RIB.21.069 Energiebesparing en duurzame warmte
Tekst van het document
Stuknummer: 21.0002829
Raad 22-06-2021 RIB.21.069
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: T. Kuipers
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 19/04/2021
status
: Actieve informatie + toezegging nummer: 2019.075
openbaar
: Ja
Onderwerp RIB Aanpak energiebesparing en duurzame warmte in Horst aan de Maas Aanleiding In december 2020 heeft de raad het Kader voor het Opwekken van Duurzame Elektriciteit (KODE) vastgesteld. Naast het opwekken van duurzame elektriciteit is het onze ambitie om 35% minder energie te gebruiken in 2030. En om geleidelijk over te gaan op duurzame warmtebronnen in de periode tot 2050. In bijlage 1 staat hoe we dit aanpakken, zodat samen met KODE een compleet beeld ontstaat van de aanpak van energiebesparing, duurzame elektriciteit en duurzame warmte in Horst aan de Maas. Het verduurzamen van de mobiliteit wordt ook besproken, omdat verkeer en vervoer een belangrijke energiegebruiker is in Horst aan de Maas. Op dit moment is de uitvoeringscapaciteit van de gemeente nog onvoldoende om al onze ambities te kunnen realiseren. Dit geldt overigens voor alle gemeenten. Het Rijk heeft in het klimaatakkoord met gemeenten afgesproken dat zij de uitvoeringskosten vergoed krijgen. Zodra dat gebeurt, kan de organisatie verder worden versterkt. Tot die tijd roeien we gemotiveerd door met de riemen die we hebben. Beschrijving aanpak De aanpak gericht op energiebesparing en duurzame warmte loopt via 4 sporen. Hierna een samenvatting per spoor. 1. Woningen Onze focus ligt op de aanpak van bestaande woningen, want de verduurzaming van nieuwbouw is al geregeld in het Bouwbesluit.
Woningeigenaren en huurders moedigen we aan om energie te besparen en zelf duurzame energie op te wekken door hen zo goed mogelijk te informeren. Sinds januari van dit jaar hebben we daarvoor een zeer uitgebreid energieloket. Dit loket is via een website en ook per telefoon bereikbaar. Verder stellen we in 2021 de Transitievisie Warmte op, die aangeeft hoe en wanneer woningen geleidelijk van het aardgas af worden gehaald in de periode van 2022 tot 2050. Samen met inwoners hebben we voor de pilotkern Kronenberg vorig jaar al drie alternatieven voor aardgas onderzocht. Voor Kronenberg kwam het ‘all electric’ scenario als beste uit de bus. Dat scenario zal waarschijnlijk voor een groot deel van de gemeente de uitkomst zijn. In de loop van 2021 onderzoeken we samen met Stichting EnergieKronenberg of we Kronenberg kunnen aanmelden voor de 3e ronde van de landelijke regeling
Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA
Postadres / PostCodePA PlaatsPA
T TelefoonNummer
F FaxNummer
Pag. 2 van 21
‘Proeftuin Aardgasvrije wijken’. Proeftuin-status levert budget op om in de loop van 2022 echt aan de slag te gaan in Kronenberg. Zonder proeftuin-status is het wachten tot het nieuwe kabinet met aanvullende financieringsopties en subsidies voor woningeigenaren komt. 2. Bedrijven De aanpak gericht op energiebesparing en duurzame warmte bij bedrijven is beschreven in het duurzaamheidsprogramma #WijGaanGroen, dat begin 2020 is vastgesteld. Zie bijlage 4 voor de tekst, die nog grotendeels actueel is. Zoals in het duurzaamheidsprogramma is toegelicht, hebben we een achterstand op het gebied van de VTH-taken rond energie. VTH staat voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door capaciteitsgebrek en door corona is de geplande inhaalslag in 2020 nog niet goed van start gegaan. Maar er loopt verbetertraject om de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) te versterken en het capaciteitstekort aan te pakken. Hiervoor is extra budget nodig. Dit verbetertraject inclusief het capaciteitsvraagstuk wordt in 2021 vervolgd. Daarnaast stelt de gemeente in 2021 voor het eerst een omgevingsvisie op. Dit biedt kansen om het thema energie in het algemeen, maar ook specifiek het energiegebruik van bedrijven, mee te wegen in het ruimtelijk beleid. Tot slot aandacht voor de glastuinbouwsector, als de grootste energieverbruiker van Horst aan de Maas.
De energietransitie wordt door deze sector zelf opgepakt, via meerjarenafspraken met de rijksoverheid. In Horst aan de Maas zijn diverse koplopers bezig met besparingsprojecten en met de zoektocht naar duurzame alternatieven voor aardgas. Diepe geothermie is in onze regio voorlopig afgevallen als alternatief voor aardgas. Biomassa wordt gezien als een overgangsmaatregel. Voor de lange termijn is nader onderzoek nodig naar alternatieven zoals warmte-koude-opslag en ondiepe geothermie. Daarbij wordt ook gezocht naar koppelkansen met de aanpak van woningen. 3. Gemeentelijk en maatschappelijke vastgoed Dit spoor is eerder toegelicht in raadsinformatiebrief 20.143 (‘Energieneutrale accommodaties 2030’), die in de raadsvergadering van 8 december 2020 is behandeld. En daarna in RIB 21.052 (‘Route energieneutrale accommodaties 2030 nader uitgewerkt’) die op de agenda stond van de raadsvergadering van 13 april 2021. Samengevat: in 2025 zijn de gemeentelijke accommodaties die we zelf gebruiken -zoals het gemeentehuisgasloos en energieneutraal. Om ook de overige gemeentelijke accommodaties energieneutraal te maken wordt ingezet op een energiebesparing van 30-35%. Voor de resterende energievraag zal participatie in duurzame opwek (zoals via KODE) de aangewezen route naar energieneutraliteit zijn. 4. Mobiliteit Hierbij ligt de focus op het stimuleren van elektrisch vervoer.
Want een elektrische auto is energiezuiniger dan een ‘fossiele’ auto. En ook stiller en schoner. Uit prognoses over de groei van het elektrisch vervoer blijkt dat we 2030 in Horst aan de Maas 750 publiek toegankelijke laadpunten nodig hebben. Daarvoor stellen in 2021 een laadvisie op. Daarnaast voeren we duurzame pilots uit, zoals het project ‘Deel de Zon’ voor deelvervoer. In bijlage 1 wordt de aanpak per spoor uitgebreider toegelicht.
Bijlagen 1. Aanpak energiebesparing en duurzame warmte 2. Toelichting besparingsdoel en huidig energiegebruik Horst aan de Maas 3. Evaluatie van de stimuleringsregeling woningverduurzaming (raadstoezegging 2019.075) 4. Energiebesparing in het duurzaamheidsprogramma #WijGaanGroen
2
Pag. 3 van 21
Bijlage 1
Aanpak energiebesparing en duurzame warmte Inleiding Aanleiding In december 2020 heeft de raad het Kader voor het Opwekken van Duurzame Elektriciteit (KODE) vastgesteld. Naast opwekken is het besparen van energie en het omschakelen naar duurzame warmtebronnen essentieel om onze energievoorziening te verduurzamen. Daarmee sluiten we aan op de zogenaamde Trias Energetica (zie afbeelding hiernaast). Deze notitie beschrijft onze aanpak, zodat samen met KODE een compleet beeld ontstaat van de aanpak van energiebesparing, duurzame elektriciteit en duurzame warmte in Horst aan de Maas. Doelstelling Met deze aanpak werken we aan het realiseren van twee doelen: 1. Een energiebesparing van 35% in 2030 ten opzichte van 2017 in de totale gemeente. 2. Het geleidelijk overschakelen naar duurzame warmtebronnen in de periode van nu tot 2050. Het eerste doel is afkomstig uit KODE en wordt in bijlage 2 verder toegelicht. Het tweede doel volgt uit het duurzaamheidsprogramma #WijGaanGroen dat begin 2020 is vastgesteld. De voortgang van het halen van deze doelen wordt gemonitord via de landelijke website klimaatmonitor Aanpak via vier sporen Om onze doelen te halen zetten we in op 4 sporen, die gelinkt zijn aan vier groepen energiegebruikers: 1. Woningen 2. Bedrijven 3. Gemeentelijk en maatschappelijke vastgoed 4. Mobiliteit In de paragrafen hierna worden deze sporen verder uitgewerkt.
Maar eerst volgen drie kanttekeningen. Kanttekening 1 : Nu nog beperkte uitvoeringscapaciteit Het Klimaatakkoord is ondertekend in 2019. De personele bezetting voor het thema energie is in onze gemeente in 2019 verhoogd van 0,8 naar 2,8 fte. Daarvan is 1,8 fte structureel en 1fte op tijdelijke basis (betaald uit het duurzaamheidsbudget). In het klimaatakkoord is afgesproken dat het Rijk gemeenten compenseert voor de uitvoeringskosten van de extra taken. Uit een analyse door adviesbureau AEF bleek dat in een middelgrote gemeente zoals Horst aan de Maas 13-18 fte extra nodig is. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft recent, mede op basis van het hiervoor genoemde AEF-onderzoek, de gemeentelijke uitvoeringskosten vastgesteld op circa 600 miljoen per jaar vanaf 2022 voor heel Nederland. Dit zou voor Horst aan de Maas neerkomen op een bedrag van circa 1,5 miljoen per jaar. Dit bedrag is met name voor de kosten van extra personeel dat de nieuwe gemeentelijke taken gaat uitvoeren. In dit bedrag zijn niet inbegrepen de uitvoeringskosten ‘buiten’ bij woningen en bedrijven, noch de kosten met betrekking tot energie-opwek. Kortom, het is duidelijk dat op korte termijn fors meer personele capaciteit nodig is om alle taken aan te kunnen. Hoe we deze extra formatie vorm gaan geven binnen de organisatie is op voorhand een punt van aandacht.
3
Pag. 4 van 21
Omdat er nog geen nieuw kabinet is dat kan beslissen over de vergoeding aan gemeenten, ziet het er naar uit dat het rijk eerst met een beperkt ‘overbruggingskrediet’ komt voor 2022, waarmee gemeenten de bestaande personele inzet kunnen handhaven. Vervolgens stelt het nieuwe kabinet de definitieve, hogere bijdrage vast voor de periode 2022-2024. In 2024 volgt een evaluatie van de werkelijke kosten en op basis daarvan een bijgestelde bijdrage voor de periode 2025-2030. Wanneer er structureel extra middelen beschikbaar komen hangt dus af van de kabinetsformatie. Het is niet uitgesloten dat er pas in 2023 structureel extra geld komt. Tot die tijd roeien we gemotiveerd door met de riemen die we hebben. Kanttekening 2 : Rijksoverheid moet nog de juiste voorwaarden scheppen Er komen op energiegebied veel nieuwe werkzaamheden op de gemeente af. De grootste klus is zonder twijfel de regierol die de gemeente krijgt bij het vervangen van aardgas door duurzame verwarming. Om de nieuwe taken goed te kunnen invullen zijn gemeenten afhankelijk van minimaal drie zaken die de rijksoverheid nog moet regelen. Ten eerste: de uitvoeringskosten voor de gemeente moeten vergoed worden, zoals hiervoor is toegelicht. Ten tweede is het essentieel dat de transitie voor woningeigenaren haalbaar en betaalbaar is. De belangrijkste ‘draaiknoppen’ daarvoor vallen onder de regie van het rijk.
Bijvoorbeeld de energiebelasting, subsidieregelingen voor energiebesparende maatregelen en het uitwerken van financieringsmethoden. En als derde er is aangepaste wetgeving nodig. Gemeenten hebben nieuwe bevoegdheden nodig om de transitievisie warmte uit te kunnen voeren. Pas als het rijk de juist voorwaarden heeft geschapen kunnen we als gemeente écht aan de slag. Kanttekening 3 : Aansluiting op de RES nog versterken In de paragrafen hierna wordt de lokale aanpak in Horst aan de Maas beschreven. Op regionaal niveau is de RES Noord- en Midden Limburg ook bezig met de thema’s energiebesparing en duurzame warmte. Tot nu toe vooral op hoofdlijnen, als input voor de RES 1.0 die voor 1 juli 2021 ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden. De RES is ook begonnen met het maken van uitvoeringsplannen voor het vervolg na de RES 1.0 om de uitvoerig van de energietransitie te faciliteren en te coördineren. Wij zien tal van kansen voor een regionale krachtenbundeling, mits dit zodanig wordt ingericht dat het ook echt meerwaarde oplevert. Ook de beschikbaarheid van voldoende middelen (van het rijk) voor RES-taken is daarbij een voorwaarde.
4
Pag. 5 van 21
Spoor 1: Woningen Nieuwbouw loopt goed, daarom focus op bestaande woningen De energie-eisen voor nieuwbouw-woningen zijn de afgelopen jaren aangescherpt. Nieuwe woningen hebben geen aardgasaansluiting meer en zijn verplicht ‘BENG’ (Bijna EnergieNeutraal Gebouw). De grootste uitdaging zit bij de bestaande woningen. In onze aanpak van bestaande woningen leggen we de focus op informeren en adviseren van inwoners over de stappen die zij kunnen zetten. We doen dat op een aantal manieren. Adviseren en informeren via het Duurzaam Bouwloket Om inwoners nog beter te informeren is Horst aan de Maas sinds januari 2021 aangesloten bij het duurzaam bouwloket. Zie: www.duurzaambouwloket.nl. Via dit loket krijgen huurders en woningeigenaren gratis onafhankelijke informatie over het verduurzamen en energiezuinig maken van hun woning. Er staat veel informatie op de website, zowel technisch als financieel. Naast de website is het loket ook telefonisch bereikbaar voor vragen. De publiciteit over het nieuwe energieloket is gestart en er zal de komende maanden nog meer publiciteit volgen om het loket te promoten. Op termijn kunnen inwoners via het energieloket ook zien wat er in de Transitievisie Warmte van de gemeente over hun woning is gezegd. Meer over deze visie in de volgende alinea.
Eind 2021 klaar: Transitievisie Warmte (TVW) In het landelijke klimaatakkoord is vastgelegd dat alle gemeenten in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) vast stellen. Die visie gaat over het vervangen van aardgas door duurzame warmtebronnen. De visie beschrijft hoeveel woningen en andere gebouwen in de periode tot 2030 geïsoleerd en/of aardgasvrij worden gemaakt en welke alternatieve warmtebron hier wordt ingezet. De visie geeft ook een doorkijk naar de woningen die van 2030-2050 aan de beurt zijn, zodat ook de eigenaren van die woningen weten waar ze aan toe zijn en daar vast op kunnen anticiperen. Het opstellen van de transitievisie start met een technische analyse waarin de landelijke analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) verder wordt uitgediept een aangevuld. Dit geeft inzicht in de verschillende warmtescenario’s en beschrijft welke technische en financiële gevolgen dit heeft voor elke specifieke wijk of type bebouwing. Waarschijnlijk wordt de analyse van het PBL bevestigd en komt er voor het grootste deel van onze gemeente uit dat een “all electric” scenario de toekomst is. Dat betekent huizen beter isoleren, overstappen op elektrisch koken en verwarmen met een warmtepomp die de warmte uit de lucht of de bodem haalt. Mogelijk is er een bijrol voor hybridesystemen op groengas. Dat wil zeggen: een warmtepomp gecombineerd met een CV-ketel op groengas.
5
Pag. 6 van 21
Na de technische verkenning is de volgende stap om te bepalen in welke wijk of bij welk type bebouwing we aan de slag gaan in de periode tot 2030. De insteek is om klein te beginnen, met 1 of 2 wijken en dan in de loop van de tijd verder op te schalen. Het voorstel uitwerken waar we beginnen doen we samen met belanghebbenden, zoals netbeheerder Enexis, de twee woningcorporaties, en natuurlijk met de inwoners. Als eerste richten we ons waarschijnlijk op wijken waar draagvlak is en bij voorkeur ook een bestaand samenwerkingsverband van inwoners. Een voorbeeld hiervan is Kronenberg, waar de Stichting EnergieKronenberg al jaren actief werkt aan een energieneutraal dorp in 2030. Hierover in de volgende alinea meer. Kronenberg: misschien onze eerste aardgasvrije kern? Mening inwoners gevraagd via dorpspeiling. In 2020 heeft Stichting EnergieKronenberg samen met de gemeente een onderzoek laten uitvoeren naar verschillende scenario’s van energiebesparing, duurzame opwek en alternatieve warmtebronnen. Daaruit bleek dat het all-electric scenario voor Kronenberg de goedkoopste optie is en ook de minste onzekerheden en risico’s met zich meebrengt.
Tot de rijksoverheid met extra regelingen komt is er maar één manier om de overstap van een hele wijk of een heel dorp voor de inwoners kostenneutraal te laten verlopen en dat is door het dorp aan te melden als landelijke Proeftuin Aardgasvrije Wijk (PAW). Want deze proeftuinen krijgen geld van het rijk voor onder andere de onrendabele top van technische maatregelen aan woningen. Dit jaar kunnen gemeenten zich aanmelden voor de 3e ronde van de proeftuinen. EnergieKronenberg heeft recent een dorpspeiling gehouden om het draagvlak voor gezamenlijke vervolgstappen te peilen in het dorp. De uitkomst was positief: het dorp steunt de ingeslagen weg. Daarom gaan we starten met de voorbereiding van een PAW-aanvraag. De route die in Kronenberg tot nu toe is gevolgd, kan als voorbeeld dienen voor de rest van de gemeente. Vergelijkbare inwonerinitiatieven die in andere kernen of wijken ontstaan willen we als gemeente daarom zo goed mogelijk ondersteunen. Op dit moment is daar nauwelijks tijd voor, maar we proberen inwoners toch zoveel mogelijk op weg te helpen. Verder speelt mee dat inwoner-initiatieven in coronatijd moeilijker van de grond komen, doordat men bijvoorbeeld geen inloopavonden kan organiseren.
Maar we merken dat er onder inwoners en dorpsraden steeds meer belangstelling is voor de thema’s energiebesparing en van het aardgas af en ook dat er interesse is voor de aanpak in Kronenberg. Prestatie-afspraken met woningcorporaties en energiecoaches voor huurders Woningcorporaties worden landelijk gezien als ‘startmotor van de energietransitie’. Zij staan voor de uitdaging om 2,4 miljoen huurwoningen vóór 2050 te verduurzamen. Met de twee woningcorporaties die binnen onze gemeente actief zijn, maakt de gemeente prestatieafspraken die bijdragen aan de verduurzaming van de huurwoningen. De grootste woningcorporatie, Wonen Limburg, is landelijk een van de koplopers op het gebied van verduurzaming, dus aanvullende afspraken zijn in de praktijk nauwelijks nodig. De corporatie pakt verduurzaming uit zichzelf al op. Wonen Limburg beschikt bijvoorbeeld al jaren over energiecoaches. Via een huisbezoek adviseren en ondersteunen zij huurders bij het besparen van energie en het verlagen van de energiekosten. Ook geven de energiecoaches uitleg over de beste ventilatie en optimaal gebruik van de thermostaat en installaties. Inwoner-energiepanel: positief-kritisch en ambitieus Naast de hiervoor genoemde punten, hebben we in Horst aan de Maas sinds december 2019 een inwoner energiepanel, dat positief-kritisch adviseert over de energiethema’s waar de gemeente aan werkt.
En ook over energiethema’s waar de gemeente volgens het panel nog niet (genoeg) aan werkt. Terugkerende thema’s zijn dat er meer inzet nodig is voor energiebesparing bij woningen en bedrijven. Een wens is bijvoorbeeld dat de gemeente een onafhankelijke energie-adviseur/bouwkundige aanstelt die gratis aan huis praktische adviezen komt geven. Vergelijkbaar met de energiecoach die er voor huurders is. Een andere wens is dat de gemeente meedoet aan pilots met innovatieve waterstoftechnieken bij woningen. Dit soort pilots gaan we op regionaal niveau onderzoeken. Als er in de toekomst meer capaciteit is willen we, samen met inwoners uit het inwonerenergiepanel, bekijken waar nog meer behoefte aan is en hoe we dat kunnen faciliteren of samen oppakken.
6
Pag. 7 van 21
Spoor 2: Bedrijven Aanpak zoals beschreven in duurzaamheidsprogramma is nog actueel Begin 2020 is het duurzaamheidsprogramma #WijGaanGroen vastgesteld. Hierin is een paragraaf gewijd aan energiebesparing bij bedrijven. Ook de paragraaf over de energietransitie in de gebouwde omgeving gaat in op bedrijven. Zie bijlage 5 voor de volledige tekst. In deze twee paragrafen wordt de rol van de gemeente beschreven, onze doelen, strategie en de maatregelen voor de periode 2020-2022. De tekst is grotendeels nog actueel. In deze raadsinformatiebrief wordt op enkele punten een update gegeven. Voortgang maatregelen periode 2020-2022: vertraagd door te weinig RUD-capaciteit en corona In het duurzaamheidsprogramma is toegelicht dat Horst aan de Maas een achterstand heeft op het gebied van de zogenaamde VTH-taken rond energie (vergunningverlening, toezicht, handhaving). Er zijn vijf maatregelen aangekondigd om de achterstand weg te werken. Deze zijn nog niet gerealiseerd. De belangrijkste redenen zijn capaciteitsgebrek bij de RUD en dat de uitvoering van energietaken nog niet voldoende geborgd is. Verder was de coronacrisis van invloed. Er is in het eerste half jaar van 2020 -mede vanwege COVID19- nagenoeg geen energietoezicht uitgevoerd. Er loopt een verbetertraject om de RUD te versterken en het capaciteitsprobleem aan te pakken. Hiervoor is extra budget nodig.
De vergoeding die gemeenten van het rijk krijgen voor uitvoering van het klimaatakkoord is daarvoor niet toereikend. Want energietoezicht is geen nieuwe taak als gevolg van het klimaatakkoord, maar een bestaande taak van de gemeente. En voor bestaande taken krijgen gemeenten geen extra budget. Het RUD-verbetertraject inclusief het capaciteitsvraagstuk wordt in 2021 vervolgd. Potentiële uitbreiding rol van de gemeente: energie als onderdeel van het omgevingsbeleid Het duurzaamheidsprogramma beschrijft de drie rollen van de gemeente Horst aan de Maas rond energiebesparing en duurzame warmte: ten eerste de wettelijke VTH-taken, ten tweede het informeren en stimuleren van inwoners en als derde de voorbeeldrol van de overheid. Met de komst van de omgevingswet komen er meer mogelijkheden voor een vierde rol: de gemeente kan in het omgevingsbeleid specifieke beleidskeuzes maken over het toevoegen of uitbreiden van bedrijven met een hoog energiegebruik. In het ruimtelijk beleid (bestemmingsplannen, structuurvisie) is op dit moment nauwelijks iets opgenomen over de wenselijkheid vanuit energetisch oogpunt om bepaalde typen bedrijven uit te laten breiden. De structuurvisie is vooral gefocust op het borgen van landschappelijke waardes. In 2021 stelt de gemeente voor het eerst een omgevingsvisie op.
In die omgevingsvisie en de toekomstige daarop gebaseerde omgevingsplannen kan expliciet aandacht worden geschonken aan het aspect duurzaamheid en meer specifiek energiegebruik. Zodat het toevoegen van energie-intensieve bedrijvigheid een bewuste afweging wordt. De glastuinbouwsector neemt zelf het voortouw De glastuinbouw is de grootste energieverbruiker van Horst aan de Maas. Zoals in het duurzaamheidsprogramma is toegelicht, wordt de energietransitie in de glastuinbouw door de sector zelf opgepakt. Dit loopt via meerjarenafspraken met de rijksoverheid en het innovatieprogramma ‘Kas als Energiebron’. In onze gemeente is de Limburgse Land- en Tuinbouw Bond (LLTB) hiermee bezig. Aangezien de glastuinbouw op energiegebied een belangrijke factor is in Horst aan de Maas, worden hierna een aantal lopende initiatieven en ontwikkelingen toegelicht. Initiatieven en ontwikkelingen rond verduurzaming glastuinbouw in Horst aan de Maas Horst aan de Maas kent diverse koplopers. Om energie te besparen zijn glastuinbouwbedrijven gestart met het “Nieuwe Telen”. Met dit teeltconcept, dat voortkomt uit onderzoek van de Wageningen Universiteit, kan een energiebesparing gerealiseerd worden van circa 10%.
Verder is in glastuinbouwgebied Veld Oostenrijk een groep ondernemers gestart met onderzoek naar mogelijkheden om, met behulp van uitgebreide data-analyse, teeltbeslissingen te nemen die overbodig energiegebruik terugdringen. Tot slot heeft Glastuinbouw Nederland recent een landelijke inventarisatie uitgevoerd naar kansrijke duurzaamheidssystemen voor de branche, als
7
Pag. 8 van 21
vervanging van aardgas. Voor de glastuinbouwgebieden in Horst aan de Maas kwam daar uit dat warmte- en koude-opslag in de bodem (WKO) en ondiepe geothermie het meest kansrijk lijken. Overtollige warmte uit de glastuinbouw nuttig gebruiken In de glastuinbouw is in de winter warmte nodig, maar in de zomer worden kassen soms te warm en moet er voor optimale productie juist gekoeld worden. In glastuinbouwgebied Reindonk wordt onderzocht of de overtollige warmte optimaal benut kan worden via een WKO-systeem. Dit vergt nog nader onderzoek. Als het lukt om restwarmte uit de glastuinbouw op te slaan in de bodem, kan dit ook gebruikt worden als warmtebron voor woningen. Daarom is er contact gelegd tussen de glastuinbouwsector en de Werkgroep Warmte van de RES. Zowel de haalbaarheid van WKO-systemen als de potentiële koppelkansen moeten de komende tijd nog verder verkend worden. Biomassa als ‘overgangsoplossing’ voor de glastuinbouw Biomassa wordt in de glastuinbouw ingezet als bron van hernieuwbare warmte. In glastuinbouwgebied Veld Oostenrijk is al enkele jaren een biomassa-installatie Vuursaam in bedrijf (5 MW). Deze biomassa-installatie wekt via houtstook warmte op en levert deze warmte via een leidingnetwerk aan het eigen bedrijf en twee andere bedrijven. Recent is een tweede warmtedistributie-leiding aangelegd.
Warmte van de mestvergister van veehouderij Ashorst (2,4 MW) wordt geleverd aan glastuinbouwbedrijf Limgroup. Over biomassa als duurzame warmtebron is echter steeds meer discussie. Die discussie gaat over de luchtemissies, zoals de uitstoot van fijn stof. Maar vooral over de vraag of het wel duurzaam is, als de biomassa van buiten de regio of zelfs van buiten Nederland wordt gehaald. Het vergisten of verbranden van biomassa wordt, ook door Glastuinbouw Nederland, als een tijdelijke oplossing gezien voor de korte en middellange termijn. Uiteindelijk moet er een duurzamer alternatief komen. Zoals de hiervoor genoemde warmte-opslag in de bodem (WKO) of ondiepe geothermie. Diepe geothermie voorlopig afgevallen als bron van duurzame warmte voor de glastuinbouw In glastuinbouwgebied Californië is in 2015 een innovatief geothermieproject gerealiseerd. Twee putten van ruim 2 kilometer diep zorgden voor duurzame verwarming van circa 40 ha glastuinbouwgebied. Een lichte beving op 6 km diepte in de nabijheid van de geothermie-installatie in september 2018 heeft ervoor gezorgd dat de warmtewinning is stilgelegd. Doordat in onze regio een geologische breuklijn loopt, is het geologisch gezien een complex gebied. Dat maakt het lastig om risico’s te kunnen inschatten en daarom is de vergunning voor de geothermieprojecten niet verlengd.
Op basis van de huidige geologische kennis kan de veiligheid van grootschalige warmtewinning uit deze geothermiebronnen vooralsnog niet worden gegarandeerd. Om een goede afweging te kunnen maken zijn uitgebreide en kostbare aanvullende onderzoeken nodig, waarbij er geen garantie is op een positieve uitkomst. Vanwege de potentieel aanwezige warmtevoorraad en in het belang van de maatschappelijke opgaven met betrekking tot de energie- en warmtetransitie is nader onderzoek naar de specifieke geologie (en daarmee winningsmogelijkheden) toch zéér gewenst. Daarom is Horst aan de Maas, samen met de gemeente Venlo en de Provincie Limburg in overleg met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat om geothermie in de regio nader te onderzoeken en niet als warmtebron uit te sluiten voor de energietransitie. Tot er uitgebreid nader onderzoek gedaan is, is diepe geothermie in elk geval geen bron voor duurzame warmte in onze regio. Ondiepe geothermie, dus warmte halen uit de bodem maar dan minder diep, is mogelijk wel een optie. Maar dat levert een lagere temperatuur op. Ook daar is nader onderzoek naar nodig. Tot zover de update over de glastuinbouw.
8
Pag. 9 van 21
Spoor 3: gemeentelijk vastgoed en maatschappelijke accommodaties Aanpak al eerder toegelicht in twee raadsinformatiebrieven Dit spoor is eerder toegelicht in raadsinformatiebrief 20.143 met als onderwerp “Afhandeling toezegging Raad op de vraag of accommodaties in 2030 al energieneutraal kunnen zijn”, die in de raadsvergadering van 8 december 2020 is behandeld. Deze RIB maakte een onderscheid in vier categorieën: 1. Gemeentelijke accommodaties die we zelf gebruiken, zoals het gemeentehuis en de gemeentewerf; 2. Gemeentelijke accommodaties die maatschappelijk of commercieel verhuurd worden; 3. Scholen die onderdeel zijn van Integraal Huisvestingsplan Onderwijs; 4. Maatschappelijke accommodaties die geen gemeentelijk eigendom zijn. De conclusie was dat er in 2021 bij de herziening van het Meerjaren Investeringsplan (kortweg: MIP) de weg naar energieneutrale gemeentelijke gebouwen en maatschappelijke accommodaties wordt geschetst, waarbij de meerjarige effecten voor de gemeentebegroting ook in beeld worden gebracht. Raadsinformatiebrief 21.052 met als onderwerp “Route energieneutrale accommodaties 2030 nader uitgewerkt” gaat hier nog dieper op in. Deze RIB stond op de agenda van de voorbereidende raadsvergadering van 13 april 2021. De RIB beschrijft dat de gemeentelijke accommodaties die we zelf gebruiken in 2025 gasloos en energieneutraal zijn.
De overige accommodaties die gemeentelijk eigendom zijn, zijn als geheel in 2030 energieneutraal en in 2050 ook individueel. Daarvoor wordt onder andere ingezet op een energiebesparing van 30-35%. Voor de resterende gemeentelijke energievraag (waaronder het energiegebruik van pompen en gemalen en overige energiegebruik in de openbare ruimte) zal participatie in duurzame opwek (zoals via KODE) de aangewezen route naar energieneutraliteit zijn.
Spoor 4: mobiliteit Verduurzaming mobiliteit loopt via Trendsportal De derde grootste energieverbruiker in Horst aan de Maas is mobiliteit. Daaronder valt bijvoorbeeld het brandstofverbruik van auto’s en vrachtwagens. De verduurzaming hiervan is meegenomen in de mobiliteitsvisie die is opgesteld door Trendsportal (samenwerkende gemeenten Noord-Limburg, zie www.trendsportal.nl). Vanuit Trendsportal ondersteunt men de energietransitie door over te schakelen op schone en stille mobiliteit. Concreet heeft men de ambitie dat in 2040 het merendeel van de mensen voor verplaatsingen kleiner dan 10 km de (elektrische) fiets gebruikt en dat het wagenpark in Noord-Limburg in 2040 voor 50% zero emissie is. In 2030 zijn er 750 laadpalen voor elektrische auto’s in Horst aan de Maas. Elektrisch vervoer neemt toe. We vinden het belangrijk om deze groei te stimuleren en dit proces in goede banen te leiden. Om de groei van elektrisch vervoer te faciliteren is laadinfrastructuur noodzakelijk. Op basis van de prognoses blijkt dat we in 2030 ongeveer 750 publiekelijk toegankelijke laadpunten nodig hebben. Op dit moment zijn er ongeveer 60 gerealiseerd. Dit is dus een enorme toename. In 2021 wordt beleid opgesteld voor het plaatsen van openbare laadpalen, op weg naar het doel voor 2030.
9
Pag. 10 van 21
Bijlage 2 Toelichting besparingsdoel en huidig energiegebruik Horst aan de Maas Doelstelling: 35% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2017 In ons duurzaamheidsprogramma #WijGaanGroen uit 2020 is het hoofddoel opgenomen om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Om dat doel te halen is energiebesparing essentieel. De gemeente heeft in KODE haar besparingsambitie vastgelegd: 35% energie besparen in 2030 ten opzichte van 2017. Hoe deze doelstelling tot stand kwam, wordt hieronder toegelicht. Wat voorafging aan huidige doelstelling energiebesparing In 2018 heeft de gemeenteraad bij het vaststellen van de Regionale Energievisie Noord-Limburg voor het eerst een concrete doelstelling voor energiebesparing vastgelegd: 35% energiebesparing voor 2030 ten opzichte van het basisjaar 2012. In 2019 werd een nieuw landelijk Klimaatakkoord gesloten. Dit akkoord focust op het verminderen van de CO2uitstoot. Energiebesparing is in dit akkoord geen doel op zich, maar een middel om de CO2-uitstoot te verminderen. De uitvoering van het landelijke klimaatakkoord pakt Horst aan de Maas op met de RES-regio Noord- en Midden Limburg. De RES-regio heeft als ambitie om door een combinatie van energiebesparing en kleinschalige duurzame opwek (zoals zon op dak) tenminste 25% CO2-emissiereductie te realiseren in 2030 ten opzichte van 2015.
De RES-doelstelling van 25% emissiereductie in de gebouwde omgeving lijkt minder ambitieus dan het eerdere doel om in totaal 35% energie te besparen. Maar deze twee doelen zijn moeilijk te vergelijken. Want ze verschillen in het gebied waarop ze betrekking hebben (alleen de gebouwde omgeving versus de totale gemeente); in reikwijdte (besparing plus kleinschalige duurzame opwek versus alleen besparing), in basisjaar (2015 versus 2012) en in eenheid (Tonnen CO2 versus Joules). Het Kader voor Opwekking van Duurzame Elektriciteit (KODE) dat de gemeenteraad van Horst aan de Maas in december 2020 heeft vastgesteld, biedt uitsluitsel: het doel van Horst aan de Maas is 35% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2017 in de totale gemeente. Dat komt overeen met 2.747 Terajoule. Zie onderstaand diagram dat is overgenomen is uit KODE.
10
Pag. 11 van 21
Energiegebruik Horst aan de Maas daalt al jaren Het doel is om in Horst aan de Maas in 2030 2.747 Terajoule energie bespaard te hebben ten opzichte van 2017. In 2017 was het totale energiegebruik in Horst aan de Maas bijna 7.947 Terajoule (bron: klimaatmonitor). In 2030 willen we uitkomen op 5.200 Terajoule. Het energieverbruik schommelt per jaar, maar de trend sinds 2010 is dalend, blijkt uit diezelfde klimaatmonitor: 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
9070
8377
8670
8487
7182
7399
7830
7947
7710
Totaal bekend energieverbruik (inclusief hernieuwbare warmte, zonnestroom 'achter de meter' en auto(snel)wegen) in TJ
Voor 2019 verwachten we uit te komen op circa 7300 TJ, voor 2020 zijn nog geen gegevens bekend. Onderstaande grafiek laat zien dat het de goede kant op gaat. Als de daling van het energiegebruik het gemiddelde van de periode 2010-2019 volgt, dan is het doel van 35% besparing in 2030 haalbaar. Dat betekent niet dat er geen inspanning nodig is, omdat het allemaal vanzelf gaat. Want de afgelopen jaren is er al veel gedaan om energiebesparing te stimuleren en daar moeten we de komende jaren krachtig mee doorgaan.
Overzicht energieverbruikers in Horst aan de Maas Welke sectoren in Horst aan de Maas gebruiken het meeste energie? Het taartdiagram hiernaast is overgenomen uit KODE en laat zien welke sectoren het meeste energie gebruiken. De grootste energievrager is de landbouwsector en dan met name de glastuinbouw. De tweede energievrager is de sector mobiliteit. Het aandeel industrie is klein. Verder vormen ‘Klein zakelijk gebruik' (MKBbedrijven, maatschappelijke en publieke voorzieningen) en woningen de middenmoot.
11
Pag. 12 van 21
Bijlage 3 Evaluatie Stimuleringsregeling Woningverduurzaming (raadstoezegging 2019.075) Samenvatting Van mei 2019 tot eind 2020 gold in Horst aan de Maas de Stimuleringsregeling Woningverduurzaming. Hiermee konden inwoners 50% subsidie krijgen voor een energie-advies voor hun bestaande woning. Er is zeer weinig gebruik gemaakt van deze regeling, ondanks extra promotie. We concluderen dat de regeling onvoldoende meerwaarde bood. Er is inmiddels een digitaal alternatief. Sinds januari 2021 is Horst aan de Maas aangesloten bij het Duurzaam Bouwloket. Via dit loket kunnen inwoners gratis een digitaal energie-advies uitwerken, inclusief een stappenplan om toe te werken naar een aardgasvrije woning. Dit is een nieuwe en gemakkelijke manier om advies te krijgen over verduurzaming van een bestaande woning. Achtergrond stimuleringsregeling woningverduurzaming De doelstelling van de regeling was het stimuleren van verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Dit gebeurde door subsidie te geven voor een energieadvies door een erkende energieadviseur. Maximaal 50% van de kosten werd vergoed, tot een maximum van €175. De subsidie werd achteraf uitbetaald. De subsidie was gericht op eigenaar/bewoners. De regeling werd in het voorjaar van 2019 vastgesteld door de gemeenteraad, met een subsidieplafond van €17.500. De regeling liep tot 31 december 2020.
De regeling is weinig gebruikt ondanks extra promotie Er is weinig gebruik gemaakt van de stimuleringsregeling. In de eerste 12 maanden zijn 6 aanvragen ingediend, waarvan 4 goedgekeurd. In totaal is €700 van het beschikbare budget van €17.500 uitgekeerd. Extra promotie van de regeling, onder andere tijdens de Greune Mèrt op 27 oktober 2019, heeft niet tot meer aanmeldingen geleid. Terwijl de afkoppelingsregeling voor hemelwater bijvoorbeeld wel extra aanmeldingen kreeg na de Greune Mert. Mogelijk komt dit voor een deel ook doordat de rijksoverheid ook subsidie bood op een energieadvies, als onderdeel van de zogenaamde SEEH-regeling. Conclusie We concluderen dat de stimuleringsregeling geen meerwaarde bood. Om die reden is toen het einde van de looptijd van de regeling naderde geen voorstel gedaan om te verlengen. Door aan te sluiten bij het Duurzaam Bouwloket hebben we inmiddels een voor inwoners gemakkelijk en gratis toegankelijk digitaal alternatief.
Afbeelding: screenshot van energie-adviesmodule van het duurzaam bouwloket
12
Pag. 13 van 21
Bijlage 4 Energiebesparing en duurzame warmte in het duurzaamheidsprogramma 2020-2050 #WijGaanGroen - vastgesteld door de gemeenteraad op 18 februari 2020
13
Pag. 14 van 21
14
Pag. 15 van 21
15
Pag. 16 van 21
16
Pag. 17 van 21
17
Pag. 18 van 21
18
Pag. 19 van 21
19
Pag. 20 van 21
20
Pag. 21 van 21
21