CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Raad inclusief bijlage – voorstel verwerking conceptadvies commissie mer

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: MER + Aanvulling MER3.422 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO Aan: Raadsleden Datum: 28 november 2025 Onderwerp: verwerking eindadvies commissie mer

Zoals in de procesmemo van 27 november jl. is aangegeven, informeren we u over onze voorstellen voor aanpassingen/aanvullingen aan het bestemmingsplan en bijbehorende stukken om zo goed mogelijk te voldoen het advies van de Commissie mer. Deze voorstellen voor wijzigingen zijn gebaseerd op het concept toetsingsadvies van de Commissie mer en de ambtelijke bespreking van het concept eindadvies met de Commissie mer: het adviesgesprek. In dit memo wordt eerst ingegaan op de adviezen zoals opgenomen in het eindconcept van het toetsingsadvies van de Commissie over de aanvulling op het MER. Deze zijn samengevat en voorzien van een inhoudelijke visie op het advies en een concreet voorstel voor aanpassingen/aanvullingen van betreffende documenten. Vervolgens wordt ingegaan op de aanbevelingen van de Commissie mer zoals opgenomen in het eindconcept van het toetsingsadvies van de Commissie over de aanvulling op het MER. Op deze aanbevelingen is eveneens een reactie geformuleerd waarbij tevens is aangegeven of en hoe deze aanbevelingen in de stukken worden aangepast. Na publicatie van het definitieve advies informeren we u over de doorgevoerde wijzigingen tussen het concept en het definitieve advies en eventuele consequenties voor de voorstellen uit deze notitie.

Wij adviseren u het bestemmingsplan en bijbehorende stukken (waaronder het MER en de Aanvulling MER) gewijzigd vast te stellen met in achtneming van de voorgestelde wijzigingen.

Adviesgesprek 27 november

In dit gesprek is het conceptadvies van 21 november puntsgewijs besproken. Onderstaande uiteenzetting is ook met de commissie gedeeld. De commissie geeft aan dat ze in het eindadvies geen rekening kunnen houden met de voorgestelde wijzigingen omdat het advies betrekking heeft op de aangeleverde en door de commissie beoordeelde bestanden.

Verwerking concept eindadvies

De opmerkingen, zoals geformuleerd door de Commissie mer in haar concept eindadvies van 21 november 2025 (3797TSEA) zijn onderstaand per punt weergegeven gevolgd door een reactie hoe inhoudelijk om te gaan met het advies of de aanbeveling van de Commissie mer. Daaronder volgt het concrete advies voor een wijziging in een of meerdere stukken behorende tot het bestemmingsplan voor Toverland. De letterlijke tekstvoorstellen zijn geel gerenvooieerd.

Adviezen Advies 1: Geluid

Op blz. 5 van het concept toetsingsadvies van de Commissie MER merkt de Commissie het volgende op: ‘In het <gemeentelijk> beleid is echter ook aangegeven dat het verschil tussen de dB(C) en de dB(A)-waarde niet groter mag zijn dan 14 dB. Bij de bepaling van de dB(C)-waarde in de aanvulling op het MER is geen rekening gehouden met de frequentie-afhankelijke overdracht tussen enerzijds de bron en de gevel van de woningen en anderzijds frequentie-afhankelijke overdracht tussen het geluid op de gevel en het geluidniveau binnen. De aanvulling onderbouwt daardoor niet dat wordt voldaan aan de dB(C)-grenswaarde uit het beleid’. Reactie De commissie MER heeft het akoestisch onderzoek van 22 augustus 2025 beoordeeld (20250822-TOV001-AO-MER-BP 6.0). Naar aanleiding van opmerkingen van de gemeente is het onderzoek vervolgens op dit punt nog aangepast voordat het bij het bestemmingsplan is gevoegd. In het akoestisch onderzoek dat als bijlage bij het BPVR is opgenomen, (20251024TOV001-AO-MER-BP 7.0 d.d. 24-10-2025) is nader ingegaan op het verschil tussen dB(A) en dB(C) in de woningen1: het geluidniveau in de relevante woningen is bepaald op ten hoogste 35 dB(A) en 49 dB(C). In de berekeningen is uitgegaan van een omnidirectionele geluidbron (bron die in alle richtingen gelijk uitstraalt).

In de praktijk zal dit niet het geval zijn, omdat dan gebruik wordt gemaakt van line-array en subsystemen. De geluiduitstraling zal daardoor een ander verloop hebben. De berekende geluidimmissies geven daardoor een worst case beschouwing. Aangezien hiermee ook de reactie van de Commissie-mer verwerkt, hoeft het rapport van het akoestisch onderzoek, als gevolg van het advies van de Commissie mer, niet te worden aangepast. In aanvulling hierop wordt opgemerkt dat Toverland beschikt over een akoestisch monitoringsysteem dat de feitelijke geluidsproductie meet / controleert en op basis waarvan bijsturing kan plaatsvinden. Aanvullend wordt in het akoestisch onderzoek d.d. 24-10-2025 n.a.v. de opmerking van de Commissie mer ook beschreven dat met de berekende niveaus voldaan wordt aan het gemeentelijk evenementenbeleid. Hiervoor stellen we voor de volgende passages toe te voegen/aan te passen in het akoestisch onderzoek (d.d. 24-10-2025) dat u bij het raadsvoorstel heeft aangetroffen: § 3.2.3 na de tweede alinea “….om slaapverstoring te voorkomen.” Zoals opgenomen in het akoestisch onderzoek wordt onderstaande tekst toegevoegd: Tevens is aansluiting gezocht bij het evenementenbeleid gemeente Horst aan Maas. Voor “overige evenementen” (tabel 2 van de Evenementenbeleid) geldt een geluidnorm van 70 dB(A) op geluidgevoelige objecten.

Het verschil tussen de geluidsbelasting in dB(C) en dB(A) mag ten hoogste 14 dB zijn.

dB(A) is een soort gemiddelde gewogen geluidwaarde en dB(C) heeft betrekking piekgeluidniveaus. dB(C) gebruikt een minder aangepaste weging en kent meer gewicht toe aan lage frequenties die het menselijk oor minder goed kan horen. Het is belangrijk deze apart in beeld te brengen omdat lage tonen een veel groter bereik hebben dan geluidsgolven van een hoge frequentie. In het gemeentelijk evenementenbeleid Horst aan de Maas is bepaald dat de normstelling voor muziek met karakteristieke bastonen 14 dB hoger kan liggen, dan de normstelling. Grotere verschillen tussen de dB(A)- en de dB(C)-waarde dan 14 dB, leiden vaak tot extra klachten en worden ook niet altijd door het publiek als prettig ervaren. 1

De laatste zin van deze paragraaf wordt als volgt gewijzigd: In lijn met het evenementenbeleid van de gemeente wordt geen toeslag van 10 dB vanwege muziekgeluid toegepast. § 5.5 van het akoestisch rapport wordt na de laatste alinea op pagina 27 toegevoegd: Uit het bovenstaande volgt tevens dat aan de geluidnormering uit het gemeentelijk evenementenbeleid aangaande de maximale gevelbelasting (70 dB(A)) en het verschil tussen dB(A) en dB(C) (14 dB) (binnenwaarde) wordt voldaan.

Om te waarborgen dat aan het beleid van de gemeente inzake evenementen voldaan wordt, stellen we voor aan artikel 3.2.1 van de regels van het BPVR Toverland het volgende lid toe te voegen: d. het verschil aan binnenniveau tussen de dB(A) en de dB(C) waarde bij evenementen mag niet meer dan 14 dB bedragen. In het adviesgesprek over het concept eindadvies heeft de Commissie aangegeven dat met deze toevoeging voldaan wordt aan het adviespunt. Advies 2: Vuurwerk De conclusie in de aanvulling MER is dat geen significant negatief effect te verwachten is van het afsteken van vuurwerk. Op blz. 6 van het concept eindadvies geeft de Commissie mer aan dat ze de conclusies vanwege geluid op Natura 2000-gebieden niet kan volgen en dat de ‘Aanvullende notitie effectanalyse vuurwerk’ alleen aandacht besteedt aan de effecten van geluid door vuurwerk, maar niet aan de effecten van licht en de cumulatie van deze beide effecten. Door alleen te kijken naar de geluideffecten van vuurwerk op vogels wordt de impact op vogelpopulaties mogelijk onderschat. Reactie Er is geen exacte wetenschap beschikbaar over afstanden dan wel geluidsniveaus waarbij wel/geen verstoring van vogels als gevolg van impulsgeluiden en lichte ecten optreden. Dit is een algemene landelijke leemte in kennis. De Commissie mer heeft bij haar advies van 2024 op het ontwerp MER aan het kennisdocument van Hoekstra et al.

gerefereerd. Dit rapport lost de leemte in kennis niet op. Het document gaat wel over de e ecten van het afsteken van vuurwerk op vogels en is ook betrokken in de onderbouwing voor Toverland (aanvullende notitie e ectanalyse vuurwerk). Het kennisdocument van Hoekstra et al. ziet op het afsteken van vuurwerk tijdens oud en nieuw en is niet vergelijkbaar met de situatie bij Toverland omdat bij Toverland vanaf één locatie gedurende korte periodes vuurwerk wordt afgestoken. Door initiatiefnemer is getracht de opsteller van dit kennisdocument te betrekking in het onderzoek voor Toverland ten aanzien van het mogelijk optreden van verstoring op N2000. De opsteller van het kennisdocument was hiervoor niet beschikbaar.

In de onderzoeken voor het BPVR Toverland is aangesloten bij het Kennisdocument vuurwerk (TAUW). Op basis van het gehanteerde kennisdocument van TAUW zou afgeleid kunnen worden dat negatieve e ecten uitgesloten kunnen worden wanneer vuurwerk afgestoken wordt buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied. De kortste afstand van de grens van Toverland tot een Natura 2000-gebied (Mariapeel) bedraagt 2 km. De mogelijke belasting van geluid op Natura 2000-gebieden is zowel voor grote als kleine vuurwerkshows op verschillende wijzen berekend.

Wij stellen voor dit in de notitie ‘aanvullende notitie e ectenanalyse vuurwerk’ (bijlage 21 bij de toelichting van het BPVR) te verduidelijken met onderstaande tekst: Bij ‘Afbeelding 1. Modellering geluid vuurwerk tijdens grote shows (links) en kleine shows (rechts)’ wordt de volgende tekst als voetnoot opgenomen: In het geluidmodel is ál het geluid vanwege Toverland opgenomen inclusief vuurwerk. Dit is uitgedrukt is langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT). Voor het modelleren van vuurwerk is gebruik gemaakt van de feitelijk gemeten geluidniveaus tijdens een vuurwerkshow. Vanwege het vuurwerk is een impulstoeslag van 5 dB equivalent geluidniveau gehanteerd. Daarnaast zijn de bronvermogens van het afsteken van vuurwerk verdeeld over de duur van de show (max 30 minuten) en in aanvulling daarop zijn ook de piekgeluiden (max 8 minuten) bepaald. Het gemiddeld bronvermogen (geluidniveau op de grond ter plaatse van de afsteeklocatie) van vuurwerk is 121 dB(A) inclusief 5 dB impulstoeslag. Het piekgeluidniveau (LWAmax) van vuurwerk is 142 dB(A). NB: de waarde van LWAmax is gelijk aan die van LWRpiek, zoals door de Commisie mer wordt voorgesteld. Het geluid dat daadwerkelijk optreedt is ter plaatse gemeten en verwerkt in het geluidmodel.

Lichtuitstraling is niet meegenomen omdat licht wordt tegengehouden door obstakels, zo ook door bomen, bossages en struiken in het omliggende bosgebied. Daarom is aannemelijk dat in de bossen geen sprake is van een gezamenlijk (cumulatief) geluid- en lichteffect. Deze motivering is abusievelijk niet in de tekst van de ‘aanvullende notitie effectenanalyse vuurwerk’ opgenomen. De notitie wordt na de laatste alinea daarom aangevuld met onderstaande tekst: Naast mogelijke e ecten als gevolg van geluidverstoring zouden bij het afsteken van vuurwerk in potentie ook verstoring als gevolg van licht aan de orde kunnen zijn. De provincie Limburg kent geen externe werking vanwege verstoring op NNL (Natuurnetwerk Limburg). Er geldt dus geen compensatieopgave voor de NNL. De beoordeling van verstoring is daarom alleen voor Natura 2000-gebieden nodig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Mariapeel) ligt op meer dan 2 km afstand van de grenzen van Toverland. Lichtuitstraling wordt daarnaast belemmerd door de bosranden rondom Toverland en de kronendekken van de bomen. In de bossen is om die reden geen sprake is van een significant e ect vanwege licht dan wel een gezamenlijk (cumulatief) geluid en lichte ect in de bossen.

Er zijn enkel e ecten op vogels te verwachten als gevolg van vuurwerk. Deze e ecten zijn enerzijds het opvliegen van een bezet nest of het verbruik van energie die niet snel weer aangevuld kan worden. Om deze reden wordt er geen vuurwerk afgestoken in het broedseizoen en gedurende vorstdagen in de winter. Het vuurwerk dat buiten deze perioden wordt afgestoken kan nog altijd tot het opvliegen van vogels leiden. Er is geen wetenschappelijk onderzoek beschikbaar waaruit blijkt dat als gevolg van vuurwerk vogels zouden opvliegen en bij welk geluidniveau dit optreedt. Er kan dus niet op grond van wetenschappelijk onderzoek geconcludeerd worden dat en onder welke omstandigheden sprake is van significante verstoring als gevolg van vuurwerk. Vogels vliegen immers ook op bij het naderen van straaljagers in de lucht of op lokaler niveau bij loslopende honden of predatoren in het bos. Om die reden kan samenvattend worden geconcludeerd dat e ecten op vogels niet volledig kunnen worden uitgesloten, maar eventuele optredende e ecten worden vanwege getro en mitigerende maatregelen als niet significant beoordeeld. Advies 3: Stikstof De Commissie constateert dat de AERIUS-berekeningen in de voortoets uitgaan van intern salderen. Aangezien voor het bestemmingsplan Toverland sprake is van een Natura 2000plantoets mag intern salderen inderdaad in de voortoets gebeuren.

Wat wel nog ontbreekt is een onderbouwing dat een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activeit kan worden verkregen, en dus of het voorkeursalternatief (bestemmingsplan) (juridisch) uitvoerbaar is. Dat is volgens de commissie wel nodig omdat anders geen sprake is van een reëel voorkeursalternatief. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, aannemelijk te maken dat intern salderen in de projectfase uitvoerbaar zal zijn in het licht van het additionaliteitsvereiste.

Reactie: Het advies van de Commissie op dit punt is niet in lijn met vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar de memo van mr. P. Bodden zoals opgenomen in bijlage 1. Zouden we desondanks toch aan het advies van de Commissie tegemoet willen komen, dan is dat inhoudelijk niet mogelijk omdat de provincie Limburg niet over beleid inzake toepassing van het additionaliteitsvereiste beschikt. De provincie beschikt sinds kort weliswaar over een richtlijn (LOS Limburgs Offensief Stikstof) waarin een aanpak is opgenomen om te komen tot dit beleid, maar er is nog geen zicht op concrete uitwerking hiervan. Dit adviespunt van de Commissie leidt niet tot voorstellen om de stukken aan te passen/wijzigen. Aanbevelingen a. De commissie mer heeft een omissie in de regels van het BPVR opgemerkt. Deze worden hersteld. Onderstaand is het voorstel voor de inhoudelijke wijzigingen van de regeling van artikel 3.2.2 en artikel 3.6.1 opgenomen waarbij in geel de voorgestelde wijzigingen zijn geduid. Artikel 3.2.2 (strijdig gebruik) komt als volgt te luiden: 3.2.2 Vuurwerk Het afsteken van vuurwerk in vuurwerkcategorie 2 en 3 is uitsluitend toegestaan voor zover: a. het afsteken buiten het broedseizoen plaatsvindt; b. er geen sprake is van een vorstdag; c.

vuurwerk niet meer dan 30 dagen per kalenderjaar wordt afgestoken; d. uitsluitend minder milieubelastend vuurwerk wordt gebruikt; e. maximaal 55 kg buskruit per show wordt gebruikt; f. dit plaatsvindt in de avondperiode; g. de duur van een kleine vuurwerkshow maximaal 30 minuten bedraagt waarbij het maximaal piekgeluidniveau (LWAmax) vanwege het afsteken van vuurwerk gedurende maximaal 8 minuten niet meer mag bedragen dan 142 dB(A); h. een grote vuurwerkshow maximaal 12 keer per kalenderjaar plaatsvindt, met dien verstande dat: 1. de duur van de vuurwerkshow maximaal 15 minuten bedraagt waarbij het maximaal piekgeluidniveau (LWAmax) vanwege het afsteken van vuurwerk gedurende maximaal 8 minuten niet meer mag bedragen dan 160 dB(A).; 2. grote vuurwerkshows tezamen met publieks- en/of sportevenementen als bedoeld in 3.7.2 niet meer dan 12 dagen per kalenderjaar plaatsvinden.

Artikel 3.6.1 (strijdig gebruik) komt als volgt te luiden: 3.6.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. seksinrichtingen, prostitutie en erotisch getinte vermaaksfuncties; b. horeca, met uitzondering van horecavoorzieningen als bedoeld in 3.1; c. permanente bewoning; d. het huisvesten van arbeidsmigranten; e. reclame-uitingen anders dan ten dienste van het bepaalde in 3.1; f. tijdelijke grondwateronttrekkingen in een gebied groter dan 5.000 m2 ten behoeve van bouw- en aanlegwerkzaamheden; g. tijdelijke grondwateronttrekkingen ten behoeve van bouw- en aanlegwerkzaamheden dieper dan 5 meter; h. grondwateronttrekkingen ten behoeve van de bedrijfsvoering van het attractiepark die niet reiken tot de diepte van de Formatie van Breda, tenzij reeds vergund; i. gasverbuik ten behoeve van de stookinstallaties van meer dan 1.322.500 m3 aardgas per kalenderjaar; j. het afsteken van vuurwerk anders dan is bepaald in artikel 3.2.2. b. In het advies op blz. 9 tussen 25-30 beveelt de Commissie aan om in de aanvulling MER (en in de hoofdtekst van de Notitie grondwateronttrekking en de voortoets) de juiste samenvatting te geven van de geohydrologische situatie, omdat bestuurders en omwonenden de onderliggende 30 onderzoeken mogelijk niet lezen.

Door het opnemen van de aanbeveling in deze memo is de raad en zijn belanghebbenden geïnformeerd. Belanghebbenden nemen in zijn algemeenheid vooral kennis van het BPVR. De aanbeveling heeft geen consequenties voor de toelichting en de regels van het vast te stellen BPVR, maar heeft enkel betrekking op de aanvulling op het MER (bijlage 25 bij de toelichting van het BPVR). Voorgesteld wordt deze aanbeveling niet op te volgen. c. In het advies eindconcept beveelt de commissie mer een monitoring aan van de afwikkeling van het verkeer bij de entree van Toverland op de Helenaveenseweg. De voorgestelde monitoring maakt onderdeel uit van het monitoringssysteem waar een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) voor is gesloten tussen Provincie Limburg, Toverland en de gemeente. Het is niet nodig daar aanvullend nog iets voor te wijzigen of op te zetten. Er wordt al voldaan aan deze aanbeveling.

MEMO Van:

Paul Bodden

Aan: Gemeente Horst aan de Maas Datum: 28 november 2025 Onderwerp: Eindconcept van het advies van de Commissie voor de Milieueffectrapportage inzake het bestemmingsplan Toverland (onderdeel stikstof)

Namens de gemeente werd mij gevraagd om te reageren op het onderdeel stikstof van het eindconcept van het advies van de Commissie voor de Milieueffectraportage (hierna: ‘de commissie’) inzake de voor het bestemmingsplan Toverland opgestelde milieueffectrapportage (d.d. 21 november 2025, kenmerk 3797TSEA). Mijn bevindingen treft u hierna aan. 1. Advies van de commissie ten aanzien van het onderdeel stikstof De commissie erkent dat intern salderen in het kader van het plan in de voortoets mag plaatsvinden. De ‘Rendac-lijn’1 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) ziet immers op het projectspoor en er is (nog) geen jurisprudentie waarin deze lijn wordt doorgetrokken naar het planspoor. Echter, de commissie adviseert om in aanvulling op de milieueffectrapportage, voorafgaand aan de besluitvorming, aannemelijk te maken dat intern salderen in de projectfase uitvoerbaar zal zijn in het licht van het additionaliteitsvereiste. Dat advies gaat wat mij betreft (te) ver. Ter toelichting strekt het navolgende. 2.

Uitvoerbaarheid van het plan in relatie tot de natuurvergunning hoeft niet te worden getoetst In de eerste plaats acht ik de vaste jurisprudentie van de Afdeling van belang die inhoudt dat vanwege de afzonderlijke toetsingskaders voor projecten en plannen bij plannen niet hoeft te worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan in relatie tot een natuurvergunning. Dit is bijvoorbeeld reeds uitgemaakt in de uitspraak inzake het Logistiek Park Moerdijk2 en is recent, op 27 augustus 2025, nog eens herhaald in de uitspraak Oostrum-Oost3. 3. Additionaliteit: project-overstijgende beoordeling door GS Voor zover daar in dit geval gezien het vorenstaande al aan kan worden toegekomen is verder van belang dat de Afdeling in de uitspraak Overduin4 expliciet heeft overwogen dat de motivering van het additionaliteitsvereiste project-overstijgend is en dat de afweging

1

AbRS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923. ECLI:NL:RVS:2020:2318, r.o. 5.2. 3 ECLI:NL:RVS:2025:4133, r.o. 14.1 4 AbRS 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2404, r.o. 19.4 en 19.5. 2

over welke instandhoudings- en/of passende maatregelen worden ingezet aan het college van Gedeputeerde Staten is en niet plaatsvindt op het niveau van het individuele project. Het is daarom aan het college van Gedeputeerde Staten – en niet aan de gemeente of de initiatiefnemer in het kader van bijvoorbeeld een milieueffectrapportage – om te onderbouwen welke maatregelen worden getroffen, wat het effect is van die maatregelen voor het betreffende Natura 2000-gebied, binnen welk tijdpad de maatregelen worden uitgevoerd en wanneer verwacht wordt dat deze effect zullen hebben. Het college van Gedeputeerde Staten heeft hierbij beoordelingsruimte. 4. Doorkijk Hoogstens kan in reactie op het eindconcept van het advies van de commissie ten aanzien van de natuurvergunning in aanvulling op het rapport ‘Toverland Voortoets BPR’5 nog het volgende worden opgemerkt. Evenals ten behoeve van het plan zal ten behoeve van het project intern worden gesaldeerd, maar anders dan bij het plan zal bij het project wel een additionaliteitstoets moeten worden verricht. Dat zal, zoals gezegd, het college van Gedeputeerde Staten moeten doen. In dat kader is van belang dat op 23 september 2025 het Limburgs Offensief Stikstof is gepubliceerd. Op korte termijn worden vervolgstappen verwacht.

Tot slot is van belang dat Toverland daarenboven ook nog is opgenomen als project waaraan stikstofdepositie mag worden toebedeeld uit de depositiebank De Peelbergen6. Gezien het vorenstaande kan op dit moment en in het kader van de milieueffectrapportage niet worden gesteld dat op voorhand in redelijkheid moet worden onderkend dat het gebiedsbeschermingsregime aan de uitvoerbaarheid van het voorkeursalternatief in de weg staat. Tot een nadere toelichting ben ik vanzelfsprekend bereid. Paul Bodden 28 november 2025

5 6

Kragten, 23 oktober 2025, 20251023-TOV001. Artikel 2 lid 2 Beleidsregels depositiebank De Peelbergen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16308144/3