CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.21.055 Beleid biomassa centrale

Gemeenteraad 6 april 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven1.211 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stuknummer: 21.0002286

Raad 20-04-2021 RIB.21.055

raadsinformatiebrief van

: Burgemeester en wethouders

portefeuillehouder

: M.M.C. Kuipers

aan

: De leden van de gemeenteraad

datum

: 22/03/2021

status

: Schriftelijke raadsvragen

openbaar

: Ja

Onderwerp RIB beantwoording raadsvragen D66-GroenLinks inzake beleid biomassa centrale

Aanleiding Op 2 maart 2021 ontvingen wij van de fractie D66-GroenLinks raadsvragen inzake het beleid omtrent biomassa(centrales). Hieronder leest u onze antwoorden op deze raadsvragen. Onder de door u gestelde vragen treft u onze reactie.

Beantwoording Vraag 1: “Wat is het huidige aanbod/beschikbaarheid van ‘voor-energie-geschikte-(houtige)-biomassa’ versus feitelijk vraag ‘feitelijke vergisting- of verbrandingscapaciteit’ plannen binnen onze gemeente?.” Op basis van de toegekende SDE-subsidies (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie) hebben we op grote lijnen inzicht in de vraag naar (houtige) biomassa voor energie-opwek op lokaal en regionaal niveau. Momenteel is er echter onvoldoende inzicht in het (jaarlijkse) aanbod aan biomassa welke in potentie kan worden ingezet voor energie-opwek. In RES-verband wordt daarom momenteel onderzoek gedaan naar het potentieel, regionaal aanbod van agrarische reststromen. Teneinde inzicht te krijgen in het potentieel, regionaal aanbod van houtige biomassa, laten wij hier als gemeente momenteel een onderzoek naar uitvoeren. Houtige biomassa bestaat voornamelijk uit resten van bomen die in de keten niet hoogwaardig kunnen worden ingezet zoals ongeschikte stammen, takken, wortels, stronken. Daarnaast wordt gekeken naar de oorsprong van deze houtige biomassa, zoals het bos, landschap en de bebouwde omgeving. Wij verwachten eind april van dit jaar de eerste onderzoeksresultaten te ontvangen.

Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

Pag. 2 van 3

Vraag 2: “Kunt u aangeven waar op basis van huidige beleid initiatieven met betrekking tot biomassa kunnen worden ontwikkeld?” We hebben geen uitgewerkt gemeentelijk beleid omtrent biomassa. Wel zijn door de raad in 2020 de uitgangspunten voor de RES vastgesteld. Daarin is opgenomen: “We gaan voor 100% duurzame, lokaal opgewekte warmte in 2050, hetgeen onder andere betekent geen netto import van biomassa voor vergisting en verbranding.” Daarnaast is in het bestemmingsplan Buitengebied momenteel het volgende geregeld: In dit bestemmingsplan is in de agrarische bestemming ‘mestbe- en verwerking op bedrijfsniveau met een maximum van 25.000 ton per jaar’ toegestaan. In de begrips-omschrijving is onder punt 1.92 opgenomen: 1.92 mestbe- en verwerking op bedrijfsniveau: Mestbe- en verwerking binnen het agrarisch bouwvlak van mest al dan niet gecombineerd met reststromen die op het bedrijf behorende bij dat betreffende bouwvlak is geproduceerd. Hieruit kan afgeleid worden dat het vergisten van biomassa voor het eigen bedrijf is toegestaan op grond van het bestemmingsplan buitengebied binnen de agrarische bestemming. Mogelijkheden voor het vergisten van biomassa op grotere schaal dan voor het eigen bedrijf, is niet geregeld en daarvoor zal een separate afweging moeten worden gemaakt. Daar is vooralsnog geen beleid voor en zal als maatwerk moeten worden beoordeeld.

Vraag 3: “Kunt u aangeven welke mogelijkheden het college en/of de gemeenteraad heeft om te kunnen sturen op nieuwe initiatieven?” Hiervoor kan beleid ontwikkeld worden. Op grond van dat beleid kan vervolgens gestuurd worden. Daarnaast is

er geen verplichting om mee te werken aan een bestemmingsplanwijziging. Verder gaan we in overleg met initiatiefnemers om hen de visie en belangen van de gemeente en de omgeving mee te geven. Zodoende willen we sturen op gewenste en minder gewenste ontwikkelingen en ook de initiatiefnemer hierover tijdig helderheid verschaffen. Vraag 4: “In hoeverre wordt er gestuurd, met name binnen de glastuinbouw, op besparing van energie? Gebrek aan besparing in deze sector zorgt er namelijk voor dat we veel meer energie nodig hebben.” De energietransitie in de glastuinbouw wordt door de sector zelf opgepakt. De Nederlandse glastuinbouw-sector zich als doel gesteld om (reeds) in 2040 volledig klimaatneutraal (fossielvrij) te zijn en een halvering van de CO2emissie te hebben bereikt in 2030. In eerste instantie door het energiegebruik te reduceren en anderzijds door de vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen en de aanwending van niet-fossiele energiebronnen. Dit loopt via meerjarenafspraken met de rijksoverheid en het innovatieprogramma ‘Kas als Energiebron’. In onze gemeente is de Limburgse Land- en Tuinbouw Bond (LLTB) hiermee bezig en zijn wij hierover met de LLTB in gesprek. Vraag 5: “In de diverse stukken wordt aangegeven dat de opwekking van energie met biomassa zowel nu tot en met 2030 jaarlijks 1% zal bedragen.

Dat betekent dat er in absolute waarde in 2030 30% minder aan biomassa wordt gestookt. Welke biomassa centrales verdwijnen er?” Het is ons onbekend op welke stukken u duidt. Het aandeel van biomassa als energiebron op de totale energiebehoefte zal waarschijnlijk inderdaad beperkt zijn. Uw aanname dat de daling van 30% voor alle energiebronnen evenredig moet dalen delen wij niet. Het gaat er om dat de CO2-footprint van het energiegebruik daalt met 30%. Aangezien (houtige) biomassa, mits het regionaal beschikbare, snelgroeiende

2

Pag. 3 van 3

biomassa betreft die niet hoogwaardiger inzetbaar is, zéér beperkte netto CO2-emissie heeft, is het niet strikt noodzakelijk om vanuit CO2-oogpunt het aantal biomassacentrales te laten dalen. Vraag 6: “Hoe groot is de gesubsidieerde bijdrage van het rijk op de geleverde energie van een centrale?” Investeringen in duurzame energieproductie komen onder voorwaarden in aanmerking voor een tegemoetkoming op basis van de SDE-regeling. In voorgaande regeling t/m 2020 (SDE+) lag de focus op de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie. In de huidige regeling (SDE++) ligt de focus op de hoeveelheid gereduceerde CO2. Het gaat hier om een ‘onrendabele top subsidie’. Dat is het verschil tussen de kostprijs van de techniek die de duurzame energie opwekt en/of CO₂ reduceert (het ‘basisbedrag’) en de marktwaarde van het product dat de techniek oplevert (het ‘correctiebedrag’). De hoogte van de subsidie voor biomassa is per situatie afhankelijk van onder meer: de omvang van de onrendabele top, de marktwaarde van geleverde energie, de looptijd van de subsidie, het technisch vermogen (KWh), en de beoogde jaarlijkproductie van een centrale. Vraag 7: “Bent u het met ons eens dat het verkeer met betrekking tot de aanvoer van biomassa ook emissies veroorzaakt.

Is het daarom niet beter om biomassa te verwerken in grotere centrales met de meest optimale aanvoer routes en emissie beprekende maatregelen?” Minder (maar juist grotere) biomassacentrale leidt niet automatisch tot minder transport bewegingen. Sterker nog, dit kan leiden tot meer transportbewegingen dan wanneer beschikbare biomassa in de regio wordt benut. Er wordt bovendien op verschillende momenten, uit verschillende bronnen houtige biomassa geoogst zoals uit het bos, landschap en de bebouwde omgeving. Vraag 8: “Zou de gemeente maatregelen willen treffen zodanig dat gerooide bomen voor het bruikbare deel afgeleverd worden aan zagerijen waar CO2 vastgelegd blijft en de rest afgevoerd wordt naar grote centrales?” Nee, het college is daartoe niet bereid want er is geen vanzelfsprekend voordeel van grote biomassa-centrales ten opzichte van kleinere. Natuurlijk is het niet wenselijk dat gehele bomen worden ingezet bij biomassacentrales. Het gaat er om dat (houtige) biomassa zo hoogwaardig mogelijk wordt ingezet; daar waar hout kan worden ingezet als hoogwaardiger (bouw)materiaal heeft dat de voorkeur boven hout als energiebron. Doordat de marktwaarde van hout als bijvoorbeeld bouwmateriaal in Nederland hoger is dan de marktwaarde van hout als energiebron, is hier slechts beperkte overheidssturing op nodig.

Het gaat dus enkel om reststromen van houtige biomassa die (nog) niet hoogwaardiger kunnen worden verwerkt.

Bijlagen: -

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9939571/1