CConstaterende datHouten
Koppel je AI →
Document · PDF

201120 Beantwoording technische vragen RK gemeenteraad .pdf

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente HoutenBij agendapunt: Ruimtelijke Koers Houten13.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Fractie SGP Vraag 1: In hoeverre is Houten-Oost nog een optie voor het college, en hoeveel huizen zouden er gebouwd kunnen worden, in welke samenstelling en onder welke condities? Antwoord 1: Voor het college is Houten-Oost geen optie voor woningbouw. Bij de afweging tussen de locatie Houten-Oost en Houten-Noordwest is ook een financiële en ruimtelijke verkenning uitgevoerd. U vindt hierover meer gedetailleerde informatie in hoofdstuk 6 en bijlage 6 van het Financieel perspectief Ruimtelijke koers (geheime bijlage 3 bij het raadsvoorstel). Onderstaande tekst komt uit de beantwoording van eerdere vragen. De vragen van het CDA n.a.v. de kennissessie met de raad (publicatie beantwoording: 13 oktober 2020): “In het kort heeft de ruimtelijke verkenning geresulteerd in een plan van ca. 2.500 woningen in een aflopende dichtheid naar het landschap toe. Daarbij is in deze verkenning uitgangspunt dat de Rondweg wordt verlegd waardoor de structuur met de rondweg aan de buitenkant gehandhaafd blijft. De financiële verkenning voor Oost heeft een hoger abstractieniveau aangezien de planuitwerking zich heeft gericht op de voorgestelde deelgebieden voor ontwikkeling.”

Vraag 2: Welke afhankelijkheden zijn er op het gebied van verkeer? Dus: welke woningbouwontwikkelingen zijn afhankelijk van welke verkeerskundige zaken? Als bijvoorbeeld de Utrechtseweg niet aangepast of extern gefinancierd wordt, wat betekent dit voor de woningbouwontwikkelingen? Hoe druk wordt de Rondweg. Welke rol heeft uitbreiden aansluiting A12, etc. Antwoord 2: Het is duidelijk dat er afhankelijkheden zijn tussen woningbouwontwikkeling en verkeerskundige zaken. Maar er zijn nog veel alternatieve faseringen mogelijk. Als bijvoorbeeld de aansluiting van de Limesbaan naar de A12-oost snel kan worden gerealiseerd, kunnen de aanpassingen aan de Utrechtseweg later komen. Bij de feitelijke ontwikkeling van deelgebieden moet steeds worden bekeken welke infrastructurele aanpassingen op dat moment moeten en kunnen worden genomen.

18

Vraag 3: Wat is de relatie tussen deze woningbouw-uitbreiding en onze taken/doelen in het kader van de Regionale Energiestrategie? En in hoeverre hangt een mogelijke keuze voor Houten-Oost samen met planvorming voor de Regionale Energiestrategie? Antwoord 3: De relatie tussen de Ruimtelijke Koers enerzijds en de Regionale Energiestrategie en de eigen Houtense duurzaamheidsambities anderzijds is tweeledig: 1. Voor de ambitie om in 2040 een klimaat- en energieneutrale gemeente te zijn, moet de energievraag in Houten naar beneden (energiebesparing) en de duurzame energieproductie omhoog. In de Ruimtelijke Koers is de spelregel dat de deelgebieden energieneutraal moeten zijn. Zo voorkomen we dat de energievraag in Houten stijgt ten gevolge van de nieuwbouw en dat er dus ook meer duurzame energie elders in Houten geproduceerd moet worden. 2. Zie ook antwoord 1 vraag PvdA. Grootschalige productie van duurzame energie is één van de ruimte vragende functies in onze gemeente en regio. Andere functies zijn bijvoorbeeld landbouw, recreatie, cultuurhistorie en natuur. Een keuze voor Houten-Oost zorgt voor een inperking van het landelijk gebied en dus van beschikbare ruimte voor al deze functies. Een verdere uitwerking van de invulling van Houten Oost moet nog worden gemaakt met (regionale) partijen inwoners en gemeenteraad.

Vraag 4: Welke invloed van de coronacrisis ziet u op dit moment voor de Ruimtelijke Koers? Antwoord 4: Als gevolg van de coronacrisis zijn ondernemers terughoudender in het doen van investeringen; zo hebben winkeliers en horecaondernemers in het centrum momenteel hele andere zorgen rond hun onderneming dan investeren in nieuwe ontwikkelingen. Thuiswerken zal zeer waarschijnlijk voor een deel blijvend zijn, ruimte voor recreatie ondervindt ook een herwaardering. Zaken die in de verdere uitwerking van belang zijn om te blijven monitoren. Deels vanuit woonwensen, deels vanuit de gebiedsinvulling. Of deze trends structureel doorzetten is niet duidelijk. Wij blijven dit monitoren.

Vraag 5: De Ruimtelijke Koers is op een aantal punten aangepast na de enorme hoeveelheid reacties uit de samenleving. Er wordt gesteld dat er ‘minder hoogbouw’ in de koers verwerkt zit. Hoeveel minder is dat precies? En welk effect heeft dit op het aantal geplande woningen per hectare? Antwoord 5: Minder hoogbouw is met name goed te zien in de raamwerkkaarten, waarin aanpassingen in de zonering zijn gedaan. Daar is zichtbaar dat er meer trapsgewijs ontwikkeld wordt door middel van de zonering. Daarnaast is, voor het centrum, het ontwikkelgebied verkleind. De hoogteaccenten zijn beperkt en dienen op voldoende afstand van elkaar te staan..

Fractie Houten Anders! Vraag 1: Waar wordt op 8 december precies voor gestemd? De Ruimtelijke Koers is een visiedocument en zoals in het document duidelijk aangegeven geen blauwdruk voor keuzes en geen beslissingsdocument. Kan er aangegeven worden wat er precies vastligt na goedkeuring door de raad en welke onderdelen nader uitgewerkt gaan worden? Antwoord 1: De Ruimtelijke Koers is een visie en strategie en geen plan. De Koers is een visie en een strategie die richting geeft aan de ruimtelijke ontwikkeling van Houten tot het jaar 2040. De ontwikkeling van Houten zal stapsgewijs en dynamisch plaatsvinden en is dus - zoals op verschillende plekken geduid geen blauwdrukplan zoals we kennen uit de Vinex-periode. De Koers is geen beslisdocument voor het starten van gebiedsontwikkeling op een specifieke locatie. De Ruimtelijke Koers besluit over (zie ook beslispunten in het raadsvoorstel): • welke (ontwikkel)gebieden worden benut voor het toevoegen van o.a. woningbouw • het indicatieve programma (wonen, werken en (maatschappelijke) voorzieningen) per gebied;

19

•

• •

de visie en de maatregelen ten aanzien van groen en landschap, mobiliteit, duurzaamheid en principes voor een compact Houten die zijn te gebruiken voor de ruimtelijke ontwikkeling van Houten; de spelregels, richtlijnen en gebiedspaspoorten van de ontwikkelgebieden te gebruiken als basis voor gebiedsontwikkelingen; de Ontwikkelstrategie en Grondbeleid Ruimtelijke Koers, waarin wordt beschreven hoe de gemeente de ambities uit de Ruimtelijke Koers wil realiseren (grondbeleid, inzet van instrumenten, strategie en fasering).

Ten aanzien van de vraag welke onderdelen nog nader moeten worden uitgewerkt het volgende (onderstaande opsomming is een voorlopige en vrij ruwe opsomming): • Het uitwerken van locatie- dan wel gebiedsplannen (zowel door initiatiefnemers als door gemeente); • Het uitwerken van thematisch beleid zoals het opstellen van een nieuwe parkeernota; • Het opzetten van een nieuw instrumentarium ten behoeve van gebiedsontwikkeling (zoals een Nota Kostenverhaal en een Nota Fonds Bovenwijks); • Het actualiseren van de Nota Grondbeleid; • Het opstellen van een Omgevingsvisie.

Vraag 2: Er komen 4 RTGs waar inwoners kunnen inspreken. Op basis van deze insprekers kunnen er inzichten veranderen of duidelijker worden die uitnodigen tot verduidelijking of zelfs aanpassing van de Ruimtelijke Koers. In hoeverre kunnen er na de RTGs nog aanvullende technische vragen worden gesteld op basis van nieuwe inzichten die voortkomen uit de RTGs? Antwoord 2: Het college staat open om aanvullende technische vragen te beantwoorden. Indien dit aan de orde is zullen wij (net als bij de huidige vragenronde) in overleg met de raad tot een passende oplossing komen.

Vraag 3: Er is eerder al gesproken over een eventuele second opinion op onderdelen binnen de Ruimtelijke Koers. Onder andere op locatiekeuzes, de SWOT-analyses en het hele kostenaspect zien wij graag dat deze second opinion wordt uitgevoerd. Wanneer zou deze 2nd opinion uitgevoerd kunnen worden, zodat we als raad een goede afweging kunnen maken? Antwoord 3: Het college ziet niet de toegevoegde waarde van het uitvoeren van een second opinion voor de locatiekeuze omdat het college van mening is dat op basis van het aangeleverde materiaal, zowel de visie (inclusief alle bijlagen van onderzoek), de ontwikkelstrategie, de financiële verkenning (die ter kennisname bij het raadsvoorstel is meegezonden) de raad een afweging kan maken. Deze gegevens zijn ook met onafhankelijke adviseurs opgesteld. De stukken zijn aan de gemeenteraad aangeleverd en de gemeenteraad kan eventueel een motie en/of amendement opstellen. In het traject van de Ruimtelijke Koers heeft een zeer uitgebreide en integrale afweging plaatsgevonden tussen de verschillende zoekgebieden zoals in het collegeprogramma en later bij de uitwerking van het Plan van Aanpak Ruimtelijke Koers impliciet zijn gedefinieerd.

Ten aanzien van de afweging tussen locaties: zie onder andere hoofdstuk 3.1 en 3.2 van het hoofdrapport en bijlage 1 van de Ruimtelijke Koers (Studie ruimtelijke modellen) , daarnaast is in de financiële verkenning inzicht gegeven in financiële aspecten t.a.v. de verschillende ‘zoekgebieden’. In bijlage 1 “Atlas Houten” zijn zowel thematische als SWOT-analyses voor gebieden opgenomen. Dit is een product van inventarisatie en analyse van interne en externe adviseurs en de bijdragen en aanvullingen uit het participatietraject. De SWOT-analyses op thema’s waren bijvoorbeeld onderwerp van gesprek tijdens de Startbijeenkomst op 12 juni 2019 in het Houtens. Zie ook het participatieverslag daarover in bijlage 3 van het hoofdrapport Ruimtelijke Koers.

20

Vraag 4: Kunt u ons inzicht geven in de wijze waarop bepaalde kerngetallen en hoofdlijnen in de Ruimtelijke Koers (aantal te bouwen woningen per gebied, het totaal van 5800, de verlegging van de Rondweg, Noord-West vs. Oost en de keuze om te gaan verdichten) tot stand zijn gekomen binnen deze Ruimtelijke Koers? Wie besloot wat en wanneer, kan dit in de vorm van een chronologisch feitenrelaas? Antwoord 4: Zoals aangegeven in het Plan van Aanpak van de Ruimtelijke Koers is het traject van de ontwikkeling van de Ruimtelijke Koers een stapsgewijs en iteratief proces (geweest). De onderdelen inventarisatie en onderzoek, visieontwikkeling, strategie-uitwerking zijn van invloed op elkaar en hebben telkens gezorgd voor voortschrijdende inzichten en allerlei elementen die van invloed zijn op elkaar (woningbehoefte, financieel haalbaarheid, ruimtelijke aspecten et cetera). De raad is overigens tijdens de verschillende genomen stappen en de verkregen inzichten in het proces telkens betrokken en geïnformeerd.

Deze momenten zijn voor de raad georganiseerd: • 22 januari 2019: Bijpraatvond over PvA Ruimtelijke Koers; • 14 mei 2019: Bijpraatavond over aanpak, fasering, zoekgebieden en participatie en communicatie in het traject van de Ruimtelijke Koers; • 9 juli 2019: Werksessie met de raad over analyse, dilemma’s en observaties, scenario’s en zoekgebieden, terugkoppeling van participatieactiviteiten tot dat moment; • 1 november 2019: Excursie voor raads- en commissieleden waarbij in de regio Utrecht verschillende referentielocaties zijn bezocht; • 26 november 2019: Toelichting op analyse, uitwerking van Ruimtelijke Modellen en te maken keuzes t.a.v. de gebieden, inzicht in verschillen tussen Houten-Oost en Noordwest en de te maken afweging. • 3 maart 2020: presentatie van Concept Ruimtelijke Koers (o.a. inclusief uitwerking van gebiedspaspoorten en de keuze voor Noordwest als te ontwikkelen gebied voor o.a. woningbouw); • 18 en 30 juni 2020: kennissessies waarbij de raad ten aanzien van alle thema’s in de gelegenheid is geweest vragen te stellen.

Vraag 5: De keuzes in de Ruimtelijke Koers zijn allemaal gemaakt. Zowel de onderdelen die relatief snel tot resultaat kunnen leiden als de langere termijn onderdelen zijn gedefinieerd. Aangezien dit een plan is voor de komende 20 jaar, willen wij vragen of het mogelijk is het plan op te splitsen. Wij denken graag mee. Is het bijvoorbeeld mogelijk om het als volgt aan te pakken? • Fase 1: Centrum en Molenzoom. Direct starten met ontwikkelen van samenhangend plan voor beide gebieden en volgens plan binnen 5 jaar zoveel mogelijk woningen opleveren en centrum kwaliteitsimpuls geven. • Fase 2a: Op basis van aantal woningen dat uit fase 1 mogelijk is, nog tijdens de uitvoering van fase 1, het vervolgplan maken voor gebied De Koppeling / De Schaft. Stimuleer bedrijven van de Schaft te verhuizen richting Doornkade en maak van Doornkade modern bedrijventerrein. Gebruik de Schaft voor woningbouw (dicht bij voorzieningen). • Fase 2b: Als onderdeel van dit vervolgplan, onderzoek de mogelijkheid om de Koppeling te ondertunnelen. Hierdoor kan via de Schaft en boven de tunnel (groenstrook?) een verbinding worden gemaakt tussen Houten Noord en Houten Zuid. • Fase 3: Afhankelijk van het succes van de woningbouw in fase 1 en 2, onderzoek waar verdere woningbouw gepland kan worden. Houten Oost, Hof van Wulven, andere kansrijke gebieden.

Op deze manier kunnen we snel beginnen met woningen, maar laten we de raad de mogelijkheid tot een gedegen keuze gedurende de komende jaren hoe we verder gaan ontwikkelen op basis van de dan geldende woningnood. Wat zouden hier technisch gezien de voor- en nadelen van zijn? Antwoord 5:

21

De Ruimtelijke Koers is nu aangeboden aan de raad. De Koers bevat nu reeds een fasering die overigens voor fase 1 aansluit op de door u voorgestelde strategie, zie pagina 102 van de Ruimtelijke Koers (meer informatie vindt u in de geheime bijlage 3 bij het raadsvoorstel van de Ruimtelijke Koers: Ontwikkelstrategie en Grondbeleid Ruimtelijke Koers). Voor de andere fases die u voorstelt geldt dat in mindere mate of niet.

Vraag 6: Keuze voor Doornkade: a) Door de Doornkade als aandachtspunt te nemen voor ontwikkeling van wonen is er minder ruimte voor werkgelegenheid en zal er zelfs bedrijvigheid verdwijnen uit Houten. Nu werken er mensen uit Houten in dit gebied. I. Weten we hoeveel werkgelegenheid (voor Houtense inwoners) er mogelijk verloren kan gaan door deze plannen? II. Is er overwogen om de Doornkade een kwaliteitsimpuls te geven als bedrijventerrein. We denken hier bijvoorbeeld aan het stimuleren van ondernemingen om te verhuizen van de Schaft naar de Doornkade. Wat zou dit alternatief kosten en hoe is die mogelijkheid onderzocht? b) De Utrechtseweg krijgt een flink zwaardere belasting wanneer de Doornkade volgens de plannen wordt ontwikkeld. I. Deze weg wordt verdubbeld en loopt straks dwars door de nieuwe woonwijk. Een drukke verkeersader binnen een wijk is niet passend voor Houten. Welke ideeën zijn er om deze oplossing te laten passen binnen het Houtens DNA? II. Er zal een stijging van verkeersbelasting en geluids- en fijnstofoverlast op de Utrechtseweg te verwachten zijn. Van welke waarden in verkeersbelasting, geluids- en fijnstofoverlast wordt uitgegaan voor de woningen die direct aan de Utrechtseweg komen te staan? III. De Utrechtseweg loopt nu in de spits al vast bij de aansluiting tussen Nieuwegein en Utrecht. Deze aansluiting zal nog verder worden belast.

Welke effecten op de verkeersbelasting van de Utrechtseweg verwacht men van en naar de aansluiting op de A12? c) De Doornkade ligt relatief ver van bestaande voorzieningen. Tenzij er nieuwe voorzieningen worden ingepland zal dit invloed hebben op de aantrekkingskracht voor woningzoekenden en zelfs beperkingen met zich meebrengen voor bepaalde groepen. Zijn hier berekeningen over gedaan en hoe zien die er uit? Hoe wordt er in deze context (en binnen de gehele Ruimtelijke Koers) voorkomen dat de sociale cohesie afneemt? d) Als we kijken naar zowel de SWOTs in het ATLAS werkboek, als de financiële uitwerking, als de documentatie over mobiliteit, snappen we niet waarom er is gekozen voor de Doornkade en niet voor Houten Oost. Is het mogelijk een aparte (vertrouwelijke) bijeenkomst te organiseren voor de raad om hier technisch dieper op in te gaan? Voor het draagvlak (binnen de raad) is het belangrijk dat hier uitgebreid over gesproken wordt. Antwoord 6: a) I. Er is niet berekend hoeveel werkgelegenheid (voor Houtense inwoners) er mogelijk verloren kan gaan in dit gebied. Het is lastig om hier een goed beeld van te krijgen omdat: o Een deel van de bedrijfspanden is leeg, o Er komt met de nieuwe ontwikkeling, ook nieuwe bedrijvigheid en daarmee werkgelegenheid terug, o Veel van de bestaande bedrijvigheid is mengbaar met een woonfunctie.

Het is dus niet gezegd dat de bedrijvigheid, en daarmee de werkgelegenheid verdwijnt. Het is aan de markt om hier invulling aan te geven. Een strook van 200 a 300 meter aan de A27 blijft bedrijventerrein, daarna volgen zones met een menging van wonen en werken. o Er zijn geen data beschikbaar van het aantal Houtenaren dat werkzaam is op de Doornkade.

22

Het college is derhalve van mening dat met de kwaliteitsimpuls op Doornkade er juist een toename van de werkgelegenheid voor Houtense inwoners kan plaatsvinden. Nadere informatie over werken is terug te vinden in de bijlage ‘Prettig werken in Houten’ toegevoegd bij het hoofdrapport Ruimtelijke Koers. II.

Er is door de jaren heen vaak getracht om de markt te bewegen een kwaliteitsimpuls op Doornkade te laten geven. Onder meer door meer ruimte te bieden in het bestemmingsplan (bedrijfsactiviteiten, gebouw, etc) om zodoende de markt te verbreden. Daar is door de markt geen gebruik van gemaakt. Datzelfde is ook op de Schaft gebeurd, waar de verbetering wel tot stand is gebracht. De verwachting van het college is dan ook niet dat zonder de woningbouwimpuls er een kwaliteitsverbetering op Doornkade tot stand zal komen. Er is niet in beeld gebracht wat de kosten van verplaatsing en verbetering betreft van bedrijven op de Schaft naar de Doornkade.

b) I) De Utrechtseweg wordt verdubbeld maar loopt straks niet dwars door de nieuwe woonwijk, de bestaande Utrechtseweg wordt als het ware ingekort (tot aan A27) en er wordt een nieuwe Rondweg om de wijk heen gelegd. De bestaande route door de woonwijk (Oude Utrechtseweg) krijgt alleen een doorgaande functie voor bussen. II) Geluidhinder en luchtkwaliteit zullen moeten voldoen aan de wettelijke normen in de Wet geluidhinder en de Wet Milieubeheer. Zie bijlage 1 bij dit document, de notitie naar luchtkwaliteit en geluid. III) Over de regionale effecten, o.a. in Nieuwegein en de aansluitingen op de A12 wordt op regionaal niveau onderzoek gedaan . c) In de Visie Maatschappelijke Voorzieningen (bijlage van de Ruimtelijke Koers) is voor de impact van de gehele Ruimtelijke Koers normatief (dus bij benadering) een uitbreiding berekend van het voorzieningenprogramma (onderwijs, cultuur, sport en recreatie). De aanvullend te realiseren maatschappelijke voorzieningen zijn per uit te werken gebiedsdeel in hoge mate afhankelijk van het aanbod van type woningen en de groepen mensen die deze woningen gaan betrekken. Het type woningbezetting bepaalt mede de noodzaak van bereikbaarheid van de voorzieningen. In overleg met alle maatschappelijke partners worden daarvoor programma’s opgesteld.

Als voorbeeld; de komst van jonge gezinnen in een bepaald gebied kan ertoe leiden dat met de schoolbesturen de stichting van een school wordt nagestreefd. De voorziening wordt niet beperkt tot onderwijs/sport maar zal tevens fungeren als een wijk/buurt ontmoetingsplek en een functie kunnen vervullen in de sociale cohesie. Tot slot ligt het meest ver gelegen punt van de Doornkade nog altijd slechts op 10 minuten fietsafstand van het centrum van Houten. De voorzieningen aldaar liggen dus op relatief beperkte afstand van de nieuwe wijk Noordwest. Zie voor verdere aanvullende toelichting ook vraag/antwoord 6 van de GroenLinks fractie. d) Over de details van de keuze om Noordwest voor woningbouw te ontwikkelen en Oost meer landschappelijke kwaliteit te geven kan de gemeenteraad via de agendacommissie een deels vertrouwelijk vergadering voorleggen.

Vraag 7: Verkeer a) Zijn de nieuwe verkeersstromen al doorgerekend? Kan dit nog verschuivingen in de plannen tot gevolg hebben? b) Wat is de functie van het geplande nieuwe deel van de rondweg? Is het niet veel nuttiger om de huidige rondweg te behouden en het sterke karakter van de Houtense inprikker te behouden, met als enige verandering dat de inprikker aan beide kanten van de rondweg kan liggen (zoals ook op de Koppeling al het geval is!)? Uiteraard zijn er dan wel extra fietstunnels en rotondes nodig zoals het op de Koppeling is opgelost om

23

de wijken te verbinden. Ook zal er geen knip nodig zijn en blijven de wijken rondom de geplande knip goed bereikbaar. Kan dit worden doorgerekend? c) Het OV in Houten is uitstekend qua treinverbinding, maar zeer matig qua busverbinding. Zijn de kosten die gemoeid zijn met het behoud van een stuk rondweg en utrechtse weg wel in verhouding met de kans dat wij over 20 jaar misschien geen busverbinding meer hebben? Kunt u daar met cijfers op reageren? Antwoord 7: a) Ja, de verwachte verkeersstromen zijn bekend. Desondanks kunnen verschuivingen in de plannen nodig blijken als de benodigde infrastructurele aanpassingen niet (of niet op tijd) haalbaar blijken te zijn. Het is overigens ook mogelijk dat bepaalde investeringen in de toekomst toch niet noodzakelijk blijken. b) Wij vinden de Koppeling, ondanks de naam van deze weg, een duidelijke barrière binnen het woongebied van Houten. Houten-Zuid is een relatief grote wijk met een eigen centrum. De inwoners van Houten-Noordwest zullen meer op de bestaande voorzieningen in Houten gericht zijn. Door de Rondweg te verleggen verhogen we de ruimtelijke kwaliteit van het hele gebied, en ontstaat ook het gevoel dat de nieuwe wijk onderdeel is van Houten. Bovendien, het principe van de Rondweg is één van de kwaliteiten van het Houtens DNA. Daarom is het streven om Noordwest ook beter te koppelen aan de bestaande woonwijken.

c) Voor rendabele busverbindingen is bundeling van stromen nodig. De zwakkere buslijnen verdwijnen, de snellere verbindingen worden belangrijker. Juist door de woningbouw te concentreren langs de nu nog sterke buslijnen, kunnen deze voor de toekomst van meerwaarde worden.

Vraag 8: Starters, Ouderen en Sociale woningbouw a) We willen bouwen voor de Houtense woningzoekenden. Toch wordt er gekozen om uitgebreid te bouwen in Houten Noord-West, richting Utrecht. Er is zelfs genoemd dat dit handig is omdat het nieuw geplande station Lunetten dan goed bereikbaar is. Dit zou bijvoorbeeld veel woningzoekenden uit Utrecht zelf kunnen aantrekken. Heeft u de woonwensen van Houtense starters en senioren in vergelijking tot die van Utrechtse woningzoekenden in kaart gebracht? Zijn deze gegevens bekend en meegenomen in de afweging om zo dicht bij Utrecht voor ‘onze’ jongeren en senioren te bouwen? b) We willen bouwen voor starters. Hoe gaan we dat doen? De definitie van starterswoningen is een aankoopbedrag van onder de €265.000,-; een grens die voor starters erg hoog is.

Op welke wijze verwacht u dat projectontwikkelaars gestimuleerd kunnen worden om te bouwen ruim onder deze grens om echte starters, zoals bijvoorbeeld onze jeugd die het ouderlijk huis wil verlaten een kans te geven in Houten te blijven wonen? c) Hoe zorgen we voor goede sociale ruimtelijke ordening? Hiermee bedoelen we: architectuur op een manier die de sociale cohesie ondersteunt, toegankelijke wijkvoorzieningen waar men elkaar kan ontmoeten en voldoende doorstroming en menging binnen de wijken, waardoor betrokken wijkbewoners in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen? Kunnen er kaders aan de Ruimtelijke Koers en ruimtelijke projecten meegegeven worden zodat er aandacht wordt besteed aan het tot stand komen van goede sociale cohesie binnen de ontwikkelgebieden? Op welke manier zou u deze kaders formuleren? Antwoord 8: a) De gemeenten in de regio hebben allen een ambitie om wonen toe te voegen. Onze eigen woningvoorraad moet meer in balans komen en er zijn gebieden die een impuls kunnen gebruiken. Het voornemen is dat het woningbouwprogramma van de Ruimtelijke Koers voor het grootste deel ten goede aan lokale woningzoekenden. Houten-Noordwest is in vergelijking tot een eventuele ontwikkeling in Houten-Oost dichter bij Utrecht gelegen, dit biedt een aantal voordelen die wij in hoofdstuk 3 van de Ruimtelijke Koers hebben beschreven.

Er heeft geen afweging plaatsgevonden tussen de woonwensen van woningzoekenden

24

uit Houten en die van Utrecht. In het Woningbehoefteonderzoek gaat Companen wel in op leefstijlen. Houten maakt onderdeel uit van een regionale woningmarkt. Voor een deel wil Houten ook bijdragen aan het oplossen van het grote regionale woningtekort. Companen geeft aan dat er, gelet op verhuisrelaties, kansen liggen om vooral mensen uit Bunnik, IJsselstein, Zeist, Utrecht en Nieuwegein te binden (Bijlage 4 van de Ruimtelijke Koers, onderdeel Trends en ontwikkelingen en wonen en wonen & zorg, pagina 83). Voorts verwijzen we naar het antwoord op vraag 9 van ChristenUnie waarin o.a. is aangegeven dat de Huisvestingswet geen aparte voorrangsstatus regelt voor Houtenaren. b) Het is een terechte opmerking dat het gewenst is dat de goedkope koopwoningen voor starters vrij op naam prijzen moeten hebben in een aanzienlijke variatie (en dus niet grotendeels vlak onder een dan gangbare grens). Het woningbouwprogramma zal planologisch goed vastgelegd moeten worden (hierin heeft de gemeente dus een sturende rol) en de realisatie daarvan moet goed gemonitord worden (hierin heeft de gemeente dus een bewakende rol). Tegelijkertijd zal er een balans gevonden moeten worden tussen kwaliteitseisen die de gemeente stelt, bijvoorbeeld ten aanzien van duurzaamheid, en betaalbaarheid en gewerkt worden aan het instrumentarium.

c) Bij de concrete projectontwikkeling per (deel)locatie is sociale cohesie een belangrijk aspect. Bij de projectontwikkeling zal dit gaan om een goede menging te verkrijgen, een goed voorzieningenaanbod, een veilige woon- en leefomgeving en openbare ruimte (bijv. aantrekkelijk voor wandelaars). Dit zijn voorwaarden om inclusiviteit en sociale cohesie te bewerkstelligen als de woningen zijn gerealiseerd en bewoond.

Vraag 9: Inpassing binnen het huidige Houten a) Veel zorgen zijn er over de keuze voor hoogbouw. Kunnen er richtlijnen worden gedefinieerd hoe hoog een nieuw gebouw mag zijn ten opzichte van de afstand tot bestaande voordeuren? Het is sterk ongewenst dat inwoners straks hun voordeur uitlopen en tegen een enorme muur aankijken. Een definitie van een zichthoek vanaf de voordeur naar de bovenkant van een nieuw complex lijkt ons noodzakelijk. Zijn hier mogelijkheden voor? b) In hoeverre zijn de getekende gele ‘dozen’ al gedefinieerd. Ze lijken al zeer specifiek een locatie, vorm en grootte te hebben in de tekeningen in de Ruimtelijke Koers. Kunt u aangeven wat vastligt en wat puur indicatief is? Antwoord 9: a) Met het aanpassen van de zonering is een betere overgang gecreëerd tussen de bestaande wijken en de ontwikkelingszones. Hierbij is de goothoogte en maximale bouwhoogte direct grenzend aan de omliggende wijken ingeperkt. b) Er mag niet zomaar ‘hoogbouw’ gerealiseerd worden. De wijze waarop deze overgang concreet wordt vormgegeven is zeer locatie specifiek en vraagt om een concrete uitwerking van ontwikkelingen direct grenzend aan de bestaande bebouwing. Het verschilt sterk of een ontwikkeling plaatsvindt in bijvoorbeeld het centrumgebied of de Molenzoom. Een generieke maatregel lijkt dan ook bij voorbaat niet toepasbaar.

Daarnaast zijn de projectgrenzen van toekomstige ontwikkelingen niet bepaald. Projecten vinden plaats op basis van private initiatieven. We weten dan ook niet vooraf wat de ruimtelijke context gaat zijn van een specifieke ontwikkeling. Ook zet de Koers het in Houten gangbare planningsproces niet buitenspel. Een project moet nog altijd een heel aantal stappen, waaronder inspraak, doorlopen voordat zij tot uitvoering kan komen. In dit planningsproces is voldoende mogelijkheid om op de vormgeving van de overgang te sturen. Dit is dus nadere planuitwerking. b) De ‘gele’ dozen zijn een testverkaveling uit de voorbeelduitwerkingen, veelal opgemaakt op percelen waarvan vermoed wordt dat daar op termijn een ontwikkeling kan plaatsvinden. De voorbeelduitwerking met ‘gele dozen’ is gebruikt om enerzijds ruimtelijk te onderzoeken wat voor ontwikkelingscapaciteit er in een deelgebied is en anderzijds om een eerste onderzoek te doen naar de haalbaarheid van ontwikkelingen. De vorm, opzet en grens van de ontwikkelingen is in geen geval een concreet plan. Feitelijk is daarmee de gehele voorbeelduitwerking indicatief.

25

Bijlage 1. Notitie lucht- en geluidskwaliteit RK

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Houten&id=78264a0f-7c4c-46cb-a10c-cdb0cbd28aaf