2022-09-20 Beantwoording Technische vragen windpark Goyerbrug.docx
Tekst van het document
Technische vragen windpark Goyerbrug – SGP Graag stel ik de volgende vragen: • Bewoners maken zich zorgen over geluid. En vragen om een nulmeting. Tijdens RTG werd gezegd dat nulmeting sowieso plaatsvind. Is dat correct en is dat soort info dan publiek? Voordat het windpark in gebruik wordt genomen, moet de initiatiefnemer via akoestisch onderzoek aantonen dat de windmolens voldoen aan de gestelde normen. Zo’n akoestisch onderzoek is een combinatie van metingen aan de turbines in de fabriek (brongeluid) en berekeningen wat dat brongeluid in de omgeving van het windpark betekent qua geluidsbelasting. Een nulmeting ter plaatse is niet opgenomen in de vergunning. Zoals in de RTG al toegelicht, is dit ook niet nodig om te doen. Eventueel zou dit in overleg met de initiatiefnemer kunnen worden gedaan, bijvoorbeeld tijdens de inregelperiode van het windpark. In die periode wordt ter plaatse gemeten of de windturbines binnen de normen blijven (en zo nee, dan wordt daar direct op geschakeld). •
Zal er ook metingen naar trillingen gedaan worden, of is dit niet standaard geregeld?
Er worden geen metingen gedaan naar trillingen van een windpark in gebruik. Uit onderzoek bij bestaande windparken, blijkt dat trillingen geen issue zijn. Vanaf tientallen meters vanaf de voet van een windmolen komen de trillingen veroorzaakt door de molen niet meer boven de achtergrondniveaus uit. De dichtstbijzijnde woning bij Windpark Goyerbrug is één van de molenaarswoningen. Deze staat op 171 meter van de dichtstbijzijnde windmolen. •
Zal laagfrequent geluid ook gemeten worden in toekomst? Zo ja, hoe wordt dat gedaan?
Dat is nog niet bekend. Laagfrequent geluid is één van de onderwerpen die bekeken worden in de landelijke plan-MER. Daaruit moet blijken of het zinvol is om een (aparte) norm voor laagfrequent geluid op te stellen. Mocht dat het geval zijn, dan zal de Rijksoverheid dat meenemen in de nieuwe milieunormen voor windparken. Daar horen dan ook meet- en rekenvoorschriften bij, zodat iedereen op dezelfde manier met die normen om gaat. In de ontwerpvergunning is geen aparte norm voor laagfrequent geluid opgenomen. Er bestaat geen wetenschappelijke aanwijzing voor het feit dat laagfrequent geluid andere effecten voor omwonenden heeft dan normaal geluid. Het gaat om het totale geluidsspectrum. Laagfrequent geluid lift mee op de normen voor hoorbaar geluid. •
Samengevat de drie vragen: welke metingen zullen naar geluid worden gedaan en hoe wordt dat worden vormgegeven?
Er worden op drie verschillende momenten metingen gedaan: 1. Een geluidsmeting in de fabriek om te controleren of het brongeluid van de betreffende windmolen voldoet aan de vereisten/specificaties. 2. Een akoestisch onderzoek (zie het antwoord op de eerste vraag) vóór de bouw, waarmee de initiatiefnemer bewijst dat de windmolen kan voldoen aan de in de vergunning gestelde normen. 3. Metingen tijdens de inregelperiode. In die periode wordt ter plaatse gemeten of de windturbines binnen de normen blijven (en zo nee, dan wordt het draaiprogramma daarop
aangepast). De metingen worden gedaan door de initiatiefnemer, maar de RUD houdt een vinger aan de pols door geregelde controles. •
Is het type en hoogte van windmolen een vaststaand feit? Dus is bijv. hoogte vaststaand feit of zou het kunnen dat wij nog molens van 250 meter kunnen krijgen? Idem type?
Het exacte type windmolen staat nog niet vast. Dat wordt pas later bekend. De vergunning bevat wel een aantal specificaties waaraan het gekozen type moet voldoen (zie paragraaf 2.2 van het ontwerpbesluit). Aan die specificaties moet het park voldoen. Eén daarvan is de maximale tiphoogte van 241 meter. •
De vergunning wordt afgegeven voor een tijd. Hoe lang is de vergunning geldig? En moet deze dan opnieuw vergeven worden?
De vergunning wordt afgegeven voor onbepaalde tijd. Maar een windpark staat er natuurlijk niet eeuwig. Aan het einde van de (economische) levensduur zal het park worden afgebroken. Daarvoor bevat de (ontwerp)vergunning een opruimplicht (voorschrift 3.1.4.6.). Daarna zou de initiatiefnemer in theorie een nieuw windpark kunnen bouwen dat (qua gebruik) voldoet aan de afgegeven vergunning, maar voor de bouw is altijd een nieuwe vergunning nodig. De gemeente kan na het opruimen van de windmolens de vergunning intrekken.