CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.23.077 Nieuwe rijksnormen windenergie

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven4.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stuknummer: 23.0005815

Raad 31-10-2023 RIB.23.077

raadsinformatiebrief van

: Burgemeester en wethouders

portefeuillehouder

: T. Kuipers

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 16/10/2023

status

: Actieve informatie

openbaar

: Ja

Onderwerp Ontwerp nieuwe rijksnormen voor windenergie Waarom deze raadsinformatiebrief? De raad heeft op 11 juli 2023 een besluit genomen over het opstellen van een Milieu Effect rapportage, voorsorterend op de nieuwe landelijke normen. Ten tijde van het raadsvoorstel was de precieze inhoud van de nieuwe normen nog niet bekend, maar een zekere mate van aanscherping van de normen was waarschijnlijk. Het Rijk heeft op 12 oktober 2023 het ontwerp voor de nieuwe normen gepubliceerd. Wij brengen u met deze RIB op de hoogte van deze nieuwe ontwerp-normen. Bij het opstellen van de MER zal conform uw besluit van 11 juli worden aangesloten op deze nieuwe normen. Eerder heeft de gemeenteraad op basis van een gebiedsanalyse en -weging in KODE het gebied A73/Maaslijn aangewezen als het meest kansrijke gebied voor wind. Ook met de nieuwe normen blijft A73/Maaslijn het meest kansrijke gebied. Aanleiding De in het landelijke Activiteitenbesluit (2013) opgenomen normen voor windturbines in windparken zijn door de uitspraak van de Raad van State inzake Delfzijl Zuid (2021) buiten werking gesteld. De Raad van State kwam tot dat oordeel omdat de normen niet op basis van een MER tot stand waren gekomen. Het oordeel van de Raad van State richtte zich niet tegen de normen als zodanig. Na deze uitspraak heeft het Rijk een MER laten opstellen.

Op basis daarvan zijn nu nieuwe ontwerp normen voorgesteld, die als wijziging in het Activiteitenbesluit zullen worden opgenomen. Tegen de ontwerp normen kunnen nu zienswijzen worden ingediend. Daarna zal het Rijk de nieuwe normen definitief vaststellen. Naar verwachting worden de nieuwe normen in het voorjaar van 2024 van kracht. De nieuwe normen heeft het Rijk “gesteld met het oog op de bescherming van de fysieke leefomgeving, waaronder de gezondheid en het woon- en leefklimaat van omwonenden” 1.

1 Zie ook de nota van toelichting op het aspect gezondheid

Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

Pag. 2 van 2

De belangrijkste voorgestelde aanpassingen De belangrijkste wijzigingen betreffen de norm voor geluid, een afstandsnorm en de norm voor slagschaduw. Geluid In de oude situatie gold als geluidsnorm 47 dB L den en 41 dB Lnight2. Bij de nieuwe normen wordt dit gesplist in een grenswaarde en een standaardwaarde. De standaardwaarde wordt 45 dB Lden en 39 dB Lnight . Dit is een voorkeursnorm, de “standaard”. Daarvan kán gemotiveerd worden afgeweken door de gemeenteraad. In het omgevingsplan -door de gemeenteraad vast te stellen- kan worden afgeweken tot de grenswaarde van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. De gemeente mag in de vergunning alleen in bijzondere omstandigheden verder naar beneden gaan dan de standaardwaarde (dus minder geluid verlangen dan 45 dB Lden en 39 dB Lnight). Méér geluid dan de grenswaarde (dus meer 47 dB Lden en 41 dB Lnight) is niet toegestaan, behoudens bij molenaarswoningen. Op basis van onderzoek heeft het Rijk geen noodzaak gezien voor aparte normen voor laagfrequent geluid. Afstand (artikel 5.162d en f) Nieuw is een afstandsnorm tussen een molen en een geluidsgevoelig object, zoals een woning. Deze bedraagt tweemaal tiphoogte. De tiphoogte is het hoogste punt als het rotorblad recht omhoogsteekt. Bij een molen met een tiphoogte van bijvoorbeeld 250 meter is de minimale afstand tot een woning dan 500 meter.

Er mag alleen van worden afgeweken bij “zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijk belangen”. Dergelijke belangen zullen in de MER, en vervolgens in het uiteindelijke raadsvoorstel en -besluit expliciet gewogen moeten worden. Slagschaduw (artikel 5.89f) In de oude situatie gold een norm van maximaal 17 dagen met meer dan 20 minuten slagschaduw. In de nieuwe norm is dit aangescherpt tot maximaal 6 uur per jaar en maximaal 20 minuten per dag. De beperking geldt tot een afstand van 12 maal de rotordiameter van de molen. Vervolgtraject De nieuwe normen zullen na inwerkingtreding in 2024 ook de grondslag zijn voor een eventueel voorstel voor een besluit tot plaatsen van windmolens in Horst aan de Maas, in het voorjaar van 2025. De gemeente gebruikt bij de voorbereiding van dit besluit deze nieuwe normen. Bij de MER-wind, bij de omgevingsdialoog en bij het uitwerken van plannen zal ook worden aangesloten op deze nieuwe normen. Bijlage 1. Ontwerp nieuwe rijksnormen

2

dB Lden = gewogen gemiddelde van Day, Evening en Night met 5 dB opslag in de avond en 10dB opslag in de nacht dB Lnight =gemiddelde in de nacht, zonder opslag

2

w llem^

wij

v

BIJ

DE GRATIE GODS,

villemmlexandēr,

KONING

DER

PRINS VAN

NEDERLANDEN,

ORAN J E-NASSAU, ENZ. ENZ. ENZ.

Besluit van

tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit (Besluit windturbines leefomgeving)

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van, nr. IenW/BSK-, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Gelet op Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (PbEG 2001, L 197) en de artikelen 2.24, eerste lid, 4.3, eerste lid, 5.18, eerste lid, en 16.15, eerste lid, van de Omgevingswet; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van, nr. ); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van, nr. IenW/BSK-, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I (Besluit activiteiten leefomgeving) Het Besluit activiteiten leefomgeving wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 3.14a vervalt. B In artikel 3.14b, eerste lid, vervalt H.30/ en *tot en met 30 juni 2025'. C In paragraaf 4.30 wordt voor artikel 4.426 een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 4.425b (begripsbepaling) Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

daglichtperiode: deel van een etmaal met een omgevingslichtsterkte groter of gelijk aan 500 cd/m2; nachtlichtperiode: deel van een etmaal met omgevingslichtsterkte minder of gelijk aan 50 cd/m2; schemerlichtperiode: deel van een etmaal met omgevingslichtsterkte tussen 50 en 500 cd/m2. D In artikel 4.427, tweede lid, onder d, vervalt *1 op de 100.000 en'. E Artikel 4.430 wordt als volgt gewijzigd. 1. In het derde lid vervalt Voor NEN-EN-IEC 61400-22'. 2. Na het derde lid wordt een lid toegevoegd, luidende: 4. Een windturbine met een leeftijd die hoger is dan de ontwerp-levensduur die is aangegeven in het certificaat dat voor de windturbine is verstrekt, wordt beoordeeld door een onafhankelijke deskundige volgens NPR 8400. F In artikel 4.430a, tweede lid, wordt Artikel 4.430, eerste lid,' vervangen door Artikel 4.430, eerste lid, onder b,'. G Na artikel 4.430a worden in paragraaf 4.30 vijf artikelen toegevoegd, luidende: Artikel 4.430aa (lichtschittering: beperken van reflectie) Lichtschittering wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voorkomen of zoveel mogelijk beperkt door toepassing van niet-reflecterende materialen of coatinglagen op de betrokken onderdelen Artikel 4.430ab (lichtschittering: meten reflectiewaarden) Op het meten van reflectiewaarden is NEN-EN-ISO 2813 van toepassing.

Artikel 4.430ac (obstakelmarkering en obstakelverlichting: afzonderlijke windturbines) 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn de volgende windturbines voorzien van obstakelmarkering en obstakelverlichting: a. een windturbine met een hoogte van ten minste 150 m ten opzichte van het maaiveld; b. een windturbine die een hoogtebeperkingsvlak voor de vliegveiligheid in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol, een luchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven als bedoeld in artikel 8a.54 van de Wet luchtvaart in verticale richting penetreert; c. een windturbine met een hoogte van ten minste 100 m ten opzichte van het maaiveld binnen een afstand van ten hoogste 120 m van een bij ministeriële regeling aangewezen autosnelweg of waterweg; en d. een windturbine met een hoogte van ten minste 100 m of meer ten opzichte van het maaiveld binnen bij ministeriële regeling aangewezen laagvlieggebieden voor de luchtvaart. 2

2. De rotorbladen, de gondel en het bovenste tweederde deel van de mast van een windturbine als bedoeld in het eerste lid zijn uitgevoerd in wit. 3. De obstakelverlichting van een windturbine als bedoeld in het eerste lid omvat de volgende obstakellichten: a. in de dag- en schemerlichtperiode op het hoogste vaste punt een wit flitsend obstakellicht; b. in de nachtlichtperiode op het hoogste vaste punt een rood flitsend of vastbrandend obstakellicht; c. in de nachtlichtperiode bij windturbines met een hoogte van 150 meter tot 210 meter vastbrandende rode obstakellichten halverwege de mast, gerekend vanaf de gondel, of ter hoogte van een nabij gelegen intern torenplatform; en d. in de nachtlichtperiode bij windturbines met een hoogte van 210 meter of meer vastbrandende rode obstakellichten op eenderde en op tweederde hoogte van de mast, gerekend vanaf de gondel, of ter hoogte van een nabij gelegen intern torenplatform. 4. De obstakelmarkering en de obstakelverlichting van een windturbine worden uitgevoerd overeenkomstig het Informatieblad aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland. Artikel 4.430ad (obstakelmarkering en obstakelverlichting: windturbines in een windpark) 1. Flitsende obstakellichten op de windturbines van een windpark worden onderling gesynchroniseerd en flitsen gelijktijdig en gelijkmatig. 2.

Voor zover het gaat om een windpark worden alleen de volgende windturbines voorzien van obstakelverlichting volgens artikel 4.431a: a. de windturbines op de hoekpunten van het windpark; b. de windturbines op de randen van het windpark, voor zover de afstand tussen twee naburige windturbines meer dan 900 m bedraagt; en c. de windturbines die in hoogte boven de omringende windturbines uitsteken. 3. Als in de nachtlichtperiode vastbrandende obstakellichten worden toegepast, worden alle windturbines in het windpark van obstakellichten voorzien. Artikel 4.430ae (overgangsrecht) Als de Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor de inwerkingtreding van artikel 4.431a, onderscheidenlijk artikel 4.431b, heeft ingestemd met een voorstel voor het aanbrengen van obstakelmarkering en obstakellichten op een windturbine, respectievelijk een windpark, dan wordt de windturbine overeenkomstig het voorstel waarmee is ingestemd gemarkeerd en van obstakellichten voorzien. H In artikel 4.430c wordt, onder aanduiding van het tweede als derde lid, een lid ingevoegd, luidende: 2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een geluidgevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een op 1 januari 2024 aanwezig industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, totdat voor dat terrein een van de volgende besluiten in werking is getreden: a. bij omgevingsplan geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld op grond van artikel 2.11a van de wet; b. bij besluit geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld op grond van artikel 2.12a, eerste lid, van de wet; of c. bij omgevingsplan is bepaald dat een activiteit als bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt verricht. I

3

Het opschrift van paragraaf 4.30b komt te luiden: Ş 4.30b Windturbine: tijdelijke regels slagschaduw J Na artikel 4.430c worden twee artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 4.430ca (overgangsrecht) Als op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor het opwekken van elektriciteit met een windpark op grond van het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift een andere waarde voor geluidhinder gold, blijft die waarde gelden totdat het windpark wordt vervangen. Artikel 4.430cb (geluid: functionele binding) Artikel 4.430c is niet van toepassing op het geluid van een windpark op een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met het windpark. K Aan artikel 4.430g wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. Voor de toepassing van deze paragraaf is sprake van slagschaduw als de ingestraalde energie van de zon die bij het bewegen van de rotor van een windturbine slagschaduw in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw veroorzaakt, op een vlak loodrecht op de invalsrichting van de zon hoger is dan 120 W/m2. L Artikel 4.430i komt te luiden: Artikel 4.430i (waarden voor slagschaduw) 1.

Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw veroorzaakt een windpark niet meer dan zes uur per jaar en ten hoogste twintig minuten per dag slagschaduw in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw voor zover de afstand tussen de dichtstbijgelegen windturbine van het windpark en een slagschaduwgevoelig gebouw minder dan twaalfmaal de rotordiameter bedraagt. 2. Een windturbine van het windpark met een passeerfrequentie van alle draaiende rotorbladen tussen 2,5 tot 14 Hz veroorzaakt geen slagschaduw in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw. 3. Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw is elke windturbine van een windpark dat meer dan zes uur per jaar of meer dan twintig minuten per dag slagschaduw op een schaduwgevoelig gebouw kan veroorzaken voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine onmiddellijk afschakelt wanneer meer slagschaduw optreedt dan volgens het eerste lid is toegestaan. 4. De slagschaduw die wordt veroorzaakt gedurende de tijd die noodzakelijk is voor het afschakelen van de windturbine, wordt niet meegerekend bij de norm die in het eerste lid is gesteld. M Na artikel 4.430i worden twee artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 4.430ia (tot waar afstanden gelden) 4

De afstand, bedoeld in artikel 4.430i, eerste lid, wordt gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine tot: a. voor gebouwen, anders dan woonschepen of woonwagens: de gevel; b. voor nieuw te bouwen gebouwen: de locatie waar een gevel mag komen; en c. voor woonschepen en woonwagens: de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen. Artikel 4.430ib (slagschaduw: logboek) 1. Voor elke windturbine die met een stilstandvoorziening moet zijn uitgerust, wordt een logboek bijgehouden, waarin per etmaal de daadwerkelijk opgetreden slagschaduw wordt vermeld en alle gegevens worden opgenomen die relevant zijn om de opgetreden slagschaduw te bepalen. 2. Het logboek bevat ten minste een slagschaduwkalender voor elk relevant gevoelig gebouw in tabelvorm waarin de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduwduur wordt weergegeven en een vermelding van het aantal uren slagschaduw per jaar dat op elk relevant gevoelig gebouw is veroorzaakt. N Artikel 4.430l komt te luiden: Artikel 4.430l (overgangsrecht: stilstandvoorziening) Tot 1 juli 2026 is artikel 4.430i, derde lid, niet van toepassing op een windturbine die op 1 juli 2025 nog niet van een automatische stilstandvoorziening was voorzien. O Artikel 4.431 vervalt.

Artikel II (Besluit kwaliteit leefomgeving) Het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 5.4 vervallen het tweede lid alsmede de aanduiding '1Z voor het eerste lid. B Artikel 5.4a vervalt. C Na artikel 5.7 worden twee artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 5.7a (plaatsgebonden risico: domino-effecten voor kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen) 1. Dit artikel is van toepassing op het toelaten van een van de volgende risicoverhogende bouwwerken waardoor het plaatsgebonden risico daarvan voor kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen wordt verhoogd: a. een buisleiding als bedoeld in bijlage VII, onder D, onder 2; of b. een andere activiteit met gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 2 tot e n met 13. 5

2. In een omgevingsplan wordt een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van een activiteit als bedoeld in het eerste lid in acht genomen van ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar voor kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen, in verband met de verhoging van dat risico van die buisleiding of activiteit door het toelaten van een windturbine of windpark in de directe omgeving. Artikel 5.7b (eerbiedigende werking) Artikel 5.7a is, voor zover het gaat om het plaatsgebonden risico van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onder b, van dat artikel, niet van toepassing: a. voor zover een risicoverhogend bouwwerk op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit al op een locatie is toegestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel, en voor zover de windturbine of het windpark niet wijzigt; en b. op kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen voor zover zij op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit al op een locatie zijn toegelaten op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. D In artikel 5.8 wordt Artikel 5.7' vervangen door *de artikelen 5.7 en 5.7a'. E Artikel 5.11 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het tweede lid vervalt. 2. Het derde en vierde lid worden aangeduid als tweede en derde lid. 3.

In het derde lid (nieuw) vervalt de eerste volzin. 4. Het vijfde lid wordt aangeduid als vierde lid. F Na artikel 5.11a worden twee artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 5.11b (plaatsgebonden risico: domino-effecten voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties) 1. Dit artikel is van toepassing op het toelaten van een van de volgende risicoverhogende bouwwerken waardoor het plaatsgebonden risico daarvan voor beperkt kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen wordt verhoogd: a. een buisleiding als bedoeld in bijlage VII, onder D, onder 2; of b. een andere activiteit met gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 2 tot en met 13. 2. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, van ten hoogste 1 op de 1.000.000 per jaar voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties, in verband met de verhoging van dat risico van die buisleiding of activiteit door het toelaten van een windturbine of windpark in de directe omgeving. 3. Artikel 5.11, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 5.11c (eerbiedigende werking) Artikel 5.11b is, voor zover het gaat om het plaatsgebonden risico van een activiteit als bedoeld in onderdeel b van dat artikel, niet van toepassing: 6

a. voor zover een windturbine of windpark op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit al op een locatie is toegelaten op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, en voor zover de windturbine of het windpark niet wijzigt; en b. op beperkt kwetsbare gebouwen en locaties voor zover zij op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit al op een locatie zijn toegelaten op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. G Artikel 5.56 vervalt. H Artikel 5.74 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'de standaardwaarde 47 Lden en 41 Lnight' vervangen door 'de standaardwaarden 45 Lden en 39 Lnight.' 2. Het tweede lid, komt te luiden: 2. In afwijking van het eerste lid kan het omgevingsplan hogere of lagere waarden bevatten. Een hogere waarde is niet hoger dan de grenswaarden 47 Lden en 41 Lnight. Het omgevingsplan kan alleen een lagere waarde bevatten als dat gelet op de cumulatie met het geluid van een andere windturbine of een ander windpark of als dat gelet op de bijzondere aard van het gebied aangewezen is. I Na artikel 5.74 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 5.74a (eerbiedigende werking) 1.

In afwijking van artikel 5.74, eerste lid, kan het omgevingsplan een hogere waarde bevatten dan de grenswaarden, bedoeld in artikel 5.74, tweede lid, voor het opwekken van elektriciteit met een windturbine of windpark waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel een hogere waarde gold op grond van het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. De waarde is niet hoger dan de grenswaarde, zijnde de waarde die op grond van het omgevingsplan, de omgevingsvergunning of het maatwerkvoorschrift was toegelaten. 2. Als het omgevingsplan waarden als bedoeld in het eerste lid bevat, bepaalt het dat deze gelden totdat de windturbine of het windpark wordt gesloopt of vervangen. J In artikel 5.75, tweede lid, wordt na "artikel 5.74, tweede lid" ingevoegd: ", of artikel 5.74a". K Artikel 5.75a vervalt. L Artikel 5.89aa vervalt. M 7

Artikel 5.89f wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt 'ten hoogste gemiddeld zeventien dagen per jaar gedurende niet meer dan twintig minuten per dag' vervangen door 'ten hoogste zes uur per jaar gedurende niet meer dan twintig minuten per dag'. 2. Het tweede lid komt te luiden: 2. Van slagschaduw als bedoeld in het eerste lid is sprake als de ingestraalde energie van de zon die bij het bewegen van de rotor van een windturbine de slagschaduw veroorzaakt, op een vlak loodrecht op de invalsrichting van de zon hoger is dan 120 W/m2. N Artikel 5.89fa komt te luiden: Artikel 5.89fa (slagschaduw: stilstandvoorziening) 1. Een omgevingsplan dat het exploiteren van een windturbine of windpark toelaat waarborgt dat elke windturbine die in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een afstand van minder dan twaalfmaal de rotordiameter van de windturbine is gelegen, meer dan zes uur per jaar of meer dan twintig minuten per dag slagschaduw kan veroorzaken, is uitgerust met een stilstandvoorziening, die de windturbine automatisch onmiddellijk afschakelt wanneer te veel slagschaduw wordt veroorzaakt. 2. De slagschaduw die wordt veroorzaakt gedurende de tijd die noodzakelijk is voor het afschakelen van de windturbine, wordt niet meegerekend bij de norm die in artikel 5.89f, eerste lid, is gesteld.

O Na artikel 5.89fa worden twee artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 5.89fb (windturbine: logboek) Een omgevingsplan dat het exploiteren van een windturbine of windpark toelaat bepaalt dat voor elke windturbine die met een stilstandvoorziening waarvoor artikel 5.89fa, eerste lid, geldt, een logboek wordt bijgehouden, waarin per dag voor elk schaduwgevoelig gebouw de daadwerkelijk opgetreden slagschaduw wordt vermeld en alle gegevens worden opgenomen die relevant zijn om de optredende slagschaduw te bepalen. Artikel 5.89fc (tot waar afstanden gelden) De afstand, bedoeld in de artikelen 5.89f, eerste lid, en 5.89fa, eerste lid, wordt gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine tot: a. voor gebouwen, anders dan woonschepen of woonwagens: de gevel; b. voor nieuw te bouwen gebouwen: de locatie waar een gevel mag komen; en c. voor woonschepen en woonwagens: de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen. P Na artikel 5.162 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende: Ş 5.1.9 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties rond windturbines

8

Artikel 5.162a (toepassingsbereik) 1. Deze paragraaf is van toepassing op het toelaten op een locatie: a. van een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m als bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, in de directe omgeving van een windturbinegevoelig gebouw dat op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of b. van een windturbinegevoelig gebouw in de directe omgeving van een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m als bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 2. Een windturbinegevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan; of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. 3.

In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op windturbinegevoelige gebouwen die op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit op een locatie zijn toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar. Artikel 5.162b (eerbiedigende werking) Deze paragraaf is niet van toepassing voor zover de afstand tussen een windturbine en een windturbinegevoelig gebouw die op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit al op een locatie waren toegelaten, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze paragraaf niet aan de in artikel 5.162d gestelde afstandsnorm voldeed, tenzij het gaat om een windturbine die een bestaande windturbine vervangt. Artikel 5.162c (functionele binding) Deze paragraaf is niet van toepassing op de afstand tussen een windturbine en een windturbinegevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met de windturbine. Artikel 5.162d (afstandsnorm windturbines) In een omgevingsplan wordt een afstand van ten minste twee keer de tiphoogte van de windturbine in acht genomen tussen een windturbine en een windturbinegevoelig gebouw. Artikel 5.162e (tot waar afstanden gelden) De afstand, bedoeld in artikel 5.162d, geldt: a. voor gebouwen, anders dan woonschepen of woonwagens: tot de gevel; b.

voor nieuw te bouwen gebouwen: tot de locatie waar een gevel mag komen; en c. voor woonschepen en woonwagens: tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen.

9

Artikel 5.162f (afwijken van afstandsnorm bij zwaarwegende belangen) In een omgevingsplan kan een afstand worden aangehouden die kleiner is dan de afstand, bedoeld in artikel 5.162d, als zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen. Q Artikel 8.10a, tweede lid, komt te luiden: 2. Op de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, onder b, zijn de artikelen 5.5 en 5.11, tweede tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing. R In artikel 8.12, derde lid, wordt "de artikelen 5.3 tot en met 5.6, 5.8 tot en met 5.10 en 5.11, tweede tot en met vijfde lid," vervangen door "de artikelen 5.3 tot en met 5.6, 5.7a en 5.8 tot en met 5.10". S Artikel 8.12a komt te luiden: Artikel 8.12a (beoordelingsregels windpark) 1. Dit artikel is van toepassing voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving waardoor het plaatsgebonden risico van de volgende activiteiten in de directe omgeving wordt verhoogd: a. een buisleiding als bedoeld in bijlage VII, onder D, onder 2; of b. een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder E, onder 2 tot en met 13. 2.

Bij de beoordeling, bedoeld in artikel 8.10a, eerste lid, onder b, wordt ook rekening gehouden met de standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico van de activiteit in de directe omgeving waarvan het risico wordt verhoogd, van 1 op de 1.000.000 per jaar voor beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties. 3. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van de activiteit in de directe omgeving waarvan het risico wordt verhoogd, in acht wordt genomen van 1 op de 1.000.000 per jaar voor kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen. 4. Op de beoordeling van de aanvraag zijn de artikelen 5.8, 5.9, 5.74 en 5.74a van overeenkomstige toepassing. 5. Het tweede lid is niet van toepassing op het plaatsgebonden risico van een activiteit in een risicogebied externe veiligheid. T Artikel 8.41 komt te luiden: Artikel 8.41 (voorschriften milieubelastende activiteit geluid - windturbines en windparken) Aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die betrekking heeft op het exploiteren van een windturbine als bedoeld in artikel 3.12 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden alleen voorschriften verbonden die inhouden dat het geluid door die activiteit op geluidgevoelige gebouwen lager moet zijn dan 45 dB Lden en 39 dB Lnight, als dat aangewezen is gelet op: a.

cumulatie met het geluid van een andere windturbine of windpark; of 10

b. de bijzondere aard van het gebied. U In artikel 9.1, tweede lid, wordt "5.1.7a en 5.1.8" vervangen door: "5.1.7a, 5.1.8 en 5.1.9". V Na artikel 12.14 wordt een afdeling ingevoegd, luidende: AFDELING 12.2A OVERGANGSRECHT WINDTURBINES Artikel 12.15 (doorwerking Besluit windturbines leefomgeving) Als voor inwerkingtreding van het Besluit windturbines leefomgeving, of met toepassing van artikel IV van dat besluit, een omgevingsplan is vastgesteld: a. dat niet voldoet aan de artikelen 5.74 tot en met 5.75, 5.89f, 5.89fa of 5.89fb, wordt uiterlijk op de datum, bedoeld in artikel 22.5, eerste lid, van de wet, alsnog uitvoering gegeven aan die artikelen; of b. dat niet voldoet aan paragraaf 5.1.9, wordt uiterlijk op 1 juli 2035 alsnog uitvoering gegeven aan die paragraaf. W In bijlage I, onder A, wordt in de alfabetische rangschikking ingevoegd: windturbinegevoelig gebouw: windturbinegevoelig gebouw als bedoeld in artikel 5.162a, tweede lid;

Artikel III (Omgevingsbesluit) A Het opschrift van afdeling 4.2 komt te luiden: AFDELING 4.2 BETROKKENHEID VAN ANDERE BESTUURSORGANEN OF INSTANTIES BIJ EEN AANVRAAG OM EEN OMGEVINGSVERGUNNING, EEN MAATWERKVOORSCHRIFT OF TOESTEMMING VOOR HET TREFFEN VAN EEN GELIJKWAARDIGE MAATREGEL OF BIJ EEN VERZOEK OM INSTEMMING B Artikel 4.30 van het Omgevingsbesluit wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder vernummering van het derde lid tot vijfde lid worden twee leden ingevoegd, luidende: 3. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is adviseur voor een aanvraag om een maatwerkvoorschrift om af te wijken van de regels over obstakelmarkering en obstakelverlichting als bedoeld in artikel 4.431a of artikel 4.431b van het Besluit activiteiten leefomgeving. 4. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is adviseur voor een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen in plaats van het toepassen van obstakelverlichting op een windturbine als voorgeschreven in artikel 4.431a van het Besluit activiteiten leefomgeving, waarbij gebruik wordt gemaakt van het in- en uitschakelen van obstakellichten op basis van naderingsdetectie van luchtvaartuigen. 6. In het vijfde lid (nieuw) wordt 'of tweede lid' vervangen door 'of tweede, derde of vierde lid'. 11

Artikel IV Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel V Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit windturbines leefomgeving.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13389559/3