RIB.21.017 Onderzoek verduurzaming leges en heffingen
Tekst van het document
Stuknummer: 20.0009155
Raad 26-01-2021 RIB.21.017
raadsinformatiebrief van
: Burgemeester en wethouders
portefeuillehouder
: T. Kuipers
aan
: De leden van de gemeenteraad
datum
: 02/11/2020
status
: Toezeggingen, nummer: 2019.101
openbaar
: Ja
Onderwerp RIB Onderzoek naar de verduurzaming van leges en heffingen Aanleiding In het coalitieprogramma staat opgenomen dat mogelijkheden worden onderzocht om heffingen en leges te differentiëren in relatie tot duurzaamheid. Deze RIB geeft de eerste resultaten van dit onderzoek. Vervolgens gaan we in deze RIB in op: - de meerwaarde van differentiatie van grondprijzen bij de bouw van energieneutrale woningen (toezegging 2019.101) en - de motie grondprijsdifferentiatie kleine kernen (motie 2019.101A). Samenvattende conclusie/bevinding Vooral de rioolheffing en de leges voor omgevingsvergunningen bieden kansen voor een verdere differentiatie in relatie tot duurzaamheid. Daarbij is nog niet onderzocht of en hoe we dit tegen aanvaardbare administratieve lasten kunnen invoeren per 2022. Dat zoeken we in de komende maanden uit. De afvalstoffenheffing kent al een hoge mate van differentiatie op basis van duurzaamheid. Overige heffingen en leges zijn daarvoor niet geschikt. Differentiatie van bouwgrondprijzen voor duurzame woningen en voor het bouwen in kleine kernen wordt ontraden. Beantwoording 1 Mogelijkheden van differentiatie van heffingen op basis van duurzaamheid Hieronder gaan we per belasting/heffing in op mogelijkheden van differentiatie op basis van duurzaamheid. I.a.
Belastingen en heffingen
Onroerende zaakbelastingen (hierna: OZB) / Wet waardering onroerende zaken (hierna: WOZ) De WOZ/OZB is in de WOZ/Gemeentewet uitgebreid en gedetailleerd geregeld waardoor weinig beleidsvrijheid overblijft voor de gemeente. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk de waarde van zonnepanelen of andere duurzaamheidsinvesteringen in de woning buiten de OZB te laten. Er zijn wel enkele gemeenten die de extra
Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA
Postadres / PostCodePA PlaatsPA
T TelefoonNummer
F FaxNummer
Pag. 2 van 5
OZB-lasten van duurzaamheidsinvesteringen compenseren middels een subsidieregeling. Een dergelijke regeling is administratief zeer bewerkelijk en fraudegevoelig en het effect hiervan op de duurzaamheidsinvestering is naar verwachting nihil. Om die redenen kiezen wij niet voor een dergelijke aanpak. Rioolheffing De rioolheffing is in Horst aan de Maas een eigenarenheffing waarbij voor iedereen sprake is van een uniform vast tarief. Dat is eenvoudig en efficiënt. Toch biedt de rioolheffing kansen voor verduurzaming. Waarbij we het uitgangspunt “de vervuiler betaalt” zoveel mogelijk tot zijn recht willen laten komen. We onderzoeken in 2021 of het tegen acceptabele kosten, met beperkte administratieve lasten, juridisch haalbaar en praktisch uitvoerbaar is de heffing op een andere wijze vorm te geven. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een bestemmingsbelasting voor de kosten van de gemeentelijke inzamelplicht van huishoudelijke afvalstoffen. Verdere differentiatie op basis van duurzaamheid is bij de afvalstoffenheffing niet aan de orde omdat er al een hoge mate van differentiatie is. In de Verordening Reinigingsheffingen 2020 zitten al veel verschillende elementen zoals een differentiatie in de basisheffing van een éénpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden1. Verder worden voor restafvalzakken, big bags etc. aparte tarieven in rekening gebracht.
Voor 2021 hebben wij voorstellen gedaan om enkele afvalstromen meer kostendekkend te maken met als uitgangspunt ‘de vervuiler betaalt’. Daaronder vallen - het verhogen van het tarief voor de restafvalzak - het kostendekkend maken van de tarieven voor het ophalen van bouw en sloopafval, puin, asbest en tuinafval en - het kostendekkend maken van het ophalen van grof huisvuil en het ophalen van matrassen. Baatbelasting Een baatbelasting kan worden geheven om de kosten van door de gemeente aangelegde voorzieningen in de openbare ruimte te dekken. De particuliere eigendommen die gebaat zijn, worden in de heffing van de baatbelasting meegenomen. Er wordt in 2021 nog één baatbelasting geheven. Dat is de baatbelasting voor de riolering aan de Kreuzelweg. Deze loopt nog tot 2023. De voorwaarden die worden gesteld aan baatbelastingheffing zijn door de jurisprudentie zo streng geformuleerd, dat gemeenten deze heffing bijna niet meer gebruiken. De baatbelasting biedt mogelijkheden voor duurzame initiatieven maar biedt veel juridische onzekerheden en nadelen. Het college ziet op dit moment geen toepassingsmogelijkheden voor baatbelastingen met betrekking tot verduurzaming. Toeristenbelasting Bij de toeristenbelasting zouden de tarieven kunnen worden gedifferentieerd naar de duurzaamheid van de exploitatie of de duurzaamheid van de verblijfplaats.
Bijvoorbeeld een lager tarief voor een overnachting op een ‘kale’ kampeerplaats dan voor een overnachting in een hotelkamer. Een andere optie is om minder toeristenbelasting te heffen bij verblijf in hotels die voor de bedrijfsvoering een duurzaamheidslabel hebben 1 Bij de begroting 2018 zijn de mogelijkheden van tariefdifferentiatie in de basisheffing onderzocht. Hierbij is onder meer
geconcludeerd dat meer categorieën invorderings- en handhavingsproblemen opleveren.
2
Pag. 3 van 5
verworven. Het nadeel van duurzame alternatieven in de toeristenbelasting is dat ze van toepassing zijn op een relatief beperkte groep belastingplichtigen en hebben daarmee een relatief lage impact. Bovendien brengen ze aanzienlijke administratieve lasten (en potentiële geschillen) met zich mee. Ook gaat een duurzaamheiddifferentiatie in tegen de lijn om juist minder te differentiëren binnen de toeristenbelasting omdat alle toeristen in min of meer dezelfde mate gebruik maken van publieke voorzieningen. Precariobelasting/marktgelden In de precariobelasting en marktgelden zijn er geen kansen voor duurzame alternatieven. Parkeerbelastingen De gemeente Horst aan de Maas heft geen parkeerbelastingen. Invoering van een parkeerbelasting zou vanuit duurzaamheidsoptiek goed denkbaar zijn. Desondanks overwegen wij dit niet omdat de instandhouding van bruisende winkelcentra maatschappelijk belangrijk is en een parkeerbelasting hier afbreuk aan doet. I.b. Leges Leges zijn verschuldigd voor een individueel geleverde tegenprestatie, waaronder dienstverlening. Er zijn drie soorten leges: - titel 1 (algemene dienstverlening waaronder burgerzaken, paspoorten, rijbewijzen etc.); - titel 2 (omgevingsvergunningen); - titel 3 (overig, zoals horeca- en exploitatievergunningen). In het kader van verduurzaming zijn met name de leges voor titel 2 (omgevingsvergunningen etc.) van belang.
Het is theoretisch mogelijk voor omgevingsvergunningen voor duurzame investeringen het systeem van ‘groene leges’ in te voeren. Sinds enkele jaren werkt een aantal gemeenten in Nederland met dit systeem. Dit betekent dat een initiatiefnemer in het geval van duurzame investeringen geen of minder leges betaalt voor de vergunning. Wij hebben overwogen de raad voor te stellen deze werkwijze ook in onze gemeente in te voeren maar zien hier op dit moment van af. In de praktijk kleven er namelijk twee grote bezwaren aan deze werkwijze. In de eerste plaats lijkt de effectiviteit van de maatregel gering. Groene leges leiden niet tot een toename van het aantal aanvragen voor duurzame maatregelen. Nieuwbouw dient met ingang van 2021 al aan de BENG-vereisten te voldoen. Bij verbouw kiezen initiatiefnemers uit eigen beweging vaak al voor een energetisch verstandige aanpak. In de tweede plaats is de administratieve afwikkeling van groene leges bewerkelijk en vatbaar voor geschillen. Zeker bij verbouw is het moeilijk (objectief) te bepalen wanneer en in welke mate er een recht op verminderde leges zou kunnen ontstaan. Ten slotte zit er een aantal fiscaal-juridische risico’s aan een dergelijke regeling. Om deze redenen zijn wij op dit moment geen voorstander van de invoering van het systeem van groene leges.
Wij volgen de ontwikkelingen nauwlettend, onder andere in het samenwerkingsverband van RES NML, en zullen eventuele kansen voor een administratief eenvoudige en effectieve verduurzaming van de legesverordening aangrijpen. Desalniettemin zien we wel mogelijkheden om de leges voor (een beperkt aantal) duurzame investeringen op korte termijn al te verlagen. Dit kan door de heffingsgrondslag voor bepaalde typen investeringen, waarvan onmiskenbaar vast staat dat deze duurzaam zijn, te verlagen door de aanpassing van de ‘bouwkostenindicator’.
3
Pag. 4 van 5
Op die manier bereiken we (weliswaar voor een beperkt aantal investeringen) hetzelfde als met groene leges maar tegen lagere administratieve lasten. Andere toepassingsmogelijkheden onderzoeken we nog. II Differentiatie grondprijzen bij de bouw van energieneutrale woningen en grondprijsdifferentiatie kleine kernen II.a.
Differentiatie grondprijzen bij de bouw van energieneutrale woningen
Toezegging 2019.101 Bij het onderzoek naar de verduurzaming van leges en heffingen zal het onderzoek naar differentiatie grondprijzen bij de bouw van energieneutrale woningen worden meegenomen. Beantwoording In de raadsvergadering van 26 november 2019 heeft het college toegezegd te onderzoeken of de grondprijzen voor woningen te differentiëren zijn, om volledig energieneutrale woningen financieel te stimuleren. De vraag die hier rijst is in hoeverre het duurzaamheidsaspect in de nieuwbouw nog verdere stimulering behoeft. Nieuwe woningen moeten namelijk voldoen aan het Bouwbesluit, waarin de energienormen de laatste jaren steeds strenger zijn geworden. Vanaf 2018 worden geen nieuwe gasaansluitingen vergund. Per 1 januari 2020 zijn de energieprestatie-eisen nog verder aangescherpt tot het niveau BENG. Voor Horst aan de Maas betekent dit dat nieuwbouwwoningen sinds medio 2019 allemaal all-electric woningen zijn met een zeer hoge isolatiewaarde. Dat zorgt ervoor dat nieuwbouw al als zeer duurzaam en in een aanzienlijk aantal gevallen zelfs als energieneutraal te bestempelen is. Om nog meer nieuwbouwers te stimuleren nóg duurzamer te bouwen dan de (zware) wettelijke eisen is een vrij forse grondprijsverlaging noodzakelijk. Om deze grondprijsverlaging voor de gemeente budgetneutraal te kunnen uitvoeren, is het nodig de verkooprijs voor ‘reguliere bouwgrond’ verder te verhogen.
Dit, in combinatie met de administratieve lasten hiervan, achten wij disproportioneel. II.b.
Motie grondprijsdifferentiatie kleine kernen
Motie 2019.101A Motie grondprijsdifferentiatie kleine kernen: onderzoeksresultaten financiële consequenties Q1 2020 aan raad voorleggen. In dezelfde raadsvergadering van 26 november 2019 is gevraagd naar inzicht in de gevolgen van een differentiatie van grondprijzen in kleine kernen. Als argument vóór een lagere grondprijs in de kleinere kernen kan worden aangevoerd dat het voorzieningenniveau in de dorpen lager is, waardoor dat de marktwaarde van een gerealiseerde woning wat lager zou kunnen zijn dan in grotere kernen. Als argument tegen een lagere grondprijs in de kleinere kernen (en dus voor uniforme grondprijzen) kan worden aangevoerd dat de kosten die de gemeente maakt voor het ‘bouwklaar’ maken van een grondexploitatie in een kleinere kern niet wezenlijk goedkoper is dan in een grotere kern. De kosten voor een bouwexploitatie bestaan
4
Pag. 5 van 5
onder andere uit de kosten voor grondaankoop, onderzoeken, planvorming en aanlegkosten voor infrastructuur. Deze kosten zijn in de hele gemeente op hoofdlijnen gelijk. Het maakt dus weinig verschil in wat het realiseren van een bouwplan kost in een van de kleine kernen of in Horst. Voor een budgetneutrale grondprijsdifferentiatie zou een verlaging van de grondprijs in de kleinere kernen samen moeten gaan met een verhoging van de grondprijs in de grotere kernen. We schatten in dat dit er niet toe leidt dat inwoners vaker kiezen voor nieuwbouw in de kleine kernen. Andere motieven dan prijs/kosten lijken bepalender te zijn voor de keuze van de woonplaatskeuze. Deze inschatting wordt geschraagd door een proef in de gemeente Venray waarbij de grondprijzen in de kleine kernen op een lager niveau werden gesteld. Dit heeft daar nauwelijks gezorgd voor een grotere toestroom naar deze kleine kernen. Om die reden zijn wij geen voorstander van een differentiatie in grondprijzen voor de verschillende kernen in de gemeente. Wel willen wij de grondprijsdifferentiatie voor koopwoningen, markthuurwoningen en sociale huurwoningen handhaven. De ervaring leert dat deze aanpak daadwerkelijk heeft geleid tot realisatie van huurwoningen daar waar die bij een gelijke grondprijs zeer waarschijnlijk niet gerealiseerd zouden zijn.
Bijlagen
5