Inspreker Hagens
Tekst van het document
Aangezien duidelijk is dat de mondgezondheid ook invloed heeft op het sociale, mentale en lichamelijke, zal dit ook op andere vlakken voor kostenbesparing kunnen zorgen, mits de mondgezondheid van kleinere kinderen hoger op de agenda komt en er meer aandacht voor komt, ook vanuit de gemeente.
15
https://www.trouw.nl/nieuws/veel-kinderen-gaan-nooit-naar-de-tandarts-maar-hoe-los-je-dat-op~bd57539b/ Interventies ter bevordering van de mondgezondheid jeugd; stand van zaken GigaGaaf! TNO-rapport voor Ministerie van VWS. 16
7
2. Stand van zaken mondzorg in Horst aan de Maas Naast een gesprek met de organisatie “Mondzorg for Kids” hebben we - om de stand van zaken wat betreft de mondzorg in Horst aan de Maas vast te stellen - gekeken naar statistische gegevens, gesprekken gevoerd met een preventiemedewerker van de GGD Limburg-Noord, een jeugdtandverzorgende/mondhygiëniste, een mondhygiëniste voor ouderen en twee tandartsen (één regulier en één ouderentandarts), met de directeur van een basisschool en met “Voor Mekaar Naoberzorgpunt” in de Norbertuswijk. Daarnaast hebben we een enquête gehouden onder de tandartsen in Horst aan de Maas en een (beperkt) onderzoek gedaan naar de mate van aandacht voor tandzorg in kinderdagverblijven. Tenslotte hebben we gesproken met de Burger Advies Raad (BAR) en met een beleidsambtenaar van de gemeente Horst aan de Maas, om hen te informeren over het initiatief van het comité Nationaal ZorgFonds Horst aan de Maas. Als we kijken naar de mate van deelname aan periodieke controle, dan zien we dat in Horst aan de Maas 14,7% van de kinderen niet deelneemt aan die periodieke controle bij de tandarts. Op zich is dat niet negatief in vergelijking met de totale populatie in Nederland, waarvan 20,5% niet deelneemt aan periodieke controle en vergelijkbaar met andere minder stedelijke gebieden steekt de gemeente er ook positief bovenuit, zoals hieronder te zien is.
Binnen de gemeente zelf bestaan er tussen de verschillende dorpen grote verschillen, uiteenlopend van dik 19% in Broekhuizen (vergelijkbaar met het landelijke cijfer) en 5% in Evertsoord. De grootste kernen Horst, Grubbenvorst en Sevenum - scoren respectievelijk 15,4% (vrijwel gelijk aan het gemiddelde voor heel Horst aan de Maas), 19,2% (vergelijkbaar met landelijk beeld) en 12,1% ‘niet deelname’ aan de periodieke controles bij de tandarts. 8
In de ons ter beschikking staande gegevens hebben we geen cijfers gevonden met betrekking tot de verschillende buurten/wijken in Horst. Maar verondersteld mag worden dat tussen de verschillende buurten/wijken de scores ook uiteen zullen lopen. Op basis van onderzoek naar sociaal-economische verschillen tussen de wijken/buurten in Horst kan verondersteld worden dat met name in de Mussenbuurt, de Norbertuswijk en In de Riet deelname aan periodieke controle bij de tandarts gemiddeld lager ligt dan in andere wijken/buurten. Gerelateerd aan de sociaal-economische status van de inwoners van Horst aan de Maas blijkt, dat die (gemiddeld) ongeveer gelijk of hoger ligt dan de gemiddelde sociaaleconomische status voor heel Nederland, zoals moge blijken uit onderstaand kaartje.
Daarmee is voor een groot deel verklaard waarom Horst aan de Maas zo gunstig afsteekt tegen de landelijke cijfers. En des te interessanter is het uit te zoeken hoe dat beeld zich ontwikkelt voor de eerder genoemde wijken, waarbij aan te nemen valt dat een groot deel van de 6% van de mensen uit Horst aan de Maas met een laag inkomen (volgens gegevens van het CBS) te vinden is in die buurten/wijken. Om vast te stellen of in de genoemde buurten/wijken het percentage kinderen dat niet deelneemt aan periodieke controle bij de tandarts inderdaad hoger ligt dan het gemiddelde in geheel Horst aan de Maas, is nader onderzoek nodig.
9
3. Onderzoeksresultaten Ten behoeve van het onderzoek van het comité Nationaal ZorgFonds Horst aan de Maas naar de stand van zaken met betrekking tot de mondzorg in Horst aan de Maas hebben we statistische gegevens verzameld (zie hoofdstuk 1 en 2) en gesprekken gevoerd met Raoul Trentelman (directeur “JTV Mondzorg for Kids”), Monique Streng (preventiemedewerkster Gezondheidsbevordering GGD Limburg Noord), Imke Martens (Martens Tandartspraktijk), Babs Otten, (mondhygiëniste ten behoeve van ouderen met complexe zorgvragen op het gebied van mondgezondheid in samenwerken met De Zorggroep) en Dinie Veldman (TandID - Tandartspraktijk Meerlo). Met de geïnterviewden17 is uitgebreid gesproken over de mondzorg voor kinderen en - in voorkomende gevallen - de mondzorg voor ouderen. De mondzorg voor mensen met een beperking en voor mensen met een oorspronkelijk nietwesterse achtergrond kwam minder aan bod. Aanvullend zijn gesprekken18 gevoerd met organisaties die een rol kunnen spelen in het optimaliseren van de mondzorg voor kinderen, mensen met een niet-westerse achtergrond en ouderen (bijvoorbeeld in het kader van voorlichting en/of het faciliteren van activiteiten ten behoeve van een betere mondzorg).
In dat kader is gesproken met Bart Mous (toen nog directeur Openbare Basisschool Weisterbeek), Karin van der Plas (Voor Mekaar Naoberzorgpunt) en Fred Peek (coördinator ‘Vervoer in America’, dat met vrijwilligers op basis van ‘nabuurhulp’ vraagafhankelijk vervoer van deur-tot-deur organiseert voor mensen uit America). Dit vrijwilligersproject, gesubsidieerd door de provincie Limburg, vervoert tegen een kleine vergoeding mensen die door omstandigheden minder mobiel zijn (zoals ouderen en mensen met een beperking). De bestemmingen zijn zeer divers, onder andere ook de tandartsen. Tenslotte is gesproken met Peter Nellen en Henk Janssen van de Burger Advies Raad, die onder andere gevraagd en ongevraagd advies geeft aan het bestuur van de gemeente Horst aan de Maas én met beleidsambtenaar Cécile Peeters van de gemeente Horst aan de Maas, om hen te informeren over het initiatief van het comité. Naast het verzamelen van statistische gegevens en de gesprekken hebben we een enquête gehouden onder de tandartspraktijken in Horst aan de Maas en een kleine steekproef gehouden bij kinderdagverblijven aangaande activiteiten binnen het kinderdagverblijf inzake mondzorg. De uitkomsten hiervan zijn terug te vinden in respectievelijk bijlage drie en vier. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een aantal conclusies getrokken worden.
Het merendeel van die conclusies die we hieronder weergeven, betreffen de situatie in Horst aan de Maas. De onderzoeksresultaten zijn immers bedoeld als basis voor een aantal aanbevelingen (hoofdstuk 4) voor het gemeentebestuur van Horst aan de Maas, ter aanvulling op het Gemeentelijk Zorgplan als vastgelegd in 2019.
17 18
De weergave van de interviews is terug te vinden in de bijlagen. Ook deze gesprekken zijn opgenomen in de bijlagen.
10
Conclusies: Verschillen op basis van opleiding en inkomen:
-
-
-
-
Verschillen in bezoek aan de tandarts of mondhygiënist en de kwaliteit van het gebit kennen een verband met opleiding en/of inkomen. Een slecht gebit heeft niet alleen negatieve invloed op het algeheel welbevinden, maar is ook nadelig voor de algemeen lichamelijke conditie en heeft nadelige effecten op psychisch en sociaal gebied. Ook in Horst aan de Maas is het bezoek aan de tandarts onder kinderen van ouders met lagere opleiding en/of een lager inkomen minder en dat geldt ook voor mensen met een allochtone afkomst, ouderen en mensen met een beperking. Overigens ‘scoort’ Horst aan de Maas – waar het gaat om bezoek aan de tandarts door kinderen – gemiddeld hoger dan landelijk. Maar de beschikbare statistische gegevens geven geen beeld van het tandartsbezoek onder kinderen van ouders met een lagere opleiding of een lager inkomen in Horst aan de Maas. Om daar statistisch meer duidelijkheid over te krijgen zou nader onderzoek moeten plaatsvinden, bijvoorbeeld in wijken als Norbertus, De Riet en de Mussenbuurt. Maar de gegevens die naar voren komen uit de interviews met de beroepsgroep bieden onderbouwing voor de conclusie dat er een ondervertegenwoordiging in regelmatig tandartsbezoek is van de genoemde doelgroepen van dit onderzoek. De beste remedie om dit probleem van ongelijkheid op te lossen is het verbeteren van de omstandigheden voor de mensen met de laagste inkomens.
Een ‘second best’ oplossing is het afschaffen van het eigen risico in de zorgverzekering, relevant voor mensen ouder dan 18 jaar en het (weer) opnemen van de mondzorg voor 18+ in het basispakket van de zorgverzekering. Daar waar sprake is van combinaties van verschillende negatieve factoren (inkomen, opleiding, inzichten ouders) komen kinderen gemiddeld aanzienlijk minder bij de tandarts en als ze komen is dat veelal alleen naar aanleiding van pijnklachten en niet of nauwelijks in het kader van preventie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan gezinnen met lagere inkomens en opleiding, meervoudige financiële gezinsproblematiek, inclusief schuldproblematiek en jeugdzorg. Het is juist de combinatie die leidt tot complexe ontsluiting ten behoeve van preventieve mondzorg vanaf het 1e tandje. Juist deze kinderen komen veelal pas na hun 4e jaar of alleen bij pijnklachten. Bij mensen met een oorspronkelijk niet-westerse achtergrond speelt hetzelfde als hiervoor geschetst. Daarbij hangt het verminderde bezoek voor een groot deel samen met hun culturele achtergrond. Verder valt op dat mensen met een oorspronkelijk niet-westerse achtergrond vaker dan gemiddeld niet op afspraken verschijnen. Tenslotte spelen taalproblemen vaak een negatieve rol bij de communicatie en dat speelt bij de behandeling met name ook, omdat het inschakelen van een tolk – indien nodig – niet vergoed wordt.
Bij mensen met een oorspronkelijk niet-westerse achtergrond is het dan ook van belang werk te maken van het wegwerken van taalachterstand en bij de informatie en voorlichting rekening te houden met de bestaande cultuurverschillen. 11
-
Ouderen en mensen met een beperking bezoeken de tandarts minder in verband met een tekort aan financiële middelen en hebben vaker geen aanvullende verzekering voor mondzorg. Ouderen zijn ook minder mobiel. Het vervoer naar de tandarts vormt vaker een probleem en daarbij zijn ze bang te veel een beroep te doen op hun kinderen en/of mantelzorgers. De tandartsen krijgen bij behandeling bij cliënten thuis geen vergoeding voor de extra kosten die ze moeten maken voor de thuisbehandeling, zoals bijvoorbeeld aanschaf van mobiele apparatuur en reiskosten.
Andere factoren die meespelen in verminderde aandacht voor mondzorg: - Niet zelden zullen de tandartsen ook minder zijn gericht op ouderen met meervoudige problematiek. Deze doelgroep vraagt meer inzet en tijd (rust, aandacht, uitleg). Daarnaast spelen de achteruitgang van de algemene gezondheid bij de ouderen mee en een verminder-de motivatie voor een bezoek aan de tandarts, waarbij negatieve ervaringen uit het verdere verleden een belangrijke rol spelen. - De huisartsen verwijzen hun patiënten – in voorkomende gevallen – niet of te weinig door naar de tandarts. Dat probleem is minder aan de orde indien huisarts en tandarts samen ondergebracht zijn bij een gezondheidscentrum. - Hoewel tandartsen zeggen dat ze (voldoende) aandacht19 besteden aan de tand- en mondzorg van kinderen, ouderen en mensen met een beperking, is daar in veel gevallen op af te dingen. Uit verder onderzoek blijkt dat niet alle tandartsen even gemotiveerd zijn om zich in te zetten voor de behandeling van de genoemde doelgroepen. Vanwege de bewerkelijkheid of omdat de praktijk er onvoldoende op ingericht is, mede omdat daar veel extra kosten voor de tandarts bij komen kijken. - Het “no-show”-beleid van tandartsen leidt bij specifieke doelgroepen, met name mensen met een oorspronkelijk niet-westerse achtergrond en GGZ-patiënten, maar ook vaker bij ouderen, tot een verminderd tandartsbezoek.
Tandartsen brengen boetes in rekening en/of schrijven patiënten sneller uit bij niet verschijnen. Naar een meer preventieve mondzorg voor kinderen, ouderen en allochtonen: - Algemeen wordt onderkend dat de verantwoordelijkheid voor de mondzorg van de kinderen ligt bij hun ouders. Een op zichzelf terecht uitgangspunt. Echter waar ouders de verantwoordelijkheid niet kunnen of willen nemen is er een taak voor de overheid (met stakeholders) om eventuele acties ter bevordering van preventie en mondzorg voor kinderen te richten op die ouders. - Mondgezondheid vraagt meer dan een symptomatische aanpak. Het beoogde effect van aandacht voor mondzorg moet zijn het bevorderen van de volksgezondheid door mondgezondheid te zien als onderdeel van algehele leefgewoonten, waarbij ouders vroegtijdig worden voorgelicht, geadviseerd en zo nodig extra ondersteund om hun verantwoordelijkheid te kunnen dragen en nemen. 19
Met ‘aandacht’ wordt bedoeld: periodiek onderzoek, voorlichting, poets-instructies en reiniging veelal in samenwerking met mondhygiënisten.
12
-
-
-
-
-
Informatie, voorlichting, (poets)instructie en advies zijn belangrijke instrumenten voor het stimuleren van kinderen, ouderen en mensen met een beperking de tandarts regelmatig te bezoeken en preventie - vanaf de eerste melktand tot hoge leeftijd - te bevorderen. Zorgverzekeraars kunnen een belangrijke rol spelen in de voorlichting aan ouders van kinderen over de noodzaak van regelmatig bezoek van hun kinderen aan de tandarts en het feit dat daar geen kosten aan verbonden zijn. De GGD Limburg-Noord is – onder andere via de consultatiebureaus – belangrijk als het gaat om het proactief verstrekken van informatie, voorlichting en advies aan ouders van kinderen vanaf de eerste melktand. Daarbij kunnen ze gebruik maken van de - voor de GGD kosteloze - mondzorgcoaches van JTV Mondzorg voor Kids. De gemeente is een belangrijke bron van informatie en voorlichting, waarbij de “keukentafelgesprekken” één van de mogelijkheden zijn om informatie, voorlichting en waar nodig advies te verspreiden. De tandartsen en mondhygiënisten in Horst aan de Maas onderschrijven het belang van preventie, maar in de praktijk ligt de nadruk toch overwegend op curatieve behandeling. De nadruk ligt op curatieve behandeling omdat de tandarts betaald wordt op basis van ‘verrichtingen’ (het belangrijkste verdienmodel op dit moment).
Ook het standpunt van de zorgverzekeraars en de belangenorganisaties van de tandartsen speelt een rol. Deze organisaties stellen ten onrechte dat preventie te weinig op zou leveren. En zorgverzekeraars trekken zelfs aan de bel, indien een tandarts ‘te veel’ aan preventie doet. Overigens is aan te nemen dat de komst van een nieuwe generatie tandartsen én het feit dat daar gemiddeld meer vrouwen deel van uitmaken bevorderlijk is voor het aandeel preventieve acties in het geheel van mondzorg-acties.
Aanvullende acties voor het bevorderen van een preventieve aanpak van mondzorg: - De organisatie JVT “Mondzorg voor Kids” heeft de mogelijkheid om bij plaatselijke tandartsen een “stoel” te bemensen om speciale aandacht te besteden aan mondzorg voor met name kinderen. Voor dit aanbod bestaat overigens geen draagvlak onder de tandartsen in Horst aan de Maas voor het realiseren van een aparte “stoel” voor de onderscheiden doelgroepen. De tandartsen willen over het algemeen kinderen, ouderen en mensen met een beperking – voor zover mogelijk – zélf behandelen. - De acties ten behoeve van preventie en mondzorg voor ouderen en gehandicapten kunnen – naast de aandacht jegens ouderen en gehandicapten zelf – het beste gericht worden op de mantelzorgers en zorg- en hulpverleners die bij de ouderen en mensen met een beperking over de vloer komen.
13
-
-
-
Een initiatief als in America/Kronenberg om tegen geringe vergoeding mensen met behulp van vrijwilligers in het kader van burenhulp naar de tandarts te brengen (en weer terug), biedt een oplossing voor het vervoersprobleem van ouderen en mensen met een beperking. Voorlichting aan de kinderen zelf via de basisscholen in Horst aan de Maas. De laatste twintig jaar is er geen (of nauwelijks) voorlichting gegeven over mondzorg op basisscholen in Horst aan de Maas. Voor die tijd verzorgde de GGD voorlichting voor de groepen 1 tot en met 4. Daarna zijn er wel lesbrieven ter beschikking gesteld aan het basisonderwijs, maar ook die worden al langere tijd niet meer gebruikt. Op basisscholen wordt vaak een beroep gedaan om aandacht te besteden aan een uiteenlopend aantal zaken, buiten het reguliere aanbod van de school. Dat leidt in veel gevallen tot een overbelasting van de leerkrachten, wat voorkomen moet worden. Wellicht zijn er wel mogelijkheden om – bijvoorbeeld in de vorm van een themadag – aandacht te besteden aan mondzorg, eventueel in samenwerking met de GGD. Al in een vroegtijdig stadium – bij consultatiebureaus en de kinderdagverblijven – kan rechtsreeks aandacht besteed worden aan (preventieve) mondzorg.
Kinderdagverblijven besteden op het moment nauwelijks aandacht aan (preventieve) mondzorg van de aan hun zorg toevertrouwde kinderen, bijvoorbeeld in de vorm van samen tanden poetsen na een maaltijd.
14
4. Aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten en de conclusies die het comité Nationaal ZorgFonds Horst aan de Maas daaruit getrokken heeft, zijn een aantal aanbevelingen geformuleerd ten behoeve van het beleid in Horst aan de Maas (gemeentelijk Zorgplan). Die aanbevelingen luiden als volgt: Algemeen: - Primair is het opheffen van inkomensverschillen de beste remedie, secundair het opheffen van het eigen risico bij de zorgverzekering – liefst in de vorm van een Nationaal ZorgFonds – en het opnemen van de tandartskosten in de basiszorgverzekering. Zaken die landelijk geregeld moeten worden. - Op verschillende momenten - via organisaties en samenwerkingspartners - kan gewezen worden op het gebruik van een poets-App20. Gericht op de gemeente: - De gemeente kan onderzoek doen naar mogelijkheden voor extra financiële middelen om ondersteuning van activiteiten rondom mondzorg voor de doelgroepen - en dan met name voor burgers met lage inkomens die bijstand genieten en mensen die deelnemen aan schuldsanering - te stimuleren. - De gemeente kan op het moment dat het kind één jaar wordt de ouders een brief schrijven met voorlichting en informatie over het belang van mondzorg en adviseren de tandarts te bezoeken voor regelmatige controle. In andere gemeenten is dit effectief gebleken. Hetzelfde kan de gemeente doen voor de andere doelgroepen.
Overigens komen de ouders rond deze tijd op het consultatiebureau van de GGD Jeugdgezondheidszorg. Die zou hier ook een rol in kunnen hebben. Evenals verloskundigen die tijdens de zwangerschapsperiode informatie en voorlichting kunnen geven over mondzorg bij baby’s en jonge kinderen. - De gemeente kan met behulp van een brief mensen met een oorspronkelijk nietwesterse achtergrond die wonen in de gemeente benaderen met informatie, voorlichting en advies over tandartsbezoek en de noodzaak van adequate mondzorg. - De gemeente kan via de sociale wijkteams bij de keukentafelgesprekken inzoomen op vragen van bewoners met betrekking tot mondzorg als één van de vaste te bespreken punten. Als er signalen zijn over slechte leefgewoonten, bijvoorbeeld obesitas of bij slechte verzorging, kan er gericht doorverwezen worden. Waar nodig kan van daaruit het belang van goede mondzorg gestimuleerd worden en – indien van toepassing – actieve tandartscontrole (voor kinderen) aanbevolen worden.
20
Bijvoorbeeld de poets-app ‘De avonturen van Glansje & Tom’ met 5* waardering: https://glansje.nl/
15
Gericht op samenwerking: • Met zorgverzekeraars: - De gemeente heeft een overeenkomst met een zorgverzekeraar (VGZ) om een zorgverzekering aan te bieden voor burgers uit Horst aan de Maas met een minimaal inkomen. Met de zorgverzekeraar kan de gemeente Horst aan de Maas concrete afspraken maken over het door de verzekeraar (proactief) verstrekken van informatie, voorlichting en waar nodig advies met betrekking tot mondzorg voor de verschillende doelgroepen21. - De gemeente kan ondertussen bekijken of er in de aangeboden verzekering voldoende dekking is voor de tandzorg voor volwassenen en/of de gemeente zonder kostenverhoging voor de gebruikers een aanvullende verzekering kan afsluiten voor tandartskosten en daarbij het eigen risico voor haar rekening neemt. Als ouders geen drempels ervaren om de tandarts te bezoeken, zal dat voor hun kinderen ook gelden. • Met de GGD: - De gemeente kan in samenwerking met andere gemeenten in de regio met de GGD Limburg-Noord afspraken maken over de intensivering van de informatie en voorlichting over het belang van mondzorg en regelmatige controle.
- De gemeente kan ook afspraken maken over advisering in zake mondzorg voor kinderen, mensen met een oorspronkelijk niet-westerse achtergrond, ouderen en mensen met een beperking en voor zover nodig wordt daar extra financiering (ook voor personeel) voor geregeld en opdracht gegeven voor het inschakelen van de (kosteloze) mondzorgcoaches van JTV Mondzorg voor Kids. - Samen met de gemeenten in de regio kunnen afspraken gemaakt worden om systematisch en frequent aandacht te besteden aan mondzorg voor ouderen en mensen met een beperking. Via de GGD, die op dit moment overigens geen individuele contacten met de genoemde doelgroepen heeft, of via thuiszorg. • Met de tandartsen in Horst aan de Maas: - De gemeente kan in samenspraak met de tandartsen in de gemeente bespreken hoe optimaal vorm gegeven kan worden aan een drempelloos bezoek aan de tandarts door kinderen, mensen met een oorspronkelijk niet-westerse achtergrond, ouderen en mensen met een beperking, zowel fysiek als mentaal. De inzet daarbij moet onder andere zijn – als het gaat om kinderen – dat er een naadloze aansluiting wordt gerealiseerd tussen de aandacht voor mondzorg bij het consultatiebureau en het bezoek aan de tandarts en/of mondhygiënist(e).
- De gemeente kan met de tandartsen in Horst aan de Maas in overleg gaan met als doel het “no-show”-beleid met name voor (allochtone) ouders en psychiatrische patiënten aan te passen, om zodoende het bezoek aan de tandarts te bevorderen. 21
Ervaringen laten zien, onder andere uit een oproep van verzekeraar DSW in Schiedam, dat een oproep per brief aan ouders voor controle van hun kinderen effect heeft en een deel van de ouders alsnog naar de tandarts gaat. 43 procent van mensen die nooit naar tandarts gingen, gaat na de oproep wel. (https://www.nrc.nl/nieuws/2019/09/09/als-de-tanden-van-de-driejarige-sara-beginnen-te-rotten-a3972762)
16
•
•
•
•
•
Met de huisartsen in Horst aan de Maas: - De gemeente kan in het algemeen bepleiten bij huisartsen een actievere houding aan te nemen bij de mondzorg voor de doelgroepen en met huisartsen afspraken maken over het nadrukkelijker inschakelen van praktijkondersteuners bij het onder de aandacht brengen van het belang van mondzorg bij alle doelgroepen en waar nodig advies geven of doorverwijzen naar de tandarts. Met zorginstellingen: - De gemeente kan met zorginstellingen zoals Proteion en De Zorggroep afspraken maken over het geven van aandacht aan en advisering op het vlak van mondzorg door thuiszorgmedewerkers. Met vrijwilligersorganisaties: - De gemeente kan met bij de doelgroepen betrokken organisaties, bijvoorbeeld via het welzijnswerk, vrijwilligers - denk bij ouderen bijvoorbeeld aan de KBO - en mantelzorgers afspraken maken over het onder de aandacht brengen van informatie en advies inzake mondzorg. - De gemeente kan stimuleren dat initiatieven als in America/Kronenberg om tegen een geringe vergoeding mensen met behulp van vrijwilligers in het kader van burenhulp naar de tandarts te brengen (en weer terug), ook in de andere dorpen in Horst aan de Maas van de grond komen.
- Via (de vrijwilligers van) een organisatie als Voor Mekaar Naoberzorgpunt in de Norbertuswijk kan – bijvoorbeeld via een “welkomsttas” – informatie verstrekt worden aan ouders, allochtonen, ouderen en mensen met een beperking en door specifieke training van vrijwilligers kunnen zij mensen ook direct (mondeling) informeren en waar nodig een doorverwijs- en/of signalerende functie vervullen. Met onderwijs: - De gemeente kan educatie met betrekking tot mondzorg op de basisscholen stimuleren en faciliteren, met name in de groepen 1 tot en met 4. Eventueel in samenwerking met de GGD, in de vorm van een themadag over mondzorg. Met kinderdagverblijven: - De gemeente kan met kinderdagverblijven en waar mogelijk met zorginstellingen afspraken maken over het stimuleren van dagelijkse mondzorg zoals tanden poetsen en dergelijke.
Uiteindelijk gaat het bij het bevorderen van bezoek aan de tandarts vooral om de integrale inzet van ‘contactpunten’ zoals die in voorgaande aanbevelingen naar voren zijn gekomen: de brief van de zorgverzekeraars, een ondersteunende oproep voor het 1e jaar door de gemeente en de GGD (wat zeer effectief blijkt, omdat het immers onafhankelijk is vanuit de publieke taak), keukentafel-gesprekken, ‘wijkteams’ en mondzorgcoach aanvullend bij spreekuren consultatie-bureau. Op wijk of buurtniveau kunnen – in samenwerking tussen basisonderwijs, de bibliotheek, de GGD, de gemeente, de Werkgroep Armoede van de Burger Advies Raad, de Stichting “Mondzorg for Kids” en/of tandartsen – bijeenkomsten georganiseerd worden met als thema “mondzorg”. 17
Nawoord Goede tandzorg bij kinderen start op basis van recente inzichten in de kindertandheelkunde vanaf het eerste tandje. Goede mondzorg en zeker ook preventie in de kindertijd voorkomt problemen met het gebit later. Het Ivoren Kruis waarschuwt: ‘Een kind wisselt vanzelf zijn melkgebit voor het blijvend gebit. Je zou kunnen denken dat het daarom niet nodig is een melkgebit goed te verzorgen. Niets is minder waar. Een slechte verzorging kan gaatjes en tandvleesontsteking veroorzaken. Dit kan pijn doen, waardoor je kind slechter eet, zich niet lekker voelt of minder goed slaapt. Een slechte verzorging van het melkgebit kan ook het blijvend gebit beïnvloeden.’ Ook de verzorging van de blijvende tanden is juist in de kindertijd van belang voor een gezond gebit en het voorkomen van problemen op latere leeftijd. Bij het doorbreken van blijvende tanden is de verzorging extra belangrijk, omdat pas doorgebroken tanden poreus en kwetsbaar zijn. Verder kan bij een periodieke controle bij kinderen afwijkingen in de ontwikkeling van de mond en kaak vroegtijdig worden gesignaleerd. Naast het belang van mondzorg voor de huidige en toekomstige gezondheid van kinderen is er ook een belangrijk sociaal aspect. Tanden zijn zichtbaar en stigmatisering en daarmee kansenongelijkheid liggen op de loer. Armoede en opleidingsniveau van ouders worden zichtbaar door de tanden.
Het is dan ook niet voor niets dat verschillende organisaties en instanties actief oproepen de mondzorg voor kinderen te verbeteren. In april 2019 deed Dokters van de Wereld een oproep om tandzorg voor iedere Nederlander toegankelijk te maken. Zij stelden dat armoede in Nederland valt af te lezen aan iemands gebit en dat voor een half miljoen Nederlanders de tandarts onbetaalbaar is geworden. Als ouders niet gaan, is de kans kleiner dat de kinderen naar de tandarts gaan. In september 2019 stuurde de Associatie Nederlandse Tandartsen een brandbrief aan voormalig minister Bruno Bruins om aandacht te vragen voor ongeveer 600.000 kinderen die niet of nauwelijks een tandarts bezoeken. Zij stuurde deze brandbrief omdat het onvoldoende lukt om kinderen naar de tandarts te krijgen. Onder andere door de angst voor kosten, ondanks dat tandartsbezoek voor kinderen tot 18 jaar onder de basisverzekering valt en kosteloos is. In november 2018 geeft het Zorginstituut aan dat er meer aandacht nodig is voor de gebitten van jongeren. Het Zorginstituut concludeert dat de gebitten van jongeren, vooral van tieners, in de afgelopen zes jaar zijn verslechterd en dat “jongeren met een lage sociaaleconomische status nog steeds een slechtere mondgezondheid hebben en hun gebitten minder goed verzorgen dan hun leeftijdsgenoten met een hoge sociaal-economische status”.
Om de mondgezondheid van jongeren te verbeteren is meer aandacht voor het voorkomen van gaatjes en gebitsslijtage nodig . Volgens het comité Nationaal ZorgFonds Horst aan de Maas kan de gemeente ook iets doen aan de gezondheid van kinderen in het algemeen en in dit geval de gezondheid van het kindergebit en natuurlijk ook het gebit van ouderen. Want het komt niet vanzelf goed. 18
Daarbij komt dat de kosten van gemeentelijke inspanningen verwaarloosbaar zijn. Die worden namelijk grotendeels gedragen door de zorgverzekeraars, terwijl we er zeker van zijn dat een degelijk preventieve mondzorg zich op termijn terugbetaalt. In deze notitie hebben we dat duidelijk proberen te maken en roepen we de gemeenteraad en het college van B&W op om – in het kader van het gemeentelijk zorgplan – te komen tot een gemeentelijk mondzorgplan. Wij denken dat we met deze notitie voldoende handvatten kunnen bieden, als bouwstenen voor zo’n gemeentelijk mondzorgplan. Onze bijdrage daaraan kunnen wij leveren dankzij de medewerking van onze gesprekspartners, onder andere Raoul Trentelman, Monique Streng, Imke Martens, Babs Otten, Dinie Veldman, Bart Mous, Karin van der Plas, Fred Peek, Peter Nellen, Henk Janssen en Cécile Peeters. Hun inbreng stellen wij zeer op prijs. April 2021
19