CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.24.067 GIA

Gemeenteraad 15 oktober 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven5.771 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stuknummer: 24.0002458

Raad 15-10-2024 RIB.24.067

raadsinformatiebrief van

: Burgemeester en wethouders

portefeuillehouder

: R. Bouten

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 01/05/2024

status

: Actieve informatie

openbaar

: Ja

Onderwerp Stand van zaken lokale doorontwikkeling geweld in afhankelijkheidsrelaties Aanleiding In de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties (zoals huiselijk geweld en kindermishandeling) spelen we als gemeente, in samenwerking met ketenpartners als Veilig Thuis en politie, een belangrijke rol. Uit verschillende landelijke en lokale inzichten blijkt dat we op dit moment onvoldoende in staat zijn om veiligheid te realiseren in gezinnen die te maken hebben met huiselijk geweld. Zo laat de derde cohortstudie van VerweyJonker (bijlage 1) zien dat in slechts 21% van de gezinnen het geweld na een jaar is gestopt. 1 Vanwege de ernst, urgentie en impact van deze problematiek – zowel individueel als maatschappelijk – en het intergenerationele karakter (waarbij geweldsproblematiek van generatie op generatie wordt doorgegeven), in combinatie met de hardnekkigheid van geweldspatronen, zetten we als gemeente Horst aan de Maas stappen om de veiligheid in deze gezinnen te herstellen en te behouden. Gezinnen die te maken hebben met geweld, in de breedste zin van het woord, hebben een intensievere, structureel andere aanpak nodig om te herstellen van onveiligheid.

Ondanks de landelijke en regionale aandacht voor dit thema stellen we als gemeente Horst aan de Maas vast dat deze gezinnen niet langer kunnen wachten en zetten we stappen om de veiligheid in deze gezinnen te herstellen en te behouden. Daarbij houden we een aantal inhoudelijke uitgangspunten aan, waaronder: ▪ Snel handelen bij binnenkomst van een melding; ▪ Een goede, systemische analyse aan de voorkant; ▪ Een vast gezicht en transparantie voor het gezin; ▪ Langdurige en flexibele nabijheid. Op basis van deze uitgangspunten ontwikkelen we aan de hand van de volgende lijnen: 1) Gezamenlijkheid aan de voorkant; 2) Intensief casemanagement; 3) Continuïteit in de samenwerking.

1 Huiselijk geweld, een complex en hardnekkig probleem. Derde Cohortstudie: Resultaten van de aanpak partnergeweld en

kindermishandeling. Majone Steketee, Liselotte van Loon-Dikkers, Milou Lünnemann, Youp Dusault, Bas Tierolf. September 2023. Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst

Postbus 6005 / 5960 AA Horst

T 077 – 477 97 77

F 077 – 477 97 50

Pag. 2 van 3

De onderdelen zijn hieronder nader toegelicht. Gezamenlijkheid aan de voorkant In de huidige situatie is er sprake van een estafettemodel, waarbij een melding van huiselijk geweld steeds wordt overgedragen naar de volgende organisatie die vanaf dat moment de verantwoordelijkheid draagt. In dit systeem is er sprake van versnippering en gaat informatie verloren. Daarnaast is de route te traag als het gaat om verbinding maken met het gezin in kwestie en hulpverlening positioneren; volgens het landelijk handelingsprotocol heeft Veilig Thuis maximaal 5 werkdagen om de melding te beoordelen en eventueel over te dragen. Dit terwijl het van essentieel belang is om zo snel mogelijk – wanneer de oester nog geopend is – in contact te komen met het gezin in kwestie, omdat op dat moment de bereidheid tot het accepteren van hulp nog het grootste is. Het voorstel dat we op dit moment uitwerken betreft om die reden een periodieke, gezamenlijke triage. Daarbij worden twee keer per week, samen met politie, Veilig Thuis en de gemeente, de Veilig Thuis-meldingen besproken en informatie verrijkt. Vanuit hun wettelijke bevoegdheid beoordeelt Veilig Thuis vervolgens direct, op basis van de verrijking en input van de andere partijen, het veiligheidsniveau en welke partij de melding vervolgens oppakt.

Met deze werkwijze komt de beschikbare informatie tegelijkertijd op tafel en kan het beeld van de situatie zo volledig mogelijk worden gevormd. Daarnaast kan de melding, vanwege het frequente karakter, zo snel mogelijk worden opgepakt. De zeer acute meldingen worden bij binnenkomst direct door Veilig Thuis zelf opgepakt; deze niet kunnen wachten tot het volgende triagemoment. Tot slot wordt er gewerkt aan een convenant om het op deze manier delen en verrijken van informatie te onderbouwen en vast te leggen. Intensief casemanagement Wanneer de melding wordt overgedragen aan de gemeente landt deze, in de huidige situatie, bij de gebiedsteams in het sociaal domein. Een gezinscoach of maatschappelijk werker neemt vervolgens contact op met het gezin om beter beeld te krijgen van de situatie en te beoordelen wat er nodig is om de veiligheid te herstellen. Patronen van huiselijk geweld of kindermishandeling zijn echter complex, vaak intergenerationeel (van generatie op generatie) en moeilijk te doorbreken, zodanig dat op dit moment de benodigde randvoorwaarden om geweld duurzaam te stoppen binnen de gebiedsteams ontbreken. Om die reden zijn we bezig met het uitwerken van een functie waarbinnen intensief casemanagement is belegd.

Collega’s die deze rol gaan vervullen zullen worden opgeleid in onder andere systemisch werken (met aandacht voor de context en de relaties binnen het systeem), het kunnen bieden van meervoudige partijdigheid (een onafhankelijke positie ten opzichte van de gezinsleden) en kennis op het gebied van verschillende geweldspatronen. Daarnaast zullen ze worden gefaciliteerd in tijd, ruimte en mandaat, zodat ze vanuit hun rol kunnen doen wat nodig is om veiligheid te realiseren. Tegelijkertijd wordt er een aantal competenties van ze verwacht, waaronder flexibiliteit, stressbestendigheid en relativerend vermogen. De intensief casemanager zal proactief, structureel en langdurig betrokken zijn en een vast gezicht voor het gezin in kwestie vormen. Tegelijkertijd is deze de spin in het web en aanspreekpunt voor betrokken partners. Continuïteit in de samenwerking Onder randvoorwaarden verstaan we niet alleen de tijd en ruimte die de intensief casemanager krijgt, maar daarnaast ook continuïteit in de samenwerking met partners, zoals GGZ-aanbieders en Gecertificeerde Instellingen (GI’s). Wanneer (specialistische) hulpverlening nodig is in het gezin, is het van belang dat deze zo snel mogelijk kan worden ingezet. We verkennen daarom een aantal mogelijke scenario’s van nauwere

2

Pag. 3 van 3

samenwerking met een aantal GGZ-aanbieders. Deze verkenning bevindt zich nog in een voorfase, maar zal de komende tijd concretere vormen aannemen. Daarnaast is de samenwerking met de Gecertificeerde Instellingen op dit moment opgeknipt. De GI’s komen in beeld wanneer er een gedwongen jeugdmaatregel wordt opgelegd, zoals een ondertoezichtstelling. Wanneer deze maatregel wordt opgelegd, sluit het gebiedsteam van de gemeente de casus af en wordt deze overgedragen aan de Gecertificeerde Instelling. Dit maakt dat het ‘bekende gezicht’ verdwijnt, terwijl de GI in principe tijdelijk betrokken is. Daarnaast is de GI verantwoordelijk voor de begeleiding van de jeugdige(n), terwijl huiselijk geweld en kindermishandeling een probleem is van het hele systeem. Een vaste betrokkene die in het belang van het hele gezin handelt is dus belangrijk. Daarom verkennen we samen met de Gecertificeerde Instellingen een doorlopende samenwerking: wanneer er wordt opgeschaald naar het gedwongen kader, blijft de intensief casusregisseur in beeld en wordt er in gezamenlijkheid opgetrokken. Ook deze samenwerking moet nog verder worden uitgewerkt de komende tijd. Tot slot komt het voor dat er intensief casemanagement nodig is na bijvoorbeeld de inzet van een dienst van Veilig Thuis of de betrokkenheid van een gezinscoach of Wmo-consulent.

In dat geval is er, in het kader van continuïteit en transparantie richting het gezin, altijd sprake van een warme overdracht. Terugblik Filomena en vervolg Op maandag 22 april zijn we met een brede vertegenwoordiging van de gemeenteraad afgereisd naar Rotterdam, voor een werkbezoek aan de politie Rotterdam en Filomena, Centrum voor huiselijk geweld en kindermishandeling. We zijn meegenomen in de werkwijze rondom het Tijdelijk Huisverbod en de inzet van intensief casemanagement bij Filomena wanneer er sprake is van intieme terreur of extreem geweld. De sterke ketensamenwerking en de brede inzetbaarheid van het tijdelijk huisverbod nemen we mee in onze lokale doorontwikkeling. Daarnaast onderzoeken we of en hoe de werkwijze van Filomena zou kunnen landen in onze regio. Waar we in onze lokale doorontwikkeling nadrukkelijk kiezen voor intensief casemanagement is Filomena veelzijdig ingericht; een open inloop en samenwerking met regionale partners onder één dak, waarbij de locatie is ingericht om te kunnen voorzien in medisch onderzoek en een veilige, huiselijke context voor slachtoffers en kinderen. De voorbereidingen voor de drie bovengenoemde lijnen in onze lokale doorontwikkeling zijn in volle gang. We sturen op de operationele start vóór 1 januari 2025.

Een nadere financiële onderbouwing voor een eventuele structurele investeringsvraag zal te zijner tijd worden voorgelegd aan uw gemeenteraad.

Bijlagen 1. Derde Cohortstudie Verwey-Jonker: Resultaten van de aanpak partnergeweld en kindermishandeling

3

Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas Deelnemers Aan voorliggend convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas nemen deel: Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door R.F.I. Palmen, burgemeester van de gemeente Horst aan de Maas, verder aangeduid als ‘Gemeente’; De Politie Eenheid Limburg, Basisteam Horst – Peel en Maas, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door J.M.W. Jonker, Teamchef Horst – Peel en Maas, verder aangeduid als ‘Politie’; Veilig Thuis Noord- en Midden-Limburg, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door M. Vrancken, Hoofd Veilig Thuis Noord- en Midden-Limburg, verder aangeduid als ‘Veilig Thuis’; Hierna afzonderlijk ook te noemen ‘Partij’ en gezamenlijk te noemen ‘Partijen’. 1. Context In de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties speelt de gemeente, in samenwerking met ketenpartners zoals Veilig Thuis en politie, een belangrijke rol.

Wanneer we spreken over geweld in afhankelijkheidsrelaties gaan we uit van verschillende geweldsvormen, waaronder fysiek, psychisch en emotioneel geweld en/of verwaarlozing, zoals ook geformuleerd door onderzoeksinstituut Verwey-Jonker.1 Uit verschillende landelijke en lokale inzichten blijkt echter dat de betrokken ketenpartners op dit moment onvoldoende in staat is om veiligheid te realiseren in gezinnen die te maken hebben met huiselijk geweld. Vanwege de ernst, urgentie en impact van deze problematiek – zowel individueel als maatschappelijk – en het intergenerationele karakter, in combinatie met de hardnekkigheid en complexiteit van geweldspatronen, heeft de gemeente Horst aan de Maas gekozen voor een lokale doorontwikkeling. Deze doorontwikkeling bestaat uit drie met elkaar samenhangende lijnen: 1. Frequente, gezamenlijke verrijking van meldingen; 2. Intensief casemanagement; 3. Continuïteit in de samenwerking. Dit convenant geeft invulling aan de eerste lijn: de samenwerking tussen gemeente, politie en Veilig Thuis voor het frequent, gezamenlijk delen en verrijken van meldingen van huiselijk geweld. Deze samenwerking heeft, vooralsnog als pilot voor de periode 1 oktober 2024 – 31 december 2025, vorm gekregen in de Triagetafel Horst aan de Maas (hierna: de Triagetafel).

Het karakter van de pilot biedt de deelnemende partijen de mogelijkheid om werkende weg te ervaren wat de werkzame elementen zijn van de beschreven werkwijze en welke structurele afspraken wenselijk zijn om vast te leggen na de pilotperiode. 2. Aanleiding In de huidige situatie is er op het gebied van geweld in afhankelijkheid sprake van een estafettemodel, waarbij informatie over of vermoedens van huiselijk geweld schriftelijk en bilateraal worden gecommuniceerd en worden overgedragen naar een volgende organisatie die vanaf dat moment de verantwoordelijkheid draagt. In deze vorm van informatieoverdracht is sprake van versnippering en gaan nuance en detailinformatie onverhoopt verloren, wat kan leiden tot onveilige situaties voor de betrokkenen en/of hun omgeving. Juist in situaties waar vermoedens zijn van relationeel geweld is het van essentieel belang om de beschikbare informatie zo volledig mogelijk samen te brengen en zo accuraat mogelijk te duiden. Accurate duiding van de beschikbare informatie vereist dat betrokken partners gelijktijdig, vanuit hun betrokkenheid bij de betreffende inwoner(s) en/of hun relevante expertise, hun visie op een melding met elkaar uitwisselen en gezamenlijk een passende vervolgstap kunnen bepalen.

1Majone Steketee, Liselotte van Loon-Dikkers, Milou Lünnemann, Youp Dusault, Bas Tierolf. Huiselijk geweld: een complex en hardnekkig

probleem. Derde Cohortstudie: Resultaten van de aanpak partnergeweld en kindermishandeling. Utrecht, september 2023

Daarnaast is de huidige route te traag als het gaat om verbinding maken met het gezin in kwestie en hulpverlening positioneren; volgens het landelijk handelingsprotocol heeft Veilig Thuis maximaal 5 werkdagen om de melding te beoordelen en eventueel over te dragen. Dit terwijl het van essentieel belang is om zo snel mogelijk – in het momentum van de situatie, wanneer de oester nog geopend is – in contact te komen met het gezin in kwestie, omdat op dat moment de bereidheid tot het accepteren van hulp nog het grootste is. De huidige termijn van 5 werkdagen maakt dat contact maken met het gezin in kwestie regelmatig vastloopt, passende ondersteuning niet wordt opgestart en de situatie opnieuw wordt gemeld bij Veilig Thuis of bij de Beschermtafel, met mogelijke veiligheidsrisico’s voor de inwoner(s) en/of hun omgeving tot gevolg. Tot slot is er sprake van versnippering tussen de kanalen via welke verschillende meldingen worden geregistreerd. Meldingen over personen waarover zorgen bestaan kunnen via separate kanalen worden geregistreerd: a. een melding aan Veilig Thuis; b. een politiemelding betreffende niet-acute zorg (I28 melding); c. een melding in het kader van openbare orde en veiligheid (OOV). Er kan echter sprake zijn van overlap tussen deze meldingen. Separate meldingen, elk afzonderlijk geregistreerd, kunnen eenzelfde persoon of huishouden betreffen.

Door de separate registratie worden meldingen in dergelijke situaties afzonderlijk beoordeeld, waarbij de ernst van de melding onderschat kan worden of de samenhang van elementen in de analyse van de situatie ontbreekt. Dit kan vervolgens leiden tot onveilige situaties voor betrokkenen en/of hun omgeving. 3. Doel gezamenlijke triage Doel van de Triagetafel is om huishoudens die te maken hebben met geweld in afhankelijkheid beter te kunnen ondersteunen in het creëren van duurzame veiligheid. De afstemming aan de Triagetafel draagt bij aan een zo volledig en accuraat mogelijke analyse van de gemelde situatie aan de voorkant, de daarmee samenhangende vervolgstap en de snelheid waarmee vervolgens kan worden gehandeld. Door de Veilig Thuis meldingen te vergelijken met de eerdergenoemde meldingen I-28 en OOV wordt voorkomen dat separate meldingen over eenzelfde betrokkene afzonderlijk van elkaar, en dus zonder samenhang, worden beoordeeld. Zo ontstaat een beter beeld van de situatie en kunnen hulp en eventuele maatregelen ten behoeve van de betrokkene en/of diens directe omgeving effectiever worden ingezet. Ervaringen en expertises worden aan de Triagetafel in samenhang ingezet, wat bijdraagt aan een effectievere aanpak van huiselijk geweld en een verlaging van veiligheidsrisico’s voor inwoner(s) en/of hun omgeving. 4.

Werkwijze Triagetafel Politie, Veilig Thuis en de gemeente bespreken en verrijken alle binnengekomen Veilig Thuis-meldingen voor de gemeente Horst aan de Maas. Vanuit haar wettelijke bevoegdheid beoordeelt Veilig Thuis vervolgens direct, op basis van de verrijking en input van de andere organisaties, het veiligheidsniveau en welke organisatie de melding vervolgens oppakt. Met deze werkwijze komt de beschikbare informatie tegelijkertijd op tafel en kan het beeld van de situatie zo volledig en accuraat mogelijk worden gevormd. Daarnaast kan de melding, vanwege het frequente karakter van de triage, zo snel mogelijk worden opgepakt. De meldingen met een zeer acuut karakter worden bij binnenkomst direct door Veilig Thuis zelf opgepakt; deze kunnen niet wachten tot het volgende triagemoment. Binnenkomst melding bij Veilig Thuis 1. Er komt een melding binnen bij Veilig Thuis. Deze kan door iedereen zijn aangeleverd, bijvoorbeeld politie, een zorgprofessional, een medewerker van de gemeente (beroepsmatig) of iemand in het netwerk van de betrokkene(n) (niet-beroepsmatig). 2. Veilig Thuis start haar veiligheidsbeoordeling op en zet parallel daaraan de vraag uit bij de gemeentelijke Toegang of het gezin in kwestie bekend is. 3.

Het gemeentelijk Toegangsteam checkt of er een intensief casusregisseur is betrokken bij het gezin in kwestie op basis waarvan de volgende acties worden uitgevoerd: Indien er wel sprake is van een betrokken intensief casusregisseur Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas

-

Toegang koppelt betrokkenheid van de intensief casusregisseur terug aan Veilig Thuis en licht de intensief casusregisseur in over de binnengekomen melding. - De intensief casusregisseur sluit vanuit eigen betrokkenheid aan bij de volgende Triagetafel en stemt af met andere betrokken collega's waar nodig. Indien er geen sprake is van een betrokken intensief casusregisseur - Toegang checkt in het systeem of Jeugd, Wmo of Meedoen & Geldzaken betrokken is en zet de vraag door per mail naar Team Veiligheid en Team Schuldhulpverlening en neemt de actief betrokken collega's Jeugd / Wmo / M&G mee in deze mail. De betrokkenheid van Team Veiligheid kan worden onderverdeeld in drie lijnen: 1) Eigen betrokkenheid collega's Veiligheid; 2) Bekendheid vanuit Zorg Netwerkoverleg; 3) Bekendheid vanuit meldingen OOV. - Bij reactie van alle bevraagde domeinen koppelt Toegang de betrokkenheid terug aan Veilig Thuis en zet deze terugkoppeling door aan (één van) de intensief casusregisseurs die aansluiten bij de Triagetafel. - De intensief casusregisseur die de terugkoppeling van Toegang ontvangt schakelt met de eventueel betrokken collega's uit de andere domeinen om input voor de Triagetafel voor te bereiden. Indien geen betrokkenheid vanuit andere domeinen neemt de intensief casusregisseur deze informatie mee naar de Triagetafel. NB.

Indien een collega in het verleden betrokken is geweest maar de casus heeft afgesloten, wordt deze collega als niet betrokken beschouwd. Intern kan de intensief casusregisseur wel informatie ophalen vanuit de betrokkenheid in het verleden, het is echter niet vanzelfsprekend dat dezelfde collega opnieuw actief betrokken raakt. 4. Veilig Thuis rondt het eerste gedeelte van de veiligheidsbeoordeling af op basis van de binnengekomen melding. Met haar inschatting van de veiligheid en de terugkoppeling van het toegangsteam sluit Veilig Thuis aan bij de eerstvolgende Triagetafel. Triagetafel 1. De Triagetafel vindt periodiek en frequent plaats met een voorkeur voor minimaal twee keer per week. Aanwezig bij de Triagetafel zijn een vertegenwoordiging van: Veilig Thuis, politie en de gemeente Horst aan de Maas. 2. Tijdens het overleg aan de Triagetafel worden de binnengekomen meldingen bij Veilig Thuis voor Horst aan de Maas tot een gezamenlijk te bepalen tijdstip op de dag van tevoren ingebracht en getriageerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beroepsmatige en niet-beroepsmatige meldingen. Daarnaast worden overeenkomsten met de OOV- en I-28 meldingen vastgesteld en wordt de betreffende informatie op basis van professionele inschatting gedeeld. Er worden, naast persoonlijke notities van deelnemers, geen notulen vastgelegd van de inhoudelijke bespreking van het overleg.

In onderstaande werkwijze staat het al dan niet delen van informatie stapsgewijs toegelicht. VT-meldingen 1. Deling persoonsgegevens en inhoud melding Beroepsmatige meldingen De noodzakelijke persoonsgegevens (naam en/of adres en/of geboortedatum) en de inhoud van de melding worden gedeeld. Niet-beroepsmatige meldingen De noodzakelijke persoonsgegevens (naam en/of adres en/of geboortedatum) worden gedeeld en er vindt een bekendheidscheck plaats bij de deelnemende partijen. Afhankelijk van de bekendheid bij de deelnemende partijen en de inhoud van de melding maakt Veilig Thuis de inschatting of het van belang is om de inhoud van de melding te delen en integrale afstemming plaats te laten vinden. 2. Input deelnemende partijen en integrale afstemming Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas

Wanneer de inhoud van de melding wordt gedeeld leveren de deelnemende partijen input op basis van betrokkenheid en/of expertise. Er vindt integrale afstemming plaats om een zo nauwkeurig mogelijk beeld te vormen van de situatie en het veiligheidsniveau. Hieronder wordt ook verstaan de vaststelling of over het gezin in kwestie tevens een melding OOV en/of een melding I-28 is opgemaakt. Indien dit het geval is wordt de noodzakelijke informatie uit de betreffende OOV- dan wel I-28 melding gedeeld. 3. Besluit Op basis van de integrale afstemming door de partners aan de Triagetafel neemt Veilig Thuis een besluit over het veiligheidsniveau en de te nemen vervolgstap, waaronder bijvoorbeeld een dienst inzetten van Veilig Thuis of overdracht naar het lokale team van de gemeente. Indien onder (1) is besloten om de inhoud van de niet-beroepsmatige melding niet te delen, rondt Veilig Thuis haar veiligheidsbeoordeling af via de reguliere werkwijze conform het op dat moment geldende Handelingsprotocol Veilig Thuis. Meldingen OOV en I-28 De deelnemende partij de gemeente Horst aan de Maas beschikt over de meldingen OOV en de meldingen I-28.

Wanneer van deze meldingen bekend is dat er tevens een VT-melding is gedaan, dan wel de gemeente Horst aan de Maas de professionele inschatting maakt dat een VT-melding aan de orde is, worden de persoonsgegevens (naam en/of adres en/of geboortedatum) van de betreffende inwoner(s) gedeeld en een bekendheidscheck gedaan bij de deelnemende partijen. Afhankelijk van de bekendheid bij de deelnemende partijen en de inhoud van de melding maakt de gemeente Horst aan de Maas de inschatting of het van belang is om de inhoud van de melding te delen en integrale afstemming plaats te laten vinden. 5. Gegevensdeling, geheimhouding en bescherming privacy Het delen en verrijken van informatie tijdens de Triagetafel houdt in dat tussen de deelnemende organisaties persoonsgegevens worden gedeeld die privacygevoelig zijn. Het is daarom van belang dat de rechtmatigheid van die gegevensdeling wordt vastgesteld, vastgelegd en onderbouwd. Dit dient te gebeuren op basis van de wetgeving die op de deelnemende organisaties van toepassing is. De kanttekening daarbij is dat de rechtmatigheid voor de gegevensdeling niet voor alle partijen die aan tafel zitten onderling geldt. Zo mag Veilig Thuis het met alle partijen in een bilateraal overleg over de casus hebben, maar geldt dit niet voor het delen van de informatie van de overige partijen met elkaar.

Deze informatie kan formeel alleen gedeeld worden met de partijen die ná de veiligheidsbeoordeling van Veilig Thuis betrokken zijn. Dit vindt nu vroegtijdig plaats. Daarom is het van belang dat alle partijen aan tafel de bespreking zo zuiver mogelijk houden en alleen die informatie delen die van belang is voor de beoordeling door Veilig Thuis. Deelnemers beginnen met het 'dat’ en niet meteen over het 'wat’. Dat laatste gebeurt pas als uit de lopende triage blijkt dat deze inhoudelijke informatie ook echt noodzakelijk is. Het is aan de professionaliteit van de deelnemers hier zorgvuldig mee om te gaan. Proportionaliteit Aan de Triagetafel worden alle binnengekomen meldingen bij Veilig Thuis voor de gemeente Horst aan de Maas besproken, met uitzondering van de meldingen met een dermate acuut karakter dat Veilig Thuis daar zelf direct een regierol in neemt. Bij de meldingen die op de Triagetafel landen is de mate van onveiligheid niet direct duidelijk; dit wordt afgestemd en geanalyseerd aan de Triagetafel. Dit gegeven wordt enerzijds ondervangen doordat deelnemers gefaseerd met informatie omgaan en beginnen met het ‘dat’, alvorens uit te wijden over het ‘wat’, waarbij louter informatie noodzakelijke informatie wordt gedeeld. Daarnaast gaan we uit van de professionaliteit van beroepsmatige melders.

Wanneer een VT-melding beroepsmatig wordt gedaan, bijvoorbeeld door politie, psychisch- of medisch hulpverleners, gaan we uit van de professionele inschatting van een dermate veiligheidsrisico voor de betrokkene(n) en/of hun omgeving dat het noodzakelijk is om relevante informatie aan de Triagetafel te delen. Wanneer er sprake is van een niet-beroepsmatige melding (bijvoorbeeld door een inwoner zonder professionele betrokkenheid) wordt de noodzakelijkheid van informatiedeling op basis van de melding en op basis van in hoeverre deelnemende partijen reeds betrokken zijn, ingeschat. Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas

In de bij dit protocol opgenomen bijlage wordt een overzicht gegeven van de betreffende wetgeving en welke rechtsgronden deze bieden voor de gegevensdeling tussen de deelnemende organisaties. Deze uiteenlopende wetgeving geeft de rechtsgronden voor verschillende doelen waarvoor de persoonsgegevens verwerkt kunnen worden, maar die uiteindelijk eenzelfde overkoepelend doel dienen: het verrichten van onderzoek naar de hulpvraag van de betrokkene. Dit kan in diens eigen directe belang zijn of in het belang van anderen in de (directe) omgeving van de betrokkene. Hieronder volgen per organisatie de hoofdlijnen vanuit de wetgeving die voor de gegevensdeling tussen de betrokken organisaties gelden: a. Veilig Thuis De WMO geeft Veilig Thuis de rechtsgrond om: - een onderzoek in te stellen naar vermoedens / meldingen van huiselijk geweld en/of kindermishandeling; - de politie te informeren over een vermoeden / meldingen van huiselijk geweld en/of kindermishandeling; - degene die de melding heeft gedaan te informeren over wat er met de melding is gedaan. De wijze van onderzoeken is niet gespecificeerd in artikel 4.1.1 e.v. WMO en is in principe vormvrij. Een overleg met de politie en de gemeente zou dus onderdeel van het onderzoek kunnen zijn. b. Politie Het verwerken van persoonsgegevens in het kader van politietaak is onderhevig aan de bepalingen van de Wet politiegegevens (Wpg).

De Wpg kent een zogenoemd ‘gesloten verstrekkingenregime’. Dit betekent dat politiegegevens slechts kunnen worden verstrekt wanneer daar een specifieke grondslag voor bestaat en dan enkel voor de omschreven doeleinden. Relevant voor de Triagetafel is de volgende verstrekkingsgrondslag: - Artikel 4:2 lid 1 sub i Besluit politiegegevens (Veilig Thuis); Onderliggend convenant is expliciet géén samenwerkingsverband in de zin van artikel 20 Wpg. Artikel 7 lid 2 Wpg regelt dat de ontvanger van politiegegevens verplicht is tot geheimhouding van die gegevens. Deze geheimhouding kan enkel worden doorbroken voor zover een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift tot verstrekking verplicht of zijn taak daartoe noodzaakt. Een onderbouwing van een doorbreking van de geheimhouding is wenselijk. De geheimhouding gaat ook mee over naar een derde ontvanger van die politiegegevens. c. College van burgemeester en wethouders De WMO geeft het college van burgemeester en wethouders (hierna; college van B&W) de mogelijkheid een onderzoek op basis van een melding in te stellen. De wijze van onderzoeken is niet gespecificeerd in artikel 2.3.2 WMO en is in principe vormvrij. Een overleg met de politie en Veilig Thuis zou derhalve onderdeel van het onderzoek kunnen zijn. Het onderzoek kan, maar hoeft niet in samenspraak met de betrokkene of diens vertegenwoordigers te worden uitgevoerd.

Artikel 2.3.3 WMO geeft het college van B&W de mogelijkheid in spoedeisende gevallen direct een maatwerkvoorziening in te stellen zonder voorafgaand onderzoek. Het college van B&W moet dan wel in staat zijn gesteld te beoordelen of er sprake is van een spoedeisend geval. Op basis waarvan deze beoordeling wordt gedaan is niet gespecificeerd en is dus in principe vormvrij. d. Burgemeester De Burgemeester als bestuursorgaan van een gemeente heeft primair de bevoegdheid toe te zien op bewaring van de openbare orde en veiligheid zoals vastgelegd in de Gemeentewet, artikel 172. Het college van B&W heeft de bevoegdheden met betrekking tot het sociale domein. De twee bestuursorganen ontberen in principe wettelijke gronden op basis waarvan onderling persoonsgegevens kunnen worden uitgewisseld.

Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas

Concluderend kan worden vastgesteld dat de verschillende wetgeving in combinatie voldoende rechtsgronden geeft voor het verwerken van persoonsgegevens door de organisaties die deelnemen aan de Triagetafel in het kader van het doel zoals onder 3. is geformuleerd. Aanvullend verbinden de convenantpartners zich ten aanzien van geheimhouding en privacy tot het volgende: 1. De convenantpartners zijn verplicht tot geheimhouding van de ontvangen gegevens, over al hetgeen waarvan redelijkerwijs is aan te nemen dat bekendmaking daarvan de belangen van betrokken personen of de partners kan schaden, behoudens voor zover de uitvoering van de taak met het oog waarop de gegevens zijn verkregen tot het ter kennis brengen daarvan noodzaakt. 2. De convenantpartners verbinden zich ten opzichte van elkaar om informatie die zij hebben ontvangen niet zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de verstrekkende deelnemende partij door te verstrekken aan anderen dan de deelnemende convenantpartners. 3.

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van het convenant en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit convenant voortvloeit, 4. De convenantpartners verplichten zich ten opzichte van elkaar om passende technische en organisatorische maatregelen te treffen, conform artikel 32 AVG en artikel 4a Wpg, ter beveiliging van de gegevens tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking, en om de informatie strikt vertrouwelijk en met gepaste geheimhouding te behandelen. 5. Ontvangen gegevens worden na een interventie conform de geldende richtlijnen verwijderd en/of vernietigd. 6. Indien de ontvanger van gegevens van bovenstaande afwijkt, kan een convenantpartner maatregelen treffen die leiden tot het opschorten en uiteindelijk opzeggen van de samenwerking. 6. Inwerkingtreding, opzegging, beëindiging en voortdurende verplichtingen 1. Dit convenant treedt na ondertekening door partijen in werking op 1 oktober 2024 en wordt aangegaan tot en met 31 december 2025. 2.

Dit convenant kan met instemming van de convenantpartners worden verlengd voor een dan door de convenantpartners te bepalen periode. 3. Beëindiging van deelname door een convenantpartner gebeurt schriftelijk aan alle convenantpartners. Hierbij geldt een opzegtermijn van 6 maanden. 4. Dit convenant kan met instemming van alle convenantpartners op ieder moment worden beëindigd. 5. Verplichtingen die naar hun aard zijn bestemd om ook na de beëindiging van het convenant voort te duren, blijven na beëindiging van dit convenant bestaan. Tot deze verplichtingen behoort onder meer de afspraak tot geheimhouding. 6. Zodra de samenwerking is beëindigd, zullen de convenantpartners de persoonsgegevens die zij van elkaar hebben ontvangen behandelen conform de bewaartermijnen die voor hen van toepassing zijn, De convenantpartners werken onder eigen verantwoordelijkheid en hebben zich aan eigen bewaartermijnen te houden. De Wpg regelt per soort verwerking van politiegegevens de bewaar- en vernietigtermijnen. 7. Convenantpartners zijn bereid om dit convenant aan te passen indien evaluaties, ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving en/of veranderde inzichten van toezichthouders dan wel veranderingen in de stand van de techniek dit vereisen.

Convenantpartners overleggen ter zake dergelijke wijzigingen te goeder trouw welke aanpassingen zijn vereist om (weer) aan de letter en de geest van de AVG en Wpg te (blijven) voldoen. 8. Convenantpartners zijn gerechtigd dit convenant per direct te ontbinden indien een convenantpartner te kennen geeft niet (langer) te kunnen voldoen aan de betrouwbaarheidseisen die op grond van ontwikkelingen in de wet en/of de rechtspraak aan de verwerking van persoonsgegevens worden gesteld. 7. Toepasselijk recht en geschillen 1. Op dit convenant is Nederlands recht van toepassing. 2. Convenantpartners proberen bij geschillen tot een voor iedere partij aanvaardbare oplossing te komen. Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas

8. Citeertitel Dit convenant wordt aangehaald als: Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas. Aldus overeengekomen: Namens de gemeente Horst aan de Maas, drs. R.F.I. Palmen, burgemeester Datum en plaats:

Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas

Namens de Politie eenheid Limburg, basisteam Horst – Peel en Maas, de heer J.M.W. Jonker, Teamchef Horst – Peel en Maas Datum en plaats:

Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas

Namens Stichting Veilig Thuis Noord- en Midden-Limburg, mevrouw M. Vrancken, Hoofd Veilig Thuis Noord- en Midden-Limburg Datum en plaats:

Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas

Bijlage 1 Per deelnemende organisatie zullen de relevante wettelijke bepalingen op basis waarvan deze persoonsgegevens kan verwerken in het kader van deelname aan de Triagetafel worden geïnventariseerd. 1. Algemeen De algemene rechtsgeldigheid van gegevensverwerking voor partijen die persoonsgegevens onder de AVG verwerken, dient primair op de AVG te zijn gebaseerd. De AVG bepalingen die van toepassing zijn: artikel 6 Rechtmatigheid van de verwerking lid 1 sub c De verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust; lid 1 sub e De verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen; artikel 9 Verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens lid 2 sub g De verwerking is noodzakelijk om redenen van zwaarwegend algemeen belang, op grond van Unierecht of lidstatelijk recht, waarbij de evenredigheid met het nagestreefde doel wordt gewaarborgd, de wezenlijke inhoud van het recht op bescherming van persoonsgegevens wordt geëerbiedigd en passende en specifieke maatregelen worden getroffen ter bescherming van de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkene; Hierbij is het van belang alle voorwaarden gesteld in artikel 9 lid 2 sub g in acht te

nemen: 1. waarbij de evenredigheid met het nagestreefde doel wordt gewaarborgd 2. de wezenlijke inhoud van het recht op bescherming van persoonsgegevens wordt geëerbiedigd 3. en passende en specifieke maatregelen worden getroffen ter bescherming van de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkene Om een een beroep te kunnen doen op dit artikellid voor de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens dient aan alle drie voorwaarden te worden voldaan. 2. Politie Politiewet artikel 3 De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. Wet politiegegevens artikel 16 lid 1 sub b.2 (verstrekking aan gezagsdragers) De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt politiegegevens aan: de burgemeesters voor zover zij deze behoeven: in het kader van de handhaving van de openbare orde 3. Gemeente 3.1 college van B&W Wet maatschappelijke ondersteuning artikel 2.3.2 Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas

Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning, voert het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken, een onderzoek uit overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding. artikel 2.3.3 In spoedeisende gevallen, daaronder begrepen de gevallen waarin terstond opvang noodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, beslist het college na een melding als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2 en de aanvraag van de cliënt. Artikel 2.4 lid 1 Zodra het college tot het oordeel komt dat een maatregel met betrekking tot het gezag over een minderjarige die zijn woonplaats heeft binnen zijn gemeente overwogen moet worden, doet het college een verzoek tot onderzoek bij de raad voor de kinderbescherming. 3.2 Burgemeester Gemeentewet artikel 170 lid 3 De burgemeester bevordert overigens een goede behartiging van de gemeentelijke aangelegenheden.

Wet politiegegevens artikel 16 lid 1 sub b.2 (verstrekking aan gezagsdragers) De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt politiegegevens aan: de burgemeesters voor zover zij deze behoeven: in het kader van de handhaving van de openbare orde 4. Veilig Thuis Wet maatschappelijke ondersteuning artikel 4.1.1 lid 2 sub b Veilig Thuis oefent de volgende taken uit: b. het naar aanleiding van een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling of een vermoeden daarvan, onderzoeken of daarvan daadwerkelijk sprake is; artikel 5.2.6 Derden die beroepshalve beschikken over inlichtingen die noodzakelijk kunnen worden geacht om een situatie van huiselijk geweld of kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden daarvan te onderzoeken, kunnen aan Veilig Thuis deze inlichtingen desgevraagd of uit eigen beweging verstrekken zonder toestemming van degene die het betreft en indien nodig met doorbreking van de plicht tot geheimhouding op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van hun ambt of beroep.

Convenant pilot samenwerking in de Triagetafel Horst aan de Maas

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14615502/1