Bijlage 19. Rebel- De rol van de gemeente in de energietrans
Tekst van het document
De rol van de gemeente in de energietransitie Onderzoek Beesel, Horst a/d Maas en Venray 23-10-2019 | Finale versie
Inhoud 1. Aanleiding 2. Ambitie van de gemeenten 3. Wat moet de gemeente doen? 4. Wat mag en kan de gemeente?
5. Rol per technische mogelijkheid voor verduurzaming 6. Financiële participatievormen en mogelijkheden
Bijlage: A. Lijst met afkortingen en begrippen B. Notitie staatssteun C. Notitie nieuwe omgevingswet
Aanleiding
De opdracht - De rol van de gemeente in de Energietransitie De energietransitie is een van de grootste uitdagingen voor Nederland in de komende decennia. Om invulling te geven aan de landelijke doelstellingen zijn veel energievraagstukken gedecentraliseerd. Hiermee is de rol van de gemeente en de regio veel relevanter en zichtbaarder geworden. De drie gemeenten Beesel, Horst aan de Maas en Venray zijn zich zeer bewust van het belang van hun rol in de energietransitie. Daarom committeren zij zich aan het landelijk beleid en geven een eigen invulling aan hun duurzaamheidsambitie. De betrokken gemeenten hebben al veel energie en inzet getoond om de energietransitie in gang te zetten. Er lopen lokaal al meerdere projecten en ook op regionaal niveau wordt ingezet op samenwerking via de Regionale Energiestrategie (RES*) Noord-en midden Limburg. De keuzes die voorliggen zijn van strategisch belang om de transitie naar een duurzame energievoorziening efficiënt te kunnen organiseren. De drie gemeenten hebben aangegeven behoefte te hebben aan ondersteuning bij het vaststellen van hun rol in besluitvorming in het brede veld van de energietransitie.
Waarbij er onderscheid wordt gemaakt betreffende de opgave van de opwek van duurzame energie (zon, wind, geothermie, biomassa) en de (financiële) instrumenten die in de verschillende ontwikkelstadia een rol kunnen spelen om zo de ontwikkeling te versnellen. De centrale vraag van de gemeente luidt daarom:
Welke rol moet / wil / kan / mag de gemeente op zich nemen in de verschillende opgaven en fases van de energietransitie? Binnen de centrale vraag zijn er in feite 4 deelvragen welke verschillend maar tegelijkertijd ook van elkaar afhankelijk zijn: • Wat moet een gemeente doen (nu en in de toekomst)? • Wat wil een gemeente doen en hoe willen ze dit bereiken (ambitie)? • Wat mag een gemeente doen (juridisch)? • Wat kan een gemeente doen (bv: Financieel, technisch en organisatorisch)? Rebel ondersteunt de 3 gemeenten om invulling te geven aan de onderzoeksvraag in drie stappen:
1. De verschillende rollen en kaders waar een gemeenten rekening mee moet houden in de energietransitie zijn uiteengezet en toepasbaar gemaakt op de drie betrokken gemeenten. Deze theoretische analyse geeft handreikingen, toegespitst op de behoefte van de gemeenten, om beslissingen over de energietransitie in de toekomst te kunnen maken.
2. In een masterclass op 13 september 2019 is de theoretische analyse gepresenteerd en is deze toegepast op specifieke casuïstiek binnen de 3 gemeenten. Zodoende heeft de theoretische handreiking, praktische invulling gekregen op huidige maar ook toekomstige uitdagingen voor de 3 gemeenten.
3. Het adviestraject wordt afgesloten met deze einddocumentatie waarin de theoretische analyse is aangevuld met de opgedane kennis en behandelde casuïstiek uit de masterclass. Met deze einddocumentatie ontvangen de 3 gemeenten een theoretische handreiking aangevuld met praktisch bruikbare handvatten waarmee zij verder aan de slag kunnen gaan met de uitdagingen van de energietransitie.
De rol van de gemeente in de energietransitie
*In Bijlage A staat een lijst met gebruikte afkortingen en begrippen
4
Ambitie van de gemeenten
Wat wil een gemeente doen en hoe willen ze dit bereiken? De gemeenten Venray en Beesel hebben al een duidelijke duurzaamheidsvisie waarbinnen de opgaves worden behandeld en de 4 beleidsdoelen en pijlers van de energietransitie bepaald zijn. Horst aan de Maas rond dit najaar hun duurzaamheidsprogramma af. Hierdoor bestaan er al duidelijk beleidsdoelen. De rol die de gemeenten in de specifieke opgaven innemen om de beleidsdoelen te halen is echter nog niet bepaald. In het kort stellen de gemeenten zich de volgende beleidsdoelen: Venray
Beesel
Horst aan de Maas
Beleidsdoel
Verantwoordelijkheid nemen in het totale klimaatbeleid op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie
Verantwoordelijkheid nemen in het totale klimaatbeleid op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie
Verantwoordelijkheid nemen in het totale klimaatbeleid op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie
Kwantitatief invulling
In 2030, ten opzichte van huidige vraag, 37,5% besparing. 1230 TJ elektriciteitsproductie per jaar voor 2030 (waarvan 160 TJ reeds aanwezig)
In 2030, ten opzichte van huidige vraag, 20% besparing 430 TJ elektriciteitsproductie per jaar voor 2030, waarvan; • 60 TJ op daken (ca 20ha) • 370 TJ grootschalige opwek
In lijn met het klimaatakkoord in 2030; 49% minder CO2 uitstoot t.o.v. 1990. 100% duurzame energie in 2050.
Kwalitatieve invulling
Inwoners - Acceptatie en draagvlak Eigenaarschap - Verdeling lasten en lusten Locatie - Esthetica, inpassing en kwaliteit Ruimte – Zuinig ruimte beslag
Inwoners - Acceptatie en draagvlak Eigenaarschap - Verdeling lasten en lusten Locatie - Esthetica, inpassing en kwaliteit Ruimte – Zuinig ruimte beslag
Ondernemerschap tonen en verantwoordelijkheid nemen. Lokaal profijt optimaliseren
Hoe worden de doelen bereikt
Ca. 1.070 TJ hernieuwbare opwek door: • Ca 1000TJ door zonnedaken en –weides • Ca 4 windturbines
370 TJ grootschalige opwek door: • 90 ha zonnevelden • 6 windmolens 3MW
• Warmtenet • Zonne-energie • Windenergie
Conclusie De ambities van de gemeenten lopen in lijn met de landelijke ambities. Daarbij hebben de gemeenten Venray en Beesel, met het opstellen van een duurzaamheidsvisie, al goed voorgesorteerd op de RES ontwikkeling. Echter dient de komende periode de concretiseringslag plaats te vinden waarbij de gemeenten pragmatische invulling dienen te geven aan de plannen. Denk hierbij aan locatie keuze grootschalige opwek en de rol van de gemeenten in de Transitievisie Warmte. De rol van de gemeente in de energietransitie
6
Wat moet de gemeente doen?
Wat moet een gemeente: welke verplichtingen heeft de gemeente? RES Concept De gemeente moet meewerken aan een Regionale Energie Strategie. De eerste oplevering hiervoor is het eerste concept RES op 1 juni 20201 en omvat: • Regionale inzet hernieuwbare opwek • Regionale Structuur Warmte voor de verdeling van warmtebronnen RES Uitwerken en opleveren van RES 1.0 op 1 maart 20211 welke de regionale bijdrage aan de nationale doelen voor Elektriciteit en Gebouwde Omgeving omvat, waaronder: • Locaties geschikt voor opwek d.m.v. wind en zon • Regionale structuur Warmte als voorbereiding op Transitievisie Warmte
De landelijke RES-en dienen gezamenlijk overeen te komen met de in het Klimaatakkoord vastgestelde doelen aan de tafels Elektriciteit en Gebouwde Omgeving. Na regionale en landelijk instemming wordt de RES opgenomen in het omgevingsbeleid, omgevingsplannen en verordeningen en wordt deze uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma, met betrokken stakeholders. Gemeentelijke Transitievisie Warmte In 20211 moet de (regionale/gemeentelijk) Transitievisie Warmte af zijn met voorstellen voor alternatieven van aardgas met een wijkvoor-wijk planning. De gemeenten krijgen daarvoor in het najaar van 2019 een uitdraai van het PBL (verwacht 15 oktober) met een voorstel strategie voor hun gemeenten. In deze analyse wordt er uitgegaan van bestaande en waarschijnlijke toekomstige technieken en wordt er per wijk aangegeven welke oplossingen mogelijk zijn maar ook welke oplossingen voor de hand liggen of worden uitgesloten. De gemeenten worden aangeraden om te beginnen bij de wijken waarbij er duidelijkheid over technieken is en pas later te
beginnen met wijken waar er meer onduidelijkheid is.
Energieakkoord De provincie Limburg heeft een inspanningsverplichting om de doelstelling van 95,5 MW wind op land in Limburg in 2020 te behalen. In 2018 is hiervan slechts 13% gerealiseerd. Momenteel is er 99MW aan windvermogen vergund waarmee de doelstelling naar verwachting wordt gehaald. Klimaatadaptatie Uiterlijk in 20202 dient, i.s.m. waterschappen en de provincie, de opgaven voor klimaatadaptatie in beeld met de noodzakelijke maatregelen voor een klimaatbestendige en water robuuste inrichting. Alle overheden dienen hiervoor uiterlijk in 20192 een stresstest (light) uitgevoerd te hebben om de kwetsbaarheden in de gemeenten in beeld te brengen.
Maatschappelijk Het belang van de bewoners dient zo veel mogelijk te worden behartigd met oog voor de ruimtelijke kwaliteit en de maatschappelijke acceptatie. Er is hierbij een streven vanuit het klimaatakkoord naar 50% lokale participatie in duurzame opwek1. Conclusie Momenteel moet de gemeente op regionaal niveau aan de slag voor duurzame opwek en klimaatadaptatie. Op lokaal en regionaal niveau dient de gemeente zich te richten op de Transitievisie Warmte. Door de verwachte nieuwe omgevingswet in 2021 worden de sturingsmogelijkheden voor gemeenten groter en kunnen maatregelen vanuit de RES in deze nieuwe omgevingswet landen (zie notitie slide 36).
1. Klimaatakkoord (28 juni 2019) 2. Bestuursakkoord Klimaatadaptatie (20 november 2018)
8
Wat mag en kan de gemeente?
10
Een gemeente dient goed na te gaan welke houding zij nastreeft in de energietransitie • Faciliterende rol: Gebruik maken van initiatieven van de markt en inwoners en deze toetsen en begeleiden. Zoals bijvoorbeeld een zonneweide, windpark, energie coöperatie en inwonerscollectief. • Stimulerende rol: Met behulp van subsidies, garanties, borgstelling en/of leningen, al dan niet in de vorm van een revolverend fonds, initiatieven ondersteunen om tot ontwikkeling of realisatie te komen. • Samenwerkingsrol: Uitgaande van eigen beleidsdoelen, samenwerken met private partijen in een partnerschap met eventueel een minderheidsaandeel in projecten. • Eigenaarsrol: Opgaves voor eigen rekening, risico en rendement oppakken. Dit kan uiteenlopen van (deelname in) risicovolle ontwikkeling, tot (deelname in) exploitatie of het volledig inrichten en exploiteren van een gemeentelijk energiebedrijf. Dit alles volledig in eigen regie. Aan de hand van 5 domeinen kan de gewenste houding van een gemeente worden bepaald maar ook de vereisten per houding worden ingezien. De ‘knoppen’ per verschillende rol staan niet vast maar hangen wel samen en verschillen per situatie en per opgave. Het onderstaande overzicht geeft inzicht in de samenhang tussen de 5 domeinen. Passief
Faciliterend
Stimulerend
Samenwerkend
Eigenaarsrol
Actief
1. Deelname aan projecten In hoeverre wilt de gemeenten zelf deelnemen aan projecten
Markt
Gemeente
3. Sturing op beleidsdoelen
Weinig
Volledig
4. Benodigde gemeentelijke middelen
Weinig
Veel
5. Vereisten inhouse kennis en kunde
Weinig
Veel
2. Risico allocatie
Waar wordt het meeste risico gedragen?
Mate van invloed op het halen van beleidsdoelen
Hoeveel financiële middelen, personen en tijd dient gereserveerd te worden
Welke mate van technische en procesmatige kennis is nodig om controle te houden over het project
De rol van de gemeente in de energietransitie
11
Faciliterende rol Overzicht • Gebruik maken van initiatieven van de markt en inwoners en deze toetsen en begeleiden. Zoals bijvoorbeeld een zonneweide, windpark, energie coöperatie en inwonerscollectief. • “Schoenmaker blijf bij je leest”; ruimte laten aan innovatieve bedrijven/initiatieven Deze rol voor de gemeente is geschikt bij casuïstiek en projecten waarbij er voldoende initiatieven zijn met slagkracht, de consument beschermd wordt en het maatschappelijk belang voldoende gewaarborgd wordt. Bijvoorbeeld een windpark met lokale initiatiefnemers en een geschikte partner die een groot draagvlak beogen, waarbij de basisvoorwaarden zoals netwerkaansluiting in orde zijn. Voordelen Nadelen + De gemeente loopt minder risico (afbreuk, financieel) − Risico op “cherry [icking”: financieel minder aantrekkelijke + Er zijn beperkte inhouse kennis, kunde en middelen vereist opgaves worden door de markt niet of later opgepakt + Eenvoudigere rol voor gemeente (bv als landelijke wetgeving − Weinig directe sturing mogelijk op beleidsdoelen (bv beleidsdoel voldoende borgt) borging maatschappelijk belang) + Markt kan schaal en portfolio voordelen benutten − Eventuele overwinst vloeit naar de markt + Benutting van professionaliteit, expertise en commerciële − Bemoeilijkt het benutten van meekoppelkansen met andere scherpte van de markt beleidsterreinen
1. Deelname aan projecten
Passief
Faciliterend
Actief
Markt
Gemeente
Weinig
Volledig
Weinig
Veel
Weinig
Veel
2. Risico allocatie 3. Sturing op beleidsdoelen 4. Benodigde gemeentelijke middelen 5. Vereisten inhouse kennis en kunde De rol van de gemeente in de energietransitie
12
Stimulerende rol Overzicht • Gemeente heeft aanvullende eisen en wil (financieel) tegemoetkomen door met behulp van subsidies, garanties, borgstelling en/of leningen, al dan niet in de vorm van een revolverend fonds, initiatieven ondersteunen om tot ontwikkeling of realisatie te komen. • Markt of initiatief is trekker Deze rol voor de gemeente is geschikt bij casuïstiek en projecten waarbij de gemeente de markt op specifieke punten en projecten wil stimuleren. Bijvoorbeeld het mogelijk maken van zonnepanelen inwoners met een negatieve BKR registratie door een lening via de gemeente. De onderliggende business case moet redelijk zijn (niet volledige risico overnemen of gehele onrendabele top bekostigen). Voordelen + Sturing op beleidsdoelen + Vertrouwen in de markt en bijsturen door stimulering + Markt kan schaal en portfolio voordelen benutten + Benutting van professionaliteit, expertise en commerciële scherpte van de markt
1. Deelname aan projecten
Passief
Nadelen − Stimulerende maatregelen kunnen kostbaar zijn (subsidie) of langdurig risico herbergen (garanties) − Initiatieven kunnen blijvend afhankelijk blijven van gemeentelijke steun − Waken voor staatssteun Stimulerend
Actief
Markt
Gemeente
Weinig
Volledig
Weinig
Veel
Weinig
Veel
2. Risico allocatie 3. Sturing op beleidsdoelen 4. Benodigde gemeentelijke middelen 5. Vereisten inhouse kennis en kunde De rol van de gemeente in de energietransitie
13
Samenwerkende rol Overzicht • Uitgaande van eigen beleidsdoelen, samenwerken met private partijen in een partnerschap met eventueel een (minderheids)aandeel • Gemeente wil “best of both worlds” Deze rol voor de gemeente is geschikt bij casuïstiek en projecten als de gemeente deze wilt versnellen, de markt deze niet voldoende oppakt of niet op de juiste manier en de gemeente voldoende financiële middelen heeft en risico kan dragen. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van een warmtenet samen met een ervaren marktpartij. Voordelen Nadelen + Benutting van professionaliteit, expertise en − Tegengestelde belangen kunnen leiden tot trage besluitvorming commerciële scherpte van de markt − Aansprakelijkheid voor gemeente, afbreukrisico + Gemeente kan meeprofiteren van eventuele overwinst − Pettenproblematiek (deelnemer project en vergunningverlener) + Gemeente heeft gedeeld zeggenschap en kan (beter) − Mogelijke weerstand van de bewoners tegen het project richt zich tot sturen op beleidsdoelen de gemeente en zorgt voor ontevredenheid bij inwoners (ook evt. op andere dossiers) − Rekening houden met de geldende inkoopregels en aanbestedingswet (Wet Markt en Overheid (WMO)).
1. Deelname aan projecten
Passief
Samenwerkend
Actief
Markt
Gemeente
Weinig
Volledig
Weinig
Veel
Weinig
Veel
2. Risico allocatie 3. Sturing op beleidsdoelen 4. Benodigde gemeentelijke middelen 5. Vereisten inhouse kennis en kunde De rol van de gemeente in de energietransitie
14
Eigenaarsrol Overzicht • Opgaves voor eigen rekening, risico en rendement oppakken. Dit kan uiteenlopen van (deelname in) risicovolle ontwikkeling, tot (deelname in) exploitatie of het volledig inrichten en exploiteren van een gemeentelijk energiebedrijf. Deze rol voor de gemeente is geschikt bij casuïstiek en projecten waarbij de markt geen of weinig interesse toont of als er synergie is met andere beleidsdoelen waarbij de gezamenlijk business case wel positief is. Bijvoorbeeld bij het verkrijgen van een energieneutraal gemeentehuis of een warmtenet waarin de markt geen interesse toont (evt. met geleidelijk overgang van eigendom naar de markt). Voordelen + Optimale balans mogelijk tussen het beheersen van de risico’s en de maatschappelijke kosten van het aanleggen, beheren en exploiteren van het project + Directe sturing mogelijk op beleidsdoelen (bv borging maatschappelijk belang) + Eventuele overwinst vloeit naar de gemeente + Eventuele koppelkansen met andere beleidsterreinen + Kan later aan de markt worden overgedragen Passief
1. Deelname aan projecten
Nadelen − Risico dat de gemeente slechts de risicovolle en complexe projecten krijgt die de markt niet op wil pakken en hier aansprakelijk voor wordt − Minder schaal en portfolio voordelen dan de markt. − Weinig benutting professionaliteit, expertise en commerciële scherpte markt − Risico op politieke belangenafweging i.p.v. sturing op kwaliteit project − Pettenproblematiek (deelnemer project en vergunningverlener) − Rekening houden met de geldende inkoopregels en aanbestedingswet (WMO) − Risico dat de markt het niet wil overnemen Eigenaarsrol
Actief
Markt
Gemeente
Weinig
Volledig
Weinig
Veel
Weinig
Veel
2. Risico allocatie 3. Sturing op beleidsdoelen 4. Benodigde gemeentelijke middelen 5. Vereisten inhouse kennis en kunde De rol van de gemeente in de energietransitie
Een gemeente kan zijn gekozen rol op verschillende manieren invulling geven Een gemeente kan op verschillende manieren invulling geven aan een gekozen rol. Hieronder is dat weergegeven op vijf vlakken. Bij elke rol is op al deze vlakken invulling nodig, maar afhankelijk van de gekozen rol is dat in meer of mindere mate. Een combinatie van verschillende rollen is mogelijk (bijvoorbeeld samenwerken en garant staan voor specifieke doelgroepen). In de volgende twee slides is er invulling gegeven aan twee projecten en twee gekozen rollen. Daarmee wordt ook geïllustreerd dat de rol kan verschillen per techniek/initiatief.
Bekostigen, investeren of financieren • Subsidie verstrekken • Gericht investeren/ financieren o Impact vs. experiment o In lijn met beleid o Mate van risico o Professioneel • Investeren fonds, directe leningen/deelnames
Initiëren en organiseren • Aanjagen en organiseren • Uitvragen innovatieve oplossingen • Samenwerking opzetten met andere overheden en bedrijfsleven • Prestatieafspraken → Actieve rol al in pre-ontwikkelfase
Bekostigen, investeren of financieren
Initiëren en organiseren
Beleid
Rol van een overheid
Wet- en regelgeving en handhaving
Faciliteren
Faciliteren • Kennis en ervaring delen, netwerk, • Koppeling met andere financieringsbronnen • Lobby richting markt & andere overheden De rol van de gemeente in de energietransitie
→ Participatie in het proces
Beleid • Doelgericht • Koersvast • Consistent • Test wat werkt en wat niet → Gekozen rol als onderdeel van het
beleid → Erkenning van het probleem en de oplossing
Wet- en regelgeving en handhaving • Vergunningsruimte, bestemmingen • Eisen, bv. ‘duurzaam, tenzij…’ • Handhaven van beleid en uitvoering • Stuur op: normering, carrot & stick, biggest bang for the buck vs. Experiment • Toepassing omgevingswet → Bv Participatie afdwingen
15
16
Uitwerking faciliterende rol bij windprojecten Doelen gemeente windprojecten (bijvoorbeeld): • Vaart maken met de energietransitie. Benutten van ervaring en slagkracht van marktpartijen • Maximaliseren profijt voor inwoners (in balans met business case)
Bekostigen, investeren of financieren • Beperkte inzet van middelen. Met name mankracht voor naleving doelen en plan en proceskosten • Onderzoek naar verbeteren van maatschappelijk belang bekostigen (bv. onderzoek naar goede inpassing in gebied)
Bekostigen, investeren of financieren
Initiëren en organiseren
Initiëren en organiseren • Coöperaties benaderen voor het mogelijk maken van financiële participatie bewoners • Lokale grondeigenaren benaderen voor het beschikbaars tellen van hun grond
De rol van de gemeente in de energietransitie
Beleid
Rol van een overheid
Wet- en regelgeving en handhaving
Faciliteren
Faciliteren • Procesparticipatie ondersteunen (bijvoorbeeld locatie ter beschikking stellen voor inspraakavonden) • Proces versnellen waar mogelijk (generieke informatie verstrekken over de wijken)
Beleid • Vastleggen doel voor groei wind (en evt. locatie) • Participatie als beleidsdoel (bv aandelen voor inwoners) • Leidende principes (bv lokale werkzaamheden door lokale partijen) • Uitspraak over (bestaande) grondposities: behouden en benutten
Wet- en regelgeving en handhaving • Vergunning verlenen als beleidsdoelen vastgelegd zijn in anterieure overeenkomst (geen formele afdwingbaarheid) • Bij gemeentelijke grondposities een ontwikkelovereenkomst aangaan
17
Uitwerking samenwerkende rol bij ontwikkeling warmtenet Doelen gemeente warmtenet (bijvoorbeeld): • Van de grond laten komen van een warmtenet • Tegen huidige kosten voor bewoners
Bekostigen, investeren of financieren • Eigen vermogen deels financieren • Vreemd vermogen aantrekken (bijvoorbeeld EIB) • Bijdrage aansluitkosten voorfinancieren en afbetalingsregeling mogelijk maken
Bekostigen, investeren of financieren
Initiëren en organiseren Initiëren en organiseren • Lokale bron-eigenaren benaderen voor het beschikbaar stellen van hun bron • Bestaande bouw overzetten
De rol van de gemeente in de energietransitie
Beleid
Rol van een overheid
Faciliteren
Faciliteren • Procesparticipatie • Beschikbaar stellen grond • Evt. koppelkansen benutten • Tender uitschrijven
Wet- en regelgeving en handhaving
Beleid • Vastleggen Transitievisie Warmte • Leidende principes (bijvoorbeeld behoud huidige tarief marktconforme tarieven) • Tijdslijn per wijk/gebied
Wet- en regelgeving en handhaving • Naleven nationale wet en regelgeving (Niet Meer Dan Anders principe) • Rekening houden met de geldende inkoopregels en aanbestedingswet • Evt. eerst marktconsultatie doen (uitsluiten marktpartijen) • Verplicht aansluiten op warmtenet? • Afspraken maken met VvE’s etc.
Rol per technische mogelijkheid voor verduurzaming
Overzicht van de technische oplossingen om gemeenten te verduurzamen
Decentraal
Individueel
De technische mogelijkheden en invulling van de opgave beïnvloedt de keuze voor de rol van de gemeente: • De schaal van het project* • De looptijd en dus het tempo waarop beleidsdoelen gehaald worden • De mate van weerstand van omwonende • De business case (financiële haalbaarheid) en dus de interesse van de markt Er zijn vele uitzonderingen denkbaar op de hieronder beschreven “voor de hand liggende” rol. Bijvoorbeeld door ander publiek belang (andere beleidsrollen). Warmte/ Elektriciteit
Schaal (#Huishoudens*)
Ontwik -keltijd
Opmerking / toekomstvisie
Zonnepanelen op panden*
Elektriciteit
Individuele huishoudens
<1 jaar
Salderen mogelijk tot tenminste ‘23 PCR wordt vervangen door een nieuwe regeling per januari ‘21
Vraagbundeling. Ondersteunen woningcorporaties. Stimuleren van “rechtvaardige energietransitie”
Zonneboiler, warmtepompen, Isoleren
Warmte
Individuele huishoudens
<1 jaar
Type huis bepaalt sterk hoe gunstig deze optie zijn
Vraagbundeling. Ondersteunen van woningcorporaties. Stimuleren van “rechtvaardige energietransitie”
Warmte- koude opslag
Warmte
~100-1000
1-3 jaar
Focus op nieuwbouw en gerenoveerde panden en alleen lage temperatuur
Koppelen panden via WKO-ring Stimuleren/partneren
Zon op grote (bedrijfs-) daken
Elektriciteit
~100
Postcoderoos alleen bij voldoende investeerders. Vervalt per 2021
Stimulerende rol
Zonnevelden
Elektriciteit
1500
Aantal groeit snel de laatste tijd
Faciliterende rol en behartigen belang burgers (goede ruimtelijke inpassing)
Wind op land
Elektriciteit
35000
Netto gebruik veel kleiner. Min afstand tussen molens ~500 meter
Faciliterende rol en behartigen belang burgers (maximaliseren lokaal profijt)
15000
Veel impact omgeving bij aanleg. Vereist aanwezigheid van lokale of regionale warmtebronnen.
Hoge initiële kosten en hoog risico. Stimuleren door marktconsultaties, partnerschap of eigenaarsrol Faciliterende rol en behartigen belang burgers (voorkomen overlast) Stimuleren of partneren in pilot voor oude bestaande bouw
Warmtenet (i.c.m. diverse bronnen**)
<5 jaar
Warmte
5-7 jaar
Groen gas
Warmte
1000
Indien lokaal beschikbaar kan dit een interessante bron zijn voor een warmtenet (dan ook kortere ontwikkeltijd)
Waterstof
Warmte
250
Staat nog in kinderschoenen. Kan in bestaand gasnet.
Welke rol ligt voor de hand?
* Schaal wordt hier uitgedrukt in aantal huishoudens wat kan worden voorzien van warmte (1500 Nm3) of elektriciteit (3000 kWh) met dit type bron ** Mogelijk bronnen zijn: geothermie, warmtepompen (i.c.m. met warmtebron zoals oppervlaktewater, rioolwater, afvalwaterzuivering, drinkwater, datacentra), restwarmte uit industrie, gascentrales (WKK), WKO-net, biomassa (pellets, afvalhout, snoeiafval, pyrolyse), zonthermisch, etc
19
Voor de hand liggende rol voor de 4 grootste grootschalige opwek opgaves nader toegelicht Wat moet de gemeente doen ter voorkoming van:
Gaat het snel genoeg?
Pakt markt het op?
Juridisch aspect
Marktfalen
Participatiefalen
Grondpositie behouden of Uit de RES plannen claimen. Ja, maar grote komen de opgaves Land/locatie keuze Wind op Beleid - participatie regionale Ja waaraan de optimaliseren (niet teveel benoemen Land verschillen gemeenten invulling en niet te weinig) Coöperatie mobiliseren moeten geven Afdwingen Uitbreiding ZonneInpassing participatie netwerkcapaciteit loopt Ja, laatste tijd Ja Idem wind op land (beperkt budget) velden achter met ontwikkeling Nog geen NWEA richtlijn van zon Beperkt (vooral Actieve rol Gemeenten moeten Awareness creëren bij zeer Vraag bundelen, visie + een Transitievisie Niet individueel geschikte, bronnen Warmte maken en Fonds (bijdrage alleen aanwezige bron Sturing op Warmtenet Nee worden daar aan mogelijk als er voldoende of uitbreiding bronnenstrategie gehouden (op welke rendement is op de De 4 rollen in de rechter kolom nader bestaande toegelicht: Vraag (afzet) verzamelen manier is onduidelijk) investering) netten) / faciliteren Corperaties Woningcorporaties Wel voor benutten Faciliteren: coöperaties Zon op dak potentie beter mogen geen particulieren, onvoldoende activeren. benutten. Aansturen op energieproducent hun daken. Hoge onzekerheid participatie via Zon op dak niet voor worden (dus niet woningSommige Postcoderoosregeling PCR/Salderen en terug leveren aan het corporaties. inwoners willen (PCR*)/saldering inclusiviteit net) gewoon niet.
* Zie overzicht afkortingen in bijlage A
De rol van de gemeente in de energietransitie
Welke rol ligt voor de hand? Faciliterende rol gericht op participatie van lokale bewoners
Faciliterende rol gericht op participatie van lokale bewoners Stimulerende rol voor investeringen in productie Samenwerkende rol gericht op stimuleren van de markt.
Stimulerende rol voor externe investeerders en tempo van woningcorporaties en voor benutten PCR regeling.
20
Windenergie – Overzicht Financieel / juridisch Wind is een competitieve markt en project rendementen kunnen hoog zijn (IR ~10%). Echter, de eigenaar neemt ook risico’s. Subsidie op wind neemt af en kan binnenkort subsidieloos worden, SDE+ worden wel vastgezet voor 15 jaar. Het risico op lage elektriciteitsprijzen wordt steeds hoger. In het Klimaatakkoord wordt 50% lokale eigendom van de productie als streven genoemd. Dit is echter nog niet concreet. Participatie is (momenteel) alleen juridisch afdwingbaar bij grondposities. In de praktijk is het bij windprojecten vaak wel mogelijk om profijt voor de gemeenschap te onderhandelen en kan dit vastgelegd worden in anterieure overeenkomsten.
Maatschappelijk / Sociaal De overlast van windmolens is wezenlijk en de publieke perceptie van windenergie is dat grondeigenaren en investeerders een hoog rendement halen ten koste van de omwonende. Vergunningstrajecten kunnen stroperig zijn en er wordt rekening gehouden met veel (terechte) weerstand. Om dit te verbeteren voor alle partijen heeft NWEA (belangenvereniging voor de windsector) een gedragscode opgesteld welke succesvol is overgenomen door de meeste ontwikkelaars. Belangrijk is hoe de windparken ontwikkeld worden. De overlast voor de inwoners moet geminimaliseerd zijn en lokaal profijt gemaximaliseerd. Er zijn succesvolle voorbeelden van wind ontwikkeltrajecten met tevreden omwonende (bv windpark Krammer). Maatschappelijk draagvlak kan het beste gewaarborgd worden door: - Participatie duidelijk terug laten komen in beleid - Afspraken maken in anterieure overeenkomsten over participatie (dan zijn ze wel afdwingbaar) - Aansturen op, naast wettelijke maatregelen, zowel afdracht aan de gemeenschap in een fonds en compenserend maatregelen én aansturen op financiële participatie van individuen in het windpark via een obligatie of aandeel.
- Actief benaderen van (bestaande) coöperaties of bewonersinitiatieven om die participatie te faciliteren - Faciliteren van procesparticipatie (zoveel mogelijk interactief) - Bovenstaande in balans te laten zijn met een goede, rendabele business case (niet overvragen) Organisatorisch Het waarborgen van het belang van de inwoners van de gemeente kan het beste door in alle fases van het project betrokken te zijn en aan te sturen op het belang van de bewoners en die ook activeren. De gemeente hoeft hier geen eigenaar te zijn van de windmolens, maar kan het meest afdwingen met grondposities. Bestaande (nationale) coöperaties zijn bereid om de participatie te faciliteren. Zeggenschap voor inwoners is meestal in de praktijk niet haalbaar.
De rol van de gemeente in de energietransitie
21
Zonnevelden - Overzicht Financieel Zonnevelden lijken sinds kort een competitieve markt en de project rendementen zijn beperkt (~5%). Succesvolle partijen hebben vaak veel risico genomen door grondposities in te nemen. Risico op een lagere marktprijs voor elektriciteit is bij zonne-energie lager dan bij wind omdat voorlopig de kostprijs nog behoorlijk boven de marktprijs ligt en dit gat gedicht wordt met subsidie. Subsidieloze zonnevelden zijn op korte termijn niet haalbaar zijn. Juridisch In het Klimaatakkoord wordt 50% lokale eigendom van de productie als streven genoemd. Dit is echter nog niet concreet. Participatie is (momenteel) alleen juridisch afdwingbaar bij grondposities. Bij zonnevelden is het afdwingen van participatie zonder grondposities lastiger maar ook minder voor de hand liggend want er is veel minder overlast in vergelijking tot wind. Maatschappelijk sociaal Zonnevelden kunnen overlast geven voor omwonende en kan ten kostte gaan van landbouwgrond. Er is nog geen gedragscode voor de grootschalige opwek d.m.v. zon. Zon kan op zo’n manier ontworpen worden dat het goed past in het landschap en meervoudig ruimtegebruik (zonneveld i.c.m. een agrarische functie) wordt steeds vaker toegepast.
Belangrijk is hoe de zonnevelden ontwikkeld worden. De overlast voor de inwoners moet minimaal zijn en lokaal profijt gemaximaliseerd. Doordat zonneparken vaak kleiner zijn en de marges lager is de absolute omvang voor participatie lager dan bij wind. Participatie in zonne-energie kan het beste gewaarborgd worden door: - Participatie duidelijk terug laten komen als doelstelling in het beleid - Afspraken maken in (grond)overeenkomsten over participatie met marktpartijen - Faciliteren van procesparticipatie (zoveel mogelijk interactief)
De rol van de gemeente in de energietransitie
22
Windenergie en zonnevelden – Expert opinion Welke rol ligt voor de hand? Doordat de ontwikkelingen op het gebied van windenergie snel genoeg gaan doordat de markt opgaves voldoende oppakt is het mogelijk voor gemeenten om een faciliterende rol aan te nemen en is een stimulerende of eigenaarsrol niet nodig. Er is wel kans voor marktfalen en participatiefalen, namelijk de geselecteerde locatie wordt niet optimaal gebruikt of lokale participatie wordt onvoldoende geborgd. Om dit te voorkomen is nauwe betrokkenheid van de gemeente nodig. Echter, participatie kan ook in de faciliterende rol voldoende gewaarborgd worden (zie vorige slide). Grondposities helpen daarbij.
Zodoende ligt de Faciliterende rol bij windenergie en zonnevelden voor de hand.
→ Voor een invulling van de faciliterende rol bij windenergie, zie slide 16. Wat als?
- De markt het niet oppakt Sommige locaties hebben net niet de juiste omstandigheden. Zo kan de netwerkaansluiting te ver van de locatie liggen, is het gebied te dichtbij een woonwijk waar veel weerstand is en zijn deze factoren niet goed ingeschat bij het selecteren van de locatie. In die gevallen kan de gemeente een stimulerendere rol pakken. In het geval van een ontbrekende netwerkaansluiting kan de gemeente verschillende projecten met elkaar verbinden en gezamenlijk een netwerkaansluiting aanvragen en prioriteit afdwingen. In andere gevallen is het beter om op zoek te gaan naar een andere locatie of andere technische oplossingen (bijvoorbeeld meer zonnevelden als de wind niet gunstig is). Ook kan het zijn dat de eisen en voorwaarden gesteld door de gemeenten de ondernemers afschrikken. Denk hierbij aan zeer hoge lokale participatie eisen of opstapelen van eisen tegen overlast en voor lokaal profijt. In dit geval kan het verstandig zijn om eisen en voorwaarden bij te stellen.
- De gemeenten voldoende financiële middelen heeft en bereid is risico te lopen? De gemeenten kunnen er dan voor kiezen om intensiever deel te nemen in de ontwikkeling van windenergie in een samenwerkend of zelfs eigenaarsrol. Hierbij is technische know-how onontbeerlijk en dient de gemeente vanaf het begin van het project, wanneer het meeste risico is, betrokken te zijn en actief mee te denken. De gemeente krijgt rendement op de investering maar loopt risico en door minder schaalvoordelen en ervaring kan het projectrendement ook lager uitpakken dan als de markt het zou doen. De rol van de gemeente in de energietransitie
23
Zon op dak Financieel Zon op daken is een financieel aantrekkelijke investering door de aanwezigheid van subsidies en stimuleringsmaatregelen (SDE+, Postcoderoosregeling en Salderen). Echter, de mogelijkheid tot salderen en de “postcoderoosregeling” verdwijnen en de energiebelasting op stroom neemt af waardoor de investering in zon PV minder gunstig wordt. Einde 2019 wordt duidelijk wat hier voor terug komt. Voor grotere daken is participatie mogelijk via de postcoderoosregeling (PCR). Juridisch Ondanks de hoge eisen aan het energielabel op woningen van woningcorporaties groeit het aantal panelen op corporatiedaken niet zo hard. Dit komt onder andere omdat de woningcorporaties geen energieleverancier mogen worden waardoor een suboptimaal aantal panelen geplaatst kan worden en de SDE+ niet mogelijk is voor woningcorporaties. Investering door derden kan een uitweg zijn. Mogelijkheden om de drempels weg te nemen en het makkelijker te maken voor woningcorporaties worden momenteel door de overheid onderzocht. In het Bouwbesluit staat de verplichting dat per 1 januari 2023 elk kantoor groter dan 100 m² minimaal energielabel C moet hebben. Dit kan mogelijk een versnelling geven op de uitrol van zonnepanelen op bedrijfsdaken. Maatschappelijk sociaal Niet iedereen kan en wil zonnepanelen betalen.
Er zijn meerdere regelingen die financieringsconstructies aanbieden zodat particulieren niet alle benodigde investeringen zelf hoeven financieren.
De rol van de gemeente in de energietransitie
24
Zon op dak – Expert opinion Welke rol ligt voor de hand? Huiseigenaren investeren momenteel zelf in zonnepanelen op hun dak. Daar kan een faciliterende rol van de gemeente volstaan. Ondanks de groei van het aantal zonnepanelen op woningen in Nederland, blijven sommige daken onbenut. Voor die inwoners kan de gemeente een stimulerende rol kiezen. De woningcorporaties bezitten 20-35% van de woningvoorraad in de drie gemeenten en daarmee dus ook aanzienlijk dakoppervlak voor zonnepanelen. Hier zijn schaalvoordelen mogelijk maar er zijn ook aspecten die het lastig maken. De woningcorporaties mogen geen energieleverancier worden, hebben soms andere prioriteiten en in veel panden wonen ook particulieren die moeten instemmen met het plaatsen van zonnepanelen. Hier kan de gemeente samen met de woningcorporaties onderzoeken of er mogelijkheden zijn om een versnelde uitrol te stimuleren. Bijvoorbeeld door financiering te organiseren van panelen bij huurders die een negatieve BKR registratie hebben.
Hiernaast kan de gemeente in een eigenaarsrol of in een samenwerkingsverband het dakoppervlak van hun eigen panden en ander maatschappelijk vastgoed benutten voor zonnepanelen. Naast de duurzame opwek geeft dit ook een goed voorbeeld. Wat als?
- Ondanks voordelige regelingen de bewoners toch niet willen? De gemeente kan de inwoners niet dwingen maatregelen door te voeren. Beginnen bij de welwillende en dat verder uitbouwen is een effectievere route.
De rol van de gemeente in de energietransitie
25
Warmtenetwerken
26
Financieel Investeringen in warmtenetwerken in de bestaande bouw zijn hoog (zowel aansluiting als aanpassing gebouwen) en kent typisch lage rendementen (<5%). Warmte is kapitaalintensief (leidingen/infrastructuur), dus veel hangt af van de schaal van een ontwikkeling. De aanwezigheid van bronnen (geothermie, restwarmte, biomassa) bepaalt niet alleen de financierbaarheid maar ook de duurzaamheid van het net. Een aantal belangrijke risico’s zijn: Volloop (huizen sluiten trager aan op het warmtenet dan verwacht of helemaal niet) Afname standaardjaarverbruik (warmtevraag) Wijziging NMDA tarief Hogere piekvermogen nodig dan verwacht (waardoor evt. minder duurzaam) Bronnen werken minder goed dan verwacht (vooral bij geothermie) Open netten kunnen in theorie zorgen voor meer duurzame bronnen en meer concurrentie. Vaak is er maar een enkele bron mogelijk en moeten er afspraken gemaakt worden over de minimale afzet van die bron (omdat het anders een te risicovolle investering wordt) wat zorgt voor een suboptimale inzet van de bronnen en daardoor hogere kosten. Juridisch De warmtewet is aan talloze wijzigingen onderhevig. Bepalende onderwerpen zijn: toegestane tarieven/koppeling aan gas, open en gesloten netten, toezicht en handhaving, bepaling van de kwaliteit van de warmte (EOR, BENG). Het regulerende kader is risicovol voor een gemeente zonder ervaring op dit vlak.
De eisen aan de duurzaamheid voor nieuwbouw (BENG norm, zie Factsheet Warmtenetten in BENG van Lente-akkoord) worden steeds strenger. Een te groot aandeel gasketels in combinatie met een verder duurzame stadsverwarming kan er voor zorgen dat de warmte niet voldoet aan de eisen. Maatschappelijk sociaal Warmte is, afhankelijk van de lokale situatie (aanwezigheid bronnen, aard van de bebouwing), een geschikte manier om van het gas los te gaan. De meerkosten, met name voor kleine huishoudens kunnen echter aanzienlijk zijn en hier staan behalve CO 2 reductie weinig baten tegenover voor de huiseigenaar. Echter, er bestaat overheidsinstrumentarium (proeftuinen Ministerie van Binnenlandse Zaken en vanaf volgend jaar een warmtefonds) om bewoners/partijen die investeren in warmte tegemoet te komen. Organisatorisch In tegenstelling tot kleinschalige wind of zon is een lokaal warmtenet niet eenvoudig lokaal op te zetten. Waar het gebeurt is een actieve rol van de gemeente (Purmerend, Rotterdam, Nijmegen) vereist en gaat dit gepaard met aanzienlijke inzet van middelen en bijbehorende risico’s. Commerciële partijen zijn genegen zich te concentreren op grootschalige projecten met een voldoende robuust commercieel perspectief. Kleinschalige projecten zijn lastig te realiseren.
Kansen zijn ook mede afhankelijk van de aanwezigheid van (bij voorkeur duurzame) bronnen, zoals restwarmte van lokale industrie. De rol van de gemeente in de energietransitie
Warmtenetten – Expert opinion Welke rol ligt voor de hand? Door de enorme opgave die de gemeentes hebben om “”van gas af” te komen is de gemeente vaak initiatiefnemer. Door de collectiviteit van de netten is er ook een logische rol voor de gemeente. Door de complexiteit en de grote onzekerheid rondom warmtenetten zou volledig eigendom onverstandig zijn. Een samenwerkingen in de vorm van partnerschap ligt meer voor de hand. Wat als?
- De gemeenten voldoende financiële middelen heeft en bereid is risico te lopen? Ook in dit geval is er bepaalde expertise nodig die ingekocht moet worden en dat kan via een tenderprocedure. Een zorgvuldige afweging welke risico de gemeente neemt en welke de markt, is noodzakelijk. Bijvoorbeeld voor het exploitatierisico van een geothermie bron zou de marktpartij risicodragend kunnen zijn (en blijven gedurende de exploitatiefase) zodat problemen direct opgelost kunnen worden (bijvoorbeeld als de bron vast loopt) in plaats van de gemeente die dan een nieuwe opdracht moet verstrekken.
- De markt het niet oppakt De gemeente kan overwegen om meer risicodragend te zijn maar in dit geval moet goed onderzocht worden of een warmtenet wel de beste oplossing is. All electric (of hybride) kan bijvoorbeeld een goed alternatief zijn. De mogelijkheden zijn zeer afhankelijk van de nabijheid van bronnen en beeld van benodigde investeringen. Dit zou eerst onderzocht moeten worden.
De rol van de gemeente in de energietransitie
27
Financiële participatievormen en mogelijkheden
Financiële participatie komt in vele soorten en maten Een gemeente kan op hoofdlijnen drie doelen nastreven met projectparticipatie bij energieprojecten voor de lokale bevolking: De gemeenschap mee laten profiteren van lokaal opgewekte energie, de gemeenschap versterken én snelheid maken met de transitie. Burgerparticipatie als versterking van de gemeenschap en lokaal profijt Financiële participatie van de lokale bevolking kan zorgen voor draagvlak en minder weerstand, waardoor duurzame projecten sneller tot stand komen. Participatie kan voor de gemeente echter ook een doel op zich zijn. De burger kan zo financieel profiteren van de lokale ontwikkelingen en trotse eigenaar worden van groene lokale opwek. Maar ook brengt het burgers samen en kan het leiden tot een sterkere gemeenschap, doordat gezamenlijk een activiteit ondernomen wordt. Participatie versus snelheid van de energietransitie Daar waar participatie het draagvlak verhoogt en het weerstand vermindert kunnen de eisen ook té hoog zijn waardoor de business case niet meer sterk is of waardoor het niet meer te organiseren valt. Het voorkomen van slagschaduw kost bijvoorbeeld waardevolle productie-uren, waardoor de businesscase verslechtert. Vele inspraakrondes vertragen het proces.
Door de lokale bevolking juist via financiële participatie te betrekken kan het gesprek over voor- en nadelen van de energietransitie meer in balans komen. Participatievorm
Omschrijving/variant*
1. Lokale bevolking participeert indirect via gemeentelijke energiebedrijf
Gemeente richt een gemeentelijke energiebedrijf op of heeft een asset holding met een aandeel in energieprojecten Door dit belang heeft de gemeente participatie zelf in de hand
2. Lokale bevolking investeert direct in het project m.b.v.: a. Aandelen
Burger wordt mede-eigenaar van een deel van het park of de panelen. Zonder coöperatie of andere bundeling van burgerbelang niet aantrekkelijk voor veel ontwikkelaars
b. Achtergestelde (obligatie)lening
Participant sluit risicodragende, achtergestelde lening af. Al dan niet via crowdfundingsplatform, zoals duurzaaminvesteren.nl of oneplanetcrowd.nl
c.
Lening met lager risico en een lager rendement dan achtergesteld. Typisch bancair product.
Senior lening
3. Het project draagt bij aan de omgeving m.b.v.: 3a. Fonds
Het project draagt een vast deel van de omzet af aan een fonds, evt. met variabel component. Dit fonds kan ingezet worden voor velen project initiatieven door verschillende organisaties
3b. Direct aan organisatie of project
Een bedrag wordt direct aan een vereniging, organisatie of project gegeven
3c. Compensatie direct omwonende
Korting op de geproduceerde stroom voor omwonenden. Bedrag per omwonende. Isolatiemaatregelen vergoeden. Omwonende deelt mee in grondvergoeding.
De rol van de gemeente in de energietransitie
29
30
Een overzicht van de voor en nadelen van de verschillende participatievormen Participatievorm
Voordelen
Nadelen
Randvoorwaarden
1. Lokale bevolking participeert indirect via gemeentelijk energiebedrijf
• Gemeente kan waarborgen dat het belang van de gemeente voorop staat
• Mogelijk minder schaalvoordeel en ervaring dan markt. • Gemeente wordt aanjager van projecten en (daarmee) potentieel gewantrouwd.
• De gemeente heeft idealiter grondposities
2. Lokale bevolking investeert direct in het project m.b.v.: 2a. Aandelen
• Burger kan hoog rendement ontvangen en trots zijn op eigendom van schone energieproductie • Postcoderoosregeling voor zon aantrekkelijk • Zeggenschap voor burgers mogelijk (via afgevaardigden)
• Zonder coöperatie minder aantrekkelijk door hoge transactiekosten van individuele transacties. • Omwonende wil mogelijk niet investeren in iets waar hij tegen is • Risicodragend delen niet interessant voor ontwikkelaars met voldoende eigen kapitaal • Risicovol voor participanten en niet voor iedereen betaalbaar
• Coöperatie moet bestaan of geïnitieerd worden. • Voor postcoderoosregeling moet de investering gedragen kunnen worden door de omwonende
2b. Achtergestelde obligatielening
• Burger kan redelijk rendement ontvangen bij een lager risico dan aandelen
• Zie Aandelen • Lager rendement • Minder invloed voor de burger / grotere afstand
• Zie Aandelen
2c. Senior lening
• Financieren met laag risico
• Bank kan het vaak goedkoper en eisen dat ze eerste recht op uitbetaling en onderpand recht krijgen. • Burger zal zelden "on par" staan met banken en dus al snel achtergesteld zijn. • Bescheiden rendement bij bescheiden risico
• Bank moet het toestaan dat derden (ook) senior lening verschaffen
• Transparante uitgaven fonds Heldere doelen
3. Het project draagt bij aan de omgeving m.b.v.: 3a. Fonds (gemeenschap)
• Veel burgers worden bereikt. Aanjager andere goede doelen
• Profijt is vaak indirect voor de bewoners. • Er bestaat een risico op het verkeerd besteden van het fonds, besteding moet goed gelinkt zijn aan het doel
3b. Direct aan organisatie of project
• Zichtbare, concrete meerwaarde
• Minder aanjagende functie. • Eenmalige voordelen
3c. Compensatie • Per inwoner is het bedrag De rol van de gemeente in de niet energietransitie direct omwonende materiel, gewoonlijk.
• Per participant een klein bedrag. Niet iedereen kan profiteren. Arbitraire grens “omwonende”
Instrument: revolverend fonds Er zijn in NL de afgelopen 7 jaar in het merendeel van de provincies en een aantal (samenwerkende) steden regionale energiefondsen (REF) opgericht, zie voor een overzicht https://www.refs.nu/ De volgende zaken kunnen als randvoorwaardelijk worden beschouwd voor een “REF”: •
Een voldoende concreet beeld van de projecten die financiering behoeven en de aard en omvang van de benodigde middelen (“welk probleem willen we oplossen”)
•
Een startkapitaal van minimaal 5 miljoen euro investerend vermogen (anders wegen transactiekosten niet op tegen baten)
•
Bereidheid om aanzienlijk risico te lopen met betrekking tot de verstrekking van kapitaal en reële verwachtingen omtrent het revolverende karakter van de inleg (de rationale van het fonds t.o.v. geld in de markt is gelegen in minder stringente voorwaarden en risicovollere projecten)
•
Een handelingsperspectief van minimaal 8 jaar met tussentijdse evaluatie
•
Voldoende afstand tussen het bestuur en de fondsbeheerder om onafhankelijk omtrent toewijzing van middelen te kunnen beslissen
•
Een investeringsreglement waarmee toepassing van staatssteunregels wordt geborgd (middels toepassing van de vrijstellingsregels). Hierdoor kan het fonds geld uitlenen aan initiatieven tegen zachtere voorwaarden dan voor de markt gebruikelijk is, als met het project doelstellingen in relatie tot de energietransitie worden behaald.
De rol van de gemeente in de energietransitie
31
Instrument: gemeentelijk energiebedrijf Een gemeentelijk energiebedrijf (GEB) kan een werkbaar instrument zijn indien de overheid zelf het beeld heeft naast financieren (fonds) ook initiatief en eigendom naar zich toe te moeten trekken ten einde (onderdelen van) de energietransitie te kunnen realiseren. Wat is het? Bij een gemeentelijk energiebedrijf kan de lokale overheid direct sturen op de activiteiten die worden ondernomen. Het gaat dus om zeggenschap en niet enkel om financiële participatie (zonder zeggenschap). Wanneer? Als er gebrek is aan initiatief van de markt, waarbij (voorzien wordt dat) andere stimuleringsmaatregelen niet werken, de gemeente zelf de investering en de risico’s kan dragen en waarbij er een duidelijke koppeling is met publiek belang. De volgende zaken kunnen als randvoorwaardelijk worden beschouwd voor een “GEB”: •
Identificatie van marktfalen en expliciete benoeming van de markten waar het GEB in gaat stappen (zon, wind, warmte, geothermie, innovaties, besparing)
•
Een startkapitaal in de ordegrootte van 5 miljoen euro investerend vermogen (anders wegen transactiekosten niet op tegen baten)
•
Een team met kennis en ervaring van markten waarin geopereerd moet worden en het vermogen om te implementeren (andere rol dan beleid maken)
•
Zeer actief risicobeheer, in het bijzonder waar ingestapt wordt in infrastructurele projecten (warmte, groen gas), gegeven de grote financiële risico’s
•
Voldoende afstand tussen het bestuur en het GEB, om te vermijden dat politiek bestuurlijke afwegingen leidend zijn voor de activiteiten
•
Afstemming met de markt en borging van “compliance”; specifiek de wet Markt en Overheid, Aanbestedingsregels en staatssteun.
Te ondernemen stappen Als aan alle voorwaarden wordt voldaan is de volgende stap om een bedrijfsplan te maken. Hier komt, onder andere, in wat het GEB gaat doen, in welke vorm, met welke mensen of partners en hoe de verhouding is tot marktpartijen. Hierna volgt een implementatieplan met de planning van middelen in de tijd.
De rol van de gemeente in de energietransitie
32
Bijlage A. Lijst met afkortingen B. Notitie staatssteun C. Notitie nieuwe omgevingswet
34
Bijlage A: Lijst met afkortingen en begrippen RES
Regionale Energiestrategie
PBL
Planbureau voor de Leefomgeving
TJ
Terajoule (1000 miljard joule)
ha
Hectare
MW
Megawatt (Joule/sec)
EIB
European Investment Bank
VvE
Vereniging van Eigenaars
WMO
Wet Markt en Overheid
WKO
Warmte Koude Opslag
NWEA
Nederlands Windenergie Associatie
PCR
Postcoderoosregeling (investeren in zon op andermans dak in postcodegebied)
Salderen Regeling voor financieel voordeel zonnepanelen WKK
Warmtekrachtkoppeling
De rol van de gemeente in de energietransitie
SDE
Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE+ en SDE++ staan voor de opvolgers van deze regeling)
NMDA
Niet Meer Dan Anders (principe vastgelegd in de warmtewet dat stadsverwarming niet meer mag kosten dan een aardgasgestookte HR ketel)
BENG
Bijna Energieneutrale Gebouwen (eisen energieprestatie voor nieuwbouw)
PEF
Ook wel (fP;del). De totale hoeveelheid primaire fossiele energie die warmtenet in gaat, gedeeld door hoeveelheid warmte die wordt geleverd
EOR
Equivalent Opwekrendement (PEF = 1/EOR)
REF
Regionaal Energiefonds
GEB
Gemeentelijk Energiebedrijf
AGVV
Algemene groepsvrijstellingsverordening
Bijlage B: Notitie staatssteun Staatssteun is een belangrijke factor om rekening mee te houden. De belangrijkste factoren die hierbij in de gaten moet worden gehouden is de hoogte van de bedragen en uitzonderingregels (voor milieu/duurzaamheid). De wet stelt dat er sprake is van staatssteun als: • de steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht; • de steun wordt door staatsmiddelen bekostigd; • deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (nonmarktconformiteit); • de maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector/regio; • de maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU. Echter zijn er voor milieu/duurzaamheid belangrijke uitzonderingen die overheidssteun vrijstellen van de aanmeldingsverplichting. Dit betreft exploitatiesteun tot 15 miljoen euro maar loopt op tot 150 miljoen als de opdracht via een concurrerend biedprocedure is gegund. Deze bedragen zijn vastgelegd in de AGVV. Door deze bedragen is het vaak niet de hoeveelheid overheidssteun die wordt gegeven een probleem, maar de manier waarop deze wordt toegekend. Hiervoor dient gekeken te worden naar de aanbestedingsregels.
De rol van de gemeente in de energietransitie
35
Bijlage C: Notitie nieuwe omgevingswet In 2021 zal de nieuwe omgevingswet in werking treden waarbij een groot aantal wetten met betrekking tot ruimtelijke ordering worden samengevoegd. Dit moet de sturingsmogelijkheid van gemeenten op de fysieke leefomgeving vergroten. Momenteel is de wet en de daarbij behorende instrumenten nog in ontwikkeling waardoor niet alle informatie en de precieze invulling bekend is. Wel gaat deze nieuwe wet van invloed zijn op het behalen van duurzame beleidsdoelen. Voor de beleidsontwikkeling in relatie tot de energietransitie volgt de omgevingswet 3 niveaus, van visie tot regels: A. Omgevingsvisie: integraal beleid B. Programma: uitwerking beleid en maatregelen, mogelijk voor een specifiek thema (bijvoorbeeld warmte) of gebied (bijvoorbeeld een specifieke wijk). C. Algemene regels en omgevingsvergunningen: doorwerking beleid naar derden in een omgevingsplan Kerninstrumenten van de nieuwe omgevingswet per niveau zijn:
A • Omgevingsvisie: Strategisch en integrale langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving. Verplicht voor zowel het rijk als provincie en gemeente. o De Transitie Visie Warmte is onderdeel van omgevingsplan m.b.t. duurzame warmtevoorziening in gebouwde omgeving.
B • Programma’s: Maken de doelen van de omgevingsvisie concreet. Indien nodig met een programmatische aanpak. • Gemeentelijk Omgevingsplan. Het omgevingsplan geeft invulling aan de maatschappelijke opgaven uit de gemeentelijke omgevingsvisie. C
• Algemene rijksregels: Rijksregels voor activiteiten beschermen de leefomgeving. Initiatiefnemers weten hierdoor vooral wat de mogelijkheden zijn en hoeven geen vergunning aan te vragen. • Omgevingsvergunning: een omgevingsvergunning is alleen nodig als de algemene rijksregels niet volstaan. Deze kan worden aangevraagd bij één loket. • Projectbesluit: een projectbesluit is nodig voor ingrijpende en ingewikkelde projecten waarbij een publiek belang speelt.
De rol van de gemeente in de energietransitie
36
37
Over Rebel No change without a Rebel Rebels werken aan de vraagstukken van de toekomst op het gebied van
Hoe we op die dag met elkaar begonnen, is hoe we vandaag werken
duurzaamheid, transport, gebiedsontwikkeling, zorg en de sociale sector.
voor en met onze samenwerkingspartners: op basis van vertrouwen. In
Wij maken impact, niet alleen als adviseur maar ook als investeerder. Want
alles wat we doen – en dat is veel – is ons streven om een positieve
wie gelooft in zijn eigen adviezen, investeert mee. Toegewijd aan het
impact op de wereld te hebben. Op het raakvlak van publiek en privaat,
creëren van verandering, initiëren en realiseren we ook onze eigen
omdat ons Rebel-rode hart daar ligt waar maatschappelijke waarden en
projecten. We leveren kwaliteit op het gebied van o.a. strategisch advies &
privaat ondernemerschap samenkomen.
ontwikkeling, beleidsanalyses & evaluatie, partnership consulting &
Een ambitieuze doelstelling misschien, maar wel één die uitdaagt. We
contracten, financieel advies & modellering en investeren & fondsbeheer.
nodigen iedereen uit aan te schuiven en onderdeel te worden van de verandering. Samen buiten de lijntjes kleuren. Als overheid, bedrijf en
Samen buiten de lijntjes kleuren Het Rebel-avontuur begon in 2002 met tien stoelen. Aan een grote ronde tafel besloten de eerste Rebels – na een carrière bij adviesbureaus – een eigen onderneming te starten. Eentje zonder kaders, hiërarchie en bazen. Een plek waarbinnen iedereen zijn beste zelf kan zijn. Alles wat we in ons hebben, leggen we op tafel. Intrinsieke motivatie, de drang om verandering te brengen, inhoud en één focus: impactvolle projecten realiseren,
wereldwijd. Inmiddels werken we met meer dan 180 Rebels vanuit onze kantoren in Rotterdam, Amsterdam, Antwerpen, Düsseldorf, Washington D.C., Nairobi, Johannesburg, Mumbai, Manila en Jakarta.
De rol van de gemeente in de energietransitie
individu.
Floor Hooijman
Tim van Walen
+31 6 16 64 30 71
+31 6 31 74 12 13
Floor.Hooijman@rebelgroup.com
Tim.vanWalen@rebelgroup.com
Rotterdam (HQ)
Antwerpen
Düsseldorf
Washington DC
Mumbai
Wijnhaven 23 3011 WH Rotterdam Nederland +31 10 275 59 90
Nairobi Jakarta
Johannesburg
info@rebelgroup.com www.rebelgroup.com
Manilla