RIB.21.096 Biomassa
Tekst van het document
Stuknummer: 21.0004933
Raad 07-09-2021 RIB.21.096
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: M.M.C. Kuipers
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 19 juli 2021
status
: Actieve informatie
openbaar
: Ja, na communicatie met initiatiefnemers
Onderwerp Houtige biomassa. Aanleiding Zowel regionaal als binnen de gemeente Horst aan de Maas is de afgelopen jaren een toename zichtbaar van de ontwikkeling van verschillende soorten biomassacentrales voor bedrijfsmatige energie-opwek. In 2020 hebben de gemeenteraden van de RES-regio Noord en Midden Limburg de uitgangspunten voor de RES vastgesteld (Horst aan de Maas; d.d. 21 april 2020) die later is uitgewerkt in de RES 1.0 (vastgesteld 1 juni 2021). In de uitgangspunten en de RES is onder meer opgenomen dat de RES-regio geen netto import van biomassa voor vergisting en verbranding toestaat van buiten de RES-regio. In lijn met het vastgestelde beleid is onderzoek uitgevoerd naar het regionale aanbod van houtige biomassa. Voorliggende raadsinformatiebrief heeft betrekking op de bedrijfsmatige, grootschalige opwek van energie middels het verbranden van houtige biomassa. Samenvatting Op dit moment is in de regio reeds veel meer verbrandingscapaciteit voor houtige biomassa gerealiseerd dan er feitelijk in de regio beschikbaar is. Op basis van het door alle gemeenteraden in de regio NML onderschreven beleidsuitgangspunt dat er geen netto import van biomassa naar de regio mag plaatsvinden, volgt hier minimaal uit dat het niet gewenst is dat extra verbrandingscapaciteit voor houtige biomassa wordt gerealiseerd (ongeacht of een initiatiefnemer een SDE-beschikking heeft of niet).
Hieruit volgt dat de gemeente geen medewerking zal verlenen aan het toevoegen of uitbreiden van installaties voor de bedrijfsmatige verbranding (of andersoortige inzet als energiebron) van houtige biomassa voor zover dit past binnen wettelijke kaders.
Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA
Postadres / PostCodePA PlaatsPA
T TelefoonNummer
F FaxNummer
Pag. 2 van 4
Wat is houtige biomassa en waar komt het vandaan? Houtige biomassa voor energie-opwek bestaat voornamelijk uit resten van bomen die in de keten niet hoogwaardig kunnen worden ingezet zoals ongeschikte stammen, takken, wortels, stronken. Deze houtige biomassa wordt gewonnen uit het bos, landschap en de bebouwde omgeving (gemeentelijk groenafval, grof tuinafval etc.). Bij het rooien van volledige bomen wordt zoveel mogelijk geschikt rondhout (werkhout afkomstig van de boomstam) geoogst. Dit hout heeft een hogere economische waarde en wordt (in meer en mindere mate) hoogwaardiger verwerkt tot onder andere zaaghout, plaatmaterialen, papier en andere (industriële) toepassingen. Verwerking van de houtige biomassa voor verbranding Bij de verwerking van het grove materiaal worden hamers en klepels gebruikt (shredderen) en geen messen (zoals bij chippen). Shreds zijn niet uniform van grootte en erg langvezelig (zie afbeelding). Shreds bevatten, als het uit wortelmateriaal bestaat, meer zand en dat geeft een hoger asgehalte. Deze shreds worden meestal gezeefd om zoveel mogelijk zand te verwijderen. Gelet op de (vochtige) eigenschappen en beperkte bewerking van deze producten noemen we dit ook verse houtige biomassa.
Wat is het standpunt van de gemeente inzake biomassa? In 2020 zijn door alle gemeenteraden van de RES-regio Noord en Midden Limburg de uitgangspunten voor de RES vastgesteld. Daarin is opgenomen: “We gaan voor 100% duurzame, lokaal opgewekte warmte in 2050, hetgeen onder andere betekent geen netto import van biomassa voor vergisting en verbranding.” Wat is het standpunt van de rijksoverheid inzake biomassa? Het recent kabinetsstandpunt Biogrondstoffen is terughoudend ten aanzien van de inzet van biomassa als energiebron. Het rijk heeft aangekondigd te stoppen met het toekennen van SDE-subsidies voor de verbranding van biomassa. Het kabinet geeft de voorkeur om biomassa in de toekomst voor hoogwaardigere doelen in te zetten dan als energiebron. Naast verbranding is houtige biomassa immers inzetbaar voor zaken als duurzaam bosbeheer, CO2-opslag , kringlooplandbouw en als biobased grondstof voor materialen. De toekomstige vraag naar houtige biomassa voor de productie van biobased producten (zoals biokunststoffen) en chemicaliën is nog lastig in te schatten. Uit studies en interviews met betrokken partijen blijkt echter wel dat de vraag naar houtige biomassa zal toenemen voor de vervaardiging van biobased producten en chemicaliën (waar nu bijvoorbeeld aardolie als bron wordt gebruikt).
2
Pag. 3 van 4
Een meer hoogwaardige benutting dan verbranding kan zijn suikers raffineren uit houtresten of een oliehoudende biobrandstof produceren. Dit proces is echter vooralsnog aanzienlijk duurder dan het gebruik van suikerbieten of suikerriet. Een andere benutting die ook bijdraagt aan langdurige opslag van CO2 is de verwerking tot plaat- en isolatiemateriaal. Op termijn (2025-2030) kan vergassing een technologie zijn die meer energie haalt uit houtresten dan verbranding. Op dit moment is de technologie echter nog niet marktrijp. Hoeveel bedrijfsmatige verbrandingscapaciteit voor houtige biomassa is reeds gerealiseerd? Op basis van het SDE-register van RVO kan worden bepaald hoeveel bedrijfsmatige verbrandingscapaciteit voor houtige biomassa reeds is gerealiseerd. Uit het RVO-overzicht van SDE-subsidies voor biomassa (peildatum d.d. 22 september 2020, bijlage 1) blijkt (na uitfiltering op van andere biomassastromen zoals natte biomassa, slib en mest) dat reeds circa 421.000 MWh/jaar verbrandingscapaciteit voor biomassa is gerealiseerd. (Daarnaast zijn SDE-subsidies verleend aan circa 618.000 MWh/jaar aan verbrandingscapaciteit die nog niet is gerealiseerd).
Hoeveel houtige biomassa is op verantwoorde wijze beschikbaar voor onder andere energie-opwek in de RES-regio Noord en Midden Limburg? Om inzicht te krijgen in deze vraag is door Stichting Probos en Borgman Beheer Advies een quickscan uitgevoerd naar het verantwoord te oogsten potentieel aan houtige biomassa uit bos, landschap en bebouwde omgeving in de regio Noord- en Midden Limburg (zie bijlage 2). Uit dit onderzoek komt naar voren dat er in de regio jaarlijks circa 186.000 MWh (circa 35.228 ton droge stof) aan houtige biomassa verantwoord geoogst kan worden. Conclusies Uit bovenstaande informatie volgt de conclusie dat de op dit moment reeds ruim twee keer zoveel verbrandingscapaciteit voor biomassa in de regio is gerealiseerd dan er in de regio aan houtige biomassa beschikbaar is. Indien de biomassaverbrandingscapaciteit die wél een SDE-subsidiebeschikking heeft doch nog niet is gerealiseerd, feitelijk zou worden gerealiseerd, zou een overcapaciteit van een factor 5 ontstaan. Indien de momenteel gerealiseerde verbrandingscapaciteit volledig wordt benut is het reeds in de huidige situatie nodig om naar schatting ca. 20.000 ton droge stof aan houtige biomassa (van buiten de regio) te importeren (overeenkomend met ± 1.000 vrachtauto’s per jaar). Bij het vergunnen van de overige SDE-beschikte capaciteit, stijgt dit tot indicatief 4.000 vrachtauto’s per jaar.
Op basis van het door alle gemeenteraden in de regio NML onderschreven beleidsuitgangspunt dat er geen netto import van biomassa naar de regio mag plaatsvinden, volgt hier minimaal uit dat het niet gewenst is dat er extra verbrandingscapaciteit voor houtige biomassa wordt gerealiseerd (ongeacht of een initiatiefnemer een SDE-beschikking heeft of niet). Gemeente Horst aan de Maas zal daarom geen medewerking meer verlenen aan het toevoegen of uitbreiden van installaties voor de bedrijfsmatige verbranding (of andersoortige inzet als energiebron) van houtige biomassa (voor zover dit past binnen wettelijke kaders). Over twee initiatieven wordt een nader standpunt ingenomen. Indien de toekomstige RES-beleidslijn aanleiding geeft tot nieuwe inzichten zal dit standpunt worden heroverwogen.
3
Pag. 4 van 4
Kanttekeningen: 1. De cijfers uit het overzicht van RVO zijn niet exact maar wel richtinggevend omdat de exacte aard van de brandstoffen niet volledig helder is. Het is niet aannemelijk dat in wezenlijke hoeveelheden andere energiebronnen dan houtige biomassa als energiebron worden ingezet. In de berekening van de beschikbare houtige biomassa is resthout uit de houtverwerkende industrie en afvalhout (zoals gebruikte pallets) buiten beschouwing gelaten. Het beschikbare aanbod hiervan is niet significant ten opzichte van de beschikbare houtige biomassa rechtstreeks uit bijvoorbeeld bosbeheer. Daarnaast is aan de vraagzijde verbranding van biomassa in niet bedrijfsmatige situaties buiten beschouwing gelaten. 2. Bij sommige SDE-aanvragen wordt een omvangrijkere productie (in MWh) aangevraagd dan uiteindelijk daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Zodoende wordt er speelruimte gecreëerd in de planfase en uitvoering van het project. De verwachting is echter dat het ‘afromen’ van deze cijfers niet significant zal bijdragen de reductie van de vraag ten opzichte van de hoeveelheid verantwoord beschikbare houtige biomassa. 3. Indien de term ‘regio’ ruimer zou worden gehanteerd (in strijd met het beleidsuitgangspunt), blijft de conclusie overeind.
Wanneer bijvoorbeeld de verantwoord beschikbare hoeveelheid houtige biomassa uit een straal van 80 km van de kern Horst, inclusief Duits grondgebied, wordt geoogst, is er nog steeds onvoldoende beschikbaar voor de huidige en beoogde installaties.
Bijlagen 1. Overzicht SDE(+) projecten september 2020 2. Quickscan Probos BBA Potentieel van houtige biomassa in RES-regio Noord en Midden Limburg
4
Projecten in beheer SDE(+), peildatum 22 september 2020 Aan dit bestand kunnen geen rechten worden ontleend. De projecten weegegeven als *** zijn geanonimiseerd vanwege art. 10, tweede lid, onder aanhef en letter e van de Wet openbaarheid van bestuur.
SDE ronde SDE 2008 SDE 2009 SDE 2009 SDE 2010 SDE 2010 SDE+ 2012 SDE+ 2012 SDE+ 2012 SDE+ 2013 SDE+ 2014 SDE+ 2014 SDE+ 2015 SDE+ 2015 SDE+ 2016 II SDE+ 2016 II SDE+ 2016 II SDE+ 2016 II SDE+ 2016 II SDE+ 2016 I SDE+ 2016 I SDE+ 2016 II SDE+ 2017 II SDE+ 2018 I SDE+ 2018 I SDE+ 2018 I SDE+ 2018 I SDE+ 2018 I SDE+ 2018 I SDE+ 2018 I SDE+ 2018 I SDE+ 2018 II SDE+ 2018 II SDE+ 2019 I SDE+ 2019 I SDE+ 2019 I SDE+ 2019 II SDE+ 2019 II SDE+ 2020 I
Referentie SDE0806029 SDE0980028 SDE0980079 SDE1080029 SDE1080038 SDE1203725 SDE1205604 SDE1261685 SDE1357049 SDE1469189 SDE1477089 SDE1500033 SDE1598891 SDE1638361 SDE1658295 SDE1673923 SDE1674485 SDE1677105 SDE1677260 SDE1689230 SDE1694526 SDE1715555 SDE1810834 SDE1811692 SDE1813494 SDE1814150 SDE1815460 SDE1816312 SDE1818982 SDE1819332 SDE1820189 SDE1823791 SDE1910685 SDE1911747 SDE1915401 SDE1928550 SDE1928552 SDE2015478
Thema Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa warmte Biomassa warmte Biomassa warmte Biomassa warmte Biomassa warmte Biomassa warmte Biomassa warmte Biomassa Biomassa Biomassa warmte Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa warmte Biomassa Biomassa warmte Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa Biomassa
Categorie 2008 Vergisting en verbranding (HE) 2009 Vergisting en verbranding <= 10 MW (HE) 2009 Vergisting en verbranding <= 10 MW (HE) 2010 Vergisting en verbranding <= 10 MW (HE) 2010 Vergisting en verbranding <= 10 MW (HE) 2012 Ketel vaste biomassa >= 0,5 MW (HW) 2012 Ketel vaste biomassa >= 0,5 MW (HW) 2012 Ketel vaste biomassa >= 0,5 MW (HW) 2013 Ketel vaste biomassa >= 0,5 MW (HW) 2014 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW) 2014 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW) 2015 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW) 2015 Thermische conversie <= 10 MWe (HEW) 2016 Thermische conversie <= 100 MWe (HEW) 2016 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW) 2016 Thermische conversie <= 100 MWe (HEW) 2016 Thermische conversie <= 100 MWe (HEW) 2016 Thermische conversie <= 100 MWe (HEW) 2016 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW) 2016 Thermische conversie <= 100 MWe (HEW) 2016 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW) 2017 Thermische conversie <= 100 MWe (HEW) 2018 Ketel vaste biomassa >= 5 MW staffel (HW/E) 2018 Ketel vaste biomassa >= 5 MW staffel (HW/E) 2018 Ketel vaste biomassa >= 5 MW staffel (HW/E) 2018 Ketel vaste biomassa >= 5 MW staffel (HW/E) 2018 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW/E) 2018 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW/E) 2018 Ketel vaste biomassa >= 5 MW staffel (HW/E) 2018 Ketel vaste biomassa >= 5 MW staffel (HW/E) 2018 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW/E) 2018 Ketel vaste biomassa >= 5 MW staffel (HW/E) 2019 Ketel vaste
biomassa < 5 MW (HW/E) 2019 Ketel vaste biomassa >= 5 MW staffel (HW/E) 2019 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW/E) 2019 Ketel vaste biomassa < 5 MW (HW/E) 2019 Ketel vaste biomassa >= 5 MW staffel (HW/E) 2020 Ketel vaste biomassa >= 5 MW staffel (HW/E)
*** Geanonimiseerd vanwege art. 10, tweede lid, onder aanhef en letter e van de Wet openbaarheid van bestuur.
Aanvrager Naam
Adres
Postcode Plaats lokatie
Holmel B.V. Aan de Heibloem 21 6093PE HEYTHUYSEN Martens Bio WKK B.V.. Macroweg 4 5804CL VENRAY Groenveld B.V. Witveldweg 48 5971NS GRUBBENVORST Holmel B.V. Aan de Heibloem 21 6093PE HEYTHUYSEN Ashorst B.V. Veld-Oostenrijk 50 5961NW HORST Vuursaam Beheer B.V. Molenveldweg 11 5961NZ HORST Jakeba Seeds B.V. Bongardweide 30 5991NN BAARLO LB *** *** 5804** VENRAY J en P Crienen B.V. Breekweyenweg 2 5991RA BAARLO LB *** *** 5813** YSSELSTEYN LB *** *** 5851** AFFERDEN L *** *** 6086** NEER TBM Powerplant 1 B.V. Zonneveld 35 5993SG MAASBREE Van de Weijer B.V. Industrieterrein Panningen 5981NC 125 PANNINGEN *** *** 5813** YSSELSTEYN LB Wijnen Egchel Biomassa B.V. Molenheg 10 5987AP EGCHEL *** *** 5808** OIRLO Stanouk Energie B.V. Spurkt 9 5804AR VENRAY BMP B.V. Zwarteboordweg 4 6035SN OSPEL Moerman Energie B.V. Lange Heide 12 5993PB MAASBREE *** *** 5851** AFFERDEN L Organic Nutrition Centre B.V. Rouwkuilenweg 43 5813BH YSSELSTEYN LB Grubbenvorst Biomassa B.V. Vinkenpeelweg 10 5971NJ GRUBBENVORST Vuursaam Beheer B.V. Molenveldweg 7 5961NZ HORST Vevar B.V. Neulensteeg 2 6035PG OSPEL Egga-Eggs B.V. Nieuwstraat 26 6035PB OSPEL Classens Pluimveebedrijven Castenrayseweg 2 5808AG OIRLO Vrebamelkvee B.V. Vredeweg 7 5816AJ VREDEPEEL P.J.H. Maessen Beheer B.V. Marisbaan 15 5985NA GRASHOEK *** *** HEGELSOM *** *** 6086** NEER Grondexploitatiemaatschappij Californië NieuwB.V.
Erf 3en 5 5961MZ HORST *** *** 5813** YSSELSTEYN LB Biopark de Peel B.V. Steegse Peelweg 125 5813BG YSSELSTEYN LB Jakebaseeds B.V. Bongardweide 30 5991NN BAARLO LB *** *** 6005** WEERT Martens BIO WKK B.V. Macroweg 4 5804CL VENRAY *** *** 5961** HORST
Provincie
Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg Limburg
Vermogen [MW]
1,151 1,800 0,600 0,805 2,325 4,850 0,600 13,000 0,850 0,500 1,063 1,000 15,900 7,500 1,000 10,100 3,000 14,900 1,000 2,420 1,500 9,300 14,990 5,000 5,000 5,000 0,750 1,680 5,000 5,000 0,950 14,900 1,000 5,000 1,500 0,500 14,900 14,800
Beschikte productie per jaar [MWh]
Looptijd [jr.]
9.208,00 12.852,00 4.799,00 6.440,00 18.600,00 20.000,00 1.600,00 27.173,61 5.950,00 1.085,56 4.250,00 2.440,00 67.431,90 56.250,00 2.700,00 75.750,00 18.792,25 111.750,00 4.000,00 16.500,00 6.000,00 69.750,00 44.970,00 15.000,00 15.000,00 15.000,00 2.250,00 5.040,00 15.000,00 15.000,00 1.404,17 122.925,00 3.000,00 42.500,00 4.500,00 850,00 126.650,00 66.600,00
12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12
Maximale subsidie [€]
6.775.506 20.254.752 7.531.777 11.514.720 32.840.993 2.671.044 380.160 15.241.910 1.236.783 347.031 1.358.640 686.083 55.024.431 38.475.000 874.800 51.813.000 11.639.545 76.437.000 1.296.000 10.223.990 1.944.000 32.643.000 35.076.600 11.700.000 11.700.000 11.700.000 702.000 1.572.480 11.700.000 11.700.000 436.800 45.728.100 1.224.000 16.830.000 1.836.000 346.800 50.153.400 24.775.200
Gerealiseerd
Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Ja Nee Ja Nee Nee Nee Ja Nee Nee Ja Nee Ja Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
1
Potentieel van houtige biomassa in de RES-regio Noord- en Midden Limburg Quickscan van het verantwoord te oogsten potentieel biomassa uit bos, landschap en bebouwde omgeving
Sietze van Dijk en Jan Oldenburger (Stichting Probos) Nico Spliethof en David Borgman (Borgman Beheer Advies)
Wageningen, april 2021
3
Potentieel van houtige biomassa in de RES-regio Noord- en Midden Limburg Quickscan van het verantwoord te oogsten potentieel biomassa uit bos, landschap en bebouwde omgeving
Sietze van Dijk en Jan Oldenburger (Stichting Probos) Nico Spliethof en David Borgman (Borgman Beheer Advies)
Wageningen, april 2021
3
Colofon © Stichting Probos, Wageningen, april 2021
Auteurs:
Sietze van Dijk en Jan Oldenburger (Stichting Probos) Nico Spliethof en David Borgman (Borgman Beheer Advies)
Titel:
Potentieel van houtige biomassa in de RES-regio Noord- en Midden Limburg Quickscan van het verantwoord te oogsten potentieel biomassa uit bos, landschap en bebouwde omgeving
Uitgever:
Stichting Probos Postbus 253, 6700 AG Wageningen tel. 0317-46 65 55, fax 0317-41 02 47 mail@probos.nl www.probos.nl
Opdrachtgever(s): Gemeente Horst aan de Maas Sjoerd Theeuwen, Beleidsmedewerker Energietransitie
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van deze uitgave is toegestaan mits met duidelijke bronvermelding. Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking is niet toegestaan voor die gedeelten van deze uitgave waarvan duidelijk is dat de auteursrechten liggen bij derden en/of zijn voorbehouden. Stichting Probos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Foto omslag:
Martijn Boosten, Stichting Probos POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
5
Inhoudsopgave 1 Inleiding
7
1.1
7
Aanleiding
1.2 Werkwijze 7 1.2.1 Berekende oppervlaktes 7 1.2.2 Begrenzing en biomassaklassen van bos, landschapselementen en bebouwde kom 8 1.2.3 Houtig biomassa potentieel bos, landschapselementen en bebouwde kom 11 1.2.4 Verantwoord potentieel 12
2 Houtig biomassapotentieel in de regio’s
13
2.1 Houtig biomassapotentieel in totaal 2.1.1 Benutting houtig biomassa potentieel
13 13
2.2 Houtig biomassapotentieel uit bos 2.2.1 Resultaten 2.2.2. Berekeningswijze en aannames
14 14 15
2.3 Houtig biomassapotentieel uit landschap 2.3.1 Resultaten 2.3.2 Berekeningswijze en aannames
16 16 17
2.4 Houtig biomassapotentieel uit de bebouwde omgeving 2.4.1 Resultaten 2.4.2 Berekeningswijze en aannames
17 17 18
3 Bronnen
20
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Horst aan de Maas wil graag inzicht in de hoeveelheid houtige biomassa die in potentie op een verantwoorde manier beschikbaar kan worden gemaakt binnen de RES1 regio Noord- en Midden Limburg2 en de regio tot circa 80 kilometer rijafstand (dus over de weg) van het dorp Horst (binnen Horst aan de Maas), inclusief - maar wel apart vermeld - het gebied over de grens in Duitsland. Concreet betekent dit dat de totale hoeveelheid houtige biomassa in drie complementaire regio’s is geïnventariseerd: 1. De RES regio Noord- en Midden Limburg; 2. De regio tot circa 80 kilometer rijafstand van het dorp Horst (exclusief RES-NML); 3. Het aanwezige potentieel binnen deze 80 kilometer begrenzing op Duits grondgebied. Verantwoord betekent dat de oogst van houtige biomassa niet mag leiden tot overexploitatie, aantasting van biodiversiteit of uitputting van de bodem. Ook dient concurrentie met voedselproductie te worden voorkomen. Daarnaast wordt belang gehecht aan cascadering, waarbij oogst van houtige biomassa voor energieopwekking niet mag leiden tot een verminderde beschikbaarheid van industrieel rondhout dat wordt benut voor meer hoogwaardige toepassingen. Onder houtige biomassa wordt daarom verstaan laagwaardig rondhout, tak- en tophout, snoei- en rooihout uit bos, landschap en de bebouwde omgeving.
Binnen de mogelijkheden van deze inventarisatie is de potentiele beschikbaarheid van biomassa niet tot in detail uitgewerkt, maar biedt een globaal inzicht in potentiele beschikbaarheid op basis van deze initiële verkenning. In deze rapportage zijn de resultaten opgenomen van een QuickScan die door Stichting Probos en Borgman Beheer Advies is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Horst aan de Maas. Binnen de QuickScan is onderscheid gemaakt in drie verschillende bronnen waaruit houtige biomassa vrijkomt of kan komen: (1) bos, (2) landschap en (3) bebouwde omgeving. Resthout (van de houtverwerkende industrie) en gebruikt hout (afvalhout) zijn buiten beschouwing gelaten. Deze stromen vallen buiten de scope van de opdracht. In de QuickScan zijn alleen bestaande bronnen van vers hout in beeld gebracht. Nieuwe bronnen in de vorm van de aanleg van nieuwe bossen of de aanleg van energielandschappen met biomassaplantages zijn hierin niet meegenomen.
1.2 Werkwijze Het in beeld brengen van het houtig biomassapotentieel van bos, landschap en bebouwde omgeving (bebouwde kom) vergt per bron een andere werkwijze. Dit is enerzijds het gevolg van een verschil in beschikbaarheid van gegevens per bron en anderzijds het gevolg van een verschil in gebruik en beheer van deze datasets. Per bron wordt hieronder kort de werkwijze toegelicht.
1.2.1 Berekende oppervlaktes De oppervlaktes die gebruikt zijn voor het berekenen van het biomassapotentieel zijn afkomstig uit verschillende bronnen. Hierbij zijn meerdere datasets gecombineerd om vervolgens de oppervlaktes van de verschillende biomassaklassen te verkrijgen. Figuur 1 geeft een overzicht van het totale projectgebied.
RES: Regionale Energie Strategie Gemeenten: Mook en Middelaar, Gennep, Bergen, Venray, Horst aan de Maas, Venlo, Peel en Maas, Nederweert, Weert, Beesel, Roermond , Leudal, Roerdalen, Maasgouw en Echt-Susteren. 1 2
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
8
Figuur 1 Projectgebied met daarbinnen de verschillende deelgebieden en de locaties van gerealiseerde en nog te bouwen biomassacentrales (SDE+-beschikt).
1.2.2 Begrenzing en biomassaklassen van bos, landschapselementen en bebouwde kom Voor het inschatten van het houtige biomassa potentieel uit bos en landschap is gebruik gemaakt van de verschillende klassen, zoals deze gehanteerd worden in de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de TOP10NL3. Deze bestanden zijn in 2021 geactualiseerd. Tabel 1.1 geeft een overzicht van de verschillende klassen, zoals deze gehanteerd worden in de betreffende registraties. Om dubbeltellingen te voorkomen zijn de oppervlaktes van aaneengesloten bospercelen groter dan 0,5 hectare niet meegenomen in de berekeningen die betrekking hebben op landschapselementen. Deze vallen immers in de berekening van bos. Het oppervlakte van bos groter dan 0,5 hectare is afkomstig uit het Bestand Bodemgebruik 2015 (BBG 2015) en komt grotendeels overeen met het bosoppervlakte van de 6 de Nederlandse bosinventarisatie (6de NBI) (Schelhaas et al., 2014). 3
De TOP10NL is het meest gedetailleerde product van de Basis Registratie Topografie (BRT)
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
De begrenzing van de bebouwde kom is afkomstig uit het bestand ‘Bebouwde Kom’. Dit bestand is opgebouwd door het Kadaster en CBS in 2015. Beide bestanden zijn afkomstig uit de Basisregistratie Kadaster (BKR). Tabel 1.1 Informatiebronnen, de binnen de betreffende bron gehanteerde klassen en de gehanteerde classificatie tijdens de berekening van het biomassapotentieel voor Nederland. Bron
Klasse
Classificatie Biomassapotentieel
Aantal vlakken
BGT
boomteelt
boomkwekerijen
BGT
fruitteelt
laag- en hoogstamboomgaarden
4563
1531
BGT
fruitteelt:hoogstam boomgaarden
laag- en hoogstamboomgaarden
155
5
BGT
fruitteelt:laagstam boomgaarden
laag- en hoogstamboomgaarden
70
6
BGT
fruitteelt:wijngaarden
laag- en hoogstamboomgaarden
8
4
BGT
gemengd bos
kleine bosjes (<0,5 ha)
58731
4599
BGT
groenvoorziening:bosplantsoen
kleine bosjes (<0,5 ha)
19545
753
BGT
groenvoorziening:heesters
Hagen
7158
75
BGT
groenvoorziening:struikrozen
Hagen
134
1
BGT
houtwal
houtwallen/singels
17506
624
BGT
loofbos
kleine bosjes (<0,5 ha)
60830
2779
BGT
loofbos:griend en hakhout
kleine bosjes (<0,5 ha)
1091
66
BGT
naaldbos
kleine bosjes (<0,5 ha)
23896
1647
BGT
struiken
Hagen
8950
451
BRT / Top 10NL
boomgaard
laag- en hoogstamboomgaarden
2551
803
BRT / Top 10NL
boomkwekerij
boomkwekerijen
5079
9872
BRT / Top 10NL
bos: gemengd bos
kleine bosjes (<0,5 ha)
4017
4497
BRT / Top 10NL
bos: gemengd bos
loofbos eik en beuk (ouder dan 25 jaar)
11556
32586
BRT / Top 10NL
bos: griend
grienden
35
42
BRT / Top 10NL
bos: griend
kleine bosjes (<0,5 ha)
77
39
BRT / Top 10NL
bos: loofbos
kleine bosjes (<0,5 ha)
45415
12306
BRT / Top 10NL
bos: loofbos
loofbos eik en beuk (ouder dan 25 jaar)
10471
18535
BRT / Top 10NL
bos: naaldbos
Grove den (ouder dan 25 jaar)
10875
25560
BRT / Top 10NL
bos: naaldbos
kleine bosjes (<0,5 ha)
3193
2134
6394
Oppervlakte (in ha)
2954
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
10
Tabel 1.1 (vervolg) Informatiebronnen, de binnen de betreffende bron gehanteerde klassen en de gehanteerde classificatie tijdens de berekening van het biomassapotentieel voor Nederland. Bron
Klasse
Classificatie Biomassapotentieel
BRT / Top 10NL
dodenakker met bos
kleine bosjes (<0,5 ha)
BRT / Top 10NL
dodenakker met bos
loofbos eik en beuk (ouder dan 25 jaar)
BRT / Top 10NL
fruitkwekerij
BRT / Top 10NL BRT / Top 10NL
Aantal vlakken
13
Oppervlakte (in ha)
15
1
9
kleinfruitkwekerijen
1862
4965
populieren
kleine bosjes (<0,5 ha)
386
170
populieren
populierenbos (ouder dan 20 jaar)
277
392
Voor de berekening van het biomassapotentieel op Duits grondgebied binnen de 80 km begrenzing (rijafstand) is gebruik gemaakt van het Digitale Landschafts Modell (DLM), dit basismodel is de Duitse variant van de TOP10NL. Hiervoor zijn de daar geldende relevante klassen vertaald naar de in deze rapportage gebruikte klassen voor berekening van het biomassapotentieel. Door de opbouw van dit bestand bleek het mogelijk om de aansluiting van kaartvlakken te bepalen waarmee bospercelen (> 0,5 ha) zijn te definiëren. Zo zijn de bossen die onder de bosdefinitie vallen op de meest correcte wijze meegenomen in deze berekeningen (tabel 1.2). Tabel 1.2 Informatiebronnen, de binnen de betreffende bron gehanteerde klassen en de gehanteerde classificatie tijdens de berekening van het biomassapotentieel voor Duitsland. Naam
Subcategorie
Classificatie Biomassapotentietool
(43002) AX_Wald
1100 (Laubholz)
kleine bosjes (<0,5 ha)
(43002) AX_Wald
1100 (Laubholz)
loofbos eik en beuk (ouder dan 25 jaar)
(43002) AX_Wald
1200 (Nadelholz)
kleine bosjes (<0,5 ha)
(43002) AX_Wald
1200 (Nadelholz)
Grove den (ouder dan 25 jaar)
(43002) AX_Wald
1300 (Laub- und Nadelholz)
kleine bosjes (<0,5 ha)
(43002) AX_Wald
1300 (Laub- und Nadelholz)
loofbos eik en beuk (ouder dan 25 jaar)
(43003) AX_Gehoelz
('Gehölz' ist eine Fläche, die mit einzelnen Bäumen, Baumgruppen, Büschen,)
(43007) AX_UnlandVegetationsloseFlaeche
1300 (Naturnahe Fläche)
Biomassapotentieelklasse (> 0,5 ha)
Aantal vlakken
Oppervlakte (ha)
2015
580
5193
36679
297
83
1174
18486
315
92
2050
23438
kleine bosjes (<0,5 ha)
9114
14494
kleine bosjes (<0,5 ha)
895
3975
> 0,5 ha
> 0,5 ha
> 0,5 ha
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
Tabel 1.2 (vervolg) Informatiebronnen, de binnen de betreffende bron gehanteerde klassen en de gehanteerde classificatie tijdens de berekening van het biomassapotentieel voor Duitsland. Naam
Subcategorie
Classificatie Biomassapotentietool
(54001) AX_Vegetationsmerkmal
1021 (Baumbestand, Laubholz)
kleine bosjes (<0,5 ha)
(54001) AX_Vegetationsmerkmal
1021 (Baumbestand, Laubholz)
loofbos eik en beuk (ouder dan 25 jaar)
(54001) AX_Vegetationsmerkmal
1022 (Baumbestand, Nadelholz)
kleine bosjes (<0,5 ha)
(54001) AX_Vegetationsmerkmal
1022 (Baumbestand, Nadelholz)
Grove den (ouder dan 25 jaar)
(54001) AX_Vegetationsmerkmal
1023 (Baumbestand, Laub- und Nadelholz)
kleine bosjes (<0,5 ha)
(54001) AX_Vegetationsmerkmal
1023 (Baumbestand, Laub- und Nadelholz)
loofbos eik en beuk (ouder dan 25 jaar)
(54001) AX_Vegetationsmerkmal
1250 (Gehölz)
(54001) AX_Vegetationsmerkmal
1260 (Gebüsch)
Biomassapotentieelklasse (> 0,5 ha)
Aantal vlakken
Oppervlakte (ha)
35
12
306
774
4
2
48
472
6
2
71
508
kleine bosjes (<0,5 ha)
499
820
kleine bosjes (<0,5 ha)
22
75
> 0,5 ha
> 0,5 ha
> 0,5 ha
1.2.3 Houtig biomassa potentieel bos, landschapselementen en bebouwde kom Het houtige biomassapotentieel uit bos en landschap is ingeschat door middel van een GISanalyse, waarbij een groot aantal kaartlagen is gebruikt om de oppervlaktes van landschapselementen te bepalen. Vervolgens is op basis van deze oppervlaktes het biomassapotentieel berekend met behulp van een biomassarekenmodel van Borgman Beheer Advies. Dit model is ontwikkeld door Probos en bevat voor verschillende typen beplantingen gegevens over de te verwachten jaarlijkse bijgroei en het oogstbare percentage houtige biomassa per beplantingstype. Alle houtige beplantingen die voldoen aan de bosdefinitie en alle houtige beplantingen binnen de bebouwde kom zijn in de GIS-analyse buiten beeld gelaten, zodat geen dubbeltelling optreedt. Voor het maken van een inschatting van het houtig biomassapotentieel uit de bebouwde kom is gebruik gemaakt van de statistiek voor gemeentelijke afvalstoffen van het CBS. Deze statistieken hebben alleen betrekking op het grof tuinafval van huishoudens en het groenafval dat door gemeenten wordt ingezameld. De houtige biomassastroom die vrijkomt bij werkzaamheden
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
12 uitgevoerd door derden binnen de bebouwde kom, zoals groenonderhoud door hoveniersbedrijven, is hiermee niet in beeld. Deze biomassastroom is daarom ingeschat.
1.2.4 Verantwoord potentieel Per biomassabron is de totale hoeveelheid houtige biomassa die jaarlijks bijgroeit of beschikbaar komt berekend. Deze hoeveelheid moet worden opgevat als het theoretische potentieel en geeft dus niet weer welke hoeveelheden er daadwerkelijk worden geoogst of in potentie op een verantwoorde manier geoogst kunnen worden. Daarom zijn bij elke bron randvoorwaarden ten aanzien van het verantwoord te oogsten potentieel gehanteerd. Deze randvoorwaarden en op welke manier deze specifiek zijn toegepast worden beschreven in hoofdstuk 2 bij de resultaten per biomassabron. In de kern hebben de auteurs de volgende randvoorwaarden in acht genomen: Voor alle biomassabronnen geldt dat de gemiddelde oogst in geen geval hoger mag liggen dan de gemiddelde bijgroei in een bepaalde periode; Bij het bepalen van het oogstniveau is rekening gehouden met het voorkomen of ten minste het minimaliseren van negatieve impact op zaken als: biodiversiteit, de nutriëntenbalans/ bodemvruchtbaarheid en de landschappelijke kwaliteit (belevingswaarde). Rondhout dat in principe geschikt is voor afzet richting de houtverwerkende industrie en in dusdanige hoeveelheden4 vrijkomt dat het economisch mogelijk is om dit als aparte stroom af te voeren, is niet meegenomen binnen het biomassapotentieel.
Als er bij werkzaamheden slechts één boom vrijkomt die kan worden afgezet richting de houtverwerkende industrie, dan is het economisch niet realistisch deze boom apart af te voeren. Dergelijke bomen zitten echter wel in het berekende biomassapotentieel. 4
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
2 Houtig biomassapotentieel in de regio’s 2.1 Houtig biomassapotentieel in totaal Het totale biomassapotentieel uit bos, landschap en bebouwde omgeving in de RES regio en binnen de maximale rijafstand van 80 kilometer op Nederlands en Duits grondgebied is geschat op 176.000 ton droge stof (ds) per jaar. Naast het berekende potentieel dat beschikbaar is vanuit bos en landschap is hierin ook het volledige biomassapotentieel uit de bebouwde kom binnen de RES regio Noord- en Midden Limburg meegenomen. Omdat veel gemeentes binnen het overige deel van het projectgebied in Nederland (binnen de 80 km rijafstand) slechts in meer of mindere mate binnen deze begrenzing vallen, is ervoor gekozen om in die gevallen het biomassapotentieel per wijk binnen deze begrenzing mee te nemen in deze analyse. Het biomassapotentieel vanuit de bebouwde omgeving binnen het Duitse deel van het projectgebied is buiten beschouwing gelaten. In tabel 2.1 is weergeven hoe dit potentieel is verdeeld over de drie bronnen. In de volgende paragrafen 2.2, 2.3 en 2.4 wordt nader ingegaan op het potentieel per bron en de gehanteerde berekeningswijze en aannames. Tabel 2.1 Houtig biomassapotentieel uit bos, landschap en bebouwde omgeving in de verschillende regio’s (tonnen ds) Biomassabron
Houtig biomassa potentieel (ton ds/jr) RES-NML
NL ≤ 80 km rijafstand (Excl. RES-NML)
Duitsland ≤ 80 km rijafstand
Bos
10.430
25.284
41.389
Landschap
6.448
16.866
13.851
Bebouwde omgeving
18.350
43.623
n.v.t.
Totaal
35.228
85.773
55.240
2.1.1 Benutting houtig biomassa potentieel Bij het interpreteren van de gegevens is het belangrijk er rekening mee te houden dat het hier zowel gaat om reeds benutte houtige biomassa en houtige biomassa die nog niet wordt benut. Boosten et al. (2018) schatten voor 2017 reeds in dat op dat moment 78% van de in Nederland theoretisch beschikbare houtige-biomassa werd benut in Nederland of het buitenland. Het meest eenvoudig te benutten potentieel bestond uit het ombuigen van de export van shreds 5 naar toepassing in Nederland. Inmiddels zijn er in Nederland meerdere biomassacentrales gebouwd waarin met name shreds als brandstof worden ingezet. Daarnaast is de bouw voorzien van nog een aantal centrales waarvoor shreds als brandstof zijn voorzien. Shreds komen met name vrij bij de
Shreds of shrips zijn grove houtige fracties, vaak gemaakt van takken, wortels en stronken. Bij de verwerking worden hamers en klepels gebruikt en geen messen (zoals bij chippen). Shreds bevatten, als het materiaal uit de grond komt, nog zeer veel zand en dat geeft een hoger as-gehalte. De shreds worden meestal gezeefd om zoveel mogelijk zand te verwijderen. Shreds zijn niet uniform van grootte en erg langvezelig. 5
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
14 omvorming van houtige beplantingen naar ander landgebruik en bij de verwerking van groftuinafval dat veel vervuiling bevat en daardoor niet verchipt kan worden. Het benutten van 22% onbenut potentieel zal meer inspanning vragen aangezien dit potentieel met name afkomstig is vanuit landschappelijke beplantingen en derhalve minder efficiënt te ontsluiten is.
2.2
Houtig biomassapotentieel uit bos
2.2.1 Resultaten De totale oppervlakte bos - buiten de bebouwde kom - in het totale projectgebied bedraagt 159.275 hectares, waarvan respectievelijk 76.986 hectares op Nederlands grondgebied en 82.289 hectares op Duits grondgebied. Binnen het Nederlands grondgebied ligt 22.261 hectares binnen de RES regio. Het houtig biomassapotentieel voor energiedoeleinden uit bossen wordt geschat op ca. 77.000 ton droge stof (ds) (tabel 2.2). Bij het interpreteren van de gegevens is het belangrijk er rekening mee te houden dat het tophout is meegenomen in de spilhout volumes, maar dat voor het bepalen van het biomassapotentieel vervolgens het tak- en tophout zijn samengevoegd. Het potentieel aandeel energiehout binnen het totale volume werkhout is hier verder niet beoordeeld. Daar staat tegenover dat het totale potentieel aan tak- en tophout volledig is meegenomen, ongeacht de groeiplaatsomstandigheden welke in bepaalde gevallen reden kunnen zijn om dit hout liever in het bos achter te laten. Tabel 2.2 Houtig biomassapotentieel uit bossen (alle percelen > 0,5 hectare) in het projectgebied Type
Oppervlakte (ha)
Jaarlijkse potentiële oogst bovengrondse biomassa (spilhout + takhout) (ton ds)
Jaarlijkse potentiële oogst werkhout (ton ds)
Jaarlijkse potentiële oogst tak- en tophout (ton ds)
RES Regio
(22.261)
(58.137)
(47.708)
(10.430)
grove den (ouder dan 25 jaar)
7.093,6
11.628,5
10.200,5
1.428,1
loofhout eik en beuk (ouder dan 25 jaar)
15.097,3
46.282,1
37.324,3
8.957,8
populierenbos (ouder dan 20 jaar)
69,6
226,8
182,9
43,9
Overig NL grondgebied
(54.725)
(141.504)
(115.256)
(25.248)
grove den (ouder dan 25 jaar)
18.453,6
30.250,7
25.535,6
3.715,0
loofhout eik en beuk (ouder dan 25 jaar)
35.948,9
110.204,7
88.874,7
21.330,0
populierenbos (ouder dan 20 jaar)
322,0
1.049,0
846,0
203,0
Grondgebied Duitsland
(82.289)
(225.209)
(183.820)
(41.389)
grove den (ouder dan 25 jaar)
18.969,4
31.096,4
27.277,6
3.818,9
loofhout eik en beuk (ouder dan 25 jaar)
63.319,8
194.112,6
156.542,4
37.570,2
Totaal grondgebied
159.275
* Sommige totalen wijken af van de opgetelde waarden in de kolom. Dit wordt veroorzaakt door afrondingsverschillen.
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
77.076
2.2.2. Berekeningswijze en aannames Voor het berekenen van het biomassapotentieel uit bossen binnen het Nederlandse deel van het projectgebied is gebruik gemaakt van de resultaten uit de 6de NBI. Daaruit is het oppervlakte, de jaarlijkse bijgroei en de gemiddelde jaarlijkse oogst bepaald. Met behulp van deze variabelen is in eerste instantie het theoretische houtige biomassapotentieel uit bos berekend. Vervolgens is bepaald welke volumes verantwoord kunnen worden geoogst. Momenteel wordt op Nederland 48% van de bijgroei geoogst. Dat betekent dat 52% van het volume dat er jaarlijks bijgroeit in de bossen onbenut blijft. Er is aangenomen dat het verantwoord is 30% van het onbenutte volume additioneel te oogsten, dus bovenop het volume dat momenteel wordt geoogst. Om het aandeel takhout- en tophout te berekenen is gebruik gemaakt van de Biomassa Expansie Factor (BEF) uit Baritz & Strich (2000). Baritz en Strich rekenen voor loofhout met BEF van 1,24 en voor naaldhout met een BEF van 1,14. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat bij loofhout het aandeel tak- en tophout 24% is van het totaal bovengrondse boomvolume. Baritz en Strich gaan echter uit van werkhout (aftopdiameter 7 cm). Omdat er in de 6de NBI wordt gerekend met spilhout i.p.v. werkhout is de BEF verlaagd met 0,05. We nemen dus aan dat de top gemiddeld 5% van het spilhoutvolume inneemt.
Voor loofhout is gerekend met een BEF van 1,19 en voor naaldhout met een BEF van 1,09. Voor onbekend is gerekend met een BEF van 1,14.
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
16
2.3
Houtig biomassapotentieel uit landschap
2.3.1 Resultaten In tabel 2.3 staat een overzicht van de landschapselementen buiten de bebouwde kom en hun oppervlakte die in deze Quick scan zijn onderscheiden. De totale oppervlakte landschapselementen in het projectgebied buiten de bebouwde kom bedraagt 71.282 ha. Landschapselementen, zoals bomenrijen, solitaire bomen, lanen, etc. staan niet apart vermeld in deze tabel, maar zijn meegenomen in de overige categorieën. De totale potentieel verantwoorde jaarlijkse hoeveelheid oogstbare houtige biomassa uit landschap is 37.000 ton droge stof. Het is onbekend hoeveel van deze biomassa reeds wordt benut. De weergegeven hoeveelheid is de hoeveelheid die op basis van de verwachte groei van het landschapselement en met het oog op het waarborgen van biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid in dit element verantwoord geoogst kan worden. Tabel 2.3 Houtig biomassapotentieel uit landschap in het projectgebied Landschapselement
Oppervlakte (ha)
Jaarlijkse potentiële oogst bovengrondse biomassa (spilhout + takhout) (ton ds)
(12.955)
(28.702)
(19.300)
(6.448)
Houtwallen/ Singels
200,47
478,2
385,7
92,6
Laag- en hoogstam boomgaarden
754,58
1.763,9
1.422,5
341,4
Kleinfruit kwekerijen
1.400,83
1.751,0
0
1.751,0
Boomkwekerijen
3.315,34
2.900,9
0
0
Kleine bosjes (<0,5 ha)
7.145,39
21.690,0
17.491,9
4.198,1
Grienden
3,62
53,2
0
0
Hagen
134,77
64,5
0
64,5
Overig NL grondgebied
(34.751)
(76.801)
(51.144)
(16.866)
Houtwallen/ Singels
423,6
970,6
815,0
195,6
Laag- en hoogstam boomgaarden
1.581,81
3.697,5
2.981,9
715,7
Kleinfruit kwekerijen
3.532,12
4.403,9
0
4.403,9
Boomkwekerijen
9.442,15
8.261,9
0
0
Kleine bosjes (<0,5 ha)
19.340,95
58.709,8
47.346,7
11.363,2
Grienden
38,78
569,9
0
0
Hagen
391,75
187,4
0
187,4
Grondgebied Duitsland
(23.576)
(71.565)
(57.714)
(13.851)
Kleine bosjes (<0,5 ha)
23.575,89
71.565,1
57.713,8
13.851,3
Totaal grondgebied
71.282
RES Regio
Jaarlijkse potentiële oogst spilhout (ton ds)
Jaarlijkse potentiële oogst takhout (ton ds)
* Sommige totalen wijken af van de opgetelde waarden in de kolom. Dit wordt veroorzaakt door afrondingsverschillen.
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
37.165
2.3.2 Berekeningswijze en aannames De oppervlaktes, gebruikt bij de berekening van het biomassapotentieel uit landschap voor de onderscheiden regio’s zijn afkomstig uit verschillende bronnen zoals deze in de inleiding van dit rapport (1.2.2 en 1.2.3) zijn beschreven. Hierbij zijn verschillende datasets gecombineerd. Om dubbeltellingen te voorkomen is het bosoppervlak van aaneengesloten bospercelen groter dan 0,5 hectare niet meegenomen in de berekening. Deze zijn immers gedefinieerd als bossen. Alleen de bosjes met een oppervlakte kleiner of gelijk aan 0,5 hectare zijn meegenomen tijdens de berekening voor landschap. Naast bossen met een oppervlakte van meer dan 0,5 hectare dienen ook houtige beplantingen en solitaire bomen binnen de bebouwde kom niet te worden meegenomen. Anders zou er dubbeltelling ontstaan met de houtige biomassa berekening voor de bebouwde omgeving. Daarbij is de begrenzing van de bebouwde kom als hulpmiddel gebruikt. De begrenzingen van de bebouwde kom zijn afkomstig uit het bestand ‘Bebouwde Kom’. Dit bestand is opgebouwd door het Kadaster en CBS in 2015.
2.4 Houtig biomassapotentieel uit de bebouwde omgeving 2.4.1 Resultaten Binnen de bebouwde kom komt houtige biomassa vrij uit particuliere tuinen, gemeentelijke plantsoenen, wegbeplantingen, groenvoorziening van bedrijven etc. Tabel 2.4 geeft een overzicht van het biomassapotentieel in de bebouwde omgeving. Een deel van de biomassa komt vrij als groenafval tijdens de eigen beheerwerkzaamheden van de gemeente. Ervan uitgaande dat ongeveer 50% van het grootgroenonderhoud door hoveniers en groenvoorzieners wordt uitgevoerd in opdracht van gemeenten, bedrijven of particulieren komt nog eens een vergelijkbare hoeveelheid houtige biomassa vrij. Ook komt er een stroom biomassa vrij in de vorm van grof tuinafval dat door huishoudens wordt afgevoerd. Deze hoeveelheden zijn vergelijkbaar met het totaal aan vrijkomende biomassa uit grootgroenonderhoud. Daarnaast komt er bij het onderhoud van tuinen rondhout en tak- en tophout vrij dat door particulieren in eigen houtkachels wordt ingezet of aan bekenden met een houtkachel wordt gegeven. Ten slotte wordt er bij grootgroenonderhoud houtige biomassa achter gelaten in de beplanting en worden bepaalde beplantingen niet geoogst. Dit betreft dus onbenut houtig biomassapotentieel dat op een verantwoorde manier additioneel geoogst zou kunnen worden.
De totale hoeveelheden potentieel beschikbare houtige biomassa voor energiedoeleinden binnen de bebouwde omgeving binnen het projectgebied wordt in deze Quickscan bepaald op 62.000 ton ds per jaar. De begrenzingen die gehanteerd zijn voor het beoordelen van dit biomassapotentieel zijn als volgt bepaald. Omdat veel gemeentes binnen het projectgebied in Nederland (binnen de 80 km rijafstand) slechts in meer of mindere mate binnen deze begrenzing vallen, is ervoor gekozen om in die gevallen het biomassapotentieel per wijk binnen deze begrenzing mee te nemen in deze analyse. Het biomassapotentieel vanuit de bebouwde omgeving binnen het Duitse deel van het projectgebied is buiten beschouwing gelaten.
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
18
Tabel 2.4 Houtig biomassapotentieel uit de bebouwde omgeving binnen het projectgebied. Bronnen
Totale jaarlijkse afvalstroom (in ton vers)
Waarvan houtige biomassa (in ton vers)
RES Regio
Biomassapotentieel voor energiedoeleinden (in ton vers)
Biomassapotentieel voor energiedoeleinden (in ton ds)
(36.700)
(18.350)
Gemeentelijk groenafval (50%)
21.080
10.540
10.540
5.270
Grof tuinafval van huishoudens afgevoerd (100%)
42.160
10.540
10.540
5.270
Grof tuinafval eigen gebruik (haardhout) (0,5 x 16,4%)
n.v.t.
n.v.t.
864
432
Houtige biomassa bebouwde kom via hoveniers etc. (50%)
n.v.t.
10.540
10.540
5.270
Onbenut (niet afgevoerd of onbeheerd) (20%)
n.v.t.
n.v.t.
4.216
2.108
(87.245)
(43.623)
Overig NL grondgebied6 Gemeentelijk groenafval
50.112
25.056
25.056
12.528
Grof tuinafval van huishoudens afgevoerd
100.224
25.056
25.056
12.528
Grof tuinafval eigen gebruik (haardhout)
n.v.t.
n.v.t.
2.055
1.028
Houtige biomassa bebouwde kom via hoveniers etc.
n.v.t.
25.056
25.056
12.528
Onbenut (niet afgevoerd of onbeheerd)
n.v.t.
n.v.t.
10.022
5.011
123.945
61.973
Totaal grondgebied
2.4.2 Berekeningswijze en aannames De belangrijkste bron voor het berekenen van het houtig biomassapotentieel dat vrij komt binnen de bebouwde kom zijn de afvalstatistieken van het CBS7. Hieruit kunnen de hoeveelheden grof tuinafval van huishoudens en groenafval van gemeenten worden afgeleid. Daarbij blijkt dat globaal gesteld kan wordt dat het gemeentelijk groenafval de helft is van het totaal dat door huishoudens wordt aangeleverd. Voor de periode 2017-2019 is de gemiddelde jaarlijks vrijkomende hoeveelheid van beide stromen berekend en vermeld in tabel 2.4. De stromen bestaan uit alle groenafval, dus ook de niet-houtige delen. Reumerman & Roelofs (2009) geven aan dat een aandeel van 50% een realistische schatting is voor het houtaandeel binnen het gemeentelijk groenafval. Voor grof huishoudelijk tuinafval houden zij 25% aan, omdat het aandeel zand, aarde en niet-houtige groenstromen meestal hoger ligt binnen deze afvalstroom. Deze aannames zijn ook in deze Quickscan toegepast en verwerkt in tabel 2.4. 6 7
Dit is exclusief de gemeentes Zevenaar, Someren, Goirle en Beekdaelen. Hiervan zijn geen gegevens beschikbaar. https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83452NED/table?ts=1617263514957
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
Er komt ook houtige biomassa vrij bij groenonderhoud dat door onder meer hoveniers wordt uitgevoerd in opdracht van gemeenten, bedrijven of particulieren. Deze houtige biomassa wordt door deze partijen in veel gevallen in eigen beheer afgevoerd en wordt als gevolg hiervan niet gedekt door de cijfers van het CBS. Er is aangenomen dat deze houtige biomassastroom dezelfde omvang heeft als de houtfractie binnen het gemeentelijke groenafval. Vanuit de gedachte dat de gemeenten ongeveer 50% van de werkzaamheden aan groenvoorzieningen zelf uitvoeren en de rest uitbesteden. Naast het grof tuinafval dat particulieren aanbieden bij de gemeente zal een deel van het stamhout en dikke takken door particulieren worden ingezet in eigen houtkachels. Deze houtige biomassa hoeveelheid is geschat door gebruik te maken van het houtgebruik door huishoudens die berekend zijn op basis van de resultaten uit het WoON-onderzoek 2018 (CBS, 2019). Volgens dit onderzoek is 16,4% van de woningen (= huishoudens) in Nederland voorzien van een openhaard, inzethaard of houtkachel. Voor deze Quick scan wordt aangenomen dat voor deze houtkachels de helft van het uit particuliere tuinen vrijkomende (haard)hout wordt aangewend.
Ten slotte wordt een deel van de houtige biomassa die vrijkomt bij groenonderhoud binnen de bebouwde kom niet geoogst en vindt niet in alle beplantingen het onderhoud plaats dat eigenlijk nodig is. Deze achterblijvende of ‘niet geoogste’ houtige biomassa moet wel tot het houtige biomassapotentieel worden gerekend. Er is ingeschat dat deze houtige biomassa een hoeveelheid vertegenwoordigd van ca. 20% van de houtige biomassa die door gemeenten wordt ingezameld of vrijkomt bij werkzaamheden van hoveniers en groenvoorzieners.
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG
20
3 Bronnen Baritz, R., S. Strich. 2000. Forest and the National Greenhouse Gas Inventory of Germany. Biotechnology, Agronomy, Society and Environment. 4; 4, 267-271 Boosten, M., J. Oldenburger, J. Kremers, J. van den Briel, N, Spliethof, D. Borgman. 2018. Beschikbaarheid van Nederlandse verse houtige biomassa in 2030 en 2050. Studie naar binnenlands potentieel en toekomstige vraag vanuit energie en biobased ontwikkelingen. Wageningen, Stichting Probos. Boosten, M., J. Oldenburger. 2014. Biomassapotentieel NBLH-sector in 2020 en 2050. Wageningen, Stichting Probos. Jong, J.J. de, J.J. van den Briel, W. de Vries, J.H. Spijker. 2014. Aanzet voor een adviessysteem voor oogst uit het bos. Alterra-rapport 2494. Wageningen, Alterra. Schelhaas, M.J., A.P.P.M. Clerkx, W.P. Daamen, J.F. Oldenburger, G. Velema, P. Schnitger, H. Schoonderwoerd, H. Kramer. 2014. Zesde Nederlandse Bosinventarisatie: methoden en basisresultaten. Alterra-rapport 2545. Wageningen, Alterra. Segers, R. 2013. Houtverbruik huishoudens WoON-onderzoek 2012. Webartikel 2013. Den Haag, Centraal Bureau voor de Statistiek. Tolkamp, G.W., C.A. van den Berg, G.J.M.M. Nabuurs, A.F.M. Olsthoorn. 2006. Kwantificering van beschikbare biomassa voor bio-energie uit Staatsbosbeheerterreinen. Alterra-rapport 1380. Wageningen, Alterra.
POTENTIEEL VAN HOUTIGE BIOMASSA IN DE RES-REGIO NOORD- EN MIDDEN LIMBURG