Bijlage 11. Vragen en antwoorden Informatieavonden A73 Maasl
Tekst van het document
Zorg/ Vraag
Beantwoording
Als naar grondeigenaren wordt gekeken, is het percentage boom- en sierteeltkwekers niet zo groot. Maar als je verder kijkt, zie je dat de gemeente veel grond verpacht heeft aan akkerbouwers en boomtelers. De akkerbouwers en boomtelers wisselen de grond uit. De boomtelers hebben vanuit deze optiek zo’n 95 à 98% van de grond in gebruik (met tussenkomst van akkerbouw en groenbemesters). De cijfers van het kadaster kloppen, maar geven wel een vertekend beeld. Bij de gebiedsverkenning is dit niet goed naar voren gekomen. De windmolens worden geplaatst in het kader van duurzaamheid, maar het kan niet de bedoeling zijn om een van de meest duurzame sectoren ter wereld op te offeren voor iets anders duurzaam. De boomen sierteelt zorgt voor een gigantische CO2-reductie. Stel dat er windmolens komen en de helft stopt, dan krijg je veel minder CO2-reductie omdat al die bomen en planten niet meer geteeld worden. Zijn werknemers op het veld ook beschermd voor de geluidsuitstraling/ slagschaduw van een turbine?
de tuinsector heeft hun specifieke werkwijze/bedrijfsvoering, belang van gronden en werkzijze onderling is vanuit de gesprekken met de sector goed in beeld gebracht. Ook de (concept) visie geeft een goed beeld en benoemt de zorgen irt dit project. In de gesprekken tussen boomtelers en gemeente zal zeker gekeken worden welke mogelijkheden er zijn om de sector te verstevigen, juist ook als er eventueel windmolens in het gebied komen.
Waarom is er wel een uitsluitingszone rondom het spoor, maar niet voor het land van boom- en sierteelt? Wat is het ruimtegebruik van een windturbine?
Wat is de invloedssfeer als een windwiek naar beneden valt?
het (directe en indirecte) ruimtebeslag van windmolens is relatief beperkt (< 1% van projectgebied). terwijl het CO2-reducerend effect groot is. Wij begrijpen de gevolgen voor de bedrijfsvoering van ondernemers en willen onderzoeken hoe we deze effecten (verder) kunnen beperken. Vanuit wetgeving gelden er geen contouren voor velden en het werken op velden in de directe nabijheid van windmolens. De invloed en effecten zullen onderdeel zijn van het vervolgonderzoek (bijvoorbeeld MER studie of arbo-studie). Voor het spoor geldt een wettelijke uitsluitingszone in verband met externe veiligheid. Deze wetgeving is er niet specifiek voor boom- en sierteelt. De fundatie is +- 25 m2 (cirkel). Er is een zone voor de kraan nodig van 30-40 meter lang. Er is vrije ruimte van 20-170 meter nodig. Daarnaast is er een weg naar de turbine nodig van 6 meter breed. In totaal zal er voor het gebied HH een ruimtegebruik nodig zijn van minder dan 1%. De invloedssfeer van het falen van een turbine door het afbreken van een rotorblad, wordt onder andere bepaald door de ashoogte, de rotordiameter en het toerental van de turbine. Het worst case-scenario is dat een op vol vermogen draaiend rotorblad afbreekt en wordt gelanceerd. Theoretisch kan een afgebroken en weggeslingerd rotorblad van de thans meest gebruikte turbines een afstand van honderden meters overbruggen.
In de beoordeling van de plaatsing van de turbine wordt bij de beoordeling van externe veiligheid gekeken naar de kans van optreden van het falen van een windturbine in realatie tot de gevoelige objecten/ activiteiten. Hiervoor is de Handreiking risicozonering windturbines opgesteld.
Hoe zit het met ijsafzetting? Ivm met personeel dat ook in winter en lente op het land werkt.
In hoeverre beïnvloeden de windturbines bestaande en toekomstige GPS en bodemscansystemen/ drones? Er zijn zorgen over de knock-off effecten van mogelijke noodzakelijke verplaatsingen van teelt door windmolens. De komst van windmolens betekent waarschijnlijk dat (sommige) telers moeten inkrimpen of verplaatsen. De percelen hier liggen niet voor het oprapen. Wat betekent het voor de ondernemers als ze moeten verplaatsen. Er zijn zorgen dat het door slagschaduw en geluid niet meer mogelijk is om in de kas of op het veld te werken. Gaan de kassen niet als een grote klankkast ervaren worden? Leidt plaatsing van windmolens tot aantrekking zonneweides? Er zijn zorgen dat als er windmolens geplaatst worden, er in de omgeving een directe aantrekking van zonneweides plaatsvindt. Wordt dit misschien zelfs verplicht door netwerkbeheerders? In het huidige beleid is dit niet opgenomen, maar hoe zit dat na 2030? Dit is voor de boomteelt belangrijk omdat hier met lange termijn planning van 2-6 jaar wordt gewerkt. Er zijn roofvogels aanwezig in het gebied, vermoedelijk door de vele windsingels met veel voedsel voor knaagdieren. In de toekomst is het niet meer mogelijk om chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken, waardoor binnenkort alleen nog biologisch geteeld kan worden. Er worden nu ook al uilenkasten en kasten voor torenvalken geplaatst.
In natuurgebieden worden er eisen gesteld, in verband met fauna, moet dat in dit gebied dan niet ook?
Voor ijsafzetting zijn geen algemene regels. Wel is er een protocol opgesteld hoe hiermee om te gaan. In de praktijk worden windturbines bij risico op ijsafzetting uit bedrijf genomen en het risicogebied afgezet. In Nederland komen gemiddeld twee tot zeven dagen per jaar omstandigheden voor waarbij ijsafzetting op windturbines kan optreden. (BRON https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/ 2019/04/190415-veiligheidsprotocol-ijsafzettingwindturbines-versie-15.pdf). Gezien de kleine kans/frequentie en een protocol, zijn de risico's beperkt en beheersbaar. Dit gaan we uitzoeken. Ter aanvulling: zelfs in stedelijke omgeving met veel gesloten hoogbouw werkt GPS (over algemeen prima). De gemeente zal in gesprek blijven met de boomtelers om te kijken - indien er windmolens worden geplaatst - wat dit betekent voor de bedrijfsvoering. zoals aangegeven is het ruimtegebruik voor windmolens niet groter dan 1% van het totale gebied HH. Er zijn geen contouren voor velden of kassen. De geluidsbelasting en slagschaduw kunnen wel op velden geplot worden voor de analyse. Daarbij kunnen ook de kassen worden meegenomen. Vanuit het nu vastgestelde beleid wordt voor het gebied A73/Maaslijn enkel onderzocht op de mogelijkheden van windenergie. Of en vanuit wie er in de toekomst nog verplichtingen komen of mogelijkheden worden gezien voor zon, is nog niet besloten.
Er gelden zeker eisen mbt fauna, of hier ook eisen specifiek gelden irt biologische teelt moet nog uitgezocht worden.
Hoe zit het met microplastics die van de rotorbladen afkomen en op de percelen terecht komen?
Slijtage of Leading edge erosie (LEE) treft bijna alle windturbines. Hierbij treedt erosie op aan de voorrand van een windturbineblad door regen, hagel, zand, stof, insecten en andere zwevende deeltjes. Het zorgt ervoor dat de jaarlijkse energieproductie en zo ook de winstgevendheid van turbines vermindert. Om de effecten van LEE tegen te gaan, worden voornamelijk coatings zoals epoxy, een soort kunsthars, gebruikt. Het is net deze epoxy dat microplastics bevat, met name BPA (Bisfenol A). (BRON: https://factcheck.vlaanderen/factcheck/windturbinesverliezen-geen-62-kg-per-turbine-aan-microplastic)
Wat zijn de gevolgen van het microklimaat dat gecreërd wordt op de teelt? Is er door de windverplaatsingen in de winter meer vorstschade mogelijk? Is slagschaduw op de teelt nadelig? Als er door beregening schade ontstaat aan de turbines, zijn kwekers dan verantwoordelijk?
Windmolens fungeren niet als ventilatoren.
Zijn er beperkingen voor mogelijke uitbreidingsplannen voor boomkwekerijen door restricties door windturbines? Is er een verhoogd risico bij blikseminslag? Er ligt een netwerk aan leidingen in de grond voor aansturing van het kasklimaat. De beregeningscomputers zijn gevoelig voor inslagen in de buurt, met grote schade als gevolg. Consequenties van mogelijke verplaatsing boomkwekerijen. Als door windturbines boomkwekerijen verplaatst moeten worden, leidt dit tot extra transportbewegingen, hogere kosten en extra CO2-uitstoot. Nu zijn de kwekerijen aan de buitenkant van de dorpen gevestigd t.o.v. de velden en hoeft er geen (ongewenst) transport door de dorpen heen. Wie is verantwoordelijk voor schades als gevolg van windturbines? Hoe hoog worden de windturbines?
Dit zal in het vervolgproces - indien er gesprekken in het gebied gaan plaatsvinden - besproken worden. Welke en welk soort afspraken gemaakt worden, is nu nog niet bekend. Als er behoefte is aan uitbreiding dan zal dit in overleg met de gemeente gaan. Er is zeker kan op blikseminslag bij windmolens, hier is onderzoek over beschikbaar. Daarbij worden windmolens standaard uitgerust met alle mogelijke bescherming ter voorkoming van inslag. De gemeente realiseert zich dat er (grote) consequenties zitten aan het verplaatsen van boomkwekerijen. Voor dit moment is niet het beeld dat dit nodig is.
De eigenaar / eigenaren zijn in de basis verantwoordelijk. In het milieutechnische onderzoek kijken we naar een laag en een hoog scenario. In het lage scenario kijken we naar de initiële effecten bij de plaatsing van windturbines met een vermogen tussen de 3 en de 4,5 MW. De maximale dimensies die we hanteren betreffen een tiphoogte van max 200 meter en een rotordiameter van max 140 meter. De windturbines die in Venlo zijn geplaatst vallen in dit scenario. Voor het Hoge scenario gaan we uit van windturbines met
een vermogen tussen de 4,5 en 6 MW met een max tiphoogte van max 250 meter en een rotordiameter van max 170 meter.
Hoeveel windturbines komen er in het gebied?
Waar komen de windturbines te staan?
Welke milieueffecten hebben windturbines?
Wat zijn de gezondsheidseffecten van het wonen nabij een windturbine?
Vanuit de haalbaarheidsstudie kunnen er maximaal 5 (hoog) - 6 (laag) windmolens in het gebied Hoogheide en tussen de 3 (hoog) - 4 (laag) windmolens in het gebied Hoogheide komen. bij ontwikkeling van beide gebieden, is de maximale ruimte minder; dan vallen er vanuit geluid en externe veiligheid windmolens af. Verder kent klaver 11 vanuit de studie ruimte voor 1 enkele windmolen. Aangezien er in dit geval geen sprake is van een energielandschap (minimaal 3 windmolens), is dit gebied niet (verder) meegenomen binnen deze milieutechnische studie. Dat is nog niet bekend. Er zijn twee gebieden tot stand gekomen naar aanleiding van een eerste bureauonderzoek waarin enkele uitgangspunten zijn gebruikt, waarin onder andere een afstand is gehanteerd van 350 meter tot individuele woningen. Daarnaast is ook een vaste afstand tot natura 2000, buisleidingen, rijkswegen en spoor gehanteerd. Windturbines hebben diverse milieueffecten, zoals geluid, slagschaduw, externe veiligheid, ruimtegebruik, effecten op flora en fauna (zoals vleermuizen en trekvogels). Milieueffecten worden in een Milieueffectrapportage (MER) verder onderzocht en beoordeeld. Een MER is een verplicht onderdeel bij de planvorming van windturbines. Er zijn mensen die vrezen dat hun gezondheid verslechtert als er windmolens in de buurt komen.
Er is veel onderzoek gedaan naar dit onderwerp, bijvoorbeeld door de GGD en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). De conclusie uit dat onderzoek is dat er geen bewijs is dat windmolens mensen ziek maken. Dat directe verband is niet ontdekt. Ook de Correspondent – een onafhankelijk journalistiek medium dat zich vooral richt op onderzoek, achtergronden en fact checking – schreef over dit onderwerp een artikel. En het RIVM publiceerde in oktober 2020 een update onder de titel ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid: een update’.
Hoe wordt overlast gemeten?
Wordt er met berekeningen rekening gehouden met het verschil tussen doorsnee mensen en hoog sensitieve mensen? Met name op het geluidsaspect. Hoe wordt de overlast gecompenseerd?
Is er een mogelijkheid tot planschade wanneer deze windturbines geplaatst worden? En tellen deze op met alle andere ontwikkelingen?
Waarom zijn de landelijke richtlijnen ongeldig verklaard?
Wat gebeurt er als de windturbines - wanneer deze zijn geplaatst - niet voldoen aan deze landelijke richtlijnen? Welke wetgeving wordt er gevolgd qua afstanden tot woningen? En moeten we niet werken met vaste afstanden?
Afhankelijk van het soort overlast kan er gemeten/getoetst worden (geluid, slagschaduw). Voor andere soorten overlast moet in overleg gekeken worden wat de overlast is en welke mogelijkheden voor meting er landelijk zijn (en worden toegepast). Dit onderscheid wordt niet gemaakt (kan niet worden gemaakt, in die zin dat hier sprake is van subjectieve/persoonlijk verschillende ervaring). Of er sprak is van compensatie en op welke manier kan nu vooraf niet gezegd worden. Dit zal beken worden op het moment dat hier sprake van is, in overleg. Planschade is van toepassing binnen de ruimtelijke procedure, dus als er een bestemmingsplan wordt opgesteld en windmolens ruimtelijk/in het gebied mogelijk worden gemaakt. Er zal met de initiatiefnemer (degene die de windmolens zal realiseren) een planschade-overeenkomst worden overeengekomen. De (eventuele) kosten van planschade komen namelijk voor rekening van de ontwikkelaar. In de uitspraak oordeelt de Raad van State dat de algemene regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer buiten toepassing moeten worden gelaten. Voor deze rijksregels is namelijk niet de juiste procedure gevolgd. De rijksregels zijn wel gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar de milieugevolgen. Maar volgens een EU-richtlijn had een milieueffectrapport (MER) moeten worden gemaakt.
Dan is er sprake van een 'illegale situatie' er zal er handhaving moeten plaatsvinden. Landelijk wordt er via de Plan MER (nieuwe) regels opgesteld voor Winturbines. Het is daarbij nog niet bekend of er sprake is van vaste afstanden, dan wel van normen of een combinatie. Voor nu brengt Arcadis alle (milieu-)effecten van de windmolens in beeld. Met mogelijk nieuwe wetgeving/regels moeten we zeker rekening houden. Voor het huidige onderzoek/haalbaarheid zal dit dan nog moeten worden doorgevoerd (opnieuw getoetst). Deze informatie wordt meegegeven aan de raad als zij de gebiedsvisie met alle bouwstenen ontvangen.
Is de gemeente bereid te wachten met het plaatsen van de windturbines tot er landelijke wetgeving is?
Wie wordt de eigenaar van de windturbines?
De omwonenden rondom de zoekgebieden krijgen al te maken met veel overlast vanuit de omgeving. Namelijk luchtkwaliteit, overlast door arbeidsmigranten, verkeersoverlast. Waarom wil de gemeente óók nog windturbines in dit gebied plaatsen? Omwonenden geven aan dat zij de controle verliezen - veranderingen sluipen er steeds langzaam in en de onzekerheid van de windturbines zorgen voor onrust in het gebied.
Omwonenden geven aan dat zij het gevoel hebben dat zij hier voor de 'fun' zitten en niet serieus genomen worden. Zij geven aan dat ze de overheid niet goed vertrouwen.
Het proces om windmolens te vergunning en plaatsen, duurt nog jaren. Streven is vergunningverlening uiterlijk 1-1-2025, zodat plaatsen van de windmolens voor 1-1-2030 wordt gehaald. Er zullen dus nog meerdere jaren nodig zijn voordat een windmolen geplaatst kan worden in de gemeente. Daarbij zal er altijd worden voldaan aan de normen die gelden. Nu al het proces tijdelijk stilleggen, is niet nodig, omdat de gemeente moet voldoen aan de wet. De gemeente streeft naar 100% lokaal eigendom, dit moet minimaal 50% zijn. Wie eigenaar wordt van een of meer windmolens is nu niet bekend. Op basis van een inventarisatiekaart is zichtbaar geworden welke gebieden letterlijk nog ruimte hebben voor windmolens. De gebieden waar ruimte is voor bijvoorbeeld windmolens, zijn ook de gebieden waar ruimte is voor andere ontwikkelingen. Dit zijn dus meestal dezelfde gebieden, waardoor er sprake is/kan zijn van stapeling van ontwikkelingen. Dit signaal en gevoel is bekend. Juist door open te zijn over de opgaves in het algemeen belang , effecten en risico's expliciet te benoemen, goed te luisteren naar zorgen in inzichten van belanghebbenden, helder te zijn over het procesfasering en de belangenafweging beogen we tot een optimaal gedragen eindresultaat te komen. Dit signaal en gevoel is bekend.
Juist door open te zijn over de opgaves in het algemeen belang , effecten en risico's expliciet te benoemen, goed te luisteren naar zorgen in inzichten van belanghebbenden, helder te zijn over het procesfasering en de belangenafweging beogen we tot een optimaal gedragen eindresultaat te komen.