RIB.23.048 Omnibuzz
Tekst van het document
Stuknummer: 23.0002606
Raad 20-06-2023 RIB.23.048
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: R. Bouten
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 12/04/2023
status
: Actieve informatie
openbaar
: Ja
Onderwerp RIB zienswijze jaarverslag 2022 en begrotingen 2023 en volgende Omnibuzz. Aanleiding Omnibuzz is voor de Limburgse gemeenten de uitvoeringsorganisatie voor het vraagafhankelijk WMO-vervoer. Het dagelijks bestuur van Omnibuzz heeft het voorlopige jaarverslag 2022 en de concepten van de bijgestelde begroting 2023-2 en de begroting 2024 met meerjarenperspectief 2025-2027 aan de gemeenten gestuurd. De gemeenteraden kunnen daarop een zienswijze bij het DB van Omnibuzz indienen. Kernboodschap Onze conclusie is dat Omnibuzz de beschikbare budgetten adequaat en volgens de afspraken inzet voor de organisatie en uitvoering van het WMO-vervoer. De aanbiedingsbrief van Omnibuzz geeft een goede management samenvatting op de aangeboden beleidsdocumenten. De uitgangspuntennotitie geeft een helder beeld van de kernpunten. De uitgangspunten zijn in lijn met de gemeenschappelijke regeling Omnibuzz, het eerder vastgestelde bedrijfsplan en de dienstverleningsovereenkomsten en het bijbehorende productenboek met de reguliere taken. Wij zien geen noodzaak een specifieke zienswijze voor Horst aan de Maas in te dienen op de ontvangen financiële beleidsdocumenten van Omnibuzz. Wij geven u daarom in overweging geen zienswijze in te dienen. Hieronder informeren wij u op hoofdlijnen over de actuele situatie en het financiële perspectief van Omnibuzz “met de bril van onze gemeente”.
In de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) is geregeld dat raden hun zienswijze kenbaar mogen maken op het jaarverslag en de begrotingen van de GR organisatie Omnibuzz. De raad heeft een aanbiedingsbrief ontvangen waarin uitleg wordt gegeven over het jaarverslag 2022, de begrotingen 2023-2 - 2027, en de uitgangspuntennotitie daarbij (zie bijlagen). Omnibuzz biedt de raden daarmee de gelegenheid om een zienswijze kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van Omnibuzz. De gemeenten kunnen (binnen 12 weken) tot uiterlijk 27 juni 2023 hun zienswijze indienen. Deze documenten zijn opgenomen bij de lijst van ingekomen brieven bij de raad van 16 mei as.
Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA
Postadres / PostCodePA PlaatsPA
T TelefoonNummer
F FaxNummer
Pag. 2 van 4
De algemene conclusie is dat Omnibuzz de beschikbare budgetten adequaat inzet voor de organisatie en uitvoering van het WMO-vervoer en doet wat de gemeenten hebben opgedragen en mogen verwachten. De onderliggende missie is: Goed, veilig, betrouwbaar en betaalbaar doelgroepenvervoer voor nu én later. Kernwaarden bij het invullen van de missie zijn: klantgericht en betrouwbaar, kostenefficiënt en duurzaam, innovatief en flexibel, kwaliteit en deskundigheid, integriteit. Deze missie “drijft” op 3 pijlers in de bedrijfsvoering: • Minder WMO-vervoer door het kantelen van dit vervoer (meer gebruik voorliggende mobiliteitsoplossingen door klanten) en stimuleren OV-gebruik. • Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer. • Omnibuzz als slimme mobiliteit organisatie. De kwaliteit van het Omnibuzz vervoer goed is, de bedrijfsvoering professioneel, binnen de afgesproken kaders en het financiële plaatje is op orde. Omnibuzz heeft zich ontwikkeld tot een professionele organisatie die functioneert als organisator en kenniscentrum voor het gemeentelijke WMO-vervoer. De bedrijfsvoering is prima op orde. Omnibuzz onderhoudt een belangrijk netwerk in Limburg voor reizigers, opdrachtgevers en uitvoerders. Als kenniscentrum faciliteert Omnibuzz alle gemeenten adequaat met expertise en informatie zodat wij als gemeenten alle relevante belangen in onderlinge afstemming kunnen afwegen.
Ondanks alle maatregelen als gevolg van Covid-19 is het vervoer van Omnibuzz naar tevredenheid uitgevoerd. Omnibuzz speelt adequaat in op het actueel door Covid verminderde vervoersvolume en de fluctuaties daarin en heeft oog voor de risico’s die zich manifesteren zoals: de nieuwe werkelijkheid met Covid, tekorten aan personeel in de vervoerssector en een groeiende vervoers- en zorgbehoefte bij de inwoners/klanten. Omnibuzz treedt bij deze risico’s proactief op in het belang van de kosten- en kwaliteitsbeheersing. Door dit ‘slim’ te doen, wordt het vervoer voor de reiziger passend en kwalitatief hoogwaardig uitgevoerd en blijft het tegelijk betaalbaar. De klanttevredenheid is met 8,2 onveranderd hoog. Het jaarverslag 2022 geeft de gemeenten een goed beeld van de ontwikkelingen binnen Omnibuzz en de realisatie van de doelen en financiële resultaten. Helder staat beschreven welke ontwikkelingen er hebben gespeeld zoals de afname van het volume aan vervoer door Covid, de nasleep daarvan voor de bedrijfsvoering en de problemen in de vervoersbranche door een tekort aan personeel. Ook is toegelicht hoe de bedrijfsvoering daarop is aangepast en hoe ambities zijn ingevuld en wat de behaalde resultaten zijn. Onderdeel van het jaarverslag is de jaarrekening 2022.
In 2022 is ten opzichte van de bijgestelde begroting 2022-1 in totaal een positief financieel resultaat behaald van € 3,38 mln. Dit positief resultaat over 2022 krijgen de gemeenten in 2023 terugbetaald. Door de COVID pandemie is het vervoersvolume voor Omnibuzz flink gedaald en niet op het normale niveau maar ongeveer 75 – 80% van basisniveau in 2019. Daardoor zijn de werkelijke vervoerskosten in 2022 lager dan de ramingen. De conceptbegroting 2023-2 en 2024 met meerjarenperspectief 2025-2027 en de bijbehorende uitgangspuntennotitie passen binnen de vastgestelde bestuurlijke kaders voor Omnibuzz. De gehanteerde uitgangspunten zijn financieel verantwoord. De financiële beleidsdocumenten getuigen van een degelijke, flexibele en goede bedrijfsvoering. De voorliggende begrotingen vormen daarmee een goede financiële basis voor de bedrijfsvoering van Omnibuzz. Voor de begrotingen zijn de volgende kostenfactoren van belang:
2
Pag. 3 van 4
-
De geldende NEA-index voor het vervoer in 2023 is met 13.7% historisch hoog. In de eerste begroting 2023 was rekening gehouden met een NEA-index van 3.5%. - De Cao-verhoging overheden. - Ook in 2023 is het totale vervoersvolume door Covid nog lager dan normaal. Vanwege de nawerking van COVID wordt voor 2023 uitgegaan van het vervoersvolume van 2019 minus een afslag van 7,5%. Verwachting is dat het volume aan vervoer geleidelijk weer stijgt naar normaal. Daarom is de afslag voor 2024 5% en voor 2025 2,5 % en voor 2026 en 2027 0%. Op de langere termijn zal door de vergrijzing het vervoersvolume WMO verder stijgen. - In de normale pré-Corona situatie werd in de begroting Omnibuzz een opslagpercentage van 5% op het gerealiseerde vervoersvolume van het voorgaande jaar gehanteerd om de jaarlijkse stijging in het vervoersvolume op te vangen. Voor het jaar 2023 (net als in 2022) hebben de meeste gemeenten, ook HadM, ervoor gekozen geen opslagpercentage toe te passen. Voor verdere uitleg verwijzen wij u naar de uitgangspuntennotitie Omnibuzz (bijlage 3) Financiële consequenties Algemeen Omnibuzz: Ten opzichte van de aangepaste begroting 2022-1 valt het eindresultaat voor 2022-2 € 3,3 mln. lager uit. Dit is voor € 2,7 mln. toe te schrijven aan de vervoerskosten en voor € 0,6 mln. aan organisatiekosten (indirecte vervoerskosten en overhead).
Alle ramingen voor 2023-2 en daarna zijn gebaseerd op de het reële vervoersvolume en geven een stijgend kostenbeeld door de groei van het volume naar normale waarden met een verdere doorgroei (meer inwoners met WMO-vervoer). Kostenaandeel Horst aan de Maas: De jaarrekening 2022 komt voor HadM uit op een terug ontvangst van € 44.000. De aangepaste begroting van Omnibuzz voor 2023-2 en nieuwe ramingen voor 2024 – 2027 komen oplopend hoger uit dan de actuele ramingen. Onderstaand de cijfers voor onze gemeente Jaar Budget actuele Raming Omnibuzz begroting HadM actueel
Verschil
Toelichting
-=minder +=meer
2022
€ 620.000
€ 576.000
-€ 44.000 werkelijk
Rekening 2022
2023
€ 673.000
€ 694.000
+€ 21.000
Bijgestelde raming 2023-2
2024
€ 693.000
€ 723.000
+€ 30.000
Bijgestelde raming 2024
2025
€ 715.000
€ 764.000
+€ 49.000
Bijgestelde raming 2025
2026
€ 737.000
€ 801.000
+€ 64.000
Bijgestelde raming 2026
2027
€ 737.000
€ 828.000
+€ 91.000
Bijgestelde raming 2027
Toelichting:
3
Pag. 4 van 4
• •
•
HadM zal over 2022 € 44.000 terugontvangen op de betaalde voorschotten (betaling in 2023). 2023 - 2027: De kosten komen hoger uit dan de eerder verlaagde ramingen (o.a. door de hogere NEA-index en nieuwe Cao’s en geleidelijke stijging vervoersvolume naar normaal). Op de langere termijn wordt een verdere stijging van het vervoersvolume én de kosten verwacht. De gemeenten ontvangen zelf de klantbijdragen voor het vervoer. Die inkomsten zijn geen onderdeel van de begroting van Omnibuzz. Met de daling van het vervoersvolume door corona zijn vanaf 2020 ook de klantbijdragen voor ons lager dan geraamd. Voor HadM komt de raming 2023-2 € 2.000 lager uit. En voor 2024 en daarna stijgen de inkomsten geleidelijk van € 1.000 tot € 8.000 meer dan geraamd.
De financiële effecten voor 2023 worden meegenomen in de 2 e bijstelling 2023. De aangepaste ramingen voor 2024 en volgende jaren worden meegenomen en verwerkt in de voorstellen voor de begroting 2024 en meerjarenraming 2025 - 2027. Vervolgtraject/ communicatie Gemeenten hebben tot 27 juni 2023 (wettelijke termijn) om zienswijzen kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van Omnibuzz. Vervolgstappen: • Desgewenst bericht vanuit de gemeenteraad aan DB Omnibuzz dat er een zienswijze wordt ingediend (uiterlijk 27 juni). • Reactie van DB Omnibuzz op de ingediende zienswijzen. • Vastelling jaarverslag en begrotingen op 5 juli door AB Omnibuzz.
Bijlagen: Opgenomen in de lijst van ingekomen brieven van 16 mei 2023 1. Aanbiedingsbrief van DB Omnibuzz 2. Jaarverslag 2022 Omnibuzz 3. Uitgangspunten begroting 2023-2, begroting 2024 met meerjarenraming 2025-2027 4. Conceptbegroting Omnibuzz 2023-2 5. Conceptbegroting Omnibuzz 2023 met meerjarenperspectief 2025-2027
4
Van: Priscilla Vanwersch <P.Vanwersch@omnibuzz.nl> Verzonden: dinsdag 4 april 2023 10:28 Aan: info@gemeentebeek.nl; griffie@beekdaelen.nl; griffie@beesel.nl; i.vant.hof@bergen.nl; griffie@brunssum.nl; m.hermans@echt-susteren.nl; griffie@eijsden-margraten.nl; gemeente@gennep.nl; info@gulpen-wittem.nl; griffie@heerlen.nl; Ruud Poels <r.poels@horstaandemaas.nl>; griffie@kerkrade.nl; gemeente@landgraaf.nl; w.cornelissen@leudal.nl; griffie@gemeentemaasgouw.nl; griffie@gemeenteraadmaastricht.nl; yarka.dreessen@meerssen.nl; griffier@nederweert.nl; griffie@peelenmaas.nl; rob.notermans@roerdalen.nl; josvervuurt@roermond.nl; arnovestjens@roermond.nl; info@simpelveld.nl; raadsgriffie@sittard-geleen.nl; theo.pierik@gemeentestein.nl; griffie@vaals.nl; griffie@valkenburg.nl; g.vansoest@venlo.nl; y.vangeel@venlo.nl; m.beijers@venlo.nl; griffie@venray.nl; griffie@voerendaal.nl; m.wolfs@weert.nl; p.otten@weert.nl CC: Bas Cremers <B.Cremers@omnibuzz.nl>; Peter Moling <P.Moling@omnibuzz.nl>; Roy Jetten <R.Jetten@omnibuzz.nl>; Guido Vreuls <G.Vreuls@omnibuzz.nl>; Omnibuzz - Advies <Advies@omnibuzz.nl> Onderwerp: Omnibuzz | Jaarverslag 2022, begrotingswijziging 2023-2 en begroting 2024 & meerjarenperspectief 2025-2027 Geachte Griffier, Hierbij bieden wij u de volgende documenten aan: • • • • •
Aanbiedingsbrief aan gemeenteraad (bijgevoegd als bijlage). Uitgangspuntennotitie begroting 2023-2 en 2024 (bijgevoegd als bijlage). Concept tweede wijziging begroting 2023-2, zie bijgaande link: https://www.omnibuzz.nl/jaarverslag-2022/begroting-2023-2/omnibuzz-begroting-2023-2-v100-print.pdf Concept begroting 2024 & meerjarenperspectief 2025-2027, zie bijgaande link: https://www.omnibuzz.nl/jaarverslag-2022/begroting-2024/omnibuzz-begroting-2024-v100-print.pdf Concept jaarverslag 2022, zie bijgaande link: https://www.omnibuzz.nl/jaarverslag-2022/jaarverslag/omnibuzz-jaarverslag-2022-v100-print.pdf
Uw raad heeft conform de gewijzigde WGR 12 weken de tijd om een eventuele zienswijze kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van Omnibuzz. Dit betekent dat de formele deadline hiervoor 27 juni 2023 is. Het algemeen bestuur zal in haar vergadering van 5 juli aanstaande overgaan tot besluitvorming over deze documenten. Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Omnibuzz, maatwerk in vervoer Priscilla Vanwersch Medewerker officemanagement/directiesecretaresse Werkdagen: di tot 14u, woe tot 12u, do en vrij t: 046-4574712 m: 06-11883770 a: Geerweg 3, 6135 KB Sittard w: www.omnibuzz.nl e: p.vanwersch@omnibuzz.nl Dit e-mailbericht is slechts bestemd voor de persoon of organisatie aan wie het is gericht. Het bericht kan informatie bevatten die persoonlijk en/of vertrouwelijk is. Tevens kan het informatie bevatten die niet publiekstoegankelijk van aard is. Omnibuzz aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid indien de inhoud van dit bericht en eventuele bijlagen in strijd is met de wet of de goede zeden. Voor het geval de ontvanger van het bericht niet de bedoelde persoon of organisatie is, wordt hierbij vermeld dat verdere verspreiding, openbaarmaking of vermenigvuldiging strikt verboden is en verzoeken wij u de inhoud niet te gebruiken en de afzender direct te informeren. Bij voorbaat dank voor uw medewerking.
Aan: Gemeenteraad T.a.v. de Griffie Sittard, 4 april 2023
Onderwerp:
Concept Jaarverslag 2022. Uitgangspuntennotitie begroting 2023-2 en 2024. Concept tweede wijziging begroting 2023-2. Concept begroting 2024 & meerjarenperspectief 2025-2027.
Geachte dames en heren, Met genoegen bieden wij u bovengenoemde financiële stukken aan met betrekking tot de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz. In deze brief geven wij een korte inhoudelijke toelichting hierop. Concept jaarverslag 2022 In het jaarverslag 2022 blikken wij terug op het afgelopen jaar. In dit jaar hebben wij te maken gehad met de nasleep van COVID-19. Het effect hiervan op de vervoersvraag was uiteraard minder dan de voorgaande twee jaren, maar nog steeds aanzienlijk. De daling die zich in het laatste kwartaal van 2021 manifesteerde als gevolg van een nieuwe opleving van het virus, was ook in het eerste kwartaal van 2022 zichtbaar. In de eerste twee maanden van dit jaar zat het vervoer op gemiddeld 600Zo, vanaf maart is het geleidelijk aan gaan stijgen en heeft het zich gestabiliseerd tot circa 7507o. In bijgaande figuur wordt de ontwikkeling van het vervoer in de jaren 2019, 2020, 2021 en 2022 grafisch weergegeven. De grijze lijn betreft het aantal ritten in het Normale' jaar 2019. De blauwe lijn geeft 2020 weer; deze laat duidelijk de extreme terugval in vervoer naar aanleiding van de eerste lockdown zien. De rode lijn laat de vervoersvraag in 2021 zien en de gele 2022.
Naar aanleiding van COVID-19 hebben wij in 2020 met de vervoerders aanvullende continuïteitsafspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een addendum. De afspraken komen er kortgezegd op neer dat indien het vervoerspercentage beneden de 600Zo van vergelijkingsjaar 2019 komt (fase 1), het uitbetaalde voorschot definitief wordt. Hierbij wordt dan aangegeven welk deel hiervan betrekking heeft op het wel gereden vervoer (realisatie) en dat het overige deel van het voorschot als Coronacompensatie wordt gezien. Vanaf 600Zo (fase 2) is overeengekomen dat er geen sprake meer is van Corona-compensatie. Er wordt dan afgerekend op basis van realisatie aan de hand van een gecorrigeerd (hoger) tarief, waardoor het basiscontract in feite weer herleeft. In de basis raamovereenkomst was ook reeds een tarief correctie tabel opgenomen voor het geval de vraag zou dalen tot 800Zo (fase 3). In het addendum met de vervoerders zijn deze afspraken doorgetrokken tot een vraagniveau van 60Z. Vanaf het vierde kwartaal 2022 is het addendum geactualiseerd: de Corona-compensatie is komen te vervallen en het flexibel tarief is doorgetrokken tot een vervoerspercentage van 40Z. De addendumafspraken worden halfjaarlijks verlengd zodat wij kunnen bijsturen op de ontwikkeling van het vervoer.
Voor 2022 hadden wij in de begrotingswijziging 2022-1 het vervoersvolume vanwege COVID-19 en de lagere vervoersvraag reeds naar beneden bijgesteld met 50Zo. Gecombineerd met een correctie op de NEA-index (3,5Z in de begrotingswijziging in plaats van 1Z in de eerste begroting 2022) was de begroting met C 0,5 mln. naar beneden bijgesteld. In de praktijk is het vervoer nog lager uitgevallen, waardoor wij in de voorliggende jaarrekening over 2022 een onderschrijding (ten opzichte van de begrotingswijziging 2022-1) van het vervoer hebben gerealiseerd van C 2,7 mln. Ook op de bedrijfsvoeringskosten en regie hebben wij per saldo C 0,6 mln. minder kosten gerealiseerd, waardoor wij de jaarrekening 2022 afsluiten met een positief resultaat van C 3,3 mln.
In het voorstel winstbestemming wordt voorgesteld om het positieve jaarrekening resultaat over 2022 ad C 3.382.235 uit te betalen aan de deelnemende gemeenten (voor zover op gemeenteniveau een positief resultaat is gerealiseerd). In deze jaarrekening 2022 is tevens voor het eerst het GGZ-vervoer opgenomen, dat wij voor de gemeente Roermond hebben uitgevoerd. Uitgangspuntennotitie begroting 2023-2 en 2024 De uitgangspuntennotitie biedt het beleidsmatig en financieel kader voor de begrotingen 2023-2 en 2024 en het meerjarenperspectief 2025-2027. De financiële uitgangspunten zijn op 21 december 2022 door het algemeen bestuur vastgesteld. De notitie is gebaseerd op het ’Bedrijfsplan Doelgroepenvervoer' van Omnibuzz. Op basis van de missie en visie uit dit stuk, een terugblik en evaluatie op reeds gerealiseerde zaken en een omgevingsanalyse, legt Omnibuzz in dit document vast wat in de periode 2023 en volgende de te realiseren doelstellingen zijn. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 34 b van de wet GR. Concept begroting 2023-2 en concept begroting 2024 ä meerjarenperspectief 2025-2027 Op basis van de door het algemeen bestuur vastgestelde financiële uitgangspunten zijn de voorliggende begrotingen opgesteld. In de tweede begrotingswijziging 2023 2 zijn de geactualiseerde inzichten met betrekking tot de begroting 2023 en 2023-1 verwerkt.
Dit betreft zowel voortschrijdend inzicht met betrekking tot de invulling van beleid als ook aanpassing van financiële parameters die inmiddels veranderd zijn. In de eerste begrotingswijziging 2023-1 waren enkel en alleen de effecten van de gewijzigde afrekensystematiek verwerkt als uitwerking van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling per 1 januari 2023. In de voorliggende begrotingen hebben wij ook het GGZ-vervoer verwerkt dat wij voor de gemeenten Roermond en Nederweert verzorgen. Begroting 2023-2 Ten opzichte van de vorige begroting 2023 vallen de totale kosten C 748.000 hoger uit. Deze stijging is toe te schrijven aan de noodzakelijke verhogingen die wij hebben moeten doorvoeren als gevolg van indexaties en de nieuwe cao-afspraken voor 2023. Vervoerskosten 2023-2 - Het vervoerstarief is conform de contractuele afspraken geïndexeerd met de NEAindex voor 2023: deze is met 13,70Zo historisch hoog uitgevallen. Deze stijging heeft voor een belangrijk deel betrekking op de gestegen brandstofkosten (46,90Zo). Verder werkt de stijging van de cao-lonen in de taxibranche per 1 januari 2023 met 80Zo sterk door in de totale kostenontwikkeling (4 6,80Zo). In de eerste begroting 2023 was 3,5Z ingerekend (NEA-index 2022). Per saldo heeft dit dus geleid tot een kostenstijging van ruim 10Z.
- Normaal gesproken zou het vervoersvolume voor de begrotingswijziging 2023-2 gebaseerd worden op de gerealiseerde vervoerscijfers in 2022. Vanwege COVID19 en de hierdoor gewijzigde en onstabiele vervoersvraag is dit echter geen realistisch uitgangspunt. Op basis van de gesloten overeenkomsten met de vervoerders en de meest recente inzichten (gemaakte continuïteitsafspraken met vervoerders en flexibele tarieven) en ontwikkelingen, hanteren wij als uitgangspunt
-
-
het gerealiseerde vervoersvolume in 2019, minus een afslag van 7,50Zo. In de eerste begroting 2023 was er géén afslag toegepast. Door kritisch te kijken naar het vervoersvolume hebben wij de stijging van de totale vervoerskosten kunnen beperken tot C 316.000. Zonder de door ons toegepaste afslag van 7,50Zo op het vervoersvolume zou de stijging van de totale vervoerskosten meer dan C 2 mln. bedragen. In de begroting van voorgaande jaren werd een opslagpercentage van 50Zo op het gerealiseerde vervoersvolume van het voorgaande jaar gehanteerd om een verdere stijging in het vervoersvolume op te vangen. De individuele gemeenten hadden de mogelijkheid om naar wens een ander Z toe te passen, dan wel geen opslag toe te passen. Voor het jaar 2023 is, behalve voor de gemeente Stein geen opslagpercentage toegepast. Deze gemeente heeft aangegeven een individueel opslagpercentage van 5Z te willen hanteren.
Kosten 2023-2 indirecte vervoerskosten en overhead Ook de indirecte vervoerskosten laten een stijging zien van C 143.000 ten opzichte van de eerste begroting 2023. Deze stijging houdt met name verband met het principe akkoord van de cao SGO dat in februari is afgesloten tussen vakbonden en werkgevers (VNG, WSGO) waardoor de loonkosten van de medewerkers van ritreservering en de klantenservice hoger uitvallen. Ook de overheadkosten stijgen als gevolg van deze gemaakte cao-afspraken. Tevens leiden het nieuwe IT-beheer contract ingevolge de verplichte aanbesteding, talrijke prijsstijgingen van diverse leveranciers, huurverhoging en de gestegen energiekosten tot hogere overheadkosten. Verdere kostenstijgingen hebben wij voor een deel kunnen opvangen door bijvoorbeeld lagere accountants en -advieskosten. Per saldo laten deze kosten echter een stijging zien van C 289.000. Het overhead percentage voor de begrotingswijziging 2023-2 bedraagt, conform de gemeentelijke IV-3 maatstaven 10,7Z en bevindt zich hiermee nog steeds ruim binnen de bandbreedtes van gemeentelijke organisaties. Voor de toekomstige begrotingen zullen wij de ontwikkeling van dit percentages nauwlettend in de gaten en stabiel houden. Begroting 2024 e. v. Normaal gesproken rekenen wij de meest recente NEA-index door in de opeenvolgende begrotingen. Voor de begroting 2024 e.v.
zijn wij hier echter van afgeweken, om hiermee een explosie van de begrotingen te voorkomen door elk jaar 13,7Z verhoging toe te passen. In plaats hiervan hebben wij de NEA-index 2022 á 3,5Z toegepast. Verder hebben wij voor 2024 een afslag toegepast van 5Z op het vervoersvolume van 2019. Dit gecombineerde effect leidt, samen met de indexatie over 2023, tot een stijging van de vervoerskosten met C 1 mln. ten opzichte van het jaar 2024 uit de vorige meerjarenbegroting. Voor 2025 is conform de vastgestelde financiële uitgangspunten een afslag van 2,5Z toegepast op het gerealiseerde vervoersvolume 2019 en voor de jaren 2026 en 2027 is gerekend met een vervoersvolume van 100Z van het gerealiseerde vervoer in 2019. De indirecte vervoerskosten en de overheadkosten stijgen ten opzichte van het jaar 2024 uit de vorige meerjarenbegroting met respectievelijk C 105.000 en C 130.000 als gevolg van het doorwerken van de forse cao-verhoging in 2023. Voor een aantal
componenten waaronder applicatiekosten hebben wij besparingen van ca. C 26.000 kunnen realiseren, zodat de stijging per saldo lager is uitgekomen. Ten slotte Wij geven u met deze documenten een goed inzicht in de missie, visie, doelstellingen en hiervoor benodigde middelen op korte en middellange termijn, alsmede de realisatie van onze doelstellingen in 2022. Wij wensen u veel leesplezier en nodigen u uit uw zienswijze op de voorliggende stukken te geven. Deze kunt u indienen binnen een termijn van twaalf weken, de wettelijke deadline hiervoor is 27 juni 2023. De behandeling van de stukken in het algemeen bestuur staat geagendeerd voor 5 juli 2023. Ten slotte attenderen wij u er op dat Omnibuzz op 19 april aanstaande om 19.00 uur een digitale informatiebijeenkomst organiseert voor raadsleden over deze onderwerpen. De uitnodiging hiervoor is aan de griffies verstuurd.
Mr. G.M.F. Vreuls. Directeur
V.G.J. Zwijnenberg Voorzitter
Uitganspuntennotitie Omnibuzz 2023-2, 2024 en 2025-2027
omnîbuzz
MAATWERK IN VERVOER
1 Inleiding 1.1
Doel uitgangspuntennotitie
Deze uitgangspuntennotitie heeft betrekking op de begrotingswijziging 2023-2, de begroting 2024 en het meerjarenperspectief 2025 tot en met 2027. De uitgangspunten vloeien voort uit eerdere besluiten, contractuele afspraken en het (financieel economisch) beleid van Omnibuzz. Omnibuzz werkt vanuit vastgestelde kaders, zoals het bedrijfsplan (5 januari 2016, actualisatie 2019), de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz, de nota reserves en voorzieningen, financiële verordening, raamovereenkomsten met vervoerders en de dienstverleningsovereenkomsten (DVO's) met de gemeenten. In 2021 is het productenboek geactualiseerd en vastgesteld als bijlage bij de DVO. Hierin zijn alle reguliere taken goed omschreven. De vertaling van deze kaders en uitgangspunten naar jaarlijkse begrotings- en verantwoordingsstukken gebeurt conform het 'Besluit begroting en verantwoording' (BBV). De uitgangspunten worden gehanteerd als parameters voor het opstellen van betreffende begrotingen. Dit geeft gemeenten de mogelijkheid invloed hierop uit te oefenen en dit te plaatsen in de context van hun eigen financiële huishouding.
1.2
Leeswijzer
In deze uitgangspuntennotitie staan we stil bij de actualiteit (hoofdstuk 2). Met inachtneming van deze actuele ontwikkelingen formuleren we de belangrijkste speerpunten voor de komende periode (hoofdstuk 3). Het vastgestelde jaarplan 2023 vormt hierbij de basis. De financiële uitgangspunten zijn in december 2022 door het algemeen bestuur vastgesteld en in het geheel in hoofdstuk 4 van deze uitgangspuntennotitie opgenomen.
2
2
Relevante ontwikkelingen
2.1
Impact van COVID-19
De impact van COVID-19 is gedurende 2022 aanzienlijk afgenomen, maar de nasleep van de pandemie is nog duidelijk merkbaar in de dienstverlening van Omnibuzz. De verschillen in vervoersvolume per gemeente zijn toegenomen. Hierdoor neemt de voorspelbaarheid af en is het moeilijk om begrotingen strak op te stellen. In de uitvoering van het vervoer hebben we nagenoeg alle maatregelen ten gevolge van de pandemie kunnen loslaten. Dat de uitvoering van het vervoer weer als vanouds verloopt, wil echter niet zeggen dat de situatie weer gelijk is aan de periode tot aan COVID-19. Een belangrijke taak voor Omnibuzz is nu het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van de pandemie voor de langere termijn en de wijze waarop het vervoer zich verder zal ontwikkelen. Dit is van groot belang voor goede contractuele afspraken met vervoerders, de eigen bedrijfsvoering en de vertaling daarvan naar de komende begrotingen.
2.2 Tekorten aan personeel in de vervoerssector Mede als gevolg van COVID-19 en de terugval in het zorgvervoer, zijn veel chauffeurs noodgedwongen vertrokken en uitgeweken naar andere sectoren. Sindsdien ondervinden veel vervoerders problemen met het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerd chauffeurs. Dit blijft een probleem en kan serieuzere vormen aannemen als het vervoersvolume verder aantrekt. Dit is derhalve een structureel onderwerp van gesprek met onze vervoerders.
2.3 Ontwikkelingen in het Openbaar Vervoer Het openbaar vervoer (OV) bleek voor onze klanten gedurende de pandemie vanwege het open karakter een minder geschikt alternatief. Bovendien leiden aanpassingen in de lijnvoering in Limburg tot minder aanbod en groeien de gebieden waar het OV op steeds grotere afstand van de voordeur komt te staan. Ook de kwaliteit van het OV in Limburg lag afgelopen jaar herhaaldelijk onder vuur. Doordat het OV ook met personeelstekorten te kampen heeft, is er sprake geweest van bovenmatige uitval van treinen en bussen. Het OV biedt hierdoor in steeds mindere mate een passend en aantrekkelijk alternatief voor mensen met een beperking. Deze ontwikkeling staat haaks op onze ambitie om OV-gebruik onder klanten juist te stimuleren.
2.4 Groeiende zorgbehoefte bij klanten De toename van dementie/verward gedrag binnen de doelgroep heeft gevolgen voor de uitvoering van het vervoer en de dienstverlening aan klanten via de telefoon. Het uitvoeren van ritten en het verwerken van rit- en informatieaanvragen kost hierdoor gemiddeld meer tijd. Dit is een ontwikkeling die wij als organisatie in het telefonisch contact direct merken. We zien dit concreet terug in de oplopende gemiddelde gesprekstijd. Ondanks een daling in het aantal telefonische contacten blijft de benodigde tijd om deze aanvragen af te handelen nagenoeg gelijk.
3
2.5 Toename 'kruimelfuncties' en compliance diverse wetten De stapeling van 'kruimelfuncties', vooral veroorzaakt door wettelijke verplichtingen, zoals de AVG, de archiefwet, digitoegankelijkheid etc. leidt tot groeiende uitdagingen in de uitvoeringsorganisatie. Recent komen daar de Wet open overheid (Woo) en de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (Wmebv) bij, waarin aanvullende eisen gesteld worden aan de digitale communicatie tussen overheden en burgers. Omnibuzz zorgt ervoor tijdig aan al deze verplichtingen te voldoen. Dit heeft betrekking op lopende processen en de ontwikkeling van nieuwe diensten, zoals MijnOmnibuzz. Dit vraagt de komende jaren nog volop inspanning, waarbij we soms gebruik moeten maken van extern advies.
2.6 Wijzigingen Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz In 2021 is een wijziging van de GR Omnibuzz voorbereid naar aanleiding van een wetswijziging in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (wijziging Wgr per 1 juli 2022). In deze wijziging is ook een uittredingsregeling uitgewerkt. Bijbehorend conceptwijzigingsvoorstel wordt samen met andere Gemeenschappelijke Regelingen in Limburg naar verwachting in 2023 voorgelegd ter besluitvorming.
2.7
Nieuwe afrekensystematiek
In de begrotingen voor de komende jaren hanteren we een andere afrekensystematiek met de gemeenten dan in voorgaande jaren en dus ook ten opzichte van voorgaande uitgangspuntennotitie. Deze aanpassing was al verwerkt in de begrotingswijziging 2023-1. In de financiële uitgangspunten wordt de huidige systematiek puntsgewijs toegelicht.
2.8
Indexeringen 2023
De actualiteit leidt tot forse prijsstijgingen in 2023. De NEA-index die contractueel van toepassing is op de vervoerstarieven valt voor 2023 historisch hoog uit, namelijk 13,7^!. Ook bij andere bedrijfsvoeringskosten zien wij forse indexaties en ook de recente cao afspraken resulteren in forse verhogingen. Dit leidt tot structurele kostenstijgingen, zelfs als de dienstverlening en omvang van het vervoer op hetzelfde niveau blijven.
4
3
Beleidsmatige uitgangspunten
3.1
Pijler 1 - Minder doelgroepenvervoer door toeleiding naar voorliggende voorzieningen
3.1.1
Focus op integratie en gebruik voorliggende voorzieningen
In voorgaand hoofdstuk constateerden wel al dat er nog steeds sprake is van een tendens van terugtrekkend OV en verschraling van het aanbod. Toch zal de focus voorlopig blijven liggen op het optimaliseren van het gebruik van OV en andere voorliggende voorzieningen. Dit is harder nodig dan ooit. De afstemming met de Provincie Limburg om toe te werken naar integrale mobiliteit intensiveren we waar mogelijk. Alle geprioriteerde aanbevelingen uit ons gezamenlijk actieplan zetten we om in daadwerkelijke acties en deelprojecten die de komende jaren gaan bijdragen aan een beter integraal mobiliteitsaanbod in Limburg. De Voor Elkaar Pas zien we daarbij als een belangrijk instrument. We overleggen intensief met de provincie en Arriva om dit instrument nog beter af te stemmen op onze doelgroep. In dit traject leggen we tevens de verbinding met andere initiatieven zoals Kommee/Trendsportal en ikwilvervoer.nl, waarmee we actiever sturen op het gebruik van alternatief vervoer in bredere zin. 3.1.2
Optimaliseren Voor Elkaar Pas
We optimaliseren en zoeken continu aansluiting bij innovaties in het OV en inzetten op verbetering van de productvoorwaarden van de VEP. In 2023 nemen we deel aan de open dagen van Arriva om de VEP actief onder de aandacht te brengen.
3.2
Pijler 2 - Efficiënt doelgroepenvervoer en bundeling van vervoer
3.2.1
Efficiënt Omnibuzz vervoer
We passen de overeenkomsten met vervoerders optimaal aan op de nieuwe werkelijkheid. Dit is nodig om de continuïteit van het vervoer op de langere termijn te borgen. De komende jaren wordt doorgewerkt aan een goede basis voor een nieuwe aanbesteding of om de huidige contracten te verlengen. Dit doen wij door het evalueren van de huidige contracten en de haalbaarheid van de kwaliteitsafspraken. De uiteindelijke keuze hangt vooral af van drie centrale factoren: duurzaamheid, personeel en vervoersvolume. Belangrijke instrumenten voor efficiënt vervoer zijn vraagspreiding en actief sturen op groepsritten en vast werk. Tegelijk pakken we het chauffeurstekort aan door vervoerders te ondersteunen in het behouden en werven van nieuw personeel. Middels data gedreven onderzoek vergroten we de sturing op vervoer via analyse van de enorme hoeveelheid beschikbare (vervoers-) data, zodat we de toekomstige ontwikkeling beter kunnen inschatten. In de advisering aan gemeenten zetten we in op bewustwording en signalering, zodat vervoerspecificaties voor de klant passend zijn. Tegelijk kijken we kritisch naar de noodzaak van (individuele) vervoersspecificaties en ondersteunen gemeenten bij het nemen van beheersmaatregelen.
Tenslotte maken we de mogelijkheden tot het reserveren van ritten zo klantvriendelijk en efficiënt mogelijk via moderne taxipoints in de ziekenhuizen en de ontwikkeling van MijnOmnibuzz. De komende jaren zal vooral ingezet worden op het stimuleren van gebruik van
5
digitale diensten door het promoten van MijnOmnibuzz en het ondersteunen en vergroten van de digitale vaardigheden van gebruikers. 3.2.2
Mogelijke instroom van ander doelgroepenvervoer
De huidige contracten in het Omnibuzz-vervoer bieden mogelijkheden om ander vervoer uit te voeren, zonder dat altijd een aanbesteding nodig is. De tijd, omvang of wijze waarop de instroom van ander vervoer plaatsvindt, is flexibel en ligt in eerste instantie bij de desbetreffende gemeente. Deze taak is als zodanig niet ingerekend in de begrotingen, maar als er een verzoek vanuit een gemeente komt, bekijken we samen de mogelijkheden. Als resultaat hiervan voert Omnibuzz (op geringe schaal) een deel van het jeugdwet-vervoer uit voor de gemeente Roermond sinds 2022 en vanaf 2023 ook voor de gemeente Nederweert. 3.2.3
Invulling andere vervoersbehoeften
Vanuit het versterkte partnership met vervoerders kan Omnibuzz flexibel worden ingezet bij maatschappelijke behoeften aan vervoer. Dit is afgelopen jaren ingezet voor vervoer van en naar 'besmette' huisartsenpraktijken, corona-hotels, vaccinatielocaties, vervoer van vluchtelingen en evacuaties gedurende de wateroverlast. Op deze wijze kan het beschikbare vervoersysteem worden ingezet ten behoeve van (urgente) maatschappelijke doelen. Dit vervoer wordt niet begroot.
3.3
Pijler 3 - Investeren in een slimme organisatie
3.3.1
Omnibuzz als kennisorganisatie
Als inhoudsdeskundig adviseur voor gemeenten voert Omnibuzz veel werk binnen de andere twee pijlers (grotendeels) zelfstandig uit. Om al het voorgaande mogelijk te maken, zijn informatie- en kennismanagement, kwaliteitsbeheer en rapportage-instrumenten binnen Omnibuzz voortdurend in ontwikkeling. Wij borgen het kwaliteitsbeheer onder andere via interne audits. 3.3.2
Bedrijfsvoering
De nieuwe realiteit van hybride werken vraagt aandacht van de interne organisatie, een goed en passende invulling van werkgeverschap, doelmatig werken en infectiepreventie. Bovendien onderzoeken we de huisvestigingssituatie en werken we structureel aan integriteitsbeleid via onder andere workshops rond relevante thema's. In 2023 gaan we een tevredenheidsonderzoek onder de partners van Omnibuzz uitvoeren. In 2023 vervangen we tevens alle bestaande Omnibuzz-passen door een nieuw exemplaar, aansluitend op de nieuwe technologieën en innovatie. Hiermee voldoen we aan de vigerende wet- en regelgeving en besparen we kosten, omdat de reguliere pasvervanging met de nieuwe methode tot een minimum kunnen beperken. 3.3.3
Het applicatielandschap als basis
Ook bij Omnibuzz is digitalisering continu in ontwikkeling. Het is daarom van groot belang ons applicatielandschap goed te onderhouden en toekomstbestendig in te richten. In 2022 is fors geïnvesteerd in de stabiliteit, toekomstbestendigheid en veiligheid van dit applicatielandschap en in 2023 zal de informatiebeveiliging verder
6
worden uitgebouwd via de implementatie van ISMS (information securitymanagement system). Dit vormt een stevig fundament voor functionele uitbreiding van dit landschap, zoals de ontwikkeling van Mijn Omnibuzz. 3.3.4
Digitalisering en compliance
Omnibuzz werkt de komende jaren door aan verdergaande digitalisering van processen. In 2022 is het toegankelijkheidsbeleid vastgesteld, waarvan de implementatie stapsgewijs zal plaatsvinden in de komende jaren. Het proces van digitalisering leidt tot structurele kosten. Omdat de kosten op voorhand niet duidelijk zijn, werken we met een stelpost. Het bestuur wordt periodiek geïnformeerd over de (financiële) voortgang. Tegelijk beogen we met de digitalisering ook kostenbesparing door het minimaliseren van postverzending en het afbouwen van de organisatiecapaciteit voor telefonisch klantcontact. Tevens bereiden we ons voor op de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer (Wmebv) die naar verwachting per 1 januari 2024 in werking zal treden. Dat wil zeggen dat we ons gedurende 2023 voorbereiden op de bijbehorende verplichtingen en de digitale communicatie veilig en klantvriendelijk vormgeven. Momenteel lopen bovendien gesprekken met de provincie naar aanleiding van aanbevelingen over het digitale archief. De processen voor het bewaren, anonimiseren en vernietigen van de digitale rit- en klantgegevens op totaalen klantniveau worden daarmee ingericht. Dit zal naar verwachting in 2023 gebeuren. Ook de Nota reserves, voorzieningen en risicomanagement wordt in 2023 geactualiseerd in overeenstemming met de wettelijke bepalingen uit het BBV.
Tevens zal de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz (GR) worden aangepast aan de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr). 3.3.5
Aanpassing afrekensystematiek voor klanten
Nu de afrekensystematiek van zones naar kilometers voor gemeenten is aangepast, gaan we samen met de gemeenten aan de slag met de afrekensystematiek voor de klanten. Afrekening op basis van kilometers maakt een belangrijk uitgangspunt mogelijk, namelijk een duidelijke afstemming van het klanttarief met het OV-tarief. Het omzetten van het klanttarief naar kilometers heeft echter verregaande consequenties voor een aantal systeemvoorwaarden, die momenteel in zones zijn gedefinieerd. Dit betreft onder andere het opstaptarief, de maximale reisafstand en de jaarbudgetten. Daarom gaan wij in dit traject intensief samenwerken met gemeenten en vertegenwoordigers van de gebruikers, zoals het cliëntenpanel.
7
4 Financiële uitgangspunten 4.1
Financiële uitgangspunten begroting 2023-2
Voorgesteld wordt om de begroting 2023-2 op basis van de volgende financiële uitgangspunten op te stellen: 1
In een normale situatie (pré COVID-19) zouden de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode één jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T-1) als uitgangspunt worden genomen. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal kilometers per gemeente. Voor de begroting 2023-2 is dit uitgangspunt, vanwege de gewijzigde situatie en het hierdoor het gedaalde vervoersvolume, niet opportuun. Het vervoersvolume blijft afhankelijk van de ontwikkeling van het Corona-virus en de eventueel de beperkende maatregelen. Met de vervoerders zijn aanvullende afspraken gemaakt, die vastliggen in een addendum. Deze afspraken houden in dat de vervoerders gecompenseerd worden middels een staffel in het tarief voor het lagere vervoersvolume dan waar zij op hebben ingeschreven bij de aanbesteding. Uitgangspunt blijft daarom het gerealiseerde vervoersvolume in 2019, waarop een afslag percentage wordt toegepast van 7,5%.
2
In de begroting van voorgaande jaren tot kalenderjaar 2019 werd een opslagpercentage van 5% op het gerealiseerde vervoersvolume van het voorgaande jaar gehanteerd om een verdere stijging in het vervoersvolume op te vangen. De individuele gemeentes hadden de mogelijkheid om naar wens een ander % toe te passen, dan wel geen opslag toe te passen. Voor het jaar 2023 wordt dit op 0% gesteld. Op gemeenteniveau kan desgewenst hiervan worden afgeweken; een individueel opslagpercentage kan op maat worden ingerekend.
3
Het vervoerstarief wordt geïndexeerd met de NEA-index voor 2023 die is vastgesteld op 13,7%. Voor het vervoerstarief wordt gerekend met het voorcalculatorisch tarief 2023 op basis van de afgegeven tarieven in de nieuwe vervoerscontracten, of de tarieven uit het addendum op de vervoerscontracten, verhoogd met de NEAindex die geldt voor 2023.
4
Het voorcalculatorisch tarief 2023 wordt bepaald op basis van het na-calculatorisch tarief voor 2022 (nog te bepalen), voor het gerealiseerde deel van het vervoer 2022, verhoogd met de NEA-index die geldt voor 2023 (13,70Zo).
5
Voor de salaris- en loonkosten wordt een nieuwe inschatting gemaakt van de diverse kostencomponenten op basis van de meest actuele informatie. In de begroting 2023-2 zal gebruik worden gemaakt van het meest recente formatieplan. Indexatie van de salariscomponent gebeurt op basis van de meest actuele caoinformatie. Voor 2023 zal aansluiting worden gezocht bij de verhogingen zoals die overeengekomen zullen worden tussen werkgevers en de vakbonden. De overheadkosten 2023 zijn gebaseerd op een zo goed mogelijke nieuwe inschatting van de diverse kostencomponenten en wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de MEV middellange termijnplanning van het CPB zijnde 4,9%.
6
Alle vervoerskosten worden conform uitgangspunt uit de notitie afrekensystematiek op basis van daadwerkelijk gebruik met de deelnemende gemeenten afgerekend.
8
7
De afrekensystematiek voor de indirecte vervoerskosten (zoals loonkosten ritreservering en klantenservice) gebeurt op basis van het aantal ritten. In de begroting zal het aantal ritten uit 2019 opgenomen worden. Bij de afrekening wordt het gerealiseerde aantal ritten 2023 als basis genomen.
8
De afrekensystematiek voor de overheadkosten conform Notitie overhead Commissie BBV/IV3) (bijvoorbeeld loonkosten staf en directie, facilitaire zaken) gebeurt op basis van het aantal inwoners (gebaseerd op CBSgegevens peildatum 1-1-2023).
9
In de begroting 2023 wordt ervan uitgegaan dat de algemene reserve minimaal C 520.000 bedraagt conform de vastgestelde Nota reserves, voorzieningen en risicomanagement.
10
In de overheadkosten is een post onvoorzien opgenomen conform voorschrift BBV. Deze post wordt gesteld op C 50.000.
11 Alle bedragen zijn weergegeven exclusief BTW.
4.2
Financiële uitgangspunten begroting 2024
Voorgesteld wordt om de begroting 2024 en het meerjarenperspectief 2025-2027 op basis van de volgende financiële uitgangspunten op te stellen: 1
In een normale situatie (pré COVID-19) zouden de gerealiseerde vervoerscijfers per gemeente in de periode twee jaren voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft (T-2) als uitgangspunt genomen worden. Uitgangspunt is het daadwerkelijk verreden aantal kilometers per gemeente. Voor de begroting 2024 is dit uitgangspunt, vanwege de gewijzigde situatie en het hierdoor het gedaalde vervoersvolume, niet opportuun. Het vervoersvolume blijft afhankelijk van de ontwikkeling van het Corona-virus en de eventueel de beperkende maatregelen. Met de vervoerders zijn aanvullende afspraken gemaakt, die vastliggen in een addendum. Deze afspraken houden in dat de vervoerders gecompenseerd worden middels een staffel in het tarief voor het lagere vervoersvolume dan waar zij op hebben ingeschreven bij de aanbesteding. Uitgangspunt blijft daarom het gerealiseerde vervoersvolume in 2019. Hierop wordt een afslag van 5% toegepast.
2
In eerdere begrotingen tot kalenderjaar 2019 werd er een opslagpercentage van 5% op het gerealiseerde vervoersvolume 1 januari tot en met 31 december 2019 gehanteerd om een verdere stijging in het vervoersvolume op te vangen. De individuele gemeentes hadden de mogelijkheid om naar wens een ander % toe te passen dan wel geen opslag toe te passen. Voor de begroting 2024 wordt voorgesteld om 0% te hanteren als opslagpercentage, tenzij de individuele gemeentes wel een opslagpercentage willen toepassen.
3
Normaal gesproken wordt het vervoerstarief 2024 geïndexeerd met de meest actuele NEA-index 2023. Gezien de uitzonderlijke situatie en de hoogte van deze index wordt voorgesteld om de NEA-index 2022 te hanteren (3,5%). Voor het vervoerstarief wordt gerekend met het voorcalculatorisch tarief op basis van de afgegeven tarieven in de nieuwe vervoerscontracten of de tarieven uit de addendum op de vervoerscontracten, verhoogd met de NEA-index die geldt voor 2022.
9
4
De gehanteerde vervoersprijs is de prijs zoals die voortvloeit uit de aanbesteding, het addendum op vervoerscontracten en de afspraken gemaakt in het kader van de afrekensystematiek. Het tarief voor 2024 wordt gebaseerd op het voorcalculatorisch tarief voor 2023. Dit tarief wordt verhoogd met de NEA-index.
5
Voor de salariskosten wordt een nieuwe inschatting gemaakt van de diverse kostencomponenten op basis van de meest actuele informatie. Indexatie van de salariscomponent gebeurt op basis van de beschikbare meest actuele cao-informatie, of inflatievolgende ontwikkeling op basis van de geschatte index zoals weergegeven onder 6 (voor zover cao-informatie niet beschikbaar is). Voor 2024 en de hierop volgende jaren wordt gewerkt met een percentage van 2%.
6
De overheadkosten 2024 zijn gebaseerd op een zo goed mogelijke nieuwe inschatting van de diverse kostencomponenten, of inflatievolgende ontwikkeling op basis van een geschatte index. Voor 2024 en de jaarschijven van de meerjarenbegroting 2025-2027 wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de middellange termijnplanning MEV van het CPB, zijnde 2,5% voor 2024 en 2025, en 2,2% voor 2026 en 2027.
7
Alle vervoerskosten worden conform uitgangspunt uit de notitie afrekensystematiek op basis van daadwerkelijk gebruik met de deelnemende gemeenten afgerekend.
8
De afrekensystematiek voor de indirecte vervoerskosten (zoals loonkosten ritreservering en klantenservice) gebeurt op basis van het aantal ritten. In de begroting zal het aantal ritten uit 2019 opgenomen worden. Bij de afrekening wordt het gerealiseerd aantal ritten 2024 e.v. als basis genomen.
9
De afrekensystematiek voor de overheadkosten conform Notitie overhead Commissie BBV/IV3) (bijvoorbeeld loonkosten staf en directie, facilitaire zaken) gebeurt op basis van het aantal inwoners (gebaseerd op CBS gegevens peildatum 1-1-2023).
10
In de begroting 2024 wordt ervan uit gegaan dat de algemene reserve minimaal C 520.000 bedraagt conform de vastgestelde Nota reserves, voorzieningen en risicomanagement. Actualisatie van deze nota in 2023 kan dit bedrag wijzigen.
11
De overheadkosten een post onvoorzien opgenomen conform voorschrift BBV. Deze post wordt gesteld op C 50.000.
12 Alle bedragen zijn weergegeven exclusief BTW.
4.3 Additionele uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2025-2027 1
Het vervoersvolume van 2019 geldt ook als uitgangspunt voor de jaren van de meerjarenbegroting. Voor het jaar 2025 wordt een afslag van 2,5% toegepast, voor de jaren 2026 en 2027 geldt de nullijn.
2
Voor indexatie van de beheerkosten wordt gewerkt met een indexpercentage gebaseerd op de schatting uit de MEV middellange termijnplanning van het CPB. Voor 2025 bedraagt deze 2,5%, voor 2026 en 2027 2,2%.
10
4.4 Additionele uitgangspunten GGZ vervoer (alleen voor gemeenten waarvoor dit van toepassing is: Roermond en Nederweert) 1
Verdeelsleutel GGZ vervoer: Voor de deelnemende gemeenten GGZ vervoer geldt de verdeelsleutel op basis van Inwoners/ritten en kilometers.
2
Verdeelsleutel interne doorbelasting WMO naar GGZ vervoer: overhead/indirecte vervoerkosten worden intern doorbelast aan GGZ vervoer op basis van pashouders/ritten.
3
Investeringskosten GGZ: De worden op basis van inwoneraantal (peildatum 1-1-2023) doorberekend aan de betreffende gemeenten.
11
Begroting
2023-2
Omnibuzz
Inhoud 1.
Inleiding__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 3
2.
Omnibuzz_______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 6
2.1
Wie is Omnibuzz_________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 6
2.2
Relevante ontwikkelingen_________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 7
2.3
Pijler 1: Kantelen van vervoer en OV-gebruik stimuleren___________________________________________________________________________________________________________________________________ 9
2.4
Pijler 2: Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer_________________________________________________________________________________________________________________________ 10
2.5
Pijler 3: Omnibuzz als slimme organisatie___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 12
3.
De beleidsbegroting___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 16
3.1
Programma Omnibuzz-vervoer____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 16
4.
Financiële begroting___________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 32
4.1
Financiële kaders______________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 32
4.2
Toelichting op de baten en lasten_________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 34
4.3
Analyse tweede begrotingswijziging 2023 ten opzichte van de eerste begrotingswijziging 2023 (Wmo)____________________________________________ 42
4.4
Toelichting op de baten en lasten (GGZ-vervoer)______________________________________________________________________________________________________________________________________________ 45
5.
Bijlagen_________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 50
5.1
Staat van geactiveerde kapitaaluitgaven_____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 50
5.2
Staat van reserves____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ 50
Vormgeving: bartistiek Design Foto’s: De Fotovakvrouw 2
Omnibuzz
1. Inleiding Voor u ligt de tweede wijziging programmabegroting 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Omnibuzz (begroting 2023-2). In de eerste wijziging van de begroting 2023-1 waren uitsluitend de gevolgen van de afrekensystematiek verwerkt. In voorliggende tweede begrotingswijziging is een aantal nieuwe inzichten en ontwikkelingen verwerkt, die tot een bijstelling van de begroting 2023-1 leiden. Deze begrotingswijziging sluit qua afrekensystematiek aan op 2023-1. Aanvullend hierop zijn de actuele inzichten met betrekking tot de ontwikkeling van het vervoer, overheadkosten en de organisatie opgenomen. Omnibuzz is verantwoordelijk voor het (Collectief) Vraagafhankelijk vervoer (CVV) voor klanten met een Wmo-indicatie. De uitgangspunten en kaders waarbinnen Omnibuzz dit doet, zijn vastgelegd in het bedrijfsplan (5 januari 2016, actualisatie 2019), de Gemeenschappelijke Regeling Omnibuzz en de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de gemeenten. De vertaling van deze kaders naar de jaarlijkse begrotings- en verantwoordingsstukken gebeurt conform het ‘Besluit begroting en verantwoording’ (BBV). Rekening houdend met de dynamiek en voortdurende ontwikkelingen wordt de begroting, indien nodig, jaarlijks geactualiseerd en bijgesteld.
Vanwege de eerdere aanpassing van de afrekensystematiek, betreft dit dus de tweede wijziging ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2023.
3
Omnibuzz
4
2
Over Omnibuzz
5
Omnibuzz
Over Omnibuzz
2. Omnibuzz 2.1
Wie is Omnibuzz
2.1.1 Missie
Omnibuzz is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) en verantwoordelijk voor de uitvoering van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) voor 30 Limburgse gemeenten.
De missie van Omnibuzz is:
Onze ruim 39.000 klanten hebben van hun gemeente een indicatie voor ons vervoer gekregen. Omnibuzz neemt de administratie en andere uitvoerende en controlerende taken over, waarbij afstemming en overleg tussen betrokken partijen en deelnemende gemeenten geborgd is. De dienstverlening is gericht op optimalisatie van het vervoer voor de reizigers en de deelnemende gemeenten.
Uit onze missie blijkt een sterke focus op duurzaam en kwalitatief hoogwaardig vervoer. De missie is verbonden aan een motto dat centraal staat in de dienstverlening:
Het doel van Omnibuzz is: ‘Het bieden van de beste service op het gebied van (aangepast) vervoer.’ Hierbij ligt een sterke focus op het bieden van (maatwerk-)oplossingen voor vervoersvragen van klanten.
“Goed, veilig, betrouwbaar en betaalbaar doelgroepenvervoer voor nu en later. ”
“Via slim vervoer maatschappelijk blijven verbinden.” 2.1.2 Slim vervoer
De uitdaging is om deze functie binnen de financiële kaders te blijven vervullen. Hiervoor wordt ingezet op efficiënt vervoer en de eigen kracht van klanten.
Met het aanbieden van doelgroepenvervoer zorgt Omnibuzz voor een belangrijk netwerk van reizigers, gemeenten en uitvoerders in Limburg. Omnibuzz kan terugvallen op inhoudelijke expertise, gedetailleerde data en een proactieve houding om het vervoer voortdurend te optimaliseren. Hierbij wegen we alle belangen van gemeenten, klanten en vervoerders af en zorgen voor een optimale onderlinge afstemming. Dit is noodzakelijk om het vervoer voor de reiziger passend uit te blijven voeren en voor gemeenten toch betaalbaar te houden.
Omnibuzz staat voor de volgende kernwaarden:
2.1.3 Maatschappelijk verbinden
› Klantgericht en betrouwbaar. › Kostenefficiënt en duurzaam. › Innovatief en flexibel. › Kwaliteit en deskundigheid. › Integriteit.
Maatschappelijk verbinden tekent de rol van Omnibuzz in het maatschappelijk veld. Vervoer is de verbinding tussen het sociale leven, maatschappelijke activiteiten en de gebruikers ervan. In de actualiteit leidt dit steeds vaker tot het bieden van noodoplossingen voor acute vervoersvragen, zoals het vaccinatievervoer of ondersteuning bij evacuaties door de wateroverlast.
Omnibuzz zorgt dat klanten - ook diegenen die daarbij ondersteuning nodig hebben - optimaal gebruik kunnen maken van het vervoer en daardoor kunnen blijven participeren.
6
Omnibuzz
Over Omnibuzz
2.1.4 Regiemodel
Omnibuzz is opgericht om de doelstellingen voor de 30 Limburgse gemeenten te realiseren. Hiermee dragen de Limburgse gemeenten zorg voor toekomstbestendig doelgroepenvervoer. Om te sturen op deze ambities is gekozen voor een mobiliteitscentrale volgens het regiemodel. Dit betekent een scheiding tussen regie en de uitvoering van het vervoer. Wij optimaliseren het vervoer doordat beleidsmatige aspecten, contractbeheer en het operationele proces samenkomen binnen de organisatie zonder inmenging van private belangen. Hierdoor kunnen wij het vervoerssysteem als geheel passend, betaalbaar en toekomstbestendig houden. Eventueel kunnen andere vervoersvormen instromen in dezelfde centrale, maar dit is niet noodzakelijk. De wijze en termijn waarop de ambities gerealiseerd worden is namelijk dynamisch. Op basis van actuele ontwikkelingen wordt de advisering aan gemeenten voortdurend bijgestuurd. De drie pijlers waarop alle ambities gebaseerd zijn, borgen de visie op de lange termijn:
› Het kantelen van vervoer en het gebruik van openbaar Vervoer (OV) stimuleren.
› Het efficiënter organiseren van doelgroepenvervoer. › Omnibuzz als slimme organisatie. Na een korte omschrijving van de relevante ontwikkelingen voor het Omnibuzz-vervoer, worden de uitgangspunten per pijler toegelicht.
2.2
Relevante ontwikkelingen
2.2.1 Ontwikkelingen in het openbaar vervoer
Het openbaar vervoer (OV) biedt in steeds mindere mate een passend en aantrekkelijk alternatief voor mensen met een beperking. Deze ontwikkeling staat haaks op onze ambitie om OV-gebruik onder klanten juist te stimuleren. Ten eerste bleek het OV door het open karakter een minder geschikt alternatief voor onze klanten vanwege een hoger
besmettingsrisico. Bovendien groeien de gebieden waar het OV op steeds grotere afstand van de voordeur komt te staan door aanpassingen in de lijnvoering in Limburg. Naast de verschraling van het aanbod, lag ook de kwaliteit van het OV in Limburg afgelopen jaar herhaaldelijk onder vuur. Doordat het OV met personeelstekorten te kampen heeft, is er sprake geweest van bovenmatige uitval van treinen en bussen. Omnibuzz en de gemeenten ondervinden de gevolgen van deze ontwikkelingen en zijn intensief in gesprek met de provincie en Arriva hierover. De insteek van Omnibuzz is het minimaliseren van deze gevolgen voor Omnibuzz en het optimaliseren van het aanbod van openbare vervoersoplossingen, zodat deze ook voor (potentiële) klanten van Omnibuzz passend zijn. 2.2.2 Impact van COVID-19 en tekort aan personeel in de vervoerssector
De impact van COVID-19 is inmiddels verminderd, maar de nasleep van de pandemie is nog duidelijk merkbaar in de dienstverlening van Omnibuzz. De verschillen in vervoersvolume per gemeente zijn toegenomen. Hierdoor neemt de voorspelbaarheid af en is het moeilijk om begrotingen strak op te stellen. In de uitvoering van het vervoer hebben wij nagenoeg alle maatregelen ten gevolge van de pandemie kunnen loslaten. Voor de komende periode gaan wij er van uit dat dit zo blijft, al zullen wij voorbereid moeten zijn op nieuwe besmettingsgolven en bijbehorende uitvoeringsprotocollen. Dat de uitvoering van het vervoer weer als vanouds verloopt, wil niet zeggen dat de situatie weer gelijk is aan de periode tot aan COVID-19. Mede als gevolg van COVID-19 en de terugval in het vervoer, zijn veel chauffeurs noodgedwongen vertrokken en uitgeweken naar andere sectoren. Sindsdien ondervinden veel vervoerders problemen met het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerd chauffeurs. Dit blijft een hardnekkig probleem en kan serieuzere vormen aannemen als het vervoersvolume verder aantrekt. Dit is derhalve een structureel aandachtspunt voor onze vervoerders. 7
Omnibuzz
Een belangrijke taak die hier voor Omnibuzz uit voortvloeit, is het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van de pandemie voor de langere termijn en de wijze waarop het vervoer zich verder zal ontwikkelen. Dit is van groot belang als basis voor goede contractuele afspraken met vervoerders, de aanpak van het chauffeurstekort, de eigen bedrijfsvoering en de vertaling daarvan naar de komende begrotingen. 2.2.3 Vervoersresultaat
In een normale situatie (zonder COVID-19) zouden de gerealiseerde vervoerscijfers uit voorgaand jaar, in dit geval dus 2022, voor deze begroting als uitgangspunt worden genomen. In verband met COVID-19 en de nasleep hiervan is het niet meer opportuun met dit uitgangspunt te werken. Vanwege de onzekerheden is het moeilijk te bepalen welk uitgangspunt wel passend is. Hoewel in 2022 de impact van de pandemie behoorlijk is verminderd, blijft het vervoersvolume nog steeds ver achter ten opzichte van het niveau van 2019. Sinds de tweede helft van 2022 lijkt dit volume zich rond de 75% van 2019 te stabiliseren. Het gerealiseerde vervoersvolume in 2019 blijft wel uitgangspunt, maar hierop wordt een afslag percentage toegepast van 7,5%. Het gehanteerde percentage ten opzichte van de vraag in 2019 biedt begrotingstechnisch voldoende ruimte om de vraagontwikkeling en aanvullende continuïteitsafspraken (hoger vervoerstarief) op te kunnen vangen. Ook kan hiermee eventueel vaccinatievervoer worden opgevangen. 2019 is ook het jaar waarop de contractuele afspraken met de vervoerders zijn gebaseerd. De ontwikkeling van het volume varieert tussen de gemeenten. Daarom hebben individuele gemeenten de mogelijkheid om wel een percentage toe te passen en een eventuele stijging in het vervoersvolume op te vangen.