CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB.19.084 Actieplan sociaal domein

Themabijeenkomst 19 januari 2021, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Evaluatie Actieplan Sociaal Domein4.872 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stuknummer: 19.0005467

Raad 29-10-2019 RIB.19.084

raadsinformatiebrief van : Burgemeester en wethouders portefeuillehouders : R. Bouten / M.M.C. Kuipers aan

: De leden van de gemeenteraad datum : 23/09/2019 steller

:

status

: Toezeggingen, nummer: 2019.053 en 2019.048

openbaar

: Ja

Onderwerp Actieplan Sociaal Domein Aanleiding Vanuit onze visie en uitgangspunten zoals vastgelegd in het Integraal Beleidsplan Sociaal Domein werken we aan de transformatie van ondersteuning en zorg. De eerste twee jaren na de decentralisatie hebben we afgesloten met een positief financieel resultaat. Sinds 2017 is er sprake van begrotingstekorten in het Sociaal Domein. Om zowel te werken aan de gewenste transformatie van ondersteuning en zorg als om te proberen de uitgaven meer in balans te brengen met de begrote middelen zodat de zorg ook op termijn betaalbaar blijft, hebben we bijgaand Actieplan Sociaal Domein opgesteld. Hiermee doen wij toezeggingen 2019.053 (Transformatieplan Sociaal Domein) en 2019.048 (dyslexie opnemen in Transformatieplan) gestand. Hoe staat het Sociaal Domein er in Horst aan de Maas voor? Beleid, uitvoering en klanttevredenheid Er staat een robuust beleid, een goed functionerende uitvoeringsorganisatie en goed functionerend informatieen monitoringssysteem. Dat blijkt onder meer uit onderzoek van de Rekenkamercommissie in 2018. Onze inwoners zijn over het algemeen tevreden over het contact met de gemeente en de geleverde zorg en krijgen hulp die bijdraagt aan het verbeteren van hun situatie. Ze kunnen zich beter redden en ze hebben een betere kwaliteit van leven. Dat geven onze inwoners aan in het cliëntervaringsonderzoek uit 2018.

Financiën SD De jaren 2015 en 2016 hebben we afgesloten met een positief financieel resultaat. Vanaf 2017 zien we tekorten die deels veroorzaakt worden door nagekomen facturen over de jaren 2015 en 2016. Het jaar 2017 hebben we afgesloten met een tekort van € 1,2 miljoen ten opzichte van de begroting (na 2e bijstelling), op een totaal van ruim € 28 miljoen. Het tekort over 2018 kwam uit op € 550.000 ten opzichte van de begroting (2e bijstelling), op een totaal van ruim € 28 miljoen. Voor de komende jaren verwachten we circa € 30 miljoen aan totale uitgaven. De VNG heeft over de tekorten in het sociaal domein een brandbrief gestuurd aan het kabinet. Het kabinet heeft

Pag. 2 van 4

inmiddels voor drie jaar (2019, 2020 en 2021) extra middelen toegezegd. Deze helpen om de tekorten te verminderen, maar lossen ze niet op. Bezoekadres: BezoekAdres, PlaatsBA

Postadres / PostCodePA PlaatsPA

T TelefoonNummer

F FaxNummer

Oorzaken De tekorten in het sociaal domein, en in het bijzonder bij de jeugdhulp, spelen in het hele land. We zijn daarin niet uniek. Voor een deel heeft dit te maken met maatschappelijke trends die we niet zomaar ombuigen (sneller signaleren, ‘stickers’ plakken, verwachtingen rond ontwikkeling eigen kind en de inzet van hulp, toename vechtscheidingen, toename druk op jeugdigen, etc.). Ook in onze gemeente zien we dat de stijgingen van de uitgaven zich vooral voordoen bij de jeugdhulp. Er is bij de Wmo wel een stijging van de uitgaven zichtbaar, maar die is met een toename van 3% in 2018 ten opzichte van 2017 beperkt en in lijn met de vergrijzing. Bij jeugdhulp zien we dat het percentage jeugdigen met jeugdhulp (totaal) stijgt, vooral als gevolg van de daling van het aantal jongeren (ontgroening). Daarbij ligt het percentage in Horst aan de Maas onder het Nederlands en Limburgs gemiddelde en is de stijging ook minder groot. Bij de maatwerkvoorzieningen jeugd zien we ook een stijging. De grootste stijgingen doen zich voor bij de producten ‘behandeling met GGZ’, ‘verblijf met behandeling’ en ‘wonen’. We zien daarbij in het algemeen de aantallen stijgen. In sommige gevallen stijgen de kosten harder dan de aantallen. Aanbieders geven daarbij aan dat de casussen zwaarder en complexer worden waardoor er meer en zwaardere ondersteuning nog is.

De regiogemeenten herkennen dit patroon ook. Slechts een deel (40%) van de verwijzingen naar jeugdhulp verloopt via onze gebiedsteams. 60% Van de jeugdigen komt bij een maatwerkvoorziening uit via een andere verwijzer (zoals huisarts, medisch specialist of gecertificeerde instelling). Hier hebben we weinig directe invloed op. Verder valt op dat de 25 cliënten met het hoogste zorggebruik per persoon samen € 2,5 miljoen gebruiken. Oftewel de 3% duurste cliënten zorgt voor 33% van de uitgaven aan maatwerkvoorzieningen jeugd. Kleine verschuivingen in de aantallen, met name in deze groep, hebben daarmee grote financiële consequenties. Het betreft hier meestal complexe casussen met zorgen over de veilige ontwikkeling van jeugdigen. We gaan hier zorgvuldig en in goed overleg met onze partners mee om. Actieplan Sociaal Domein De ontwikkelingen die we hierboven beschrijven zijn aanleiding voor het opstellen van het Actieplan Sociaal Domein (zie bijlage 1 bij deze RIB). De bedoeling daarvan is om zowel te werken aan de gewenste transformatie van ondersteuning en zorg als om te proberen de uitgaven meer in balans te brengen met de begrote middelen, zodat de zorg ook op termijn betaalbaar blijft. Het is geen allesomvattend plan dat alle maatregelen en acties voor de komende jaren omvat of dat alle lokale en regionale initiatieven op het gebied van transformatie beschrijft.

Er wordt aan veel meer maatregelen gewerkt die bijdragen aan de transformatie dan het selecte aantal dat in dit plan is opgenomen. Het Actieplan focust juist op de korte termijn en op een beperkt aantal acties. Deze zijn vooral gekoppeld aan de nieuwe taken per 2015 en kunnen we in een beperkte tijd uitvoeren. Per actie is een trekker benoemd en een plan van aanpak opgesteld. Ook is beschreven wat het beoogde resultaat van de acties is en hoe we de resultaten volgen. De totale besparing die we met het Actieplan Sociaal Domein beogen, bedraagt € 500.000 à € 600.000. Daarbij zijn we voor een deel afhankelijk van de partners waarmee we rond bepaalde acties samenwerken. Het Actieplan is ook geen statisch plan. Werkende weg ronden we de opgenomen maatregelen af en voegen we weer nieuwe toe.

2

Pag. 3 van 4

Het Actieplan Sociaal Domein bevat acht acties: 1) Slimmere uitvoering: We vergelijken onze werkwijze met onze oorspronkelijke visie en met de werkwijze van andere gemeente. Centrale vraag daarbij is: hoe kan onze uitvoering slimmer? 2) Sturen op doelen: We formuleren aan de voorkant duidelijke doelen met het gezin en houden vinger aan de pols of deze worden bereikt. Als dat het geval is, kan ondersteuning ook worden afgebouwd. 3) Slimmere ondersteuning: 3% Van de cliënten zorgt voor 33% van de uitgaven aan maatwerkvoorzieningen jeugd. Samen met het gezin, aanbieders en andere verwijzers zoeken we naar alternatieve oplossingen. 4) Sneller op de juiste plek: We werken samen met huisartsen rond verwijzingen naar (voornamelijk) jeugdGGZ. De bedoeling is dat de huisarts verwijst naar een professional jeugd-GGZ die eerst brede vraagverheldering uitvoert en zelf kan behandelen. We verwachten dat het aantal verwijzingen naar specialistische jeugd-GGZ daarmee afneemt. 5) Samen met het onderwijs: We kijken samen met het onderwijs naar mogelijkheden om de ondersteuning binnen en buiten het onderwijs slimmer te organiseren en beter op elkaar te laten aansluiten. In dit kader kijken we ook naar het proces rond dyslexie. 6) Sturen op aanbieders: We werken regionaal aan nieuwe manieren van inkoop van ondersteuning en zorg waarmee we meer kunnen sturen.

Tevens geven we het lokaal leveranciersmanagement verder vorm zodat we samen met aanbieders trends analyseren en beter hierop kunnen sturen. 7) In voor Mantelzorg: We nemen deel aan het landelijke programma ‘In voor Mantelzorg-thuis’. Dat richt zich op een betere samenwerking tussen formele en informele zorg op het gebied van mantelzorg. 8) Optimaliseren wettelijke mogelijkheden: We laten onderzoeken welke mogelijkheden de diverse wetten bieden en hoe we die zo goed mogelijk kunnen benutten. Daarbij kijken we ook naar de mogelijkheden om rekening te houden met de draagkracht van de inwoner die om ondersteuning vraagt. Bovenlokale stelselwijzigingen In onze meerjarenbegroting houden we ook rekening met een aantal bovenlokale ‘stelselwijzigingen’. Onze invloed hierop is beperkt, maar duidelijk is dat deze financiële consequenties zullen hebben. Een daarvan is de compensatieregeling voogdij op grond waarvan we in 2019 een compensatie ontvangen (met betrekking tot zorgkosten in het jaar 2017). U bent hierover begin december 2018 geïnformeerd via een raadsinformatiebrief (RIB.19.006). Dit jaar is de compensatieregeling opnieuw opengesteld en hebben we opnieuw een aanvraag gedaan (met betrekking tot zorgkosten in het jaar 2018). Met ingang van 2021 verandert het woonplaatsbeginsel jeugd waardoor de compensatieregeling voogdij niet meer aan de orde is.

Recent hebben wij van het Ministerie van VWS begrepen dat over de jaren 2019 en 2020 de mogelijkheid tot het aanvragen van compensatie ook zal worden opengesteld. Verder werkt het rijk momenteel aan een herziening van de verdeelmodellen sociaal domein en aan een herziening van de financiële verhoudingen rijk – gemeenten. De verwachting is dat dit in 2021 zijn effect zal hebben op de budgetten die de gemeenten ontvangen. Een andere ontwikkeling die in dit kader relevant is, is de invoering van het abonnementstarief Wmo waardoor er bij het toekennen van Wmo-voorzieningen geen inkomens- en vermogenstoets mag worden uitgevoerd. Voor iedereen geldt in 2019 eenzelfde eigen bijdrage van maximaal € 17,50 per vier weken. De verwachting was dat dit een aanzuigende werking zou hebben en dat zien we ook duidelijk terug bij een voorziening als Hulp bij het Huishouden (HbH). We verwachten dat gemeenten hiervoor gecompenseerd zullen worden en dat het abonnementstarief op de langere termijn niet houdbaar is. Tot slot werken we in het kader van het regionale project sturing en inkoop aan een herziening van de regionale inkoop van maatwerkvoorzieningen. Dit doen we samen met de zeven gemeenten van Noord-Limburg waarbij we nadrukkelijk ook kijken naar de ervaringen van de gemeente Venlo op het gebied van prestatiegericht inkopen.

Alle gemeenten hechten er aan om dit zorgvuldig maar ook met gepaste snelheid uit te voeren. De 3

Pag. 4 van 4

planning is dat dit gezamenlijk traject zal leiden tot wijzigingen in inkoop en bekostiging met ingang van 2021 en/of 2022. Bij dit traject is onze eigen invloed groter dan bij de andere ontwikkelingen die we hierboven hebben beschreven. We schatten in dat het totaal van deze bovenlokale stelselwijzigingen zal leiden tot een financieel voordeel van € 500.000 structureel met ingang van 2021. Hoe nemen we u mee in de uitvoering en de resultaten? We volgen de voortgang van onze acties vooral via het monitoringsinstrument PowerBI. We rapporteren daarover via de Monitor Sociaal Domein en via de documenten van de P&C cyclus. We hebben de uitvoering van het Actieplan SD ook opgenomen als een van de maatregelen bij de begroting 2020. Daarnaast willen we u op een aantal momenten via inspiratiesessies meenemen in de verschillende acties. In overleg met de griffier kijken hoe we dit de komende maanden goed kunnen vormgeven.

Bijlagen 1. Actieplan Sociaal Domein september 2019. 2. Infographic Actieplan Sociaal Domein.

4

Actieplan Sociaal Domein Kwaliteit, maatwerk, kostenbewust

September 2019 Aanleiding Sinds de overdracht van de taken op het gebied van het sociaal domein in 2015 (Wmo 2015, Jeugdwet en Participatiewet) zijn gemeenten bezig om de ondersteuning en zorg te transformeren: meer inzetten op de eigen kracht en die van het netwerk, gebruik maken van initiatieven in de wijk, normaliseren, de-medicaliseren, vroeger signaleren, preventief werken, zorg sneller afschalen, etc. Doel daarbij is vooral een kwaliteitsverbetering: inwoners krijgen zo snel mogelijk de best passende

1

ondersteuning. Daarmee kan voorkomen worden dat problemen verergeren en dat zwaardere ondersteuning moet worden ingezet. Dit zou ook kunnen betekenen dat de uitgaven aan ondersteuning en zorg kunnen dalen. Gemeenten zouden daarom met minder geld uitkunnen dan er voorheen aan werd uitgegeven. Vanuit die gedachte heeft het rijk meteen vanaf 2015 kortingen op de budgetten sociaal domein doorgevoerd, dus nog voordat de gemeenten die taken kregen overgedragen en aan de transformatieopdracht konden werken. Ervaringen afgelopen jaren De ervaringen in afgelopen jaren hebben duidelijk gemaakt dat: - Alle partijen waaronder gemeenten in de eerste jaren na de decentralisatie nog volop bezig waren met de transitie en onvoldoende toekwamen aan de transformatieopgave; - De transformatieopgave er een is van het doorbreken van ingesleten patronen, verandering van cultuur en werkwijzen, vele partijen met soms tegengestelde belangen, elkaar leren kennen én vertrouwen, durven loslaten, etc. Kortom, het is een complexe opgave en een van de lange adem. - Het direct doorvoeren van de kortingen door het rijk gemeenten confronteert met forse tekorten die op gespannen voet staan met de wens om te investeren in preventie en transformatie.

- De druk op financiën de noodzaak om te transformeren vergroot om ook voor de toekomst inwoners passende ondersteuning van goede kwaliteit tegen een reëel tarief te kunnen bieden. Hoe staan we er voor qua organisatie en uitvoering? In 2018 heeft de Rekenkamercommissie onderzoek uitgevoerd naar de uitvoering van de jeugdhulp in Horst aan de Maas. De Rekenkamer concludeert dat we in onze gemeente erin zijn geslaagd een robuust jeugdzorgbeleid neer te zetten. Ook stelt de Rekenkamer vast dat we erin zijn geslaagd een goed functionerende uitvoeringsorganisatie neer te zetten met het team toegang en de drie gebiedsteams. De uitvoeringsorganisatie (team toegang en gebiedsteams) functioneert naar behoren en werkt ook daadwerkelijk conform de transformatie-uitgangspunten van ’één gezin, één plan, één regisseur’ en ‘meer inzetten op eigen kracht’. Tot slot concludeert de Rekenkamer dat we in onze gemeente erin zijn geslaagd een goed functionerend informatiesysteem op te zetten waardoor er zicht is op de uitvoering van de jeugdzorg. De gemeenteraad wordt twee keer per jaar geïnformeerd via de monitor sociaal domein en via de P&C cyclus waarin de voortgang van het beleid (gemeentebreed en dus ook op het sociaal domein) zowel financieel als beleidsinhoudelijk wordt weergegeven en beoordeeld.

Het rapport van de Rekenkamer geeft een positief beeld van de uitvoering van de jeugdhulp in onze gemeente waar we trots op mogen zijn. Dit beeld wordt bevestigd door de resultaten van het meest recente cliëntervaringsonderzoek (over het jaar 2018). Onze inwoners zijn over het algemeen tevreden over het contact met de gemeente en de geleverde zorg. Het vraagverhelderingsgesprek wordt als positief beoordeeld. De kwaliteit van de hulpverlening door zorgaanbieders wordt overwegend goed bevonden door inwoners. Inwoners kennen gemiddeld een 8,2 toe aan de Wmo en een 8,0 aan jeugdhulp. En belangrijker nog: het blijkt dat de hulp die inwoners krijgen, bijdraagt aan het verbeteren van hun situatie. Ze kunnen zich beter redden en ze hebben een betere kwaliteit van leven. Hoe zien de financiën eruit? Ondanks dit positief beeld van de uitvoering van de nieuwe taken is er ook in Horst aan de Maas sprake van tekorten in het sociaal domein. Waar de jaren 2015 en 2016 nog afgesloten werden met een positief resultaat, zien we vanaf 2017 oplopende tekorten. Hierin zijn we niet uniek: het is een landelijk beeld. Het tekort in 2017 (ten opzichte van de begroting) bedroeg € 1.235.000 en in 2018 € 548.000. In 2017 en 2018 hebben we de tekorten nog (deels) kunnen opvangen vanuit de egalisatiereserve sociaal domein die in 2015 was ingesteld.

Met ingang van 2019 is er nog slechts een restant van € 149.000 uit de egalisatiereserve beschikbaar om tekorten uit te dekken. Tegelijk met de opgave om de

2

ondersteuning en zorg te transformeren hebben gemeenten dus ook de opgave om de tekorten in het sociaal domein terug te dringen. Daarom hebben we dit Actieplan Sociaal Domein opgesteld. De bedoeling daarvan is om zowel te werken aan de gewenste transformatie van ondersteuning en zorg als om te proberen de uitgaven meer in balans te brengen met de begrote middelen zodat de zorg ook op termijn betaalbaar blijft. Zie bijlage 1 voor verdere verdieping. Aard Actieplan Sociaal Domein Het Actieplan Sociaal Domein is geen allesomvattend plan dat alle maatregelen en acties voor de komende jaren omvat of dat alle lokale en regionale initiatieven op het gebied van transformatie beschrijft. Er wordt aan veel meer maatregelen gewerkt die bijdragen aan de transformatie dan het selecte aantal dat in dit plan is opgenomen. Zo werken we bijvoorbeeld aan het preventief jeugdbeleid dat voor de langere termijn een bijdrage levert aan het verminderen van de inzet van ondersteuning en zorg. Het Actieplan focust juist op de korte termijn en op een beperkt aantal acties. Deze zijn vooral gekoppeld aan de nieuwe taken per 2015 en kunnen we in een beperkte tijd uitvoeren. We hebben deze acties gekozen omdat hier de grootste stijging van de uitgaven zichtbaar is en/of deze als aanbevelingen uit het onderzoek van de Rekenkamer of onze eigen evaluatie van het Integraal Beleidsplan SD komen.

Hierbij hebben we ons gebaseerd op analyses uit ons monitoringssysteem (PowerBI) en een tweetal interne sessie gericht op transformatie in het sociaal domein. Na afronding van de acties die in dit Actieplan zijn opgenomen, focussen we ons weer op nieuwe. Dat past bij de dynamiek in het sociaal domein, het werken met de vele partners en de nieuwe inzichten die we regelmatig opdoen. Dat betekent ook dat we deels van andere partners, bijvoorbeeld huisartsen en gecertificeerde instellingen, afhankelijk zijn voor het behalen van de resultaten. Wat is onze ambitie en welke acties kunnen we onderscheiden? Ambitie: We bieden onze inwoners die dat nodig hebben ondersteuning op maat waarbij de kwaliteit gelijk blijft of verbetert. Samen met inwoners, zorgaanbieders en maatschappelijke partners organiseren we de ondersteuning zo dat de totale uitgaven in het sociaal domein dalen en meer in balans komen met de begrote middelen, zodat de zorg ook op termijn betaalbaar blijft. Hiertoe voeren we een aantal acties uit: 1. Actie 1: Slimmere uitvoering We vergelijken onze huidige werkwijze (hoe doen we het nu?) met onze visie en vastgestelde uitgangspunten (hoe hebben we het ooit bedoeld?). Bij deze actie betrekken we ook een analyse van de toegangen van andere gemeenten (waaronder Peel en Maas en Venray).

Daar waar we verschillen zien, beoordelen we of we het wenselijk is om onze werkwijze aan te passen en wat daar voor nodig is. Centrale vraag: hoe kan onze uitvoering slimmer? Ons huidige beeld is dat aanscherpingen mogelijk zijn rond regie en casemanagement, rond preventie en verbinding met het voorliggend veld (informele ondersteuning) en rond versterking van het netwerk van gezinnen. Resultaat 1: Verbeterde werkwijze uitvoering. Gereed: maart 2020. 2. Actie 2: Sturen op doelen: Op basis van onze visie willen we inzetten op de eigen kracht van inwoners en die van het netwerk/gemeenschap en willen we normaliseren en de-medicaliseren. Via onze toegang willen we daar meer op sturen. Ook willen we onze gebiedsteams meer ruimte geven voor procesregie en casemanagement. Dat betekent: vooraf duidelijke doelen formuleren met het gezin, passende ondersteuning daarbij organiseren met oog voor eigen kracht en die van het netwerk, sturen op het behalen van de doelen van het gezin en goede afspraken daarover maken met betrokken aanbieders en afschalen/afsluiten zodra dat mogelijk is.

3

Resultaat 2: Betere sturing op het formuleren en bereiken van de doelen uit het leefzorgplan. De inzet van ondersteuning daarop afstemmen (afschalen, afbouwen en stopzetten wanneer dat kan) en regelmatig evalueren. Gereed: maart 2020. 3. Actie 3: Slimmere ondersteuning Uit onze monitoring (PowerBI) blijkt dat de 25 casussen met het hoogste gebruik van jeugdhulp zorgen voor 33% van de uitgaven aan maatwerkvoorzieningen (€ 2,5 miljoen). We analyseren deze casussen en treden in overleg met de betreffende gezinnen, betrokken aanbieders en andere verwijzers. Daarbij sturen we op het behalen van de doelen van het gezin en zoeken we samen naar alternatieve oplossingen (preventie, eigen kracht, netwerk, voorliggende voorzieningen, etc.). De verwachting is dat hiermee de zwaarte en/of duur van de maatwerkvoorzieningen kan afnemen. Het betreft hier complexe situaties waar vaak hulp in het gedwongen kader aan het orde is en het gaat om risico’s rond de veilige ontwikkeling van jeugdigen. Hierin is een goede samenwerking met de gecertificeerde instellingen cruciaal. Resultaat 3: alternatieve oplossingen zorgen voor een afname van de uitgaven aan maatwerkvoorzieningen. Gereed: februari 2020. 4. Actie 4: Sneller op de juiste plek: We verbeteren de samenwerking met huisartsen. Dit doen we samen met Provico en Cohesie.

Het doel is het aantal verwijzingen naar de specialistische jeugd-GGZ te verminderen. We starten de implementatie bij twee huisartsenpraktijken en bouwen die daarna uit rekening houdend met de verschillen die er tussen huisartspraktijken zijn. De bedoeling is dat de huisarts niet direct verwijst naar een specialistische zorgaanbieder, maar dat er eerst brede vraagverheldering wordt gedaan door een gekwalificeerde professional (jeugd-GGZ-deskundige). Indien nodig kan de professional ook zelf behandeling of begeleiding bieden. De verwachting is dat een deel van de ondersteuningsvragen van onze gezinnen op deze manier opgelost kunnen worden en een verwijzing naar specialistische jeugd-GGZ niet nodig is. Resultaat 4: Jeugdigen met psychosociale klachten worden sneller, laagdrempelig en dichtbij huis (vanuit de eigen huisartsenpraktijk) ondersteund en worden pas doorverwezen naar specialistische Jeugd-GGZ als dat nodig is. Gereed: implementatie start eind 2019. 5. Actie 5: Samen met onderwijs We verbeteren de samenwerking met het onderwijs rond passend onderwijs en jeugdhulp. We beschrijven welke taken bij het onderwijs horen en welke bij de gebiedsteams en werken verder uit hoe de samenwerking verloopt als de rolverdeling minder duidelijk is.

Ook brengen we in kaart waar kansen liggen om ondersteuning binnen en buiten het onderwijs slimmer te organiseren en beter op elkaar te laten aansluiten. De school is immers de plek waar veel zaken worden gesignaleerd, maar waar ook bij uitstek de eerste laagdrempelige ondersteuning geboden kan worden. Het doel is om de schoolomgeving een grotere rol te geven in het voorkomen, signaleren en aanpakken van lichte problematiek. Speciale aandacht besteden we daarbij aan dyslexie vanwege de toename van het aantal leerlingen met deze diagnose. Resultaat 5: Er liggen concrete, gezamenlijke werkafspraken over de inzet en aansluiting van ondersteuning vanuit passend onderwijs en vanuit jeugdhulp op basis van het principe 1Gezin1Plan1Regiseur. Gereed: februari 2020. 6. Actie 6: Sturen op aanbieders Regionaal loopt het project ‘sturing en inkoop sociaal domein’. Hierbij werken we aan strategieën om beter te sturen en dit door te vertalen naar de wijze van inkopen van ondersteuning en zorg (bekostigingsmodel, contractvormen en leveranciersmanagement) en ons toegangsmanagement. In dit kader onderzoeken we ook of we bepaalde soorten maatwerkvoorzieningen beter als voorliggende voorzieningen kunnen organiseren. Is het bijvoorbeeld mogelijk om bepaalde soorten individueel maatwerk om te bouwen naar een (vrij toegankelijke) groepsvoorziening?

4

Tevens willen we het lokaal leveranciersmanagement verder vormgeven. Bij sommige aanbieders zien we de kosten stijgen en het aantal cliënten dalen. Samen met desbetreffende aanbieders analyseren we deze ontwikkelingen en kijken hoe we hierop kunnen sturen. Resultaat 6: We sturen samen met aanbieders sterker op het inzetten van de juiste ondersteuning en het afbouwen daarvan zodra dat kan. Gereed: februari 2020. 7. Actie 7: In voor Mantelzorg: Het aandeel ouderen in onze regio blijft groeien. Mensen bereiken steeds vaker een hoge leeftijd en blijven langer zelfstandig thuis wonen. De druk op zowel de formele als informele zorg neemt hierdoor ook toe. Door deelname aan het landelijke programma “In voor Mantelzorg-thuis”, zetten we in op een betere lokale samenwerking tussen zorg, welzijn en gemeente in het algemeen en meer specifiek op betere samenwerking tussen beroepskrachten, mantelzorgers en vrijwilligers. Dat doen we door samen met lokale organisaties in de praktijk gedurende twee jaar aan de slag te gaan met actuele vraagstukken rondom de specifieke doelgroep mantelzorgers, begeleid door twee adviseurs vanuit de sociale kennisinstituten Movisie en Vilans. We verwachten de geleerde lessen over deze samenwerking breder in te kunnen zetten binnen het sociaal domein.

Resultaat 7: Een betere samenwerking tussen formele en informele zorg op het gebied van mantelzorg, wat effectievere vroegsignalering en passende ondersteuning oplevert. Gereed: eind 2020. 8. Actie 8: Optimaliseren wettelijke mogelijkheden We laten externe deskundigen kijken naar de mogelijkheden en grenzen die de diverse wetten bieden en hoe zich dat verhoudt tot ons beleid en onze werkwijze. Bijvoorbeeld in de afbakening van de jeugdhulp of de mogelijkheden om rekening te houden met de draagkracht van de inwoner die om ondersteuning vraagt. Ook vergroten we het kostenbewustzijn bij onze inwoners en onze partners, bijvoorbeeld door informatie toe te voegen over de kosten van de ondersteuning die zij ontvangen. Resultaat 8: We optimaliseren de mogelijkheden die de wetten bieden en onze inwoners en partners zijn kostenbewust en dragen naar draagkracht bij aan het verminderen van de uitgaven in het sociaal domein. Als eerste stap onderzoeken we de wettelijke mogelijkheden. Gereed: december 2019. Wat moeten de acties opleveren en hoe meten we de resultaten? De ambitie en acties richten zich zowel op kwaliteit van de ondersteuning als op het beperken van de uitgaven. Daarbij kunnen we de volgende algemene doelen/resultaten formuleren: a) Inwoner is sneller op de juiste plek en er zijn minder veranderingen van aanbieder.

b) Inwoner kan dankzij de ondersteuning sneller op eigen kracht verder. c) Zorgvraag inwoner wordt (deels) opgelost door inzet netwerk of voorliggende voorziening. d) Zwaarte van de ondersteuning die wordt ingezet neemt af. e) Duur van de ondersteuning die wordt ingezet neemt af. f) Inwoners waarderen de ondersteuning vanuit de gebiedsteams met gemiddeld een 8,0. g) Inwoners waarderen de ondersteuning door de zorgaanbieders met gemiddeld een 8,0. h) De uitgaven aan maatwerkvoorzieningen nemen af. De beoogde besparing die acties 1 - 8 kunnen opleveren, schatten we in op ongeveer € 500.000 à € 600.000. Per actie werken we het precieze resultaat en de indicatoren die daarbij horen verder uit. Samen met een aantal algemene indicatoren volgen we deze via ons monitoringssysteem (PowerBI). We rapporteren hierover via de monitor sociaal domein en de documenten gekoppeld aan onze Planning & Control cyclus.

5

Bijlage 1: Verdiepende analyse tekorten sociaal domein Hoe staat het sociaal domein er in Horst aan de Maas voor? - Er staat een robuust beleid, een goed functionerende uitvoeringsorganisatie en goed functionerend informatie- en monitoringssysteem (onderzoek Rekenkamercommissie 2018). - Onze inwoners zijn over het algemeen tevreden over het contact met de gemeente en de geleverde zorg en krijgen hulp die bijdraagt aan het verbeteren van hun situatie. Ze kunnen zich beter redden en ze hebben een betere kwaliteit van leven (cliëntervaringsonderzoek 2018). - De jaren 2015 en 2016 hebben we afgesloten met een positief resultaat. Vanaf 2017 zien we tekorten die deels veroorzaakt worden door nagekomen facturen over de jaren 2015 en 2016. - Het jaar 2017 hebben we afgesloten met een tekort van € 1,2 miljoen ten opzichte van de begroting (na 2e bijstelling), op een totaal van ruim € 28 miljoen. Het tekort over 2018 kwam uit op € 550.000 ten opzichte van de begroting (2e bijstelling), op een totaal van ruim € 28 miljoen. Voor de komende jaren verwachten we circa € 30 miljoen aan totale uitgaven. - De tekorten ten opzichte van de middelen die we van het rijk ontvangen, zijn groter dan de tekorten ten opzichte van de (bijgestelde) begrotingen.

- Er is bij de Wmo wel een stijging van de uitgaven zichtbaar, maar die is met een toename van 3% in 2018 ten opzichte van 2017 beperkt en in lijn met de vergrijzing. - De stijging van de uitgaven doet zich vooral voor bij jeugdhulp. Het percentage jeugdigen met jeugdhulp (totaal) stijgt, vooral als gevolg van de daling van het aantal jongeren (ontgroening). Daarbij ligt het percentage in Horst aan de Maas onder het Nederlands en Limburgs gemiddelde en is de stijging ook minder groot. Bij de maatwerkvoorzieningen jeugd zien we ook een stijging. Zowel het aantal jeugdigen met een maatwerkvoorziening als het aantal maatwerkvoorzieningen is in 2018 respectievelijk met ongeveer 10% en 6% toegenomen ten opzichte van 2017. - De grootste stijgingen doen zich voor bij de producten ‘behandeling met GGZ’, ‘verblijf met behandeling’ en ‘wonen’. We zien daarbij in het algemeen de aantallen stijgen. In sommige gevallen stijgen de kosten harder dan de aantallen. Aanbieders geven daarbij aan dat de casussen zwaarder en complexer worden waardoor er meer en zwaardere ondersteuning nog is. De regiogemeenten herkennen dit patroon ook. - Slechts een deel (40%) van de verwijzingen naar jeugdhulp verloopt via onze gebiedsteams. 60% van de jeugdigen komt bij een maatwerkvoorziening uit via een andere verwijzer (zoals huisarts, medisch specialist of gecertificeerde instelling).

Hier hebben we weinig directe invloed op. - De 25 cliënten met het hoogste zorggebruik per persoon gebruiken samen € 2,5 miljoen. Oftewel de 3% duurste cliënten zorgt voor 33% van de uitgaven aan maatwerkvoorzieningen jeugd. Kleine verschuivingen in de aantallen, met name in deze groep, hebben daarmee grote financiële consequenties. Het betreft hier meestal complexe casussen met zorgen over de veilige ontwikkeling van jeugdigen. - De tekorten in het sociaal domein, en in het bijzonder bij de jeugdhulp, spelen in het hele land. We zijn daarin niet uniek. Als we kijken naar omliggende, vergelijkbare gemeenten zoals Peel en Maas en Venray zien we dat er weliswaar verschillen zijn, maar dat we in een vergelijkbare situatie zitten. Ook deed de stijging van het gebruik van jeugdhulp zich al voor 2015 voor. Voor een deel heeft dit te maken met maatschappelijke trends die we niet zomaar ombuigen (sneller signaleren, ‘stickers’ plakken, verwachtingen rond ontwikkeling eigen kind en de inzet van hulp, toename vechtscheidingen, toename druk op jeugdigen, etc.). - De VNG heeft over de tekorten in het sociaal domein een brandbrief gestuurd aan het kabinet. Het kabinet heeft inmiddels voor drie jaar (2019, 2020 en 2021) extra middelen toegezegd. Deze helpen om de tekorten te verminderen, maar lossen ze niet op.

6

-

Daarom stellen we het Actieplan Sociaal Domein op. De bedoeling daarvan is om zowel te werken aan de gewenste transformatie van ondersteuning en zorg als om te proberen de uitgaven meer in balans te brengen met de begrote middelen, zodat de zorg ook op termijn betaalbaar blijft.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9621199/1