CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.23.055 Subsidieregelingen

Gemeenteraad 29 augustus 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven.12.115 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Stuknummer: 23.0003524

Raad 29-08-2023 RIB.23.055

raadsinformatiebrief van

: Burgemeester en wethouders

portefeuillehouder

: E. Joosten

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 07/06/2023

status

: Actieve informatie

openbaar

: Ja, vanaf 20 juni

Onderwerp RIB Subsidieregelingen ‘Samen werken aan Vitale Gemeenschappen’. Aanleiding In december 2022 heeft uw gemeenteraad de nieuwe Algemene Subsidieverordening (ASV) vastgesteld en op 9 mei jongstleden het subsidiekader ‘Samen werken aan Vitale Gemeenschappen’. Uit het subsidiekader vloeien zes subsidieregelingen voort die door het college zijn vastgesteld op 12 juni. Tijdens de raadsvergadering op 9 mei sprak uw raad uit graag geïnformeerd te worden over de verschillende subsidieregelingen. In deze raadsinformatiebrief beschrijven we de link met het subsidiekader en lichten we per subsidieregeling het doel en de belangrijkste elementen van de regeling toe. De zes subsidieregelingen zijn als bijlage toegevoegd. Kernboodschap De subsidieregelingen zijn een uitwerking van de visie en de uitgangspunten die in het subsidiekader ‘Samen werken aan Vitale Gemeenschappen’ staan beschreven. Samen met inwoners, verenigingen en maatschappelijke partners bouwen we aan vitale gemeenschappen en een gezonde en duurzame leefomgeving. We zetten subsidies in als één van de middelen om dit te bereiken. Door activiteiten van verenigingen en (vrijwilligers)organisaties die bijdragen aan de leefbaarheid van onze dorpen en wijken te waarderen.

Omdat wij geloven dat krachtige gemeenschappen sterk bijdragen aan duurzame oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, zoals het tegengaan van eenzaamheid en armoede of vergroening van de leefomgeving. We subsidiëren daarom niet het bestaan van de (vrijwilligers)organisaties en verenigingen, maar het feit dat zij door middel van hun activiteiten een belangrijke bijdrage leveren aan een gezond, duurzaam en vitaal Horst aan de Maas. Daarmee sluiten we aan bij de beweging en transformatiegedachte die we willen maken in het sociaal domein. Zo kunnen (nieuwe) activiteiten die bijdragen aan actuele maatschappelijke thema’s gewaardeerd worden met een extra impuls via een impactsubsidie. En is er, naast het subsidiëren van jeugdactiviteiten, meer ruimte om activiteiten te waarderen en stimuleren die eraan bijdragen dat ouderen (voor wie dat niet vanzelfsprekend is) elkaar ontmoeten en mee kunnen doen. Ook zelfsturing en gemeenschapsontwikkeling zijn belangrijke elementen in de manier waarop we subsidies verlenen. Luisterend naar de input uit de dorpsdialogen passen we het tempo van deze ontwikkeling aan op de kracht en het draagvlak vanuit de gemeenschappen. In gesprek met

Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

Pag. 2 van 6

inwoners kwam duidelijk naar voren dat er op dit moment te weinig draagvlak is voor grote veranderingen. Zij geven de voorkeur aan stabiliteit en zekerheid. De subsidiesystematiek zoals deze nu is ingericht biedt vanwege het dynamische karakter meer ruimte om hier in de toekomst verdere stappen in te zetten. Doordat de bevoegdheid tot het vaststellen van subsidieregelingen bij het college is belegd, kan er makkelijker ingespeeld worden op ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan de manier waarop de energieregeling voor verenigingen en maatschappelijke organisaties is opgesteld. Een ander voorbeeld is dat we in de basis uitgaan van vertrouwen dat de subsidie door verenigingen en organisaties waardevol wordt ingezet, en daarmee wordt bijgedragen aan vitale gemeenschappen. Daarom laten we een financiële verantwoording los bij subsidiebedragen kleiner dan € 5.000. We blijven steekproefsgewijs controleren. 1. Subsidieregeling waarderingssubsidie Doel van de subsidie: Subsidie als waardering voor de kernactiviteiten op structurele basis van stichtingen, verenigingen en (vrijwilligers) organisaties, die een bijdrage leveren aan vitale gemeenschappen en de kernprincipes van Positieve Gezondheid.

In het kader van deze kernprincipes dragen activiteiten van organisaties die een waarderingssubsidie ontvangen, met name bij op het gebied van zingeving, meedoen en lichamelijk en mentaal welbevinden. Toelichting: De subsidie berekenen we op basis van een vast waarderingsbedrag of op basis van een bedrag per actief lid. We onderscheiden de volgende clusters van organisaties met hetzelfde doel en vergelijkbare activiteiten: • participatie & educatie • cultuur • volksfeesten & herdenkingen • sport • jaarlijkse evenementen. De kernactiviteiten van de organisaties waarderen we per cluster gelijkwaardig, waarbij altijd sprake is van een minimaal te ontvangen subsidiebedrag. De hoogte van het subsidiebedrag is tot stand gekomen op basis van de historie en een andere wijze van verdeling. We willen namelijk niet dat er te grote verschillen ontstaan bij bestaande subsidieontvangers, maar wel dat meer initiatieven de ruimte krijgen om in aanmerking te komen voor een subsidie, als zij met hun activiteiten een bijdrage leveren aan vitale gemeenschappen. Een voorbeeld is dat alle leden van een (sport)vereniging nu worden meegenomen in de subsidieberekening, niet alleen maar de jeugdleden. De subsidies worden meerjarig, voor een periode van 4 jaar verleend.

De subsidie maakt onderdeel uit van de begroting van een stichting, vereniging of (vrijwilligers)organisatie, maar is niet bedoeld als sluitstuk om de exploitatie rond te maken. Omdat we uitgaan van ‘een waardering’ voor de activiteiten van (vrijwilligers)organisaties en op basis van vertrouwen, hoeft de waarderingssubsidie niet achteraf verantwoord te worden.

2

Pag. 3 van 6

2. Subsidieregeling budgetsubsidies Doel van de subsidie: Budgetsubsidies verlenen we aan professionele organisaties die met hun activiteiten op cultureelmaatschappelijk gebied een bijdrage leveren aan vitale gemeenschappen. Bij deze regeling gaat het om de outcome, het effect voor inwoners van Horst aan de Maas, en niet over welke activiteit hoe vaak wordt uitgevoerd. We zijn over de inhoud en ontwikkeling, doorlopend met elkaar in gesprek. Samenwerking onderling en met (gemeenschaps)initiatieven is een belangrijk onderdeel van de subsidie. Toelichting: De regeling voor budgetsubsidies is in juni 2021 vastgesteld. De herijking van deze subsidieregeling heeft al eerder plaatsgevonden en is daarom al actief. De inhoud van de nieuwe subsidieregeling zoals in bijlage 2 is gelijk gebleven, enkel hebben we aansluiting gezocht bij het subsidiekader ‘Samen werken aan vitale gemeenschappen’ en de formats van de andere subsidieregelingen. De huidige subsidieperiode loopt dan ook vanaf 2022 tot en met 2025. Om deze reden hoeven organisaties die een budgetsubsidie ontvangen (voor 2024) géén nieuwe aanvraag in te dienen. Voorbeelden van organisaties die een budgetsubsidie ontvangen zijn BiblioNu, Synthese en Stichting Leergeld. 3.

Subsidieregeling Leefbaarheidssubsidie Doel van de subsidie: Subsidie voor de uitvoering van initiatieven en projecten van dorpsraden, wijkcomités en samenwerkingsverbanden. Met de leefbaarheidssubsidie willen we dorps- en wijkraden en samenwerkingsverbanden inhoudelijk, financieel eigenaarschap en verantwoordelijkheid geven en de beweging naar zelfsturende gemeenschappen bevorderen en ondersteunen. Toelichting: Dorpsraden en wijkcomités ontvangen hetzelfde bedrag aan werkbudget als voorheen. Aan dit lijstje worden de samenwerkingsverbanden toegevoegd, die jaarlijks een vast bedrag aan werkbudget voor hun activiteiten gaan ontvangen. Daarnaast ontvangen dorpsraden, wijkcomités en samenwerkingsverbanden jaarlijks een organisatiebudget, voor het organiseren van hun (openbare) vergaderingen. Dit was in het oude kader ondergebracht bij de stimuleringssubsidies (nu waarderingssubsidie), maar we kiezen ervoor om dit in het nieuwe kader onder één aanvraag leefbaarheidssubsidie te laten vallen. De leefbaarheidssubsidie staat vermogensvorming toe tot maximaal € 15.000,- en € 25.000,- bij een concreet spaardoel. De vermogensvorming is ten opzichte van de vorige subsidieregeling naar beneden bijgesteld omdat gemeenschapsgeld niet bedoeld is om te sparen. Bij te veel vermogen wordt de subsidie voor dat betreffende jaar aangepast. 4.

Subsidieregeling Muziekonderwijs Doel van de subsidie: Subsidie voor muziekverenigingen is bedoeld om muziekonderwijs voor jeugdleden in verenigingsverband te stimuleren. Dat kan voor hafabra- en popmuziekinstrumenten. Muziekverenigingen vervullen een belangrijke verbindende rol in dorpen en wijken en dragen daarmee bij aan vitale gemeenschappen. Het geven van muziekonderwijs is essentieel voor de continuïteit van deze muziekverenigingen. Dit muziekonderwijs brengt

3

Pag. 4 van 6

bijzondere kosten met zich mee. Om verenigingen te ondersteunen bij het toegankelijk houden van het muziekonderwijs verlenen we deze subsidie. Toelichting: Er is een maximumbedrag per lid t/m 18 jaar. De subsidie bedraagt 75% van de opleidingskosten, met een maximum van € 300,- per leerling. De subsidie wordt jaarlijks aangevraagd op basis van leerlingenaantallen. Er moet voldaan worden aan specifieke criteria om de kwaliteit te waarborgen, zoals deelname aan examens, een volledig jaarprogramma en gediplomeerde docenten. De toevoeging van popmuziekinstrumenten om in aanmerking te komen voor deze subsidie is nieuw ten opzichte van het oude kader. Naast de subsidie voor muziekonderwijs kunnen muziekverenigingen een waarderingssubsidie aanvragen. De waarderingssubsidie geldt voor alle leden van de vereniging. 5. Subsidieregeling Exploitatiesubsidie ondersteuning & zorg Doel van de subsidie: Exploitatiesubsidies verlenen we aan vrijwilligersorganisaties voor het opzetten en in stand houden van lokale algemene voorzieningen voor ondersteuning en zorg. Deze zijn vooral gericht op kwetsbare inwoners en ouderen. De activiteiten dragen bij aan de beweging van vitale gemeenschappen en de beweging van ‘zorg naar gezondheid’ en ‘van maatwerk naar collectieve voorzieningen’.

Om in aanmerking te komen voor deze subsidie is het maatgevend dat de activiteiten worden gezien als een vrij toegankelijke voorziening binnen het sociaal domein. Met andere woorden, om aan deze activiteiten deel te kunnen nemen is geen verwijzing van een arts of gemeente nodig. Toelichting: Door middel van de exploitatiesubsidie willen we stimuleren dat er een goede basis ontstaat om mensen langer zelfstandig in de eigen omgeving te kunnen laten meedoen en wonen. De gemeente wil organisaties ondersteunen die actief zijn op het gebied van ondersteuning en zorg voor elkaar en die voorzieningen in de sociale basis versterken. De subsidies berekenen we op basis van de subsidieaanvraag en (het tekort in) de ingediende begroting. De exploitatiesubsidies worden jaarlijks verleend. In de praktijk is de opzet en exploitatie van elk initiatief op het gebied van ondersteuning en zorg verschillend, wat maakt dat ook de subsidiebedragen verschillen. De exploitatiesubsidie geeft de mogelijkheid om in het tempo van de inwoner en van het initiatief mee te groeien. 6. Subsidieregeling Impactsubsidie Doel van de subsidie: De Impactsubsidie is bedoeld voor nieuwe activiteiten of projecten die afwijken van de kernactiviteiten van de betreffende stichting, vereniging of organisatie.

De subsidie verlenen we voor het uitvoeren van nieuwe, eenmalige activiteiten (evenementen en projecten) die een bijdrage leveren aan vitale gemeenschappen, een gezonde en duurzame leefomgeving of een bijdrage leveren aan actuele maatschappelijke thema’s. Toelichting: Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een project of evenement aan bepaalde criteria voldoen, o.a. dat het eenmalig plaatsvindt, het vernieuwend is, voor iedereen openbaar toegankelijk, in hoofdzaak gericht op inwoners van Horst aan de Maas, en geen regulier onderdeel is van de kernactiviteiten van een organisatie

4

Pag. 5 van 6

waarvoor zij mogelijk al een waarderingssubsidie ontvangt. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de begroting tot een maximum van € 4.000,-. De impactsubsidie is een eenmalige subsidie, die het hele jaar door kan worden aangevraagd. De impactsubsidie is de vervanging van de vouchers en projectsubsidies. Door het verlenen van de impactsubsidies willen we de kwaliteit van de leefbaarheid in dorpen en wijken stimuleren en ondersteunen. Vrijwilligersorganisaties organiseren nieuwe projecten en evenementen die hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Aanvragen van kleine subsidiebedragen hebben in de praktijk een behandeltijd van minder dan 4 weken. Als deze projecten of evenementen vervolgens jaarlijks terugkeren, is er de mogelijkheid om daarna in aanmerking te komen voor een waarderingssubsidie in plaats van een impactsubsidie. Financiële consequenties Bij de start van het herijkingsproces van de subsidiekaders was een financiële taakstelling van kracht: € 70.000,op het totaal aan subsidiesoorten van het sociaal domein en een taakstelling van € 45.000,- op de prioriteitsgelden. Deze bezuinigingsopgave is met een motie op 1 november 2022 van tafel gegaan. De beschikbaar gestelde budgetten van de gemeenteraad zijn het financiële kader waarmee wordt gewerkt. Dit komt terug in de begroting 2024.

Met onze subsidieregeling geven we invulling aan de beweging die we willen maken in het kader van de transformatiegedachte in het sociaal domein. Het is een belangrijk middel om inwoners, verenigingen en andere vrijwilligersorganisaties te stimuleren en te ondersteunen bij activiteiten en op die manier te zorgen voor een sterke sociale basis. Het is dan ook belangrijk dat hiervoor voldoende middelen beschikbaar blijven. Zodra alle aanvragen zijn ingediend kunnen we berekenen of de beschikbare budgetten toereikend zijn voor de toe te kennen subsidies. Uitgangspunt is het financiële kader van de gemeenteraad. Voor de budgetsubsidies en exploitatiesubsidies is de verwachting dat het financiële kader past bij de nieuwe regelingen. De grootste onzekerheid zit bij de waarderingssubsidies. Dit heeft ermee te maken dat dit kader meer ruimte biedt voor nieuwe initiatieven en doelgroepen (jong en oud). Vervolgtraject In juli start het proces van aanvragen. Organisaties kunnen een aanvraag indienen via de website met behulp van een webformulier. Voor hen die moeite hebben met het indienen van een aanvraag is ondersteuning beschikbaar. Indien er vragen van organisaties en verenigingen terecht komen bij uw gemeenteraad, vragen wij u om actief door te verwijzen naar het klantencontactcentrum van de gemeente, te bereiken via het algemene telefoonnummer.

Zij zorgen dat de vraag bij de betreffende beleidsverantwoordelijke terecht komt. Bij de waarderingssubsidie is een overgangsregeling van toepassing. Organisaties waarvan de subsidie 25% (of meer) lager uitvalt dan het voorgaande jaar ontvangen een afbouwbijdrage. De afbouwbijdrage wordt voor de periode van één jaar verstrekt en bedraagt 50% van het verschil tussen het oude en nieuwe subsidiebedrag. Met organisaties die op grond van de nieuwe subsidieregeling minder subsidie gaan ontvangen zal contact worden opgenomen. Wanneer de nieuwe subsidiekaders tot problemen leiden voor verenigingen, dan gaan we met hen in gesprek om de gevolgen te bespreken. We vragen op dat moment aan verenigingen om verdere

5

Pag. 6 van 6

inzage te geven in de financiële situatie maar ook in andere organisatorische zaken. Er wordt gekeken naar een maatwerkoplossing. Een maatwerkoplossing betekent niet automatisch een hogere subsidie. We informeren uw gemeenteraad aan het einde van het eerste kwartaal 2024 nogmaals met een RIB over het subsidieproces. Dan is het volledige proces van aanvragen en toekennen afgerond. We delen dan ook de eerste beelden van het subsidiedashboard. Bijlagen Bijlage 1 Subsidieregeling Waarderingssubsidie Bijlage 2 Subsidieregeling Exploitatiesubsidie ondersteuning en zorg Bijlage 3 Subsidieregeling Impactsubsidie Bijlage 4 Subsidieregeling Leefbaarheidssubsidie Bijlage 5 Subsidieregeling Muziekonderwijs Bijlage 6 Subsidieregeling Budgetsubsidie

6

SUBSIDIEREGELING WAARDERINGSSUBSIDIE GEMEENTE HORST AAN DE MAAS Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas; overwegende dat: - de gemeente samen met haar inwoners, vrijwilligersorganisaties en (overige) maatschappelijke partners wil bouwen aan Vitale Gemeenschappen en een gezonde en duurzame leefomgeving; - activiteiten van verenigingen, stichtingen en vrijwilligersorganisaties hier een belangrijke bijdrage aan leveren; - de gemeente deze activiteiten van vrijwilligersorganisaties wil stimuleren en waarderen door het verstrekken van waarderingssubsidies; - de gemeente op een gelijkwaardige, transparante manier en op basis van vertrouwen deze activiteiten waardeert; gelet op het Subsidiekader Samen werken aan Vitale Gemeenschappen gemeente Horst aan de Maas, de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas en titel 4.2. Subsidies van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de: Subsidieregeling waarderingssubsidie gemeente Horst aan de Maas Artikel 1.

Definities In deze regeling wordt verstaan onder; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas; - vrijwilligersorganisatie: organisatie die maatschappelijke doelstellingen nastreeft, geen winst nastreeft en voor de uitvoering van de activiteiten hoofdzakelijk vrijwilligers inzet; - kernactiviteit: de activiteit waarop de vrijwilligersorganisatie zich in hoofdzaak richt; - activiteiten op structurele basis: activiteiten die wekelijks/maandelijks plaatsvinden, opgenomen zijn in een jaarplanning of met enige regelmaat (minstens 10x per jaar) worden georganiseerd; - actief lid: bij een organisatie ingeschreven, contributie betalend lid, dat gedurende het gehele jaar deelneemt aan de activiteiten van de organisatie (geen zomer-/winterleden, ereleden, commissarissen, steunende en rustende leden); - lid met een beperking: inwoner van Horst aan de Maas met een aangeboren of door ziekte of ongeval opgelopen beperking van lichamelijke, verstandelijke of psychische aard, waarvoor de vrijwilligersorganisatie extra inspanningen moet leveren om deze aan de activiteiten mee te kunnen laten doen.

Artikel 2. Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op het verstrekken van waarderingssubsidies door het college aan vrijwilligersorganisaties voor de in artikel 3 bedoelde doelen en activiteiten. Artikel 3. Doelen en activiteiten 1. Een waarderingssubsidie wordt verleend aan vrijwilligersorganisaties als waardering voor de maatschappelijke meerwaarde die voortvloeit uit de uitvoering van hun kernactiviteiten. 2. Van maatschappelijke meerwaarde is sprake wanneer activiteiten bijdragen aan de kernprincipes van Positieve Gezondheid1 zoals opgenomen in het Subsidiekader Samen werken aan Vitale Gemeenschappen gemeente Horst aan de Maas. 3. De activiteiten van de vrijwilligersorganisatie zijn in hoofdzaak gericht op de inwoners van de gemeente Horst aan de Maas. Artikel 4. Wie deze subsidie kan aanvragen 1. Vrijwilligersorganisaties die activiteiten willen uitvoeren zoals bedoeld in artikel 3 kunnen een subsidie bij het college aanvragen. 2. Vrijwilligersorganisaties die voor hun activiteiten al een budgetsubsidie of exploitatiesubsidie ondersteuning en zorg ontvangen komen niet in aanmerking voor een waarderingssubsidie. 3. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan verenigingen met volledige rechtspersoonlijkheid (ex artikel 2:26 BW), aan stichtingen (ex artikel 2:285 BW) en aan coöperaties (ex artikel 2:53 Burgerlijk Wetboek). 4.

Binnen de doelen en de activiteiten, zoals genoemd in artikel 3, worden clusters van organisaties met hetzelfde doel en dezelfde of vergelijkbare activiteiten onderscheiden. De activiteiten van deze organisaties komen in aanmerking voor een subsidie. De volgende clusters worden onderscheiden: a. Participatie en educatie: i. Jeugd- en jongerenorganisaties: organisaties die op structurele basis educatieve, sociale, creatieve en recreatieve activiteiten organiseren voor jeugd en jongeren in groepsverband t/m 25 jaar. We onderscheiden: 1. Organisaties met leden, zoals Jong Nederland; 2. Organisaties zonder leden, zoals sozen en tienerclubs; 3. Mart Roeffen Stichting; ii. Ouderenorganisaties: organisaties die op structurele basis educatieve, sociale, creatieve en recreatieve activiteiten organiseren voor ouderen in groepsverband vanaf pensioengerechtigde leeftijd. We onderscheiden: 1. Organisaties met leden; 2. Organisaties zonder leden; iii. Organisaties gericht op inclusie: organisaties die op structurele basis educatieve, sociale, creatieve en recreatieve activiteiten organiseren in groepsverband gericht op inclusie van een of meerdere doelgroepen. We onderscheiden: 1. Organisaties met leden; 2. Organisaties zonder leden; 3. Uitgaansgelegenheden; iv.

Repaircafés: organisaties die, samen met de inwoner die het product aanbiedt, een tweede leven geven aan reeds gebruikte spullen; v. Educatieve organisaties: organisaties die educatieve, sociale en creatieve cursussen organiseren: 1. EHBOcursussen; 2. Taalcursussen; 3. Hobbycursussen; vi. Organisaties (mondiale) bewustwording: organisaties die zich inzetten voor (mondiale) maatschappelijke problematieken en uitdagingen en het vergroten van de betrokkenheid van inwoners daarbij. Eén organisatie kan meerdere kleinere organisaties vertegenwoordigen;

1

Voor meer informatie over Positieve gezondheid, zie www.iph.nl

vii. Levensbeschouwelijke organisaties: organisaties die per werkgebied vanuit een levensbeschouwelijke overtuiging naast hun kernactiviteit maatschappelijke ondersteuning bieden aan inwoners die dat nodig hebben; viii. Natuurorganisaties: organisaties die activiteiten organiseren gericht op bescherming en behoud van natuur en landschap in Horst aan de Maas en het vergroten van de betrokkenheid van inwoners daarbij; b. Cultuur: i. Culturele amateurverenigingen: organisaties die vanuit een bepaalde kunst- of cultuurdiscipline, structureel oefenen of bij elkaar komen en daarnaast geregeld bijdragen aan optredens, voorstellingen of activiteiten in Horst aan de Maas of deze organiseren. We onderscheiden: 1. Instrumentale muziekverenigingen, aangesloten bij een erkende overkoepelende organisatie; 2. Zangverenigingen; 3. Toneelverenigingen; 4. Dansverenigingen; 5. Foto- en filmverenigingen; 6. Kunstzinnige verenigingen; 7. Schutterijen; ii. Erfgoedorganisaties: organisaties die activiteiten organiseren gericht op bescherming en behoud van materieel en immaterieel erfgoed in Horst aan de Maas en het vergroten van de betrokkenheid van inwoners daarbij; iii. Musea: permanente instellingen, niet gericht op het behalen van winst, toegankelijk voor publiek, die ten dienste staan van de samenleving en haar ontwikkeling.

Een museum verwerft, behoudt, onderzoekt, presenteert, documenteert en geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen. Het museum staat vermeld in het Museumregister; iv. Kleine podia: organisaties, met uitzondering van sozen, met een structurele professionele of semi professionele culturele programmering toegankelijk voor publiek; c. Volksfeesten en herdenkingen: Per dorp wordt subsidie verstrekt voor het organiseren van jaarlijkse, openbaar toegankelijke activiteiten, festiviteiten en evenementen in het kader van onderstaande volksfeesten en herdenkingen: i. Jeugdcarnaval; ii. Carnaval; iii. Koningsdag; iv. Dodenherdenking; v. Sint Maarten; vi. Sint Nicolaas; Per volksfeest of herdenking kan één organisatie per dorp subsidie aanvragen. Een organisatie kan meerdere van bovenstaande volksfeesten of herdenkingen organiseren; d. Sport: Sportverenigingen: organisaties die zich direct bezighouden met actieve sport op amateurniveau, deelnemen aan door gewestelijke of landelijke organisaties ingerichte competities en aangesloten zijn bij erkende overkoepelende sportbonden die zijn aangesloten bij NOC*NSF; e. Jaarlijkse evenementen: i. Kleine evenementen: evenementen met 0 – 500 deelnemers/bezoekers en/of voor de eigen kern; ii.

Middelgrote evenementen: evenementen met 500 – 1.000 deelnemers/bezoekers en/of voor meerdere dorpen/de hele gemeente; iii. Grote evenementen: evenementen met 1.000 of meer deelnemers/bezoekers en/of regionale uitstraling;

Evenementen zijn openbaar toegankelijk, vinden plaats in de gemeente Horst aan de Maas en zijn hoofdzakelijk gericht op inwoners van Horst aan de Maas. Om te bepalen of het gaat om een klein, middelgroot of groot evenement wordt gekeken naar de doelgroep voor wie het evenement is bedoeld: deelnemers of bezoekers. Bijvoorbeeld een concert is bedoeld voor de bezoekers en een renwedstrijd is er voor deelnemers. Aanvragers die al een andere vorm van waarderingssubsidie ontvangen worden uitgesloten van deze categorie. Artikel 5. Subsidieperiode en bepaling subsidiebedrag 1. De subsidie wordt voor een periode van 4 jaar verstrekt. Het college kan beslissen de subsidie voor een kortere periode dan 4 jaar te verstrekken. 2. Het subsidiebedrag kan op twee manieren tot stand komen: a. Het bedrag wordt berekend op basis van leden/deelnemers, met de volgende uitgangspunten: i. een subsidiebedrag per actief lid/deelnemer. Sportverenigingen moeten minimaal 20 actieve leden/deelnemers hebben; de overige verenigingen/stichtingen hebben minimaal 10 actieve leden/deelnemers; ii. een minimaal en maximaal jaarlijks te ontvangen subsidiebedrag per type organisatie; iii. de hoogte van de subsidie wordt gebaseerd op het aantal leden/deelnemers dat vermeld staat in de aanvraag. Daarbij geldt 1 januari van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan, als peildatum; iv.

indien er sprake is van een relevante stijging of daling van het aantal leden/deelnemers (10%) wordt dit doorgegeven voor 1 september. De hoogte van de subsidie voor het daaropvolgende subsidiejaar/-jaren wordt hierop aangepast; v. indien minder dan 75% van de leden/deelnemers woonachtig is in Horst aan de Maas, kan de vereniging enkel in aanmerking komen voor subsidie van de leden/deelnemers woonachtig in Horst aan de Maas. Daarbij moet de vereniging gevestigd zijn in Horst aan de Maas; vi. Het subsidiebedrag is minimaal € 750 en maximaal € 10.000; b. De organisatie krijgt een vast bedrag. 3. Een organisatie kan meerdere activiteiten organiseren en dus meerdere subsidiebedragen ontvangen. De organisatie kan nooit twee keer subsidie ontvangen voor dezelfde activiteit. 4.

Het subsidiebedrag wordt bepaald op basis van de volgende categorisering en bedragen: Participatie en educatie Vast bedrag Bedrag per Minimaal lid Jeugd- en jongerenorganisaties: met leden € 40 € 750 Jeugd- en jongerenorganisaties: zonder € 2.000 leden Jeugd- en jongerenorganisaties: Mart € 5.000 Roeffen Stichting Ouderenorganisaties: met leden € 11 € 750 Ouderenorganisaties: zonder leden € 750 Organisaties gericht op inclusie: met leden € 11 € 750 Organisaties gericht op inclusie: zonder € 750 leden Organisaties gericht op inclusie: € 3.000 uitgaansgelegenheden Repair cafés € 750 Educatieve organisaties € 11 € 750 Organisaties (mondiale) bewustwording € 1.000 Levensbeschouwelijke organisaties € 1.000 Natuurorganisaties € 1.000 Lid met een beperking € 100

Cultuur Instrumentale muziekverenigingen Zangverenigingen Toneelverenigingen Dansverenigingen Foto- en filmverenigingen Kunstzinnige verenigingen Schutterijen Lid met een beperking Erfgoedorganisaties Musea Kleine podia

Vast bedrag

Bedrag per lid € 40 € 40 € 40 € 40 € 40 € 40 € 40 € 100

€ 1.500 € 750 € 750 € 750 € 750 € 750 € 750

€ 1.000 € 7.500 € 2.000

Volksfeesten en herdenkingen Jeugdcarnaval Carnaval Koningsdag Dodenherdenkingen Sint Maarten Sint Nicolaasactiviteit Sport

Minimaal

€ 750 € 750 € 750 € 750 € 750 € 750

Sportverenigingen

Bedrag per lid € 11

Lid met een beperking

€ 100

Minimaal € 750

Jaarlijkse evenementen Kleine evenementen Middelgrote evenementen Grote evenementen

€ 1.000 € 2.000 € 3.000

Artikel 6. Subsidieplafond en wijze van verdeling 1. Er is een subsidieplafond van toepassing dat jaarlijks door het college wordt vastgesteld. 2. De door de vrijwilligersorganisaties binnen de in artikel 7, eerste lid, bedoelde termijn aangevraagde subsidies worden binnen dit subsidieplafond verstrekt. Als het subsidieplafond ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de te verstrekken subsidiebedragen voor alle aanvragen ten laste van dit subsidieplafond naar rato van het per vrijwilligersorganisatie te bepalen subsidiebedrag, naar beneden bijgesteld. Artikel 7. Aanvraag subsidie 1. De aanvraag voor een subsidie wordt bij het college ingediend voor 1 september van het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 2. De subsidie kan voor een periode van maximaal 4 jaar worden aangevraagd. 3. Bij de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door het college ter beschikking gesteld aanvraagformulier (webformulier). 4. Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens:

a. de naam en het adres van de vrijwilligersorganisatie; b. een omschrijving van de vrijwilligersorganisatie en de doelen en activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; c. als de organisatie leden kent, een opgave van het ledenaantal; d. de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 5. Het college kan de aanvraag buiten behandeling stellen als de in het eerste lid genoemde termijn wordt overschreden of als de aanvraag, ook na verzoek tot aanvulling daarvan, onvolledig is. Artikel 8. Beslissing college 1. Het college beslist op een aanvraag voor een subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 2. Het college stelt de subsidie bij zijn beslissing op de aanvraag direct vast. 3. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Artikel 9. Betaling 1. Het college betaalt een voor een periode van meerdere jaren verstrekte subsidie in jaarlijkse gedeelten. Betaling gebeurt jaarlijks voor 1 maart. 2. Een subsidie die voor een periode van 1 jaar of korter wordt verstrekt, wordt direct in zijn geheel betaald. Artikel 10. Overgangsregeling 1.

Deze overgangsregeling is bedoeld voor vrijwilligersorganisaties die in het voorgaande subsidiekader een stimuleringssubsidie ontvingen. 2. Organisaties als bedoeld in het eerste lid, die een subsidieaanvraag indienen voor het jaar 2024 en waarvoor het op basis van deze subsidieregeling bepaalde nieuwe subsidiebedrag lager uitvalt (25% of meer) ontvangen een afbouwbijdrage. 3. Deze afbouwbijdrage wordt voor een periode van één jaar (het subsidiejaar 2024) verstrekt. 4. De afbouwbijdrage bedraagt 50% van het verschil tussen het oude en nieuwe subsidiebedrag. Deze bijdrage wordt verstrekt als aanvulling op het nieuwe subsidiebedrag. 5. Voor het subsidiejaar 2025 en volgende jaren, wordt geen aanvullende bijdrage verstrekt. Artikel 11. Hardheidsclausule Het college kan een artikel of meerdere artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Artikel 12. Onvoorziene gevallen In alle gevallen waarin deze regeling niet of niet voldoende voorziet, of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist het college. Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 juli 2023. 2.

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling waarderingssubsidie gemeente Horst aan de Maas.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 12 juni 2023, Burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas, De burgemeester,

De secretaris,

drs. R.F.I. Palmen

mr. L.M.C. Beckers

* Deze regeling is eerder vastgesteld in 2021.

SUBSIDIEREGELING BUDGETSUBSIDIE GEMEENTE HORST AAN DE MAAS Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas; overwegende dat: - de gemeente samen met haar inwoners, vrijwilligersorganisaties en (overige) maatschappelijke partners wil bouwen aan Vitale Gemeenschappen en een gezonde en duurzame leefomgeving; - maatschappelijke partners hierbij een belangrijke rol vervullen door het faciliteren van vrij toegankelijke voorzieningen voor alle inwoners van Horst aan de Maas; - de gemeente de activiteiten van deze organisaties, als strategisch partners in de beweging van Vitale Gemeenschappen, wil subsidiëren; - samenwerking en het goede gesprek tussen de gemeente, haar partners en haar inwoners over inhoud, ontwikkelingen en strategische doelen van hun activiteiten centraal staan; - de gemeente op een gelijkwaardige, transparante manier en op basis van vertrouwen de activiteiten van deze (semi-)professionele instellingen ondersteunt; gelet op het Subsidiekader Samen werken aan Vitale Gemeenschappen gemeente Horst aan de Maas, de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas en titel 4.2. Subsidies van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de: Subsidieregeling budgetsubsidie gemeente Horst aan de Maas Artikel 1.

Definities In deze regeling wordt verstaan onder: - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas; - maatschappelijke partners: (semi-)professionele organisaties die zich vanuit een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid en doelstelling inzetten voor inwoners van Horst aan de Maas; - gelieerde rechtspersoon: een rechtspersoon die vooral dient ter financiële ondersteuning of buffer van de subsidieaanvrager. Artikel 2. Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op het verstrekken van budgetsubsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde doelen en activiteiten.

* Deze regeling is eerder vastgesteld in 2021.

Artikel 3. Doelen en activiteiten 1. Budgetsubsidie is een subsidie waarmee gestuurd kan worden op beleidsdoelen. De gemeente maakt samen met de subsidieaanvrager afspraken over de bijdrage van de partner aan de beweging van Vitale Gemeenschappen en welke maatschappelijke meerwaarde dit concreet oplevert voor de inwoners en gemeenschappen van Horst aan de Maas. 2. Van maatschappelijke meerwaarde is sprake wanneer activiteiten bijdragen aan de kernprincipes van Positieve Gezondheid1 zoals opgenomen in het Subsidiekader Samen werken aan Vitale Gemeenschappen gemeente Horst aan de Maas. 3. De gemeente zet deze subsidies gericht in en stuurt op de kwalitatieve resultaten. We werken op basis van vertrouwen en geven maatschappelijke partners de ruimte om vanuit eigen inzicht en professionaliteit te werken. Artikel 4. Wie deze subsidie kan aanvragen 1. Organisaties die activiteiten willen uitvoeren zoals bedoeld in artikel 3 kunnen een subsidie bij het college aanvragen. 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan verenigingen met volledige rechtspersoonlijkheid (ex artikel 2:26 Burgerlijk Wetboek), aan stichtingen (ex artikel 2:285 Burgerlijk Wetboek) en aan coöperaties (ex artikel 2:53 Burgerlijk Wetboek). 3. De organisatie heeft een binding met de gemeenschap van Horst aan de Maas. Artikel 5. Subsidieperiode en bepaling subsidiebedrag 1.

De subsidie wordt voor een periode van maximaal 4 jaar verleend. Het college kan beslissen dat de subsidie voor een korter tijdvak dan 4 jaar wordt verleend. 2. De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de ingediende subsidieaanvraag met bijbehorende begroting en de daaropvolgende gesprekken. Artikel 6. Aanvraag subsidie 1. De aanvraag voor een subsidie wordt bij het college schriftelijk ingediend voor 1 september van het jaar voorafgaand aan de periode waarvoor de subsidie wordt gevraagd. 2. Bij de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door het college ter beschikking gesteld aanvraagformulier (webformulier). 3. Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens: a. de naam en het adres van de subsidieaanvrager; b. een overzicht van de verwachte resultaten waarvoor subsidie wordt gevraagd, met daarin een verwijzing in hoeverre deze resultaten bijdragen aan de beweging van vitale gemeenschappen en en de kernprincipes van Positieve Gezondheid; c. een begroting met daarin een overzicht van alle voor het boekjaar geraamde inkomsten en uitgaven van de subsidieaanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de resultaten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; d. de balans van het voorafgaande jaar met toelichting; e.

als dit van toepassing is, een opgave van aan de instelling gelieerde rechtspersonen en van de aard van de betrekking met die rechtspersonen. 4. Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde activiteiten ook subsidie heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen of bij private instellingen, doet deze daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen. 5. Het college kan de aanvraag buiten behandeling stellen als de in het eerste lid genoemde termijn wordt overschreden of als de aanvraag, ook na verzoek tot aanvulling daarvan, onvolledig is. 6. Een wijziging van de in het derde en vierde lid genoemde gegevens wordt direct ter kennisneming gebracht aan het college.

1

Voor meer informatie over Positieve gezondheid, zie www.iph.nl

* Deze regeling is eerder vastgesteld in 2021.

Artikel 7. Overleg 1. Het college treedt voor de verlening van de subsidie in overleg met de subsidieaanvrager om tot overeenstemming te komen over de gewenste (kwalitatieve) resultaten en de manier waarop deze inzichtelijk worden gemaakt, de subsidieverplichtingen en de door het college te verstrekken subsidie. Met goedvinden van de subsidieaanvrager kan van dit overleg worden afgezien. 2. Als dit overleg tot overeenstemming leidt, dan besluit het college tot subsidieverlening dienovereenkomstig. 3. Als dit overleg niet tot overeenstemming leidt, dan maakt het college in zijn subsidiebeschikking in ieder geval melding van de afwijkende opvatting van de subsidieaanvrager en geeft het college gemotiveerd aan waarom het die opvatting niet deelt. 4. Gedurende de subsidieperiode zijn we minimaal één keer per jaar individueel en één keer per jaar collectief met alle subsidieontvangers in gesprek. In deze gesprekken staan we stil bij welke meerwaarde de inzet van maatschappelijke partners heeft opgeleverd voor inwoners van Horst aan de Maas. Daarnaast staan we stil bij gezamenlijke ontwikkelpunten die de basis vormen voor hoe we verder gaan in het volgende jaar. 5. Eén maal per vier jaar organiseren we een gezamenlijk werkbezoek waar college, raadsleden, budgetsubsidieontvangers en inwoners met elkaar praten over het werk van de subsidieontvangers.

De gemeente neemt het initiatief om deze bijeenkomst te initiëren. Artikel 8. Beslissing college 1. Het college beslist op een aanvraag voor een subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar of de jaren waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 2. In de subsidiebeschikking wordt aangegeven welk bedrag voor welke verwachte resultaten wordt verstrekt, hoe deze resultaten inzichtelijk worden gemaakt en met welke verplichtingen. 3. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Artikel 9. Voldoende gelden; reserves 1. Subsidieverstrekking vindt niet of slechts gedeeltelijk plaats als de aanvrager over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, hetzij uit eerder verkregen subsidies, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken. 2. Onder eigen middelen, als bedoeld in het eerste lid, worden de aanwezige reserves verstaan, voor zover deze in goed onderling overleg worden bepaald. 3. Onder middelen van derden, zoals bedoeld in het eerste lid, worden onder meer verstaan de reserves van aan de instelling gelieerde rechtspersonen. Artikel 10. Betaling Het college geeft in zijn beslissing tot verstrekking van de subsidie aan wanneer en hoe de subsidie wordt betaald.

Artikel 11. Indexering 1. De budgetsubsidie wordt jaarlijks geïndexeerd, daarbij maakt het college een onderscheid tussen het loongevoelige deel en het prijsgevoelige deel (materiële component), overeenkomstig de jaarlijkse gemeentelijke begrotingsrichtlijnen. 2. Het college kan in bijzondere gevallen van het in het voorgaande lid bepaalde afwijken. Artikel 12. Verplichtingen Naast de verplichtingen die op grond van artikel 4:37 van de Awb kunnen worden opgelegd en de verplichtingen die op grond van de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas zijn of kunnen worden opgelegd, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: a. de subsidieontvanger is gehouden de resultaten te leveren zoals deze zijn opgenomen in de subsidiebeschikking of – aanvullend – in de uitvoeringsovereenkomst;

* Deze regeling is eerder vastgesteld in 2021.

b. als gedurende het subsidiejaar blijkt dat de verwachte resultaten dreigen niet te worden behaald, meldt de subsidieontvanger dat direct aan het college, onder vermelding van de oorzaak en de genomen of te nemen maatregelen om alsnog te voldoen aan het onder a. bepaalde; c. als gedurende het boekjaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten doet de subsidieontvanger daarvan overeenkomstig artikel 4:70 van de Awb direct mededeling aan het college onder vermelding van de oorzaak van de verschillen; d. het college kan bij de subsidieverlening ook andere doelgebonden verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38 van de Awb opleggen; e. het college kan bepalen dat de subsidieontvanger de toestemming van het college nodig heeft voor het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties. Op deze beslissing van het college is artikel 4:71, tweede, derde en vierde lid, van de Awb van toepassing. Artikel 13. Jaarlijkse resultatenverslag 1.

Het jaarlijkse resultatenverslag, bestaande uit een financieel verslag, een verslag met daarin opgenomen in welke mate de inzet heeft bijgedragen aan de in artikel 3 bedoelde doelen en een verantwoording van de overige subsidieverplichtingen, wordt uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het subsidiejaar ingediend. 2. Het financieel verslag als bedoeld in het eerste lid omvat de balans en de exploitatierekening overeenkomstig artikel 4:76, tweede, derde, vierde en vijfde lid, van de Awb, waarbij dezelfde indeling wordt gehanteerd als in de begroting. 3. Als de subsidieontvanger op jaarbasis een subsidie van € 100.000 of meer ontvangt, wordt het financieel verslag uiterlijk op 1 april van het jaar volgend op het subsidiejaar, voorzien van een getrouwheidsverklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 4:78 van de Awb is van overeenkomstige toepassing. Artikel 14. Verantwoording en vaststelling 1. Het ingediende resultatenverslag over het laatste subsidiejaar, samen met de eerdere resultatenverslagen, geldt als de verantwoording om te komen tot vaststelling van de subsidie ingevolge artikel 4:44 van de Awb. 2. Het college stelt binnen 24 weken na ontvangst van de verantwoording de subsidie vast. Artikel 15. Lagere vaststelling, intrekking en wijziging subsidie 1.

Het college kan de subsidie, naast de gevallen als bedoeld in artikel 4:46, tweede en derde lid, van de Awb, lager vaststellen, als: a. is gebleken dat de subsidie aan andere resultaten is besteed dan waarvoor zij is aangevraagd of verstrekt; b. de subsidieontvanger feitelijk niet of niet voldoende overeenkomstig zijn doelstellingen werkzaam is en hier ondanks ontvangen schriftelijke waarschuwing geen verandering in brengt; c. de subsidieontvanger een financieel wanbeleid voert; d. de rechtspersoon bij rechterlijk vonnis is ontbonden; e. bij de subsidieontvanger conservatoir of executoriaal beslag is gelegd op het vermogen of een deel ervan; f. aan de subsidieontvanger surseance van betaling is verleend; g. de subsidieontvanger in staat van faillissement is verklaard. 2. Het college kan, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als zich een geval voordoet als bedoeld in artikel 4:48, eerste lid, en artikel 4:50, eerste lid, van de Awb, artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas of een geval als bedoeld in het eerste lid. In het geval van toepassing van artikel 4:50 van de Awb moet een redelijke termijn in acht worden genomen. 3.

Het college kan een vastgestelde subsidie intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen in de gevallen als bedoeld in artikel 4:49, eerste lid, van de Awb en artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas of een geval als bedoeld in het eerste lid.

* Deze regeling is eerder vastgesteld in 2021.

Artikel 16 Restitutie vermogensvorming 1. De subsidieontvanger is een vergoeding aan de gemeente verschuldigd voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, als sprake is van de in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb genoemde gevallen. 2. Als de subsidieontvanger zijn vermogen geheel of in overwegende mate ontleent aan de subsidie is de maximale vergoeding verschuldigd. 3. Als het tweede lid niet van toepassing is, wordt de hoogte van de vergoeding bepaald naar evenredigheid van de hoogte van het subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten. 4. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding wordt verschuldigd, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. 5. Als het onroerende zaken betreft, gebeurt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige. Artikel 17. Hardheidsclausule Het college kan een artikel of meerdere artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Artikel 18.

Onvoorziene gevallen In alle gevallen waarin deze regeling niet of niet voldoende voorziet, of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist het college. Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 juli 2023. 2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling budgetsubsidie gemeente Horst aan de Maas.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 12 juni 2023, Burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas, De burgemeester,

De secretaris,

drs. R.F.I. Palmen

mr. L.M.C. Beckers

SUBSIDIEREGELING LEEFBAARHEIDSSUBSIDIE GEMEENTE HORST AAN DE MAAS Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas; overwegende dat: - de gemeente samen met haar inwoners, vrijwilligersorganisaties en (overige) maatschappelijke partners wil bouwen aan Vitale Gemeenschappen en een gezonde en duurzame leefomgeving; - de gemeente in die beweging zelfsturende gemeenschappen wil bevorderen en ondersteunen; - de dorpsraden, wijkraden en samenwerkingsverbanden hierbij een initiërende en verbindende rol vervullen in de gemeenschappen; - de gemeente de dorpsraden, wijkraden en samenwerkingsverbanden inhoudelijk en financieel eigenaarschap en meer verantwoordelijkheid wil geven; - de gemeente op een gelijkwaardige, transparante manier en op basis van vertrouwen deze activiteiten ondersteunt; gelet op het Subsidiekader Samen werken aan Vitale Gemeenschappen gemeente Horst aan de Maas, de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas en titel 4.2. Subsidies van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de: Subsidieregeling leefbaarheidssubsidie gemeente Horst aan de Maas Artikel 1.

Definities In deze regeling wordt verstaan onder: - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas; - dorpsraad of wijkraad: een door het college erkende rechtspersoon die met een georganiseerd team van vrijwilligers op een structurele manier het behartigen van het algemeen belang van het dorp of de wijk en zijn inwoners ten doel stelt, dit in samenwerking en wisselwerking met die inwoners en de gemeente. In de praktijk kan ook een andere benaming worden gebruikt zoals een platform, comité, overleg of werkgroep; - samenwerkingsverband: een samenwerkingsverband van organisaties dat op dorps-, wijk- of disciplineniveau activiteiten organiseert en zich inzet voor samenwerking tussen verschillende individuele verenigingen, stichtingen en/of coöperaties.

Artikel 2. Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op het verstrekken van leefbaarheidssubsidies aan dorpsraden, wijkraden en samenwerkingsverbanden door het college voor de in artikel 3 bedoelde doelen en activiteiten. Artikel 3. Doelen en activiteiten 1. De subsidie wordt als een te besteden werkbudget verleend aan dorpsraden, wijkraden en samenwerkingsverbanden. 2. Met het verstrekken van deze subsidie maken we het mogelijk dat zij initiatieven kunnen ondersteunen of zelf uitvoeren, die bijdragen aan een gezonde en duurzame leefomgeving. 3. Voor het uitvoeren van de activiteiten zoekt de dorpsraad, de wijkraad of het samenwerkingsverband draagvlak in het dorp of de wijk. 4. De subsidiegelden mogen niet worden besteed aan activiteiten die vallen binnen de gemeentelijke taken. Artikel 4. Wie deze subsidie kan aanvragen 1. Dorpsraden, wijkraden en samenwerkingsverbanden die activiteiten willen uitvoeren zoals bedoeld in artikel 3 kunnen een subsidie bij het college aanvragen. 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan verenigingen met volledige rechtspersoonlijkheid (ex artikel 2:26 BW), aan stichtingen (ex artikel 2:285 BW) en aan coöperaties (ex artikel 2:53 BW). Artikel 5. Subsidieperiode en bepaling subsidiebedrag 1. De subsidie wordt voor een periode van een jaar verstrekt. 2. De subsidie wordt als volgt bepaald: a.

dorpsraden ontvangen een bedrag per jaar van maximaal € 8.500; b. wijkraden ontvangen een bedrag per jaar van maximaal € 5.000; c. samenwerkingsverbanden ontvangen een bedrag per jaar van maximaal € 2.500. 3. Dorpsraden, wijkraden en samenwerkingsverbanden ontvangen naast de subsidie als genoemd in het tweede lid een bedrag van € 1.000 als eigen organisatiebudget. Artikel 6. Subsidieplafond en wijze van verdeling 1. Er is een subsidieplafond van toepassing dat jaarlijks door het college wordt vastgesteld. 2. De door de dorpsraden, wijkraden en samenwerkingsverbanden binnen de in artikel 7, eerste lid, bedoelde termijn aangevraagde subsidies worden binnen dit subsidieplafond verstrekt. Als de aangevraagde subsidies gezamenlijk de hoogte van het subsidieplafond overstijgen, dan worden de binnen het subsidieplafond beschikbare gelden naar rato van de hoogte van het jaarlijkse subsidiebedrag, zoals bedoeld in artikel 5, tweede en derde lid, over de dorpsraden, wijkraden en samenwerkingsverbanden verdeeld. Artikel 7. Aanvraag subsidie 1. De dorpsraad, de wijkraad of het samenwerkingsverband vraagt de subsidie jaarlijks voor 1 februari van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd bij het college aan. 2. Bij de aanvraag wordt gebruik gemaakt van een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier (webformulier). 3.

Het aanvragen van de subsidie voor dorpsraden en wijkraden kan in twee vormen: a. Vorm 1: subsidiegelden in eigen beheer van de dorpsraad of de wijkraad. In deze vorm ontvangt de dorpsraad of de wijkraad zelf de subsidie en wordt deze na het besluit tot verstrekking van de subsidie betaald aan de dorpsraad of de wijkraad. De dorpsraad of de wijkraad beheert deze subsidiegelden en behandelt zelf de afzonderlijke aanvragen voor een bijdrage in een initiatief of project; b. Vorm 2: subsidiegelden in beheer van de gemeente. In deze vorm ontvangt de dorpsraad of de wijkraad de subsidie, maar wordt deze na het besluit tot verstrekking van de subsidie niet direct betaald aan de dorpsraad of de wijkraad. De dorpsraad of de wijkraad vraagt via een daartoe door het college beschikbaar gesteld webformulier per initiatief

of project uiterlijk 8 weken voor de start van het initiatief of het project om betaling van de voor het initiatief of project benodigde gelden. Bij deze aanvraag verstrekt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens: - een omschrijving van het initiatief of het project; - een beschrijving van hoe het initiatief of het project bijdraagt aan de in artikel 3 bedoelde doelen; - een begroting van inkomsten en uitgaven. 4. Een samenwerkingsverband ontvangt de subsidiegelden in eigen beheer. Het in het derde lid, aanhef en onder a (vorm 1) bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 5. Het college kan de aanvraag buiten behandeling stellen als de in het eerste lid genoemde termijn wordt overschreden of als de aanvraag, ook na verzoek tot aanvulling daarvan, onvolledig is. Artikel 8. Beslissing college 1. Bij subsidie verstrekt in eigen beheer (vorm 1), als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder a, neemt het college een beslissing over het verlenen van de subsidie (de totale subsidie voor één jaar) voor 1 maart van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 2. Bij subsidie verstrekt in beheer van de gemeente (vorm 2), als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder b, neemt het college eveneens een beslissing over het verlenen van de subsidie (de totale subsidie voor één jaar) voor 1 maart van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Het college beslist op een aanvraag om betaling van voor een afzonderlijk initiatief of project benodigde gelden binnen 4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Artikel 9. Betaling 1. Bij subsidie verstrekt in eigen beheer (vorm 1), als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder a, wordt de subsidie na de beslissing van het college tot verstrekking van de subsidie in een keer in zijn geheel uitbetaald voor 1 april. 2. Bij subsidie verstrekt in beheer van de gemeente (vorm 2), als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder b, wordt de subsidie na de beslissing van het college gereserveerd. De betaling vindt plaats op basis van initiatief- of projectaanvragen. In de reactie op de aanvraag om betaling van de voor het initiatief of project benodigde gelden wordt aangegeven hoe de betaling plaatsvindt. Artikel 10. Vermogensvorming 1. Een dorpsraad, wijkraad of samenwerkingsverband mag de subsidiegelden tot een bedrag van maximaal € 15.000 als financiële reserve aanhouden. 2. Een dorpsraad, wijkraad of samenwerkingsverband mag de subsidiegelden tot een bedrag van maximaal € 25.000 als financiële reserve aanhouden als deze reserve dient voor een concreet spaardoel. 3. Deze regeling voor vermogensvorming betreft uitsluitend de ontvangen subsidiegelden. Artikel 11. Overgangsregeling vermogensvorming 1.

De bepalingen voor vermogensvorming, zoals bedoeld in artikel 10, gelden vanaf 1 januari 2025. Aanvragen om subsidie voor het jaar 2025 worden dus (mede) beoordeeld op basis van de in artikel 10 bedoelde toegestane maximale hoogte van de reservegelden. 2. Aanvragen om subsidie voor het jaar 2024 worden (mede) beoordeeld op basis van een toegestane maximale hoogte van de reservegelden van € 25.000. Artikel 12. Verantwoording De in vorm 1 en in vorm 2 ontvangen (totale) subsidie, als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder a en b, wordt verantwoord voor 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt. Verantwoording gebeurt door het bij het college indienen van een financieel verslag van de uitgevoerde initiatieven en projecten. Bij de verantwoording wordt gebruik gemaakt van een door het college beschikbaar gesteld verantwoordingsformulier (webformulier).

Artikel 13. Vaststelling subsidie Voor de in vorm 1 en in vorm 2 ontvangen (totale) subsidie, als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder a en b, geldt de financiële verantwoording als een aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Het college stelt de subsidie binnen 8 weken nadat het volledige financieel verslag is ontvangen vast. Artikel 14. Hardheidsclausule Het college kan een artikel of meerdere artikelen van deze subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Artikel 15. Onvoorziene gevallen In alle gevallen waarin deze regeling niet of niet voldoende voorziet, of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist het college. Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 juli 2023. 2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling leefbaarheidssubsidie gemeente Horst aan de Maas.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 12 juni 2023, Burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas, De burgemeester,

De secretaris,

drs. R.F.I. Palmen

mr. L.M.C. Beckers

SUBSIDIEREGELING MUZIEKONDERWIJS GEMEENTE HORST AAN DE MAAS Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas; overwegende dat: - de gemeente samen met haar inwoners, vrijwilligersorganisaties en (overige) maatschappelijke partners wil bouwen aan Vitale Gemeenschappen en een gezonde en duurzame leefomgeving; - muziekverenigingen een belangrijke verbindende rol vervullen in de dorpen en wijken van de gemeente Horst aan de Maas en hiermee bijdragen aan Vitale gemeenschappen; - het geven van muziekonderwijs essentieel is voor de continuïteit van deze muziekverenigingen; - dit muziekonderwijs bijzondere kosten met zich meebrengt vanwege de hiervoor nodige inzet van muziekdocenten en deelname van leerlingen aan muziekexamens; - de gemeente muziekverenigingen wil ondersteunen bij het laagdrempelig houden van het muziekonderwijs; - de gemeente op een gelijkwaardige, transparante manier en op basis van vertrouwen deze activiteiten ondersteunt; gelet op het Subsidiekader Samen werken aan Vitale Gemeenschappen gemeente Horst aan de Maas, de Algemene subsidieverordening gemeente Horst aan de Maas en titel 4.2. Subsidies van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de: Subsidieregeling muziekonderwijs gemeente Horst aan de Maas Artikel 1.

Definities In deze regeling wordt verstaan onder: - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas; - muziekvereniging: een vrijwilligersorganisatie die in verenigingsverband muziek beoefent en die een bijdrage levert aan de leefbaarheid van een dorp of wijk door optredens, voorstellingen of activiteiten te organiseren. Artikel 2. Toepassingsbereik Deze subsidieregeling is van toepassing op het verstrekken van subsidies aan muziekverenigingen door het college voor de in artikel 3 bedoelde doelen en activiteiten.

Artikel 3. Doelen en activiteiten 1. De subsidie wordt verleend aan muziekverenigingen om het volgen van muziekonderwijs te stimuleren en laagdrempelig te houden. 2. Om in aanmerking te komen voor subsidie moet aan de volgende criteria worden voldaan: a. de lessen worden verzorgd door een gediplomeerd docent; b. leerlingen zijn in het jaar dat ze muzieklessen volgen 18 jaar of jonger; c. de subsidie wordt volledig besteed aan de inzet van docenten en wanneer van toepassing aan deelname aan examens; d. de subsidie wordt alleen verstrekt voor leerlingen die een volledig jaarprogramma volgen. Artikel 4. Wie deze subsidie kan aanvragen 1. Muziekverenigingen kunnen een subsidie voor het geven van muziekonderwijs bij het college aanvragen. 2. De muziekvereniging heeft volledige rechtspersoonlijkheid (ex artikel 2:26 Burgerlijk Wetboek), is gevestigd en in hoofdzaak actief in de gemeente Horst aan de Maas en organiseert erkend muziekonderwijs voor de eigen jeugdleden. Artikel 5. Nadere criteria voor subsidieverlening De subsidie kan niet worden aangevraagd voor voorbereidende lessen of kennismakingslessen zoals blokfluitles en blazersklas. Artikel 6. Subsidieperiode en bepaling subsidiebedrag 1. De subsidie wordt voor een periode van 1 jaar verstrekt. Het college kan beslissen de subsidie voor een kortere periode dan 1 jaar te verstrekken. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13047696/1