RIB Septembercirculaire 2022
Tekst van het document
Stuknummer: 22.0006394 -
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: E. Joosten
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 20/10/2022
status
: Actieve informatie
openbaar
: Ja
Onderwerp RIB Septembercirculaire gemeentefonds 2022
Aanleiding De uitkeringen uit het gemeentefonds zijn de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente. Het gaat hierbij om ongeveer 60% van de totale gemeentelijke begroting. Op 23 september heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken de aangepaste septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds gepubliceerd. Deze septembercirculaire is geanalyseerd. Aan de hand van deze adviesnota wordt u geïnformeerd over de uitkomsten hiervan. Samenvatting en aanbeveling De verwerking van de septembercirculaire laat zien dat de meerjarige begroting over alle jaren met uitzondering van 2025 een hoger resultaat laat zien. De huidige begroting zoals die op 1 november voorligt om vastgesteld te worden, kent de volgende begrotingssaldi: Stand 2022 inclusief 1ste bijstelling en standen meerjarenbegroting 2023-2026
€
2022 1.238.000 €
2023 152.000 €
2024 885.000 €
2025 1.461.000 €
2026 70.000
Na doorrekening van de septembercirculaire (voor details zie verder in deze RIB), worden de saldi na deze aanpassing: Nieuwe stand meerjarenraming
€
2022 2.348.880 €
2023 1.192.740 €
2024 1.193.043 €
2025 1.358.787 €
2026 1.671.934
Zoals bekend staan in de begroting nog een aantal ombuigingsopgaven die gerealiseerd moeten worden. Daarnaast staan er een aantal aannames in die afhangen van ontwikkelingen waar we weinig invloed op hebben, zoals de ontwikkeling van de energieprijzen. Ook zijn er nog steeds onzekerheden op korte termijn, gezien de energieprijzen en de inflatie. Bezien en onderzocht wordt wat dit op korte termijn betekent voor inwoners, verenigingen en stichtingen, ondernemers.
Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA
Postadres / PostCodePA PlaatsPA
T TelefoonNummer
F FaxNummer
Pag. 2 van 3
Derhalve het advies om de financiële meevaller mee te nemen bij het vaststellen van de kadernota 2024, en de ontstane ruimte nu niet meteen in te vullen, en aan te houden voor onverwachte zaken waarbij snel handelen in het belang van de inwoners, verenigingen en stichtingen en ondernemers aan de orde is. Dit gelet op de blijvende onzekerheid over de (structurele) ontwikkeling van de financieringssystematiek voor 2026 en verdere jaren, gecombineerd met de aanhoudende onzekerheden betreffende het loon- en prijspeil zowel op de korte als lange termijn. Uiteraard zullen hier dan voorstellen voor naar uw raad komen. Dit geeft ook de ruimte om te bezien hoe de nieuwe ruimte op langere termijn in te zetten. Met de eenmalige compensatie voor het ravijnjaar 2026 is in feite het ravijnjaar 1 jaar opgeschoven naar 2027. Verdere toelichting 1. Doorrekening van de septembercirculaire 2022 In het Coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV is besloten enkele belangrijke wijzigingen in het gemeentefonds door te voeren. Zo is er besloten dat de fondsen vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek bijgesteld worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven voor het volumedeel. Het gereserveerde accres (=groei van het gemeentefonds) vanaf 2026 wordt wel bijgesteld als gevolg van de jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling zoals deze door het CPB wordt geraamd.
Een groot nadeel is dat als gevolg van het loslaten van de normeringssystematiek de algemene uitkering in 2026 en verder enorm daalt. Voor 2026 worden we hiervoor nu eenmalig deels gecompenseerd. Voor 2027 en verder is de VNG hierover nog met het Rijk in overleg en wordt verwacht dat er in het begin van 2023 meer duidelijkheid komt. De volgende aspecten hebben invloed op de hoogte van onze uitkering uit het gemeentefonds. 2022
2023
2024
2025
€
792.000 €
157.000 €
-338.000 € €
-580.000 1.863.000
623.000 -239.000 € 1.686.000 € 2.070.000 €
290.000 € 47.000 € 1.129.000 €
110.000 € 33.000 € 300.000 €
5.000 € -49.000 € -382.000 €
-28.000 -43.000 1.212.000
2026
Algemeen Accresontwikkeling Eenmalige rijksbijdrage financieringssystematiek Plafond BCF, onderschrijding in 2022 Nominale ontwikkeling, hoeveelheidsverschillen en WOZ-mutaties Taakmutaties en IU/DU/SU's Totaal effect Septembercirculaire 2022 (A)
€ € € €
Een korte toelichting op deze aspecten: -
-
-
-
Het Rijk werkt met gemeenten en provincies aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. In aanloop daarnaartoe stelt het kabinet voor gemeenten eenmalig € 1 miljard extra in 2026 beschikbaar. Voor Horst aan de Maas vertaalt zich dat naar een eenmalige bijdrage van ruim € 1,8 miljoen. Het BTW-compensatiefonds wordt landelijk niet volledig benut en de uitputting is daarmee lager dan verwacht. Het restant wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en heeft voor ons een eenmalig positief effect van € 623.000. Door de continue bijstellingen van de landelijke aantallen van de maatstaven (zoals bijvoorbeeld het landelijk aantal uitkeringsontvangers en de WOZ-waarden) en onze eigen aantallen vindt er bij iedere circulaire een aanpassing van de uitkeringsfactor en de uitkeringsbasis plaats. De extra bijdragen die we ontvangen voor nieuwe taken vanuit het rijk worden afhankelijk van de omvang en noodzaak opzij gezet voor eventueel nog te maken lasten.
2
Pag. 3 van 3
De met afstand omvangrijkste taakmutaties in de circulaire betreffen de extra bijdrage in de energietoeslag van +/- € 1 miljoen en een extra bijdrage voor de invoering omgevingswet van +/€ 500.000. Beide eenmalig in boekjaar 2022. 2. Gevolgen voor de begroting Bij de diverse P&C-documenten is reeds zoveel mogelijk geanticipeerd op de verwachte ontwikkelingen.
1) Reeds rekening gehouden met extra ontvangsten of lasten
€
2022 -413.880 €
2023 41.260 €
2024 -41.043 €
2025 -230.787 €
2026 -346.934
2) Nieuwe stelpost voor nieuwe taken voorlopig budgetair neutraal verwerken
€
1.373.000 €
47.000 €
33.000 €
-49.000 €
-43.000
Reeds ingecalculeerde voordelen en nieuwe stelposten (B)
€
959.120 €
88.260 €
-8.043 €
-279.787 €
-389.934
Dit resulteert in de volgende mutaties van de begrotingssaldi ten opzichte van de saldi opgenomen in de meerjarenbegroting 2022-2026. Mutatie septembercirculaire inclusief oude en nieuwe stelposten (A-B)
€
2022 1.110.880 €
2023 1.040.740 €
2024 308.043 €
2025 -102.213 €
2026 1.601.934
2023 152.000 € 1.040.740 € 1.192.740 €
2024 885.000 € 308.043 € 1.193.043 €
2025 1.461.000 € -102.213 € 1.358.787 €
2026 70.000 1.601.934 1.671.934
Hiermee wordt de nieuwe stand van de meerjarenraming als volgt: Stand 2022 inclusief 1ste bijstelling en standen meerjarenbegroting 2023-2026 € Mutatie septembercirculaire € Nieuwe stand meerjarenraming €
2022 1.238.000 € 1.110.880 € 2.348.880 €
Geadviseerd wordt om de (positieve) ontwikkeling van de meerjarenraming mee te nemen naar de voorbereiding van de kadernota 2024. Dit gelet op de blijvende onzekerheid over de (structurele) ontwikkeling van de financieringssystematiek voor 2026 en verdere jaren, gecombineerd met de aanhoudende onzekerheden betreffende het loon- en prijspeil zowel op de korte als lange termijn. Communicatie en vervolgtraject Financiële consequenties van de septembercirculaire worden verwerkt in de begroting.
3