt ervoor dat handhavende instanties de handhaving zo uniform mogelijk aanpakken. Overheden brengen hun strategie in lijn met de landelijke strategie en wisselen ervaringen uit. RUD en gemeente kunnen gegevens die zij krijgen openbaar maken als bevoegd gezag.
In de omgevingsvergunning kunnen we echter enkel eisen opnemen in kader van milieu, bouw of een goede ruimtelijke ordening. Het openbaar maken van informatie heeft daar niet tot nauwelijks mee te maken. Daarom kan dit voorschrift niet opgenomen worden als eis. Bijlagen(n):
geen