RIB.24.077 Californie
Tekst van het document
Stuknummer: 24.0006577
Raad 26-11-2024 RIB.24.077
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: E. Beurskens
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 07/11/2024
status
: Schriftelijke raadsvragen
openbaar
: Ja
Onderwerp Vragen inzake Californië van fractie Doen!
Vragen en antwoorden 1. We hebben kennis kunnen nemen van de verkoop van Californië van 63 ha aan een Brabantse tuinder. De opbrengst, raming tussen de vijftien en twintig miljoen euro, van deze verkoop is ruimer dan de vergoeding, ca vijftien miljoen euro, die de tuinders zijn toegezegd door de Rechter vanwege de verkoop aan gronden aan voormalig directeur Burghout. Betekent dat nu de uitspraak van de Rechter bij voorrang moet worden uitgevoerd dat de tuinders op korte termijn het door de Rechter toegekende schadebedrag tegemoet kunnen zien? U begrijpt dat deze vraag feitelijk niet aan het college is om te beantwoorden omdat dit speelt tussen Californië BV en de betrokken tuinders. Wat wij begrepen hebben is dat Californië BV zich beraadt over de ontstane situatie en in gesprek is met de betrokken tuinders over wat de beste strategie is. 2. Hoe is het mogelijk dat Californië in de rechtszaak van de tuinders tegen Californië niet heeft ingebracht dat juist expliciet de bestemming glastuinbouw is doorgestreept door via notariële aktes de eigenaar van de gronden, de heer Burghout, te verbieden ooit nog glastuinbouw op de in geding zijnde gronden te doen ontwikkelen? In het verweer van GEC is nadrukkelijk benoemd dat de gronden niet zijn verkocht als glastuinbouwgrond.
De Rechtbank heeft desondanks de terugbetalingsclausule van toepassing verklaard omdat de bestemming van de gronden glastuinbouwgrond was. 3. Heeft de huidige directeur en de aandeelhouders bewust dit punt niet in het geding ingebracht of is hier sprake van grove nalatigheid? Dit punt is dus wel ingebracht in het verweer.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T 077 – 477 97 77
F 077 – 477 97 50
Pag. 2 van 2
4. Mocht Californië B.V. failliet worden verklaard, is er dan nog een mogelijkheid voor hoger beroep of is die middels faillissement uitgesloten? Voor zover wij hebben kunnen beoordelen is hoger beroep dan nog steeds mogelijk. 5. Kan het zo zijn dat de gronden die Californië verkocht heeft aan de Brabantse tuinder nog in bezit zijn bij de provincie Limburg en dat deze in de gegeven situatie weigert de gronden te leveren aan Californië? Indien dit het geval is op basis van welke rechtsgronden weigert de provincie de gronden te leveren en mochten deze er zijn, welke moraliteit dicht u toe aan dergelijk handelen, mede tegen de achtergrond van de betrouwbaarheid, waarvoor de overheden zouden moeten opkomen? Een groot deel van de gronden is nog in eigendom bij de provincie ingevolge een stallingsovereenkomst. Het is ons niet bekend hoe deze overeenkomst verder wordt afgehandeld. 6. Het is een gevoelsvraag, maar bent u ook van mening dat hele gedoe met betrekking tot Californië meer en meer weg heeft van een zinkend schip waarbij het orkest op het dek van een schip blijft spelen tot dat……..? Wij begrijpen uw vraag en laat helder zijn: ook het college is zeer boos over wat zich binnen Californië BV heeft afgespeeld. Hierover hebben wij u eerder geïnformeerd.
Tegelijkertijd is het belangrijk een scherp onderscheid te blijven maken: binnen Californië BV heeft de voormalige top niet zuiver gehandeld. Deze mensen zijn allen vertrokken/opgestapt. De posities zijn opnieuw ingevuld. De huidige top moet handelen naar wat er gebeurd is. Het project Californië (gebiedsontwikkeling Californië 1 en Californië 2) staan voor zover wij weten niet ter discussie vanuit de gedachte om glastuinbouw te concentreren in een gebied dat daartoe ingericht wordt. 7. Welke consequenties trekt uw college uit deze zaken, mocht blijken dat mijn vermoedens (ten dele) bewaarheid worden? De consequenties die wij trekken is dat we naar het gebeurde toe de rekening op het juiste bordje willen leggen enerzijds. En dat we leren naar de toekomst anderzijds. Dat betekent onder andere dat we ons scherp moeten afvragen aan de voorkant in welk construct en met welke sturingsmogelijkheden wij willen deelnemen om een bepaalde ontwikkeling van de grond te krijgen.
Bijlagen -
2