CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.22.060 Sturing en Inkoop

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven1.654 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stuknummer: 22.0005369

Raad 08-11-2022 RIB.22.060

raadsinformatiebrief van

: Burgemeester en wethouders

portefeuillehouder

: R. Bouten

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 13/09/2022

status

: Actieve informatie

openbaar

: Ja

Onderwerp Evaluatie en vervolg Programma Sturing & Inkoop Aanleiding De afgelopen drie jaar hebben de regiogemeenten van Noord-Limburg samen met de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Limburg Noord (MGR) het programma Sturing & Inkoop uitgevoerd. De gemeenteraden van Noord-Limburg zijn regelmatig via raadsinformatiebrieven en webinars geïnformeerd over het programma. Op 1 juli 2022 is het programma formeel afgerond met een evaluatie en een overdrachtsdocument. Deze raadsinformatiebrief is bedoeld om u kort mee te nemen in de achtergrond van het programma, de huidige stand van zaken en de evaluatie van het programma en de aanpak van het vervolg. Achtergrond Programma Sturing & Inkoop Het doel van het programma Sturing & Inkoop is om te komen tot meer inzicht, grip en sturing op de kwaliteit en inzet van de maatwerkvoorzieningen in het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet). Dit moet bijdragen aan een passend en duurzaam zorglandschap in Noord-Limburg, zowel inhoudelijk (voldoende kwaliteit en voldoende bij de vraag passend aanbod) als financieel (ook op langere termijn financieel houdbaar in het licht van maatschappelijke uitdagingen zoals vergrijzing). Het programma kende 3 fasen.

Fase 1 richtte zich op de strategische doelen, een marktanalyse, onderverdeling van het zorglandschap en het bepalen van het ontwikkelpotentieel (wat willen we bereiken?) per (sub)segment. In fase 2 zijn er samenhangende keuzes gemaakt op de vier sturingselementen (bekostiging, contractvorm, toegangsmanagement en contractmanagement) en zijn deze vertaald naar de inkoopstrategie met een kostprijsonderzoek naar passende tarieven. Fase 3 bestond uit het uitvoeren van aanbestedingen met als resultaat nieuwe raamovereenkomsten voor de maatwerkvoorzieningen in het sociaal domein. Deze nieuwe raamovereenkomsten zijn op 1 januari 2022 ingegaan. Alle informatie over de aanbestedingen en de gecontracteerde aanbieders kunt u vinden op de website van de MGR (https://sociaaldomein-limburgnoord.nl/), onder het kopje ‘inkoop’.

Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

Pag. 2 van 4

Vanaf januari 2022 lag de focus op de verdere implementatie en uitvoering van de nieuwe overeenkomsten, het verder inrichten en verfijnen van toegangsmanagement, contractmanagement en monitoring en het evalueren en overdragen van het programma. Op 12 mei 2022 heeft het programma in goede samenwerking met het ministerie van VWS, het landelijke Ketenbureau I-Sociaal Domein een congres georganiseerd in de Maaspoort Venlo. Er waren ongeveer 160 deelnemers van (Noord Limburgse) gemeenten, aanbieders en ervaringsdeskundigen. Gezamenlijk hebben we teruggekeken op de samenwerking tijdens Sturing & Inkoop en de invulling van het partnerschap de komende jaren. Tijdens de workshops is stilgestaan bij innovatieve oplossingen om ondersteuning en zorg te verbeteren. Wat hebben we bereikt? De nieuwe werkwijze op basis van Sturing & Inkoop gaat veel verder dan het sluiten van nieuwe raamovereenkomsten met aanbieders van maatwerkvoorzieningen. Het gaat (niet uitputtend) ook om: - Strategisch partnerschap met een beperkter aantal aanbieders doordat de raamovereenkomsten een lange looptijd kennen (minimaal vier tot maximaal tien jaar). Dit biedt ruimte om met elkaar te werken aan de ontwikkeldoelen en verbetering en innovatie; - Sturen op doelen en resultaten.

Enerzijds via de wijze van bekostiging van de ondersteuning (resultaatgerichte trajecten of plekken in plaats van inspanningsgerichte P * Q (p staat voor de prijs en q voor het aantal). Anderzijds via het toegangsmanagement: het aan de voorkant per casus formuleren van heldere doelen en het voeren van regie (sturen op het behalen van de doelen). Het toegangsmanagement vindt nog steeds lokaal plaats maar zoveel mogelijk op een regionaal afgestemde, uniforme wijze. - Zicht op de uitgaven door budgetafspraken met de regionale aanbieders; - Structureel contractmanagement met de belangrijkste regionale aanbieders om de ontwikkelingen op de voet te kunnen volgen en te kunnen bijstellen als dat nodig of wenselijk is; - Regionale monitoring (in aanvulling op lokaal) op basis van duidelijke prestatie-indicatoren (KPI’s). Dit levert niet alleen managementinformatie maar is ook voeding voor het toegangs- en contractmanagement; - Regionaal uniformeren waar mogelijk en zinvol: werkwijzen, processen en formats zo efficiënt mogelijk inrichten en uniformeren (bijvoorbeeld leefzorgplannen en verordeningen Wmo en Jeugd).

Dit biedt zowel aanbieders als gemeenten en andere ketenpartners voordelen (minder administratieve lasten en bureaucratie); - Ruimte in de raamovereenkomsten om zaken aan te passen zonder opnieuw te moeten aanbesteden: er zijn herzieningsclausules opgenomen en mogelijkheden voor herijkingsonderzoeken naar trajecten en tarieven. We blijven dus met aanbieders in gesprek over goede uitvoering van de ondersteuning, verbetering daarvan en de randvoorwaarden daarvoor (zoals passende tarieven). Dit past ook bij het partnerschap dat we aangaan en de wens om te innoveren en verbeteren waar mogelijk; - Instructie, training en sturing via gemeentelijke toegangen, andere verwijzers (huisartsen, jeugdartsen en medisch specialisten) en gecertificeerde instellingen 1. Waar staan we nu? De implementatie van de nieuwe overeenkomsten is afgerond en de overgang is zonder noemenswaardige voorvallen verlopen. Tegelijkertijd zien we zowel onze toegangen en andere verwijzers als aanbieders moeten wennen aan de nieuwe systematiek met (voornamelijk) trajecten. Daar blijven we aandacht voor hebben: we 1 Bureau Jeugdzorg Limburg, William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en Leger des Heils

Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.

2

Pag. 3 van 4

organiseren waar nodig informatieve sessies of webinars om te zorgen dat vragen over de nieuwe werkwijze snel en adequaat beantwoord kunnen worden. Daarbij betrekken we niet alleen de lokale, gemeentelijke toegangen maar ook andere partners die jeugdhulp kunnen inzetten zoals jeugdartsen, huisartsen, medisch specialisten en gecertificeerde instellingen. Het toegangsmanagement en de daaraan gekoppelde regievoering zijn belangrijke randvoorwaarden voor het realiseren van de beoogde baten van de nieuwe systematiek. Zo hebben alle toegangsmedewerker Wmo, jeugd en Participatiewet dezelfde basistraining gehad en hebben we een gezamenlijk opleidingsplan opgesteld. Samen met onze toegangen hebben we werkprocessen en formats geüniformeerd en kijken we naar mogelijkheden om zaken verder te vereenvoudigen en te uniformeren. Daarnaast hebben wij handboeken opgesteld voor de verwijzers Wmo, jeugd en Participatiewet en handboeken aanbieders Wmo, jeugd en Participatiewet. Ook houden we de vinger aan de pols of de afgesproken werkwijzen ook uniform worden toegepast. Dit is in het belang van onze inwoners: hoe minder tijd aanbieders en onze uitvoering kwijt zijn aan administratieve processen, hoe meer tijd zij aan het bieden van ondersteuning en zorg kunnen besteden. Het contractmanagement is goed vormgegeven. De implementatiegesprekken rond de nieuwe contracten zijn afgerond.

Met de regionale aanbieders worden door de contractmanagers van de MGR samen met gemeentelijke beleidsmedewerkers structureel contractmanagementgesprekken gevoerd waarin gekeken wordt wat goed gaat en wat beter kan. Het contractmanagement rond de lokale partijen wordt door de MGR en de betrokken gemeenten opgepakt. Ook vinden regionaal diverse ontwikkelgesprekken plaats met alle binnen een (sub)segment gecontracteerde aanbieders om te kijken hoe we de komende jaren gezamenlijk het geformuleerde ontwikkelpotentieel gaan realiseren. Het verder werken aan het ontwikkelpotentieel van de (sub)segmenten van de domein Wmo, Jeugd en Participatiewet is belegd bij de regionale werkgroepen. De regionale monitoring staat en levert steeds meer inzicht op. Omdat 2022 nog een overgangsjaar is waarin de ‘oude’ producten worden omgezet naar de nieuwe producten, trajecten of plekken is het nog te vroeg om conclusies te trekken. Dat geldt zowel op het gebied van de inhoud (hoe worden de trajecten ingezet?) als van de budgetten (wat zien we gebeuren aan de uitgavenkant?). De verwachting is dat we begin 2023 voldoende gegevens hebben om de eerste voorzichtige conclusies te trekken. Als er eerder signalen zijn, pakken we die uiteraard samen met aanbieders op.

Zo starten we onderzoek naar de juistheid van trajecten en tarieven bij bepaalde segmenten op basis van signalen van onze toegangen en/of de gecontracteerde aanbieders. Tot slot hebben we op 21 juli 2022 de aanbesteding van segment 1 jeugd (Opname vervangende behandeling en verblijf met behandeling jeugd) gepubliceerd. Deze valt strikt genomen niet onder de scope van het Programma Sturing & Inkoop omdat we deze aanbesteding samen met de gemeenten van Midden-Limburg uitvoeren. We vermelden deze hier toch omdat dit segment oorspronkelijk wel meeliep binnen Sturing & Inkoop en omdat met de nieuwe overeenkomsten voor dit segment (die ingaan op 1 januari 2023) het hele domein ‘maatwerkvoorzieningen jeugdhulp’ opnieuw is gecontracteerd. Lessen uit evaluatie Programma Sturing & Inkoop Om te kijken naar de lessen van het Programma Sturing & Inkoop heeft Berenschot een evaluatie uitgevoerd. Hiervoor hebben ze alle relevante documenten bestudeerd, zijn enquêtes uitgevoerd en hebben ze groeps- en individuele interviews gehouden. Berenschot geeft als belangrijkste lessen voor de toekomst:

3

Pag. 4 van 4

1. Zorg dat het programma op inhoud en proces aansluit op, en omarmd wordt door, de verschillende lokale en regionale sturingslijnen. 2. Investeer in strategische partnerschappen met de belangrijkste aanbieders in de regio. 3. Maak expliciet voor welke onderdelen regionale uniformiteit noodzakelijk is en maak afspraken over het borgen hiervan. 4. Het programma maakt deel uit van een brede beweging (transformatie). Denk vooraf na over de continuïteit en borging. 5. Medewerkers hebben de regionale verbinding als enorm waardevol ervaren. Blijf hierop inzetten. 6. Blijf investeren in draagvlak bij en betrokkenheid van de toegangsmedewerkers, zorgaanbieders en cliënt (vertegenwoordigers). De toegang vormt immers een belangrijke sleutel tot grip en sturing. Vervolg en aanpak Het Programma Sturing & Inkoop krijgt een duidelijk vervolg. Het doel is om de verworvenheden te borgen en blijvend te sturen op baten en innovaties die met het programma beoogd werden. Qua scope gaat het om inzicht, grip en sturing op de beschikbaarheid, kwaliteit en inzet van de maatwerkvoorzieningen op het gebied van Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. Daarom is gekozen voor de naam ‘Programma Sturing en Ontwikkeling Individuele Voorzieningen 2022 – 2026’.

Binnenkort start een regionale kwartiermaker die vanuit een heldere opdracht werkt aan de programmastructuur, een programmaplan en de benodigde randvoorwaarden. Deze opzet van het nieuwe programma moet eind van het jaar gereed en vastgesteld zijn, waarna het programma met ingang van 2023 verder uitgevoerd kan worden. Bij het maken van het programmaplan en de uitvoering daarvan wordt ook gekeken naar inbedding in de bestaande regionale structuren en de verbinding met andere regionale programma’s (zoals Vitaal & Gezond en Grip op Onbegrip) en de gemeenten van Midden-Limburg.

Bijlagen Geen.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11963208/1