RIB.21.056 Statushouders
Tekst van het document
Stuknummer: 21.0001352
Raad 18-05-2021 RIB.21.056
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: R. Bouten
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 15/03/2021
status
: Toezeggingen, nummer: 2020.239 en 2020.053
openbaar
: Ja
Onderwerp RIB Toezegging informatie over statushouders en informatie over de nieuwe Wet Inburgering.
Aanleiding De raad ontvangt een RIB waarin wordt ingegaan op de taakstelling, spreiding en vermijding van uitkeringsafhankelijkheid van nieuwkomers. Met deze RIB komen we ook tegemoet aan de toezegging die op 18 februari 2020 is gedaan, dat: ernaar moet worden gestreefd dat statushouders z.s.m. (parttime) aan het werk zijn en daardoor niet of slechts zeer tijdelijk afhankelijk zijn van een (volledige) bijstandsuitkering; de gemeente Horst aan de Maas vooruitlopend op de nieuwe Wet inburgering komt tot een verfrissende aanpak van integratie en participatie van statushouders; invulling wordt geven aan deze aanpak met partners, waaronder hulpverlening, onderwijs en bedrijven; het percentage statushouders dat na drie jaar nog een volledige bijstandsuitkering ontvangt per 1 januari 2022 maximaal 15% bedraagt; we een inhaalslag maken voor de statushouders die hun inburgeringstraject hebben afgerond en komen tot een gerichte aanpak voor versnelde toeleiding naar werk. Tevens informeren we de raad hierbij over de nieuwe Wet Inburgering die op 1 januari 2022 ingaat en de voorbereiding hierop. Gemeenten worden dan namelijk verantwoordelijk voor de uitvoering van die wet.
Beantwoording Taakstelling huisvesting statushouders Elk half jaar legt het rijk gemeenten een taakstelling op voor het huisvesten van statushouders. De provincie ziet toe op de realisatie van deze taakstelling.
Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA
Postadres / PostCodePA PlaatsPA
T TelefoonNummer
F FaxNummer
Pag. 2 van 4
Onze taakstelling bedroeg voor 2020 in totaal 30. We hebben in 2020 19 statushouders gehuisvest. De reden hiervoor was het te beperkt beschikbare aanbod van sociale huurwoningen. In 2020 is door Wonen Limburg 9% van de vrijgekomen woningen beschikbaar gesteld aan statushouders. De taakstelling voor het eerste halfjaar 2021 bedraagt 33. Naar verwachting bedraagt de taakstelling voor het tweede halfjaar ook rond de 30. Inclusief de achterstand van 2020 betekent dit dat we in 2021 rond de 75 statushouders moeten huisvesten. Omdat hieronder ook kinderen en nareizigers vallen betekent dit overigens niet dat er 75 woningen beschikbaar gesteld moeten worden. De oorzaak voor die fors verhoogde taakstelling is een inhaalslag van de IND, die haar achterstand in de beoordeling van asielaanvragen in 2021 zoveel mogelijk wil wegwerken. De verwachting is dan ook dat de taakstelling in 2022 weer lager zal uitvallen. Om als gemeente zelf een bijdrage te leveren aan de realisatie van de taakstelling komen we met voorstellen om tijdelijk extra woonruimte te creëren. Dit verwachten we in juni aan het college en raad ter besluitvorming aan te bieden. Niettemin moeten we er rekening mee houden dat we de taakstelling voor 2021, incl. de achterstand van 2020, waarschijnlijk niet kunnen realiseren.
De provincie onderneemt als toezichthouder bepaalde acties, afhankelijk van de omvang van de achterstand. Dit varieert van signaleren en nadere informatie opvragen tot een ‘indeplaatsstelling’. In dat geval neemt de provincie maatregelen om te voorzien in de huisvesting van statushouders, op kosten van de gemeente. Zo heeft de provincie naar aanleiding van onze achterstand op 31 december 2020 ons gevraagd wat we ondernemen om de achterstand in te lopen. Hierop is geantwoord dat we met de woningcorporatie hierover het gesprek voeren en dat we als gemeente de mogelijkheden onderzoeken om tijdelijk extra woonruimte te creëren. Bij de huisvesting van statushouders streven we in samenwerking met Wonen Limburg naar spreiding over de hele gemeente. In bijlage 1 is een overzicht toegevoegd met een nadere duiding van de spreiding in de huisvesting van statushouders gedurende de afgelopen 5 jaar.
Diverse informatie met betrekking tot statushouders Omdat er geen specifiek doelgroepenbeleid binnen de Participatiewet wordt gevoerd, wordt informatie over statushouders bij het team Werk Inkomen Zorg niet afzonderlijk geregistreerd. Om toch over enige informatie met betrekking tot deze doelgroep te beschikken en om onze resultaten te kunnen vergelijken met andere gemeenten, nemen we sinds 2019 deel aan de Benchmark Statushouders van Divosa. Eind vorig jaar hebben we de resultaten ontvangen die betrekking hebben op de periode van 2014 tot en met 31 december 2019. De Benchmark is daarmee niet helemaal actueel, maar geeft daarmee toch informatie over onder meer:
De resultaten met betrekking tot de Wet Inburgering; In de Benchmark staan geen absolute aantallen vermeld over de deelname aan de Wet Inburgering. Wel zien we het percentage statushouders uit Horst aan de Maas op 31 december 2019: met een inburgeringsplicht (44%); dat een ontheffing heeft gekregen (18%); dat is geslaagd (32%).
2
Pag. 3 van 4
Werk en uitkeringsafhankelijkheid van statushouders. Het percentage statushouders dat eind 2019 bijstand ontving is gedaald ten opzichte van de voorgaande benchmark (2013 t/m 2018): van 88% naar 62%. Het percentage statushouders dat werkzaam is, steeg van 15% naar 29%. We hebben in Horst aan de Maas geïnvesteerd in een consulent die zich specifiek richt op de participatie van statushouders. Deze persoon kijkt samen met de statushouder naar de meest passende route in het kader van participatie. We gaan niet altijd voor de snelste route, maar wel voor de weg die leidt tot duurzame participatie. De inzet richt zich in beginsel op economische participatie (betaalde arbeid/uitkeringsonafhankelijkheid), maar als dat niet haalbaar is, zetten we in op maatschappelijke participatie (vrijwilligerswerk, werkervarings- en participatieplekken, lid van vereniging, deelname aan andere sociale netwerken). De intensiteit hiervan is afhankelijk van de zelfredzaamheid van de inburgeraar. We zien het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid dat de inburgeraar hierin slaagt. En daarmee lopen we vooruit op de nieuwe Wet Inburgering die op ons afkomt. Bovendien beschouwen we inburgering als onderdeel van de brede visie op participatie. Inburgering is meer dan het kennis opdoen van de Nederlandse taal en maatschappij.
Inburgering is een middel, naast andere middelen, om mee te kunnen doen in de samenleving. In deze brede opvatting wordt inburgering tegelijk en afgestemd ingezet met andere onderdelen en middelen uit het sociale domein, zoals de Participatiewet, sport, zorg enzovoorts. We denken namelijk dat een brede visie op participatie de inburgering versterkt en daarmee ook de snelheid en effectiviteit van duurzame participatie. In bijlage 2 is een samenvatting van de Benchmark Statushouders met de belangrijkste resultaten opgenomen.
Wet Inburgering De belangrijkste aanleiding voor de nieuwe Wet Inburgering is dat in de huidige wet onvoldoende aandacht is voor participatie en dat daardoor teveel statushouders aangewezen blijven op bijstand. Daarbij speelt mee dat in de huidige wet statushouders zelf verantwoordelijk zijn voor het organiseren van hun inburgering. Bovendien is het huidige stelsel ingewikkeld, niet effectief en haalt een grote groep inburgeraars het inburgeringsexamen niet, maar krijgt ontheffing. Het belangrijkste uitgangspunt in de nieuwe Wet Inburgering is dan ook ‘iedereen doet mee, liefst via werk’. We bereiden ons zowel lokaal als regionaal voor op deze nieuwe taak. De regie op de uitvoering van de Wet Inburgering komt vanaf 1 januari 2022 bij de gemeente te liggen. Dat betekent dat we als gemeente veel meer kunnen sturen op participatie. Via werk en als dat niet haalbaar is op andere wijze, bijv. via vrijwilligerswerk. De nieuwe wet omvat verschillende onderdelen, zoals een Brede Intake, een Plan Inburgering en Participatie, drie soorten leerroute, ontzorging, maatschappelijke begeleiding, het Participatieverklaringstraject en de Module Arbeidsmarkt en Participatie. Gemeenten krijgen tot op zekere hoogte de vrijheid om besluiten te nemen over de invulling en uitvoering van deze onderdelen.
Ter voorbereiding op de nieuwe Wet Inburgering zijn we eind 2020 in samenwerking met Vluchtelingenwerk en de Kredietbank gestart met een pilot ontzorging, voor statushouders die zich sindsdien in onze gemeente vestigen. In deze pilot betaalt de Kredietbank voor een bepaalde periode alle vaste lasten voor de statushouders. Tegelijkertijd leert de statushouder van zijn maatschappelijk begeleider van Vluchtelingenwerk hoe hij/zij zelfstandig een financiële huishouding voert.
3
Pag. 4 van 4
Daarnaast zijn we een inkooptraject gestart voor de uitvoering van de maatschappelijke begeleiding vanaf 1 juli a.s.. In dat kader vragen we op korte termijn enkele aanbieders om een offerte uit te brengen op basis van een programma van eisen met betrekking tot de maatschappelijke begeleiding van statushouders. Verder zijn we met de NLW en een aanbieder van inburgering in gesprek over een nog voor de zomer te starten pilot, waarin we voor een aantal inburgeraars een duaal inburgeringstraject aanbieden. Dat houdt in dat zij naast het reguliere inburgeringsprogramma, aanvullend een programma krijgen aangeboden dat gericht is op duurzame participatie. De bedoeling is het onderdeel gericht op participatie lokaal uit te voeren en ook toegankelijk te maken voor andere uitkeringsgerechtigden. Kortom, we zien de Wet Inburgering als een kans om samen met andere organisaties en de statushouder zelf, deze zoveel mogelijk duurzaam te laten participeren, bij voorkeur via werk. En als dat niet of onvoldoende haalbaar is op een andere wijze, bijv. via vrijwilligerswerk. Waar mogelijk benutten we onderdelen van de nieuwe Wet Inburgering ook voor het taalonderwijs en de integratie van arbeidsmigranten. Naar verwachting bieden we in november 2021 een Verordening Wet Inburgering ter vaststelling aan de raad aan.
We zijn voornemens in september een themabijeenkomst te organiseren, waarin we u interactief meenemen in de verschillende onderdelen van de nieuwe Wet Inburgering, hoe we denken daar uitvoering aan te gaan geven en hoe ver we zijn gevorderd met de voorbereiding. In bijlage 3 vindt u een nadere toelichting op de nieuwe Wet Inburgering en de verschillende onderdelen van deze wet.
Bijlagen 1. Overzicht spreiding huisvesting statushouders. 2. Samenvatting Rapportage Benchmark Statushouders. 3. Toelichting op de nieuwe Wet Inburgering.
4
Bijlage 1
Overzicht spreiding huisvesting statushouders
Overzicht van de taakstelling en de realisatie van de taakstelling huisvesting statushouders in de periode 01-01-2016 t/m 31-12-2020
2016 2017 2018 2019 2020 Totaal
Taakstelling
Gerealiseerd
106 57 59 30 30 282
97 68 49 41 19 274
Overzicht van beschikbaar gestelde woonruimte voor statushouders in periode 01-01-2016 t/m 31-122020, verspreid over Horst aan de Maas
Aantal woningen voor statushouders
Aantal woningen dat is verhuurd
42 8 12 8
529
1430
13.071
Sevenum
13
121
365
6072
Grubbenvorst
9
81
249
4728
Broekhuizenvorst
4
32
99
1042
Meerlo
4
20
78
1887
Meterik
4
59
61
1676
Tienray
3
37
87
1280
Lottum
2
28
71
1950
Melderslo
2
12
62
2127
America
1
34
148
2037
Kronenberg
1
11
33
1115
Swolgen
1
10
37
1259
Hegelsom
0
17
88
1956
86 woningen
991 woningen
2808 woningen
40.200 inwoners
Horst
In de Riet Norbertuswijk Mussenbuurt
Totaal
Aantal Aantal huurwoningen inwoners Wonen Limburg 01-01-2020
Enkele conclusies:
In totaal werden in de gemeente in de periode 2016 tot en met 2020 dus 991 woningen verhuurd waarvan 86 aan statushouders. Dat betekent dat ca. 9% van de vrijgekomen huurwoningen beschikbaar zijn gesteld voor de huisvesting van statushouders. Enkele kernen hebben bovengemiddeld bijgedragen aan deze taakstelling zoals bv. Meerlo en Melderslo. Andere kernen hebben minder, of niet bijgedragen (Hegelsom).
N.B. Het is niet mogelijk in het systeem van Wonen Limburg om binnen de kern Horst een uitsplitsing te maken op wijkniveau.
In genoemde periode is ongeveer 3% van het totale woningbezit van Wonen Limburg in Horst aan de Maas, beschikbaar gesteld voor de huisvesting van statushouders. In genoemde periode hebben we in totaal 274 statushouders gehuisvest. Dat is ongeveer 1,5% van het aantal inwoners in Horst aan de Maas.
Bijlage 2 Samenvatting Divosa Benchmark Statushouders
Inleiding De Divosa Benchmark Statushouders biedt u de mogelijkheid de situatie in uw gemeente te vergelijken rondom de volgende vragen: Hoeveel statushouders heeft mijn gemeente gehuisvest? Wie zijn de gehuisveste statushouders in mijn gemeente? Hoe staat het met hun inburgering? En hoe vergaat het hen qua werk, inkomen en onderwijs? En van welke voorzieningen maken zij gebruik? Het vergelijken van de eigen cijfers met andere gemeenten geeft u meer inzicht in de eigen situatie en is een startpunt voor leren en verbeteren samen met andere gemeenten. Definitie statushouder Tot de statushouders rekenen we alle personen die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd hebben ontvangen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), inclusief nareizigers en gezinsherenigers. In dit onderzoek kijken we niet naar verblijfstitelcodes, zoals opgenomen in het Vreemdelingen Administratie Systeem. Deze codes zijn ook niet opgenomen in de databestanden van het CBS. We volgen voor dit onderzoek de hele groep statushouders die vanaf begin 2014 een verblijfsvergunning asiel in Nederland hebben gekregen. De Divosa Benchmark Statushouders geeft een beeld van deze mensen vanaf het moment dat ze zich in de gemeente gehuisvest hebben en daar ingeschreven staan. De groep die niet staat ingeschreven blijft dus buiten deze cijfers.
De mensen in het cohort blijven we volgen na een naturalisatie. Deze mensen verdwijnen uit beeld als ze zijn uitgeschreven bij de gemeente, bijvoorbeeld vanwege een verhuizing of overlijden. Door de groep statushouders in de gemeente op deze wijze in beeld te brengen, groeit de groep die we volgen. Er vestigen zich immers elk jaar nieuwe statushouders in de gemeente. Bij de interpretatie van de gegevens moeten we dit altijd in het oog houden. De groep statushouders die we volgen telt immers mensen die al enkele jaren in de gemeente verblijven én personen die er pas kort wonen. De definities van en uitleg over de verschillende indicatoren zijn opgenomen in de bijlage. Specifieke groepen statushouders volgen en met elkaar vergelijken Voor grote en middelgrote gemeenten is het interessant om een groep statushouders die in een specifiek jaar binnenkwam te volgen. Om te zien welk effect een bepaalde bestuurlijke maatregel had bijvoorbeeld. Ook het vergelijken van groepen statushouders uit verschillende jaren is dan interessant. Hoe kan het dat in een bepaald jaar meer statushouders slaagden voor hun inburgeringsexamen? Waarom werken in de ene groep gemiddeld meer statushouders dan in de andere? Om een specifieke groep statushouders (een cohort) te kunnen volgen én te kunnen vergelijken met andere groepen, hebben we voor elk jaar sinds 2015 cohortrapportages opgesteld.
Deze vind je op de rapporten pagina.
Data-bronnen voor deze benchmark: CBS, COA, IND en DUO De cijfers in deze rapportage van de Divosa Benchmark Statushouders zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Het CBS heeft voor deze benchmark op ons verzoek een databestand samengesteld. In dit bestand zijn opgenomen: COA-data over asielopvang IND-data over verleende verblijfsvergunningen asiel en gezinshereniging DUO-data over inburgering en onderwijs Informatie uit het Stelsel van Sociaal-statistische bestanden (SSB) van het CBS over:PersoonskenmerkenWoonsituatie/verhuizingenWerk/bijstandJeugdzorgRe-integratievoorzieningenWmo Niet alle indicatoren altijd gevuld De groep statushouders in een gemeente is gemiddeld genomen vrij klein (0,006% van de bevolking). Bij een aantal indicatoren waarbij de groep statushouders meer in detail wordt uitgesplitst, zullen de aantallen daarom zo klein zijn dat het CBS daar niet meer over kan rapporteren vanwege het risico dat er individuen herkenbaar zijn. Het gaat om groepen die kleiner zijn dan 5 personen. Dit speelt vooral bij de eerste peilmomenten.
Kleinere gemeenten met rond de 20.000 inwoners zullen dat bij de latere peildata tegenkomen bij een aantal indicatoren zoals bij het percentage jongeren dat gebruik maakt van jeugdzorg, het percentage geslaagde inburgeraars van een specifieke nationaliteit, de onderverdeling van werkende statushouders naar de omvang van hun dienstverband, de onderverdeling van onderwijsvolgende statushouders naar onderwijsniveau en het percentage statushouders met een ontheffing of vrijstelling. Hierdoor kan het voorkomen dat indicatoren op 0% staan of dat een onderverdeling van een groep statushouders niet tot 100% optelt. Benchmarken: cijfers vergelijken Gemeenten kunnen zich in deze rapportage en op het online benchmarkplatform vergelijken met andere gemeenten, groepen van gemeenten of het gemiddelde van alle gemeenten in de benchmark.
Samenvatting Benchmark Statushouders van Divosa Toelichting Deze benchmark heeft betrekking op de statushouder die zich sinds 2014 in Horst aan de Maas heeft gevestigd. De peildatum voor de resultaten van de benchmark is 31 december 2019. Hieronder zijn een aantal resultaten voor onze gemeente op een rijtje gezet.
Algemene informatie:
Aantal statushouders in gemeente 31-12-2019
Horst aan de Maas
300
Aantal vrouwen
140
Aantal mannen
160
In- en uitstroom statushouders in gemeente in absolute aantallen Horst aan de Maas
31-12-2019
Instroom vanuit andere gemeente
10
Uitstroom naar andere gemeente
55
Netto resultaat in- en uitstroom door verhuisbewegingen
-45
Aantallen gehuisveste statushouders naar nationaliteit Horst aan de Maas
31-12-2019
Syrië
185
Irak
10
Afghanistan
5
Eritrea
65
Iran
5
Anders
35
Aantallen gehuisveste statushouders naar leeftijd Horst aan de Maas
31-12-2019
0-17 jaar
130
18-26 jaar
50
27-44 jaar
90
45-64 jaar
30
65 jaar en ouder
0
Aantallen gehuisveste statushouders naar plaats in huishouden Horst aan de Maas
31-12-2019
Alleenstaand
40
Ouder in 1-oudergezin
15
Partner in paar met kinderen
90
Partner in paar zonder kinderen
10
Thuiswonend kind
145
Anders
5
Informatie over de inburgering: Onderstaande info heeft betrekking op inburgeringsplichtige statushouders in de leeftijd van 18-65 jaar. Horst aan de Maas
31-12-2019
Statushouders met inburgeringsplicht
44%
Statushouders met een ontheffing van de inburgeringsplicht
18%
Statushouders met een verlenging van de inburgeringstermijn
8%
Statushouders die geslaagd zijn voor hun inburgering
34%
Gemiddelde duur van het inburgeringstraject
33 maanden
Informatie over werk, uitkering en onderwijs: Aantal werkende statushouders in gemeente Horst aan de Maas In aantal In percentage
31-12-2019 50 29%
Aantallen per arbeidsvolume Horst aan de Maas
31-12-2019
Kleiner dan 0,3 fte
10
Tussen 0,3 en 0,8 fte
10
Groter dan 0,8 fte
30
Meer dan 1 baan
5
Horst aan de Maas
31-12-2019
Statushouders met een bijstandsuitkering
62%
Statushouders dat onderwijs volgt N.B. In de leeftijdscategorie 18-30 jaar ligt dit op
12% 25%
Aantallen naar economische positie gehuisveste statushouders Horst aan de Maas
31-12-2019
Werk
50
Onderwijs
20
Bijstandsuitkering
105
Bijlage 3
Toelichting op de nieuwe Wet Inburgering
Aanleiding Gebleken is dat de huidige Wet Inburgering om diverse redenen niet goed functioneert. Sinds 2013 ligt de verantwoordelijkheid voor deelname aan het inburgeringsprogramma bij de inburgeringsplichtige. Te weinig deelnemers behalen echter het inburgeringsexamen, maar ook te weinig statushouders slagen erin om werk te vinden. Met als gevolg dat velen afhankelijk blijven van een uitkering en mede als gevolg daarvan onvoldoende participeren in onze samenleving. In de nieuwe Wet Inburgering is taal niet meer het uiteindelijke doel, maar participatie. Liefst via werk, maar anders via vrijwilligerswerk. Uiteraard blijft taal wel een belangrijk middel om participatie mogelijk te maken. Om de participatie van inburgeringsplichtigen te bevorderen, wordt de regie op de uitvoering van de Wet Inburgering weer teruggelegd bij de gemeenten. Daarnaast kenmerkt de nieuwe wet zich door een integrale benadering aan de hand van verschillende onderdelen, zoals een Brede Intake, maatschappelijke begeleiding, ontzorging, drie leerroutes, een participatieverklaringstraject (PVT) en een module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). De beoogde ingangsdatum van de nieuwe Wet Inburgering is 1 januari 2022. In deze notitie wordt op hoofdlijnen toegelicht uit welke onderdelen de nieuwe Wet Inburgering bestaat en wat de stand van zaken is bij de voorbereiding op de verschillende onderdelen.
We hebben de ambitie om in 2021 de nieuwe instroom van statushouders alvast zoveel mogelijk te laten kennismaken met de uitgangspunten van de nieuwe Wet Inburgering. Verschillende onderdelen van de Wet Inburgering Hieronder worden de verschillende onderdelen van de Wet Inburgering kort toegelicht en wordt beschreven wat de stand van zaken is in de voorbereiding. Financiële ontzorging Met ingang van 1 januari 2022 worden gemeenten verplicht om financiële ontzorging toe te passen bij statushouders die zich vanuit het AZC in de gemeente vestigen. Dit wordt niet in de nieuwe Wet Inburgering geregeld, maar in de Participatiewet. Er is echter wel een duidelijke link met onderdelen uit de nieuwe inburgeringswet, zoals de maatschappelijke begeleiding en de Brede Intake. Het doel van de financiële ontzorging: - Het bevorderen van het inburgeringsproces; - Het bevorderen van deelname aan de arbeidsmarkt; - Het voorkomen van schuldenproblematiek. De aanleiding voor de financiële ontzorging: De eerste maanden na vestiging vanuit een AZC in een gemeente is de financiële situatie van de statushouder erg instabiel, omdat toeslagen niet meteen worden verstrekt en ook bijv. de facturering en incasso van de zorgpremie en de energielasten niet meteen plaatsvindt, maar vaak wat later met terugwerkende kracht en dan voor meerdere maanden tegelijk. Dat betekent bijv.
dat in de eerste maanden van de bijstandsuitkering de volledige huur betaald moet worden, terwijl er nog geen huurtoeslag is toegekend. De uitkering is daarvoor ontoereikend. We zijn in november 2020 gestart met een pilot ontzorging. In een nauwe samenwerking tussen de gemeentelijke schuldhulpverlener, de Kredietbank en de maatschappelijk begeleider van Vluchtelingenwerk, worden statushouders ’ontzorgd’, die zich vanuit het AZC in onze gemeente vestigen. Concreet houdt dit in dat de bijstandsuitkering gedurende een periode van 6 maanden wordt overgemaakt naar de Kredietbank, die vervolgens zorgt voor de betaling van huur, energie, water, zorgverzekering en
internet, tv- en telefoonabonnement. Ook de belastingtoeslagen worden door de belastingdienst rechtstreeks overgemaakt naar de Kredietbank. Tegelijkertijd leert de maatschappelijk begeleider de statushouder wat een financiële huishouding betekent en hoe te budgetteren. Periodiek vindt overleg plaats tussen de schuldhulpverlener, maatschappelijk begeleider en statushouder over de voortgang. Afhankelijk hiervan wordt het budgetbeheer geleidelijk aan afgebouwd en neemt de statushouder de regie over zijn financiële huishouding steeds meer over. Maatschappelijke begeleiding In de nieuwe Wet Inburgering is de verplichting opgenomen om maatschappelijke begeleiding te bieden aan statushouders die zich vanuit het AZC in de gemeente vestigen. In de wet is op hoofdlijnen beschreven waaruit die begeleiding bestaat en waarop die is gericht, namelijk: - de asielstatushouder kennis over de praktische organisatie van de Nederlandse samenleving te verschaffen; - de asielstatushouder te begeleiden en te ondersteunen, met de bedoeling om zijn of haar zelfredzaamheid en participatie te vergroten; - randvoorwaarden te scheppen, zodat de asielstatushouder tijdig met het inburgeringstraject kan starten. Er wordt aan de gemeente overgelaten welke invulling en duur hieraan wordt gegeven.
Het belangrijkste doel van de maatschappelijke begeleiding is dat deze leidt tot zelfredzaamheid in onze samenleving, integratie en participatie. De maatschappelijke begeleiding wordt in onze gemeente al sinds jaren uitgevoerd door Vluchtelingenwerk, die hiervoor een budgetsubsidie ontvangen. We gaan echter per 1 juli 2021 via een meervoudige onderhandse inkoopprocedure de maatschappelijke begeleiding opnieuw ‘in de markt’ zetten. Daarbij stellen we voorwaarden in het programma van eisen die aansluiten bij de nieuwe Wet Inburgering, om ervoor te zorgen dat de maatschappelijke begeleiding ook een integraal onderdeel vormt van het inburgeringsprogramma. Brede Intake en Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie De nieuwe Wet Inburgering schrijft voor dat er een Brede Intake (BI) wordt afgenomen. Het doel van de BI is om de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van de statushouder op het gebied van inburgering en participatie in beeld te krijgen. De inhoud van de BI bestaat o.a. uit een leerbaarheidstoets, in beeld brengen van genoten opleiding, taalniveau, werkervaring, werknemersvaardigheden, praktische competenties, motivatie en interesse. De uitkomsten van de BI worden vertaald in een Persoonlijk plan Inburgering en Participatie (PIP), die in een beschikking wordt vastgelegd. De PIP bestaat in elk geval uit de leerroute inburgering, overige inburgeringsafspraken (bijv.
over vrijwilligerswerk, stage en/of taalles), de ondersteuning vanuit de gemeente en afspraken over de financiële ontzorging. We onderzoeken op dit moment de mogelijkheden op een Starttraject Inburgering, dat tevens bijdraagt aan de Brede Intake. Daarbij kijken we of het ondanks het relatief beperkte aantal inburgeringsplichtigen mogelijk is om dit starttraject in onze gemeente te organiseren. Waarom lokaal: - Deze draagt meer bij aan ‘gewenning’ in de nieuwe woonplaats; - Het biedt de mogelijkheid om gebruik te maken van bestaande lokale structuren; - Het bevordert een efficiënte samenwerking tussen gemeente, maatschappelijke begeleiding en de uitvoerder van het starttraject; - Het voorkomt reisproblemen en reiskosten. (N.B. al onze inburgeringsplichtigen zijn op dit moment aangewezen op inburgeringslessen in Blerick of Venray).
Gedurende dat starttraject van ca. 3 maanden wordt onder meer aan de volgende onderwerpen aandacht geschonken: - Taalonderwijs; - De leerbaarheid en competenties van de statushouder; - Zijn interesse, werkervaring en scholing; - Kennismaking met verschillende werksectoren; - Gezondheidszorg in Nederland en Horst aan de Maas in het bijzonder; - Aandacht voor een gezonde leefstijl, met specifieke (praktische) aandacht voor sport en bewegen; - Wonen in Horst aan de Maas; - Persoonlijke motivatie, houding en gedrag;
De leerroutes In de huidige Wet Inburgering is taal nog het doel. In de nieuwe wet moet de taal echter functioneel en ondersteunend worden aan het hoofddoel, ‘participatie’. De nieuwe Wet Inburgering heeft straks drie leerroutes: de B1-route, de Z-route en de Onderwijsroute. De keuze voor een route, en voor een deel ook de inhoud van de route, moet worden bepaald aan de hand van de Brede Intake en het persoonlijke Plan Inburgering en Participatie. Hoewel die drie routes in 2021 nog ontbreken willen we graag in 2021 zoveel mogelijk met 1 aanbieder van inburgering tot afspraken komen over het inburgeringsprogramma in 2021. Dat betekent dat we de statushouders die we in 2021 gaan huisvesten, stimuleren om in te burgeren bij die aanbieder. Kanttekening hierbij is wel dat de statushouder nog het recht heeft zijn eigen keuze voor een aanbieder van inburgering te maken. Nadere toelichting op de leerroutes: - De B1-route: Deze route is bedoeld voor alle inburgeraars die geacht worden niveau B1 te kunnen halen. Binnen de nieuwe inburgeringswet is de taaleis namelijk verhoogd van niveau A2 naar B1. Ook wordt inburgering gecombineerd met participatie, zoals (vrijwilligers)werk. - De Onderwijsroute: de Onderwijsroute is voor jongeren tot 28 jaar. Het is een voltijds-traject van ongeveer 2 jaar. Inburgeraars studeren af op taalniveau B1 en krijgen een aantal noodzakelijke vakken.
Het doel van de Onderwijsroute is instroom in vervolgonderwijs op alle niveaus – van mbo tot hbo en wo. Een Nederlands diploma van niveau mbo-2 of hoger geldt als startkwalificatie en biedt een goede startpositie op de arbeidsmarkt. Instroom in opleidingen van mbo-niveau 2 of hoger is daarom gewenst. - De Z-route: Dit is de Zelfredzaamheidsroute, bedoeld voor inburgeraars met een lage leerbaarheid. Het is een intensief traject van zo’n 2 jaar, gericht op het zelfstandig kunnen meedraaien in de maatschappij. Deze route wordt niet afgesloten met een examen, maar is volbracht na een eindgesprek met de gemeente en het behalen van een minimale urennorm van 1.600 uur. Met de Z-route wordt tevens beoogd om het verlenen van ontheffingen voor de inburgeringsplicht tegen te gaan. De inkoop van deze leerroutes zal in 2021 via een inkoopprocedure plaatsvinden. Voor de Onderwijsroute zal dit regionaal gebeuren, gelet op de beperkte omvang van deze doelgroep per gemeente. De beide andere leerroutes zullen lokaal worden ingekocht.
Participatieverklaringstraject en Module Arbeidsmarkt en Participatie Naast de 3 leerroutes bestaat de inburgeringsplicht ook uit deelname aan een Participatieverklaringstraject (PVT) en een module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). - PVT: Via het participatieverklaringstraject maakt de inburgeraar kennis met de Nederlandse kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie. Hierbij kan worden gedacht aan gelijke rechten voor mannen en vrouwen, het recht om jezelf te ontplooien door onderwijs, het mogen kiezen van je partner en het recht om je eigen mening te uiten.
-
Het traject wordt afgesloten met het ondertekenen van de participatieverklaring. Hiermee verklaart de inburgeraar dat hij kennis heeft genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving, dat hij deze respecteert en dat hij actief een bijdrage wil leveren aan de samenleving. MAP: Gemeenten moeten inburgeraars in de eerste 18 maanden van de inburgering de MAP aanbieden. Doel is om de competenties en arbeidskansen van de inburgeraar inzichtelijk te krijgen. Onderdeel van de MAP is daarom ook de praktische inzet op de arbeidsmarkt – denk aan vrijwilligerswerk, stage, werkervaringsplaats, betaald werk.
Beschikbare financiële middelen Vanaf 2022 ontvangt elke gemeente een budget voor uitvoeringskosten van de Wet Inburgering en een budget voor Inburgeringsvoorzieningen. - De uitvoeringskosten: De vergoeding voor uitvoeringskosten wordt verstrekt via het Gemeentefonds en is bedoeld voor de uitvoering van de Brede Intake, het Plan Inburgering en Participatie, het voeren van voortgangs- en handhavingsgesprekken, ontzorging, beleid en ondersteunende processen. De vergoeding wordt geraamd op € 4.200,- per statushouder en € 2.700,- per gezinsmigrant. - Budget voor Inburgeringsvoorzieningen: Dit budget is een Specifieke Uitkering, bedoeld voor de uitvoering van de leerroutes, maatschappelijke begeleiding, het participatieverklaringstraject, de module arbeidsmarkt en participatie en tolkeninzet. De vergoeding wordt geraamd op € 13.100 per statushouder en € 600,- per gezinsmigrant. Op basis van een raming worden de budgetten aanvankelijk bepaald. Achteraf vindt een definitieve vaststelling plaats op basis van werkelijke volumes. Het rijk heeft vanaf 2019 al financiële middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten voor de voorbereiding op de nieuwe Wet Inburgering.