CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

HadM 3 Warmtevisie Horst aan de Maas

Gemeenteraad 6 maart 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Beantwoording vragen en bijlagen27.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

‐

Tussentijdse doelstellingen Tussentijdse doelstellingen worden niet binnen de geraamde tijd behaald, waardoor zaken mogelijk verschuiven.

‐

Veranderen warmtevraag Door het isoleren van woningen kan de warmtevraag significant afnemen, waar de vraag toe kan nemen door de bouw van nieuwe woningen. Ook is de verwachting dat we minder koude winters krijgen door de klimaatverandering, waardoor de pieken in de warmtevraag afnemen maar de vraag naar koeling ’s zomers zal toenemen.

‐

Financiële gevolgen COVID‐19 De crisis kan daarnaast economische gevolgen hebben en onzekerheid veroorzaken waardoor de financiële mogelijkheden van inwoners om te verduurzamen verkleinen.

55 Blad 44 van 45

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

‐

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Tussentijdse doelstellingen Veranderende wet‐ en regelgeving instrumentarium Op het moment worden subsidieregelingen en een groot aantal wetten herzien, die van grote invloed zijn op de warmtetransitie (onder meer de Warmtewet, Elektriciteitswet, Wet Markt en Overheid, Wet Toezicht Financiële markten en diverse belastingwetten). Dit kan gevolgen hebben voor de rol als gemeente in de warmtetransitie en voor de betaalbaarheid van maatregelen. Het is in dit stadium ook nog niet helder welke doorzettingsmacht en instrumenten de gemeente in handen krijgt om (naast stimuleren) bedrijven en inwoners in de transitie mee te krijgen.

Bijlage 1 Technische en financiële analyse

56

Blad 45 van 45

57

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Bijlage 1 Technische en financiële analyse Technische analyse Voordat een pand aardgasvrij kan worden gemaakt, moet worden gezocht naar een warmtealternatief. In de technische analyse is voor elke buurt in Horst aan de Maas onderzocht welke oplossing, technisch gezien, het meest haalbaar is op basis van de huidige gegevens. De technische analyse bestaat uit een aantal onderdelen:  Een karakterisering van de woningen en gebouwen.  Een nulmeting van het warmteverbruik in de huidige situatie. Deze nulmeting bevat een analyse van het huidige gasverbruik van de woningen en grootverbruikers in Horst aan de Maas;  Een inschatting van de mogelijke besparing die bereikt kan worden door de panden te isoleren;  Een inventarisatie van de beschikbaarheid van alternatieve warmtebronnen in de gemeente;  Een verdeling van de panden in clusters met een vergelijkbare warmteoplossing. De resultaten van ieder geanalyseerd onderdeel zijn weergegeven op kaarten.

Karakteristieken van de woningen en gebouwen Het warmteverbruik van de panden wordt sterk bepaald door het type en bouwjaar van het pand. Om het huidige warmteverbruik te begrijpen is daarom als eerste stap een pandenkaart gemaakt met daarop het bouwjaar van de bestaande panden.

Figuur 1‐1: Pandenkaart met bouwjaar (zie bijlage 4 voor meer detail)

Circa 12% van de panden betreft vooroorlogse bebouwing. Tussen 1945 en 1975 is 37% van de panden gebouwd en tussen 1975 en 1992 nog eens 24%. De overige, relatief goed geïsoleerde panden (1992 en jonger) zijn tussen 1992 en 2019 gebouwd; dit is circa 27% van het pandenbestand. Aan alle woningen is een (voorlopig en definitief) energielabel toegekend. Dit geeft aan hoe energiezuinig een woning is. De verdeling van de energielabels in Horst aan de Maas is samengevat in onderstaande figuur.

Figuur 1‐2: Energielabels (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020)

Op basis van de voorlopige energielabels beschikt 30% van de woningen over een energielabel B of beter en 60% over een label C of beter. Van de woningen met een definitief energielabel

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

beschikt ruim 30% over een energielabel B of beter en meer dan 65% over een energielabel C of beter.

Warmteverbruik van de panden na isolerende maatregelen

Huidige warmteverbruik De totale warmtevraag van alle woningen in de gemeente Horst aan de Maas bedroeg in het peiljaar 2019 895 TJ (bron: Klimaatmonitor). In de onderstaande figuur is het huidige warmteverbruik per woning of appartement in beeld gebracht. Het warmteverbruik is een manier om het gasverbruik uit te drukken. Het gasverbruik wordt uitgedrukt in kubieke meters (m3) en het warmteverbruik in kilowattuur (kWh) per vierkante meter (m2). Met het warmteverbruik kan makkelijker bepaald worden welk warmtealternatief in de plaats van aardgas kan komen. Daarnaast is het goed om te weten dat de glastuinbouwsector in Horst aan de Maas relatief groot is en een grote verbruiker van gas is in de gemeente.

In de tweede stap van de analyse is onderzocht wat het warmteverbruik van de panden is nadat deze zijn geïsoleerd. Hierbij is ervan uitgegaan dat panden geïsoleerd worden tot maximaal energielabel B. Energielabel A is voor een deel van de panden ook haalbaar maar voor de meeste panden worden de kosten van de verduurzaming dan onrealistisch hoog. Daarom wordt landelijk en ook in deze studie voor Horst aan de Maas het bereiken van energielabel B als maximaal haalbaar en betaalbaar gezien. Voor de panden met een hoog warmteverbruik (bijvoorbeeld energielabel F) is energielabel B echter niet realistisch omdat dit of technisch niet kan of te duur is. Voor die panden is het uitgangspunt dat geïsoleerd wordt tot label D. Voorbeelden van panden met een energielabel F zijn een historisch pand of een enkelsteens jaren ’60 woning. Door het onderscheid van isolerende maatregelen in twee categorieën (energielabel B & D) is dus rekening gehouden met de haalbaarheid van de isolerende maatregelen. Het resultaat is gepresenteerd op onderstaande kaart. Na het treffen van isolerende maatregelen daalt het warmteverbruik drastisch. De meeste panden vallen nu in de klasse 71 tot 100 kWh/m2 (geschikt voor midden temperatuurverwarming). Een aanzienlijk deel van de huizen valt zelfs in de klasse kleiner dan 70 kWh/m2 (geschikt voor lage temperatuurverwarming).

Een zeer klein deel van de woningen valt na isolerende maatregelen nog in de hoogste klasse.

Figuur 1‐3: huidig gasverbruik kleinverbruikers per verblijfsobject (zie bijlage 4 voor meer detail)

Het grootste deel van de verblijfsobjecten in de gemeente Horst aan de Maas valt in de klasse groter dan 100 kWh/m2 (alleen geschikt voor hoge temperatuurverwarming). Een kleiner deel valt in de klasse 71 tot 100 kWh/m2 (geschikt voor midden en hoge temperatuurverwarming). Sporadisch zijn er panden in de laagste warmteklasse (kleiner dan 70 kWh/m2) aanwezig. Er is een duidelijk verband tussen bouwjaar en verbruiksklasse. Van de huizen die voor 1974 gebouwd zijn valt verreweg het grootste deel in de klasse groter dan 100 kWh/m2. Bij de huizen die na 1974 gebouwd zijn, is de verdeling tussen de verschillende klassen meer gelijk.

Figuur 1‐4: gasverbruik kleinverbruikers ná isolerende maatregelen (zie bijlage 4 voor meer detail)

Inventarisatie alternatieven voor aardgas Met het treffen van isolerende maatregelen wordt het warmteverbruik flink verminderd. De volgende stap om de panden aardgasvrij te maken is het zoeken naar een alternatieve

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

energievoorziening om de panden te verwarmen. De warmte die normaal uit aardgas wordt gehaald, kan uit allerlei alternatieve bronnen worden gewonnen, bijvoorbeeld uit de lucht, uit de bodem, uit de diepere aarde, uit oppervlaktewater, uit biomassa of uit restwarmte afkomstig van de industrie. Daarnaast zou ook groengas (biogas) en in de toekomst mogelijk ook waterstofgas ingezet kunnen worden. In deze analyse is onderzocht welke alternatieven voor aardgas in de gemeente Horst aan de Maas beschikbaar zijn. Daarbij is gekeken wat er nu al kan en welke technieken de komende tien jaar ingezet kunnen worden. Voor ieder warmtealternatief is bepaald of deze warmte van hoge temperatuur (hoger dan 70 á 80 °C), midden temperatuur (50 tot 70 °C) of lage temperatuur (lager dan 50 °C) kan leveren. Goed geïsoleerde woningen hebben bijvoorbeeld genoeg aan warmte op lage temperatuur. Anderzijds hebben slecht geïsoleerde panden een hoge warmtevraag. Hier zijn alleen warmtealternatieven die een hoge temperatuur kunnen leveren, toepasbaar.

Toelichting op de tabel:

Daarnaast is voor ieder warmtealternatief bepaald of de warmte via een collectieve voorziening, zoals een warmtenet, naar de panden moet worden gebracht, of dat ieder pand een eigen individuele voorziening kan krijgen. Sommige warmtealternatieven zijn zowel collectief als individueel toepasbaar.

De alternatieve warmtebronnen in Horst aan de Maas zijn in bijlage 2 op zogenaamde warmtekansenkaarten gezet, en tevens in een tabel. In de warmtekansenkaarten zijn de volgende bronnen opgenomen:  Restwarmte vanuit bedrijven  Zonthermie  Aquathermie (TEO) en riothermie (TEA)  Bodemenergie (WKO), zowel voor open als gesloten en zowel koude‐ als warmte‐ systemen  Geothermie In de onderstaande tabel is een samenvatting gegeven, waarin per alternatief aangegeven wordt hoe kansrijk het gebruik van deze warmtebron in de gemeente Horst aan de Maas is.

Tabel 1‐1: overzicht alternatieve warmtebronnen en beschikbaarheid in Horst aan de Maas Temperatuurniveau van de warmtebron

Warmtebronnen geschikt voor aansluiting op warmtenet (collectief)

Warmtebronnen zonder aansluiting op warmtenet (individueel)

Hoge temperatuur warmte (HT)

Groengas (in de toekomst mogelijk waterstof) Biomassa (houtpellets, reststromen) Geothermie

Groengas (in de toekomst mogelijk waterstof) Biomassa (houtpellets, reststromen)

Midden temperatuur warmte (MT)

Restwarmte van bedrijven

Zonnewarmte (met opslag)

Oppervlaktewater (aquathermie) en afvalwater Zonnewarmte (met opslag)

Lage temperatuur warmte (LT)

Verklaring:

Restwarmte van bedrijven

Zonnewarmte (met opslag)

Zonnewarmte (met opslag)

Luchtwarmte

Bodemwarmte (WKO)

Bodemwarmte (WKO)

Oppervlaktewater (aquathermie)

Oppervlaktewater (voor appartementen, kantoren)

Afvalwater (riothermie)

Afvalwater (voor blokverwarming, kantoren)

Beschikbaar / technisch‐economisch kansrijk Beperkt beschikbaar / technisch‐economisch minder kansrijk Nauwelijks beschikbaar / niet kansrijk

Biomassa en groengas: onder biomassa worden snoeihout, bermmaaisel en groen afval uit de agrarische sector verstaan. Dit kan worden verstookt in een biomassaketel. Groengas kan worden gemaakt uit bijvoorbeeld mest en kan direct als alternatief voor aardgas worden gebruikt. Biomassa zien we alleen als geschikt alternatief als er lokale reststomen zijn en deze ook daadwerkelijk niet anders dan voor verwarming gebruikt kunnen worden. Voor de komende periode rekenen wij onder de huidige omstandigheden niet op de verbranding van biomassa of groengas als warmtealternatief voor de gebouwde omgeving. Op lange termijn, vrijwel zeker niet voor 2030, is waterstof mogelijk een geschikt alternatief voor aardgas. Voor de korte termijn vallen waterstoftoepassingen echter nog in de categorie niet kansrijk. De reden hiervoor is dat er nog heel weinig groene (en dure)waterstof beschikbaar is en dit vooralsnog bestemd is voor de industrie en zware mobiliteit. Geothermie: dit is warmte die op een grote diepte (meerdere kilometers) uit de aarde wordt gewonnen. De bodem biedt technisch en economisch voldoende potentie voor de winning van aardwarmte en, in combinatie met verwarming van kassen, zou dit een goed warmtealternatief voor een deel van de woningen kunnen zijn. Echter, de winning van geothermie heeft de afgelopen jaren in Horst aan de Maas voor veel problemen gezorgd.

In Grubbenvorst werd in 2015 een aardwarmteproject gerealiseerd. Twee putten van ruim 2 kilometer diep zorgden daar voor de verwarming van circa 40 hectare in de glastuinbouwsector van Californië. Een lichte aardbeving op 6 km diepte in de nabijheid van de geothermieinstallatie in september 2018, zorgde ervoor dat de productie van de geothermie sindsdien stilligt met een faillissement van het warmtebedrijf als gevolg. De oorzaak voor de aardbevingsproblemen hangt samen met de ligging van de gemeente in een tektonisch gespannen gebied. Zolang er geen definitief uitsluitsel is over de kwetsbaarheid van dit gebied voor aardbevingen als gevolg van de winning van geothermie, achten wij de winning van geothermie niet kansrijk. Mocht nader onderzoek uitwijzen dat geothermie toch veilig kan worden gewonnen, dan kan zou de koppeling van kassen en woningen mogelijk tot haalbare business cases kunnen leiden. Restwarmte: dit is warmte die overblijft bij bedrijfsmatige en industriële processen. In Horst aan de Maas zijn enkele restwarmtebronnen aanwezig, met name voedingsmiddelenbedrijven. Deze zijn echter alleen geschikt voor gebruik in een lage temperatuur warmtenet. De in de tabellen genoemde hoeveelheden restwarmte zijn grove schattingen. Om de werkelijke hoeveelheden beschikbare restwarmte te bepalen is inzicht in de bedrijfsprocessen nodig.

De overige bedrijven leveren waarschijnlijk te weinig restwarmte voor een rendabel warmtenet. Dit laatste geldt ook voor de kassengebieden. Vaak komt daar enige restwarmte vrij en zijn ook koppelingen met de (bio)‐WKK’s denkbaar maar in de praktijk is de potentie hiervan vaak te laag en economisch onrendabel. Daarnaast is het totale aanbod aan restwarmtebronnen, de geografische verdeling en de leveringszekerheid ongunstig voor een solide, meerjarige businesscase. Aquathermie: dit is warmte die uit oppervlaktewater wordt gewonnen. In de bebouwde omgeving is aquathermie economisch haalbaar vanaf ca. 50 woningen of voor een groot kantoor of een bedrijfspand. Ook moet het oppervlaktewater op niet meer dan ca. een kilometer afstand van de afnemers liggen: bij langer transport wordt de businesscase al snel te onrendabel. Een aquathermieproject is het meest rendabel als de warmte in lage temperatuur (maximaal 40⁰C) aan goed geïsoleerde panden wordt geleverd, zoals de meest recent gebouwde woningen met energielabel A of B. Met extra warmtepompen kan ook midden temperatuur warmte (70 ⁰C) worden verkregen. Dit kunnen centrale warmtepompen zijn die een midden temperatuur warmtenet voeden of een warmtepomp per pand wat is aangesloten op een lage temperatuur warmtenet. Afstemming met

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Rijkswaterstaat is nodig over het temperatuurniveau van het retourwater. De Maas heeft veel potentie en is geschikt voor aquathermie. De dorpen Grubbenvorst, Lottum, Broekhuizen en Broekhuizenvorst liggen binnen een kilometer van de Maas. Verder is het oppervlaktewater ‘De Diepeling’ een potentiële warmtebron voor Tienray. Riothermie: dit is warmte die uit gemalen en bij waterzuiveringen wordt gewonnen. In de gemeente is geen RWZI aanwezig maar wel liggen er gemalen nabij de kernen van Horst, Grubbenvorst en Sevenum. Deze hebben een economische potentie voor de levering van ongeveer 10 TJ (Grubbenvorst en Sevenum) en 20 TJ (Horst) restwarmte per jaar. Hiermee kunnen respectievelijk ca. 100 en 200 woningen van warmte worden voorzien mits deze voldoende geïsoleerd zijn. Ook in America, Lottum, Broekhuizenvorst, Hegelsom en Swolgen liggen gemalen maar de potentie hiervan ligt een stuk lager (max. 25‐50 woningen, 3‐7 TJ/jaar), waarschijnlijk te laag om een rendabel riothermieproject te starten. Door Tauw is bovendien onderzoek gedaan naar de potentie van de winning van warmte uit persrioleringen. Dat lijkt weinig kansrijk te zijn. Zonnewarmte: in zonnecollectoren op het dak of in het veld wordt water door de zon opgewarmd.

Dit warme water wordt opgeslagen in een zonneboiler en om ook warm water in de winter te hebben, kan het warme water ondergronds worden opgeslagen in de bodem of in een vat. Zonnewarmte is meestal een aanvulling op andere technieken, bijvoorbeeld bodemwarmte of aquathermie, en niet een primaire bron. Vooral de opslag van de warmte in de winter is vaak nog een technisch en financieel struikelblok voor zonnewarmte. In de gemeente is voldoende ruimte om zonnewarmtecollectoren op daken of op land te plaatsen. Echter, de financiële haalbaarheid is zeer onzeker en daarom is zonnewarmte beoordeeld als minder kansrijk. Dit blijkt ook uit de scenariostudie die het dorp Kronenberg heeft laten uitvoeren door Greenvis en de Warmte Transitie Makers. Bodem‐ en luchtwarmte: de warmte wordt uit de bodem (ondiep grondwater) of uit de lucht gewonnen en door middel van een elektrische warmtepomp omgezet in warmte voor het pand. Luchtwarmtepompen zijn vooral voor individuele woningen geschikt en bodemwarmtepompen kunnen voor individuele panden en kleine clusters van panden worden ingezet.

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

in combinatie met de installatie van een elektrische warmtebooster voor de meest koude dagen. Dit is echter een minder wenselijke oplossing omdat het energieverbruik dan hoog blijft en de bewoners nog lange tijd een hoge energierekening betalen. Een beter alternatief in dat geval is om de woningen van een hybride warmtepomp te voorzien. Dit is een elektrische (lucht)warmtepomp die voor de meest koude periodes gebruik maakt van gas. Bij de vervanging van de cv‐ketel is dit vaak een goede keuze. In de hele gemeente zijn er op dit moment geen buurten geschikt om zonder aanvullende maatregelen op een midden temperatuur warmtenet aan te sluiten. De overige kernen hebben in de meeste gevallen een te lage warmte‐dichtheid, waardoor een warmtenet hier geen geschikte oplossing voor biedt. Vaak kunnen deze woningen wel voorzien worden van een elektrische warmtepomp. Een eerder uitgevoerde studie in Kronenberg bevestigt dit. Uit deze studie komt naar voren dat een warmtenet in dit cluster niet wenselijk is vanwege de lage warmtedichtheid en de hoge investeringskosten die hiermee gemoeid zijn. Het scenario “all‐electric”, waarbij woningen individueel worden voorzien van een elektrische warmtepomp komt in de studie naar voren als meest realistische optie. Deze optie heeft echter wel als voorwaarde dat de woningen geïsoleerd moeten worden tot minimaal energielabel B.

Meest passende warmtealternatief per buurt Voor iedere buurt is onderzocht welk warmtealternatief technisch gezien het beste bij de panden past. Voor deze zogenaamde voorkeursoplossing is gezocht naar een warmtebron die qua temperatuurniveau bij de wijk past, dus bij een pand met een lage warmtevraag is naar een warmtebron gezocht die lage temperatuurwarmte levert. Verder is onderzocht waar de warmtevraag voldoende hoog is om een haalbaar en betaalbaar warmtenet te onderzoeken. Waar dat technisch‐financieel kan, is de optie met het warmtenet als voorkeur genomen omdat daarmee de grootste beperking van de uitstoot van broeikasgassen kan worden bereikt. De analyse is gedaan in de situatie zowel voor als na het treffen van isolerende maatregelen. Het resultaat is op de volgende pagina gevisualiseerd. Het meest passende warmtealternatief in de huidige situatie In de huidige situatie zijn delen van Horst, Sevenum en Grubbenvorst geschikt voor aansluiting op een warmtenet met hoge temperatuurwarmte. Dit is te zien op onderstaande kaart waarin de gemeente verdeeld is in clusters met vergelijkbare warmtevraag. Voor een hoge temperatuur warmtenet is echter hoge temperatuur warmte nodig. De warmtekansenkaart heeft laten zien dat dit lokaal niet beschikbaar is.

Mogelijk blijkt in de praktijk dat voor veel panden in de huidige situatie een midden temperatuur warmtenet ook volstaat, mits de panden geïsoleerd zijn tot minimaal energielabel D, al dan niet

Figuur 1‐5: meest passende warmteoplossing in de huidige situatie

Het meest passende warmtealternatief nadat de panden zijn geïsoleerd Na isolatie kunnen de meeste panden in zowel de kernen als de buitengebieden van een eigen elektrische warmtepomp (lucht of bodem) worden voorzien. In delen van Horst, Sevenum, America en Grubbenvorst is de warmtedichtheid en de warmtevraag ook na isolatie voldoende hoog om de panden op een warmtenet aan te sluiten, maar dan op midden temperatuur (MT‐warmtenet). Dit is te zien op onderstaande kaart. Dit warmtenet zou gevoed kunnen worden met restwarmte uit de aanwezige gemalen en verder zijn bodemwarmte en/of zonnethermie mogelijk geschikt. In de Grubbenvorst is daarnaast aquathermie uit de Maas een mogelijke bron om het warmtenet te voeden, in combinatie met bodemwarmte (WKO) voor de buffering.

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

combinatie met bodemwarmte en/of zonnethermie mogelijk geschikt om het warmtenet te voeden. In de overige kernen resteren alleen restwarmte van gemalen, bodemwarmte en zonnethermie als potentiële warmtebronnen. Deze mogelijkheden kunnen op de middellange termijn nader worden onderzocht (spoor B).

Figuur 1‐6: meest passende warmteoplossing na isolatie

Conclusies en aanbevelingen technische analyse Uit de technische analyse kunnen enkele conclusies getrokken worden die van belang zijn voor vervolgkeuzes. Deze conclusies en enkele aanvullende aanbevelingen zijn:  De eerste stap in de warmtetransitie is het isoleren van de panden, tot in ieder geval energielabel B (of D voor panden die moeilijk te isoleren zijn naar A of B zoals vooroorlogse bebouwing). Op dit moment verbruiken de panden in de gemeente Horst aan de Maas nog veel warmte. Door te isoleren daalt het energieverbruik (en de energierekening!) en de uitstoot van broeikasgassen. Als de panden in de huidige staat, dus zonder aanvullende isolerende maatregelen, van het aardgas zouden moeten, zijn er weinig geschikte warmtealternatieven. Voor een aantal panden in de kernen van Horst, Sevenum en Grubbenvorst zou de aansluiting op een collectief warmtenet technisch gezien de beste oplossing zijn. Dit zou dan een warmtenet moeten zijn dat warmte van hoge temperatuur moet kunnen leveren, maar in Horst aan de Maas zijn geen geschikte warmtebronnen die deze hoge temperatuurwarmte kunnen leveren. Omdat mogelijk in de praktijk blijkt dat voor veel panden in de huidige situatie een midden temperatuur warmtenet ook volstaat, wordt deze variant in het vervolg van het rapport wel nog nader onderzocht.

Daarnaast zou voor een groot deel van de panden een hybride warmtepomp een geschikt alternatief kunnen zijn. Dit is een elektrische (lucht)warmtepomp die voor de meest koude periodes gebruik maakt van gas. Bij de vervanging van de cv‐ketel is dit nu al vaak een goede keuze.  Na isolatie zijn veel panden geschikt voor de individuele all‐electric oplossing met een elektrische lucht‐ of bodemwarmtepomp. Dit is in overeenstemming met de uitgevoerde studie voor Kronenberg. Voor de panden die na isolatie nog steeds midden of hoge temperatuurwarmte nodig hebben, is de all‐electric oplossing ook mogelijk. Echter is het elektriciteitsverbruik is dan wel hoog. In dat geval zou eventueel ook combinatie met zonnewarmte of (duurzaam) gas gebruikt kunnen worden. Als alternatief voor de individuele all‐electric oplossing zouden delen van de kernen van Horst, Sevenum, America en Grubbenvorst mogelijk op een midden temperatuur warmtenet kunnen worden aangesloten. In Grubbenvorst, dat naast de Maas ligt, is aquathermie in

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Financiële analyse

De drie varianten zijn:  Collectief warmtenet zonder of met beperkte extra isolatie: deze variant gaat uit van de huidige staat van de panden. Alleen de slechtst geïsoleerde panden worden geïsoleerd tot maximaal energielabel D. In dat geval is het technisch mogelijk om een deel van de buurten in Horst, Sevenum en Grubbenvorst aan te sluiten op een hoog temperatuur warmtenet. Echter, zijn er geen geschikte warmtebronnen beschikbaar in dit gebied voor een hoog temperatuur warmtenet. Omdat mogelijk in de praktijk blijkt dat voor veel panden in de huidige situatie een midden temperatuur warmtenet ook volstaat wordt deze variant uitgewerkt met de aanname dat een MT‐warmtenet ook volstaat. Dit komt overeen met de PBL‐strategieën S2d t/m S2f en S3f t/m S3h.  Collectief warmtenet na isolatie: deze variant is vergelijkbaar met de eerste variant, alleen nu worden de panden eerst geïsoleerd tot energielabel B. In dit geval is het mogelijk om een deel van de buurten in Horst, Sevenum en Grubbenvorst aan te sluiten op een midden temperatuur warmtenet (één cluster in Grubbenvorst is zelfs geschikt voor een lage temperatuur warmtenet). Dit komt overeen met de PBL‐strategieën S2a t/m S2c en S3a t/m S3e.  Individuele warmtepomp na isolatie: deze variant is toepasbaar voor alle buurten. De panden worden eerst geïsoleerd tot minimaal energielabel B.

Daarna worden de panden voorzien van een eigen pandgebonden warmtevoorziening in de vorm van een luchtwarmtepomp of bodemwarmtepomp. Dit komt overeen met de PBL‐strategieën S1a en S1b.

Kosten van de drie warmtestrategieën Per buurt is bepaald welke warmteoplossing de laagst maatschappelijke kosten met zich meebrengt. De warmteoplossingen zijn afgeleid uit de strategieën in de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Een nadere beschrijving van de strategieën, inclusief een schematische conceptuele uitwerking met beschrijving is te vinden in bijlage 1. Deze strategieën, S1 t/m S5, zijn in de afbeelding hiernaast weergeven met een omschrijving van de strategie, de strategiecode, het benodigde energielabel en omschrijving van wat de strategie inhoudt. Voor de berekening van de kosten voor de inzet van een strategie hanteren we de uitgangspunten van het PBL. Op basis van de Figuur 1‐7: varianten PBL warmtekansenkaarten in bijlage 2 is bepaald welke strategieën per buurt (S1 t/m S3) haalbaar zijn. Alleen voor de technisch haalbare varianten zijn de kosten gepresenteerd. De strategieën S4 (groengas) en S5 (waterstof) zijn niet meegenomen omdat de verwachting is dat deze niet voor 2030 zullen worden ingezet. De kosten zijn berekend voor de onderstaande drie varianten. Per variant is berekend wat de extra kosten voor het duurzaam verwarmen van de panden zijn ten opzichte van de kosten voor de huidige verwarming met gas (o.b.v. het prijspeil in 2030).

Deze extra kosten betreffen de totale financiële kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een buurt van duurzame warmte te voorzien, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Daarbij is niet gekeken naar wie die kosten betaalt. Dit worden de totale maatschappelijke meerkosten genoemd. Een deel van deze kosten komt ten laste van de bewoner of de eigenaar van een bedrijfspand en een ander deel dragen bijvoorbeeld netbeheerders en overheden. In de kostenkentallen zijn afschrijvingstermijnen voor bijvoorbeeld isolatiemaatregelen en netwerken verwerkt. In feite wordt ervan uitgegaan dat er ieder jaar een vast bedrag voor de nieuwe warmtevoorziening wordt betaald, bijvoorbeeld in de vorm van een extra hypotheek of een aflossing van een lening uit een warmtefonds. Wat zeggen deze kostenberekeningen? De berekeningen zijn uitgevoerd om de buurten en verschillende varianten financieel met elkaar te vergelijken, als één van de indicatoren voor de uiteindelijke keuze van het meest geschikte warmtealternatief. Belangrijke kanttekening is dat opgevoerde bedragen niet te absoluut moeten worden genomen. De werkelijke kosten kunnen in de praktijk behoorlijk afwijken door lokale omstandigheden, zeker als op woningniveau wordt gekeken.

Denk aan hogere aanlegkosten van warmtenetwerken als gevolg van beperkte ruimte in het openbare gebied of andere isolatiekosten als gevolg van afwijkende woningkarakteristieken.

Resultaten kostenberekeningen Per variant is een tabel opgenomen waarin de clusters (genummerd 1, 2, 3…) horizontaal zijn weergeven. Rechts van de clusternummering is de warmtestrategie weergeven met daaronder per strategie de gemiddelde maatschappelijke meerkosten per pand per jaar. In de tabel zijn sommige velden blanco. Dit betekent dat de strategie voor dat betreffende cluster niet kan worden toegepast omdat de warmtebron die de betreffende warmte zou moeten leveren, niet toereikend is vanwege de afstand of de potentie om een heel cluster te voorzien in de warmtevraag. Collectief warmtenet zonder of met beperkte extra isolatie Voor deze variant zijn de volgende PBL‐strategieën in theorie bruikbaar:  S3f LT‐warmtebron levering 70 graden  S3g WKO, levering 70 graden hele buurt  S3h Aquathermie + WKO, levering 70 graden

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Strategie S3a (LT‐Warmtebron, levering 30 graden) is niet meegenomen in de kostenanalyse omdat de woningen minimaal warmte van 50 graden (MT‐warmte) nodig hebben.

Figuur 1‐9: ligging clusters variant 2 Figuur 1‐8: ligging clusters variant 1

In de onderstaande tabel zijn de kosten weergegeven.

In de onderstaande tabel zijn de kosten weergegeven.

Tabel 3‐2: kostenberekening variant 2

Tabel 3‐1: kostenberekening variant 1 Cluster

Naam

Aantal woningen Oplossing

49 50 51 52 53 54 55

Kern Grubbenvorst Weisterbeek en de Riet Molenveld Sevenum Oost Sevenum West Horst‐Centrum en Nieuwstraat Stuksbeemden

673 551 976 461 611 746 1259

HT warmtenet HT warmtenet HT warmtenet HT warmtenet HT warmtenet HT warmtenet HT warmtenet

S2d

Gemiddelde ETNK per woning per jaar S2e S2f S3f S3g S3h € 1.464 € 1.868 € 1.399 € 1.282 € 1.436 € 1.516 € 1.916 € 1.285 € 1.888 € 1.285 € 1.888 € 1.332 € 1.482 € 1.108 € 1.537

ETNK: Extra Totale Nationale Kosten (maatschappelijke meerkosten t.o.v. peiljaar 2030)

Hieronder volgt een toelichting.  De kosten voor strategie S3g (bodemenergie met WKO) liggen duidelijk hoger dan die van S3f (inzet van lage temperatuur restwarmte). Voor Grubbenvorst zijn de kosten van de strategieën S3f en S3h vergelijkbaar.  Horst‐Centrum, Stuksbeemden en Nieuwstraat komt financieel gezien het meest gunstig uit de analyse en Molenveld het minst. Collectief warmtenet na isolatie Voor deze variant zijn de volgende PBL strategieën in theorie bruikbaar:  S3b LT‐Warmtebron, levering 70 graden  S3c WKO, levering 70 graden hele buurt  S3d WKO, levering 50 graden  S3e Aquathermie + WKO, levering 70 graden

Cluster

Naam

Aantal woningen Oplossing

47 48 49 50 51 52 53

Middelreuvelt Tuinhaversveld en 't Reuvelt Stuksbeemden Weisterbeek en de Riet Sevenum Oost Molenveld America

354 472 1194 610 778 623 262

MT warmtenet LT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet MT warmtenet

S2a

S2b

ETNK: Extra Totale Nationale Kosten (maatschappelijke meerkosten t.o.v. peiljaar 2030)

Gemiddelde ETNK per woning per jaar S2c S3b S3c S3d S3e € 1.103 € 1.995 € 1.238 € 1.146 € 1.572 € 2.540 € 1.713 € 1.681 € 1.298 € 2.166 € 1.512 € 1.234 € 1.815 € 1.406 € 1.299 € 2.245 € 1.473 € 2.282 € 1.493 € 2.245

Hieronder volgt een toelichting.  Na isolatie tot energielabel B kunnen de panden op een midden temperatuur warmtenet worden aangesloten dat financieel gezien het beste gevoed kan worden met lage temperatuur restwarmte (S3b) of in Grubbenvorst met aquathermie in combinatie met bodemenergie (S3e). Ook de strategie met bodemenergie zonder aquathermie (S3d) komt er relatief gunstig uit mits een aanvoertemperatuur van 50 graden Celsius voldoende is. Mogelijk is dat voor veel panden net te laag om aan de warmtevraag te kunnen voldoen.  De buurten in Grubbenvorst komen het meest gunstig uit de analyse maar de verschillen met de andere buurten zijn niet groot. Individuele warmtepomp na isolatie Voor deze variant zijn de volgende PBL strategieën in theorie bruikbaar:  S1a Luchtwarmtepomp  S1b Bodemwarmtepomp

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Tabel 3‐3: kostenberekening variant 3

Figuur 1‐10: ligging buurten variant 3

In de tabel op de volgende pagina zijn de kosten weergegeven. Hieronder volgt een toelichting.  Na isolatie tot energielabel B kunnen de panden van een eigen lucht‐ of bodemwarmtepomp worden voorzien. Dan is de aanleg van een warmtenet niet nodig. De kosten voor een luchtwarmtepomp (S1a) zijn lager dan die voor een bodemwarmtepomp (S1b). Een luchtwarmtepomp is in de regel wel minder duurzaam vanwege een hogere CO2‐uitstoot.  De clusters De Afhang, Hoogveld en de verspreide huizen in Horst, Melderslo en Sevenum komen financieel het meest gunstig uit de bus. In een aantal buitengebieden, zoals in Meerlo, liggen de kosten fors hoger. Dit hangt samen met de grootte van de woningen.  Als de kosten van deze individuele variant, welke gemiddeld uitkomen op €1.443, met de twee warmtenetvarianten worden vergeleken (variant 1 gemiddeld €1.512 en variant 2 gemiddeld €1.673) valt op dat de kosten voor de meeste buurten vergelijkbaar zijn. De kosten voor variant 1 vallen lager uit dan voor variant 2, omdat hier uitgegaan wordt van een aansluiting op een midden temperatuur warmtenet zonder of met beperkte isolerende maatregelen, waarbij niet zeker is of dit in de praktijk genoeg warmte oplevert. De tweede variant, waarbij isolerende maatregelen wel zijn meegenomen in de kosten geeft daarom een meer realistisch beeld van de kosten van een warmtenetvariant.

 Financieel gezien lijkt de individuele variant, waarbij gekozen wordt voor individuele warmtepompen, uiteindelijk voordeliger te zijn dan de keuze voor een warmtenet. Daarbij wordt aangetekend dat de genoemde kosten gemiddelden per woning betreffen. Voor individuele woningen kunnen de kosten behoorlijk uiteenlopen en kan dus ook de vergelijking anders uitvallen.

Cluster

Naam

Aantal woningen Oplossing

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53

Griendtsveen 197 Verspreide huizen Griendtsveen 25 America 249 Meerdal 0 Loohorst 0 Verspreide huizen America 338 Meterik 288 Verspreide huizen Meterik 338 Hegelsom 475 Verspreide huizen Hegelsom 272 Horst‐Centrum 1012 Molenveld 594 Nieuwstraat 357 Kapellerhof 148 Berkelsbroek 18 De Risselt 283 De Afhang 584 Hoogveld 12 Verspreide huizen Horst 361 Melderslo 485 Verspreide huizen Melderslo 318 Broekhuizenvorst 371 Verspreide huizen Broekhuizenvorst 78 Lottum 531 Verspreide huizen Lottum 312 Grubbenvorst‐Centrum 544 De Comert 188 't Reuvelt 223 Middelreuvelt 127 Tuinhaversveld 60 Verspreide huizen Grubbenvorst 166 Broekhuizen 279 Verspreide huizen Broekhuizen 54 Sevenum 1454 De Schatberg 0 Verspreide huizen Sevenum 544 Kronenberg 288 Verspreide huizen Kronenberg 153 Everstoord 7 Verspreide huizen Eversoord 74 Meerlo 664 Verspreide huizen Meerlo 105 Tienray 434 Verspreide huizen Tienray 52 Swolgen 344 Verspreide huizen Swolgen 148 Middelreuvelt 354 Tuinhaversveld en 't Reuvelt 472 Stuksbeemden 1194 Weisterbeek en de Riet 610 Sevenum Oost 778 Molenveld 623 America 262

Gemiddelde ETNK per woning per jaar S1a S1b Elektrische warmtepomp € 1.521 € 1.696 Elektrische warmtepomp € 1.403 € 1.613 Elektrische warmtepomp € 1.353 € 1.524 Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp € 1.061 € 1.042 Elektrische warmtepomp € 1.366 € 1.556 Elektrische warmtepomp € 1.586 € 1.775 Elektrische warmtepomp € 1.353 € 1.531 Elektrische warmtepomp € 1.393 € 1.593 Elektrische warmtepomp € 1.112 € 1.217 Elektrische warmtepomp € 1.359 € 1.500 Elektrische warmtepomp € 1.308 € 1.475 Elektrische warmtepomp € 1.440 € 1.643 Elektrische warmtepomp € 1.555 € 1.733 Elektrische warmtepomp € 1.121 € 1.297 Elektrische warmtepomp € 919 € 1.124 Elektrische warmtepomp € 985 € 1.261 Elektrische warmtepomp € 1.003 € 1.084 Elektrische warmtepomp € 1.314 € 1.514 Elektrische warmtepomp € 1.006 € 951 Elektrische warmtepomp € 1.513 € 1.689 Elektrische warmtepomp € 1.858 € 2.168 Elektrische warmtepomp € 1.486 € 1.684 Elektrische warmtepomp € 1.591 € 1.740 Elektrische warmtepomp € 1.268 € 1.427 Elektrische warmtepomp € 1.212 € 1.382 Elektrische warmtepomp € 1.610 € 1.786 Elektrische warmtepomp € 1.088 € 1.261 Elektrische warmtepomp € 1.514 € 1.687 Elektrische warmtepomp € 1.781 € 1.996 Elektrische warmtepomp € 1.548 € 1.719 Elektrische warmtepomp € 1.984 € 2.175 Elektrische warmtepomp € 1.258 € 1.436 Elektrische warmtepomp Elektrische warmtepomp € 983 € 953

Elektrische warmtepomp € 1.333 € 1.523 Elektrische warmtepomp € 1.263 € 1.336 Elektrische warmtepomp € 1.372 € 779 Elektrische warmtepomp € 1.124 € 1.235 Elektrische warmtepomp € 1.435 € 1.625 Elektrische warmtepomp € 2.151 € 2.370 Elektrische warmtepomp € 1.380 € 1.559 Elektrische warmtepomp € 1.241 € 1.346 Elektrische warmtepomp € 1.518 € 1.706 Elektrische warmtepomp € 1.617 € 1.848 Elektrische warmtepomp € 1.088 € 1.261 Elektrische warmtepomp € 1.541 € 1.714 Elektrische warmtepomp € 1.323 € 1.495 Elektrische warmtepomp € 1.226 € 1.400 Elektrische warmtepomp € 1.258 € 1.436 Elektrische warmtepomp € 1.359 € 1.500 Elektrische warmtepomp € 1.353 € 1.524

ETNK: Extra Totale Nationale Kosten (maatschappelijke meerkosten t.o.v. peiljaar 2030)

Prioritering buurten In de Warmtevisie wordt bepaald welke buurten het meest kansrijk zijn om als eerste aardgasloos te maken en welke buurten volgen. Deze prioritering hoeft niet alleen op technische en financiële criteria te worden gebaseerd maar ook andere factoren kunnen hierbij een rol spelen, zoals socio‐ economische factoren, het percentage huurwoningen, duurzaamheid, de aanwezigheid van

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

actieve burgers of natuurlijke momenten zoals de vervanging van riolering of het gasnet. Met alle partijen die aan het proces deelnemen kan worden bepaald welke factoren het meeste gewicht krijgen. Uiteindelijk leidt dat tot een eindscore per buurt en een prioritering.

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Bijlage 1A

Methoden en technieken

Voor de technische analyse hebben we gebruik gemaakt van data uit zowel openbare bronnen als data die door de betrokken stakeholders zijn aangeleverd. In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven: Bron

Format en bijzonderheden

BAG

Open data. Gegevens over panden. Deze gegevens worden elke twee weken op basis van wijzigingen bij gemeenten geüpdatet.

CBS ESRI‐kaart woningtypologieën. Enexis

Open data. Buurt‐ en wijkindeling. Open data. Deze gegevens worden elke twee weken op basis van wijzigingen bij gemeenten geüpdatet. Open data, verbruiksdata geaccumuleerd per PC6‐gebied. Hier is de meest recente data (2019) gebruikt. Open data, graaddagen gemeten op meetstation De Bilt. Hier is 2019 gebruikt

KNMI ECN PBL 4.0 model Warmteatlas Nationale Energieatlas

Open data, verbruiksindicatoren woningtypen/ oppervlakten. Hier zijn de meest recente kengetallen (2016) gebruikt Open data, besparingscoëfficiënten. De meest recente kengetallen uit dit model dateren van 2018. Open data restwarmtebronnen en aquathermie Energielabels en verbruiksgegevens

ThermoGIS STOWA

Potentie van geothermie Potentie aquathermie: https://stowa.omgevingswarmte.nl/overzichtskaart#e5e9ea2b‐d5bf‐ e811‐a2c0‐00155d010457

Enexis

Gegevens gasnet: https://www.enexis.nl/over‐ons/wat‐bieden‐we/andere‐diensten/open‐ data

Scenariostudies EnergieKronenberg Haalbaarheidsstudie Tauw

Netwerkstudie Enexis Scenariostudies EnergieKronenberg uitgevoerd door Warmte Transitie Makelaars en Greenvis (05‐06‐2020). Gemeente Horst aan de Maas, Haalbaarheid riothermie voor drie locaties (19‐01‐2017).

Nulmeting Het in kaart brengen van het huidige energieverbruik hebben we gebruik gemaakt van verbruiksdata van netbeheerders. Dit geeft een beeld van het werkelijke gemiddelde verbruik per kleinverbruik aansluiting binnen een bepaald postcode‐zes gebied (1234 AB). Om deze data compleet te maken en een beeld te kunnen schetsen op verblijfsobject niveau, in plaats van per postcode‐6 of per buurt, zijn deze bronnen aangevuld met gegevens uit de BAG en kengetallen van het ECN en het CBS. Hiermee is het mogelijk om onderscheid te maken tussen verschillende typen woningentypen, verbruiksoppervlakten en bouwjaarklassen. Daarnaast is een inschatting gemaakt van het verbruik van grootverbruik aansluitingen door kengetallen van ECN toe te passen op de vloeroppervlakten van alle utiliteitsgebouwen binnen het gebied. Hierdoor is het mogelijk om een accuratere inschatting te maken van het totaalverbruik in de wijk. Een nadeel van deze methodiek is dat mogelijke verschillen in aantal inwoners en de gebruiksprofielen worden genivelleerd. Dit is in het gehanteerde rekenmodel gecorrigeerd door een correctiefactor toe te passen om het berekende verbruik te corrigeren naar het daadwerkelijk gemeten verbruik door de netbeheerders (op postcode‐zes niveau). Hierdoor wijkt

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

het totale berekende verbruik gemiddeld slechts 1%‐2% af van het daadwerkelijk gemeten verbruik.

Bijlage 1B

De werkwijze van dit proces is in onderstaande flowchart schematisch uitgewerkt.

Besparingspotentie Voor dit onderdeel is gekeken naar de mogelijke om het gasverbruik ten behoeve van verwarming te verminderen. Voor de modellering van de besparingspotentie zijn de warmtecoëfficiënten en besparingspotentie‐coëfficiënten vanuit het PBL‐model en onze eigen expertkennis gebruikt. De openbare databronnen zijn ingezet om een inschatting te maken van de besparingspotentie op individueel verblijfsobjectniveau, vergelijkbaar met de aanpak van de nulmeting. Omdat deze manier van modelleren voor specifieke type woningen een vertekend beeld kan geven (denk hierbij aan sterk verouderde woningen), is deze analyse aangevuld met een aantal pragmatische verbeteringsslagen zoals een bovengrens voor wat betreft realistische besparingspotentie voor oudere panden. De werkwijze van dit proces is in onderstaande flowchart schematisch uitgewerkt.

Op basis van bovenstaande werkwijze zijn twee berekeningen uitgevoerd:  Het bepalen van het toekomstige verbruik, wanneer alle woningen zijn geïsoleerd tot minimaal label B;  Het bepalen van de benodigde besparing, wanneer de warmtevraag van alle woningen is teruggebracht tot 70 kWh/m2 (plus 12,5 kWh/m2 voor warm tapwater). kWh/m2 is de maatstaf die gehanteerd wordt voor het berekenen van de warmtelast van een gebouw. Ook gasverbruik is naar deze duiding omgerekend aan de hand van conversiefactoren.

ID Bedrijfs Naam

Warmtekansenkaarten Type bron

1 Aarts Conserven BV 2 Dedert Icesticks BV 3 Lutoce BV 4 Pluq BV 5 Wijnen Logistics BV 6 Jan Linders BV 7 Jan Linders BV 8 Jan Linders BV 9 Jan Linders BV 10 LIDL Supermarkt 11 Phicoop Shopping Center BV 12 VOF P&W Lucassen 13 Cuppen Logistics BV 14 Gemaal 15 Gemaal 16 Gemaal 17 Gemaal 18 Bakkerij Gommans BV 19 Bakkersland Sevenum BV 20 VOF Bakkerij Ummenthun 21 Gemaal Grubbenvorst 22 Gemaal Horst 23 Gemaal Hegelsom 24 Gemaal Sevenum 25 Gemaal America 27 Gemaal Lottum 28 Gemaal Broekhuizenvorst 29 Gemaal Swolgen 30 Gemaal Meerlo

Restwarmte Max. aantal Opmerking (TJ/jaar) woningequival t Voedingsmiddelen 2,5 niet relevant want buitengebied Voedingsmiddelen 0,6 0 LT‐warmte Voedingsmiddelen 10,6 70 LT‐warmte Voedingsmiddelen 1,1 5 LT‐warmte Voedingsmiddelen 24,8 niet relevant want buitengebied Supermarkt 3,9 20 LT‐warmte Supermarkt 1,8 10 LT‐warmte Supermarkt 1,8 10 LT‐warmte Supermarkt 1,8 10 LT‐warmte Supermarkt 0,8 0 LT‐warmte Supermarkt 3,9 20 LT‐warmte Supermarkt 1,8 10 LT‐warmte Koel & Vries onbekend Gemaal niet relevant 0 niet relevant want buitengebied Gemaal niet relevant 0 niet relevant want buitengebied Gemaal niet relevant 0 niet relevant want buitengebied Gemaal niet relevant 0 niet relevant want buitengebied Bakkerij 1,6 10 LT‐warmte Bakkerij 15,8 100 LT‐warmte Bakkerij 0,67 0 LT‐warmte Gemaal 10,6 100 Economische potentie Gemaal 26,8 200 Economische potentie Gemaal 3 25 Economische potentie Gemaal 13,2 100 Economische potentie Gemaal 6,1 50 Economische potentie Gemaal 3,6 25 Economische potentie Gemaal 7 50 Economische potentie Gemaal 3,8 25 Economische potentie Gemaal niet relevant 0 niet relevant want buitengebied

Bron WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas WarmteAtlas STOWA STOWA STOWA STOWA STOWA STOWA STOWA STOWA STOWA

Overige warmtebronnenKansrijk

Opmerking

Bron

Geothermie Bodemenergie (WKO) Aquathermie Zonthermie

Restwarmte Warmte (TJ/jaar) Weinig kansrijk n.t.b. MT‐HT Kansrijk n.t.b. LT Kansrijk 4000 LT Matig kansrijk n.t.b. MT

vanwege aardbevingsproblemen vooralsnog niet kansrijk

ThermoGIS WarmteAtlas Aquathermieviewer Stowa RVO

Biogas Biomassa

Matig kansrijk Matig kansrijk

630 HT 301 HT

Uit de Maas Genoeg ruimte op daken en velden, maar nog veel haken en ogen technisch en financieel De inzetbaarheid van deze warmtebron is beperkt De inzetbaarheid van deze warmtebron is beperkt

WarmteAtlas WarmteAtlas

Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Bijlage 1C Toelichting strategieën Startanalyse PBL

Om deze reden is ervoor gekozen een extra strategie met geothermie door te rekenen waarbij de huidigover beschikbare inschattingen overzijn bodemgeschiktheid buiten beschou huidig beschikbare inschattingen bodemgeschiktheid buiten beschouwing gelaten.

S1 In variant 1a worden elektrische lucht‐water warmtepompen ingezet, bestaande uit een buitenunit met luchtcollector en een binnen unit met warmtepomp. De buitenunit is bevestigd aan het gebouw of staat nabij het gebouw. Buitenlucht is de belangrijkste warmtebron, de warmtepomp wordt aangedreven met elektriciteit. In variant 1b worden elektrische water‐water warmtepompen ingezet, bestaande uit een bodemcollector met warmtewisselaar en een binnen unit met warmtepomp. De bodemcollector wordt onder of nabij de woning aangebracht in de bodem. Bodemwarmte is de belangrijkste warmtebron, de warmtepomp wordt aangedreven met elektriciteit. S2 Voor buurten met een nabijgelegen bestaande (of geplande) warmtebron ‐ bijvoorbeeld een industriële restwarmtebron ‐ wordt in variant 2a berekend wat de kosten zouden zijn van het voeden van het warmtenet vanuit deze bron. De gemeente wordt geacht zelf na te gaan of dit een bron is die op lange termijn (verduurzaamd) warmte kan blijven leveren. Om de kosten te kunnen berekenen wordt een aanname gedaan over waar deze warmtebron wel en niet wordt ingezet. Deze aanname wordt onderbouwd met een rentabiliteitsafweging waarbij wordt gestreefd naar zo laag mogelijke nationale kosten. In variant 2b/2e en 2c/2f wordt berekend wat de kosten zouden zijn van het voeden van een warmtenet met een nieuw te realiseren geothermie‐installatie.

Hierbij wordt in variant 2b/2e gebruik gemaakt van de warmtekansenkaart waarbij buurten in minder kansrijke gebieden voor geothermie transportkosten maken om vanuit kansrijke gebieden warmte te halen. In variant 2c/2f worden de transportkosten en het gebruik van de kansenkaart buiten beschouwing gelaten. Ongeacht de positie van een gebied op de kansenkaart van bodemgeschiktheid voor geothermie, vereist een definitief oordeel over de werkelijke bodemgeschiktheid altijd nader onderzoek. Er is op landelijk niveau momenteel onvoldoende informatie beschikbaar over bodemgeschiktheid om zonder meer op basis van bureaustudie vast te kunnen stellen in hoeverre geothermie op een bepaalde locatie haalbaar is.

Om deze reden is ervoor gekozen een extra strategie met geothermie doo

1a,b

In variant 2d wordt berekend wat de kosten variant 2d wordt berekend wat de kosten zouden zijn van het voedenInvan een warmtenet met een nieuw te realiseren bio‐WKK‐installatie. zouden zijn van het voeden van een warmtenet Hierbij worden voor warmte geen met een nieuw te realiseren bio‐WKK‐installatie. transportkosten gerekend omdat wordt Hierbij worden aangenomen dat de installatie in of bij de buurt voor warmte geen kan worden geplaatst. transportkosten gerekend omdat wordt

2d

aangenomen dat de installatie in of bij de buurt kan worden geplaatst.

2a

S3 Variant 3a is de laagtemperatuurwarmte afkomstig van een (industriële) restwarmtebron wordt via een nieuw te ontwikkelen laagtemperatuur warmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd op LT‐niveau (30°C) en binnen woning en gebouw met een individuele combiwarmtepomp opgewaardeerd naar S3 voor de juiste temperatuurniveaus ruimteverwarming (50°C) en warmtapwater. Variant 3a is de laagtemperatuurwarmte afkomstig Plaatsing van individuele warmtepompen in alle van een eenverzwaring (industriële) restwarmtebron wordt via een woningen en gebouwen vereist van het elektriciteitsnet in de buurt. nieuw te ontwikkelen laagtemperatuur warmtenet

3a

bij woningen en gebouwen afgeleverd op LT‐niveau

2b,c

In variant 3b is laagtemperatuurwarmte afkomstig van (30°C)wordt en binnen een (industriële) restwarmtebron met een woning en gebouw met een collectieve warmtepomp inindividuele temperatuurniveau combiwarmtepomp opgewaardeerd naar verhoogd naar (70°C) en via een nieuw te ontwikkelen debijjuiste temperatuurniveaus voor laagtemperatuur warmtenet woningen en gebouwen afgeleverd. Hiermee kan direct worden (50°C) en warmtapwater. ruimteverwarming voorzien in ruimteverwarming en warmtapwater. van individuele warmtepompen in alle Dankzij toepassing van de Plaatsing collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van en het gebouwen vereist een verzwaring van woningen elektriciteitsnet in de buurt.

het elektriciteitsnet in de buurt.

In variant 3b is laagtemperatuurwarmte afkomstig van een (industriële) restwarmtebron wordt met een collectieve warmtepomp in temperatuurniveau verhoogd naar (70°C) en via een nieuw te ontwikkelen laagtemperatuur warmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd. Hiermee kan direct worden voorzien in ruimteverwarming en warmtapwater. Dankzij toepassing van de collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt.

3b

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Voor variant 3c is de laagtemperatuurwarmte afkomstig van een (industriële) restwarmtebron wordt met een collectieve warmtepomp verhoogd en bij woningen en gebouwen afgeleverd op LT‐niveau (50°C). De aanvoer van warmte is daarmee direct geschikt voor toepassing voor ruimteverwarming binnen woningen en gebouwen. Bestaande radiatoren worden vervangen met LTradiatoren. Voor warmtapwater wordt een boosterwarmtepomp ingezet. Omdat het merendeel van de warmte op gecentraliseerd niveau in temperatuurniveau wordt verhoogd met een collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt. In variant 3d is laagtemperatuurwarmte afkomstig uit een WKO‐bron wordt met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd naar een temperatuurniveau geschikt voor ruimteverwarming bij aflevering op 50°C en wordt via een nieuw te ontwikkelen warmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd. Bestaande radiatoren worden vervangen voor LT‐radiatoren. Voor warmtapwater maken afnemers gebruik van individuele boosterwarmtepompen. Op collectief niveau wordt een drogekoeler toegepast voor regeneratie van de WKO. Dankzij toepassing van de collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van het elektriciteitsnet in de buurt Variant 3 e,f,g,h – Warmtenet met lagetemperatuurbron, WKO en in combinatie met TEO of enkel het gebruik van LT‐warmtebron aflevering op 70 °C.

Laagtemperatuurwarmte afkomstig uit een WKO‐ bron wordt met een collectieve warmtepomp opgewaardeerd naar MT‐niveau (70°C) en wordt via een nieuw te ontwikkelen warmtenet bij woningen en gebouwen afgeleverd. Hierdoor kunnen de bestaande radiatoren in gebruik blijven en kan direct in de vraag naar warmtapwater worden voorzien. Voor regeneratie van de WKO wordt omgevingswarmte uit oppervlaktewater gewonnen. Dankzij toepassing van de collectieve warmtepomp vereist deze variant geen verzwaring van het elektriciteitsnet in de

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

3c

3d

S4 In varianten 4a,b,c,d worden hybride warmtepompen toegepast. Een hybride warmtepomp combineert een (kleine) elektrische warmtepomp met een HR‐ combiketel op groengas. Het merendeel van de warmtevraag voor ruimteverwarming wordt ingevuld met de warmtepomp, op koude dagen waarop de warmtepomp onvoldoende vermogen kan leveren springt de gasketel bij. Het vermogen van de warmtepomp in hybride warmtepompsystemen ligt lager in verhouding tot combiwarmtepompen waardoor het elektriciteitsnet in de meeste gevallen niet verzwaard hoeft te worden. S5 Voor varianten 5a,b,c,d wordt waterstof gestookte combi/HR‐ketels toegepast. Zowel ruimteverwarming als het warmtapwater worden met een HR‐ketel geproduceerd door een HR‐brander. Voor a en c geldt dat een hybridewarmtepomp op waterstof de temperatuur kan ophogen. De aanvoertemperatuur voor ruimteverwarming ligt in deze variant op 50°C, bestaande radiatoren worden vervangen door LT‐ radiatoren. Bron: https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/pbl‐2019‐ startanalyse‐aardgasvrije‐buurten‐achtergrondrapport_4049.pdf

3e,f,g,h

4a,b,c,d

5a,b,c,d

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Bijlage 1D Kaartenbijlage

Figuur 1D‐1: Enexis impact op laagspanningsnet en transformatorstations / uit

Figuur 1D‐3: Enexis impact op laagspanningsnet en transformatorstations / All‐electric 100%

Figuur 1D‐4: Enexis impact op laagspanningsnet en transformatorstations / All‐electric 100% ingezoomd.

Figuur 1D‐2: Enexis impact op laagspanningsnet en transformatorstations / All‐electric 50%

Bijlage 2 Handelingsperspectief voor woningeigenare Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Bijlage 2 Handelingsperspectief voor woningeigenaren

Bijlage 2 Handelingsperspectief voor woningeigenaren

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Samenvatting Ongeveer de helft van de respondenten geeft aan in meer of mindere mate bewust bezig te zijn met verduurzaming (maatregelen en/ of gedrag). Uit verschillende vragen blijkt dat kosten de grootste zorg zijn. In het onderzoek komt een groep tegenstanders naar voren, de overige respondenten zijn gematigder kijkende naar het onderwerp verduurzaming. Een aantal hebben al maatregelen genomen, een deel kijkt op tegen de kosten en een deel ziet de urgentie (nog) niet om er binnen twee jaar mee aan de slag te gaan. Van de gemeente Horst aan de Maas wordt verwacht dat de gemeente informeert en ontzorgd omtrent de overgang naar aardgasvrij wonen. Gestart mag worden bij inwoners die willen verduurzamen. Algemene informatie over jouw situatie De ruime meerderheid van de respondenten heeft een eigen koopwoning. Slechts één op de 10 respondenten huurt. Het merendeel van de woningen van respondenten zijn gebouwd na 1950. Bijna een derde van de respondenten woont in een huis dat tussen 1071 en 1990 is gebouwd. Een derde van de respondenten geeft aan niet te weten welk energielabel de eigen woning heeft. 45% van de woningen van respondenten heeft energie label A, B of C en verbruikt daarmee minder energie dan gemiddeld. 10% van de respondenten geeft aan dat het energielabel van de woning E, F of G is en daarmee dus een hoger energieverbruik heeft.

Respondenten die aangaven niet te weten welk het energielabel de woning heeft verwachten dat over het algemeen dat het huis een B, C of D energielabel zal hebben.

Bijlage 3 Samenvatting van enquête inwoners Horst aan de Maas

Het aardgasvrij maken van jouw woning Twee derde van de respondenten geeft aan (gedeeltelijk) te weten wat er nodig is om de woning volledig aardgasvrij te maken. De volgende maatregelen zijn door de helft of meer dan de helft van de respondenten genomen om te verduurzamen: • • • •

Het isoleren van muren (63%) HR + (+) glas (62%) Het isoleren van het dak (55%) Zonnepanelen (50%)

Maatregelen die het minst genomen zijn door respondenten, zijn: een warmtepomp (9%) en een zonneboiler (5%). Daarnaast geeft 5% van de respondenten aan aardgasvrij te wonen. Om te verduurzamen sluiten respondenten de binnendeuren (47%), zetten respondenten de verwarming standaard lager (46%) en kookt men elektrisch (45%). Meer dan de helft van de respondenten (57%) geeft aan zich zorgen te maken over de kosten bij het aardgasvrij maken van de woning. Een kwart van de respondenten (26%) maakt zich zorgen over wat

77

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

de beste oplossing is en een vergelijkbare groep respondenten 24%) maakt zich zorgen om het verbouwen bij het aardgasvrij maken van de woning.

Warmtevisie 2021 ‐ versie 1.0 Gemeente Horst aan de Maas projectnummer 470217.100 22 november 2021

Bijlage 4 Woningvoorraad kansrijke buurten isolatieaanpak

De helft van de respondenten (55%) geeft aan binnen 2 jaar geen maatregelen te treffen om aardgas te besparen. De meest genoemde redenen hiervoor zijn dat men al maatregelen genomen heeft of dat men het te duur vindt. Een op de vijf respondenten (20%) geeft aan niet te weten of ze maatregelen gaan treffen om aardgas te besparen. De meest genoemde maatregel is het leggen van zonnepanelen (8%). Respondenten kijken over het algemeen niet positief aan tegen het aardgasvrij maken van alle woningen in Horst aan de Maas. 15% van de respondenten is zeer negatief, meer dan de helft van de respondenten geeft een 5 of lager op een schaal van 1 (zeer negatief) tot 10 (zeer positief). Waar gaan we beginnen Respondenten geven aan dat gestart mag worden in woningen waar inwoners zelf van het aardgas af willen (72% benoemd dit in de top 3, 39% noemt dit als nummer 1). De aanschafkosten worden het belangrijkst gevonden bij het aardgasvrij maken van de woning. De antwoorden ‘Maandelijkse gebruikskosten’ en ‘Weinig aanpassingen in de woning’ komen op de tweede en derde plaats. 37% van de respondenten geeft aan niet te weten of men wil aansluiten op een gezamenlijke warmtebron indien deze beschikbaar is. 31% van de respondenten geeft aan dit te willen.

Verwachtingen en informatie De helft van de respondenten verwacht van de gemeente dat zij informeert over alternatieven voor aardgas (56%) en informeert over de planning naar aardgasvrij wonen (52%). 35% van de respondenten verwacht van de gemeente dat zij ontzorgt bij het vinden van een aanbod voor installatie en financiering. Tot slot Respondenten geven aan geïnformeerd te willen worden via onder andere de gemeentepagina in de Hallo en via sociale media. Een derde van de respondenten geeft nog een algemene opmerking omtrent de overstap naar een aardgasvrij Horst aan de Maas. Voornamelijk benoemen respondenten hier de kosten. Zie pagina 27. Dit en meer blijkt uit panelonderzoek van TipHorstaandeMaas, waaraan 1.067 respondenten hebben deelgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14098017/1