Onderzoeksrapport Californië - gemeente Horst aan de Maas
Tekst van het document
99
5. Handelingsperspectief voor de toekomst Vooraf In dit slothoofdstuk schetsen we een handelingsperspectief voor de toekomst. Hiermee beantwoorden we de volgende onderzoeksvraag: 10. Welke (juridische) vervolgacties zijn wenselijk en mogelijk vanuit het perspectief van de gemeente Horst aan de Maas?
In het voorgaande zijn in dit onderzoek de relevante kaders opgenomen, is het feitelijk verloop van de ontwikkelingen uiteengezet en is een duiding gegeven van het handelen van de kant van de gemeente. In dit hoofdstuk is een handelingsperspectief opgenomen waarin de mogelijkheid en wenselijkheid van vervolgacties door de gemeente besproken wordt. Daarin is uitgegaan van drie mogelijke aanknopingspunten voor vervolgacties: het proces van vergunningverlening, de voltrokken grondtransacties tussen Californië B.V. en dhr. Burghout en de sturing op verbonden partijen. Proces van vergunningverlening 1. Het vergunningverleningsproces is verlopen volgens de regels van de ruimtelijke ordening. Er zijn geen mogelijkheden om de vergunning in te trekken Zoals eerder geconcludeerd zijn de vergunningen voor de zonneweides verleend in overeenstemming met het wettelijke stelsel voor vergunningsaanvragen. In het proces van vergunningverlening heeft er, aansluitend bij het wettelijke kader, een beoordeling plaatsgevonden op grond van ruimtelijke argumenten. De vergunningen voor de zonneweides zijn onherroepelijk geworden, de mogelijkheden tot bezwaar- en (hoger) beroep zijn uitgeput of verstreken. Indien een vergunning onherroepelijk is, kan deze in beginsel niet meer aangetast worden. Er zijn enkele uitzonderingen op de onaantastbaarheid van verleende vergunningen.
Een verleende onherroepelijk geworden omgevingsvergunning kan onder de volgende omstandigheden worden ingetrokken: 1. als onjuiste of onvolledige gegevens zijn opgegeven (art. 18.10 lid 4 omgevingswet (oud: art. 5.19 lid 1 sub a Wabo)); 2. op verzoek van vergunninghouder; 3. bij een negatieve tussentijdse bibob-toets (art. 5.40 lid 2 sub c en d Omgevingswet (oud: art. 5.19 lid 4 sub b Wabo));
100