RIB.22.040 Beantw.vragen CDA over Hulsweg 6
Tekst van het document
Stuknummer: 22.0003383
Raad 06-09-2022 RIB.22.040
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: M.M.C. Kuipers
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 13/06/2022
status
: Schriftelijke raadsvragen
openbaar
: Ja
Onderwerp RIB Hulsweg 6
Aanleiding De familie Kusters in Swolgen, Hulsweg 6, heeft ingesproken over hun situatie aangaande bestemming aan eerdergenoemd adres. De raadsfracties van het CDA en de VVD hebben hierover vragen gesteld. Vragen CDA Bijna 22 jaar geleden heeft de familie Kusters oude kippenschuren omgebouwd naar bedrijfsverzamelgebouwen u allen bekend. Op een of andere manier leeft er zowel bij de familie Kusters als binnen onze organisatie een verschil van inzicht in de ontstane situatie waarbij uiteindelijk sinds kort het handhavingsbeleid is uitgevoerd en de familie Kusters ten einde raad is, en het gevoel heerst dat er met 2 maten gemeten wordt binnen onze gemeente. Daarom stellen wij de volgende vragen: 1. Kan het college zich herkennen in de geschetste situatie zoals is ingesproken door de familie Kusters op 17 mei. M.a.w. is het juist dat het College van standpunt is gewisseld de afgelopen jaren en zo ja wat is daar de reden van? 2. Er wordt gesproken dat de gemeente met 2 maten meet in relatie tot andere vergelijkbare situaties. Hoe ziet het college dit? 3. Waarom heeft de familie Kusters zo vaak en zo lang op antwoorden moeten wachten? 4. Welke mogelijkheden ziet het college met betrekking tot het legaliseren van de bestaande situatie? 5. Welke concrete uitdagingen ziet het college met betrekking tot het legaliseren van de bestaande situatie? 6.
Is het college bereid om nogmaals met de familie in gesprek te gaan over de situatie en
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T: 077 - 477 97 77
F: 077 - 477 97 50
Pag. 2 van 5
te zoeken naar een oplossing voor beide partijen en zo nee waarom niet? Vragen VVD 1. Welke afspraken zijn er in het verleden gemaakt tussen de (voormalige) gemeente en de eigenaar m.b.t. de sanering en wijziging van de bestemming van agrarisch naar wonen? O.a. in ruil voor de sanering welke activiteiten en gebruik van de gebouwen zijn toegestaan. Graag een tekstuele samenvatting en een kopie van relevante documenten waarin de afspraken tussen gemeente en eigenaar en voorstel en onderbouwing behorende bij de bestemmingsplanwijziging zijn vastgelegd. En waaruit blijkt wat wel en niet is toegestaan en/of de bedoeling was. 2. Waarop wordt nu gehandhaafd? Wat is het probleem volgens de gemeente? En is dit te legaliseren? Graag een tekstuele samenvatting en een kopie van relevante documenten waaruit blijkt waarop wordt gehandhaafd en wat de grondslag is voor het handhavingstraject. Gaat het om de bestemming of vergunning? En waarom is het wel/niet te legaliseren. Beantwoording CDA 1 VVD 2 De locatie aan de Hulsweg 6 in Swolgen kent een voorgeschiedenis van meer dan 10 jaar. De stalling van caravans in loodsen is ter plaatse toegestaan, daar is ook een vergunning voor verleend. Naar aanleiding van klachten uit de buurt is geconstateerd dat er sprake was van opslag van goederen en het gebruik van loodsen als bedrijfsverzamelgebouw.
Op 5 augustus 2013 is besloten om in principe medewerking te verlenen aan de opslag van goederen met een lage doorstroom en is besloten om geen medewerking te verlenen aan de opslag van goederen met een hoge doorstroom en een bedrijfsverzamelgebouw. In 2015 wordt de zaak opnieuw aan het bestuur voorgelegd. Opnieuw wordt dan besloten om geen medewerking te verlenen aan het legaliseren van het gebruik van de loodsen als bedrijfsverzamelgebouw en opslag van goederen met een hoge doorstroom. Inmiddels hebben dan ook vele gesprekken plaatsgevonden op ambtelijk en bestuurlijk niveau samen met de initiatiefnemer. Op 2 december 2015 is vervolgens een handhavingsbesluit verstuurd. Daartegen is bezwaar ingediend en de advocaat van de initiatiefnemer wilde in gesprek gaan om in onderling overleg tot een oplossing te komen. Uiteindelijk is de last onder dwangsom van 2 december 2015 ingetrokken en op 10 februari 2017 een nieuwe last onder dwangsom opgelegd met een zeer coulante begunstigingstermijn. Tegen dat besluit is geen bezwaar gemaakt. In 2020 heeft het college een verzoek gekregen om alsnog het bedrijfsverzamelgebouw te legaliseren. Op 22 februari 2021 is opnieuw besloten dat de bedrijvigheid in de loodsen niet gelegaliseerd kan worden. Op 5 augustus 2021 is opnieuw een principeverzoek ontvangen om één van de loodsen te legaliseren.
Ook daar is een negatief besluit op genomen (13 december 2021). In verband met de principeverzoeken is wel de begunstigingstermijn van het handhavingsbesluit verlengd, totdat er een besluit was op de principeverzoeken. Het verlengen van de termijn was bovendien mogelijk omdat er geen klachten meer waren van omwonenden.
2
Pag. 3 van 5
De situatie is niet te legaliseren. Het omzetten van een woonbestemming naar een bedrijfsbestemming op deze locatie is in strijd met de Structuurvisie. Op dit moment zit er nog 1 bedrijf in strijd met de bestemming. Hiervoor is de begunstigingstermijn opnieuw verlengd. Het bedrijf heeft toegezegd eind van dit jaar te verhuizen. CDA 2. Het college herkent dit niet. Hooguit is de geboden hersteltermijn overmatig coulant naar de eigenaar geweest. Ook zal het zeker zo zijn dat er een aantal andere voormalige stallen in gebruik zijn in strijd met het bestemmingsplan. In het verleden werd hierop inderdaad weinig gehandhaafd. Doordat we onze handhavingscapaciteit aan het versterken zijn, kunnen we beginnen om de grote achterstanden op handhavingsgebied weg te werken. CDA 3. Er zijn van Kusters meerdere principeverzoeken ontvangen. Die zijn steeds opnieuw beoordeeld. Aan het behandelen van een principeverzoek zit geen tijdslimiet. In verband met capaciteit wordt voorrang gegeven aan beschikkingen waar wel een wettelijke termijn voor geldt. Daardoor duurt de behandeling en de beantwoording van principeverzoeken vaak langer dan gewenst. Om Kusters hiervan niet de dupe te laten worden, is de begunstigingstermijn meer dan eens verlengd. CDA 4. Zie het antwoord 1. CDA 5. Zie antwoord 1. CDA 6. Het college ziet daartoe geen aanleiding.
CDA Burgemeester Palmen is op bezoek geweest om de familie Kusters te helpen om een goed onderscheid te maken tussen die activiteiten die in strijd zijn met de bestemming en activiteiten die wel toelaatbaar zijn. Ook daarbij stelt het college zich coulant op, waar het gebruik voor discussie vatbaar is, gaan we niet strak op handhaving zitten. De burgemeester heeft hierin mee willen denken. Er zijn geen toezeggingen gedaan. Recentelijk heeft het college de begunstigingstermijn nog eens voor een paar weken verruimd. Wij deden dat om een bedrijf dat ruimte huurt bij de familie Kusters de tijd te geven een nieuwe locatie te vinden. Hoewel de familie Kusters al jaren weet wat de uiterlijke datum was waarop het illegale gebruik beëindigd had moeten zijn, had Kusters zijn huurders hierover niet geïnformeerd. Kusters heeft tegen het besluit, om nogmaals de termijn te verlengen, bezwaar gemaakt. De adviescommissie voor de bezwaarschriften was zeer kritisch op het college ten aanzien van de zeer coulante houding tegenover Kusters. De commissie wijst naar vaste rechtspraak die inhoudt dat de lengte van begunstigingstermijn dient te worden afgestemd op het zo spoedig mogelijk beëindigen van een overtreding. Ze vond de termijn desondanks
3
Pag. 4 van 5
wel acceptabel ten aanzien van het specifieke bedrijf dat een huurovereenkomst heeft met Kusters en tijd nodig heeft om een andere locatie te vinden. VVD 1. In de beheersverordening Buitengebied Meerlo (2013) is aan het perceel een woonbestemming met de nadere aanduiding caravanstalling toegekend. Voor het perceel is op 11 maart 2010 een reguliere bouwvergunning en projectbesluit ex artikel 3.10 Wro verleend voor het oprichten van een caravanstalling. Dit was deels een legalisatie, omdat het gebruik al jaren in strijd was met het bestemmingsplan en door de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum gedoogd werd (dit staat beschreven in de ruimtelijke onderbouwing). Tevens is er een nieuwe schuur vergund ter vervanging van een oude, waarvan de goothoogte te laag was om caravans te kunnen stallen. Voordat de beheersverordening werd vastgesteld gold het bestemmingsplan Buitengebied uit 2000, vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Meerlo-Wanssum. Hier had het perceel met opstallen een woonbestemming gekregen, omdat het agrarisch bedrijf was gestopt. Over afspraken met de voormalige gemeente is niets te vinden. Kennelijk was het gebruik al bekend en werd dit gedoogd. Duidelijk is dat caravanstalling was toegestaan. Over een bedrijfsverzamelgebouw of verhuur van opslagruimten is geen toezegging terug te vinden.
Later is wel ingestemd om naast een caravanstalling ook opslag van goederen met lage doorstroom toe te staan, zoals dat in het bestemmingsplan “Buitengebied Horst aan de Maas” is vastgelegd. U kunt de regels nalezen op de website www.ruimtelijkeplannen.nl.
Aanvulling Naar aanleiding van deze casus vraagt het college nog uw aandacht voor het volgende. U stelt als raad de kaders voor de ruimtelijke ordening. U benoemt een college van burgemeester & wethouders met onder andere de opdracht op deze regels toe te zien en waar nodig te handhaven. Indien namens het college een vermeende overtreding van uw regels wordt geconstateerd, treedt de gemeente op conform het handhavingsbeleid, hetgeen onder andere betekent dat, alvorens tot handhaving over te gaan, de gemeente probeert met een goed gesprek of andere niet-juridische acties de vermeende overtreding te beëindigen. De gemeente heeft ook de plicht om te onderzoeken of er, binnen de wet en de door u vastgestelde regels, mogelijkheid is om de overtreding achteraf te legaliseren. Indien dit alles niet tot een beëindiging van de overtreding leidt, kan de gemeente eventueel een bestuursrechtelijke handhaving (bijvoorbeeld een last onder dwangsom) inzetten. Deze is overigens niet gericht op bestraffing maar op het herstellen van een overtreding zodat de werkelijkheid (weer) in lijn wordt gebracht met de door u vastgestelde regels. Een dergelijk handhavingstraject vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het college, in casu de portefeuillehouder handhaving. Het is echter mijn nadrukkelijke rolopvatting dat een bestuurder zich in de
4
Pag. 5 van 5
omgang met specifieke handhavingscasussen terughoudend dient op te stellen en sterk dient te varen op de professionaliteit van de aangestelde toezichthouders en handhavingsambtenaren om zodoende een professionele en consistente lijn te kunnen varen. Dit is ook in lijn met de landelijke lijn (Commissie van Aartsen) om toezicht en handhaving zo onafhankelijk mogelijk te positioneren om politiek-bestuurlijke beïnvloeding te beperken. In een rechtstaat moeten regels worden gehandhaafd en dat moet zo a-politiek mogelijk gebeuren, zonder aanziens des persoon, op basis van de beginselen van de rechtstaat. Een eventueel handhavingstraject is daarom met diverse rechtswaarborgen omgeven (zie Algemene wet bestuursrecht en algemene beginselen van behoorlijk bestuur). Indien personen of bedrijven van mening zijn dat de gemeente ten onrechte handhaving tegen hen inzet (of dit ten onrechte nalaat), dan kunnen zij opnieuw met de gemeente in overleg treden en/of een beroep doen op de wettelijke rechtsbescherming (bezwaar, beroep) die daarvoor is ingericht. De bezwaarcommissie en de rechter toetsen het optreden van gemeente dan in formele en materiële zin. In het licht van het bovenstaande zou ik u, om zo a-politiek mogelijk toezicht te kunnen houden vragen om uiterste terughoudendheid te betrachten in de omgang met individuele handhavingscasussen.
In de afgelopen periode hebben diverse raadsleden zich opgeworpen als een pleitbezorger om van handhaving af te zien. Dit is mijn inziens ongewenst. Indien individuele handhavingscasussen worden gepolitiseerd, ondermijnt dit een onpartijdige handhaving op basis van de beginselen van de rechtstaat. Graag ben ik bereid verantwoording af te leggen over de algemene uitvoering van het toezicht en de handhaving en met u te spreken over toekomstig beleid. Een raadavond over dit thema (VTH: vergunningverlening, toezicht en handhaving) staat gepland op 14 juni. Dan kunnen we ook ingegaan op de herziening van het VTH-beleid dat u in het najaar zult ontvangen.
5