CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.21.115 Uitvoeringsplan Veehouderij

Gemeenteraad 9 november 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven.8.062 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raad 09-11-2021 RIB.21.115

raadsinformatiebrief van

: Griffier

portefeuillehouder

: R. Poels

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 22-10-2021

status

: Actieve informatie

openbaar

: Ja

Onderwerp: Uitvoeringsprogramma Visie Veehouderij Horst aan de Maas 2021-2030 Aanleiding Op 13 juli 2021 stelde de raad van Horst aan de Maas de visie veehouderij 2021-2030 vast en met 3 strategische doelen is daarmee de ambitie tot 2030 bepaald. De visie vraagt nog om een nadere concretisering en om die reden heeft het college het bijgevoegde uitvoeringsprogramma vastgesteld. De raad heeft bij de vaststelling op 13 juli 2021 al aangegeven dit uitvoeringsprogramma te willen ontvangen om dit in de raad te bespreken. Om die reden heeft het college het programma aan het presidium aangeboden om deze te laten bepalen op welke wijze het uitvoeringsprogramma in de raad wordt besproken. Het presidium heeft op 18 oktober besloten om het programma als een Raadsinformatiebrief aan de raad aan te bieden.

Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

UITVOERINGSPROGRAMMA

Uitvoeringsprogramma visie veehouderij Horst aan de Maas 2021-2030

Inhoud 1.

Inleiding ............................................................................................................................................ 3 1.1.

Raad Horst aan de Maas ......................................................................................................... 3

1.2.

Leeswijzer ................................................................................................................................ 3

2.

De visie en drie doelen tot 2030: ...................................................................................................... 4 1.

Veehouderijen in Horst aan de Maas liggen in 2030 op een toekomstbestendige locatie. ........ 4

2.

De veehouderij in Horst aan de Maas blijft een economisch gezonde sector. ........................... 4

3. De uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof door veehouderijen in het geheel is in 2030 verlaagd. .............................................................................................................................................. 4 Doel 1; Veehouderijen in Horst aan de Maas liggen in 2030 op een toekomstbestendige locatie. .... 4 2.1.1.

Instrumenten bij doel 1; Veehouderijen op een toekomstbestendige locatie .................. 4

Doel 2; De veehouderij in Horst aan de Maas blijft een economisch gezonde sector. ....................... 7 2.1.2.

Instrumenten doel 2; De veehouderij blijft een economisch gezonde sector .................. 7

Doel 3; De uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof door veehouderijen in het geheel is in 2030 verlaagd. .............................................................................................................................................. 9 3.2.1. 3.

Instrumenten doel 3; De uitstoot verlagen ....................................................................... 9

De projecten ................................................................................................................................... 12 3.1.

Project ”Toekomstbestendige locaties” (actie B) ................................................................... 12

3.2.

Project: “Innovatie veehouderijen Horst aan de Maas” (actie C) .......................................... 13

3.3.

Project “de basis op orde” (actie D) ....................................................................................... 14

3.3.1.

De Basis op orde ........................................................................................................... 14

4.

Platform vitale veehouderij Noord-, en Midden Limburg ................................................................ 15

5.

Monitoring en evaluatie .................................................................................................................. 16 5.2.

Evaluatie (actie V).............................................................................................................. 16

5.3.

Beleidscyclus ..................................................................................................................... 16

6.

Actielijst uitvoeringsplan visie veehouderij Horst ad Maas 2021-2030; ......................................... 17

7.

Planning ......................................................................................................................................... 20

BIJLAGE 1 Visie veehouderij Horst aan de Maas 2021-2030 .............................................................. 21 BIJLAGE 2 Gesprekken met stakeholders; ........................................................................................... 22 BIJLAGE 3 Relevante wet-, en regelgeving .......................................................................................... 23 BIJLAGE 4 Platform vitale veehouderij ................................................................................................. 28

2

1. Inleiding Op 13 juli 2021 stelde de raad van Horst aan de Maas de visie veehouderij 2021-2030 vast en met 3 strategische doelen is daarmee de ambitie tot 2030 bepaald. De visie vraagt nog om een nadere concretisering en daarom starten we begin 2022 met de eerste deelprojecten en concrete acties, die in dit uitvoeringsprogramma beschreven zijn; onder andere: - De projecten “Toekomstbestendig locaties”, “Innovaties veehouderijen HadM” en “De basis op orde”. - Geurvisie,- en verordening; waarmee we begin 2022 al in beeld brengen wat de huidige geursituatie is - Intrekkingsbeleid; waarmee we ongebruikte vergunningen (en milieuruimte) willen weghalen - IPPC actualisatie; waarmee we een vergunningenbestand voor de IPPC veehouderijen krijgen die voldoet aan BBT - Monitoring 1.1. Raad Horst aan de Maas De raad gaf bij de behandeling van de visie ook veel inhoud mee aan het college om te verwerken in de visie en het uitvoeringsprogramma. Men vond het niet nodig een vierde doel toe te voegen.

Een vertaling en korte weergave van wat het college heeft meegekregen is: - Stel een uitvoeringsprogramma met concrete acties op - Streef naar een gezonde leefomgeving - Zorg voor continuïteit van de sector met perspectief voor de ondernemer - Ben een betrouwbare en transparante overheid met consistent beleid - Zorg voor goede en betrouwbare monitoring met actueel dashboard - Werk aan een verlaging van emissies door veehouderijen met normering en doelstellingen - Volg trends in de secundaire sector - Blijf in gesprek met alle belanghebbenden en stakeholders In dit uitvoeringsprogramma komen deze onderwerpen aan bod en heeft het college deze input verwerkt. 1.2. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van dit uitvoeringsprogramma halen we kort de vastgestelde visie aan. In hoofdstuk 3, 4 en 5 beschrijven we de drie doelen tot 2030, de rol van de gemeente, wat we daarvoor moeten doen, de instrumenten, de projectplannen en de monitoring& evaluatie. Sommige instrumenten zijn in te zetten voor meerder doelen. Wij lichten deze enkel de eerste keer dat we ze noemen toe. In hoofdstuk 6 beschrijven we hoe de gesprekken met de stakeholders plaatsvinden en in hoofdstuk 7 de planning tot en met de projectmatige aanpak.

3

2. De visie en drie doelen tot 2030: Vanuit de visie werken we aan drie doelen die we in 2030 bereikt willen hebben. Deze strategische doelen maken we door concrete projecten meetbaar. De doelen 1. Veehouderijen in Horst aan de Maas liggen in 2030 op een toekomstbestendige locatie. 2. De veehouderij in Horst aan de Maas blijft een economisch gezonde sector. 3. De uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof door veehouderijen in het geheel is in 2030 verlaagd. Per doel beschrijven we welke rol we hebben als gemeente, welke uitdagingen we zien en wat we daarvoor moeten doen? Bij elk doel beschikken we over in te zetten instrumenten. Of en welke instrumenten we inzetten blijkt uit monitoring en de evaluatie die we elk jaar aan de raad voorleggen in het eerste kwartaal. Kortom: plan, do, check, act en daarmee een gesloten beleidscyclus. Vooruitlopend hierop gaan we direct aan de slag met een aantal instrumenten. Per doel werken we dit uit en is de actielijst met planning hoe we dat doen. De letters in de tekst verwijzen naar de actie in de actielijst. Doel 1; Veehouderijen in Horst aan de Maas liggen in 2030 op een toekomstbestendige locatie.

p een toekomstbestendige locatie is ook voor de lange termijn, milieu h gi nisch en siek, genoeg ruimte om de veehouderij verder te ont ikkelen, passend in en bij de omgeving

en plek aar een veehouder plannen kan maken voor de toekomst. en plek die past in de regionale aanpak.

lke locatie is uniek. e maken lokaal keu es. Per locatie brengen e ont ikkelmogelijkheden in kaart.

eoordeling o.b.v. invalshoeken: gebied, locatie beleid. r is ruimte voor maat erk.

In dialoog, samen erken en orgen voor vertrou en.

2.1.1. Instrumenten bij doel 1; Veehouderijen op een toekomstbestendige locatie • Vergunningen, toezicht en handhaving (actie O) We geven ruimte waar het kan maar stellen grenzen waar het moet. We verlenen vergunningen die voldoen aan de huidige inzichten. We voeren goed toezicht en handhaven als het nodig is. Dit hoort bij de reguliere taken van een gemeente. We werken aan het op peil brengen van de kwaliteit en formatie die hier bij hoort. In de begroting van 2022 is hier inmiddels al versterking voor opgenomen. • Actualisatie vergunningen IPPC veehouderijen (actie I) Apart van dit uitvoeringsplan heeft het college in een RIB op 28 juni 2021 aangegeven hoe we vergunningen voor de IPPC veehouderijen actualiseren en actueel houden. Intensieve

4

veehouderijen met meer dan 750 zeugen, 2.000 vleesvarkens of 40.000 stuks pluimvee vallen onder de IPPC-richtlijn. Het uitgangspunt is dat deze bedrijven gebruik maken van de best beschikbare techniek (BBT). Hiervoor legde het colleges een aantal scenario’s aan de raad voor. r is geko en voor een gezamenlijke aanpak in RUD-verband binnen Limburg Noord. Vooruitlopend hierop starten we in Horst aan de Maas met 10 van de 38 bedrijven met de meeste overlast voor de omgeving. Op basis van de evaluatie kan, indien noodzakelijk, een bijstelling (financieel of werkwijze) plaatsvinden. Daarna gaan we er, binnen een projectmatige aanpak, vanuit dat we aansluiten bij het RUD traject met de overige bedrijven. • Omgevingsvisie en omgevingsplan (actie K) De omgevingswet komt eraan. Deze wet treedt op 1-6-2022 in werking. De raad stelt hiervoor een omgevingsvisie vast. Om beleid te kunnen toetsen worden onder de omgevingswet ook omgevingsplannen gemaakt. De omgevingsvisie, omgevingsplannen en de visie veehouderij zijn nauw met elkaar verbonden. De omgevingsvisie wordt begin 2022 door de raad behandeld. Dit is een apart proces en hierbij kunnen gebiedsgericht keuzes gemaakt worden over onderwerpen als de ligging van de veehouderijen, omgevingskwaliteit, fysieke leefomgeving en de gevolgen voor de volksgezondheid.

• Intrekkingsbeleid (actie T) Het college kan volgens de Algemene wet bestuursrecht en de Wabo beleidsregels vaststellen voor het intrekken van omgevingsvergunningen. In Horst aan de Maas kennen we op dit moment geen vastgesteld intrekkingsbeleid. Het college is van mening dat de vergunningen die niet worden gebruikt in principe ingetrokken moeten worden. Als we hier beleidsmatig afspraken over maken kunnen we maatwerk bieden en daarom gaat het college dit intrekkingsbeleid opstellen en vanaf 1-1-2023 toepassen. • Omvang bouwvlak Specifiek voor uitbreiding van intensieve veehouderijen (IV) geldt in bestaand beleid 1,5 ha als bovengrens (referentiemaat) voor de maximale omvang van een bouwvlak . Nieuwvestiging van IV mag enkel binnen Landbouwontwikkelingsgebied (LOG) Witveld en Krabbenborg. Verder geldt voor o el nieu vestiging in beide L G’s ( aarbij grotere bouwvlakken zijn toegestaan dan 1,5 ha) als voor eventuele uitbreiding van IV boven de 1,5 ha bou vlak buiten de L G’s (in sommige gevallen kan een gemotiveerde a ijking orden toegestaan) als aanvullende verplichting dat 25% van het bouwvlak groen moet zijn. Voor LOG Witveld geldt tevens als aanvullende verplichting dat niet meer dan 10% verhard mag zijn.

In het project toekomstbestendige locaties bepalen we, rekening houdend met het gebied, de locatie en het bestaande beleid, of het nodig is een nadere beperking of verruiming van een bouwvlak nodig is.

5

•

Leegstaande stallen herbestemmen of saneren (actie U) Veel veehouderijen stoppen de komende jaren en die laten vaak lege gebouwen achter. De gemeente wil een schoon en opgeruimd buitengebied. We zetten daarom actief in op het herbestemmen of weg bestemmen van voormalige stallen. Hier zijn meerdere mogelijkheden voor: o Met bijvoorbeeld veegplannen (o.a. varkensbedrijven binnen SRV); o Bij nieuwe initiatieven geldt sloopplicht; o Het instellen van een slopersregeling voor oude stallen en ongebruikte gebouwen; In toekomstig beleid of bestemmings-, omgevingsplannen houden we hier rekening mee. • Nieuwvestiging veehouderijen in Landbouwontwikkelingsgebieden In het huidige beleid is alleen nieuwvesting in een Landbouwontwikkelingsgebied (L G’s) toegestaan. In Horst aan de Maas ijn t ee L G’s bestemd; L G itveld en L G Krabbenborg (Greenport Venlo). L G’s ijn bij uitstek locaties voor veehouderijen. Er staan geen nieu e L G’s gepland aardoor nieu vestiging van veehouderijen buiten de L G’s niet mogelijk is. • Opkoop, -sanerings, -of stimuleringsregelingen (landelijk, regionaal en lokaal) Landelijk zijn regelingen in het leven geroepen om veehouderijen te saneren. Dit heeft met name betrekking op de gevolgen voor natuur door stikstof en de overbelaste situaties door geur.

Voorbeelden van landelijke regelingen zijn: o Saneringsregeling varkenshouderij o Saneringsregeling nertsenhouderij o Opkoopbeleid/regeling provinciaal en landelijke voor aanpak stikstofproblematiek We hebben mogelijkheden om bedrijven te stimuleren innovatief en toekomstgericht te werken volgens de uitgangspunten en doelen uit de visie. Dat doen we met: : o Flankerend beleid gemeente Horst aan de Maas (verder toegelicht in paragraaf 2.2.1) o Bijstandsverlening zelfstandig ondernemers We volgen de landelijke (nieuwe) regelingen nauwgezet én denken na over aanvullende lokale regelingen die bijdragen aan veehouderij op toekomstbestendige locaties met een afname van emissies in een gezonde economische situatie. • Participatie en het omgevingsgesprek We sturen, vooruitlopend op de Omgevingswet actief op participatie. Participatie wil zeggen dat iedereen, die een belang heeft, meedoet en betrokken is bij nieuwe plannen. We verwachten aan de voorkant een intensiever traject, zodat de vergunningverlening aan de achterkant een korte doorlooptijd kent. We starten met een vooroverleg, waarna initiatiefnemer, in de gedachte van de nieuwe omgevingswet, in gesprek gaat met de omgeving of buurt over het initiatief/plan, waarna de gemeente de aanvraag beoordeelt.

Het creëren van draagvlak krijgt een andere betekenis bij aanvragen, naast de wettelijke regels is dit een belangrijk onderdeel bij besluitvorming. • Stakeholdersgesprekken (actie E) Wij blijven in gesprek met alle stakeholders en maken hier met behulp van een vast format een verslag van. Dit blijven we doen gedurende de looptijd van de visie. In de bijlage van dit uitvoeringsprogramma is hier een overzicht voor opgenomen. • …andere instrumenten zijn in de toekomst ook mogelijk…

6

Doel 2; De veehouderij in Horst aan de Maas blijft een economisch gezonde sector.

Een economisch gezonde veehouderijsector staat er financieel goed voor, is maatschappelijk aanvaard en op een verantwoorde manier in bedrijf

Streven naar circulaire veehouderij. Gesloten mest- en veevoerkringloop

Gemeente stuurt op lange termijndoelen, niet op bedrijfsvoering

Aandacht voor trots en maatschappelijk draagvlak. Goede voorbeelden uitlichten en stimuleren

2

In dialoog, samenwerken en zorgen voor vertrouwen. Ook samen met kennisinstellingen

2.1.2. Instrumenten doel 2; De veehouderij blijft een economisch gezonde sector • Participatie en het omgevingsgesprek • Nieuwe bedrijfssoorten en verdien modellen Als we duurzaam dierlijk voedsel willen produceren dan is dat via de circulaire veehouderij. Het rijk, de provincie, de regio Noord-, en Midden Limburg geven aan dat het belangrijk is dat er naar nieuwe manieren wordt gezocht om te voorzien in de behoefte naar dierlijke eiwitten. Denk aan de natuur inclusieve veehouderij, met gesloten kringlopen of met andere dieren dan de traditionele landbouwhuisdieren zoals insecten. We gaan met de genoemde overheden en regionale samenwerkingsvormen hierop inzetten. Samen met het Platform vitale veehouderij wordt hiervoor in de eerste helft van 2022 een werkplan opgesteld. • Stimuleringsregelingen (actie M) Met het projectplan “Innovaties veehouderijen Horst aan de Maas” stimuleren e veehouderijen om innovatief en vernieuwend (hightech stalsystemen met hoge reductiepercentages, nieuwe verdienmodellen of nog niet ontdekte nichemarkten) naar hun toekomst te kijken. Met lokale stimuleringsregelingen kunnen we dit aanmoedigen. • Flankerend beleid (actie L) We hebben vanuit de saneringsregeling varkenshouderijen en nertsenhouderijen goede ervaringen met het flankerend (aanvullend) beleid dat we in 2020 vaststelden.

Dit flankerend beleid en de instrumenten die we tot onze beschikking hebben zetten we breder in als daar behoefte aan is en het bijdraagt aan behalen van deze doelstelling. We zorgen dat we, net als bij de bestaande saneringsregelingen, ondernemers uit onze gemeente helpen, die willen deelnemen aan de uitvoerings- en opkoopregelingen voor de aanpak van de stikstofopgave. Dat betekent dat we ondernemers ook informeren over de provinciale en landelijke stikstofregelingen. Voorbeelden van flankerend beleid waar we mee aan de slag gaan zijn: o Mogelijkheden voor omvorming naar een andere vorm van agrarisch bedrijf; o Het wijzigen van de agrarische bestemming (met woning) naar een woonbestemming;

7

o o

•

•

•

•

•

Het wijzigen van de IV bestemming naar een bestemming bedrijf (cat 1 en 2) Met een veegbestemingsplan gemakkelijker en goedkoper bestemmingen wijzigen Bij het toevoegen van bedrijfsbestemmingen of woningen kan vanuit bepaald perspectief een belemmering optreden. Bij het omvormen van agrarische of IV bestemmingen hebben we aandacht voor alle aspecten die spelen. Communicatie en voorlichting Via de geëigende communicatiekanalen kunnen we veehouderijen informeren en stimuleren om toekomstgericht te denken. Via diezelfde kanalen informeren we ook omwonenden en andere stakeholders. Goede, duidelijke en open communicatie bevordert het goede gesprek tussen partijen. Bedrijfsopvolging en overname starters Na overname is het voor starters in de veehouderijsector vaak niet direct mogelijk verduurzamingsinvesteringen te doen. Beginnende ondernemers lopen soms tegen knelpunten aan en willen zekerheid met perspectief voor de toekomst. Om starters dit perspectief te kunnen bieden zoeken we naar mogelijkheden (subsidies en continuïteit in wet-, en regelgeving . Dierenwelzijn Een belangrijke voorwaarde voor een gezonde sector die op een verantwoorde manier in bedrijf is vormt het maatschappelijk draagvlak. Dierenwelzijn heeft veel aandacht in de maatschappij.

Bij de behandeling van de visie in de raad is dierenwelzijn daarom nadrukkelijk aan de orde geweest en afgesproken dat dit een plek krijgt in het uitvoeringsprogramma. Tijdens controles wordt altijd gelet op de omstandigheden waarin dieren worden gehuisvest. De Nederlandse Voedsel-, en Warenautoriteit is het bevoegd gezag voor welzijnsaspecten in veehouderijen. Daarom kunnen we er als gemeente ook geen direct beleid voor maken of instrumenten inzetten. Uiteraard hebben we als gemeente wel een signalerende functie en staan we in nauw contact met de bevoegde instanties. We gaan daarom een jaarlijks overleg met de bestuurder en ambtenaren van de NVWA beleggen (actie N). Gezondheidsaspecten Een andere belangrijke voorwaarde om aan deze doelstelling te voldoen zijn de gevolgen voor de gezondheid van omwonenden door veehouderijen. Om voor dit onderwerp goed en bestendig beleid te maken is nog veel onderzoek nodig. Onderzoek is landelijk nog volop gaande. We volgende de landelijke ontwikkelingen op de voet. Het monitoren van emissies geeft echter al veel informatie om op termijn en bij het beschikbaar komen van de landelijke beleidskaders, wel actief beleid te kunnen voeren voor wat betreft gezondheidsaspecten.

In de regio Noord Limburg lopen diverse trajecten om metingen uit te voeren teneinde wetenschap te krijgen over concentraties van geur, ammoniak, fijn stof en mogelijk endotoxinen. Bij het instrument meten is weten in paragraaf 3.3.1 gaan we hier nader op in. Verder volgen we de ontwikkelingen en beleid van de GGD op de voet en blijven we met hen in gesprek hierover. Daarnaast letten we tijdens controles en bij het stellen van voorschriften in vergunningen op de bedrijfsvoering in relatie tot gezondheid. …andere instrumenten zijn in de toekomst ook mogelijk…

8

Doel 3; De uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof door veehouderijen in het geheel is in 2030 verlaagd.

m in

een economisch ge onde veehouderijsector op toekomstbestendige locaties te hebben en te houden, is een verlaging van de milieudruk nodig

tart met een nul meting ( ) om vervolgens jaarlijks te kunnen beoordelen o o e resultaten boeken

• • • • • • •

e meten monitoren het aantal veehouderijen, de emissies en (autonome) ont ikkelingen. Mogelijkheid om bij te sturen.

In dialoog, samen met alle stakeholders: agrarische ondernemers, toeleveranciers, kennisinstellingen, etc.

mbities sluiten aan bij duur aamheidsprogram ma Horst aan de Maas, landelijk klimaatakkoord en klimaatakkoord van Parijs

3.2.1. Instrumenten doel 3; De uitstoot verlagen Vergunningen, toezicht en handhaving Actualisatie vergunningen IPPC veehouderijen Intrekkingsbeleid Omgevingsvisie en omgevingsplan Opkoop, -sanerings, -of stimuleringsregelingen (landelijk, regionaal en lokaal) Stakeholdersgesprekken Meten is weten (actie P) De behoefte om binnen en buiten de stallen de concentraties van geur, ammoniak en fijnstof te meten wordt steeds groter. Wat de omwonenden, de veehouder en de overheid graag willen weten is of dat de vooraf gestelde doelen, berekeningen en modelleringen van de emissies ook achteraf overeen komen met de werkelijk gemeten emissies. Wat is de werkelijke omgevingskwaliteit en luchtkwaliteit? Hierbij willen we graag omwonenden betrekken. We zoeken, samen met de regio naar nieuwe mogelijkheden om de omwonenden laagdrempelige metingen te laten uitvoeren. Ook voor het behouden van de licence to produce is het noodzakelijk dat de gebruikte milieuruimte door de veehouderij transparanter in beeld wordt gebracht en dat we inzicht krijgen in de daadwerkelijke emissies. Op die manier weten we of de beschikbare gebruiksruimte benut of overschreden wordt. Het continu meten geeft handelingsperspectief om op basis van metingen verbeteringen door te kunnen voeren of het belonen van werken volgens de vergunningsvoorschriften.

De systematiek met doelvoorschriften en een prestatieverplichting in de vergunning, komt hieraan tegemoet.

9

Horst aan de Maas neemt deel aan het project ‘Gren eloos meten’ voor de regionale investeringsagenda en het IBP vitaal platteland. Het is een gefaseerde aanpak die uiteindelijk leidt tot een kwalitatief goed en regionaal meetnetwerk. - Verder zijn we met stakeholders als Behoud de Parel, Yookr, Connecting Agri & food en RIVM in gesprek om het meten van emissies te verbeteren en starten we pilotprojecten. - Het meetpunt Hoogheide wordt efficiënter ingezet en omgebouwd naar een regionaal referentiemeetpunt. Het doel van Grenzeloos meten is een kwalitatief en regionaal meetnetwerk te verkrijgen waarbij metingen van luchtkwaliteit in de toekkomst zijn geborgd. In een RIB, eind 2021, informeren we de raad over het verdere verloop van deze projecten Van middelvoorschriften naar doelvoorschriften (actie Q) Doelvoorschriften zijn voorschriften met een norm. Middelvoorschriften zijn maatregelen ter uitwerking van de doelvoorschriften. Met onder andere het instrument meten is weten krijgen we achteraf meer inzicht of een doel is gehaald. Dit past verder ook goed in onze toekomstige rol door ons minder met de bedrijfsvoering op het erf te bemoeien maar de veehouderijen aan de gestelde doelen te houden. De zogenaamde prestatieafspraken.

We laten de mogelijkheden onderzoek voor het stellen van doelvoorschriften in omgevingsvergunningen Geurvisie-, verordening (actie R) Op 24 juli 2020 trad een geurverordening voor de gemeente Horst aan de Maas in werking, de “Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Horst aan de Maas”. In een geurverordening verankeren we juridisch, aan de hand van geurnormen, het gewenste woon-, en leefklimaat. Dit kan voor een bepaald gebied of voor de hele gemeente en gebeurt aan de hand van waarden uitgedrukt in Odour Units. In de Wet geurhinder is bepaald wat de maximale en minimale geurnorm in een geurverordening kan zijn. In de vastgestelde geurverordening voor Horst aan de Maas zijn voor 2 gebieden ruimere normen van de Wet vastgesteld: - Plangebied bij Meerlo 6,0 oudor units - Bedrijventerrein Klavertje 4 – gebied 14,0 oudor units. Voor de overige bebouwde kom en het buitengebied geldt de wettelijke norm uit de Wet geurhinder. Om te bepalen wat het huidige woon-, en leefklimaat voor geur is gaan we de gebiedsvisie geur (geurvisie) van 2020 actualiseren aan de hand van de projectmatige aanpak “De basis op orde”. Door het bepalen van de geursituatie met de actuele bedrijfsgegeven voor veehouderijen bepalen we de nulsituatie op 1-1-2018. De resultaten leggen we aan de raad voor waarbij een voorstel wordt gedaan voor het aanpassen van de geurverordening.

Hierbij streven we ernaar aan te sluiten bij de geurrichtlijn van de GGD uit 2020. De GGD wordt daarom bij het opstellen van de geurvisie betrokken. Sectorplan aanpak reductie fijn stof bij pluimvee In 2017 heeft de landelijke overheid aangekondigd een wettelijke regeling voor de fijnstofemissie (PM10) uit de pluimveehouderij te willen vaststellen waarin landelijk 50 % reductie in bestaande stallen en 70 % reductie bij nieuwbouw wordt opgelegd, uiterlijk te realiseren in 2030. Na het nodige overleg is de pluimveesector de mogelijkheid geboden een eigen sectorplan, als mogelijk alternatief, op te stellen, dat leidt tot een vergelijkbare gezondheidswinst als met de wettelijke regeling wordt beoogd beleid kabinet. In oktober 2020 is de pluimveesector hier actief mee aan de slag gegaan, na goedkeuring door de ministeries van LNV en I&W van een door de sector opgesteld Plan van Aanpak. In juni 2021 werd dit rapport gepubliceerd. Wij houden bij het beoordelen van plannen en verlenen van vergunningen rekening met dit sectorplan.

-

•

•

•

10

•

•

Het schone lucht akkoord Horst aan de Maas ondertekende het Schone Lucht Akkoord (SLA) en we committeren ons hiermee aan de ambitie om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Het doel van het SLA is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling in 2030 ten opzichte van 2016 met 50% te verminderen. In Noord-, en Midden Limburg werken we met de deelnemende gemeenten samen om aan de hand van projecten en maatregelen hier een bijdrage aan te leveren. De raad informeren we hier apart over in het vierde kwartaal van 2022 (actie S) …andere instrumenten zijn in de toekomst ook mogelijk…

11

3. De projecten Bij elke doelstelling in de visie laten we met een projectmatige aanpak zien wat nodig is om de doelen te kunnen bereiken. Dit beschrijven we verder in de volgende paragrafen. In 2022 starten we met de projecten. De raad gaf bij de behandeling van de visie veehouderij mee dat we in het uitvoeringsprogramma concreet moeten laten zien welke acties genomen worden om de doelen te kunnen halen. Door middel van het inzetten van de instrumenten binnen de projectmatige aanpak geeft het college invulling aan die wens. Door middel van monitoring en evaluatie wordt de raad jaarlijks op de hoogte gebracht over de voortgang per project. Met deze projecten is in de kadernota en begroting 2022 rekening gehouden. 3.1. Project ”Toekomstbestendige locaties” (actie B) Met het project toekomstbestendige locaties benaderen we elke locatie vanuit 3 invalshoeken en is een instrument voorhanden waarmee we meten en beoordelen of sprake is van een toekomstbestendige locatie. We sluiten aan bij de regiovisie land,- en tuinbouw voor Noord Limburg en de structuurvisie Horst aan de Maas. In deze regiovisie is vastgesteld hoe de regio naar een toekomstbestendige land, -en tuinbouw wil bewegen. In de structuurvisie staan concrete criteria voor een toekomstbestendige locatie. In een projectplan werken we dit verder uit.

De volgende punten komen daarbij in ieder geval aan de orde: • e leggen alle veehouderijlocaties langs de “meetlat” met invalshoeken (gebied, locatie, beleid. In 2025 ronden we dit af. o We brengen in beeld welke uitdagingen dit met zich mee brengt en wat we daarvoor moeten doen. o Wat levert het op en wat kost het? Welke locaties zijn al toekomstbestendig en welke niet? • Intussen passen we de systematiek al zo veel mogelijk toe bij nieuwe initiatieven; • Het project “Toekomstbestendige locaties” vormt de nul situatie. De uitkomst van dit project bepaalt ook in hoeverre aanvullend beleid nodig is om de doelen te halen. We zien aan welke knoppen we kunnen draaien. • De genoemde werkwijze houdt rekening met regiovisie Noord-Limburg, de omgevingsverordening van de provincie Limburg en is verder het uitgangspunt voor een toekomstbestendige locatie voor een veehouderij in de gemeentelijke omgevingsvisie Horst aan de Maas. 3.1.1.Inzet instrumenten: Binnen het project toekomstbestendige locaties starten we direct met het inzetten van een aantal instrumenten zoals: • Omgevingsvisie en omgevingsplan • Intrekkingsbeleid • Actualisatie IPPC vergunningen • Monitoring en evaluatie In de actielijst (bijlage 1) staat per doel aangeven welke instrumenten we inzetten en de streefdatum om te starten.

12

3.2. Project: “Innovatie veehouderijen Horst aan de Maas” (actie C) Innovatie levert een bijdrage aan het terugbrengen van emissies en levert een bijdrage aan een toekomstbestendig verdienmodel. Er is een constante verbinding en toenadering tussen het boerenerf, de overheid en de kennisinstellingen met betrekking tot het toepasbaar maken van innovaties in de praktijk. Meten is hierbij onder andere de standaard om een gezonde leefomgeving in en om de stal goed te kunnen registreren en monitoren. In feite willen we graag de wetenschap op de boerderij krijgen. In het projectplan sluiten we aan bij de actielijn innovatie van het platform vitale veehouderij en werken we samen met onze partners de volgende zaken uit: • Onderzoeken van innovaties gericht op economisch belang maar ook op de combinatie van economische kracht en de invulling van maatschappelijke opgaven; • Stimuleren van starters; • Mogelijkheden om aan te sluiten bij de taskforce innovatieve stalsystemen; • Dialoog onderhouden met de kennisinstellingen en de ondernemers; • Verbinding leggen met bestaande instrumenten, budgetten en initiatieven (EU; Rijk; IBP; provincie; regio, NOVI) • Lobby naar rijk om (experimenteer)ruimte te krijgen en innovatie te laten renderen. Een proefstalstatus is bijvoorbeeld gemakkelijker te verkrijgen.

• Werken aan breder perspectief van innovatie door de verbinding tussen veehouderij , akkerbouw en bodemverbetering te maken. Denk aan nieuwe verdienmodellen die innovatief zijn zoals natuurinclusief en met gesloten kringlopen of met andere dieren dan de traditionele landbouwhuisdieren; • In de regio enkele showcases starten om deze innovaties te ondersteunen. Acties binnen de looptijd projectplan 2022-2024: • Bedrijfsinnovatie opzetten welke leiden tot proefstalstatus • Contacten leggen en onderhouden met lopende initiatieven binnen de provincie • tart Masterclass “be ust kie en” innovatie, businessstrategie, marketing en productontwikkeling • Uitvoeringsprojecten opstarten met HAS-Citaverde-WUR; • Opstarten verkenning samenhang Platform, IBP en NOVI 3.2.1.Inzet instrumenten Binnen het project innovatie veehouderij Horst aan de Maas starten we direct met het inzetten van een aantal instrumenten zoals: • Grenzeloos meten • Platform vitale veehouderij • Stakeholdersgesprekken • Flankerend beleid • Monitoring en evaluatie

13

3.3. Project “de basis op orde” (actie D) Om te kunnen beoordelen of het gevoerde beleid effect heeft moeten we de basis voor registratie, vergunningenverlening en monitoring op orde brengen en is een referentie nodig; de nul-situatie. De nul-situatie, afgezet tegen het resultaat in een toekomstig moment, laat een tendens zien en bepaalt het al dan niet halen van doelstellingen. 3.3.1. De Basis op orde We ontwikkelen het dashboard veehouderij verder door. Aan de hand van slim gekozen indicatoren brengen we de actuele situatie in beeld. Voorbeelden van indicatoren voor de doelstelling in dit hoofdstuk zijn: o Het aantal veehouderijen (per diercategorie) o Het aantal dieren (per diercategorie) o De ligging van de veehouderij o Liggen van woningen waar niet aan de normen uit de Wet geurhinder wordt voldaan • We brengen de emissie van ammoniak, geur en fijn stof in Horst aan de Maas in beeld voor: o De vergunde situatie in 2018 (de nul-situatie) o De vergunde situatie in 2022 o De feitelijke situatie in 2022 o Vanaf 2023 1 keer per jaar herhalen • We brengen de gevolgen van autonome ontwikkelingen in beeld zoals stoppers 2020 en de stoppers door saneringsregelingen (varkens,- en nertsenhouderijen) en de opkoopregelingen binnen de aanpak stikstofproblematiek o Per (autonome) ontwikkeling kunnen we laten zien welke effecten dit heeft op het gevoerde beleid en op de doelstellingen

uit deze visie veehouderij. 3.3.2.Inzet instrumenten Binnen het project de basis op orde starten we direct met het inzetten van een aantal instrumenten zoals: • Geurvisie • Stakeholdersgesprekken • Platform vitale veehouderij • Omgevingsvisie en omgevingsplan • Flankerend beleid • Meten is weten • Van middel naar doelvoorschriften • Intrekkingsbeleid • Actualisatie IPPC vergunningen • Monitoring en evaluatie

14

4. Platform vitale veehouderij Noord-, en Midden Limburg Binnen het Platform vitale veehouderij Noord-, en Midden Limburg werken we met een aantal partners intensief samen aan de toekomst van de veehouderij in een gezonde leefomgeving. Dat heeft onder andere geleid tot het vaststellen (9 juli 2021) van het pam let ‘Van veehouderij met toekomst naar toekomst met veehouderij’. Dit pamflet is als bijlage 3 bij dit uitvoeringsprogramma gevoegd. Op 20 september jl. stemde het college met dit pamflet in en op 30 september jl. ondertekende Wethouder Tegels namens het college het pamflet. In het platform zijn naast de 6 peelgemeenten uit Noord-, en Midden Limburg (Venray, Peel en Maas, Leudal, Nederweert, Weert en Horst aan de Maas) ook de LLTB, de natuur-, en milieufederatie, de Rabobank en het ministerie van LNV vertegenwoordigd. Wat doet het platform op de korte termijn? (actie F) Met 4 inhoudelijke actielijnen wil het platform vooral met de vernieuwers aan de slag om de verandering te versnellen, waardoor deze verandering vanzelfsprekend wordt voor de hele veehouderijsector: - Gezonde leefomgeving; ambitie: vitale toekomstbestendige veehouderij die in balans is met zijn (leef)omgeving. - Innovatie; ambitie: toekomstbestendige ontwikkeling voor de Limburgse veehouderij m.b.v. hoogstaande kennis en kunde.

- Circulair produceren; ambitie: zoveel mogelijk ondernemers aan laten sluiten bij de maatschappelijke opgaven zoals klimaat en circulariteit. - Samenwerken & uitvoeren; ambitie: leidraad bieden voor activiteiten die gemeenten, provincie en partners in het kader van transitieopgaven gezamenlijk gaan uitvoeren. Een constructieve dialoog met de ondernemers is essentieel voor draagvlak en uitvoering. Wat doet het platform op de lange termijn? (actie H) Aan de hand van de actielijnen gaan we de plannen per actielijn in uitvoering brengen. We gaan aan de slag met die ondernemers die bereid zijn om de doelen en ambitie van het platform te realiseren. Bij de uitvoering van de 4 inhoudelijke actielijnen zal het verdienmodel in een duurzame en concurrerende keten een plek krijgen. We helpen elkaar bij het succesvol uitvoeren van kleinere projecten en pilots. Successen zijn belangrijk om te vieren en daarmee andere ondernemers te enthousiasmeren om aan te haken; het vliegwiel doet zijn werk. Door samenwerking en inzet van netwerken beschikken we over sterke tools die we inzetten om onze doelen te bereiken. Wat heeft het platform over 10 jaar bereikt? (actie G) We stralen ambitie uit en stellen doelen. In 2030 bestaat een circulaire veehouderij in Limburg in een gezonde leefomgeving en waarin op schaal van Noordwest Europa de veevoerkringloop, voor zover mogelijk, is gesloten.

In 2030 zijn de, in het afsprakenkader vastgelegde reductiedoelen, ruimschoots behaald door maximale inzet van alle partners. In de tussenperiode wordt via actieve monitoring de voortgang bewaakt. Iedereen heeft hierbij de ruimte heeft gekregen om een eigen koers richting de gezamenlijke toekomst te kunnen bewandelen. De eigen koers van de gemeente Horst aan de Maas is vertaald in de visie veehouderij,dit uitvoeringsprogramma en de projectmatige aanpak binnen de drie doelstellingen.

15

5. Monitoring en evaluatie 5.1. Monitoring (actie V) De visie veehouderij is het begin voor het te voeren beleid en zijn doelen gesteld voor 2030. Om te kunnen laten zien of doelen gehaald worden stellen we een monitor op. Per doel ontwikkelen we Kritische prestatie indicatoren (Kpi’s) aan de hand waarvan we in een dashboard kunnen laten zien of een doel wordt gehaald en wat nodig is om bij te sturen als een doel niet wordt gehaald (actie J). Binnen de doelen uit de visie gaan we voor de volgende Kpi’s de raad de komende jaren in ieder geval informeren: • Toekomstbestendige locaties o Aantal veehouderijen in een kernrandzone o Aantal veehouderijen in een zone rond een N2000gebied o antal veehouderijen in L G’s o op sterlocaties • Gezonde economische veehouderijsector o Continuïteit bedrijfsopvolging o Aantal circulaire veehouderijen o Trends in bedrijfsontwikkelingen o Aantal veehouderijen en aantallen dieren o Aandeel secundaire sector o Wijzigingen in de wetgeving • Afname emissie geur, ammoniak en fijn stof o Emissie van geur, ammoniak en fijn stof o CO² -, en methaan emissie o Aantal veehouderijen en aantallen dieren o Vergunde situatie per veehouderij o Feitelijke situatie per veehouderij o Actualiteit vergunningen o Ervaren woon-, en leefklimaat inwoners en klachten o Aantal en ligging woningen waarbij niet aan de normen uit de Wet geurhinder wordt voldaan 5.2.

Evaluatie (actie V) In de jaarlijkse evaluatie (kwartaal 1 van ieder jaar) laat het college zien wat de tendensen zijn in de gemonitorde indicatoren. Ten opzichte van de nulsituatie wordt inzichtelijk gemaakt of we op koers zitten. 5.3. Beleidscyclus

16

6. Actielijst uitvoeringsplan visie veehouderij Horst ad Maas 2021-2030; Doelen 1. Veehouderijen in Horst aan de Maas liggen in 2030 op een toekomstbestendige locatie. 2. De veehouderij in Horst aan de Maas blijft een economisch gezonde sector. 3. De uitstoot van ammoniak, geur en fijnstof door veehouderijen in het geheel is in 2030 verlaagd.

Acties uitvoeringsprogramma

Verwijzing

Wat gaan we doen en wat leveren we op?

Aan welk doel draagt het bij? 1, 2, 3

Streefdatum start en einde

Informeren raad stand van zaken uitvoeringsprogramma Project toekomstbestendige locaties Project innovatie veehouderij Horst aan de Maas Project De Basis op orde

A

In een RIB, per actie, de start en geplande einddatum en eindproduct aangeven.

B

Paragraaf 4.1

1

1e helft 2022 tot 1e helft 2026

C

Paragraaf 4.2

2

1e helft 2022 tot 1e helft 2024

D

Paragraaf 4.3

3

Stakeholdersgesprekken

E

1, 2 en 3

Platform vitale veehouderij

F G H I

Voeren van het gesprek over die visie met een verslag en antwoord op de vragen die leven. Acties platform korte termijn. Wat heeft het platform over 10 jaar bereikt? Acties platform lange termijn. Reguliere taken: start actualisatie 10 vergunningen Project actualisatie overige 28 IPPC vergunningen.

1e helft 2022 tot 1e helft 2026 Start Q1 2022

1, 2 en 3 1, 2 en 3 1, 2 en 3 1 en 3

Klaar 2022 Klaar 2031 Klaar 2050 Start 1-1-2022

Project Actualisatie IPPC vergunningen

Juli 2022

Start 1-1-2023 Klaar 31-12-2024

Dashboard

J

Omgevingsvisie

K

Flankerend beleid

L

Stimuleringsregelingen

M

Overleg met NVWA VTH

N O

Meten is weten

P

Resultaat is een actueel IPPC vergunningenbestand Opstellen van een dashboard waarmee inzichtelijk wordt gemaakt of de doelen uit de visie worden gehaald Opstellen van een lange termijnvisie met ambities en opgaven binnen de leefomgeving Uitbreiden van flankerend beleid naar gehele veehouderij Onderzoek naar mogelijkheden voor het inzetten van stimuleringsregelingen. Jaarlijks overleg met bestuurders en ambtenaren We houden vergunningen actueel en zorgen voor een professionele organisatie van toezicht en handhaving. Regionaal meetnetwerk onder regionale investeringsagenda. Tranchegewijs naar een kwalitatief en regionaal meetnetwerk. Lokale pilot fijn stof meetkits.

1, 2 en 3

Jaarlijks verslag in Q1

1, 2 en 3

Klaar februari 2021

1, 2 en 3 2

Start 2022Klaar2023 Start Q3 2022

2 1 en 3

Q3 van elk jaar 2022

2 en 3

Start 2021-gereed 2024

Start 1e helft 2022 Start 1e helft 2022

Realtime emissiemetingen geur, ammoniak, fijn stof en mogelijk endotoxinen. Van middel naar doelvoorschrifften met prestatieafspraken Geurvisie,- verordening

Q

Onderzoek naar mogelijkheden. Opstellen beleid afhankelijk van resultaat

3

Q 4 2022

R

Actualisatie geurvisie 2020 waarbij gestreefd wordt naar uiteindelijke normering volgens de geurrichtlijn 2020 van de GGD Nulsituatie geur vastleggen

3

Q2 2023 Q4 2022- Q1 2023

Q1 2022

18

Schone lucht akkoord (SLA) Intrekkingsbeleid

S

Herbestemmen leegstaande agrarische gebouwen Monitoring en evaluatie

U

T

V

Raad informeren over voortgang maatregelen SLA Opstellen van intrekkingsbeleid

3

Klaar Q 4 2022

1 en 3

Beleid opstellen (omgevingsplannen) om leegstaande agrarische gebouwen en verpaupering te voorkomen Elk jaar informeert het college de raad over de voortgang van de projecten en de stand van zaken

1

Klaar Q3 2022 In werking 1-12023 Start 2e helft 2022

19

1, 2 en 3

Klaar Q1 elk jaar 2021-2030

7. Planning We beschrijven de planning van het proces voor de visie veehouderij (o.a. de projecten) tot 2030 met daarbij de communicatiemomenten met de raad en andere stakeholders (bereikte resultaten); Het proces op hoofdlijnen is bekend. In een nadere planning kunnen we, nog steeds op hoofdlijnen, duiden wanneer op welk moment aan de orde is.

Visie veehouderij 13 juli 2021

Uitvoeringsprogramma 27 oktober 2021

Uitvoeringsprogramma in raad november 2021

Projectenplannen Q2 2021 en Q1 2022

Start projecten en acties 1e helft 2022

jaarlijkse monitoring en evaluatie Q1 2021-2030

BIJLAGE 1 Visie veehouderij Horst aan de Maas 2021-2030

BIJLAGE 2 Gesprekken met stakeholders; Wij blijven continue in gesprek met de belanghebbenden. In onderstaande tabel staan alle belanghebbenden waar wij het gesprek mee voerden (+) en nog gaan voeren.

Stakeholders Visie Veehouderij Stakeholder Rijk Provincie Regio Noord-, en Midden Limburg Huisarts(en) Dierenarts(en) LLTB GGD Waterschap Rabobank Ondernemers Adviesbureaus Toeleveranciers O-Twee Natuur- en Milieufederatie Behoud de Parel Retail Dorpsraden (evt. afvaardiging) Raad Collega ambtenaren (i.r.t. Duurzaamheid, Gezondheid, Schuldhulpverlening, Ondermijning, etc.) Onderzoeksinstituten (RIVM, WUR) LAJK Gemeente Deurne Inwoners Horst aan de Maas bilateraal

Gesprek gevoerd/gepland + + + Nog plannen Nog plannen + + Nog plannen + Nog plannen + (gedeeltelijk door visie toe te sturen) Nog plannen Nog plannen + + Nog plannen Nog plannen + +

Nog plannen Nog plannen Nog plannen + (continue proces)

De stakeholders zijn per mail geïnformeerd over de visie waarbij de conceptvisie als bijlage is opgestuurd. De vervolggesprekken voeren we aan de hand van 3 vooraf vastgestelde vragen. Deze gesprekken voeren we het komende jaar. Het is belangrijk dat we voor elk gesprek de actualiteit van dat moment vertellen. De vragen die in ieder geval worden gesteld zijn: - Hoe ziet u de visie veehouderij zoals die op 13 juli 2021 door de raad is vastgesteld?; - Wat is voor u belangrijk in de visie veehouderij?; - Hoe zou u graag in gesprek blijven met ons over de visie veehouderij? Gedurende de looptijd van de visie blijven we in gesprek. Zeker als hier behoefte aan is. Tijdens de gesprekken maken we hier individuele en concrete afspraken over.

22

BIJLAGE 3 Relevante wet-, en regelgeving We moeten altijd rekening houden met geldende wet-, en regelgeving. Een geurverordening bijvoorbeeld moet passen binnen deze wetgeving. Planologisch voeren we lokaal beleid maar houden ons aan de landelijke en provinciale kaders. We beschrijven de mogelijkheden en de verplichtingen die hier uit voortvloeien en waar we bij de instrumenten, de projectplannen en de uitvoering rekening mee moeten houden. Systematiek milieuregels voor agrarische bedrijven In het Activiteitenbesluit staan milieuregels voor agrarische bedrijven. Voor type B-bedrijven staan hierin alle voorschriften. Daarnaast kan een omgevingsvergunning milieu nodig zijn (type C-bedrijven). De aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu wordt getoetst aan de Wet ammoniak en veehouderij (Wav), de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en het toetsingskader voor fijnstof. Een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) kan nodig zijn. Een OBM is een vergunning zonder voorschriften. Het Besluit emissiearme huisvesting geldt altijd en stelt emissie-eisen voor stallen. Deze milieuregelgeving is alleen van toepassing als sprake is van een inrichting zoals in de Wet milieubeheer staat. Voor veehouderijen zijn er specifieke milieuregels. Wet ammoniak en veehouderij De Wet ammoniak en veehouderij omvat het exclusieve toetsingskader voor de emissie van ammoniak van veehouderijen.

De Wet ammoniak en veehouderij(opent in nieuw venster)(verwijst naar een andere website) (Wav) regelt de bescherming van aangewezen zeer kwetsbare gebieden voor ammoniak via emissieplafonds per veehouderij. In het Besluit emissiearme huisvesting staan emissiegrenswaarden voor een dierenverblijf. Wet geurhinder De Wet geurhinder en veehouderij omvat het exclusieve toetsingskader voor geur van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij(opent in nieuw venster)(verwijst naar een andere website) (Wgv) is het toetsingskader voor de omgevingsvergunning milieu voor het aspect geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. Met minimumafstanden en maximale waarden voor geurbelasting krijgen geurgevoelige objecten bescherming tegen geurhinder. Besluit emissiearme huisvesting In het Besluit emissiearme huisvesting staan emissiegrenswaarden voor ammoniak en fijnstof. Het Besluit emissiearme huisvesting(opent in nieuw venster)(verwijst naar een andere website) geeft maximale emissiewaarden voor ammoniak en fijnstof. Het geldt sinds 1 augustus 2015 en vervangt het eerdere Besluit huisvesting. Daarnaast gelden eisen uit integrale regelgeving. Algemene regelgeving Luchtkwaliteitseisen fijnstof De belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in de Wet milieubeheer(opent in nieuw venster)(verwijst naar een andere website) (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm).

Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in besluiten (AMvB's) en ministeriële regelingen. OBM's bij agrarische bedrijven

23

Een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) is een simpele vergunning zonder voorschriften. De voorschriften voor de OBM-plichtige activiteit staan in het Activiteitenbesluit. Specifiek voor veehouderijen zijn er de volgende OBM's: OBM voor het kleinschalig vergisten van mest OBM fijnstof voor het oprichten of wijzigen van een dierenverblijf of het uitbreiden van het aantal landbouwhuisdieren OBM milieueffectrapportage voor oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren Activiteitenbesluit agrarisch Het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling bevatten milieuregels voor agrarische bedrijven. Voor de niet vergunningplichtige bedrijven (type B) bevat het alle voorschriften. Voor de vergunningplichtige bedrijven (type C) zijn alleen de voorschriften uit hoofdstuk 3 van toepassing en de daaraan gerelateerde eisen uit andere hoofdstukken. Hoofdstuk 4 is niet van toepassing voor type C-bedrijven. Welke eisen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling gelden, kunt u vinden door te zoeken op activiteit, type bedrijf of milieuthema. IPPC-veehouderijen Grote varkens- en pluimveebedrijven vallen onder de Richtlijn industriële emissies(opent in nieuw venster)(verwijst naar een andere website) (Rie). Meer informatie over IPPC algemeen vindt u op onze IPPC-pagina’s.

Lozen bij agrarische activiteiten Hier vindt u beschrijvingen over wat er met afvalwater moet gebeuren dat vrijkomt bij agrarische activiteiten. In het activiteitenbesluit is voor ‘agrarische activiteiten” een definitie opgenomen in artikel 1.1.: “Het geheel van activiteiten dat betrekking heeft op gewassen of landbouwhuisdieren voor zover deze geteeld of gekweekt onderscheidenlijk gefokt, gemest, gehouden of verhandeld worden, daaronder mede begrepen agrarisch gemechaniseerd loonwerk zoals het uitvoeren van cultuurtechnische werken, mestdistributie, grondverzet of soortgelijke dienstverlening”. Veehouderij en m.e.r. Bij het houden van landbouwhuisdieren is soms een milieueffectrapportage (m.e.r.) nodig. Er zijn drempels voor de formele m.e.r.-beoordeling, voor de vormvrije m.e.r-beoordeling en voor het opstellen van een m.e.r. Gerelateerde regelgeving Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wet natuur) bevat alle regels rondom de bescherming van natuurgebieden en soorten. In de wet heeft het rijk alle verplichtingen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. Er is geen helpdesk voor inhoudelijke (juridische) aspecten van de Wet natuurbescherming. U kunt voor informatie terecht bij uw provincie. Kadavers De regels voor het opslaan en afvoeren van dode dieren (kadavers) staan in paragraaf 3 (artikel 3.203.26) van de Regeling dierlijke producten.

De NVWA controleert of het opslaan en afvoeren aan de regels voldoet. Alleen bij acuut gevaar kan de gemeente of het waterschap optreden. Mest

24

Mest (verwerking) is verder niet behandeld in de visie en dit uitvoeringsprogramma. Hieronder treft u toch een overzicht van relevante informatie en onderwerpen voor de mestwetgeving: - Bewust bodemgebruik; Alles over grondgebruik en mest uitrijden. Belangrijk voor akkerbouwers en veehouders. - Bewust bodemgebruik in relatie tot mest(verwerking) gaat over het gebruiken van mest en het uitrijden ervan. - Mestproductie; Alles om ervoor te zorgen dat mest voedt, en niet vervuilt. Belangrijk voor veehouders. - Duurzaam met mest; Agrarisch ondernemers investeren steeds meer in innovatief en duurzaam ondernemen. We helpen u graag verder verduurzamen. - Mest invoeren; Alles over het vervoeren, wegen en bemonsteren van mest. Belangrijk voor intermediairs. - Bewerken en onderzoeken; Alles over de analyse van mest. Belangrijk voor laboratoria, monsternemers en mestbewerkers. - Bedrijfsadministratie; Alles over de administratie en registratie voor ondernemers die met mest te maken hebben. Dierenwelzijn Dierenwelzijn is verder niet behandeld in de visie en dit uitvoeringsprogramma. Hieronder treft u toch een overzicht van relevante informatie en onderwerpen voor dierenwelzijn: - Regels voor houden van dieren Als houder van dieren moet u zich houden aan regels om het welzijn en de gezondheid van uw dieren te waarborgen.

Er zijn bijvoorbeeld eisen voor huisvesting, verzorging van huis- en productiedieren. Op de pagina Regels voor huisvesting en verzorging van dieren leest u welke regels er zijn. Voor vleeskuikens, varkens en kalveren zijn er aanvullende eisen. - Ook zijn er eisen voor het fokken met huisdieren en het scheiden van dieren. Verboden ingrepen U mag geen lichamelijke ingrepen bij een dier (laten) uitvoeren. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer er een medische noodzaak is of als de ingreep wettelijk is aangewezen. Meer informatie leest u op de pagina Lichamelijke ingrepen bij dieren verboden. Voor vriesbranden bij runderen is er een tijdelijke vrijstelling voor vriesbranden. - Antibioticagebruik Voor bepaalde diersoorten in de veehouderij zijn er regels voor het antibioticagebruik. - Opvang in beslag genomen dieren Zijn uw dieren in beslag of bewaring genomen? Of vangt u deze dieren op of wilt u dit doen? Voor de opvang zijn regels. Lees meer op de pagina Opvang in beslag of in bewaring genomen dieren. - Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 5 december 2007, nr. TRCJZ/2007/3828, houdende tijdelijke maatregelen bij het weren, de preventie en de bestrijding van dierziekten (Regeling tijdelijke maatregelen dierziekten)

25

Informatie over ontwikkelingen in regelgeving. Algemeen Op deze overzichtspagina bieden wij informatie aan over lopende ontwikkelingen in de regelgeving. Hierbij proberen wij inzicht te geven in de stand van zaken en impact van wetten die in de Tweede of Eerste Kamer liggen. Het kan voorkomen dat de ontwerpteksten nog wijzigen door maatschappelijke, politieke en bestuurjuridische invloeden. Ook deze ontwikkelingen houden wij goed in de gaten. Om de toegang tot de ontwikkelingen zo toegankelijk mogelijk te maken, zijn onderstaande menu's opgedeeld per wet (met eventueel bijbehorende besluiten en regelingen) en per thema. Ammoniak Hier vindt u informatie over toekomstige ontwikkelingen in de regelgeving over de emissie van ammoniak van veehouderijen (het houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven).

Omgevingswet Het ministerie van Binnenlandse Zaken werkt aan de Omgevingswet. Deze wet en bijbehorende AMvB's zal een fors deel van de onderwerpen bevatten die nu zijn beschreven in wetten en AMvB's voor milieu, ruimtelijke ordening, bouwen, water, natuur en cultuurhistorie. Voorbeelden zijn de Wm, Wabo, Wro en het Activiteitenbesluit. Lees verder op Informatiepunt Leefomgeving(opent in nieuw venster)(verwijst naar een andere website). Intrekken Wet ammoniak en veehouderij De Wet ammoniak en veehouderij wordt bij inwerkingtreding van de Omgevingswet ingetrokken. Het beschermen van gebieden is daarmee gedecentraliseerd naar de provincie. Dit biedt provincies de mogelijkheid om rekening te kunnen houden met de regionale verschillen in de gevolgen van ammoniakdepositie. De emissie van ammoniak door veehouderijen kan gevolgen hebben voor verzuring-gevoelige natuurgebieden. Deze gevolgen worden alleen betrokken bij de beslissing op de aanvraag voor een milieubelastende activiteit voor zover de provincie daarvoor beoordelingsregels heeft gegeven. Dit staat in het 'Besluit kwaliteit leefomgeving'. Regeling ammoniak en veehouderij De Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) wordt regelmatig geactualiseerd. Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking Op 1 juli 2021 trad de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking.

De belangrijkste onderdelen van deze wet zijn de stikstofreductiedoelen, het programma stikstofreductie en natuurverbetering, het legaliseren van PAS-meldingen en de vrijstelling voor de bouwsector. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering is op 24 maart 2021 bekend gemaakt in het Staatsblad (2021, 140). Op 18 juni 2021 is in het Staatsblad (2021, 288) bekend gemaakt dat de wet op 1 juli 2021 in werking treedt. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering wijzigt de Wet natuurbescherming. Daarin wordt een aantal artikelen toegevoegd. De basis voor de wetswijziging is de structurele aanpak stikstof.

26

27

BIJLAGE 4 Platform vitale veehouderij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10692079/1