CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Concept eindadvies

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: MER + Aanvulling MER4.068 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

3797TSEA advies Toverland eindconcept eindconcept 21 november 2025

1

Advies over het MER en de aanvulling in het kort

Gemeente Horst aan de Maas wil attractiepark Toverland de mogelijkheid bieden in de komende jaren stapsgewijs uit te breiden en te blijven ontwikkelen. De gemeente wil daarvoor een bestemmingsplan vaststellen met flexibele ontwikkelmogelijkheden 1. Het plan 5

biedt de mogelijkheid tot uitbreiding van het attractiepark in noordelijke en/of westelijke richting en het realiseren van hotelkamers en andere recreatieve verblijfseenheden (zie figuur 1). Voor het besluit hierover is een milieueffectrapport (hierna: MER) opgesteld. In haar voorlopig advies2 over dit MER signaleerde de Commissie voor de

10

milieueffectrapportage (hierna: Commissie) dat er essentiële informatie ontbrak in het MER. Het MER is naar aanleiding van dit advies aangevuld.3 De gemeente Horst aan de Maas heeft de Commissie gevraagd te adviseren over het aangevulde MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid hiervan.

Wat staat in het MER en de aanvulling?

15

In het MER zijn de milieueffecten van tien (inrichtings)modellen onderzocht. De modellen gaan uit van hetzelfde totaalprogramma met dezelfde planologische elementen: •

uitbreiding van het attractiepark (aantal bezoeken (maximaal 3,74 miljoen bezoekers per jaar) en aantal attracties);

20

•

maximaal 800 hotelkamers (maximaal 8 verdiepingen);

•

maximaal 280 recreatieve verblijfseenheden op een vakantiepark plus een camping met camperplaatsen.

De modellen verschillen op de volgende punten: 25

•

de richting waarin het attractiepark zich ontwikkelt: noordelijke of westelijke richting;

•

de mate van compactheid: er is een compacter en een extensiever model;

•

de positionering van de verschillende voorzieningen voor verblijfsrecreatie, zoals de camping, het hotel en de recreatiewoningen;

•

model 5 (a en b) bevat bovendien een Camp Resort.

30 Het MER is aangevuld op alle door de Commissie in haar eerdere advies gesignaleerde punten.

Wat is het advies van de Commissie? 35

De Commissie heeft grote waardering voor de wijze waarop de aanvulling is opgezet en uitgevoerd. Met de aanvulling en de bijbehorende onderzoeken is veel extra informatie beschikbaar over het project. Daarnaast is een aantal onderbouwingen aangescherpt en aangevuld én is inzichtelijk gemaakt waar nog kennis ontbreekt en hoe die wordt aangevuld (bijvoorbeeld over parkeeroplossingen).

40 De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER echter dat nog wel belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de 1

De gemeente stelt een zogenoemd bestemmingsplan verbrede reikwijdte vast op grond van de Crisis- en herstelwet.

2

Het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie van 28 maart 2024.

3

‘Een magische toekomst voor Toverland, aanvulling op het milieueffectrapport’ van 18 september 2025, opgesteld door Kragten.

-1-

3797TSEA advies Toverland eindconcept eindconcept 21 november 2025 leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over het bestemmingsplan. Het gaat om de volgende punten: •

Geluid van publieksevenementen. De aanvulling toont niet aan dat wordt voldaan aan de dB(C)-waarde4 uit het ‘Beleid Geluidnormering bij evenementen’5.

5

•

Geluid- en lichteffecten vuurwerkshows. In de aanvulling is het piekgeluid van vuurwerkshows niet in beeld gebracht. Ook zijn de lichteffecten van vuurwerk niet beschreven.

•

Intern salderen stikstofdepositie. De aanvulling maakt niet aannemelijk dat het in de projectfase mogelijk is om intern te salderen.6 Daardoor is op dit moment niet duidelijk

10

of het project uiteindelijk wel te realiseren is. De Commissie adviseert deze informatie in een nieuwe aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan Toverland. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.

15 Aanleiding MER Gemeente Horst aan de Maas stelt een ‘bestemmingsplan verbrede reikwijdte’ op voor attractiepark Toverland. Dit bestemmingsplan moet Toverland de mogelijkheid bieden om stapsgewijs uit te breiden. Het plan stelt kaders vast waarbinnen het park mag uitbreiden.

20 Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van een themapark mogelijk als bedoeld in categorie D10 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dat betekent dat de gemeente een mer-beoordeling moet doen. De gemeente en initiatiefnemer hebben deze stap echter overgeslagen en direct een projectMER opgesteld.

25 Wetgeving van toepassing op dit plan Voor dit plan en het MER is de wetgeving – onder andere de Wet milieubeheer - zoals die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing en niet de huidige wetgeving (Omgevingswet). Dit omdat het plan ter inzage is gelegd voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 van kracht werd.

30 Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van

35

Horst aan de Maas - besluit over het bestemmingsplan Toverland. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken, die bij het advies zijn gebruikt, staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3797 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

40

4

De dB(C)-waarde geeft een betere beschrijving van de lage tonen (bastonen).

5

Zie: Evenementenbeleid gemeente Horst aan de Maas | Lokale wet- en regelgeving

6

Specifiek is niet aannemelijk gemaakt dat in de projectfase kan worden voldaan aan het vereiste dat intern salderen niet nodig is als maatregel om Natura 2000-gebieden te behouden, herstellen, uit te breiden of verbeteren (additionaliteitsvereiste). Zie de Rendac-uitspraak: Rechtspraak over intern salderen wijzigt - Raad van State.

-2-

3797TSEA advies Toverland eindconcept eindconcept 21 november 2025

Figuur 1: Plangebied (paarse lijn) en huidige locatie attractiepark (gele lijn) (bron: MER)

2 5

Toelichting op het advies

In dit hoofdstuk licht de Commissie haar beoordeling van de aanvulling toe. Aan deze beoordeling koppelt zij adviezen en aanbevelingen. Adviezen staan in een tekstkader. Het uitvoeren daarvan is essentieel voor het volwaardig meewegen van het belang voor de leefomgeving bij het besluit over het bestemmingsplan Toverland. Dit moet volgens de Commissie gebeuren voordat de gemeenteraad van Horst aan de Maas hierover een besluit

10

neemt. Aanbevelingen staan niet in een kader. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming – nu en in de toekomst - te verbeteren.

15

2.1 Maximale mogelijkheden bestemmingsplan De Commissie adviseerde in haar voorlopig toetsingsadvies om de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan te beschrijven en de effecten daarvan in beeld te brengen. In de aanvulling op het MER worden de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt op een aantal punten ingeperkt (aantal bouwlagen hotel, randvoorwaarden attracties) ten opzichte

20

van het ontwerp-bestemmingsplan. Ook worden de uitgangspunten verduidelijkt (alle verblijfsfuncties worden gasloos gebouwd). Daarnaast is het MER aangevuld met onderzoeken naar de effecten op landschap en met grondwatereffecten. Het MER brengt

-3-

3797TSEA advies Toverland eindconcept eindconcept 21 november 2025 daarmee de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan én de effecten daarvan in beeld. Daarmee is voldoende invulling gegeven aan het eerdere advies van de Commissie.7

2.2 Referentiesituatie en autonome ontwikkeling 5

De Commissie adviseerde in haar voorlopig toetsingsadvies om de juiste referentiesituatie vast te stellen en de effecten van het plan ten opzichte daarvan in beeld te brengen. In de aanvulling op het MER is de referentiesituatie opnieuw vastgesteld. Daarnaast zijn de effecten van het bestemmingsplan Toverland en de gebiedsontwikkeling Grandorse tezamen in beeld gebracht (cumulatie). Daarmee is voldaan aan het eerdere advies van de Commissie.

10

2.3 Verkeer, mobiliteit en infrastructuur 2.3.1 Bereikbaarheid en afwikkeling De Commissie adviseerde in haar voorlopig toetsingsadvies om de verkeersberekeningen te herzien en uit te breiden op basis van het te actualiseren verkeersmodel. Ook vroeg ze om 15

aan te geven op welke ruimtelijke, socio-economische8 en verkeerskundige uitgangspunten het nieuwe model is gebaseerd. Ze adviseerde verder de berekeningen uit te breiden door de verkeersafwikkeling in de drukste uren en op de maatgevende drukke dag voor de verschillende situaties (huidig, referentie, plan) in beeld te brengen.

20

De aanvulling bevat een actualisatie van het verkeersonderzoek9. Dat onderzoek heeft een logische opbouw en brengt de spitsperioden – met de avondspits als maatgevende periode – goed in beeld. Voor de relevante kruispunten/rotondes is op basis van het geactualiseerde verkeersmodel doorgerekend hoe de afwikkeling zal zijn en of maatregelen nodig zijn. De uitkomsten van de berekeningen zijn plausibel en consistent met elkaar. De aanvulling

25

beschrijft extra maatregelen ten opzichte van het MER, zodat op dit punt is voldaan aan het eerdere advies van de Commissie. Een van die maatregelen is dat de rotonde N277/Helenaveenseweg met bypass wordt vervangen door een zogenaamde knierotonde10 waarmee de afwikkelingscapaciteit fors wordt

30

vergroot. De vraag daarbij is wel of het weggedeelte tussen de nieuwe rotonde en het parkeerterrein op een drukke(re) dag het aankomende verkeer kan verwerken. De Commissie beveelt daarom aan om de afwikkeling van het entree goed te monitoren en vroegtijdig maatregelen te ontwikkelen voor het geval dat daar de doorstroming stagneert.

35

2.3.2 Parkeren De Commissie adviseerde in haar voorlopig toetsingsadvies om een parkeerbalans voor de plansituatie op te stellen. Ook was het advies om het toekomstig aantal parkeerplaatsen te beschrijven en de ontwerpuitgangspunten voor de ruimtelijke inpassing daarvan. Bij de

7

Behoudens de aanbeveling in paragraaf 2.7.3 van dit advies.

8

De ontwikkeling van aantal inwoners in de omgeving en (type) arbeidsplaatsen.

9

Bijlage B1 bij de aanvulling: Actualisatie verkeerskundig onderzoek t.b.v. MER en BPVR Toverland van 5 december 2024. Bijlage B3 bij de aanvulling: Cumulatieve verkeerseffecten Toverland en Grandorse van december 2024. Bijlage B4 bij de aanvulling: Resultaten onderzoek verkeersmodel van 12 november 2024.

10

Bij een knierotonde is sprake van een extra rijstrook op de aankomende tak en op de rotonde zelf en schuift di rijstrook over 360° één strook op.

-4-

3797TSEA advies Toverland eindconcept eindconcept 21 november 2025 aanvulling is een parkeerbalans11 uitgewerkt. Deze is goed onderbouwd en navolgbaar. Ook de uitgangspunten voor de opbouw en inrichting van het parkeerterrein zijn voldoende beschreven. Daarmee is voldaan aan het eerdere advies van de Commissie.

5

2.4 Geluid 2.4.1 Incidentele bedrijfssituatie: publieksevenementen De Commissie adviseerde in haar voorlopig toetsingsadvies om voor de publieksevenementen te onderbouwen: •

10

Wat in de nachtperiode de maximale geluidsniveaus zijn in de woningen, welke slaapverstoring dit met zich mee brengt en waarom dit al dan niet toelaatbaar zou zijn. Betrek daarbij de nota ‘Evenementen met een luidruchtig karakter’.

•

Wat de maximale muziekgeluidniveaus zijn bij de woningen en of en waarom al dan niet 10 dB-toeslag wordt gehanteerd bij het bepalen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau.

15 De aanvulling bevat een actualisatie van het akoestisch onderzoek12. Uit deze aanvulling blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau13 ten hoogste 69 dB(A) bedraagt ter hoogte van de gevels van de woningen in zowel de dag-, avond- als nachtperiode (tot 00.00 uur of 01.00 uur). Ook is nu duidelijk dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau exclusief 20

toeslag vanwege muziekgeluid is. Tot zover wordt dus voldaan aan het eerdere advies van de Commissie. Verder staat in de aanvulling dat hiermee wordt voldaan aan het Beleid Geluidnormering bij evenementen van de gemeente.14 Dat klopt voor zover het gaat om de grenswaarde uitgedrukt in dB(A)15.

25

In het beleid is echter ook aangegeven dat het verschil tussen de dB(C) en de dB(A)-waarde niet groter mag zijn dan 14 dB. Bij de bepaling van de dB(C)-waarde in de aanvulling is geen rekening gehouden met de frequentie-afhankelijke overdracht16 tussen enerzijds de bron en de gevel van de woningen en anderzijds frequentie-afhankelijke overdracht tussen het geluid op de gevel en het geluidniveau binnen. De aanvulling onderbouwt daardoor niet dat wordt

30

voldaan aan de dB(C)-grenswaarde uit het beleid. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, te beschrijven of en hoe de incidentele bedrijfssituaties voldoen aan het ‘Beleid Geluidnorming bij evenementen’ van de gemeente. Onderbouw als deze

35

bedrijfssituaties niet voldoen aan het beleid waarom dat niet nodig is.

2.4.2 Vuurwerkshows De Commissie adviseerde in haar voorlopig toetsingsadvies om te beschrijven wat wordt verstaan onder een ‘vuurwerkshow’ en onder een ‘grote vuurwerkshow’. Dit onderscheid 40

maakt duidelijk welke shows tot de representatieve bedrijfssituatie en voor welke shows een

11

Bijlage B2 bij de aanvulling: Parkeerbalans.

12

Bijlage B7 bij de aanvulling: Actualisatie akoestisch onderzoek van 22 augustus 2025.

13

Dat is het gemiddelde geluidniveau over een langere periode, zoals dag, avond of nacht, rekening houdend met wisselende geluidniveaus van bijvoorbeeld activiteiten binnen een bedrijf.

14

Dit beleid werd in het MER niet genoemd, maar de Commissie onderschrijft het belang om hieraan te toetsen.

15

Te weten 70 dB(A).

16

Dit betekent dat de manier waarop geluid wordt doorgegeven afhangt van de frequentie van dat geluid.

-5-

3797TSEA advies Toverland eindconcept eindconcept 21 november 2025 evenementenvergunning moet worden aangevraagd. In de aanvulling op het MER staat een duidelijke beschrijving van een ‘kleine vuurwerkshow’ en een ‘grote vuurwerkshow’. Hiermee is voldaan aan het eerdere advies van de Commissie. 5

Verder adviseerde de Commissie in haar voorlopig toetsingsadvies om nader onderzoek te doen naar de effecten van de vuurwerkshows op vogels én om mitigerende maatregelen te beschrijven om de effecten te beperken, zoals: •

het aanpassen van de frequentie waarin de vuurwerkshows mogen plaatsvinden, bijvoorbeeld minder (of geen) shows in de wintermaanden;

10

•

het aanpassen (verlengen) van de periode die wordt vastgesteld als broedseizoen.

In de aanvulling is uitgegaan van een vervroegd broedseizoen dat loopt van februari tot en met juli. Ook is rekening gehouden met het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam17 door in de winterperiode geen vuurwerkshows te houden als er sprake is van een vorstdag. 15

Dit is een uitstekende en verregaande aanpassing van de vuurwerkactiviteiten, zodat op deze twee punten is voldaan aan het eerdere advies van de Commissie.

Geluideffecten grote vuurwerkshows In de aanvullende ‘Notitie effectanalyse vuurwerk’18 zijn de geluideffecten van de 20

vuurwerkshows gemodelleerd. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat tot aan Evertoord een geluidniveau van 42 dB wordt gemeten. Daarom zou uit te sluiten zijn dat er sprake is van geluidverstoring op Natura 2000-gebieden. Voor die conclusie wordt gebruik gemaakt van drempelwaarden die worden genoemd in onderzoeken van Reijnen et al.19.

25

De Commissie kan deze conclusies niet volgen. Het gebruikte geluidmodel geeft de equivalente geluidniveaus gedurende de avondperiode weer. Dat betekent dat de geluidniveaus van de acht minuten durende vuurwerkshows worden uitgesmeerd over de hele avondperiode van vier uur, wat resulteert in de eerdergenoemde 42 dB ter hoogte van Evertoord. Op basis van een indicatieve berekening verwacht de Commissie dat het

30

geluidniveau van de grote vuurwerkshows in werkelijkheid 15 1à 20 dB hoger ligt. Vervolgens zijn deze geluidniveaus vergeleken met drempelwaarden uit onderzoeken die onder andere gaan over verstoring van vogels door een continue geluidbelasting van wegverkeer. Het continue geluid van wegverkeer is echter op geen enkele manier te

35

vergelijken met geluid van vuurwerk. De resultaten die in de notitie effectanalyse vuurwerk worden gepresenteerd, zeggen daarom weinig of niets en zijn feitelijk onjuist.

Geluid- en lichteffecten tezamen Daarnaast is in de ‘Notitie effectanalyse vuurwerk’ alleen aandacht besteed aan de effecten 40

van geluid door vuurwerk, maar niet aan de effecten van licht en de cumulatie van deze beide effecten. Door alleen te kijken naar de geluideffecten van vuurwerk op vogels wordt de impact op vogelpopulaties mogelijk onderschat. De conclusie in de aanvulling is dat geen significant negatief effect te verwachten is van het afsteken van vuurwerk. Als reden wordt gegeven dat er op en rondom Toverland al sprake is van min of meer structurele verstoring

17

Fireworks disturbance across bird communities, B. Hoekstra et al., Frontiers in ecology and the environment, 7 december 2023.

18

Bijlage 9 bij de aanvulling: Aanvullende notitie Effectanalyse Vuurwerk Toverland naar aanleiding van advies Commissie MER van 5 september 2025.

19

Zie pagina 3 van bijlage 9 waar wordt verwezen naar de onderzoeken van Reijnen et al. (1991, 1992 en 1995).

-6-

3797TSEA advies Toverland eindconcept eindconcept 21 november 2025 waar de aanwezige vogels aan gewend zijn geraakt. De Commissie onderschrijft dit niet. Dieren wennen immers nooit aan de combinatie van hoogenergetische en onvoorspelbare gecombineerde licht- en geluidpulsen van vuurwerk. 5

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, een berekening te maken van het geluid van grote vuurwerkshows. Breng daarvan de effecten op Natura 2000-gebieden in beeld. Breng ook de effecten hiervan op vogels in de omgeving van het plangebied in beeld, ook in cumulatie met de effecten van licht afkomstig van vuurwerk.

10 De Commissie merkt op dat de regels over geluid in het bestemmingsplan enkele onjuistheden bevatten.20

2.5 Externe veiligheid 15

De Commissie adviseerde in haar voorlopig toetsingsadvies om een (indicatieve) berekening te maken van het groepsrisico voor het transport van gevaarlijke stoffen door de leidingenstrook en voor de A67 en om vervolgens het groepsrisico te verantwoorden. Daarnaast adviseerde ze de maatregelen in beeld te brengen om de risico’s te beperken.

20

In bijlage 10 bij de aanvulling op het MER is een (indicatieve) berekening gemaakt van het groepsrisico voor het transport van gevaarlijke stoffen door de leidingenstrook. Deze berekening laat zien dat met name bij model 4 (zowel de A- als de B-variant) er sprake is van een forse toename van het groepsrisico (ook ver boven de oriënterende waarde). In het ontwerp-bestemmingsplan is daarom een bepaling opgenomen waarmee (beperkt) kwetsbare

25

functies voor het gehele tracé van de leidingenstrook worden uitgesloten. De informatie over de leidingenstrook is daarmee compleet, zodat is voldaan aan het eerdere advies van de Commissie. Over het transport van gevaarlijke stoffen over de A67 staat in de aanvulling dat er vervoer

30

van toxische gassen (GT4) over de A67 plaatsvindt. Deze stoffen hebben een invloedsgebied van meer dan 4000 meter. Het plangebied ligt daarmee binnen dit invloedsgebied. Er is hiervoor een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld, die voor een groot deel nog nader moet worden uitgewerkt in de verdere planvorming.21 De aanvulling op het MER bevat op dit punt voldoende informatie. Hiermee is voldaan aan het eerdere advies van

35

de Commissie.

2.6 Licht De Commissie adviseerde in haar voorlopig toetsingsadvies om de effecten voor de omgeving van verlichting op zeer hoge attracties in beeld te brengen. In het lichtonderzoek bij het MER 40

was uitgegaan van verlichting op een hoogte van maximaal 40 meter. Aangezien het ontwerp-bestemmingsplan ook attracties met een grotere hoogte mogelijk maakte, waren niet alle effecten van de verlichting in beeld. Uit de aanvulling blijkt dat aan het ontwerp-

20

Het gaat om artikel 3.2.2 lid f en g (LAmax moet zijn LWR,piek, de geluidwaarden voor een kleine vuurwerkshow (160 dB(A)) en een grote vuurwerkshow (142 dB(A)) zijn verwisseld én er is geen maximumtijdstip vastgelegd voor vuurwerkshows) en om artikel 3.7.2 (de maximale geluidniveaus wijken af van die in het MER).

21

Daarnaast geeft de aanvulling aan dat het toetsingskader met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is gewijzigd. Sindsdien wordt gewerkt met aandachtgebieden en het aandachtsgebied voor de A67 overlapt niet met het plangebied.

-7-

3797TSEA advies Toverland eindconcept eindconcept 21 november 2025 bestemmingsplan een bepaling is toegevoegd op basis waarvan het realiseren van verlichting op een hogere hoogte dan 40 meter vergunningsplichtig is. Daarbij geldt dat een vergunning pas kan worden verleend indien in aanvullend lichtonderzoek is aangetoond dat de in het bestemmingsplan genoemde waarden (cumulatief) niet worden overschreden. Op deze 5

manier is geborgd dat geen grotere effecten optreden dan de effecten die in het MER in beeld zijn gebracht.

2.7 Wet natuurbescherming en Natura 2000-gebieden 2.7.1 Stikstof: AERIUS-berekening 10

De Commissie adviseerde in haar voorlopig toetsingsadvies om een nieuwe AERIUSberekening te maken die uitgaat van zowel deels agrarisch grondgebruik als deels de uitbreiding van Toverland en van de emissies van het Camp Resort. In bijlage 12 bij de aanvulling is een voortoets opgenomen met de resultaten van een nieuwe AERIUSberekening. Daarin zijn deze genoemde zaken verwerkt. In de voortoets staat verder dat voor

15

deze berekening is uitgegaan van één maximaal planologisch model. Dit is een optelsom van de verschillende ontwikkelmodellen. Zo worden de maximale effecten van het bestemmingsplan in beeld gebracht. De Commissie onderschrijft deze werkwijze. Hiermee is voldaan aan het eerdere advies van de Commissie.

20

2.7.2 Stikstof: additionaliteitsvereiste In 2024 en 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State belangrijke uitspraken over intern salderen.22 De uitspraken gaan vooralsnog alleen over de Natura 2000-projecttoets. Intern salderen mag sindsdien niet meer in een voortoets bij een Natura 2000-projecttoets, omdat het een mitigerende maatregel is. In dat geval is een Passende beoordeling nodig.

25 De Commissie constateert dat de AERIUS-berekeningen in de voortoets23 uitgaan van intern salderen. Aangezien voor het bestemmingsplan Toverland sprake is van een Natura 2000plantoets mag intern salderen inderdaad in de voortoets gebeuren. Wat wel nog ontbreekt is een onderbouwing dat een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activeit kan worden 30

verkregen, en dus of het voorkeursalternatief (bestemmingsplan) (juridisch) uitvoerbaar is. Dat is wel nodig omdat anders geen sprake is van een reëel voorkeursalternatief. Uit de voortoets blijkt dat met toepassing van deze interne saldering geen toename is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. De

35

voortoets maakt echter nog niet aannemelijk of later, in de projectfase, kan worden voldaan aan het additionaliteitsvereiste. Dat vereiste houdt in dat moet worden aangetoond dat de in de saldering gebruikte stikstofruimte niet nodig is voor het terugdringen van de overbelasting van Natura 2000-gebieden met stikstof. In de voortoets staat dat het additionaliteitsvereiste een verantwoordelijkheid is van de Provincie en niet op een

40

individueel project kan worden betrokken. Het klopt dat de Provincie verantwoordelijk is voor het treffen van instandhoudings- en/of passende maatregelen om de overbelasting van

22

De belangrijkste zijn ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923 (Natuurvergunning Rendac Son), ABRvS 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2404 (Woningbouwproject Overduin Egmond aan den Hoef), ABRvS 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2564 (Natuurvergunning veehouderij Valkenswaard).

23

Bijlage B12 bij de aanvulling: Actualisatie voortoets van 15 september 2025.

-8-

3797TSEA advies Toverland eindconcept eindconcept 21 november 2025 Natura 2000-gebieden terug te dringen24. Dat neemt echter niet weg dat voor het realiteitsgehalte van de effectbeoordeling in het MER moet worden onderbouwd in hoeverre aan het additionaliteitsvereiste kan worden voldaan. 5

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, aannemelijk te maken dat intern salderen in de projectfase uitvoerbaar zal zijn in het licht van het additionaliteitsvereiste.

10

2.7.3 Verdroging van Natura 2000-gebied De Commissie adviseerde in haar voorlopig toetsingsadvies om de inzichten uit de natuurdoelanalyse voor het Natura 2000-gebied Deurnsche Peel en Mariapeel te gebruiken om de effecten van de onttrekking van grondwater door Toverland in beeld te brengen en om indien nodig een Passende beoordeling op te stellen.

15 In de aanvulling op het MER, de hoofdtekst van de Notitie grondwateronttrekking25 én in de actualisatie van de voortoets26, staat dat geen sprake is van negatieve effecten op het Natura 2000-gebied. Deze conclusie klopt, maar de redenering waarop deze conclusie gebaseerd is, is onjuist net als de gepresenteerde schematisaties van de grondwaterstromen. Ze zijn geen 20

goede samenvatting van wat in Dat de conclusie wel klopt blijkt uit bijlage B227 van de Notitie grondwateronttrekking. Het onderzoek in deze bijlage geeft namelijk wel goed inzicht in het geohydrologisch systeem. Uit de modelstudies in deze bijlage blijkt dat de onttrekkingen in en rondom Toverland een slechts geringe invloed hebben op de grondwaterstand. Daaruit kan worden afgeleid dat geen significant negatieve effecten zullen optreden in het Natura

25

2000-gebied Deurnsche Peel en Mariapeel. De Commissie beveelt aan om in de aanvulling zelf (en in de hoofdtekst van de Notitie grondwateronttrekking en de voortoets) de juiste samenvatting te geven van de geohydrologische situatie, omdat bestuurders en omwonenden de onderliggende

30

24

onderzoeken mogelijk niet lezen.

Zie ABRvS 28 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2404 (Woningbouwproject Egmond aan den Hoef), waarnaar wordt verwezen in de voortoets.

25

Bijlage B5 bij de aanvulling: Notitie grondwateronttrekking van 3 juli 2025, zie Bijlage B2 op pagina 33 en 46 van het document.

26

Bijlage B12 bij de aanvulling: Actualisatie voortoets van 15 september 2025, paragrafen 7.1.3 tot en met 7.1.6.

27

Het memo van Mos Grondmechanica B.V. van 7 april 2022.

-9-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16294997/1