Inspreken LLTB Windmolens HadM27623
Tekst van het document
Dames en heren,
Mijn naam is Peter van Dijck, vice-voorzitter van de Limburgse Land- en tuinbouwbond en portefeuillehouder plantaardige sectoren. Ik spreek in over het besluit om een volgende stap te zetten in het proces voor de plaatsing van windmolens in Hoogheide en Witveld. Al op 1 februari vorig jaar heeft de LLTB de voorgenomen plaatsing van de windmolens aan de orde gesteld in het reguliere overleg met het college van B & W. Het college verwees ons echter naar de gebiedsverkenning en wenste inhoudelijk niet op het onderwerp in te gaan. Inmiddels zijn we bijna anderhalf jaar verder hebben we van onze leden begrepen dat dit onbevredigend is verlopen. Vandaar dat wij ons nu tot u als gemeenteraad wenden om onze visie hierop te geven. Wij verbazen ons dat de gebieden Hoogheide en Witveld als voorkeursgebieden voor windmolens naar voren zijn gekomen uit de verkenning. Wij hebben het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan uit 2017 én de Structuurvisie Horst aan de Maas uit 2013 er nog eens op nageslagen. Wat staat hierin vermeld over de boomteeltsector: “De gemeente wenst deze sector daarom te faciliteren in bepaalde delen van het buitengebied. In het gebied 'Hoogheide', ten noorden van Ontwikkelingsgebied intensieve veehouderij Witveld, is planologisch ruimte voor boomteelt” Einde citaat.
Ook in het eigen coalitieprogramma geeft u aan om te bezien wat nodig is om onze gemeente de boomteeltsector internationaal nog beter op de kaart te zetten als kenniscentrum. De gemeente Horst aan de Maas profileert zich hier nadrukkelijk als een gemeente die de boomteelt de ruimte wil geven in dit gebied. Samen met Boskoop, Opheusden en Zundert hoort Horst aan de Maas tot de vier boomteeltcentra van Nederland. De bedrijven binnen een teeltcentrum vormen letterlijk en figuurlijk met elkaar een eco-systeem. Bedrijven ruilen met elkaar grond, zijn complementair aan elkaar want betreft aanbod en zijn daarmee interessant voor afnemers. Boomteeltbedrijven elders uit de gemeente zijn juist naar dit gebied verplaatst vanwege de onderlinge synergie en de planologisch gunstige ontwikkelingsmogelijkheden. Terugkijkend en vooruitblikkend op de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente zien we dat dit gebied het enige gebied is waar effectief de ruimte voor bedrijven is om zich te ontwikkelen. Het Maasdal is immers steeds meer aan de landbouw en de boomteelt is onttrokken. Aan de westkant van de gemeente zien we dat landbouw steeds meer met beperkingen krijgt te maken en door het hele buitengebied zien we nieuwe bebouwing en niet-agrarische functies verder oprukken.
Wij zijn er van overtuigd dat de landbouwkundige kwaliteit als criterium niet is meegenomen in de verkenning, anders waren de boomteeltgebieden zeker afgevallen als potentieel gebied voor het plaatsen van windmolens. Wij roepen u daarom als gemeenteraad op om het college op te dragen de land- en tuinbouw alsnog mee te nemen in de afweging. Zeker in een plattelandsgemeente als Horst aan de Maas, het boomteeltcentrum van Zuidoost-Nederland, is het ondenkbaar dat de land- en tuinbouw niet volwaardig wordt meegenomen. Het is overigens niet nieuw om land- en tuinbouw is de belangenafweging mee te nemen. Een aantal jaren geleden is ook al een Landbouw Effect Rapportage uitgevoerd bij de gebiedsontwikkeling Oijen-Wanssum waardoor de belangen van land- en tuinbouw werden meegewogen in het uiteindelijke plan. Zelfs in het nieuwe coalitieakkoord van de provincie
Limburg staat genoemd dat voor alle maatregelen in de gebiedsplannen een Landbouw Effect Rapportage wordt gemaakt. De Landbouw Effect Rapportage dient aan de voorkant van de gebiedsverkenning te worden uitgevoerd. Het naderhand meenemen van de landbouweffecten in een plan-MER is mosterd na de maaltijd. Juist aan de voorkant van de gebiedsverkenning dient de land- en tuinbouw als volwaardig belang te worden meegenomen. Tenslotte nog een kort woord over de externe veiligheid. Uit de milieutechnische studie Wind die door Arcadis is uitgevoerd concluderen wij dat de boomteelt een onbekende sector is en over één kam wordt geschoren met de melkveehouderij en de akkerbouw. In deze studie staat een kaartje van verblijfsobjecten met een gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie of woonfunctie aangeduid. Daarmee moet rekening gehouden worden. Land- en tuinbouw is dit niet. Echter specifiek in de boomteelt zijn werknemers hele dagen pal naast de windturbines aan het werk. De gezondheidsrisico’s van deze medewerkers dienen daarom betrokken te worden in de afweging. Gemeenten en provincies krijgen steeds meer opdrachten of ambities vanuit Brussel of Den Haag. Onder het mom van verplichting worden er allerlei plannen gesmeed. Vanwege de ruimtelijke impact overziet de agrarische sector deze ambities als geen ander. De integraliteit tussen de ambities ontbreekt in hoge mate.
Leg al deze puzzels nu eens aan elkaar en het ruimtebeslag zal ver over de gemeente- of landsgrenzen reiken. Dames en heren, het is belangrijk dat er nu geen onomkeerbare beslissingen worden genomen. Want stel dat er zou worden gekozen om windmolens te plaatsen in het boomteeltontwikkelingsgebied. Is dit dan de bijl aan de wortel van dit florerende gebied? Betekent dit dat de stap naar grootschalige zonneparken ook niet meer ver weg is? En wat betekent dit voor het uitgekiende en duurzame systeem van vruchtwisseling dat er is met andere agrarische ondernemers. Voordat er een volgende stap wordt gezet is het belangrijk deze vragen te beantwoorden en een integrale visie te hebben over dit gebied. En doe dat samen mét de ondernemers in het gebied. Anders vrezen wij dat het kind met het badwater wordt weggegooid.
Ik dank u voor uw aandacht