2. Was-wordt tabel op hoofdlijnen
Tekst van het document
WAS-WORDT TABEL op hoofdlijnen t.b.v. actualisatie verordening Jeugd en Wmo Gemeente Houten Onderdeel Was: Integrale verordening Wordt: Integrale Verordening Jeugdhulp en Wmo gemeente Houten Jeugdhulp en Wmo gemeente Houten Vastgesteld 17 november 2020 2024 Hoofdstuk 1 Uitgangspunten en algemene bepalingen Artikel 1.1 Leidende Deze principes zijn afkomstig uit het Deze principes zijn afkomstig uit het principes: integrale beleidskader, de Sociale integrale beleidskader, de Sociale Koers 2020-2023. Koers. Artikel 1.2 Begripsbepaling:
i. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten.
f. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten.
Toelichting
De jaartallen achterwege gelaten omdat het integraal beleidskader na 2023 het huidige beleid betreft en de principes nog geldend zijn. Waar eerder de gemeente stond staat nu in de hele verordeningstekst het college als bevoegd bestuursorgaan conform de Awb. artikel 1.1. In de vorige verordeningstekst werd de term ‘gemeente’ gehanteerd die besluiten neemt. De gemeente is een te algemeen begrip.
j. Gesprek: Het gesprek tussen de inwoner en de gemeente, naar aanleiding van de hulpvraag van de inwoner. Dit gesprek is nodig om de persoonskenmerken en behoeften van de inwoner in kaart te brengen.
j. Gesprek: Het gesprek tussen de inwoner en een professional van het lokaal team namens het college, naar aanleiding van de hulpvraag van de inwoner. Dit gesprek is nodig om de persoonskenmerken en behoeften van de inwoner in kaart te brengen o. Lokaal team: een team van professionals die door het college aangewezen is om de gemeentelijke
De gemeente is geen (rechts)persoon waarmee het gesprek gevoerd wordt. De inwoner voert het gesprek met de professional van het lokaal team die namens het college optreedt (zie ook nieuw toegevoegd artikel 1.2 sub o.
Toegevoegd ter verduidelijking wie namens het college bevoegd is om uitvoering te geven aan de taken in de
p. Maatwerkvoorziening: Hiermee wordt een ‘maatwerkvoorziening’ bedoeld zoals in, artikel 1.1.1 van de Wmo en een ‘individuele voorziening’ zoals in artikel 2.9 van de Jeugdwet. Dit is een voorziening die niet vrij toegankelijk is. Er wordt eerst onderzoek gedaan naar de situatie van de inwoners. Als een maatwerkvoorziening nodig is gezien de aard en ernst van de hulpvraag, geeft de gemeente hiervoor een beschikking.
q. Melding: op grond van artikel 2.3.2 (lid 9) van de Wmo kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening pas worden gedaan als er voorafgaand eerst een melding is ingediend van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning.
toegang naar maatwerk voorzieningen te verzorgen q. Maatwerkvoorziening: hiermee wordt een ‘maatwerkvoorziening’ bedoeld zoals in, artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 en een ‘individuele voorziening’ zoals in artikel 2.9 van de Jeugdwet. Dit is een voorziening die niet vrij toegankelijk is. Afhankelijk van het onderzoek naar de inwoner blijkt of gezien de aard en de ernst van de hulpvraag een maatwerkvoorziening nodig is. Een maatwerkvoorziening kan zorg in natura zijn welke is ingekocht door het college of ondersteuning dat wordt bekostigd uit het Persoonsgebonden budget; r. Melding: een signaal gericht aan het college dat er behoefte is aan maatschappelijke ondersteuning. Een en ander in overeenstemming met artikel 2.3.2 eerste lid Wmo 2015.'
Hoofdstuk 2 Toegang en procedure Artikel 2.1 Toegang Lid 4 De toegang tot Lid 4 De toegang tot maatschappelijke maatschappelijke ondersteuning zoals ondersteuning en beschermd wonen valt onder de taken van het college.
toeleiding en toegang naar maatwerkvoorziening Ter verduidelijking aan toegevoegd dat een maatwerkvoorziening is ingekocht door de gemeente of wordt bekostigd via het Pgb.
De begripsomschrijving in de vorige versie is een uitleg wat het doel van de melding is. In de nieuwe omschrijving wordt het begrip melding beschreven. Het doel van de melding is beschreven in de toelichting.
Sinds 1 januari 2022 zijn gemeenten verantwoordelijk voor beschermd wonen.
Artikel 2.3 Spoedeisende gevallen
bedoeld in de Wmo valt volledig onder de taken van de gemeente. Lid 5 De toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang valt onder verantwoordelijkheid van centrumgemeente Utrecht. Lid 1 In spoedeisende gevallen treft de gemeente een tijdelijke voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek als bedoeld in 2.4. in deze Verordening. Lid 2 In spoedeisende gevallen, zoals bedoeld in 6.1.8 van de Jeugdwet vraagt de gemeente zo snel mogelijk een machtiging gesloten inrichting aan.
Lid 5 De toegang tot maatschappelijke opvang is belegd bij de gemeente Utrecht als centrumgemeente. Artikel 2.7 Spoedeisende gevallen In spoedeisende gevallen, als bedoeld in artikel 2.3.3. Wmo 2015, en in afwijking van 2.2 en 2.3 van deze Verordening, treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke voorziening of vraagt een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp aan, zoals bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet
Voor het uitvoeren van de taak om de toegang te verlenen naar maatschappelijke opvang is belegd bij de gemeente Utrecht. Voor de leesbaarheid het artikel verplaatst. Het artikel heeft zich beperkt tot de essentialia. Het derde lid uit het oorspronkelijke artikel is weggelaten omdat de onafhankelijkheid van de gedragswetenschapper geregeld is in de kwaliteitsstandaarden en kwalificatievereisten.
Artikel 2.3 Onderzoek Lid 2 Het college verzamelt de gegevens over de situatie van de inwoner
Zin aangepast omdat het niet in alle gevallen nodig is om alle gegevens te verzamelen die nodig zijn voor het onderzoek.
Lid 3 In aanvulling op de voorwaarde van instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper gesteld in de Jeugdwet artikel 6.1.2 lid 6 geldt bij de toepassing van lid 2 de volgende voorwaarde: a. De gedragswetenschapper is onafhankelijk. Artikel 2.4 Onderzoek
Lid 2 De gemeente verzamelt alle gegevens over de situatie van de inwoner
Lid 4 sub b. er sinds de aanmelding geen relevante wijzigingen zijn geweest in de situatie van de inwoner,
Artikel 2.5 Verslag
Artikel 2.5 Aanvraag maatwerkvoorziening
Lid 2 Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner worden aan het Plan van Aanpak toegevoegd.
Lid 1 Een inwoner kan schriftelijk of digitaal een aanvraag voor een maatwerkvoorziening indienen. Vervolgens ontvangt de inwoner altijd een Plan van Aanpak, waar hij wel of niet mee akkoord kan gaan. Een voor akkoord ondertekend Plan van Aanpak als bedoeld in artikel 2.5 eerste lid kan worden aangemerkt als aanvraag als de inwoner dat op het
Lid 4 sub b. er sinds een eerdere aanvraag voor jeugdhulp of melding van de hulpvraag Wmo geen relevante wijzigingen zijn geweest in de situatie van de inwoner, en; Lid 4 sub d. Als er sprake is van een spoedeisende geval zoals staat beschreven in artikel 2.7
In de verordening spreken we alleen over een aanvraag jeugdhulp of melding van een hulpvraag in het kader van de Wmo. Niet om een aanmelding. Lid toegevoegd omdat bij een spoedeisende geval vaak geen uitstel duldt en dus geen gelegenheid is om het gesprek te voeren.
Lid 6 sub c. de aard en de omvang van de ondersteuning die nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving;
Lid toegevoegd. Dit betreft een van de stappen in het onderzoek dat nog ontbrak in de verordeningstekst.
Artikel 2.4 Verslag Lid 2 Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner kan de inwoner zelf aan het Plan van Aanpak toevoegen en wordt gedocumenteerd.
Dit lid is aangevuld met werkwijze zoals dit in de praktijk aan de orde.
Lid 1 Een inwoner kan schriftelijk of digitaal een aanvraag voor een maatwerkvoorziening indienen. Vervolgens ontvangt de inwoner altijd een Plan van Aanpak, waar hij wel of niet mee akkoord kan gaan. Een ondertekend Plan van Aanpak als bedoeld in artikel 2.5 eerste lid kan
‘voor akkoord’ in de tweede zin is weggelaten in de nieuwe tekst. Met een ondertekent plan van aanpak doet de inwoner de aanvraag en is niet nodig om ook nog een akkoord te geven door de inwoner op de aanvraag.
Hoofdstuk 3 Voorzieningen Inleidende tekst
Artikel 3.1 Voorzieningen Jeugdhulp en Wmo 2025
verslag van het Plan van Aanpak heeft aangegeven.
worden aangemerkt als aanvraag als de inwoner dat op het verslag van het Plan van Aanpak heeft aangegeven.
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat er bedoeld wordt met voorzieningen vanuit de Jeugdwet en Wmo 2015. Een maatwerkvoorziening wordt alleen toegekend, als na onderzoekt blijkt dat dit noodzakelijk is gezien de aard en ernst van de hulpvraag. Er wordt altijd eerst onderzocht of de hulpvraag ook op andere manieren op te lossen is. Daarbij geldt dat een maatwerkvoorziening zo goed en efficiënt mogelijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag.. Tot slot zijn er situaties waarin het college kan afzien van een maatwerkvoorziening.
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat er bedoeld wordt met voorzieningen vanuit de Jeugdwet en Wmo 2015. Een maatwerkvoorziening wordt alleen toegekend, als na onderzoekt blijkt dat dit noodzakelijk is gezien de aard en ernst van de hulpvraag. Er wordt eerst onderzocht of de hulpvraag ook op andere manieren op te lossen is. Daarbij geldt dat een maatwerkvoorziening zo goed en efficiënt mogelijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag tot een aanvaardbaar niveau. Tot slot zijn er situaties waarin het college kan afzien van een maatwerkvoorziening.
Lid 3 e. coördinatie van zorg
Lid 3 f lichte hulp en ondersteuning
Lid 3e begeleiding wordt geboden door een professional van het lokaal team. De begeleiding kent de volgende categoriën: etc.
Het woord altijd is in de derde zin weggelaten. Toegevoegd aanvaardbaar niveau omdat niet alle hulpvragen tot op hetzelfde niveau is op te lossen, dit is afhankelijk van de hulpvraag en situatie.
Lid 3 sub e is komen te vervallen. Dit betreft geen algemene voorziening maar behelst de regiefunctie die wordt uitgeoefend door de professional van het lokaal team. Lichte hulp en ondersteuning was een te vaag beschreven vorm van ondersteuning dat wordt geboden door het lokaal team. Met deze
f. mantelzorgondersteuning g. Was- en strijkservice h. Vervoer
Artikel 3.2 Algemene toekenningscriteria
Lid 4 sub e Vervoer
Lid 4 sub e Wmo-vervoer
Lid 5 maatwerkwerkvoorzieningen vanuit de Jeugdwet
Diverse vormen van jeugdhulp
Lid 1 Het verslag van het onderzoek wordt als uitgangspunt genomen voor beoordeling van de hulpvraag.
Het verslag van het onderzoek, Plan van Aanpak, wordt als uitgangspunt genomen voor beoordeling van de hulpvraag. Lid 2. Het college kent een maatwerkvoorziening toe, als uit het onderzoek blijkt dat een maatwerkvoorziening nodig is, gezien de aard en ernst van de hulpvraag.
Lid 2 De gemeente kent een maatwerkvoorziening toe, als uit het onderzoek blijkt dat een maatwerkvoorziening nodig is, gezien de aard en ernst van de hulpvraag. De gemeente past hier het afwegingskader toe. Lid 4 Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, kiest het college de goedkoopst passende voorziening. Lid 6 Als een gevraagde specifieke maatwerkvoorziening niet bewezen
aanpassing wordt hier meer invulling aangegeven. In de toelichting staat de toegang en werkwijze nader omschreven. Is toegevoegd Is toegevoegd Is toegevoegd, het gaat hier om duurzaamvervoer Houten en collectiefvervoer Het betreft hier een maatwerkvoorziening voor vervoer Op basis van de jeugdhulp dat per juli/augustus 2023 is ingekocht zijn dit de vormen van jeugdhulp die in ieder geval beschikbaar zijn. Plan van Aanpak toegevoegd. Het verslag zijn de uitkomsten van het onderzoek en wordt genoemd het Plan van Aanpak Het toepassen van afwegingskader is achterwegen gelaten. Dit is van toepassing op het onderzoek dat is uitgewerkt in artikel 2.3 van de nieuwe verordeningstekst
Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, kiest het college de goedkoopst, adequate, tijdig beschikbare voorziening.
Het woord ‘passende’ is vervangen door ‘adequaat’, toegevoegd is de tijdige beschikbaarheid.
Lid 6 Het college kan besluiten om aangevraagde, niet bewezen effectieve
Aanpast ter verduidelijking van de tekst en het doel; hiermee wordt
Toegevoegd: Artikel 3.5 Bijdrage kosten van algemene voorziening
effectief is kan de gemeente besluiten om deze voorziening niet toe te kennen en een bewezen effectieve alternatieve maatwerkvoorziening te verstrekken.
voorziening niet toe te kennen als er een maatwerkvoorziening beschikbaar is die wel bewezen effectief is en antwoord geeft op dezelfde hulpvraag. In dat geval verstrekt het college de bewezen effectieve maatwerkvoorziening.
bedoeld dat het college de niet bewezen effectieve voorziening niet hoeft te beschikken als er een bewezen effectieve voorziening beschikbaar is dat een oplossing biedt op de hulpvraag.
Lid 8 sub c tenzij de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de hulpvraag.
Lid 8 sub c tenzij objectief is aangetoond dat de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de hulpvraag.
Op basis van objectief beoordeling wordt hiertoe het besluit genomen.
Lid 9. Het college kan in nadere regels stellen ten aanzien van de algemene toekenningscriteria
Met de nadere regels kan uitwerking geven aan de algemene toekenningscriteria
Artikel 3.5 Bijdrage kosten van algemene voorziening.
Het artikel is toegevoegd. Op grond van artikel 2.1.4. Wmo 2015 kan het college een bijdrage vragen in de kosten voor een algemene voorziening Wmo. Het gaat hier om de voorzieningen Duurzaam Vervoer Houten, Collectief vervoer en Was- en strijkservice.
Lid 1: De inwoner is met inachtneming van artikel 2.1.4 Wmo 2015 een eigen bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van de volgende algemene voorzieningen: a. Duurzaam vervoer Houten; b. Collectief vervoer, is ten minste gelijk aan het tarief voor openbaar vervoer in de
Voor was- en strijkservice is een lagere eigen bijdrage verschuldigd in tweetal situaties, namelijk wanneer: a. de inwoner ondersteuning nodig heeft bij wassen. De hoogte van
regio en wordt rechtstreeks aan de vervoerder betaald; c. De was- en strijkservice. Lid 2: De eigen bijdrage voor de algemene voorziening bij lid 1 onder a, b en c is gelijk aan de kostprijs welke wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de betreffende aanbieder; Lid 3: In afwijking van lid 1 onder c is een cliënt een lagere bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van de was- en strijkservice als de inwoner samen met een professional van het Sociaal Team Houten beoordelen dat: d. de inwoner ondersteuning nodig heeft bij wassen. De hoogte van de bijdrage per waszak is lager dan de kosten van aan huis wassen en drogen, zoals berekend door het Nibud. e. de inwoner ondersteuning nodig heeft bij wassen én in het bezit is van een u-pas. In dat geval is de hoogte van de
de bijdrage per waszak is lager dan de kosten voor het wassen aan huis, zoals berekend is door het Nibud. De berekende kosten door het Nibud in 2023 is € 6,66 per 2 wasmachines was per week. Dit bedrag is gebaseerd op 1 was op 90 graden en 1 was op 40 graden per week en het drogen en strijken van de was. Hierin is rekening gehouden met de kosten voor wasmiddel, water, elektriciteit en onderhoud en afschrijving van de machine. (Kosten van energie en water | Nibud). Daarnaast zijn de kosten voor strijken € 0,50 dat maakt de totale kosten € 7,16. b. de inwoner ondersteuning nodig heeft bij wassen, dit wordt beoordeeld door het Sociaal Team, én de inwoner in het bezit is van een u-pas. In dat geval is de hoogte van de bijdrage per waszak maximaal de helft van de kosten zoals berekend door het Nibud. De U-pas is een gratis pas voor mensen met een laag inkomen.
bijdrage per waszak maximaal de helft van de kosten van aan huis wassen en drogen, zoals berekend door het Nibud. Lid 4: Het college stelt in nadere regels de bedragen vast voor de bijdrage in de kosten voor het gebruik van de in het eerste lid genoemde algemene voorzieningen. Lid 5: Voor de algemene voorziening zoals genoemd in artikel 3.1 lid 3 onder a t/m f is geen eigen bijdrage verschuldigd.
Hoofdstuk 4 Pgb als maatwerkvoorziening Artikel 4.1 Algemene regels Lid 3 Als de gemeente een pgb voor pgb toekent, mag dit pgb alleen worden ingezet voor het doel en resultaat zoals beschreven in het zorg- en budgetplan.
Lid 7. Een aanvraag voor een pgb kan geheel of gedeeltelijk geweigerd worden:
Als de gemeente een pgb toekent, mag dit pgb alleen worden ingezet voor het doel en resultaat zoals beschreven in het Plan van Aanpak.
Het zorg- en budgetplan wordt gehanteerd bij de aanvraag van de Pgb en dient de inwoner in. In het plan van aanpak zijn de uiteindelijke uitkomsten van het onderzoek opgenomen waaronder de doelen en resultaten. Dit lid heeft betrekking op het laatst genoemde en daarom gewijzigd naar plan van aanpak. Lid weggelaten. Dit lid is overbodig, als er aan de regels kan worden voldaan en onderzoek uit wijst dat pgb passend is, wordt pgb toegekend.
c. als de inwoner niet voldoet aan de regels van het pgb, zoals beschreven in deze Verordening; Artikel 4.2 Aanvullende regels voor pgb.
Artikel 4.3 Hoogte en tarief Pgb
Artikel 4.2 Aanvullende regels voor pgb.
Artikel 4.2 Pgb formele hulp en informele hulp
Lid 4 Indien het pgb is gebaseerd op een bedrag per uur, dagdeel of etmaal, wordt onderscheid gemaakt tussen ondersteuning geleverd door professionele organisaties, zelfstandig ondernemers en het informele netwerk:
Lid 3 Indien het pgb is gebaseerd op een bedrag per uur, per maand, dagdeel of etmaal, wordt onderscheid gemaakt tussen ondersteuning geleverd door professionele organisaties, zelfstandig ondernemers en het informele netwerk:
Lid 4 sub a. Het tarief voor een professionele organisatie bedraagt maximaal de kostprijs van de
Lid 3 sub a Het tarief voor een professionele organisatie bedraagt 95% van de kostprijs van de goedkoopste adequate voorziening in
Artikel geheel gewijzigd waarin het onderscheid duidelijk wordt gemaakt tussen formele en informele hulp. De verordening sluit hiermee aan bij de praktijk. Er zijn voorwaarden gesteld voor het toekennen van informele hulp bij jeugd en de criteria en kwaliteitseisen voor de persoon uit het sociaal netwerk die de hulpverlening uitvoert. Lid 2 uit de voorgaande verordening is hier aan toegevoegd Eenheid per maand is toegevoegd
In dit lid is een percentage aangehouden van 95% omdat verwacht wordt dat er minder administratieve lasten zijn bij een Pgb organisatie dan bij een
goedkoopste adequate voorziening in zorg in natura.
zorg in natura, tenzij aannemelijk is dat dit percentage niet toereikend is om de zorg in te kopen dan geldt de maximale de kostprijs van de goedkoopste adequate voorziening in zorg in natura.
Lid 5 Als de hulp geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk van de inwoner, dan geldt het informele tarief, ook al is diegene een zelfstandig ondernemer of werkzaam bij een professionele organisatie
Hoofdstuk 7 Klachten en inspraak Artikel 7.1 Klachten Lid 1 Als een inwoner een klacht heeft over de wijze waarop diegene behandeld is tijdens procedures op grond van deze Verordening, wordt deze klacht behandeld zoals beschreven in de Klachtenregeling Gemeente Houten.
gecontracteerde aanbieder, denk aan (management) rapportages en een bijdrage in de doorontwikkeling van transformatie opgaven in de regio Lekstroom. Lid weggelaten. Het onderscheid tussen personen uit het sociaal netwerk of professionele zorgorganisatie en ZZP’er wordt aangeduid bij artikel 4.2
Lid 5 Als een inwoner een duurdere voorziening wil inkopen, dan zijn de meerkosten voor eigen rekening van de inwoner.
Voor deze bepaling is een apart lid opgenomen.
Lid 1 Als een inwoner een klacht heeft over de wijze waarop diegene behandeld is tijdens procedures op grond van deze Verordening, wordt deze klacht behandeld zoals beschreven in de Klachtenregeling Gemeente Houten of de feedback- en
Feedback- en klachtenregeling Sociaal Team Houten aan toegevoegd omdat ook via deze regeling bij onvrede over de manier waarop is omgegaan door professional van het Sociaal Team of over de begeleiding jegens de inwoner, de inwoner terecht kan met een klacht bij het de stichting van het Sociaal Team Houten.
klachtenregeling Stichting Sociaal Team Houten.
Lid 2 (…)Deze ondersteuning kan bijvoorbeeld geboden worden door een vertrouwenspersoon van het Advies- en Klachtenbureau Jeugdhulpverlening (AKJ).
Lid 2 (…) Deze ondersteuning kan bijvoorbeeld geboden worden door een vertrouwenspersoon van JeugdStem.
AKJ is vervangen door JeugdStem door naamsverandering
Lid 3 Als een inwoner klachten heeft over de kwaliteit van de maatwerkvoorzieningen en de bijbehorende dienstverlening van de zorgaanbieder, is de klachtenregeling van deze aanbieder van toepassing.
Lid 3 Als een inwoner klachten heeft over de kwaliteit van de maatwerkvoorzieningen en de bijbehorende dienstverlening van de zorgaanbieder, is de klachtenregeling van deze aanbieder van toepassing. Als het contact met de aanbieder over de klacht niet loopt en problemen oplevert kan de inwoner ook terecht bij het lokaal team, het college of de sociaal ombudsfunctionaris.
Laatste zin toegevoegd waarin wordt uitgelegd dat de inwoner ook hier terecht kan om gezamenlijk tot een oplossing te komen.
Drie jaar na de inwerkingtreding van de Verordening wordt de Verordening door het college geëvalueerd. De raad wordt geïnformeerd over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.
De eerste evaluatie van de huidige verordening heeft vorig jaar plaatsgevonden. De frequentie van evalueren van de verordening is verlaagd naar drie jaar met de verwachting dat de effecten van het gevoerde beleid beter te beoordelen zijn en is minder
Hoofdstuk 9 Overige bepalingen en slotbepalingen Artikel 9.3 Evaluatie Lid 1: Een jaar na de inwerkingtreding van de Verordening wordt de Verordening door de gemeente geëvalueerd. De raad ontvangt hiervan een verslag. Lid 2: Hierna wordt het gevoerde beleid eenmaal per twee jaar geëvalueerd, waarbij de raad wordt
geïnformeerd over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk.
belastend voor de ambtelijke organisatie.