RIB.23.072A Beantw. raadsvragen VVD - VTE
Tekst van het document
23.0005466
Raad 26-09-2023 RIB.23.072A
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: H.J.A.C Beurskens
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 25/09/2023
status
: Schriftelijke raadsvragen
openbaar
: Ja
Onderwerp Beantwoording raadsvragen VVD Aanleiding Per abuis zijn de eerder gestelde vragen van de VVD niet beantwoord. Bijgaand alsnog de beantwoording van de gestelde vragen. Beantwoording: V.w.b. brief Visit Horst aan de MaasVisit Horst aan de Maas (HadM) kent een ledenbestand van zo’n 70 ondernemers en organisaties uit onze gemeente en nog eens bijna 40 uit Peel en Maas en Venray. Tevens beschikt deze stichting over een enorme hoeveelheid kennis en een groot netwerk. Klopt het dat Visit Horst aan de Maas met een dergelijke achterban en kennis op toeristisch vlak niet of nauwelijks betrokken is geweest bij de uitvoering van uw plannen op lokaal niveau? We refereren aan bijv. de uitvoering van de campagne “Limburgse Peel” en de organisatie van netwerkdagen van de gemeente. Bij de laatste netwerkdag zou Visit Horst aan de Maas zelfs geweigerd zijn, naar hun eigen zeggen. Wij zijn erg benieuwd naar uw visie hierop en of het klopt dat Visit HadM geweigerd zou zijn? De projecten die op lokaal niveau worden uitgevoerd zijn nagenoeg altijd in samenwerking met stichtingen, ondernemers of andere gemeente uitgevoerd. De gemeente faciliteert wat dat betreft graag projecten die bijdragen aan de vrijetijdseconomie. Gemeente Horst aan de Maas heeft diverse projecten van Visit Horst aan de Maas gesubsidieerd net als projecten van andere stichtingen.
In het specifieke geval van de Limburgse Peelcampagne is samenwerking gezocht met gemeente Peel en Maas en gemeente Venray. Zij hebben een opdracht verleend aan Limburg Marketing wat betreft regionale marketing. Gemeente Horst aan de Maas heeft als voorwaarde gesteld dat deze opdracht in samenwerking met Visit Horst aan de Maas uitgevoerd dient te worden. Helaas hebben de pogingen tot contact vanuit Limburg Marketing, naar eigen zeggen, niet tot een reactie geleid vanuit Visit Horst aan de Maas. Omwille van de tijdsdruk is ervoor gekozen de campagne voort te zetten. Gemeente Horst aan de Maas ziet zich genoodzaakt om momenten te organiseren voor ondernemers in de vrijetijdssector die los van een lidmaatschap of andere betaalde bijdrage bezocht kunnen worden. Gemeente Horst aan de Maas wil graag samenwerking faciliteren. Visit Horst aan de Maas was de afgelopen netwerkdag van harte welkom. Aankomende editie uiteraard ook.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T: 077 - 477 97 77
F: 077 - 477 97 50
Pag. 2 van 6
2. Klopt het dat u per 1 januari jl. de exploitatiebijdrage stopgezet heeft aan de stichting Visit HadM. Indien ja, kunt u uitleggen waarom u hiervoor gekozen heeft? Wij vernamen dat er weinig samenwerking is en weinig gecommuniceerd wordt. Hoe ervaart u de samenwerking, communicatie en het vertrouwen in Visit HadM? Nee, dat klopt niet. Visit Horst aan de Maas ontvangt geen exploitatiebijdrage. Visit Horst aan de Maas kan een projectsubsidie aanvragen en heeft dit ook meerdere malen gedaan. In 2020 is een eenmalige subsidie verstrekt aan het toen nog toeristisch platform. Het platform vroeg om voorbereidings- en coördinatie kosten om het platform zelfstandig draaiend te houden en te professionaliseren. Daarbij is aangegeven dat de gemeente nadrukkelijk niet voornemens was en is om structureel aan dergelijke exploitatiekosten bij te gaan dragen. T.a.v. de adviesnota herijking actieprogramma toerisme en recreatie Noord-Limburg 3. In het verlengde van bovenstaande, lijkt het erop of er niet of weinig samengewerkt wordt met de bestaande lokale toeristische platforms in Noord-Limburg.
Betrekt u hen bij het opstellen van het nieuwe actieprogramma toerisme en recreatie? Hoe wordt hun kennis en expertise verwerkt in het nieuwe actieprogramma? Het actieprogramma is opgesteld en in het geval van Horst aan de Maas is gesproken met Visit Horst aan de Maas, het voormalig toeristisch platform. Zij geven aan een vertegenwoordiging te zijn van een groot aantal ondernemers. Gemeente Horst aan de Maas herkent zich niet in bovenstaande stelling. 4. Welke partijen zijn betrokken geweest bij de totstandkoming van het nieuwe actieprogramma? Volgens onze informatie zou een select groepje grote ondernemers, die beschikken over een eigen marketingapparaat en geen direct belang hebben bij marketing door een lokale of regionale organisatie, bij dit proces betrokken zijn geweest. Wij zijn benieuwd of dit klopt of hoe u dit ziet? Het complete overzicht van gesprekspartners voor de herijking vanuit Bureau Ginder is in te zien via de griffie. In de selectie van gesprekspartners is gezocht naar een vertegenwoordiging van de sector. Dit omdat het onmogelijk is om elke ondernemer binnen de sector te spreken. Het abstractieniveau van het actieprogramma leent zich daar ook niet voor. Hoofdvraag van de herijking was: “Zijn we met het juiste bezig en is hetgeen in het actieprogramma is opgeschreven nog steeds wat de markt nodig heeft?’’.
Daarbij is gekeken naar de veranderende context- en de positie van vrijetijdseconomie als geheel. Het actieprogramma is meer dan alleen regionale promotie en marketing. 5. Zowel Visit HadM als ook Visit Noord-Limburg zijn naar eigen zeggen tot op heden niet betrokken geweest bij de totstandkoming van deze adviesnota. Ook zijn ze niet vanuit de gemeente geïnformeerd, klopt dit? Indien ja, waarom betrekt en informeert u deze twee groepen hier niet bij, terwijl zij juist zo’n grote groep toeristische ondernemers vertegenwoordigen? Nee, dit klopt niet. Bureau Ginder (het bureau dat de gesprekken heeft gevoerd) heeft in het proces gesproken met het bestuur van Visit Noord-Limburg en de projectcoördinatoren van Visit Noord-Limburg waaronder de projectcoördinator van Visit Horst aan de Maas. 6. Hoe ziet u de toekomstige rol van lokale toeristische platforms en in het bijzonder dat van Visit HadM? Zoals eerder aangegeven is Visit Horst aan de Maas een van de partners voor gemeente Horst aan de Maas in een bredere samenwerking met ondernemers en andere samenwerkingsplatformen om projecten uit te voeren die bijdragen aan o.a.: - Productontwikkeling binnen de vrijetijdssector van Horst aan de Maas; - De zichtbaarheid van Horst aan de Maas als toeristische bestemming; - Vernieuwing en innovatie binnen de vrijetijdssector.
2
Pag. 3 van 6
Deze samenwerking blijft onverminderd belangrijk. De toekomstige rol van de lokale toeristisch platformen is afhankelijk van de ondernemers: het is aan de ondernemers om zich lokaal te willen organiseren. 7. In het rapport herijking op het terrein van gastheerschapsfunctie ziet u een rol weggelegd voor de lokale toeristische platforms. Maar hoe stelt u zich dit dan voor? Visit HadM heeft ons te kennen gegeven dat ze per 1 januari 2024 de stekker eruit moeten trekken. Als reden geven ze aan dat ze geen exploitatiebijdrage meer ontvangen en dat de gemeenten zelf een nieuw ‘gratis’ marketingplatform voor iedereen gaat oprichten, waardoor de ledenstructuur met bijbehorende inkomsten wegvallen en dit de huidige platforms de nek zal omdraaien. Wij zijn benieuwd hoe u dit ziet? Zie antwoord vraag 2. Tijdens het inspraakmoment op 29 aug. Jl. heeft bestuurder de heer van der Sterren aangegeven dat het platform afhankelijk is van contributiebijdragen en geen subsidie ontvangt. Gemeente Horst aan de Maas kan deze uitspraak dan ook niet rijmen met de uitspraken waar aan gerefereerd wordt.
Ten tijde van de aanvraag in 2020 was het doel van het platform om het volgende te bereiken: samenwerking en integratie van toeristische organisaties, betere dienstverlening aan de toerist, economische voordelen voor de ondernemers, bundeling van krachten, gebruikmaking van elkaars expertise, het organiseren van één aanspreekpunt naar buiten, het fungeren als netwerkorganisatie en het ontwikkelen van een gezamenlijke visie. Regionale marketing zoals opgenomen in het actieprogramma behoort niet tot bovengenoemde doelen en staat ook niet in de weg van het verdienmodel van de stichting als platform voor ondernemers. 8. Waarom gaat de gemeente zelf zo in de uitvoering zitten en hebben wij als gemeente hiervoor voldoende capaciteit? In het kader van het actieprogramma voeren de gemeenten in Noord-Limburg coördinatie op de actielijnen. Voor de uitvoering van de actielijnen wordt de vrijetijdssector betrokken. Het is aan de ondernemers zelf in hoeverre zij een rol willen spelen in de uitvoering van de – voornamelijk - integrale projecten die in eerste instantie niet direct te maken hebben met de eigen onderneming. Daar waar de uitvoering uitbesteed wordt aan externe projectleiders, worden ondernemers ook betrokken.
Uiteindelijk is het actieprogramma een visie op de ontwikkeling van vrijetijdseconomie in Noord-Limburg vanuit gemeentelijk (en gemeenschappelijk) perspectief, dat betekent dat de gemeenten verantwoordelijkheid dragen voor de uitvoering van de actielijnen maar dit niet in alle gevallen zelf doet. Binnen gemeente Horst aan de Maas is, naast alle lokale taken en verantwoordelijkheden, voldoende capaciteit om bij te dragen aan de uitvoering van het regionale actieprogramma 9. Volgens de raadsinformatiebrief is Ginder, met ambtelijke ondersteuning, aan de slag gegaan met de herijking. Dit is o.a. gedaan door het afnemen van interviews en groepsgesprekken met bestuurders, ondernemers, marketing organisaties, ambtenaren en andere stakeholders. Wat zijn de totale kosten van deze herijking voor onze gemeente? Dit betreft € 5.250,00. 10. Het genomen collegebesluit van 23 mei jl werd middels een raadsinformatiebrief kenbaar gemaakt aan de gemeenteraad. Het betreft beleid en waarom is de gemeenteraad daarom dan niet aan de voorkant van deze herijking van dit actieprogramma meegenomen? Er wordt gekozen voor een nieuwe organisatorische koers in het rapport herijking, dit middels het opzetten van een nieuw marketingplatform voor Noord-Limburg. Het betreft een herijking van het programma wat in 2017 is vastgesteld en tot 2025 loopt. Het betreft dus geen nieuw beleid.
Hoofdvraag van de herijking was: “Zijn we met het juiste bezig en is hetgeen in het actieprogramma is opgeschreven nog steeds wat de markt nodig heeft?”. Verder is vraagt het abstractieniveau van het programma om een nadere, lokale uitwerking. Dit zal gebeuren in het programma Vrijetijdseconomie wat
3
Pag. 4 van 6
zal worden opgesteld na de vaststelling van de omgevingsvisie. U als raad wordt hierbij betrokken net als lokale ondernemers binnen de vrijetijdssector 10.1 er wordt gesproken over versnippering van initiatieven in het verleden, ook op terrein van marketing. Maar ligt dit gewoonweg niet aan het feit dat de gemeenten deze versnippering zelf in de hand hebben gewerkt, door geen eenduidigheid uit te stralen en het mogelijk te maken dat twee gemeenten een andere koers zijn gaan varen in Noord-Limburg, terwijl er op 5 december 2019 overeenstemming was over de koers en aanpak in deze? De gemeenten in Noord-Limburg hebben de afgelopen jaren getracht om samen met diverse ondernemers en toeristische platformen te komen tot een gezamenlijke aanpak in diverse actielijnen uit het actieprogramma. De gemeenten hebben zich individueel ook laten adviseren door ondernemers en toeristische platformen. In het geval van de regionale marketing en de andere koers van twee gemeenten, lag onmin tussen twee toeristische platformen ten grondslag aan de keuze om zich te distantiëren van de gezamenlijke koers. 10.2 In diverse brieven zou door Visit Noord-Limburg de afgelopen drie jaar aangegeven zijn te willen samenwerken en te komen tot de door de gemeenten geambieerde publiek-private samenwerking. Tot op heden is dit niet van de grond gekomen.
Kunt u ons verklaren waarom dit niet is gelukt? Het plan zoals gepresenteerd is niet aangenomen omdat de gemeenten het niet eens waren met de koers die Visit Noord-Limburg wilde varen wat betreft de regiomarketing. De financiële vraag kwam daarnaast niet overeen met de inzet. 10.3 Hoe ziet u de borging van een nieuwe marketingplatform na drie jaar voor zich indien u deze geheel 100% overheidsafhankelijk maakt? Gaan we na drie jaar weer ‘herijken’ en wie gaat de ‘gratis’ marketing verzorgen / betalen? Het doel van de actielijn 5 is de organisatorische borging van de regionale toeristische marketing. In vele regio’s dragen gemeenten financieel bij aan de regionale toeristische marketing. Om een regio met al haar facetten te ‘vermarkten’ is een overkoepelende en objectieve blik nodig zodat geen ondernemer het onderspit delft omdat zij bijvoorbeeld geen lid is van een bepaalde organisatie. Het is niet aan gemeenten zelf om regionale marketing te ontwikkelen, daarvoor zijn specialisten nodig. De gemeenten in Noord-Limburg zien een rol voor zichzelf weggelegd om de juiste, objectieve partij te kiezen die deze regio vanuit een duidelijke visie op de te bereiken bezoeker en het DNA van de regio promoot. Regionale toeristische marketing gaat niet om sturen op ‘meer’ maar sturen op ‘beter passend’ bij het profiel van deze regio.
Het gaat niet om commerciële doelen: centraal staan betekenisvolle maatschappelijke thema’s zoals bijvoorbeeld de historie van deze regio. De ondernemer profiteert van deze bezoeker wanneer de bezoeker een toegangskaartje koopt, een drankje drinkt of een hapje eet maar de ondernemer hoeft niet direct bij te dragen aan de inzet om de juiste bezoeker naar deze regio te krijgen. Dit vergelijkbaar met bijvoorbeeld campagnes die waarschuwen voor de gevaren van alcohol gebruik (Nix18), of thema’s als eenzaamheid of huiselijk geweld. Als na een bepaalde periode dat de gestelde marketingdoelen niet behaald worden, zal de strategie én de doelen herzien worden. 10.4 Hoe realistisch is het streven om af te zien van promotie op Noord-Limburgse schaal en aansluiting te zoeken bij de provincie Limburg. Volgens onze informatie staan deze budgetten bij de provincie juist onder druk en is het onzeker dat bestaande campagnes zelfs gecontinueerd zullen worden? Onlangs is bekend geworden dat de Provincie geen rol voor zichzelf weggelegd ziet in een gezamenlijke promotiecampagne voor heel Limburg. Dit wordt als spijtig ervaren en is een koerswijziging ten opzichte van de vorige colleges.
4
Pag. 5 van 6
Aanvullende vragen vanuit de ‘vragen-app’ In de rib op pagina 1 wordt in het eerste hoofddoel gesproken over “toename bestedingen en nieuwe bedrijvigheid met dito werkgelegenheid”. 1. In hoeverre is dit een realistisch doel als we in andere communicatie vaak te horen krijgen dat de arbeidsmarkt krap is als het gaat om personeel? Het actieprogramma vrijetijdseconomie gaat om het ontwikkelen van de sector als geheel. Een sector welke bestaat uit grote MKB-bedrijven met personeel maar ook kleinere MKB’ers zoals B&B’s en familie-bedrijven zonder ingehuurd personeel. Ons doel blijft: het vergroten van de kwaliteit van het aanbod, met als doel om meer bezoekers aan te trekken als geheel, niet op individueel niveau. Dat er op dit moment krapte is op de arbeidsmarkt, betekent niet dat sector moet stoppen met innoveren en ontwikkelen. Er zijn meerdere redenen te bedenken waarom binnen de vrijetijdssector gebrek is aan personeel. Denk hierbij aan 0-uren contracten, onregelmatige werktijden en de fysieke aard van het werk. Dit en allerlei andere factoren maken dit domein kwetsbaar. Het om kunnen gaan met uitdagen en deze om te kunnen zetten in kansen is een belangrijk kenmerk van een vitale sector. Waar nodig ondersteunen in het vitaliseren van de sector is een van de actiepunten binnen het programma.
De uitspraak waaraan gerefereerd wordt, dient gezien te worden in de context van het actieprogramma. 2. Hoe gaat deze nieuwe werkgelegenheid ingevuld worden en is er rekening gehouden met het effect op andere bedrijven in de regio die niet in de vrijetijdseconomie opereren? Op pagina 26 van het bijgevoegde document wordt verwezen naar “WatKiesJij”. Volgens berichten van dit jaar is deze tak opgeheven. Wederom dient de uitspraak gezien te worden in de context van het programma. Tijdens de coronacrisis hebben veel bedrijven in de vrijetijdssector hun personeel moeten laten gaan. Er is landelijk een afname geweest van 14.000 banen in de horeca alleen al. Deze mensen hebben allemaal werk moeten zoeken in andere sectoren. Het ontwikkelen van de werkgelegenheid in de context van het actieprogramma is ook het verduurzamen van de personeelsinzet, niet het kannibaliseren van personeel uit andere sectoren. 3. Klopt deze constatering? Het klopt dat de stichting wordt opgeheven. 4. Zo ja, wordt hier een alternatief voor gezocht? Dat de stichting wordt opgeheven betekent niet dat de doelstellingen worden opgeheven. In verschillende programma’s zoals bijvoorbeeld ‘Vitaal & Gezond’ is aandacht voor positieve gezondheid en aandacht voor het inspireren tot het maken van gezonde keuzes.
Uit bijlage 2 blijkt dat er tijdens fase 2 is gesproken met 27 partners, waarvan 13 met een (semi) politieke achtergrond, 3 met een marketing achtergrond en de overige 11 zijn ondernemer zonder politieke achtergrond. 1. Schetst een dergelijke verhouding niet vooral een beeld van een politieke ambitie, en niet een ambitie van de sector? Er staan voornamelijk relatief grote ondernemingen op de lijst. De gesprekspartners zijn bevraagd op hun kennis over de vrijetijdssector, niet op hun politieke ambities. 2. Hoe is de keuze voor deze ondernemingen gemaakt en niet voor de kleinere ondernemingen?
5
Pag. 6 van 6
In de selectie van gesprekspartners is gezocht naar een vertegenwoordiging van de sector. Dit omdat het onmogelijk is om elke ondernemer binnen de sector te spreken. Het abstractieniveau van het actieprogramma leent zich daar ook niet voor. Hoofdvraag van de herijking was: “Zijn we met het juiste bezig en is hetgeen in het actieprogramma is opgeschreven nog steeds wat de markt nodig heeft?’’. Daarbij is gekeken naar de veranderende context- en de positie van vrijetijdseconomie als geheel. De gesprekspartners zijn geselecteerd met als doel antwoord te kunnen geven op de voorliggende vragen en niet zozeer het beantwoorden van vragen over hun eigen onderneming.
6