Vragen en antwoorden Perspectief HadM
Tekst van het document
Vragen Perspectief 27-6-2023
1. Horst aan de Maas hoort bij de 10% meest broeikasgas uitstotende gemeenten van Nederland. Waar komt deze uitstoot vandaan, wat zijn de doelen van de gemeente hierin dit flink te verminderen voor 2030, en hoe wordt dit op dit moment al aangepakt? Antwoord vraag 1. De beschrijving van de herkomst van de broeikasgasemissies (voor zover deze het gevolg zijn van het gebruik van fossiele energie) is opgenomen in het programma Energiebesparing dat ook als raadsvoorstel voor 11 juli op de agenda staat. Het energiegebruik vindt plaats in de gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie en landbouw (o.a. glastuinbouw). In KODE is opgenomen dat de ambitie is om het energiegebruik met 35% te verminderen. Dit is o.a. geoperationaliseerd in het programma Energiebesparing. Naast emissies ten gevolge van energie, zijn er emissies vanuit de landbouw (met name CO2 en methaan uit veehouderij). De reductie van deze emissies vormen onderdeel van het rijksbeleid emissiereductie in het landelijk gebied (NPLG/stikstof).
2. Gelden de doelen in KODE ook voor de energie van de glastuinbouw of heeft deze sector een eigen energieopgave? Antwoord vraag 2. De doelen gelden voor het gehele energieverbruik van de gemeente. In KODE heeft de glastuinbouw geen eigen afgezonderd doel.
3. Waarom is gekozen voor Arcadis om het milieuonderzoek te doen, en betekent dit dat de eventuele windturbines niet door Etriplus gebouwd mogen gaan worden? Antwoord vraag 3. Arcadis is gekozen vanwege de deskundigheid van het bureau. Arcadis fungeerde als deskundig adviseur van de gemeente. Arcadis is elders, op uitnodiging van de overheid, betrokken geweest als medeontwikkelaar bij een energieproject en heeft daarbij niet als adviseur opgetreden. Rolvermenging heeft dus niet plaatsgevonden. Arcadis zal in Horst aan de Maas op geen enkele wijze financieel deelnemen in de ontwikkeling van het windmolenpark in onze gemeente.
4. Klaver 11 is volgens het voorstel *voorlopig* geen optie vanwege de afstand tot woningen. Gezien deze formulering, wat is het college van plan met dit gebied en de inwoners, gezien deze locatie niet definitief is afgevallen? Antwoord vraag 4. Klaver 11 is aangewezen als ontwikkelgebied voor bedrijven. In het gebied bevinden zich van oudsher woningen en bedrijfswoningen. Deze woningen zijn geluidgevoelige objecten waardoor, door de geringe afstand tot windmolens, hier nu geen windmolens geclusterd kunnen worden geplaatst. Mochten hier in de toekomst, om welke reden dan ook, woningen vervallen, dan is het plaatsen van windmolens dan wellicht haalbaar.
5. Waarom wordt niet gewacht op de vaststelling van de normen en wat betekent het voor het proces, tijdpad en kosten als de normen straks flink blijken af te wijken? Antwoord vraag 5. Het besluit over het plaatsen van windmolens valt in het voorjaar 2025. Dan zijn de nieuwe normen bekend en van kracht. Die nieuwe normen zullen ook worden toegepast. Dus de gemeente voldoet aan uw vraag om te wachten. In het rapport naar de technische haalbaarheid van windmolens is al rekening gehouden met het feit dat door het rijk nieuwe/andere - en wellicht ook aangescherpte normen - worden vastgesteld. We verwachten niet dat de nieuwe landelijke normen fundamenteel zullen afwijken van de bestaande normen. Daarvoor hebben we meerdere redenen. De ‘oude’ landelijke normen zijn in 2021 buiten werking gesteld vanwege een ‘vormfout’, niet vanwege inhoudelijke ondeugdelijkheid van deze normen. De normen waren immers resultante van uitgebreid wetenschappelijk onderzoek en de wetenschappelijke inzichten over de effecten van geluid van windturbines zijn de laatste jaren niet fundamenteel gewijzigd. Verder heeft de rechtbank recentelijk in een aantal gevallen positief geoordeeld over de lokale normen die door enkele gemeenten en provincies zijn gesteld en die gelijk waren aan de ‘oude' landelijke normen.
De verwachting is dat ook met aangescherpte normen het realiseren van windmolens in de gebieden Witveld en Hoogheide mogelijk blijft. In die zin zijn de risico’s acceptabel.
6. Wij zijn benieuwd naar de mening van een ecoloog over het wel of niet plaatsen van windmolens. Kan dit in de MER meegenomen worden? Antwoord vraag 6. Jazeker. Dit is een van de hoofdvragen voor de MER-onderzoekers.
7. Waarom wordt er gekeken naar de Nederlandse normen voor en niet naar de WHO norm van 45 dB of een veel strengere lokale norm gezien er geen contouren voor velden en het werken op velden in de directe nabijheid van windmolens zijn en het hier gaat om grond waarop het hele jaar door buiten wordt gewerkt? Antwoord vraag 7. In Nederland geldt de Nederlandse wet. De norm van de WHO is ook een adviesnorm. In Nederland heeft de wetgever een afweging gemaakt, die rekening houdt met het karakter van ons land. Wij verwachten niet dat bij toepassing van de Nederlandse normen situaties zullen ontstaan die voor werknemers op het veld ongewenst of onacceptabel zullen zijn.
8. Is het mogelijk om te zorgen voor een tussentijds evaluatiemoment van het MER- proces? Antwoord vraag 8. We zullen de raad tussentijds informeren over de voortgang van het proces. De raad mag het college te allen tijde vragen verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid.
9. De windturbines bij Greenport draaien volgens de krant de afgelopen 2 jaar niet op volle capaciteit maar slechts 60%. Wordt bij de doelen met dit soort opbrengsten rekening gehouden? Antwoord vraag 9. Bij de turbines in Greenport speelt een specifiek technisch probleem dat waarschijnlijk op afzienbare termijn opgelost wordt. Daardoor draaien de turbines nog niet op vol vermogen. Bij de planning van de energieopbrengst wordt ervan uitgegaan dat deze beperkingen niet of niet meer gelden; het is immers een afwijking van het normale: een anomalie. Anderzijds wordt wel vooraf rekening gehouden met de mogelijkheid van technische problemen. Daarom vinden er na de oplevering controlemetingen plaats en wordt gecheckt of aan de voorschriften wordt voldaan.
10. Gezien een capaciteit van 60% is het nu niet mogelijk te kijken of de turbines voor overlast gaan zorgen, maar toch moet de buurt nu al aangeven of het geluid ok is of dat men deel wil nemen aan de uitkoopregeling. Klopt deze informatie en hoe gaat dit proces straks in Horst aan de Maas verlopen? Antwoord vraag 10. De vragen gaan over specifieke problemen in Venlo. Venlo heeft een uitkoopmogelijkheid aangeboden aan inwoners van Heierhoeve. Wij hebben nu geen uitkoopregeling voorzien. We zullen in de omgevingsdialoog onderzoeken of er aanleiding en ruimte is om dit te overwegen.
11. Er wordt in het raadsvoorstel gesproken over het starten cq verder gaan met de omgevingsdialoog. Er is vanuit inwoners veel ontevredenheid over de informatiebijeenkomsten, het serieus beantwoorden van vragen en dialoog met omwonenden. Is de dialoog al begonnen en zo ja, hoe zag deze er uit? Hoe kijkt de gemeente naar de kritiek van omwonenden wat betreft communicatie, gebrek aan dialoog, eenzijdige informatievoorziening en slechte beantwoording van vragen? Antwoord vraag 11. De dialoog met omwonenden, bedrijven, grondeigenaren en pachters en met de brede gemeenschap loopt al een tijd en zal ook verder worden doorgezet. Bijeenkomsten met bewoners en bedrijven hebben plaatsgevonden in september/oktober 2022 en wederom in februari en april 2023. Grondeigenaren en pachters in het ontwikkelgebied en bewoners tot 1000 meter van het ontwikkelgebied, zijn persoonlijk per brief uitgenodigd. Ook de dorpsraden zijn voor alle bijeenkomsten uitgenodigd. Daarnaast is via de Hallo, de website en sociale media, aandacht gevraagd voor de bijeenkomsten. Verder zijn er nog aparte gesprekken geweest
met grondeigenaren in Witveld en met pachters in Hoogheide. De opkomst had groter kunnen zijn. Het is zeker niet zo dat er gebrek is geweest aan communicatie en het is onjuist dat de informatie eenzijdig is geweest. We hebben steeds aansluiting gezocht bij de wetenschappelijke informatie en afstand gehouden van tendentieuze berichten. Op de avonden in april hebben we zelfs Tegenwind uitgenodigd om ook een stand te bemensen. Het is jammer dat nu vooral commentaar wordt geleverd door degenen die de mogelijkheden voor communicatie en dialoog niet ten volle hebben benut. Het feit dat men het met antwoorden niet eens is, maakt de antwoorden nog niet slecht. Na het besluit van 11 juli zal de omgevingsdialoog nadrukkelijk en stevig worden doorgezet. Het college is ervan overtuigd dat participatie essentieel is. Het college onderkent dat er spanning is tussen het algemene belang van het aanpakken van de klimaatproblematiek en verantwoordelijkheid nemen voor de energietransitie enerzijds en de lokale belangen die door de maatregelen worden geraakt, anderzijds. Daarom werken wij aan acceptatie voor de noodzakelijke maatregelen, vanuit het besef dat weerstand daarbij tot de maatschappelijke realiteit behoort, maar dat anderzijds voldoende inwoners besef hebben dat we in het belang van de generaties na ons, lastige besluiten moeten nemen. 12.
Waarom is gekozen voor 'streven' naar slechts minimaal 50% lokaal mede-eigendom en wat houdt 'mede' -eigendom in? Waarom is "minimaal 50%" geen harde voorwaarde en is het mogelijk dit percentage flink omhoog te krijgen? Waarom vindt de gemeente dit percentage een eerlijke verdeling lusten en lasten? Antwoord vraag 12. Het streven naar minimaal 50% lokaal mede-eigendom is vastgelegd in het landelijk Klimaatakkoord (2019) om lokale betrokkenheid en lokaal profijt te krijgen. En dus om te voorkomen dat de lasten lokaal neerslaan en de lusten elders landen. Het staat gemeenten vrij om te streven naar een hoger percentage, 50% is het minimum. In KODE is dit nader gespecificeerd naar 50% lokaal coöperatief eigendom. Die mogelijkheid om te sturen op zo veel mogelijk lokaal en al dan niet coöperatief eigendom bestaat in Horst aan de Maas ook, zeker nu de gemeente in Hoogheide daar als eigenaar op kan sturen. Sterker nog, de ontwikkeling van molens op Witveld en Hoogheid kan (afhankelijk van aantal molens en precieze omstandigheden) tot meer dan 80% lokaal eigendom leiden. De eerlijke verdeling van lusten en lasten gaat overigens over meer dan alleen mede-eigendom, maar ook over een gesocialiseerde grondvergoeding, een goede omwonendenregeling en het vormen van een omgevingsfonds.
Een gesocialiseerde grondvergoeding betekent dat de grondeigenaren (en ook pachters) binnen het gebied waarin de bouw van windmolens volgens de normen mogelijk is (het ontwikkelgebied), samen de vergoeding voor het opstalrecht - volgens een gezamenlijk af te spreken sleutel - delen. Dat betekent dus dat vermeden wordt dat de opbrengst enkel toevloeit naar de toevallige eigenaar van het perceel waar de molens op komen te staan. Terwijl de buurman waar de molens óók had kunnen staan, niets krijgt. Een omwonendenregeling is een afspraak - niet gebaseerd op de wet, maar op een onderlinge overeenkomst waarbij is geregeld dat een deel van de grondopbrengst van de molens wordt bestemd voor de meest nabije omwonenden. Deze regeling komt in de gebiedsdialoog tot stand. Bij een omgevingsfonds wordt meestal aangesloten bij de vrijwillige afspraken die landelijk gemaakt zijn om tenminste € 0,50 per opgewekt MWh te storten in een fonds dat aan de gehele gemeenschap ten goede kan komen. Het beheer van een dergelijk fonds kan in handen van een stichting of van dorpsraden worden gelegd. Indien de gemeente als mede-ontwikkelaar optreedt, ontstaat financiële ruimte voor een mogelijke additionele omwonendenvergoeding, zoals in het raadsvoorstel is opgenomen.
13. Kunnen alleen inwoners van onze gemeente beleggen in Reindonk Energie of ook mensen/bedrijven van buiten de gemeente? Antwoord vraag 13. Reindonk Energie is een coöperatieve vereniging. Wie lid kan worden, wordt door de leden zelf bepaald. Het lijkt ons een goed idee als het lidmaatschap - en daarmee de mogelijkheid om te participeren in de windmolens - bij voorrang beschikbaar is voor inwoners van de eigen gemeente. Lidmaatschap kan open staan voor natuurlijke en rechtspersonen (bedrijven). De inleg per participant wordt overigens gemaximeerd om te verzekeren dat alle inwoners van de gemeente die dat willen, ook kunnen participeren.
14. Waarom is gekozen minstens één turbine te verkopen aan een ontwikkelaar? Antwoord vraag 14. In het gebied Witveld heeft een ontwikkelaar ontwikkelrechten afgesproken met enkele grondeigenaren in de vorm van een optieovereenkomst voor een opstalrecht. Dat is een gegeven. In de dialoog over de sociale haalbaarheid die de afgelopen maanden in het gebied met grondeigenaren is gevoerd, is onderling afgesproken dat de ontwikkelaar afziet van het grootste deel van de ontwikkelrechten. Gedacht wordt dat aan een formule waarbij één molen door de ontwikkelaar wordt geëxploiteerd, één molen door de energie coöperatie (waarin eenieder kan deelnemen) en mogelijk één molen door de gezamenlijk grondeigenaren. Dit is ook gerapporteerd op de avond voor inwoners in februari en in de technische toelichting voor de gemeenteraad op 31 mei jl.
15. Ondernemers zijn bang voor beëindiging pachtovereenkomsten waarop de gemeente hulp aan heeft geboden. Zijn er voorwaarden verbonden aan de collectieve overeenkomst voor pachters, bijvoorbeeld door alleen ondernemers die positief zijn over windturbines te belonen? Antwoord vraag 15. De gemeente heeft geen oogmerk om pachtovereenkomsten te beëindigen. Integendeel, het college benadrukt het belang van het voortbestaan en de verdere ontwikkeling van de boom- en sierteelt voor onze gemeenschap. Een collectieve regeling zal voor iedereen gelden - voor zover men wil meedoen ongeacht de meningen over windmolens. Het is wel zo dat het aanbod om de pacht voor alle pachters collectief en beter te regelen, onderdeel is van een gebiedsafspraak over het ontwikkelen van windenergie.
16. Waarom geeft het raadsvoorstel nog geen duidelijkheid wie de eigenaar wordt van de molens op Hoogheide? Gezien het streven van slechts (min) 50% lokaal, wie zijn in de running voor die andere (max) 50%? Antwoord vraag 16. In het raadsvoorstel staat: “In het gebied Hoogheide is een groot deel van de grond in eigendom bij de gemeente. De gemeente wil de kans benutten om zoveel mogelijk ruimte te geven aan lokaal initiatief en daarmee ook maximaal rendement voor de gemeenschap. Mogelijk worden de molens hier gerealiseerd zonder commercieel ontwikkelaar en komen de molens in eigendom bij een lokale coöperatie, pachters/grondeigenaren en/of bij de gemeente zelf.”.
17. Zijn er naast lokale inwoners en de gemeente nog andere grondeigenaren in het ontwikkelgebied en is de mogelijkheid er dat bijv. investeerders de grond kopen waar windmolens geplaatst worden? Antwoord vraag 17. Het ontwikkelgebied Witveld is geheel in particuliere handen. In het ontwikkelgebied Hoogheide is een klein deel in particulier eigendom; het grootste deel is in eigendom bij de gemeente. Het is mogelijk dat ontwikkelaars zich in Hoogheide inkopen bij de particuliere eigenaren. De grondpositie van de gemeente is echter zodanig dat ontwikkelaars geen sleutelposities kunnen innemen.
18. Welke opties voor energieopslag heeft onze gemeente en waarom is dit niet net zo'n groot thema als opwekking en besparing? Antwoord vraag 18. De verwachting is dat het elektriciteitsnet ten tijde van het operationeel worden van de windmolens geschikt is om het aanbod aan elektriciteit in te kunnen voeden op het netwerk. Als alternatief zijn er contacten met meerdere bedrijven die aangeven mogelijkheden te hebben om de opgewekte energie te bufferen op het eigen bedrijf, om de energie rechtsreeks te gebruiken in het bedrijf of via de bestaande netaansluiting op het elektriciteitsnet in te voeden. Een derde optie is conversie naar andere energiedragers zoals bijvoorbeeld waterstof. Deze laatste optie is zowel financieel als qua duurzaamheid waarschijnlijk minder aantrekkelijk.
19. Wie gaat de MER opstellen? Antwoord vraag 19. Daarover moet het college nog een besluit nemen. Wij zoeken een deskundige partij die nog niet eerder betrokken is bij de planontwikkeling en derhalve onafhankelijk kan adviseren. De kwaliteit van een MER wordt overigens ook beoordeeld door de wettelijke commissie m.e.r.
20. Waarom mogen windmolens niet in natuurgebieden geplaatst worden? Antwoord vraag 20. Dat mag soms wel. De provincie kán uitzonderingen maken voor plaatsing in Natuur Netwerk Nederland (in Limburg bekend als goudgroene natuur). Het Rijk kan uitzonderingen maken bij Natura 2000 gebieden. Overigens is de bewijslast dat dit geen ongewenste gevolgen heeft voor flora en fauna hoog; dat is gebleken op de Veluwe waar het bouwen van windmolens onmogelijk bleek vanwege de wespendief.