RIB.21.042 Bp Californië 2 en Hessing
Tekst van het document
Stuknummer: 21.0001406
Raad 23-03-2021 RIB.21.042
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: R. Tegels
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 11/02/2021
status
: Schriftelijke raadsvragen
openbaar
: Ja
Onderwerp Beantwoorden brief SP met vragen over bestemmingsplan Californië 2 (nr. 2021.001)
Aanleiding De SP heeft vragen gesteld over het bestemmingsplan Californië 2 n.a.v. de keuze van Hessing om de snijderij in Klaver 5 te realiseren. Hieronder worden de vragen herhaald, gevolgd door het antwoord.
Beantwoording 1. In haar brief aan provincie en gemeente schrijft Hessing, dat het bedrijf – “op verzoek van Hessing” – de communicatie over het besluit zelf ter hand wil nemen. Daarmee de gemeente en de provincie – zo lijkt het – voor een voldongen feit te stellen. De raadsinformatiebrief, waarin in voorgaande is gewezen en waarin gesteld werd dat die raadsinformatiebrief (aanvankelijk) niet openbaar werd gemaakt én het feit dat de naam van het te vestigen bedrijf in Californië 2 tot op het laatste moment (één uur voorafgaande aan de raadsvergadering pas bekendgemaakt) geheim werd gehouden, wekt de indruk dat Hessing op alle aspecten de regie wil(de) voeren en dat de gemeente daar alle medewerking aan heeft en wil verlenen. a. Klopt het dat Hessing volledig de regie had/heeft met betrekking tot de (externe) communicatie en dat het college daar “in het belang van het bedrijf” haar medewerking aan heeft verleend? Antwoord: Nee, dat klopt niet. Wij hadden echter begrip voor een door Hessing met grote zorgvuldigheid gestart intern bedrijfsproces (advies ondernemingsraad), waardoor Hessing het personeel nog niet had kunnen inlichten over de voorgenomen vestiging in Californië 2. b.
Op basis van welke overwegingen heeft u ingestemd met de wens van het bedrijf de RIB in eerste instantie niet openbaar te maken? Antwoord: Omdat openbaarmaking zou betekenen dat ook het personeel van Hessing kennis zou kunnen nemen van de vestiging. Aangezien het interne bedrijfsproces nog niet was afgerond zou dat prematuur zijn. We hebben wel geëist dat alles openbaar moest zijn voordat besluitvorming zou plaatsvinden.
Bezoekadres: Wilhelminaplein 6, Horst
Postbus 6005 / 5960 AA Horst
T: 077 - 477 97 77
F: 077 - 477 97 50
Pag. 2 van 3
En binnen welk kader bent u tot het besluit gekomen aan deze wens tegemoet te komen? Met andere woorden: is er door u beleid ontwikkeld op basis waarvan informatie wel of niet openbaar gemaakt wordt en op welk moment informatie bekendgemaakt wordt? En zo ja, is dat beleid voorgelegd aan de gemeenteraad en heeft daar binnen de gemeenteraad besluitvorming over plaatsgevonden? Indien de gemeenteraad daarover besluiten heeft genomen, kunt u ons daar dan het toen besproken voorstel en de overwegingen van de raad om het beleid vast te stellen toe laten komen? En bent u bereid om – indien er beleid over geformuleerd is – dat alsnog of opnieuw ter bespreking voor te leggen aan de gemeenteraad? Antwoord: : Er is geen nieuw beleid ontwikkeld. Wij hebben het interne bedrijfsproces gerespecteerd en Hessing in de gelegenheid willen stellen haar personeel over de bedrijfsvestiging in Horst aan de Maas te informeren voordat dit in de krant zou staan. 2. Zoals in voorgaande aangegeven richten de bezwaren van de buurten zich tegen het bestemmingsplan zélf en niet per se tegen het initiatief van Hessing (de naam van dat bedrijf was immers nog niet bekend bij het ter inzage leggen van de bestemmingsplanwijziging).
Is B&W het met de SP eens dat, als het besluit van de raad van 10 november 2020 niet teruggedraaid wordt, er alsnog de mogelijkheid bestaat dat een bedrijf eventueel vergelijkbaar met Hessing zich vestigt op Californië 2? Antwoord: Ja, daarvan zijn wij ons bewust. Tegen de achtergrond dat uw raad al jarenlang op zoek is naar toonaangevende agrofoodbedrijven met de intentie deze naar Horst aan de Maas te halen, leek ons dat niet bezwaarlijk. Is het college – vanuit dat oogpunt gezien – bereid om de bestemmingsplanwijziging (m.b.t. Californië 2) zoals door de gemeenteraad vastgesteld op 10 november 2020, in te trekken en terug te draaien naar de oorspronkelijke bestemming? Zodat daadwerkelijk tegemoet gekomen wordt aan de bezwaren van de buurten en het niet blijft bij de opmerking van het bedrijf dat zij met haar besluit te kiezen voor een andere locatie tegemoet zou komen aan de bezwaren van de buurten. Antwoord: Daartoe is ons college niet bevoegd. Dat is een raadsbevoegdheid. Wel willen wij u onder de aandacht brengen dat uw raad in 2012 de Structuurvisie Klavertje 4-gebied heeft vastgesteld, samen met de gemeenten Venlo en Peel en Maas. Ten opzichte van deze structuurvisie, waarover met de provincie en regiogemeenten afspraken zijn gemaakt, wordt de netto uitbreiding van Californië 2 teruggebracht van ca.150 naar 50 ha.
En dat in diezelfde structuurvisie uit 2012 is vastgelegd dat agrofoodbedrijven gewenst zijn. 3. De bestemmingsplanwijziging is doorgevoerd om de vestiging van Hessing op Californië 2 mogelijk te maken. Om dat te bewerkstelligen heeft de gemeente (ambtenaren, bestuurders, gemeenteraadsleden en belanghebbenden) behoorlijke inspanningen moeten leveren, met alle kosten van dien. Heeft B&W de kosten die gemaakt zijn, volledig in rekening gebracht bij het bedrijf? Zo niet, is B&W alsnog van plan/bereid die kosten in rekening te brengen? Antwoord: Met Grondexploitatiemaatschappij Californië BV is een anterieure overeenkomst gesloten waarin is vastgelegd dat de gemaakte ambtelijke kosten door Californië BV vergoed worden. Deze kosten hebben wij inmiddels in rekening gebracht. Ook de kosten die de gemeente moet maken in verband met het ingestelde beroep komen voor rekening van Grondexploitatiemaatschappij Californië BV. 4. Indien het bedrijf daadwerkelijk van plan is zich te vestigen binnen de grenzen van de gemeente Horst aan de Maas, heeft u het bedrijf er dan al op gewezen dat zij alvorens de eventuele vergunningen aan te vragen bij de gemeente, met haar omgeving in gesprek moet gaan (omgevingsgesprek) en dat de vergunningaanvragen vóór
2
Pag. 3 van 3
het afronden van die omgevingsgesprekken niet gehonoreerd worden? Antwoord: We hebben met de ondernemer zeker gesproken over en gewezen op het omgevingsgesprek. Alleen hebben we niet de koppeling gemaakt met de vergunning. Gezien de tegen het ontwerpbestemmingsplan Californië 2 ingediende zienswijzen en de gesprekken die vervolgens gevoerd zijn met de indieners van deze zienswijzen, heeft Hessing doen besluiten naar een andere locatie uit te wijken. Die keuze heeft men bij brief van 4 januari 2021 aan o.a. ons college en uw raad kenbaar gemaakt. Voor de locatie Californië 2 heeft men gelet hierop afgezien van het indienen van een vergunningsaanvraag. 5. Nu de vestiging van Hessing in een van de werklocaties van Greenport Venlo plaats gaat vinden zonder het innovatieve teeltbedrijf (en dus feitelijk slechts een concentratie, c.q.
centralisatie betekent van reeds bestaande vestigingen van het bedrijf in Belfeld, Helmond en Schwalmtal) is de vraag aan u: wat blijft er over van het perspectief dat het bedrijf geschetst heeft met betrekking tot de groei van de werkgelegenheid in Horst aan de Maas, de demografische ontwikkelingen, de tewerkstelling van “200 mensen uit Horst aan de Maas met een afstand tot de arbeidsmarkt”, de investering in taalonderwijs en de integratie van de arbeidsmigranten, de kansen voor de bouwbedrijven en maakindustrie uit Horst aan de Maas? En wat betekent dit voor de medewerkers in de genoemde vestigingen van Hessing, die niet mee “verhuizen” naar het gecentraliseerde bedrijf? Worden zij begeleid naar ander werk óf komen zij zonder werk te zitten? Indien het geschetste perspectief er nog steeds zou zijn, kunt u dan concreet toelichten hoe het bedrijf (en in het verlengde daarvan) de gemeente Horst aan de Maas dat perspectief waar gaat maken? Antwoord: De ambities rondom integratie én het bieden van werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt blijven ongewijzigd. We zijn hierover ook in gesprek met de regiogemeenten. We zijn nu met Hessing in gesprek over een sociaal integratieplan en een arbeidsmarktplan. Dat laatste betreft nog steeds om 200 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt uit de regio Noord Limburg aan een baan te helpen.
Zodra deze plannen klaar zijn zullen we die op gepaste wijze met u delen. 6. Aanvankelijk wilde het bedrijf zich vestigen in Purmerend, maar uiteindelijk heeft het bedrijf gekozen voor vestiging in Limburg, mede vanwege de financiering (in de vorm van o.a. een lening) vanuit de Provincie Limburg. Ervan uitgaande dat het bedrijf in principe dezelfde perspectieven voor ogen had in Purmerend is de vraag aan u: bent u van mening dat Nederlandse gemeenten/regio’s met elkaar moeten concurreren om bedrijven als dat van Hessing binnen te halen met als gevolg dat extra gemeenschapsgeld ingezet wordt om de concurrentie met elders “te winnen”? En in hoeverre weet u zeker dat u niet door het bedrijf uitgespeeld wordt ten opzichte van een andere gemeente (zoals Purmerend in dit geval) om onder die druk voor het bedrijf gunstige voorwaarden te formuleren? Antwoord: Er is in het geheel geen sprake van concurreren met Nederlandse gemeenten/regio’s, noch van het uitspelen ten opzichte van een andere gemeente.
Het is de keuze van Hessing om naar onze gemeente/regio te komen, waarbij de gunstige ligging ten opzichte van de te beëindigen vestigingen in Belfeld, Helmond en Schwalmtal (voor die medewerkers is de nieuwe locatie bereisbaar), het Duitse achterland, de nabijheid van de Brightlands Campus Greenport Venlo (innovatie) en de ligging in de directe nabijheid van de grote glastuinbouwgebieden Californië en Siberië een belangrijke rol hebben gespeeld. Ook de gastvrijheid van de provincie Limburg en de gemeente Horst aan de Maas heeft Hessing als bijzonder prettig ervaren en heeft meegewogen in de uiteindelijke keuze.
Bijlagen: Brief SP d.d. 6 januari 2021
3
Aan het college van B&W p/a postbus6005 5960 AA Horst Horst, 6 januari 2021 Betreft: wijziging plannen Hessing Geacht college, In een brief van Hessing Supervers d.d. 4 januari 2021 werd de gemeente Horst aan de Maas en de provincie Limburg op de hoogte gesteld van het besluit van het bedrijf om zich niet te vestigen binnen Bestemmingsplan Californië 2, maar op één van de werklocaties van Greenport Venlo in de gemeente Horst aan de Maas. Uit de brief wordt niet duidelijk welke locatie het bedrijf precies op het oog heeft. Eind vorig jaar is nog – halsoverkop en met veel geheimzinnigheid omgeven – speciaal ten behoeve van het bedrijf Hessing door de gemeenteraad besloten het bestemmingsplan Californië 2 te wijzigen. De gang van zaken roept veel vragen op bij de fractie van de SP. Begin augustus 2020 stuurde uw college een raadsinformatiebrief inzake de mogelijke vestiging van een groenteverwerkingsbedrijf in Californië. Deze raadsinformatiebrief was niet openbaar op verzoek van het bedrijf. Naar aanleidng van het feit dat de brief niet openbaar was, heeft de SP u een brief gestuurd d.d. 21 augustus, waarin de SP vraagtekens plaatste bij het niet-openbare karakter van de raadsinformatiebrief, te meer dat het niet openbaar maken van de brief plaatsvond op verzoek van het bedrijf en de reden voor deze geheimzinnigdoenerij niet vermeld werd.
In de later verstuurde wel openbare raadsinformatiebrief werd nog steeds informatie achtergehouden. Onder andere werd de naam van het groenteverwerkingsbedrijf dat zich wilde vestigen angstvallig achtergehouden. Ondertussen werd in dezelfde periode wel al een ontwerpbestemmingsplan Californié 2 – om de vestiging van het bedrijf in Californië 2 mogelijk te maken – ter inzage gelegd. Dit leidde tot grote onrust in de samenleving – met name bij de buurten – vanwege het opnemen van de mogelijkheid tot huisvesting van arbeidsmigranten in een gebied, waarin al heel veel arbeidsmigranten gehuisvest worden. In de raadsbrief werd ook niets vermeld over eventuele alternatieve vestigingslocaties. Vanuit de verschillende buurten is, los van de naam van het te vestigen bedrijf, meteen aangegeven dat er grote bezwaren bestonden tegen de bestemmingswijziging. Door verschillende groepen (waaronder het buurtcollectief Horsterweg e.o. en de Werkgroep Arbeidsmigranten) is er op aangedrongen om – los van de juridische procedure – te komen tot een omgevingsgesprek tussen de gemeente en de buurten met betrekking tot de bestemmingswijziging. B&W wees dat af, maar heeft wél toegezegd in de toekomst óók bij bestemmingsplan(wijziging) een omgevingsgesprek te gaan voeren. Als SP-fractie hebben we voorafgaande aan de behandeling van het bestemmingsplan in de gemeenteraad d.d.
10 november 2020 verzocht het onderwerp van de agenda te halen om alsnog recht te kunnen doen aan de buurten.
Dat werd afgewezen. In die raadsvergadering gaf wethouder Bouten wel toe, dat de buurten eerder betrokken hadden moeten worden bij de plannen voor Californië 2 en dat ze beter geïnformeerd hadden moeten worden. De indruk was en is dat de plannen kennelijk doorgedrukt moesten worden. Pas later bleek dat daarbij meespeelde dat de (her)vestiging van het bedrijf mede door externen gefinancieerd werd en dat die financiers vóór 1 januari 2021 duidelijkheid wilden hebben over de vestigingsmogelijkheid. Dat het bedrijf in haar brief nu schrijft dat ze tegemoet wil komen aan de buurten rondom Californië 2 lijkt ons om die reden meer een verhaaltje voor de bühne. De informatie achter de urgentie én met betrekking tot de alternatieve locaties kwam tijdens de behandeling van de bestemmingswijziging niet aan de orde. Terwijl wél de indruk werd gewekt dat college en de raad hun uiterste best hadden gedaan om de buurten tegemoet te willen komen in hun bezwaren. Indien voor de buurten en andere belanghebbenden duidelijk was geweest dat er nog alternatieve locaties in beeld waren, dan had de discussie (en wellicht ook de juridische procedure) een geheel andere wending gekregen. In een motie van de coalitiefracties in de raad werd nog als belangrijke overweging opgenomen dat er een noodzaak zou zijn om Californië 2 verder te ontwikkelen.
Die noodzaak werd ingegeven door de dringende behoefte van Hessing om zich aldaar te vestigen. Achteraf lijkt die noodzaak er dus niet te zijn geweest. Nu blijkt dus dat het bedrijf zélf een andere keuze maakt en gebruik maakt van de mogelijkheid van vestiging op een alternatieve locatie, zoals in de inleiding op deze brief gesteld. Uit de brief van Hessing blijkt niet duidelijk welke locatie het bedrijf nu op het oog heeft. Gesproken wordt over “één van de werklocaties van Greenport Venlo in de gemeente Horst aan de Maas”. Ook hier weer geheimzinnigheid alom. Ondertussen wordt in De Limburger van 5 januari jl. gesteld dat het bedrijf zich zou vestigen nabij de Greenportlane en in een bericht van De Limburger op 6 januari dat het “officieel in Sevenum” komt te liggen. En met de gemeente Horst aan de Maas wordt (nog steeds) gezocht naar een locatie waar de arbeidsmigranten die het bedrijf wil inzetten, gehuisvest moeten worden. Tenslotte gaat het bedrijf op zoek naar een andere locatie, waar ze haar “innovatieve activiteiten” in een technologisch geavanceerd tuinbouwbedrijf zou kunnen vestigen. Vragen: 1. In haar brief aan provincie en gemeente schrijft Hessing, dat het bedrijf – “op verzoek van Hessing” – de communicatie over het besluit zelf ter hand wil nemen. Daarmee de gemeente en de provincie – zo lijkt het – voor een voldongen feit te stellen.
De raadsinformatiebrief, waarin in voorgaande is gewezen en waarin gesteld werd dat die raadsinformatiebrief (aanvankelijk) niet openbaar werd gemaakt én het feit dat de naam van het te vestigen bedrijf in Californië 2 tot op het laatste moment (één uur voorafgaande aan de raadsvergadering pas bekendgemaakt) geheim werd gehouden, wekt de indruk dat Hessing op alle aspecten de regie wil(de) voeren en dat de gemeente daar alle medewerking aan heeft en wil verlenen.
a. Klopt het dat Hessing volledig de regie had/heeft met betrekking tot de (externe) communicatie en dat het college daar “in het belang van het bedrijf” haar medewerking aan heeft verleend? b. Op basis van welke overwegingen heeft u ingestemd met de wens van het bedrijf de RIB in eerste instantie niet openbaar te maken? En binnen welk kader bent u tot het besluit gekomen aan deze wens tegemoet te komen? Met andere woorden: is er door u beleid ontwikkeld op basis waarvan informatie wel of niet openbaar gemaakt wordt en op welk moment informatie bekendgemaakt wordt? En zo ja, is dat beleid voorgelegd aan de gemeenteraad en heeft daar binnen de gemeenteraad besluitvorming over plaatsgevonden? Indien de gemeenteraad daarover besluiten heeft genomen, kunt u ons daar dan het toen besproken voorstel en de overwegingen van de raad om het beleid vast te stellen toe laten komen? En bent u bereid om – indien er beleid over geformuleerd is – dat alsnog of opnieuw ter bespreking voor te leggen aan de gemeenteraad? 2. Zoals in voorgaande aangegeven richten de bezwaren van de buurten zich tegen het bestemmingsplan zélf en niet per se tegen het initiatief van Hessing (de naam van dat bedrijf was immers nog niet bekend bij het ter inzage leggen van de bestemmingsplanwijziging).
Is B&W het met de SP eens dat, als het besluit van de raad van 10 november 2020 niet terug gedraaid wordt, er alsnog de mogelijkheid bestaat dat een bedrijf eventueel vergelijkbaar met Hessing zich vestigt op Californië 2? Is het college – vanuit dat oogpunt gezien – bereid om de bestemmingsplanwijziging (m.b.t. Californië 2) zoals door de gemeenteraad vastgesteld op 10 november 2020, in te trekken en terug te draaien naar de oorspronkelijke bestemming? Zodat daadwerkelijk tegemoet gekomen wordt aan de bezwaren van de buurten en het niet blijft bij de opmerking van het bedrijf dat zij met haar besluit te kiezen voor een andere locatie tegemoet zou komen aan de bezwaren van de buurten. 3. De bestemmingsplanwijziging is doorgevoerd om de vestiging van Hessing op Californië 2 mogelijk te maken. Om dat te bewerkstelligen heeft de gemeente (ambtenaren, bestuurders, gemeenteraadsleden en belanghebbenden) behoorlijke inspanningen moeten leveren, met alle kosten van dien. Heeft B&W de kosten die gemaakt zijn, volledig in rekening gebracht bij het bedrijf? Zo niet, is B&W alsnog van plan/bereid die kosten in rekening te brengen? 4.
Indien het bedrijf daadwerkelijk van plan is zich te vestigen binnen de grenzen van de gemeente Horst aan de Maas, heeft u het bedrijf er dan al op gewezen dat zij alvorens de eventuele vergunningen aan te vragen bij de gemeente, met haar omgeving in gesprek moet gaan (omgevingsgesprek) en dat de vergunningaanvragen vóór het afronden van die omgevingsgesprekken niet gehonoreerd worden?
5. Nu de vestiging van Hessing in een van de werklocaties van Greenport Venlo plaats gaat vinden zonder het innovatieve teeltbedrijf (en dus feitelijk slechts een concentratie, c.q. centralisatie betekent van reeds bestaande vestigingen van het bedrijf in Belfeld, Helmond en Schwalmtal) is de vraag aan u: wat blijft er over van het perspectief dat het bedrijf geschetst heeft met betrekking tot de groei van de werkgelegenheid in Horst aan de Maas, de demografische ontwikkelingen, de tewerkstelling van “200 mensen uit Horst aan de Maas met een afstand tot de arbeidsmarkt”, de investering in taalonderwijs en de integratie van de arbeidsmigranten, de kansen voor de bouwbedrijven en maakindustrie uit Horst aan de Maas? En wat betekent dit voor de medewerkers in de genoemde vestigingen van Hessing, die niet mee “verhuizen” naar het gecentraliseerde bedrijf? Worden zij begeleid naar ander werk óf komen zij zonder werk te zitten? Indien het geschetste perspectief er nog steeds zou zijn, kunt u dan concreet toelichten hoe het bedrijf (en in het verlengde daarvan) de gemeente Horst aan de Maas dat perspectief waar gaat maken? 6. Aanvankelijk wilde het bedrijf zich vestigen in Purmerend, maar uiteindelijk heeft het bedrijf gekozen voor vestiging in Limburg, mede vanwege de financiering (in de vorm van o.a. een lening) vanuit de Provincie Limburg.
Ervan uitgaande dat het bedrijf in principe dezelfde perspectieven voor ogen had in Purmerend is de vraag aan u: bent u van mening dat Nederlandse gemeenten/regio’s met elkaar moeten concurreren om bedrijven als dat van Hessing binnen te halen met als gevolg dat extra gemeenschapsgeld ingezet wordt om de concurrentie met elders “te winnen”? En in hoeverre weet u zeker dat u niet door het bedrijf uitgespeeld wordt ten opzichte van een andere gemeente (zoals Purmerend in dit geval) om onder die druk voor het bedrijf gunstige voorwaarden te formuleren? In afwachting van uw schriftelijke antwoorden,
Namens de fractie van de SP,
Sonja van Giersbergen