071-2023 Motie gew PvdA Goede Start voor statuhouders in Houten
Tekst van het document
aQ 1
071-2023
Gewijzigde motie
v
e hO, )ch
Goede start voor statushouders in Houten
Pv►dA GROENLINKS
•
Houten
HOUTEN
ChristenUnie
••
-
-
Houten
Raadsvoorstelnummer: 650165 Naar aanleiding van agendapunt 4. Perspectiefnota 2024
De raad van de gemeente Houten in de vergadering bijeen d.d.: 4 en 6 juli 2023 Onderwerp: goede start voor statushouders in Houten
De raad, Gehoord de beraadslaging, Overwegende dat - Het college in de perspectiefnota 2024 verwacht dat de taakstelling statushouders zal leiden tot een toename van de omvang van de doelgroep die onder het minimabeleid zal vallen; - Het minimabeleid van Houten er op gericht is huishoudens te behoeden voor armoede en te voorkomen dat schulden worden gemaakt; - In 2022 57 (van de 83) huishoudens van statushouders zijn aangemeld bij de Voedselbank vanwege hun ernstige financiele situatie, voornamelijk veroorzaakt omdat men circa drie maanden moet wachten op toekenning van zorg- en huurtoeslagen; - Te verwachten is dat een vergelijkbaar of hoger aantal statushouders in 2024 in vergelijkbare financiele problemen raken; - De nieuwe Wet inburgering 2021 per 1 januari in werking is getreden waardoor de gemeente verantwoordelijk is voor de begeleiding van inburgeringsplichtigen, waaronder de financiele begeleiding. In dat kader hebben gemeenten de taak de bijstandsgerechtigde statushouders gedurende zes maanden financieel te ontzorgen.
Van mening dat - Het onwenselijk is dat statushouders in de gemeente Houten een slechte start maken met hun inburgering door financiele problemen die voornamelijk veroorzaakt worden door de late toekenning van toeslagen; - Statushouders in vergelijking met andere minima meer kosten moeten maken en inburgeringsverplichtingen hebben die het hebben van een volledig betaalde baan onmogelijk maakt. - Het risico dat statushouders in financiele problemen komt daardoor tot op zekere hoogte voorspelbaar is; - Het onwenselijk is dat de late toekenning van toeslagen tot gevolg heeft dat statushouders fors onder de armoede yens vallen waarmee de armoede onder inwoners van Houten groeit;
Voor
ITH
D66
3l
GL
NH
WD
CDA
3
SGP
CU
I
PVDA
I
HA!
071-2023 Het ongewenst is dat het nodig blijkt te zijn dat statushouders op de Voedselbank aangewezen zijn en we dit moeten zien te voorkomen Roept het college op 1. De beleidsruimte die geboden wordt door het rijk maximaal te benutten voor de (financiele) ontzorging van statushouders; 2. In samenwerking met de WIL en andere Lekstroomgemeenten te onderzoeken of en hoe er vorm gegeven kan worden aan een financiele overbrugging vooral in de periode dat de toeslagen en/of andere rechtmatige tegemoetkomingen nog niet zijn toegekend. En gaat over tot de orde van de dag. Ondertekening en naam:
Anneke Dubbink Jane Lobbrecht PvdA Houten GroenLinks
Jaap Staman D66
Agna van Rees CU
Axel Eerdman HoutenAnders
Robert Pelleboer CDA Toelichting Wanneer statushouders verwelkomd worden als nieuwe inwoners van Houten, hebben zij een lange periode van onzekerheid en onveiligheid achter de rug. Men is gevlucht uit een onveilig land of regio en men heeft lang in onzekerheid gezeten in een asielzoekerscentrum. Nadat Houten is aangewezen als woonplaats, willen statushouders graag hun leven oppakken. Ons inburgeringsbeleid is er op gericht om hen snel op weg te helpen naar zelfredzaamheid en volwaardige inwoners van Houten te worden. Terwijl zij wachten op toekenning van een uitkering en toeslagen, moeten zij al wel allerlei kosten maken. Door een gebrek aan spaargeld hebben zij vaak geen buffer om onvoorziene tegenvallers op te vangen. Zij maken noodgedwongen ook meer kosten dan andere sociale minima, zoals reiskosten, de verplichte inburgeringscursussen en examens evenals eventuele leges- en vertaalkosten voor buitenlandse documenten en kosten voor gezinshereniging. Al deze factoren hebben een negatieve invloed op de financiele situatie, het welzijn en de zelfredzaamheid van statushouders. Inmiddels is op 1 januari 2022 de nieuwe Wet inburgering 2021 in werking getreden. Een van de belangrijkste wijzigingen is dat de gemeente de regie krijgt over het inburgeringstraject, vanaf het moment dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) de statushouder aan de gemeente heeft gekoppeld.
Een brede intake en een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie zorgen voor inburgering op maat. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het afnemen van de brede intake, maar ook voor de inkoop van inburgeringscursussen. Een andere belangrijke verandering is dat gemeente verantwoordelijk is voor de begeleiding van inburgeringsplichtigen. Hier valt ook de financiele begeleiding onder. In dat kader hebben we als gemeente een nieuwe specifieke taak, namelijk om de bijstandsgerechtigde statushouders gedurende zes maanden financieel te ontzorgen. Dit houdt in dat de gemeente de betalingen van huur, gas, water, elektra regelt en het regelen van de verplichte zorgverzekering uit handen nemen. Het geld dat overblijft, keren zij als `leefgeld' uit aan de statushouder. Echter zonder de huur- en zorgtoeslag is het leefgeld zodanig dat statushouders (ver) onder het sociaal minimum zakken en in armoede belanden. Bij een eerste aanvraag voor huur- en zorgtoeslag neemt de toekenning door de Belastingdienst/Toeslagen vaak minimaal acht tot dertien weken in beslag. De toeslagen worden
Voor
ITH
D66
GL
NH
WD
CDA
SGP
CU
PVDA
HA!
071-2023 dan met terugwerkende kracht uitbetaald. Dit inkomensgat door de late toekenning van toeslagen is problematisch. Het gaat in de praktijk om een bedrag tussen de €411 tot €587 per maand voor huurtoeslag en zorgtoeslag dat men in de periode niet ontvangt en wel nodig heeft. Dit levert zowel de gemeente als statushouders stress op. Terwijl het juist de bedoeling is dat het financieel ontzorgen van statushouders minder stress op moet leveren, er minder kans bestaat op financiele problemen, zodat zij zich beter kunnen richten op het inburgeringstraject. De nationale ombudsman concludeert in een rapport uit april 20221 dat de administratieve werkelijkheid van instanties niet aansluit bij de leefsituatie van statushouders. De wet- en regelgeving, maar ook de (overheids-)instanties zelf hebben te weinig oog voor de specifieke behoeften van statushouders en stemmen hun dienstverlening hier niet voldoende op af. Daarbij is het in Houten `gewoon' geworden om statushouders in financiele nood onder meer naar de Voedselbank te verwijzen. Alhoewel statushouders hier vanzelfsprekend heel goed geholpen worden, is het bevreemdend en oneigenlijk dat een dergelijke verwijzing staand beleid is geworden, terwijl de onderliggende oorzaak niet aangepakt wordt.
De verwijzing van statushouders legt ook een extra grote druk op de Voedselbank, waar in de voorgaande jaren gemiddeld 75 huishoudens geholpen worden, gaat het vanaf 2022 om 120 huishoudens, en de verwachting is dat dit aantal nog zal groeien. Het overbruggingsfonds is in de kern kostenneutraal omdat de toekenning van huur- en zorgtoeslagen met terugwerkende kracht worden verstrekt en daarmee vereffening kan plaatsvinden. Wel moet rekening gehouden worden met organisatie- en afhandelingskosten. Hiervoor is overleg met de WIL als uitvoeringsorganisatie nodig.
1
httr s://ww'. /.na onaleomouosman.nl/system/riles/ulllage//3`J04 UrrIuuusrrlan raPUUI L7oLVslalusr iuuuer s
ITH Voor , -
D66 3
GL
NH
WD
CDA
SGP
Cu
I Vr"ur-/1.UuI
PVDA
HA!