Bijlage 4 - HadM Bouwstenennotitie
Tekst van het document
Pré-mantelzorgbeleid | Gemeente Sinds 2021 maakt de gemeente Horst aan de Maas pre-mantelzorgwoningen mogelijk: zelfstandige wooneenheden binnen of bij een bestaande woning, bedoeld voor inwoners van 60 jaar en ouder of mensen met een voortschrijdende aandoening. Zo kunnen zij, vooruitlopend op een situatie waarin mantelzorg nodig is, in hun vertrouwde omgeving blijven wonen met behoud van zelfstandigheid. Ook jongeren met een beperking vallen onder deze regeling. Woondeal | Rijk, provincie, regio en gemeente In de tweede fase van de Woondeal (2025-2030) worden de behoefte aan nultredenwoningen, geclusterde woonvormen en zorggeschikt woningen meegenomen en vertaald naar concrete afspraken over de realisatie ervan. De nieuwe woondeal (fase 2) voor Noord-Limburg moet nog gesloten worden.
5.5 Vigerende wetgeving Wet versterking regie op de volkshuisvesting | Rijksoverheid In de aangepaste wet stelt minister Keijzer voor om het bouwen van mantelzorgen familiewoningen op eigen erf vergunningsvrij toe te staan (zie ook paragraaf 2.2). Dit biedt ouderen de mogelijkheid langer zelfstandig te wonen en geeft familieleden – zoals kinderen – een betaalbaar alternatief. De regeling geldt voor eerstegraads familieleden en wordt nog verder uitgewerkt in de wetgeving.
Wet maatschappelijke ondersteuning | Rijksoverheid; gemeente voert uit De Wmo verplicht gemeenten om inwoners te ondersteunen bij zelfstandig wonen en meedoen in de samenleving. Dit gebeurt via algemene voorzieningen, zoals ontmoetingsplekken en maatwerkvoorzieningen, zoals trapliften of huishoudelijke hulp. Het Volkshuisvestingsprogramma moet aansluiten op het Wmo-beleid.
Wet langdurige zorg | Rijksoverheid; gemeente voert uit De Wet langdurige zorg (Wlz) is bedoeld voor mensen die permanent toezicht of 24-uurszorg nodig hebben, zoals ouderen met vergevorderde dementie of mensen met een ernstige beperking. Deze doelgroep vraagt om zorggeschikte woningen die hier speciaal op zijn ingericht.
Verordening sociaal domein Horst aan de Maas | Gemeente Vanaf 1 januari 2025 geldt in Horst aan de Maas een nieuwe verordening voor het sociaal domein. Deze biedt inwoners duidelijkheid over wat zij van de gemeente mogen verwachten. De nadruk ligt op eigen verantwoordelijkheid en het benutten van het sociale netwerk. Waar nodig ondersteunt de gemeente.
B O U W S T E N E N N OT I T I E
30
6. Bouwsteen ‘Voor iedereen een thuis’ Aandacht voor aandachtsgroepen Veel mensen zijn op zoek naar een plek waar ze prettig kunnen wonen. Maar er is ook een groep die het moeilijker heeft op de woningmarkt. Naast jongeren en ouderen zijn dat zogenaamde ‘aandachtsgroepen’. Zij zoeken niet alleen woonruimte, maar hebben ook ondersteuning, zorg of begeleiding nodig. Denk aan dak- en thuisloze mensen, mensen die uit een ggz-instelling komen, statushouders of mensen met een sociale of medische urgentie. Een aantal van deze groepen is in de Wet regie op de volkshuisvesting aangemerkt als urgente doelgroep. Dat vraagt om extra aandacht en maatwerk binnen het lokale woonbeleid.
6.1 Wie zijn onze aandachtsgroepen en hoe groot is hun vraag naar woningen?
Kwetsbare inwoners die een specifieke woonvraag hebben, noemen we aandachtsgroepen. Sommigen hebben vanuit de Wet regie op de volkshuisvesting (Wvrv) urgentie bij de toewijzing van een woning. Deze groepen moeten verplicht worden opgenomen in de Huisvestingsverordening.
Figuur 15. Overzichtstabel aandachtsgroepen naar urgentie en omvang
B O U W S T E N E N N OT I T I E
31
Uitstroom GGZ, Wmo, Jeugdzorg en detentie Onderstaande cijfers (Bron: CBS Microdata; jaar 2022) over de uitstroom van mensen uit de GGZ, Wmo, Jeugdzorg en detentie geven een waardevol inzicht in de omvang van urgentiecategorieën.
1. Uitstroom uit intramurale GGZ naar een reguliere woning: 70 personen, waarvan 45 als referentiepersoon van een huishouden.
2. Uitstroom uit intramurale Wmo (zoals Beschermd Wonen of Maatschappelijke Opvang): minder dan 10 personen. Cijfers van Sociaal Domein Noord-Limburg laten zien dat tussen november 2023 en oktober 2024 33 mensen uitstroomden uit Beschermd Wonen en 14 uit Maatschappelijke Opvang. Cijfers gaan over Horst aan de Maas en Venray samen. Het is niet bekend of zij zelfstandig zijn gaan wonen.
3. Uitstroom uit jeugdzorg: 15 jongeren, waarvan minder dan 10 een zelfstandig huishouden vormden. Het merendeel ging bijvoorbeeld (terug) wonen bij ouders of verzorgers. Daarmee leidt deze uitstroom tot een beperkte extra woningvraag.
4. Uitstroom uit detentie: 10 personen, waarvan minder dan 10 als referentiepersoon van een huishouden. Het is niet duidelijk of zij verhuisden naar een andere woning dan waar zij vooraf woonden. Voor toewijzing via urgentie geldt ook een minimumdetentie van 3 maanden — ook dat is voor minder dan 10 personen vastgesteld.
Statushouders Statushouders vallen niet onder de wettelijke urgentiecategorieën in het wetsvoorstel Regie op de volkshuisvesting. Toch geldt er een wettelijke taakstelling voor hun huisvesting. Door hen op te nemen in de urgentieregeling kunnen we als gemeente deze opgave beter invullen. De taakstelling voor het huisvesten van statushouders wordt jaarlijks per gemeente gemonitord. Tussen 2022 en 2024 had Horst aan de Maas telkens een achterstand op de taakstelling. Per 1 januari 2025 is er voor het eerst sprake van een voorsprong. Dit betekent echter nog niet dat het huisvesten van statushouders geen uitdaging is. De doorstroomvoorziening en (goedgekeurde) gezinshereniging zorgt voor de genoemde voorsprong; de uitdaging om deze statushouders uiteindelijk te huisvesten in een reguliere woning, blijft bestaan.
Figuur 16. Taakstelling per jaar in de gemeente Horst aan de Maas, 2022-2025
B O U W S T E N E N N OT I T I E
32
Figuur 17. Gehuisveste statushouders t.o.v. taakstelling in Horst aan de Maas, 1 jan. 2022 - 1 jan. 2025
Oekraïense vluchtelingen Eind 2022 woonden er 290 Oekraïense vluchtelingen in de gemeente Horst aan de Maas, verdeeld over 245 huishoudens. Het merendeel bestaat uit alleenstaanden, en de helft van de referentiepersonen is jonger dan 35 jaar. Op dit moment woont 49% van hen in tijdelijke opvang of op locaties zonder woonfunctie; 41% woont in woningen van particuliere verhuurders. Slechts een klein deel woont via reguliere woningtoewijzing. Hoewel opvang nu nog tijdelijk is, kan een deel van deze groep besluiten structureel in Nederland te blijven. Dat vraagt om voorbereiding op reguliere huisvesting in de toekomst.
Arbeidsmigranten De behoefte aan arbeidsmigranten blijft onverminderd groot, mede door aanhoudende personeelstekorten in sectoren als logistiek, glastuinbouw, industrie en zorg. Tegelijkertijd leidt de groei van deze groep tot druk op de woningmarkt, leefbaarheid in wijken en het gebruik van voorzieningen. Arbeidsmigranten die hier zijn voor short- en mid-stay, vallen onder het programma arbeidsmigranten. Deze groep heeft een specifieke, tijdelijke woonbehoefte. De long-stay arbeidsmigranten – mensen die zich hier permanent willen vestigen - vallen onder de groep ‘regulier’ woningzoekenden en zijn gelijk aan ieder andere woningzoekende op de woningmarkt. Deze groep valt onder het Volkshuisvestingsprogramma. Omdat we geen concurrentie willen met lokaal woningzoekenden betekent dit iets voor het toevoegen van woningen. Dit is meegenomen in het trendscenario van deze bouwstenennotitie. Dit betekent ook iets voor het toewijzen van woningen, waarover we in de door de raad vast te stellen huisvestingsverordening afspraken maken.
B O U W S T E N E N N OT I T I E
33
Studenten Ook studenten behoren tot een aandachtsgroep, omdat het vinden van een betaalbare woning voor hen vaak lastig is. In Horst aan de Maas woonden op 31 december 2022 in totaal 2.120 studenten. Veruit het grootste deel woont nog bij ouders of verzorgers. Van de 105 uitwonende studenten waren 55 geregistreerd als referentiepersoon van een huishouden — een goede indicatie voor de woningvraag die zij hebben. Van alle studenten woont:
• • •
36% in koopwoningen; 36% in een particuliere huurwoning; 27% in een huurwoning van een woningcorporatie.
6.2 Aan welke woningen hebben
aandachtsgroepen behoefte?
De diversiteit in aandachtsgroepen is groot. Dit betekent ook dat de vraag naar woningen divers is. Zorgaanbieders zien dat met name kleinere, betaalbare sociale huurwoningen (onder de aftoppingsgrens, ca. 50–60 m²) geschikt zijn voor veel aandachtsgroepen. Vaak is er geen specifieke aanpassing nodig voor rollator- of rolstoelgebruik. Voor een deel van de doelgroep is geclusterd wonen met toegang tot laagdrempelige ondersteuning wél wenselijk. Voor statushouders, Oekraïense vluchtelingen, arbeidsmigranten en studenten is in beeld gebracht hoeveel huishoudens zij vormen in Horst aan de Maas (peildatum 31 december 2022). We hebben geanalyseerd welk deel van de huishoudens in een buurt of wijk tot deze groepen behoort. Zo wordt zichtbaar waar de druk op de woningmarkt vanuit deze aandachtsgroepen het grootst is. Opvallend is dat met name in enkele buitengebieden het aandeel relatief hoog is. Dat komt waarschijnlijk door de aanwezigheid van opvanglocaties. In totaal vormen de vier groepen 5% van alle huishoudens in Horst aan de Maas.
Figuur 18. Woningmarktdruk* vanuit aandachtsgroepen in de gemeente Horst aan de Maas per wijk**, 31 december 2022
B O U W S T E N E N N OT I T I E
34
6.3 Dit is onze belangrijkste opgave op het gebied van woningen voor aandachtsgroepen
Opgave 1 – Passende woonruimte voor aandachtsgroepen Er is een tekort aan sociale huurwoningen, waardoor er weinig mutaties zijn. Tegelijk is er een groeiende groep mensen in een kwetsbare positie die snel een passende woning nodig heeft om verdere problemen te voorkomen.
6.4 Vigerend beleid Programma een thuis voor iedereen | Rijksoverheid Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ heeft als doel te zorgen voor voldoende, betaalbare woningen voor aandachtsgroepen. Het programma heeft vier relevante actielijnen:
1. Voldoende betaalbare en passende woningen. Er moeten sneller meer sociale huurwoningen komen: 250.000 tot en met 2030, waarvan een deel met lage huren. Ook wordt bestaand vastgoed omgebouwd tot woonruimte. Gemeenten krijgen de opdracht om juist de meest kwetsbare mensen voorrang te geven op een woning. Hier komen de programma’s Woningbouw en Een thuis voor iedereen samen.
2. Eerlijke verdeling over gemeenten. Gemengde wijken zijn vaak sterke en leefbare wijken. Daarom is het belangrijk dat de verdeling van aandachtsgroepen eerlijk gebeurt — zowel binnen gemeenten als tussen gemeenten onderling.
3. Wonen combineren met zorg, welzijn en werk. In woonzorgvisies brengen regio’s en gemeenten in kaart wat aandachtsgroepen nodig hebben op het gebied van wonen, ondersteuning en welzijn. Op basis van die visies worden prestatieafspraken gemaakt met verhuurders, zorgaanbieders, huurderorganisaties en andere partners.
4. Preventie als speerpunt. Voorkomen dat mensen in de knel komen is beter voor henzelf én voor de samenleving. Dakloosheid voorkomen staat voorop. Deze lijn sluit aan bij brede aanpakken rondom schulden, participatie, inburgering, veiligheid en vooral de ondersteuning van kwetsbare jongeren die een goede start verdienen.
B O U W S T E N E N N OT I T I E
35
Woonzorgvisie | Gemeente Het wordt wettelijk verplicht om de woonzorgvisie op te nemen in het Volkshuisvestingsprogramma. De huidige woonzorgvisie van Horst aan de Maas is nu vooral een kwalitatieve, inspirerende visie, maar nog niet uitgewerkt in een kwantitatieve opgave. Die concrete uitwerking is wél nodig. De benodigde cijfers volgen uit het woonbehoefteonderzoek. Daarnaast wordt er in 2025 ook gewerkt aan een regionale woonzorgvisie voor de Noord-Limburgse gemeenten. Het Rijk heeft daarnaast richting gegeven aan het aantal te realiseren nultredenwoningen, geclusterde woningen, zorggeschikte woningen en woningen voor aandachtsgroepen. Ook deze aantallen nemen we mee in het Volkshuisvestingsprogramma. Ook kunnen we in dit programma een afwegingskader opnemen voor nieuwe woon(zorg)initiatieven.
6.5 Vigerende wetgeving Wet versterking regie op de volkshuisvesting | Rijksoverheid Als de Wet regie op de volkshuisvesting in werking treedt, zijn gemeenten verplicht om een urgentieregeling vast te stellen. Die regeling wordt vastgelegd in de huisvestingsverordening.
Huisvestingswet | Rijksoverheid Op basis van de Huisvestingswet kunnen gemeenten een eigen huisvestingsverordening opstellen. Daarin staan regels over het gebruik en de toewijzing van woningen. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld:
•
regels opstellen voor de toewijzing van huurwoningen en de volgorde
•
een vergunningplicht invoeren voor het samenvoegen, splitsen of kamerverhuren
• •
maatregelen nemen tegen toeristische verhuur;
van urgentie; van woningen; en een opkoopbescherming instellen om te voorkomen dat woningen worden opgekocht voor verhuur.
Huisvestingsverordening | Regio en gemeente Gemeenten moeten naast een Volkshuisvestingsprogramma ook een Huisvestingsverordening vaststellen, met daarin in ieder geval een urgentieregeling voor de wettelijke urgentiecategorieën. De huisvestingsverordening is niet nieuw: op basis van de Huisvestingswet 2014 mogen we als gemeente bepalen wie voorrang krijgt bij de toewijzing van woningen en hoe woningen gebruikt mogen worden. We kunnen daarnaast ook eigen lokale urgentiegroepen aanwijzen, zoals mensen met een lokale binding of een vitaal beroep — mits de schaarste aangetoond kan worden. In regio Noord-Limburg wordt op dit moment gewerkt aan een gezamenlijke huisvestingsverordening.
B O U W S T E N E N N OT I T I E
36
7.
Tot slot
Deze bouwstenennotitie schetst het speelveld waarin we opereren, geeft een actueel beeld van de lokale woningmarkt en benoemt de belangrijkste opgaves voor Gemeente Horst aan de Maas. In het Volkshuisvestingsprogramma wordt uitgewerkt met welke instrumenten en woningbouwprogramma we aan deze opgaves gaan werken. Door een gedeeld beeld over het speelveld en de opgaves, borgen we dat de instrumenten en maatregelen die ingezet worden, daadwerkelijk impact maken in de gemeente.
7.1 Contouren van het programma Op basis van alle voorgaande informatie schetsen we de contouren van het op te stellen Volkshuisvestingsprogramma. We kiezen bewust voor een programmatische opzet, waarmee we ook praktische handvaten hebben voor de uitvoering in de komende jaren. We weten wat ons te doen staat. Het programma wordt – globaal – als volgt opgebouwd.
B O U W S T E N E N N OT I T I E
37
I N H O U D S O P G AV E V O L K S H U I S V E S T I N G S P R O G R A M M A 1. Inleiding 2. Visuele samenvatting (infographic)
3. Bouwsteen woningbouw
4. Bouwsteen betaalbaarheid
Wat zien we? Wat zijn de opgaves? • We vergunnen tot en met 2030 gemiddeld 250 woningen per jaar • Aansluiting op de veranderende huishoudenssamenstelling • Eventuele subopgaves
Wat zien we? Wat zijn de opgaves? • Meer woningen voor inkomens tot €50.000 • Eventuele subopgaves Welke instrumenten zetten we daarvoor in? • Financieel • Communicatief • Juridisch
Welke instrumenten zetten we daarvoor in? • Financieel • Communicatief • Juridisch
5. Bouwsteen Wonen en Zorg voor ouderen
6. Bouwsteen voor iedereen een thuis
Wat zien we? Wat zijn de opgaves? • Meer nultredenwoningen en geclusterde woonvormen • Doorstroming bevorderen • Samenwerking met zorg- en maatschappelijk partners; woningen transformeren zodat ouderen langer thuis kunnen wonen • In beeld brengen of we Zorggeschikte woningen moeten toevoegen • Eventuele subopgaves
Wat zien we? Wat zijn de opgaves? • Passende woonruimte voor aandachtsgroepen • Eventuele subopgaves Welke instrumenten zetten we daarvoor in?
• Financieel • Communicatief • Juridisch
Welke instrumenten zetten we daarvoor in?
• Financieel • Communicatief • Juridisch
7. Financiële paragraaf
8. Uitvoering, monitoring + verantwoording
Bijlagen: Uitvoeringsagenda: • woningbouwprogrammering
• planning implementatie instrumenten
B O U W S T E N E N N OT I T I E
38
7.2 Hoe verder? In mei behandelt de gemeenteraad deze bouwstenennotitie consulterend. Tijdens deze sessie geven we een uitgebreide toelichting op het woononderzoek, toetsen we de opgaves en vragen we input voor de uitwerking van het Volkshuisvestingsprogramma.
Voor de zomer bepalen we de denkrichting voor de in te zetten instrumenten en werken we de woningbouwprogrammering in concept uit. We organiseren in deze periode meerdere inloopmomenten voor stakeholders en inwoners om hierover met ons in gesprek te gaan. We werken dan met het team op een centrale en toegankelijke plek waardoor iedereen laagdrempelig binnen kan lopen.
Na de zomer leveren we het eerste concept van het Volkshuisvestingsprogramma op, waar we in het najaar opnieuw stakeholders benaderen voor input. Voor de gemeenteraad organiseren we in deze periode een tweede consultatiesessie.
Omdat het Volkshuisvestingsprogramma een uitwerking is van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040, is de vaststelling van het programma door het College van B&W voorzien ná vaststelling van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad. De vaststelling van de Omgevingsvisie is eind 2025 voorzien. Het Volkshuisvestingsprogramma bieden we snel daarna aan, aan het College van B&W.
B O U W S T E N E N N OT I T I E
39
Bijlage I: Terugblik Masterplan Wonen “We mogen de woningmarkt met een gerust hart ‘bijzonder’ noemen.” Met deze zin opende het Masterplan Wonen 2021 – 2025. Met de einddatum van het Masterplan in zicht en een nieuw Volkshuisvestingsprogramma in het verschiet, is het tijd voor een korte evaluatie.
Op koers om het doel van 1000 woningen bouwen te halen We liggen op koers: met nog een klein jaar te gaan, hebben we al ruim 96% van ons doel (het vergunnen van 1.000) behaald. Toch is de woningmarkt nog niet in balans. De betaalbaarheid staat verder onder druk door veranderende omstandigheden, zoals door stijgende woningprijzen en een hoog migratiesaldo.
Een passende verdeling, toch niet altijd passend Er is in het masterplan wonen gekozen voor een verdeling van 30% sociale huur 30% vrije sector huur en 40 % koopwoningen. Deze verdeling bleek in de praktijk niet overal passend. Door stijgende betaalbaarheidsgrenzen (van €335.000 in 2023 naar €405.000 in 2025) en de landelijke eis uit de Woondeal (2/3 betaalbaar), introduceerden we eind 2022 de doelgroepenverordening. Die verordening willen we herijken als onderdeel van het Volkshuisvestingsprogramma.
Maatwerk per kern Met de Dorpsplannen 2022 leverden we maatwerk per kern. Het is niet overal gelukt om het woonprogramma te realiseren. Met actuele cijfers uit het woonbehoefteonderzoek 2025 stellen we een nieuw woningbouwprogramma op. Kernen die achterlopen krijgen prioriteit.
Samenwerking met de raad De intensieve betrokkenheid van de raad via themasessies en de jaarbrief wonen heeft bijgedragen aan een breed draagvlak. Bestemmingsplannen verlopen daardoor soepel. Deze manier van werken continueren we in de toekomst.
Goede stappen gezet op het gebied van verduurzamen In het Masterplan Wonen zetten we ook in op verduurzaming. Woningcorporaties pakken vooral woningen met label E, F en G aan, zonder extra huurverhoging bij verbetering. Energiecoaches worden goed gevonden en gewaardeerd. In 2023 en de eerste helft van 2024 zijn ruim 2.300 unieke adressen via het energieloket geadviseerd, en hebben zo’n 550 woningen isolatiemaatregelen getroffen via collectieve inkoop. Collega’s van duurzaamheid trekken dit succesvol. Vanuit wonen sluiten we hierop aan. B O U W S T E N E N N OT I T I E
40
Woonwagenbeleid in uitvoering Het beleid voor woonwagenbewoners is vastgesteld; we zitten nu in de fase waarin werken aan het toevoegen van extra standplaatsen.
Huisvesting statushouders blijft een uitdaging De druk op de woningmarkt door statushouders blijft hoog. De doorstroomvoorziening biedt tijdelijk verlichting, maar bewoners moeten doorstromen naar reguliere huisvesting. Hoewel we sociale huurwoningen toevoegen, groeit de vraag sneller dan het aanbod.
Aandacht voor goede huisvesting en integratie van arbeidsmigranten We zetten in op handhaving en het tegengaan van misbruik bij de huisvesting van arbeids migranten. De focus ligt op goede huisvestingslocaties en het voorkomen van uitbuiting. Wel blijft het lastig om goed zicht te krijgen op welke groepen arbeidsmigranten zich daadwerkelijk willen vestigen in onze gemeente. De Wet goed verhuurderschap is inmiddels van kracht.
Startersleningen populair Tussen 2021 en maart 2025 zijn er 184 startersleningen aangevraagd, waarvan 20 voor nieuwbouwwoningen. De lening komt uit een revolverend fonds waarin de gemeente tussen 2008 en 2015 €2 miljoen stortte. Sinds 2021 geldt een maximale koopsom van €280.000, waarbij starters 20% kunnen lenen (max. €56.000). In 2025 betaalt de provincie 75% mee; vanaf 2026 wordt dit 50%. De regeling loopt voorlopig tot eind 2027. De provincie onderzoekt mogelijke alternatieven.
Verhuisvouchers om doorstroom te stimuleren Sinds januari 2025 kunnen AOW-gerechtigden een verhuisvoucher van €3.000 aanvragen bij verhuizing van een eengezinswoning naar een levensloopbestendige woning (max. 2 slaapkamers). De regeling stimuleert doorstroming in de sociale huurmarkt. Resultaten worden in 2026 verwacht.
Subsidieregeling ‘Duurzaam thuis’ Eind 2023 is de subsidieregeling ‘Duurzaam Thuis’ afgeschaft. Volgens de provincie was er te weinig animo, maar wij denken dat dit vooral komt door gebrekkige communicatie. De regeling was onvoldoende bekend. Dat is jammer en voelt als een gemiste kans.
Transferpunt werd doorontwikkeld Woonkans In 2024 is het transferpunt doorontwikkeld naar Woonkans. Het transferpunt was er vanaf 2019 om inwoners die uitstromen uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang duurzaam te huisvesten. De doelgroep die in aanmerking komt voor een woning is verbreed: alle inwoners vanaf 18 jaar die niet zelfstandig kunnen huren én een zorgvraag hebben op het gebied van zelfstandig leren wonen, vallen hieronder. Woonkans loopt op die manier voorop op de wet versterking regie op volkshuisvesting, gezien de integrale aanpak op het gebied van wonen en zorg voor aandachtsgroepen. B O U W S T E N E N N OT I T I E
41
Bijlage II: Verslag inwonersavonden en consultatiesessie stakeholders In de weken 12,13 en 14 sloten we aan bij de we inwonersavonden van de Omgevingsvisie. Tijdens deze bijeenkomsten nodigden we inwoners van de verschillende kernen uit om met ons mee te denken over het nieuwe Volkshuisvestingsprogramma en woonbehoeften aan ons kenbaar te maken. Een korte impressie van de uitkomsten per avond.
Tijdens deze bijeenkomsten legden we de resultaten uit de woonbehoefteonderzoek en de concept-opgaven voor aan inwoners en stakeholders. Daarmee deelden we niet alleen onze inzichten, maar toetsten ze ook op herkenning, realiteitswaarde en draagvlak. De reacties bevestigden in grote lijnen de resultaten uit het woonbehoeftenonderzoek en de opgaves zoals deze nu zijn geformuleerd. Een gevoel van urgentie werd breed gedeeld.
Tienray, Meerlo en Swolgen: duurzame woningen voor senioren Bij de inwonersavonden in Tienray, Meerlo en Swolgen was de opkomst hoog, de toon betrokken en soms fel. Vooral over woningbouw en leefbaarheid zit het gevoel diep. Veel inwoners willen dolgraag in hun eigen dorp blijven, maar passende woningen zijn schaars. Jongeren trekken noodgedwongen weg, ouderen vinden geen woning om naar door te stromen. De roep om pre-mantelzorgwoningen en kleine appartementen klonk luid: woningen die passen bij senioren en tegelijk de verhuisketen op gang helpen. Duurzaam bouwen, bijvoorbeeld met hout of ecologische materialen, wordt belangrijk gevonden om het dorpse karakter te bewaren. Wat niet gewenst is? Grote projectontwikkelingen die niet passen bij de schaal van het dorp. Inwoners vragen om kleinschalige woningbouw, afgestemd op de lokale behoefte. Verder leeft de wens voor sterke sociale voorzieningen, zoals een dorpshuis of het behoud van de supermarkt. En er is duidelijk behoefte aan meer invloed: inwoners willen meepraten én meedoen. B O U W S T E N E N N OT I T I E
42
Sevenum, Kronenberg en Evertsoord: woningen die aansluiten bij de identiteit van de kernen De inwonersavond in Sevenum, Kronenberg en Evertsoord had een fijne sfeer en trok een mooie mix van jong en oud. Starters en senioren lieten duidelijk van zich horen: ze willen graag blijven wonen in hun dorp, maar lopen vast op het beperkte woningaanbod. Jongeren missen betaalbare koopwoningen, ouderen willen wel kleiner wonen, maar vinden weinig levensloopgeschikte alternatieven. De behoefte aan woningen met zorg en voorzieningen in de buurt is groot. Inwoners uit Evertsoord en Kronenberg gaven aan ook bereid te zijn hiervoor naar Sevenum te verhuizen. Hoogbouw? Liever niet. Gestapelde bouw is daarentegen wel een optie. Nieuwbouw moet passen bij het dorpse karakter: kleinschalig, duurzaam en groen. Ook het tekort aan betaalbare huurwoningen werd nadrukkelijk benoemd, vooral door starters en alleenstaanden. Mobiliteit was een ander belangrijk punt: betere fietsverbindingen en OV richting Venlo en Horst zijn hard nodig. De dorpen willen meedenken en meebouwen aan hun toekomst — letterlijk én figuurlijk.
Horst, Melderslo, America, Hegelsom en Meterik: wonen voor jong én oud De avond werd goed bezocht, vooral door oudere inwoners. Geen verrassing dus dat de focus lag op seniorenwoningen en doorstroom. Veel aanwezigen willen wel kleiner wonen, maar geschikte opties zijn er nauwelijks. Denk aan gelijkvloerse woningen, hofjes en appartementen dichtbij voorzieningen — daar is echt behoefte aan. Veel inwoners vinden het huidige aanbod te duur. Jonge gezinnen gaven aan dat betaalbare eengezinswoningen moeilijk te vinden zijn. Zonder extra aanbod dreigen jongeren weg te trekken en neemt de vergrijzing verder toe. Naast wonen kwam ook de leefomgeving ter sprake. Inwoners willen meer groen, goede wandelroutes en speelplekken voor kinderen. En het openbaar vervoer? Dat schiet tekort — vooral ’s avonds en in het weekend. Er was veel enthousiasme voor meer inspraak. Inwoners willen niet alleen meedenken, maar ook echt meebeslissen over nieuwe woonvormen en projecten in hun dorp.
B O U W S T E N E N N OT I T I E
43
Griendtsveen: klein dorp, grote zorgen en ambities Tijdens de avond in Griendtsveen klonk één boodschap luid en duidelijk: er zijn te weinig betaalbare woningen voor starters. Jongeren trekken weg, en dat bedreigt de leefbaarheid. De roep om maatwerk was sterk — denk aan flexwoningen en kleinschalige bouwprojecten (aan de randen van dorpskernen) die passen bij het dorpse karakter. Ook het beter benutten van bestaande, grote woningen is een wens. Maar het ging niet alleen over wonen. Inwoners willen meer voorzieningen, zoals een ontmoetingsruimte voor dorpsactiviteiten en betere wandel- en fietspaden. Ook de bereikbaarheid is een punt: het OV schiet tekort, waardoor inwoners afhankelijk zijn van eigen vervoer. De avond straalde betrokkenheid uit. Inwoners willen meedenken én meedoen. De oproep: maak plannen die passen bij de schaal en sfeer van het dorp — en doe dat samen met Griendtsveen.
Grubbenvorst, Lottum, Broekhuizen en Broekhuizenvorst: wonen met behoud van karakter Inwoners maken zich sterk voor het dorpse karakter van hun woonomgeving. Geen grootschalige uitbreidingen, maar juist kleinschalige en gefaseerde woningbouw die past bij de omgeving. Starters en senioren kwamen nadrukkelijk in beeld: jongeren willen blijven, maar vinden geen betaalbare woning. Ouderen willen doorstromen, maar hebben geen alternatief. Gevolg: de woningmarkt zit op slot. Er is behoefte aan duurzame woningen – gasloos, circulair en energiezuinig – die écht passen bij de dorpsschaal. Ook mobiliteit kwam op tafel: verkeersveiligheid in de kern baart zorgen. Inwoners vragen om maatregelen tegen hardrijders. De sfeer tijdens de avond was positief en constructief. De input vormt een waardevolle basis voor toekomstig beleid.
B O U W S T E N E N N OT I T I E
44
Consultatie stakeholders: zorg en doorstroming centraal Naast de gesprekken met inwoners hebben we nadrukkelijk ook de samenwerking gezocht met verschillende stakeholders. In dat kader is een consultatiesessies georganiseerd met onder andere woningcorporaties, projectontwikkelaars en zorgorganisaties. Deze partijen zijn onmisbaar bij het realiseren van de woningbouwopgave en leveren vanuit hun dagelijkse praktijk waardevolle inzichten in wat er speelt en wat er nodig is. Tijdens de sessies met stakeholders zijn de voorlopige onderzoeksresultaten en geformuleerde opgaven voorgelegd en besproken. De reacties waren eensgezind: de geschetste uitdagingen worden breed herkend. Tegelijkertijd riep de omvang en scherpte van de opgaven ook schrikreacties op. De urgentie is groot – en dat werd tijdens deze gesprekken nadrukkelijk voelbaar.
Zorgorganisaties benadrukten de toenemende druk op zorg en welzijn. Het stijgende aantal ouderen, het tekort aan passende woonvormen en de beperkte zorgcapaciteit vormen samen een zorgwekkende combinatie. Huisartsenpraktijken lopen al tegen hun grenzen aan, terwijl de vraag naar langdurige ondersteuning en de complexiteit van zorgvragen blijven toenemen. Geclusterde woonvormen, gemengd wonen en ondersteuning van het sociale netwerk in wijken werden aangedragen als cruciale oplossingen.
Woningcorporaties deelden hun zorgen over het stagnerende woningaanbod, vooral in het betaalbare segment. Hierbij maken corporaties zich zowel zorgen over de haalbaarheid van het grote aantal sociale huurwoningen dat nodig is (door de beperkte investeringscapaciteit, beschikbaarheid van grond en stijgende kosten) als over de beperkte doorstroming op de woningmarkt. Deze doorstroming is beperkt omdat veel senioren noodgedwongen wonen in ongeschikte woningen, waardoor starters geen toegang krijgen tot deze woningen. Corporaties geven aan dat zij bij voorkeur in levensloopbestendige ééngezinswoningen investeren omdat een huurder in deze woning zijn hele leven kan blijven wonen. Dit zowel in de situatie van een gezin met kinderen als een situatie van een alleenstaande oudere (dan wel met aanpassingen in de woning). Daarbij is er een groeiende groep aandachtsgroepen waar corporaties zich zorgen over maken. Deze groep wordt steeds groter en is vaak afhankelijk van een sociale huurwoning. De concentratie van deze aandachtsgroepen in wijken kan leefbaarheidsproblemen tot gevolg hebben.
Ontwikkelaars pleiten voor meer beleidsruimte en maatwerk, en wijzen op de knellende procedures en strikte kaders die nu versnelling in de weg staan. Daarbij pleiten ontwikkelaars voor de realisatie van Lorem ipsum
woningen in het hogere segment om zo doorstroming op de woningmarkt te generen. Anderzijds erkennen ze ook dat er vraag is naar kleinere woningen en zien ze mogelijkheden om deze in gestapelde bouw te realiseren. Er was begrip voor de bestuurlijke en ambtelijke druk waaronder de gemeente opereert – zeker gezien het grote aantal kernen en de complexiteit van de woningbouwopgave.
B O U W S T E N E N N OT I T I E
45