2022-09-06 Windpark Goyerbrug Bijdrage inspreker Kroezen.pdf
Tekst van het document
De heer S. Kroezen Beusichemsedijk 17 4101 NV CULEMBORG
Tevens per e-mail: stefan@kroezenvastgoed.nl
Deventer, 6 september 2022
Betreft Ref. Telefoon E-mail Van
: Kroezen/windpark Goyerbrug : 22195 : 0570 – 75 80 05 (vast en mobiel) : manfred.fokkema@infense.nl : mr. Manfred Fokkema, advocaat
Geachte heer Kroezen, -
Inleiding vraagstelling
Ter beantwoording ligt de vraag voor of de gemeente Houten (hierna: de gemeente) jegens Windpark Goyerbrug B.V. (hierna: Goyerbrug) schadeplichtig zou kunnen zijn uit hoofde van de ‘Anterieure-en planschadeovereenkomst Windpark Goyerbrug’ (hierna: de AO) indien het college van burgemeester en wethouders (hierna: B&W) niet (tijdig) over zou gaan tot het nemen van een besluit inzake de verlening van een omgevingsvergunning aan Goyerbrug. -
Kader beantwoording
Vorenstaande vraag beantwoorden wij hierna op hoofdlijnen; (i)
Omdat wij niet bekend zijn met de precieze feitelijke omstandigheden van het geval;
(ii)
Vanuit
de
aanname
dat
de
gemeente
ter
zake
(niet)
verstrekking
van
de
omgevingsvergunning nog inhoudelijke afwegingen kan maken, zoals inzake eventueel vast te stellen windturbinenormen, en; (iii)
Aan de hand van enkele ter beschikking gestelde documenten: o
De AO;
o
De uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State d.d. 28 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1679) en d.d. 25 mei 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1492);
o
De aansprakelijkstelling van Goyerbrug aan de gemeente d.d. 4 januari 2022, en;
o
De brief van de gemeente aan Goyerbrug d.d. 21 maart 2022 (kenmerk 758999).
1/9
-
Antwoord op hoofdlijnen
Het valt niet uit te sluiten dat de gemeente uit hoofde van de AO schadeplichtig zou kunnen zijn jegens Goyerbrug, indien zij niet (tijdig) over zou gaan tot het nemen van een besluit inzake de verlening van een omgevingsvergunning. De AO bevat geen verplichting tot vergunningverlening, maar wel een aantal schade-exoneratie-clausules. Hier kan de gemeente zich mogelijk met succes op beroepen ter afwering van een schadeclaim van Goyerbrug. Een en ander zal echter afhankelijk zijn van de precieze feitelijke omstandigheden van het geval, welke ons niet bekend zijn. -
Toelichting
In algemene zin is het niet eenvoudig om een gemeente met succes aansprakelijk te houden inzake de niet-nakoming van een bevoegdhedenovereenkomst, zoals ook de AO dat is. Dit komt omdat dergelijke overeenkomsten (meestal), net als de AO: (i)
Geen verplichting bevatten om een omgevingsvergunning te verlenen, doch slechts een inspanningsverplichting om de vergunningsprocedure te doorlopen, en;
(ii)
Specifieke schade-exoneratie-clausules bevatten.
Uit de AO volgt dat de gemeente in uitgangspunt niet aansprakelijk is als de omgevingsvergunning niet (tijdig) wordt verleend. Schadeplichtigheid lijkt slechts aan de orde te kunnen zijn indien Goyerbrug zou kunnen aantonen dat de gemeente toerekenbaar tekort is geschoten in de op haar rustende inspanningsverplichting om de procedure van de omgevingsvergunning op de meest voortvarende wijze de daartoe geëigende weg/procedure te laten doorlopen.1 Uit de aansprakelijkstelling volgt dat Goyerbrug de gemeente verwijt dat zij de procedure niet op de meest voortvarende wijze heeft laten doorlopen, door (nog) geen windturbinenormen vast te stellen, met als beweerdelijk gevolg dat de vergunningaanvraag niet verder in behandeling zou worden genomen.2 Dat de gemeente uit hoofde van de AO gehouden zou zijn om (op een bepaald moment bepaalde) windturbinenormen vast te stellen staat volgens ons niet vast: (i)
Een dergelijke verplichting staat niet in de AO;
(ii)
In de AO is vastgelegd dat de gemeente zelf een afweging maakt in het te volgen proces rondom
de
vergunningsaanvraag,
gezien
de
bovengemiddelde
complexiteit
en
gevoeligheid van de aanvraag; (iii)
Uit de AO volgt niet dat de gemeente gehouden is om dusdanige windturbinenormen vast te stellen, dat de gevraagde omgevingsvergunning ook kan worden verleend, en;
(iv)
Partijen
zijn
in
de
AO
geen
harde
planning
overeengekomen,
maar
een
inspanningsverplichting om de werkzaamheden conform planning te verrichten, welke 1 Op de vraag welke schade Goyerbrug zou (kunnen) lijden, gaan wij niet in. 2
P. 8 aansprakelijkstelling.
2/9
planning geldt behoudens eventuele publiekrechtelijke belemmeringen en onvoorziene omstandigheden. Denkbaar is dat de uitspraak van de Afdeling d.d. 28 juli 2021 kan worden gezien als een publiekrechtelijke belemmering, althans een onvoorziene omstandigheid die aanpassing van de planning behoeft. Bovendien mag de gemeente, indien de in de AO voorbehouden publiekrechtelijke verantwoordelijkheid dit eist, publiekrechtelijke rechtshandelingen verrichten - zoals het (niet) vaststellen van (bepaalde) windturbinenormen of het niet verstrekken van een vergunning - die niet in het voordeel zijn van de aard of strekking van de AO of van de voorgang van het plan. Het is in dit verband aan de gemeente om - mede rekening houdende met de belangen van Goyerbrug - uit hoofde van haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid zich: (i)
Te bezinnen op de vraag of de gemeente windturbinenormen wil/moet vaststellen en zo ja, welke windturbinenormen dat zouden moeten zijn, en om zich vervolgens;
(ii)
Af te vragen of de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid anderszins (uit hoofde van een goede ruimtelijke ordening) eist dat de omgevingsvergunning (niet) wordt verstrekt.
Aldus bevat de AO meerdere drempels die - afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval - mogelijkerwijs kunnen verhinderen dat Goyerbrug de gemeente met succes zal kunnen aanspreken inzake de niet-nakoming van de AO. Wel zou de gemeente ter verkleining van het risico op een succesvolle schadeclaim: (i)
Er voor dienen te waken dat zij in het proces van vergunningverlening eenvoudig te vermijden fouten maakt. Dergelijke fouten kunnen uitmonden in een toerekenbare tekortkoming en aldus in schadeplichtigheid;
(ii)
Moeten zien te voorkomen dat er wordt afgeweken van overeengekomen- en/of wettelijke termijnen, en;
(iii)
In haar besluitvorming de belangen van Goyerbrug, als contractuele wederpartij, moeten meewegen.
Ter verdere toelichting verwijzen wij naar bijlage I. -
Tot slot
Zoals hiervoor aangegeven hangt een eventuele aansprakelijkheid van de gemeente jegens Goyerbrug uit hoofde van de AO af van de concrete omstandigheden van het geval. Die omstandigheden zouden mede kunnen blijken uit tussen partijen en met derden gevoerde correspondentie, verrichte onderzoeken, gespreksverslagen etc. Na kennisname van dergelijke stukken, waarvan bij een langjarig en complex project redelijkerwijs aangenomen mag worden dat de gemeente daarover beschikt, zijn er met meer zekerheid omgeven conclusies te trekken over de eventuele aansprakelijkheidspositie van de gemeente jegens Goyerbrug.
3/9
Met vriendelijke groet, Infense advocaten B.V.
Manfred Fokkema
4/9
Bijlage I I. RELEVANTE BEPALINGEN AO, INCL. TOELICHTING De AO bevat een aantal bepalingen die relevant (kunnen) zijn voor de vraag of de gemeente uit hoofde van de AO schadeplichtig zou kunnen zijn. Hierna volgt een opsomming van deze bepalingen, waarbij deze worden afgezet tegen de aansprakelijkstelling van Goyerbrug: (i)
Er rust op de gemeente uit hoofde van de AO - zijnde een bevoegdhedenovereenkomst (zie hoofdstuk II) - een (inspannings)verplichting om: o
De aanvraag omgevingsvergunning (a) in procedure te brengen, (b) in behandeling te nemen en (c) af te (doen) handelen, en;
o
De procedure op de meest voortvarende wijze de daartoe geëigende weg/procedure te doorlopen (art. 3 leden 1, 2 en 3 AO);
(ii)
Gelet op ad (i) rust er op de gemeente geen resultaatsverplichting om de omgevingsvergunning te verlenen;
(iii)
Tenzij de gemeente toerekenbaar tekort schiet in haar inspanningsverplichting, is de gemeente niet aansprakelijk jegens Goyerbrug indien de publiekrechtelijke kaders waaronder volgens ons tevens te verstaan: de omgevingsvergunning - niet (tijdig) c.q. niet volledig tot stand komt (art. 3 lid 5 AO);
(iv)
Gelet op ad (iii) geldt dat Goyerbrug indien de omgevingsvergunning niet (tijdig) wordt verleend zal moeten aantonen dat de gemeente toerekenbaar tekort is geschoten in haar inspanningsverplichting om; o
De aanvraag omgevingsvergunning (a) in procedure te brengen, (b) in behandeling te nemen en (c) af te (doen) handelen, en;
o
De procedure op de meest voortvarende wijze de daartoe geëigende weg/procedure te laten doorlopen;
(v)
Goyerbrug
lijkt
niet
aan
te
kunnen
tonen
dat
de
gemeente
de
aanvraag
omgevingsvergunning (a) niet in procedure heeft gebracht, (b) niet in behandeling heeft genomen en (c) dat de gemeente deze niet zal afhandelen (zie brief gemeente d.d. 31 maart 2022, kenmerk 758999). Bij die stand resteert het verwijt dat de gemeente de procedure niet op de meest voortvarende wijze heeft laten doorlopen; (vi)
Goyerbrug stelt in haar aansprakelijkstelling - in vrij algemene bewoordingen, zonder concreet bewijs te leveren - dat de gemeente haar inspanningsplicht niet nakomt door geen windturbinenormen vast te stellen, waarmee volgens Goyerbrug sprake zou zijn van een toerekenbare tekortkoming (p. 6 aansprakelijkstelling);
(vii)
Evenwel is niet duidelijk of hierdoor sprake zal zijn van (i) een gemeentelijke tekortkoming en (ii) of die tekortkoming aan de gemeente kan worden toegerekend, omdat: o
De AO geen gemeentelijke verplichting tot het vaststellen van windturbinenormen bevat;
5/9
o
In de AO is vastgelegd dat de gemeente zelf een afweging maakt in het te volgen proces rondom de vergunningverlening, gezien de bovengemiddelde complexiteit en gevoeligheid van de aanvraag (art. 6 AO)3, en;
o
De gemeente Goyerburg op 31 maart 2022 heeft verzocht om, teneinde de procedure voort te kunnen zetten, (a) geactualiseerde informatie en (b) aanvullende informatie over mogelijke normen voor slagschaduw, geluid, externe veiligheid en het effect van deze normen op de omgeving en het windpark;
(viii)
Eveneens zij opgemerkt dat de gemeente ten aanzien van de op haar rustende inspanningsverplichting te allen tijde volledig haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid, plichten en rechten behoudt. Dit houdt in dat de gemeente geen wanprestatie pleegt, als het handelen naar deze publiekrechtelijke verantwoordelijkheid eist, dat de gemeente publiekrechtelijke rechtshandelingen verricht die niet in het voordeel zijn van de aard of de strekking van de AO of van de voortgang van het plan (art. 3 lid 4 AO). Aldus zou denkbaar kunnen zijn dat de gemeente geen of bepaalde windturbinenormen vaststelt, die niet in het voordeel zijn van de aard of strekking van de AO of van de voorgang van het plan. In een dergelijk geval is van wanprestatie geen sprake en is de gemeente niet schadeplichtig, en;
(ix)
Partijen
zijn
geen
‘harde’
(resultaats)planning
overeengekomen,
maar
een
inspanningsverplichting om het plan conform planning te verrichten, welke planning geldt behoudens eventuele publiekrechtelijke belemmeringen en onvoorziene omstandigheden (art. 4 lid 4). Denkbaar is dat de uitspraak van de Afdeling d.d. 28 juli 2021 kan worden gezien als een publiekrechtelijke belemmering, althans een onvoorziene omstandigheid. Wellicht kan gesteld worden dat de planning hierom aanpassing behoeft (art. 4 lid 3 AO). II. BEVOEGDHEDENOVEREENKOMSTEN – ALGEMEEN -
Karakter bevoegdhedenovereenkomst
De AO is vanwege het bepaalde in art. 3 AO (Verplichtingen van de gemeente) een bevoegdhedenovereenkomst, zijnde een overeenkomst waarbij een bestuursorgaan of het overheidslichaam waartoe dat orgaan behoort (hierna aangeduid als: ‘het overheidslichaam’), zich bindt met betrekking tot de uitoefening van hem toekomende publiekrechtelijke bevoegdheden. 4 De wijze van binding hangt af van hetgeen partijen in de overeenkomst overeenkomen. -
Rechtsingang
De wederpartij van het overheidslichaam kan schadevergoeding vanwege de niet-nakoming van de bevoegdhedenovereenkomst vorderen bij de burgerlijke rechter. 5 Bij de burgerlijke rechter kan niet de nakoming van de bevoegdhedenovereenkomst worden afgedwongen (het nemen van een besluit), maar
3 Aldus zou de gemeente mogelijk kunnen stellen dat zij de vaststelling van windturbinenormen mag overlaten aan de provincie
of het Rijk en dat zij zich op het vorenstaande heeft moeten bezinnen (in overleg met de provincie en/of het Rijk) na de uitspraak van de Raad van State van 28 juli 2021, zodat haar om die reden reeds niet verweten kan worden dat zij de procedure niet op de meest voortvarende wijze zou hebben (laten) doorlopen. Bovendien geldt dat de 20 wekentermijn voor vergunningverlening uit de uitspraak van de Raad van Staat d.d. 25 mei 2022 nog niet is verlopen. 4 HR 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:483, r.o. 3.5.2. 5 HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3057, r.o. 3.6.4.
6/9
wel de vraag of de overeenkomst is nagekomen en of dit aan het overheidslichaam toegerekend kan worden.6 Aldus zou Goyerbrug zich ter zake schade vanwege de niet-nakoming van de AO, dienen te wenden tot de civiele rechter. Naar
Inspanningsverplichting vs. resultaatsverplichting vaste
jurisprudentie
bevoegdhedenovereenkomst
behoudt met
het
betrekking
overheidslichaam tot
de
ruimtelijke
bij
nakoming
ordening
haar
van
een
volledige
publiekrechtelijke verantwoordelijkheid voor de daaruit voortvloeiende procedures en besluitvorming. De bestuursorganen van het overheidslichaam moeten de belangen van de goede ruimtelijke ordening betrekking in de besluitvorming en dus kan een overeenkomst gesloten door het overheidslichaam niet leiden tot een verplichting aan het bestuursorgaan om een besluit te nemen dat niet geacht in lijn te zijn met de goede ruimtelijke ordening.7 Hoewel in de AO niet woordelijk verwezen wordt naar de goede ruimtelijke ordening, bevat deze wel een publiekrechtelijk voorbehoud (art. 3 lid 5 AO). -
Uitleg van de overeenkomst
Bij de uitleg van de overeenkomst kijkt de rechter niet alleen naar de tekst van de contractsbepalingen, maar ook naar de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij op dat punt redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-maatstaf).8 -
Tekortkoming in de nakoming
Ingevolge artikel 6:74 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna aangeduid als: ‘BW’) is de schuldenaar die tekortschiet in de nakoming van zijn verbintenis verplicht de daartoe ontstane schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. -
Toerekenbare tekortkoming (in jurisprudentie over bevoegdhedenovereenkomsten) o
Er is sprake van een toerekenbare tekortkoming van de inspanningsverplichting als de inspanningen niet met de nodige zorgvuldigheid zijn uitgevoerd, wat onder andere inhoudt dat eenvoudig te vermijden fouten zijn gemaakt (Gerechtshof Den Haag, 27 januari 2016, ECLI:NL:GHDHA:2015:759, bevestigd in HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2632);
o
Een beleidswijziging kan een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 6:258 BW vormen. Er kan echter pas een geslaagd beroep op gedaan worden als de onvoorziene omstandigheid voldoende rechtvaardigt dat een bevoegdhedenovereenkomst niet wordt nagekomen (HR 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2615);
6 HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3057, m.nt. E.W.J. de Groot, BR 2011/180.
BR 2017/60. Zie ook: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3030, r.o. 5.18. 8 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 juni 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4761, r.o. 4.13; Parket bij de HR, 6 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:5, r.o. 2.10; Parket bij de HR 23 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:933, r.o. 2.5 e.v., gevolgd in HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2632 Gerechtshof Leeuwarden, 24 juli 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BX2527, r.o. 5.3; HR 22 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4467, m.nt. P.J. Huisman, AB 2012/10.; Gerechtshof Leeuwarden, 21 december 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8618, r.o. 11. 7 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6822, r.o. 5.8, m.nt. N. van Triet,
7/9
o
Wanneer het overheidslichaam afwijkt van afgesproken termijnen komt het risico tot achter raken op het tijdpad voor rekening van het overheidslichaam en is niet aan de inspanningsverplichting voldaan (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 mei 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3522), en;
o
Dat beleid bestaat die het nakomen van de bevoegdhedenovereenkomst door het overheidslichaam in de weg staat, betekent niet dat geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming. De vrije beleidsruimte maakt het dat het overheidslichaam het beleid had kunnen aanpassen. Nu het overheidslichaam daartoe niet bereid is gebleken is sprake van een toerekenbare tekortkoming (Gerechtshof Arnhem 27 juni 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AY5418).
-
Geen toerekenbare tekortkoming o
Wanneer een overheidslichaam een inspanningsplicht op zich heeft genomen om ervoor zorg te dragen dat de procedure zo spoedig als mogelijk binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn wordt doorlopen, mag worden aangenomen dat voldoende medewerking is verleend als in het kader van de besluitvorming geen wettelijke beslistermijnen
zijn
overschreden
(Rb.
Noord-Nederland,
31
juli
2019,
ECLI:NL:RBNNE:2019:3375); o
Wanneer een overheidslichaam jarenlang heeft meegewerkt aan het project waar de betreffende inspanningsverplichting betrekking op heeft en besluiten heeft genomen die de ontwikkeling van het project bevorderen heeft het overheidslichaam ruimschoots voldaan aan de inspanningsverplichting (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 juni 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4761);
o
Als geen sprake is van ‘stilzitten’ door het overheidslichaam en daarmee gepaard gaand tijdsverlies dan is voldaan aan de inspanningsverplichting. Dat het doorlopen van een publiekrechtelijke procedure volgens de wederpartij te lang duurt kan niet aan (in casu) de gemeente toegeschreven worden. De gemeente dient nu eenmaal, gelet op haar publiekrechtelijk verantwoordelijkheid, de hiervoor geschetste noodzakelijke stappen te ondernemen om tot (in casu) wijziging van het vigerende bestemmingsplan te komen (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6822);
o
Om te kunnen concluderen of door het overheidslichaam voldoende inspanning is geleverd moet in aanmerking worden genomen de mate waarin er van de kant van de gemeente voortvarendheid en zorgvuldigheid is betracht als ook de gronden waarop het overheidslichaam ervan heeft afgezien in te stemmen (in casu) van de door haar voorgelegde voorstellen tot wijziging van het bestemmingsplan (Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:5, r.o. 2.11, gevolgd in 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:365);
o
In het geval dat een inspanningsverplichting niet (nauwkeurig) omschrijft wat onder een voldoende mate van (in casu) gemeentelijke inspanning wordt verstaan kan niet worden aangenomen dat een inspanningsverplichting ook geldt voor een herstelbesluit (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 7 juni 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1795);
8/9
o
In het geval dat een inspanningsverplichting zoals overeengekomen niet een verdergaande betekenis heeft dan het welwillend opstellen en voortvarend handelen door het overheidslichaam leidt het enkele niet-beslissen binnen de wettelijke term niet tot aansprakelijkheid. Het niet-beslissen binnen de wettelijke termijn leidt dan pas tot aansprakelijkheid als sprake is van bijkomende omstandigheden (de mate waarin de beslistermijn wordt overschreden, de oorzaken van de termijnoverschrijding en de voor het bestuursorgaan kenbare belangen van de betrokken belanghebbenden) (HR 5 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:339), en;
o
Een overheidslichaam kan in het kader van haar inspanningsverplichting niet aangesproken worden op vertragingen die door externe factoren (het instellen van beroep, beslissingen van andere bestuursorganen) veroorzaakt worden (Rb. Zwolle, 11 februari 2004, ECLI:NL:RBZWO:2004:AO8924).
-
Exoneratiebedingen (in jurisprudentie over bevoegdhedenovereenkomsten) o
Het is mogelijk in de bevoegdhedenovereenkomst de aansprakelijkheid van eigen gemaakte fouten door het overheidslichaam uit te sluiten. Het exoneratiebeding kan ook van toepassing zijn wanneer vertraging is opgetreden. Het hangt af van de uitleg van het exoneratiebeding (Rb. Zwolle, 11 februari 2004, ECLI:NL:RBZWO:2004:AO8924);
o
Het uitsluiten van aansprakelijkheid in bevoegdhedenovereenkomsten levert geen misbruik van bevoegdheid op. Voor het beoordelen of een beroep gedaan kan worden op het exoneratiebeding moet de maatstaf gehanteerd worden die ziet op de (uitsluiting van de) aansprakelijkheid (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3030), en;
o
Een exoneratiebeding kan inhouden dat een project niet hoeft te worden doorgezet als dit in het kader van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbaar is, waarbij de belangen van de partij waarmee de bevoegdhedenovereenkomst is gesloten goed zijn meegewogen. Het hangt af van de uitleg van het exoneratiebeding (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 juni 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4761).
-
Schade
De omvang van de schade kan worden vastgesteld door de huidige situatie te vergelijken met de hypothetische schade waarin geen sprake is geweest van de tekortkoming van het overheidslichaam. 9 Tussen de tekortkoming en de (gestelde) schade moet een causaal verband bestaan. 10
9 Zie bijvoorbeeld: gerechtshof Leeuwarden, 21 december 2005, ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8618, r.o. 28. 10
Zie bijvoorbeeld: gerechtshof Arnhem, 10 augustus 2004, ECLI:NL:GHARN:2004:AR4568, r.o. 4.17 e.v.
9/9