CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Koersdocument

Gemeenteraad 26 juni 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Concept Koers omgevingsvisie Horst aan de Maas 20407.334 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Concept Koers Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040

Gemeente Horst aan de Maas LOS · ruimte maak je samen

horstaandemaas.nl

Laatst gewijzigd: 19/06/2024 Opdrachtgever: Gemeente Horst aan de Maas Opsteller: LOS · ruimte maak je samen

Inhoudsopgave Inleiding

5

Ambities voor de toekomst

9

Zes principes voor de ruimtelijke inrichting

11

Principe 1 De leefomgeving is gezond

15

Principe 2 Horst aan de Maas heeft woningen en voorzieningen naar behoefte

19

Principe 3 De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving

23

Principe 4 Natuur, extensieve landbouw en recreatie gaan hand in hand

29

Principe 5 Het bodem en watersysteem zijn (mede) sturend

33

Principe 6 Werken aan integrale, innovatieve energie- en vervoersystemen

37

Gamechangers / invloed van buitenaf

43

2 3

Inleiding Voor u ligt de “Koers Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040”. Hierin staat hoe en waar inwoners in 2040 kunnen wonen, werken, ontmoeten, spelen en recreëren binnen onze gemeentegrenzen. Het is de eerste uitwerking van de koers, waarin de ambities voor een gezonde, duurzame en veilige omgeving voor de toekomst uitgesproken en vastgelegd zijn. In deze ruimtelijke koers kijkt de gemeente vooruit, zodat er bewustwording ontstaat om met grote veranderingen om te kunnen gaan. De integrale benadering van de thema’s is daarbij essentieel. Want wonen heeft invloed op werken en werken heeft invloed op wonen. En al de verschillende thema’s hebben invloed op de leefomgeving en zijn afhankelijk van de (schaarse) ruimte waarin ze een plek horen te krijgen. Zo zijn alle grote thema’s met elkaar verbonden en kunnen keuzes die gemaakt (moeten) worden op meerdere vlakken consequenties hebben. Met de komst van de Omgevingswet is het opstellen van een omgevingsvisie voor iedere gemeente verplicht. Die verplichting is ook een kans. Een

kans om een visie te ontwikkelen die de verschillende beleidsdomeinen binnen de fysieke en sociale leefomgeving samenbrengt en de koers uitzet voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. Daarmee wordt het een richtinggevend document dat het ruimtelijk beleid van de gemeente Horst aan de Maas op hoofdlijnen beschrijft. De omgevingsvisie bevat nog geen uitwerking van dat beleid of het benoemen van maatregelen. Dat is onderdeel van de omgevingsprogramma’s. Na vaststelling wordt de omgevingsvisie een zelfbindend document. Daarmee geeft de gemeenteraad het college kaders waarbinnen het kan handelen. Het proces tot nu toe Op 8 maart 2022 heeft de raad bij motie aan het college de opdracht gegeven om een omgevingsvisie met ambitie op te stellen. De raad verzoekt het college daarbij om: • De omgevingsvisie op te stellen in lijn met de bedoeling van de Omgevingswet en met de raad te overleggen over de inhoudelijke invul-

4 5

ling en kaders van de omgevingsvisie; • De raad, ketenpartners, maatschappelijke partners, inwoners en ondernemers van Horst aan de Maas hierbij nadrukkelijk te betrekken; • De omgevingsvisie uiterlijk 1 januari 2026 en waar mogelijk eerder ter vaststelling voor te leggen; • De raad periodiek te informeren over de voortgang.

pende trajecten en actueel beleid, een beschrijving van alle tussenproducten en het plan van aanpak met het uit te voeren proces benoemd. Vervolgens is in juli 2023 door de raad de uitgangspuntennotitie vastgesteld. In deze notitie zijn de kwaliteiten van Horst aan de Maas beschreven die een belangrijke basis vormen voor de identiteit van de gemeente. Daarnaast zijn de opgaven waar de gemeente mee aan de slag is gegaan, vastgelegd.

In lijn met deze motie is in het hoofdlijnenakkoord afgesproken om een ambitieuze en richtinggevende omgevingsvisie op te stellen voor Horst aan de Maas. Vanuit de ambitie om de gezondste regio van Europa te worden, is de lat hoog gelegd.

In september 2023 gingen de gesprekken over Horst aan de Maas 2040 van start. Er werd gesproken met inwoners, belangenvertegenwoordigers, ondernemers, ambtenaren en met de raad. Met inbreng van al deze belanghebbenden is een koers voorgesteld voor Horst aan de Maas. Een koers die de weg naar 2040 uitstippelt en de basis vormt voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. De koers geeft vorm aan het toekomstbeeld voor Horst aan de Maas.

Ruim een jaar geleden is het proces voor Horst aan de Maas 2040 opgestart. Bij de aftrap van het proces is een startnotitie opgesteld. Daarin staat de positie van de omgevingsvisie ten aanzien van lo-

6 7

In dit hoofdstuk worden kort de ambities voor de toekomst beschreven. Ambities voor een nieuwe ruimtelijke koers te starten vanuit de kwaliteiten die we hebben. En vanuit de opgaven waar we voor staan. Onze kwaliteiten worden gekoesterd en sturen de opgaven. Welke kwaliteiten koesteren we? Horst aan de Maas is een levendige plattelandsgemeente, gelegen tussen Maas en Peel. De gemeente wordt gekenmerkt door een rijke variatie aan landschappen, waaronder hoge zandgronden, hoogveen, beek- en rivierdalen. De ligging van dit gebied heeft bijgedragen aan onze identiteit en de ontwikkeling van onze gemeenschappen. Typerend voor onze gemeente zijn de samenhorigheid, ondernemersgeest en rijke historie. Bovendien waarderen we de nabijheid van steden als Venlo, Eindhoven en Nijmegen. Dit nemen we mee naar de toekomst. Onze opgaven voor de toekomst tot 2040 De komende jaren staat onze samenleving voor diverse grote opgaven zoals de landbouwtransitie, energietransitie en de woningbouwopgave, die vragen om keuzes en vernieuwing in de fysieke leef-

Ambities voor de toekomst omgeving. Brede welvaart en positieve gezondheid vormen daarvoor het kompas. Ondernemen en goed wonen blijft een belangrijk uitgangspunt voor de toekomst, maar de gemeente zal positieve gezondheid en een goede milieukwaliteit zwaarder laten meewegen in de in te zetten ruimtelijke koers voor de gemeente. Met een economie, die minder inzet op groei, maar op kwaliteit en verduurzaming. Zo gaat de gemeente van een goede welvaart naar een brede welvaart. Wie zijn we in 2040? In 2040 is de gemeente een gezonde gemeente om in te wonen in een aantrekkelijk landschap met een duurzame en waardevolle economie. Dat is terug te zien in: • Het passend woningaanbod: Dit woningaanbod is afgestemd op de behoeften van onze inwoners, zowel in aantallen als in type woningen. • De sociale dimensie van gezondheid. Er zijn zestien vitale kernen met een sterke sociale basis, waar inwoners verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, elkaar en hun leefomgeving en ruimte krijgen voor ontwikkelen, ontplooien, opgroeien en ontmoeten.

• De groene en aantrekkelijke woongebieden: Er is gewerkt aan groene woongebieden die de gezondheid van onze inwoners beschermt en waar nodig verbetert en die bestand zijn tegen de veranderingen in het klimaat en nauwelijks meer bijdragen aan de veranderingen in het klimaat. • Het herkenbaar en toegankelijk landschap: De verschillende landschappen binnen de gemeente zijn herkenbaar en divers. Er is gewerkt aan een aantrekkelijk en toegankelijk landschap, waarin erfgoed zichtbaar is gemaakt en dat in evenwicht is met het duurzaam gebruik ervan. • De innovatieve bedrijfslocaties. Horst aan de Maas heeft in 2040 een sterke economie waarin duurzaamheid en kwaliteit leidend zijn. Dat betekent dat onze economie meer dan ooit gericht is op kennis en innovatie en dat het aanbod aan werkgelegenheid, zowel qua aard en omvang, aansluit bij de toekomstige behoefte aan werkgelegenheid (in de regio). Onze ondernemers lopen voorop in kennis, innovatie en duurzaamheid.

8 9

Zes principes voor de ruimtelijke inrichting Inleiding Wat voor gemeente willen we in 2040 zijn? Die vraag vormde de basis voor de uitwerking van een aantal structurerende keuzes. Dit zijn keuzes die richting geven aan, en de komende jaren bepalend zijn voor de ruimtelijke inrichting van onze gemeente. De keuzes volgen deels uit de uitgangspuntennotitie, waarin de belangrijkste opgaven voor Horst aan de Maas werden vastgesteld door de raad en deels uit het interne en externe participatieproces dat doorlopen is. De eerder genoemde opgaves leggen een claim op de beperkte fysieke ruimte en dwingen tot keuzes: hoeveel ruimte gaat er naar woningbouw, naar duurzame energieopwekking, naar cultuur, naar natuur, naar landbouw en naar mobiliteit? Op welke plekken moeten deze functies komen en over welke ruimte (en waar) kan welke economische activiteit in de toekomst beschikken? Hoeveel ruimte kan er bespaard worden door functies te combineren en de beschikbare ruimte beter te benutten? De opgave is niet gemakkelijk, maar wel urgent, want het tekort aan ruimte blijft bestaan en de druk op de ruimte zal alleen maar toenemen.

De zes principes Om richting te geven aan de opgaven van de toekomst, zuinig om te gaan met de (beperkte) ruimte en het toekomstbeeld te halen is een hiërarchie in de principes bepaald. De leidende principes voor de toekomstige inrichting zijn: 1. De leefomgeving is gezond. Door gezondheid voorop te zetten staat de inwoner voorop in de ruimtelijke inrichting van onze gemeente. Het is een structurerende keuze omdat het ervoor zorgt dat functies en activiteiten die goed zijn voor inwoners dichtbij zijn en activiteiten met nadelige gezondheidseffecten op afstand worden gezet. 2. Horst aan de Maas heeft woningen en voorzieningen naar behoefte. Wonen en de woonkwaliteit zijn eveneens leidende principes omdat de opgaves op dit thema zo groot zijn dat hier, nog meer dan nu, plek voor moet zijn. Dat betekent bouwen voor alle doelgroepen. Gezondheid en wonen zijn leidend in onze ruimtelijke keuzes. Dat betekent

10 11

dat er actiever wordt gestuurd op de sociale en milieugezondheidseffecten van ontwikkelingen voor onze inwoners. De ruimte is echter beperkt en bovendien zijn de opgaves groot. De twee leidende principes hebben daarom invloed op de mogelijkheden van andere functies binnen de gemeente. Economie is echter onverminderd belangrijk voor de gemeente. De volgende principes zijn daarom eveneens belangrijk, maar wel volgend: 3. De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving. Door een duidelijke focus te kiezen in de economie en daarvoor ook ruimte te reserveren, geeft de gemeente perspectief aan ondernemers en draagt het bij aan de kwaliteit van werkgelegenheid en onze ondernemerscultuur in de toekomst. Het evenwicht tussen werkgelegenheid en het aanbod aan arbeid moet daarbij worden bewaakt. 4. Natuur, extensieve landbouw en recreatie gaan hand in hand. De verscheidenheid aan natuur en landschap is dé magneet voor toerisme en recreatie. Er moet echter ook plek zijn voor natuurbescherming en natuurbeleving. Daarvoor zijn gebiedsgerichte keuzes nodig. Zo kunnen zowel recreatie als natuur groeien op de daarvoor aangewezen plekken.

Tegelijkertijd moeten er belangrijke randvoorwaarden op het gebied van bodem, water en energieen voersystemen op orde worden gebracht om de koers te kunnen verwezenlijken. Want alleen met behulp daarvan kan het perspectief voor allerlei functies zoals wonen, economie en recreatie gerealiseerd worden. We hebben daarom een tweetal randvoorwaardelijke principes voor de toekomstige ruimtelijke inrichting: 5. Het bodem en watersysteem zijn (mede) sturend. Met dit principe wordt ervoor gezorgd dat functies op de juiste plek belanden, dat de gemeente klimaatadaptief wordt, dat ontwikkelingen nauwelijks meer bijdragen aan de veranderingen in het klimaat en de kwaliteit van leven wordt verhoogd. 6. Werken aan integrale, innovatieve energie- en vervoersystemen. Met dit leidende principe kiest de gemeente ervoor om bij te dragen aan de energietransitie die de eigen energielevering en gebruik betaalbaar en minder kwetsbaar maakt. Op die manier draagt de gemeente met ruimtelijke investeringen bij aan de lokale energiezekerheid van de toekomst. Daarnaast is er sprake van duurzamere vervoerssystemen op het gebied van openbaar vervoer, auto, fiets en wandelen. Zo wordt voorzien in een goede bereikbaarheid tussen de dorpen en met de regio.

Het onderscheid in leidende, volgende en randvoorwaardelijke principes leidt tot de volgende structurende keuzes. Principe

Structurerende keuzes die daarbij horen

1.

De leefomgeving is gezond

Beslissingen die leiden tot een veilige en gezonde leefomgeving, met gezonde buffers rondom dorpen, stimulering van positieve gezondheid en veilige omgeving.

2.

Wonen en voorzieningen naar behoefte

Prioriteiten stellen bij het creëren van woon- en voorzieningsgebieden, met voldoende en betaalbare woningen, verspreide huisvesting voor diverse doelgroepen (zoals arbeidsmigranten, nieuwkomers, starters en zorgbehoevenden) en toegankelijke voorzieningen.

3.

Duurzame en waardevolle economie

Focussen op kwalitatieve ontwikkeling en kennis en innovatie, waarbij de nadruk ligt op zowel vrijetijdseconomie als duurzame land- en tuinbouw en aanverwante sectoren (agrofood en agritech-industrie).

4.

Natuur, extensieve landbouw en recreatie hand in hand

Een evenwicht vinden tussen natuurbehoud en recreatiemogelijkheden, door natuur, landschap en erfgoed beter te beschermen en toegankelijk te maken voor inwoners en bezoekers .

5.

Bodem en water als sturende onderlegger

Het inrichten van de gemeente op basis van bodem- en watercondities, waardoor Horst aan de Maas beter bestand is tegen klimaatverandering en de biodiversiteit verbetert.

6.

Duurzame energie- en vervoerssystemen

Streven naar duurzame energie- en vervoerssystemen, gericht op energiezekerheid, klimaatadaptieve kernen en inclusieve mobiliteit voor iedereen.

Met bovenstaande principes en structurerende keuzes wordt een gezonde woongemeente in een aantrekkelijk landschap met een duurzame en waardevolle economie in 2040 de realiteit! Per principe volgt een nadere uitwerking en toelichting.

12 13

Dit is een indicatieve kaart en wordt later bij het opstellen

n van de visie nog gespecificeerd.

Principe 1

De leefomgeving is gezond De volksgezondheid in Nederland staat onder druk. Bovendien zijn er nieuwe uitdagingen die we het hoofd moeten bieden zoals milieuproblemen, klimaatverandering, infectie- en welvaartsziekten, mentale gezondheid en veiligheid. Dat vraagt om een beweging die gericht is op het nog meer beschermen en verbeteren van de gezondheid en het welbevinden van onze inwoners. Deze ontwikkelingen raken niet alleen individuen maar de samenleving als geheel. Belangrijk daarin is het realiseren van een sterke sociale basis. De inrichting van de fysieke leefomgeving is cruciaal om daarin te kunnen voorzien. Ambitie De ambitie is een gezonde fysieke leef- en woonomgeving waarin mensen langer fit kunnen blijven en meedoen aan de samenleving met een goede kwaliteit van bodem, water en lucht. Op weg naar 2040 is de gezonde woonomgeving sturend in het denken over de ruimtelijk inrichting. Dit is een overkoepelend thema en zit in de hele koers verweven. Met gezondheid wordt niet alleen de individuele (fysieke) gezondheid of gezonde fysieke leefomgeving (milieuaspecten) bedoeld, maar nadrukkelijk ook de positieve gezondheidsbenade-

14 15

ring: de sociale en mentale aspecten, zingeving en kwaliteit van leven. Daaraan gekoppeld hoort ook de (fysieke) veiligheid, zoals de beschikbaarheid van vitale infrastructuur en schoon drinkwater of brandveiligheid. Deze doelstelling wordt ruimtelijk vertaald door een inrichting die gezond gedrag en ontmoeting in de dorpen stimuleert en is afgestemd op de veranderingen in het klimaat, maar waar ook is nagedacht over de fysieke veiligheidsconsequenties van de ruimtelijke inrichting. Om in een betere balans met de (natuurlijke) omgeving te komen, moeten er scherpe keuzes gemaakt worden over waar welke functies zoals wonen en bedrijven mogen komen. Daarbij wordt gekozen voor: Maximale ruimte voor een gezonde woonomgeving en focus op gezond gedrag en sociale en positieve gezondheid Binnen de kernen wordt de keuze gemaakt voor: • Meer ruimte voor groen, fietsers en wandelaars in de woonwijken en dorpen. • Hogere groennorm en dus meer ruimte voor groen en bomen voor schaduwrijke plekken. Bij de inrichting van gebieden wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de uitwerking op de gezondheid volgens de zes dimensies van positieve gezondheid (figuur 1). De toevoeging van groen in bestaande buurten en wijken wordt ingezet voor klimaatadaptief of functioneel

Afbeelding 1. ruimtelijke uitwerking van positieve gezondheid gebruik. Dat betekent dat de water(bergings) opgave is gerealiseerd in het gebied, een hogere groennorm is toegepast in de openbare ruimte of op de bebouwing, en er ruimte is voor spelen in de wijk. Er wordt gestuurd op het slim combineren van deze onderdelen. Het accent ligt daarbij op het verbinden van groen en bewegen, zodat het prettiger is om door de buurt of het dorp te lopen, elkaar te ontmoeten. Zo levert dit een bijdrage aan de positieve gezondheid. • Wijken en dorpen blijven auto-toegankelijk, maar fietsers en wandelaars krijgen voorrang. De openbare parkeernorm is waar dat

•

•

•

•

kan omlaag gebracht en wordt gecompenseerd aan de randen van wijken en buurten. Ruimte voor ontmoeting in elk dorp. Ontmoeting is essentieel voor de zelf- en samenredzaamheid van inwoners. Zowel in de buitenruimte als in toegankelijke gebouwen. Dat kan in een buurthuis, een horecagelegenheid of bij de lokale sportvereniging. Er is aandacht voor het (sociale) netwerk van die voorzieningen en de nabijheid en (ov) bereikbaarheid van voorzieningen wordt leidend in plaats van het realiseren van een voorziening in elk dorp. Van belang is dat het ontmoeten past bij het dorp of het cluster van dorpen en bij de activiteiten van het dorp. Preventie en stimuleren van gezond gedrag. Alternatieve routes worden aangeboden voor zwaarwegverkeer om ze te weren uit dorpskernen. Wandelen en fietsen wordt gestimuleerd en gefaciliteerd binnen en tussen de dorpen en in de daarvoor aangewezen natuur- en recreatiegebieden. Voor het bouwen van nieuwe woongebieden kiest de gemeente voor gezonde locaties, met een lage milieubelasting. Hiermee wordt gekozen voor een scheiding tussen meer milieubelastende functies en wonen, zoals bedrijventerreinen met ‘zwaardere’ bedrijven, drukke wegen en meer intensieve vormen van landbouw.

Enkele gespecialiseerde bedrijventerreinen, waar zwaardere bedrijven in de lokale MKB, technologische of agrarische bedrijven geconcentreerd worden, zoals op het LOG Witveld of Greenport.

Buiten de bebouwde kom wordt de keuze gemaakt voor: • Het instellen van gezonde buffers rond de dorpen. In een zone van minimaal 250 meter tot maximaal 500 meter rond de dorpskernen, is sprake van een groen en toegankelijk gebied waar alleen bedrijfsactiviteiten met een lage milieubelasting een plek hebben. Dat betekent bijvoorbeeld dat de buffer geschikt blijft voor extensieve agrarische activiteiten en lichte vormen van bedrijvigheid (categorie 1 en 2). • Het vermijden van teelten die de kwaliteit van lucht en water verslechteren. Zo willen we de ruimte voor de ontwikkeling van sierteelt, die afhankelijk is van veel gewasbeschermingsmiddelen, vermijden. • Betere verbinding tussen de dorpen en natuurgebieden. Daarbij wordt tegelijkertijd de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van met name de verschillende landschappen en enkele natuurgebieden aangepakt door de realisatie van betere verbindingen. Hierdoor krijgt de vrijetijdseconomie ook in onze (cultuur)landschappen een plek waardoor die kwaliteit beter zichtbaar wordt en op sommige plekken de natuur ontzien wordt.

16 17

Dit is een indicatieve kaart en wordt later bij het opstellen

n van de visie nog gespecificeerd.

Principe 2

Horst aan de Maas heeft woningen en voorzieningen naar behoefte De huisvestingsopgave gaat de komende jaren een complex vraagstuk zijn. Bij alle bouwactiviteiten worden de woonwensen en behoeften van de bevolking leidend. Maar ook hier spelen ruimtedruk en de ruimtelijke kwaliteit een grote rol in de te maken keuzes. Het karakter van het Limburgse landschap moet niet uit het oog worden verloren. Er moet aandacht zijn voor de leefbaarheid in de dorpen, waterveiligheid, vergroening, verduurzamings- en klimaatopgaves en circulariteit. En daarnaast moeten mensen in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. Ambitie In 2040 ligt de focus op de kwaliteit van wonen. Het woningaanbod in Horst aan de Maas is duurzaam, van hoge kwaliteit en er is variatie. Inwoners van

18 19

alle levensfases en levensstijlen hebben iets te kiezen en kunnen zich blijven binden aan hun woonplek. Zo behouden de dorpen hun sociale cohesie. Woningbouwprojecten zijn kleinschalig en verspreid en kennen een mix aan woningen en doelgroepen. In 2040 is elk dorp naar behoefte gegroeid, zijn basisvoorzieningen (mede daardoor en daarvoor) op orde en zijn (arbeids)migranten sterk geïntegreerd in onze samenleving. Horst en Sevenum zijn de centrumdorpen met een grote groei en concentratie van woningbouw. Doordat de actieradius van de inwoners is vergroot, speelt het leven zich op meerdere schaalniveaus af en niet meer uitsluitend vanuit relatief autonome dorpen. Op het gebied van wonen wordt daarbij gekozen voor: • Het realiseren van de lokale woonbehoefte en (vanwege de regionale woningdruk) iets extra’s. Horst aan de Maas is geen groeigemeente en kiest ervoor om zich niet op de regionale woningmarkt te richten. Om de eigen inwoners te kunnen blijven faciliteren en te zorgen voor een goede integratie van (long stay) buitenlandse arbeidskrachten, nieuwkomers en urgent woningvragenden, wordt wel ingespeeld op de grote woningdruk die er in de regio speelt. Er wordt echter niet geanticipeerd op de woonbehoefte vanuit groeiregio’s zoals Eindhoven en Nijmegen. • Variatie. De gemeente kiest voor veel variatie in woningtypes en woonmilieus.

Ten eerste omdat het binnen de gemeente de woonbehoefte voor een groot aantal doelgroepen wil invullen1). Ten tweede om een wooncarriere

•

•

•

•

mogelijk te maken binnen een klein gebied en daarmee de sociale cohesie op lange termijn sterk te houden. Betaalbare en passende woningen voor iedereen in elke levensfase is daarbij de leidraad. Spreiden van de woningbouw over de dorpen. Horst en Sevenum zijn de centrumdorpen, die extra groeien. Voor de leefbaarheid in elk dorp en een goede, evenwichtige samenstelling van de bevolking, krijgt elk dorp een “straatje erbij”. Vanwege grotere groei als gevolg van regionale woningdruk en groepen met een zorgbehoefte, vindt in en rondom de twee centrumdorpen Horst en Sevenum een extra toename van woningen plaats. Dorpse woonmilieus en daarom (ook) uitbreiding waar dat moet. Om aan de woonbehoefte te kunnen voldoen, zonder de dorpse identiteit te verliezen, is uitbreiding van de kernen noodzakelijk waarbij ook hoogbouw denkbaar is. Inbreiding waar dat kan (qua klimaat en dorpse karakter) in onze bestaande dorpen en wijken. Woningbouw mag ook in de inbreidingslocaties wat hoger. Door te kiezen voor enige hoogbouw kan ingespeeld worden op de vraag naar kleine (betaalbare) woningen en (gelijkvloerse) woningen voor ouderen nabij voorzieningen en de vraag van ouderen om in hun eigen omgeving te blijven wonen. Herstructurering waar dat kan. We zetten actief in op herstructurering van bestaande wijken en dorpen om de woonkwaliteit te versterken.

Onder andere door klimaatadaptieve maatregelen en een betere diversiteit van woningaanbod voor diverse doelgroepen, zoals

1) Urgente doelgroepen zijn b.v. ouderen (doorstroming), jongeren (betaalbaar), zorgbehoevenden, arbeidsmigranten en nieuwkomers.

arbeidsmigranten, nieuwkomers, starters en zorgbehoevenden. • Verduurzamen en levensloopbestendig maken van het bestaand vastgoed. Zo komt er ook meer aandacht voor het wonen in de bestaande wijken. Daarbij gaat het niet alleen om woningen van corporaties, maar juist ook om particuliere woningen, bedrijven, scholen en het maatschappelijk vastgoed. Er is aandacht voor de betaalbaarheid van alle inwoners om in deze opgave te kunnen voorzien. Zo kan een deel van de inwoners blijven wonen binnen het bereik van hun eigen netwerk. • Integratie en spreiding van (long stay) arbeidsmigranten en nieuwkomers. Arbeidskrachten en nieuwkomers die langere tijd in de gemeente wonen en werken, moeten goed kunnen integreren in de lokale samenleving. Dat betekent dat permanente vestigers een plek hebben gekregen in nieuwe en bestaande wijken. Alleen op kleine schaal zijn nog tijdelijke huisvestingsconcepten aanwezig voor urgente en kortdurende woonvragen. Er wordt daarin een duidelijk onderscheid gemaakt tussen long stay en short stay. Short stay is alleen bedoeld voor arbeidsmigranten die niet regelmatig terugkeren en hier niet langer dan zes maanden verblijven. Ook wonen arbeidsmigranten en nieuwkomers verspreid over de woonwijken en dorpen.

Op het gebied van voorzieningen wordt gekozen voor clustering: • Clusteren en bereikbaar maken van dagelijkse en niet dagelijkse winkelvoorzieningen in Horst en Sevenum. Deze dorpen liggen cen-

traal in de gemeente, zijn goed bereikbaar en kennen een sterke winkelstructuur, die gecombineerd kan worden met andere bezoekfuncties. Met de clustering van dagelijkse en niet dagelijkse winkelvoorzieningen (in een kernwinkelgebied) wordt het behoud van aantrekkelijke centra geborgd. • Gebiedsgericht clusteren van dagelijkse voorzieningen, commerciële publiekfuncties en horeca in dorpscentra. Door clustering van dagelijkse voorzieningen, commerciele publieksfuncties en/of horeca binnen de dorpen kunnen voorzieningen zo lang mogelijk in stand blijven en wordt de ontmoeting van verschillende doelgroepen binnen het dorp geborgd. Daarbij kan ook gedacht worden aan hubs waar diensten gecentraliseerd worden (pakketdiensten, deelvervoer, mantelzorgdiensten, dorpsondersteuner, boodschappendienst etc). Van belang is dat deze voorzieningen bereikbaar zijn voor alle inwoners. • Gebiedsgericht clusteren van scholen, cultuur en sport. Maatschappelijke voorzieningen en sport zijn belangrijk voor de leefbaarheid en identiteit van dorpen en om het sociale leven in dorpen te behouden. Daarom is het van belang dat enkele van deze voorzieningen altijd nabij en/of bereikbaar zijn. Maar voor een hoge kwaliteit van de andere voorzieningen is (dorpsoverstijgende) clustering nodig. • Een ontmoetingsplek per kern.

Van belang is dat het ontmoeten past bij het dorp of het cluster van dorpen en bij de activiteiten van het dorp. Concreet houdt ieder dorp een ontmoetingsplek voor iedereen.

20 21

Dit is een indicatieve kaart en wordt later bij het opstellen

n van de visie nog gespecificeerd.

Principe 3

De economie is duurzaam en waardevol voor de samenleving De gemeente is gröts op het ondernemende karakter van Horst aan de Maas en wil dit graag behouden. Afgelopen jaren maakte de economie een forse groei door met veel extra bedrijven en werkgelegenheid, wat zorgde voor welvaart. Richting 2040 staat de brede welvaart voorop. Dat betekent dat de gemeente niet langer inzet op groei van de economie, maar op kwaliteit en verduurzaming. Vraag en aanbod van de werkgelegenheid zijn in de toekomst beter met elkaar in balans. De gemeente zet in op werkgelegenheid die past bij het arbeidsaanbod en opleidingsniveau van de inwoners (in de regio) en op een gezonde beroepsbevolking. Ambitie Bedrijven in Horst aan de Maas dragen bij aan de sociale gemeenschap en er wordt op gestuurd dat het aanbod aan werkgelegenheid in de gemeente, qua aard en omvang, afgestemd is op de toe-

22 23

komstige behoefte aan werkgelegenheid van de eigen inwoners (in de regio). De toekomstige werkgelegenheid kent een zuinig(er) ruimtegebruik en de milieu-impact voor woon- en natuurgebieden is gering. De omvangrijke kennis over land- en tuinbouw wordt ingezet om tot een transitie van de sector te komen. De gemeente is in toenemende mate recreatief aantrekkelijk voor gezinnen met kinderen en rustzoekers. En de relaties tussen het lokale MKB en de toeristische sector zijn versterkt. Zo biedt de toeristische sector (en voorzieningen vanuit deze sector) meerwaarde voor de lokale bevolking en het MKB. Daarom wordt wat betreft bedrijvigheid gekozen voor: • Focus op de landbouwketen, lokale MKB, vrijetijdseconomie en zorg. Deze sectoren passen het beste bij ons profiel in 2040 en daarvoor behoudt onze gemeente ruimte. De gemeente pakt dus niet alles meer aan. Zo geeft zij geen ruimte meer aan bedrijven die minder aansluiten op de arbeidsmarkt en veel arbeidsmigranten huisvesten en aan de warehouses. Daarentegen is er wel ruimte voor de sectoren waar de gemeente in uitblinkt zoals landbouw, (agrarische) maakindustrie, vrijetijdseconomie en zorg. Daarbij wordt een zekere mate van diversiteit van sectoren behouden, wat de kwetsbaarheid voor economische conjunctuur vermindert. Binnen de MKB en dienstverlening is die variatie terug te zien.

• Een stop op de grootschalige ruimteclaims voor bedrijvigheid. Met de afronding van

Greenport en de Peelbergen is de ruimte voor grootschalige bedrijvigheid en grootschalige recreatie geclaimd. Dat betekent dat er geen nieuwe plekken meer worden aangewezen voor grootschalige bedrijvigheid tot 2040. Wel kunnen kleinschalige bedrijven op de daarvoor aangewezen en passende plekken nog een plek vinden binnen de gemeentegrenzen. Bij doorgroei zal aangestuurd worden op verplaatsing. • Doorstroommogelijkheden voor lokale bedrijven. Voor een sterke lokale economie (die gericht is op lokaal ondernemerschap en innovaties) zijn groeimogelijkheden nodig. Tegelijk wil de gemeente groei op de juiste plek, zodat functies elkaar niet in de weg zitten en de gezonde woonomgeving kan worden geborgd. Daarom wordt in de toekomst gezorgd door verschillende bedrijfslocaties met elk een eigen profiel. Deze bestaan uit: • Kleinschalige bedrijfslocaties in de kernranden, (incidenteel) het buitengebied of aan huis. • Bedrijventerreinen aan de kern. Daar kunnen zich uitsluitend bedrijven vestigen die de milieugezondheid van de inwoners niet in de weg staan. • Bedrijventerreinen buiten de kern. Hier kunnen zich bedrijven vestigen of groeien in een zwaardere milieucategorie. • Greenport. Hier wordt gekeken naar het bundelen van grotere (en MKB) bedrijven of bedrijven met

24 25

een passende en hogere milieucategorieen. Klaver 7 wordt ingezet voor groeiende en verplaatsende bedrijven binnen de (greenport)gemeente(n). • Revitalisering en verduurzaming van lokale bedrijventerreinen. De gemeente kiest voor een blijvende revitalisering om bedrijventerreinen aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Vrijkomende locaties kunnen daarbij geplitst worden om ruimte te bieden aan startende en groeiende lokale bedrijven en op lange termijn kleine en middelgrote locaties beschikbaar te houden. Ook zet de gemeente in op slim meervoudig ruimtegebruik van bedrijfsfuncties en voor energieopwek. • De ontwikkeling naar duurzaam gedreven en circulaire bedrijven. Bij nieuwvestiging, verandering en uitbreiding van bedrijven kijkt de gemeente naar de bijdrage van het bedrijf in het sluiten van kringlopen of de wijze waarop bedrijven elkaar qua energiebehoefte en reststromen aanvullen. Met complementaire bedrijven groeit Horst aan de Maas gestaag toe naar een circulaire economie. In de landbouw wordt gekozen voor: • Duurzame en natuurinclusieve vormen van kringlooplandbouw. De gemeente streeft ernaar om in het hele landelijk gebied de landbouw meer in balans te brengen met de natuurlijke ondergrond, waarbij water en bodem sturend wordt. Voor de landbouw betekent dit op lange termijn:

• Rond de dorpen, Natura 2000 gebieden, in de beekdalen en bufferzones stimuleren van grondgebonden natuurinclusieve vormen van landbouw. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het Rijksbeleid voor herstel van de biodiversiteit. Er wordt gestuurd op reductie van de impact op biodiversiteit, water en landschap. • Ruimte voor hoogproductieve vormen van kringlooplandbouw in speciaal aangewezen (landschappelijk minder kwetsbare en goed bereikbare) gebieden. Dat betekent dat een deel van de hoogproductieve vormen van landbouw in een deel van het buitengebied wordt afgeschaald en in een kleiner gebied extra ruimte krijgt. Denk daarbij aan het gebied rond LOG - Witveld en Greenport. • Ruimte voor boomteelt in specifiek daarvoor aangewezen gebieden. Deze teelt benut de specifieke kwaliteit van de bodem in het rivierenlandschap en draagt bij aan het opslaan van CO2. • Geen kassen en teeltondersteunende voorzieningen op de beste landbouwgronden. De Kampen en Velden zijn van oudsher goede akkerbouwgronden. Kassen en teeltondersteunende voorzieningen zijn niet grondgebonden en passen daardoor beter op andere locaties binnen de gemeente. • Betere balans dierlijke en plantaardige teelten. Voor een gezonde leefomgeving wordt ingezet op een betere balans tussen dierlijke en plantaardige teelten. Teelten, die bijdragen aan het sluiten van kringlopen, zoals eiwitrijke gewas-

sen (als vleesvervanger) en teelten voor biobased bouwmaterialen, worden gestimuleerd. Hiermee ontstaan nieuwe verdienmodellen voor de landbouw. Tegelijk streeft de gemeente naar een afname van de dierlijke productie (inclusief voerproductie). Binnen recreatie en toerisme wordt gekozen voor: • Ruimte voor recreatie met waarde voor inwoners en kwaliteit van wonen. Grote ontwikkelingen ten aan zien van toerisme worden geclusterd in de recreatieve as De Peelbergen en zijn gericht op gezinnen met kinderen waardoor meerwaarde voor de lokale MKB en de inwoners gecreëerd wordt. Toerisme is een van onze belangrijke economische speerpunten. Er wordt meegewerkt aan ontwikkelingen die kwaliteit toevoegen. Kwaliteit gaat daarbij voor kwantiteit. Daarnaast mogen ontwikkelingen niet leiden tot overmatig negatieve omgevingseffecten op mens, dier en natuur. • Ruimte voor kleinschalig toerisme op daarvoor passende plekken, met focus op het Maasgebied en de Peel, en ter versterking van de kwaliteit, structuur en routing. Er wordt daarbij niet gestuurd op clustering, maar juist op het verbinden van bestaande recreatieve punten. Waardoor kralen aan een snoer ontstaan of versterkt worden. • Beter beleefbaar maken van de land- en tuinbouwsector. Dit gebeurt door koppeling aan een uniek en beleefbaar toeristisch product en kleinschalige initiatieven met kwaliteit en meerwaarde voor de gemeente.

26 27

Dit is een indicatieve kaart en wordt later bij het opstellen van de visie

e nog gespecificeerd.

Principe 4

Natuur, extensieve landbouw en recreatie gaan hand in hand Natuur is belangrijk leefomgeving. Deze staat in een onder gezonde druk enwoonde biodien versiteit gaat achteruit. Lucht, water- en bodemverontreiniging, klimaatverandering en intensief bodemgebruik spelen daarin een belangrijke rol. Ambitie De gemeente wil een hoge kwaliteit van de natuur, maar ook ruimte houden om te ondernemen en te recreëren. Kunnen genieten van de natuur is echter van wezenlijk belang voor een positieve gezondheid. In 2040: • Is de algehele kwaliteit en biodiversiteit van natuurgebieden en landelijk gebied toegenomen; • Zijn kwetsbare natuurgebieden beschermd en versterkt; • Zijn specifieke gebieden aangewezen waar natuurgerichte recreatie zich heeft ontwikkeld.

28 29

We streven naar het scheppen van de juiste condities voor de vele grote en complexe opgave waar we voor staan ten aanzien van natuur (areaal en biodiversiteit), water (voldoende en schoon) en klimaat (verdroging en vernatting). Daarom wordt gekozen voor: • Het verbinden van (bestaande) natuurgebieden en het instellen van bufferzones rondom kwetsbare natuur. Functies die nadelig zijn voor de kwaliteit van de natuur worden in de bufferzones niet toegelaten. Voor de aanleg van natuur is het principe bodem en water sturend van toepassing. Zo worden bij voorkeur beekdalen ingezet voor het realiseren van verbindingen. De Grote Molenbeek (met haar zijlopen) is de groen-blauwe hoofdslagader die onze gemeente doorkruist en verschillende landschappen en natuurgebieden met elkaar in verbinding brengt. Algemene soorten krijgen hierdoor een beter aaneengesloten leefgebied en natuurgebieden worden minder kwetsbaar. • Het realiseren van een groenblauwe dooradering van het landelijk gebied. In een groot deel van het buitengebied kiest de gemeente voor het combineren van functies met het versterken van de biodiversiteit. De aanleg van landschapselementen en natuurinclusief ondernemen wordt gestimuleerd bij agrarische bedrijven, recreatiefuncties en in de bebouwde omgeving. • Afgebakende ruimte voor recreatie in natuurgebieden.

Natuurbeleving is essentieel voor de gezondheid van inwoners (zie principe 1), maar de gemeente wil tegelijk de natuur beschermen tegen te grote (recreatie)druk. Daarom wordt

gekozen voor zoneren. In delen van natuurgebieden wordt recreatief gebruik goed ontsloten via EIK-punten, andere delen worden extensief beheerd. • Begrenzen van toerisme. Toerisme is een van onze belangrijke economische speerpunten. Er wordt meegewerkt aan grootschalige ontwikkelingen die kwaliteit toevoegen. Kwaliteit gaat daarbij voor kwantiteit. Daarnaast mogen ontwikkelingen niet leiden tot overmatig negatieve omgevingseffecten op mens, dier en natuur. Er zijn ruime mogelijkheden voor kleinschalig toerisme, mits die iets toevoegen aan de kwaliteit en beleving van het landschap. • Kleinschalige recreatieve functies langs routes in het landelijk gebied. Groei van recreatie is mogelijk wanneer die gericht is op de beleving van het fraaie afwisselende landschap in Horst aan de Maas. • Beleefbaar en toegankelijk maken van erfgoed en cultuurhistorie via ‘behoud door ontwikkeling’. Erfgoed heeft een belangrijk rol in de identiteit en beleving van de (historische) kenmerken van de gemeente. De historische kenmerken van het landschap zijn daar onderdeel van. Door nieuwe functies mogelijk te maken kan tegelijk geïnvesteerd worden in die beleving. Daarbij is het behoud van het ensemble waar het erfgoed deel van uitmaakt net zo belangrijk als het erfgoed zelf.

De hier bovengenoemde hoofdkeuzes leiden tot de volgende gebiedsgerichte keuzes: • Rivierlandschap: buitendijks is natuur (en waterveiligheid) dominant. Binnendijks ligt er

meer nadruk op de recreatieve ontwikkeling van een netwerk van kleinschalige, lokale initiatieven, maar wel in harmonie met natuur en landschap. De beleving van het landschap en de natuur vormt de etalage voor het recreatieve product. • Economisch gebied Greenport: het landschapsplan is volledig ontwikkeld en vormt een natuurlijke “contramal” voor het intensieve werklandschap. De fietsroutestructuren door Greenport verbinden het werklandschap met het buitengebied. De bufferzones tussen de werklandschappen en de kernen vormen een rustige overgangszone waarin geen intensieve functies zijn toegestaan. • De Peel en de bufferzone: in de Peel zelf is de natuur dominant en prioritair. Extensief medegebruik is mogelijk mits het de natuurdoelen niet aantast. Activiteiten in de bufferzone zijn ondersteunend aan de natuur waarbij het natuurlijk bodem- en watersysteem leidend zijn. Wel krijgt de recreatie hier ontwikkelkansen om voor verdienmodellen te zorgen en het gebied goed beleefbaar te maken mits er geen strijdigheden zijn met de natuurdoelen. • De Grote Molenbeek: hier ligt de focus op een robuust watersysteem dat is opgewassen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Belangrijk doel is om problemen als wateroverlast, droogte, waterkwaliteit en ecologie op te lossen. Ook wordt er ruimte gemaakt voor natuurrecreatie, zodat het beter beleefd kan worden.

30 31

Dit is een indicatieve kaart en wordt later bij het opste

ellen van de visie nog gespecificeerd.

Principe 5

Het bodem en watersysteem zijn (mede) sturend Het Nederlandse bodem- en watersysteem staat onder druk. De waterkwaliteit blijft achter, grondwaterstanden dalen en ook de bodemkwaliteit staat onder druk. Dit wordt veroorzaakt door de manier waarop we bodem en water gebruiken en de keuzes rondom landgebruik. Om gezond en veilig wonen in Nederland ook in 2040 en verder te garanderen, is het nu tijd voor actie. Ambitie Het bodem- en watersysteem wordt randvoorwaardelijk bij de inrichting van Horst aan de Maas. Dat vergt een omslag in het denken en doen en de manier waarop naar ontwikkelingen wordt gekeken, omdat niet elke ontwikkeling meer overal kan plaatsvinden. Zijn ontwikkelingen mogelijk op basis van de ondergrond en het watersysteem? Dat is de vraag die vooraf gesteld moet worden. Door dit als

32 33

uitgangspunt te nemen zal de samenleving beter bestand zijn tegen klimaatverandering waardoor schade voorkomen wordt en ook de druk op de biodiversiteit afneemt. Dit zorgt voor een gezondere (leef)omgeving. Daarbij wordt gekozen voor: Water en bodem zijn sturend om de natuur te beschermen en in te spelen op klimaatverandering. Daarom wordt gekozen voor: • Het realiseren van uitbreidingslocaties voor woningbouw bij de dorpen op de hogere (en drogere) plekken in het landschap. • Het klimaatbestendig inrichten van woongebieden en bedrijventerreinen, zodat ook op lange termijn piekbuien kunnen worden opgevangen, maar die ook langere periodes van warmte en droogte aankan. Dat vraagt voldoende ruimte voor de opvang en het vasthouden van water en voldoende koele plekken. Daarbij zijn slimme combinaties op het gebied van groen (tussen de belangrijke groenstructuren), spelen of ontmoeten nodig. Dat gaat ten koste van de ruimte die de auto krijgt in het woongebied, zoals voor parkeren in de openbare ruimte. • Juiste grondgebruik op de juiste plek. In het landelijk gebied zet de gemeente (van nature) vruchtbare gronden graag in voor grondgebonden teelten (zie ook principe 3). Hier is door de ‘eiwittransitie2)’ en de behoefte aan biobased bouwmaterialen een steeds grotere behoefte aan. Een deel van de landbouw ontwikkelt zich

in niet grondgebonden en hoogproductieve richting. Denk daarbij aan duurzame teelten met moderne technieken (indoor farming technologie) en vertical farming of de opslag en verwerking van biobased materialen, zoals hennepvezel. In de toekomst is er ruimte voor deze bedrijven op de daarvoor aangewezen plekken, zoals in delen van Greenport, zodat de slag van versnippering naar concentratie kan worden gemaakt. De ontwikkeling of uitbreiding van vollegrondslandbouw op de Velden, Kampen en in (delen van) de Peelontginning is mogelijk maar de ontwikkeling of uitbreiding van kassen of andere niet grondgebonden voorzieningen niet meer. • Rond kwetsbare natuurgebieden (waaronder Natura 2000 gebieden), beekdalen en langs de Maas wordt uitgegaan van het vasthouden van water, natuurherstel en het combineren van (bestaande) functies met het vasthouden van water en versterken van de biodiversiteit. Hier wordt ingezet op natuurinclusieve vormen van landbouw. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het Rijksbeleid voor herstel van de biodiversiteit. Ook wordt hier water opgevangen en vindt berging plaats in periodes van hevige neerslag. • Een goede (basis) kwaliteit van ons grond- en oppervlaktewater. Er wordt rekening gehouden met de functies en/of activiteiten die er op waterwin- en grondwaterbeschermingsgebied mogen plaatsvinden. Er wordt kritisch gekeken naar nieuwe grootwaterverbruikers.

2) Eiwitransitie houdt in dat een deel van de vleesconsumptie van mensen wordt vervangen door eiwithoudende plantaardige producten. Voorbeelden daarvan zijn vleesvervangers uit sojabonen, veldbonen, luzerne, 34 lupine of (andere) peulvruchten

35

Dit is een indicatieve kaart en wordt later bij het opstellen van de visie

e nog gespecificeerd.

Principe 6

Werken aan integrale, innovatieve energie- en vervoersystemen De transitie naar duurzame energiesystemen betekent naast hergebruik van ruimte (zoals bestaande gasleidingen voor transport en waterstof) ook een ruimtevraag. Denk aan de distributie, conversie en opslag van energie met bijvoorbeeld batterijen, transformatoren, windparken en hoogspanningslijnen. Ook de verduurzaming van bestaande bedrijven en de vestiging van nieuwe duurzame bedrijven zullen (in elk geval tijdelijk) een extra beslag leggen op de ruimtevraag van werklocaties. De weg naar een circulaire economie vraagt daarnaast om ruimte voor grondstoffenverwerking, opslag en hergebruik van goederen. Ambitie Het doel van de gemeente is een klimaatneutraal, klimaatbestendig, circulair en natuur-inclusief Horst aan de Maas in

36 37

2050. Daar horen de opwek van duurzame hernieuwbare energie en het aardgasvrij maken van onze woningen en gebouwen bij. Omdat de gemeente zuinig is op de ruimte, een gezonde omgeving voor inwoners voorop staat en bodem en water randvoorwaardelijk is, wil de gemeente niet alleen opwek van duurzame hernieuwbare energie, maar deze zo veel mogelijk koppelen aan (lokaal) gebruik en opslag. Daarmee wil de gemeente op lange termijn leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie borgen. Ook randvoorwaardelijk voor een duurzame toekomst is een goede bereikbaarheid. In de toekomst zet de gemeente in op een fijnmazig multimodaal vervoerssysteem om alle dorpen en wijken bereikbaar te houden, en goed aangesloten te blijven op voorzieningen en bedrijven in de regio en daarbuiten. Daarom wordt gekozen voor: • Het stimuleren van een slimmer decentraal energiesysteem voor bedrijven en woongebieden. De leveringszekerheid wordt geborgd en nieuwvestiging of uitbreiding van bedrijven en woningen blijft mogelijk. Initiatieven die bijdragen aan lokale leveringszekerheid of energiezekerheid, combinaties van energiewinning, opslag en/of gebruik, krijgen ruimte.

• Het energiegebruik van bedrijven mede sturend maken op bedrijfsvestiging. Bedrijven kunnen elkaar op een bedrijventerrein aanvullen doordat ze op verschillende momenten energie gebruiken of doordat ze elkaars restwarmte kunnen benutten. Dat gaat onderdeel maken van de afweging om bedrijven al dan niet te vestigen. • Ruimte voor innovatie. Het gebruik van nieuwe energiedragers zoals waterstof wordt gestimuleerd en kernenergie wordt, mits veilig en betaalbaar, niet uitgesloten. • Inclusieve mobiliteit op maat. Duurzaam, betaalbaar, gezond en frequent vraaggestuurd vervoer tussen de wijken en dorpen door efficiënte mobiliteitsknooppunten en toegankelijke fiets- en wandelpaden. • Inzet op lokale en regionale bereikbaarheid voor wonen, werken en voorzieningen. De openbare vervoersverbindingen tussen de kernen worden geoptimaliseerd en afgestemd op de bereikbaarheid van voorzieningen. De kwaliteit, met name als het gaat om de regionale aansluitingen, moet daarbij in stand blijven. Dat is van belang voor de bereikbaarheid en positie in de regio op het gebied van werkgelegenheid.

38 39

Dit is een indicatieve kaart en wordt later bij het opstellen van de visie nog gespecificeerd.

40 41

Bij het uitwerken van een visie voor Horst aan de Maas 2040 spelen zogenoemde ‘gamechangers’ een grote rol. Dit zijn mogelijke, grote veranderingen en/of ontwikkelingen van buitenaf, die veel effect kunnen hebben op de verschillende thema’s. Wanneer deze ontwikkelingen plaatsvinden verandert dat het (hele) speelveld. De twee belangrijkste gamechangers voor deze gemeente zijn de ontwikkelingen rondom heropening van vliegbasis de Peel en de nieuwe beleidssturing door het Rijk, Provincie Limburg en buurgemeenten (Venray, Venlo, Peel en Maas en Deurne). De invloed van vliegbasis De Peel Het Ministerie van Defensie heeft het voornemen om vliegbasis De Peel te heropenen. Hiervoor is een luchthavenbesluit nodig. Voor dit luchthavenbesluit brengt het Ministerie de verwachte toekomstige vliegactiviteiten en effecten daarvan in kaart. Voor deze gemeente heeft dit effecten op de inwoners, natuur, woningbouwplannen, werkgelegenheid etc. Het brengt kansen maar ook bedreigingen met zich mee. De invloed van het Rijksbeleid De nieuwe Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen.

Gamechangers / invloed van buitenaf Uitkomsten en keuzes hierin kunnen een doorwerking gaan hebben op provinciaal niveau en uiteindelijk lokaal niveau, waardoor gemeente Horst aan de Maas de koers die hierin gevolgd wordt goed in de gaten moeten houden. Het kan een gekozen koers verder aanscherpen, afzwakken of juist nieuwe elementen toevoegen. De invloed van Provincie Limburg De provincie Limburg gaat de komende 1,5 jaar aan de slag met een actualisatie van de provinciale omgevingsvisie. Hierin is zij voornemens om enkele keuzes te maken die mogelijke doorwerking hebben op het schaalniveau van gemeenten. Nieuwe keuzes over bijvoorbeeld grootschalige bedrijvigheid en andere thema’ kunnen effect hebben op de doorwerking in de omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040. Invloed van beleid buurgemeenten De buurgemeenten zijn ook druk in de weer met het maken van een omgevingsvisie, zoals de gemeente Venlo. Keuzes in deze visie kunnen een uitwerking hebben op de koers voor gemeente Horst aan de Maas. Een voorbeeld daarvan is de ambitie die Venlo heeft uitgesproken over de bouw van 6000 woningen in de binnenstad. Venlo bouwt daarmee

meer dan de eigen behoefte. De effecten hiervan kunnen ook voor de gemeente Horst aan de Maas voelbaar zijn. Alertheid op kansen, risico’s en uitwerkingen van deze ambities is geboden. Invloed van Brainport en Stadsregio Arnhem-Nijmegen De Metropoolregio Eindhoven (MRE) en Stadsregio Arnhem-Nijmegen ondergaan een aanzienlijke bevolkingsgroei, met de bouw van circa 73.000 woningen tot 2040. Deze groei heeft directe gevolgen voor de bevolking en de leefbaarheid in de regio en werkt naar verwachting door tot ver in de periferie. Zo ziet Deurne hiervan al de impact en houdt zij in het ontwikkelperspectief Novex de Peel rekening met extra groei van woningbouw. Als gemeente is het van belang om deze ontwikkelingen nauwlettend te volgen, proactief te handelen, de impact te minimaliseren of kansen te verzilveren, omdat ook de doorwerking naar Horst aan de Maas zichtbaar kan worden. In de omgevingsvisie wordt al geanticipeerd op zaken die op dit moment bekend zijn, maar op sommige onderdelen staan nog vragen open.

42 43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14314704/1