Bijlage 03. Verslag op hoofdlijnen Informatiebijeenkomst A73
Tekst van het document
Verslag op hoofdlijnen Informatiebijeenkomst A73/Maaslijn d.d. 5-9-2022 Aanwezige belangenvertegenwoordigers Buurtcollectief Horsterweg/Venloseweg Dorpsraad Grubbenvorst Landschap Horst aan de Maas Behoud de Parel De Reulsberg Dorpsraad Horst Verslag Introductie projectleider door de voorzitter. Aan de hand van een presentatie is deze bijeenkomst toelichting/informatie gegeven. De presentatie wordt samen met dit verslag toegestuurd. Daarnaast zijn er vragen gesteld en ideeën ingebracht. Informatie: in de op te stellen gebiedsvisie gaan we aan de slag met de sporen windenergie, leefbaarheid, agrarische structuur en natuur. Voor het onderdeel windenergie voeren we een haalbaarheidsonderzoek uit. Naast de milieutechnische haalbaarheid (= milieu-randvoorwaarden zoals geluid, slagschaduw, natuur etc.), kijken we ook naar de zorgen van de omgeving en de sociale haalbaarheid (wat is een acceptabel plan voor inwoner m.b.t. onder andere zeggenschap en lokaal eigendom). Daarbij kijken we naar: - Wat kan er wel en niet op het gebied van windenergie? - Wat zijn de gevolgen voor en zorgen van de omgeving? - Wat zijn de randvoorwaarden om wind mogelijk te maken? - En waarom zijn windmolens wel of niet mogelijk? Vanuit en naast windenergie wordt er ook gekeken naar de leefbaarheid, agrarische structuur en natuur in het onderzoeksgebied.
Tot slot komt er in de gebiedsvisie informatie terug over de businesscase (globaal nog) en de ontwikkelstrategie (bijvoorbeeld welke rol de gemeente neemt in de verdere ontwikkeling). Vraag: Wat is de opwekverplichting vanuit de RES (Regionale Energie Strategie)? De nationale opgave is het opwekken 35 TW uur aan duurzame energie. Dit is verdeeld onder alle RESregio’s. Noord- en Midden-Limburg vormen 1 RES-regio. De opgave binnen deze RES-regio is: - 1,2 Twh opwekken in 2025. Dit betreft alles wat al in de pijplijn zit (projecten in de pijplijn zitten in het traject om een vergunning aan te vragen of te krijgen) - 0,8 Twh opwekken na 2025 t.b.v. 2030. De opgave in gebiedsvisie A73-Maaslijn draagt bij aan deze opwekdoelstelling. In het beleid van gemeente Horst aan de Maas is opgenomen dat we in 2030 35% energie besparen (inwoners, bedrijven) t.o.v. 2017 én dat we van de totale energievraag in 2030 30% lokaal duurzaam opwekken. Lokaal is binnen de eigen gemeentegrenzen. Idee: Natuur heeft niet alleen betrekking op groen of biodiversiteit, maar ook hoe je het gebied (het landschap) beleeft is belangrijk. Informatie: voorafgaand aan deze bijeenkomst is er een sessie met de boomtelers in het gebied Hoogheide/Witveld geweest. Vanuit deze belangengroep gelden er specifieke zorgen m.b.t. het gebruik van de grond en bedrijfsvoering in relatie tot windmolens.
In de gebiedsvisie wordt voor de drie zoekgebieden aangegeven wat de mogelijkheden zijn voor windmolens. Voor leefbaarheid, agrarische structuur en natuur wordt in beeld gebracht waar we met deze thema’s naar toe willen, wat (mogelijke) projecten zijn en wat de impact van windenergie op deze thema’s is. De planning is om de gebiedsvisie met de (on)mogelijkheden in februari 2023 in de gemeenteraad te bespreken om een besluit te nemen over het vervolg. Is er ruimte voor windmolens en waar, op welke manier kan dit wel (of niet), welke eisen stellen we aan het lokale eigendom voor onze inwoners, welke
zeggenschap hebben onze inwoners bij een windproject, welke rol heeft de gemeente in het proces, welke doelen zijn er voor de thema’s leefbaarheid, agrarische structuur en natuur en (op welke manier) kan windenergie daar (financieel) aan bijdragen. Vraag: Stel dat uit het onderzoek blijkt dat de huidige drie zoekgebieden niet geschikt zijn. Wat dan? Als dit zo is, moeten we als gemeente terug naar de eerder opgestelde kaart met mogelijkheden om te kijken welke andere gebieden ook geschikt kunnen zijn voor het plaatsen van meerdere (meer dan twee) windmolens bij elkaar. Informatie: In ons energiebeleid is de ambitie gesteld om 223 TJ met windenergie opwekken. Tijdens een eerder gehouden enquête in 2020 is door inwoners aangegeven dat ze willen dat 75% van het energieverbruik in 2030 met zonne-energie wordt opgewekt en 25% met windenergie. Hoeveel windmolens er nodig zijn om 223 TJ op te wekken is afhankelijk van de grootte van de windmolen. In ons energiebeleid (KODE) dat in 2020 is vastgesteld, geven we aan dat 223 TJ gelijk staat aan ongeveer 7 windmolens. Met de huidige techniek kan 223 TJ ook met 5 (hogere) windmolens worden opgewekt.
Vraag: Hoe zit het met andere vormen van duurzame energieopwek, zoals kernenergie? Er zijn andere vormen van duurzame energieopwek, deze zijn echter (nog) niet toepasbaar in onze gemeente (kernenergie), zijn vooral gericht op alternatieve toepassing (waterstof vanuit overschot aan (grijze/duurzame) elektriciteit) of zijn nu gewoon niet beschikbaar/mogelijk (geothermie). We verwachten dat er in de toekomst een mix aan duurzame energiebronnen zal ontstaan. Vraag: Is of wordt er wel gekeken naar wat de meest gunstige ‘windplekken’ zijn in onze gemeente om windmolens te plaatsen? In de verkenning is gekeken vanuit belemmeringen (hinderafstanden tot woningen – zoals geluid, radar, natuur) om de zoekgebieden te bepalen. We hebben niet naar gunstige ‘windplekken’ gekeken, omdat het gehele zuidoostelijke deel van Nederland dezelfde windkracht heeft. Voor onze gemeente is er daarom geen sprake van meer of minder rendabele gebieden. De windkracht op een bepaalde hoogte kent geen lokale verschillen. Informatie: Onderzoek naar de technische haalbaarheid betekent dat we meerdere puzzelstukjes die terugkomen in de gebiedsvisie, de komende maanden gaan onderzoeken. Dan moet je denken aan een milieutechnische analyse waarbij we onderzoeken wat de impact van windenergie op verschillende (milieu)aspecten is.
De milieuaspecten die worden onderzocht zijn geluid, slagschaduw, externe veiligheid, natuur, landschap en ruimtegebruik. Door aan deze milieuaspecten te toetsen wordt op kaart zichtbaar of, waar, hoeveel en met welke grootte windmolens kunnen passen in ieder zoekgebied. Dit resultaat is bedoeld om (on)mogelijkheden en gevolgen zichtbaar te maken en dus geen definitief voorstel voor de plaatsing van windmolens om een ruimtelijke procedure mee te starten. In deze analyse worden er windmolens ingetekend, om mee te kunnen berekenen wat de milieu-impact is. Dit noemen we van binnen naar buiten kijken. In de eerdere gebiedsverkenning is juist naar mogelijke projectgebieden gekeken op basis van afstanden van woningen, infrastructuur, natuur en andere functies. De mogelijke projectgebieden uit de gebiedsverkenning bieden het startpunt voor de huidige milieutechnische analyse. Daarnaast kijken we hoe de gebieden zich tot elkaar verhouden: wat zijn de verschillen op het gebied van milieu-impact per gebied. Er zal in het haalbaarheidsonderzoek gekeken worden naar hogere (vanaf 200 meter ashoogte) en lagere windmolens (tot 200 meter ashoogte). Beiden soorten kennen een ashoogte boven 150 meter. Ter vergelijking, de windmolens in Venlo hebben een ashoogte van 135 meter (en een tiphoogte tussen de 194 en 201 meter).
Een windmolen met een tiphoogte boven de 200 meter (hogere windmolen) kent een opbrengst van 4,5 MW of meer. Een windmolen met een tiphoogte tot 200 meter (lagere windmolen) kent een opwek van 3,5 tot 4,5 MW. Met betrekking tot deze technische haalbaarheid moet aangevuld worden dat het gebied Klaver 11 is toegevoegd bij de vaststelling van de gebiedsverkenning door de raad, waardoor dit gebied nog minder
onderzocht is op mogelijkheden en onmogelijkheden. In de technische haalbaarheid zal ook voor dit gebied blijken wat de (on)mogelijkheden zijn. Vraag: Wat kan Arcadis al visualiseren om het over de zorgen te hebben? Arcadis kan onder andere plaatjes/foto’s opstellen om windmolens in het landschap te visualiseren. Informatie: Reindonk Energie geeft informatie over hen als energiecoöperatie en over hun projecten (bijvoorbeeld energietuin ’t Veen in Griendtsveen; 1,6 hectare met 3300 panelen). Reindonk Energie heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de sociale haalbaarheid uit te werken. Zij gaan onderzoeken welke samenwerking er mogelijk is, welke rol inwoners in de ontwikkeling willen nemen en op welke manier inwoners kunnen deelnemen aan de ontwikkeling en realisatie. Met andere woorden wat zijn de randvoorwaarden o.a. voor inwoners om te spreken van een sociaal acceptabel plan. De sociale haalbaarheid vormt samen met de milieutechnische analyse de haalbaarheidsstudie voor windenergie in het gebied: is het haalbaar om met windenergie aan de slag te gaan in dit gebied en zo ja, onder welke (milieutechnische én sociale) randvoorwaarden. Vraag: Hoe zit het met verkeersveiligheid en slagschaduw op de snelweg, maar ook voor inwoners in de omgeving? Er geldt voor windmolens met betrekking tot snelwegen altijd een minimale veiligheidsafstand.
Dit geldt voor het risico van afbrekende onderdelen (externe veiligheid), maar ook voor slagschaduw. Voor inwoners kan een van de onderdelen van een sociaal acceptabel plan betekenen dat er zeggenschap is over het uitzetten van de windmolens vanwege (te vaak/veel) slagschaduw. Dit is een onderdeel van de opdracht van Reindonk Energie. Idee: Als onderdeel van het toevoegen van natuur kun je ook denken aan het gezamenlijk beregenen van het gehele gebied vanuit de lokale opwek. Hoe kun je slim samenwerken in het gebied. Idee: Op basis van de gegeven informatie wordt de gebiedsvisie opgesteld vanuit wind en wordt er daarnaast gekeken naar leefbaarheid, natuur en agrarische structuur. Dus je kijkt vanuit één kant naar het gebied. Het is veel beter om met een integrale benadering naar het gebied te kijken. Vraag: Waarom zou ik me aansluiten bij Reindonk Energie? Reindonk Energie is de partij die voor haar leden en inwoners in het gebied de belangen behartigd die aan de voorkant zijn afgesproken, maar is ook aanspreekpunt voor klachten of vragen die zich voordoen als de grootschalige energieopwek is gerealiseerd (windmolens dan wel zonnevelden). Vraag: Blijft het hierbij (5-7 windmolens) of komen jullie enkele jaren later met meer windmolens of andere nieuwe ontwikkelingen in ons gebied? Het genoemde aantal windmolens is nodig voor de energievraag in 2030.
Dan zijn we echter nog niet klaar. Voor 2050 staan nieuwe doelen. Er wordt voor de periode na 2030 gekeken naar verdere besparing en naar andere manieren van duurzame opwek. Ook andere energievormen zoals kernenergie of geothermie zouden in de toekomst kunnen bijdragen, dat heeft impact op de benodigde opwek van energie via zonne- en/of windenergie. Dat is nu nog niet te zeggen. Vraag: Hoe voorkom je dat het scenario van Windpark Venlo zich niet herhaald; dus wel financieel kunnen bijdragen, maar geen zeggenschap hebben? Door de sociale haalbaarheid (randvoorwaarden voor een sociaal acceptabel plan) bij de inwoners op te halen en dit coöperatief te organiseren (bijvoorbeeld via Reindonk Energie) zorg je dat partijen die hier niet aan voldoen, geen positie krijgen in de ontwikkeling van windmolens in de gemeente Horst aan de Maas. De gemeente heeft daarom ook Reindonk Energie opdracht gegeven de sociale randvoorwaarden bij inwoners (en grondeigenaren) op te halen. Dat gaat dan om financiële zeggenschap maar ook om inhoudelijke zeggenschap. Vraag: In de gemeente, maar zeker ook in de huidige 3 zoekgebieden is er sprake van cumulatie van ontwikkelingen die plaatsvinden. Energie is vanavond het onderwerp, maar ook industrie, logistiek, huisvesting en meer moet allemaal plaatsvinden in hetzelfde gebied.
Op welke manier wordt hier rekening mee gehouden voor inwoners? In de gebiedsvisie die wordt opgesteld wordt er naar windenergie,
leefbaarheid, agrarische structuur en natuur gekeken. De aanleiding voor het opstellen van de gebiedsvisie is de gebiedsverkenning naar windenergie. De gemeenteraad heeft opdracht gegeven om meer integraal naar het gebied te kijken, de vraag is wel wat er met de visie gebeurt als er negatief over windenergie wordt besloten. Vraag: Hoe zit het met vogels die doodgaan door windmolens? Er is bepaald dat vogels mogen sneuvelen als gevolg van windmolens. Daarbij wordt er wel gekeken naar het soort vogels. Bepaalde soorten / beschermende vogels kennen richtlijnen. Zo zijn er bijvoorbeeld natuurgebieden uitgesloten vanwege onder andere beschermde vogelsoorten. Vraag: Zijn de huidige drie zoekgebieden de beste plek en is windenergie de beste manier? De windmolens zijn lelijk. Windmolen- en zonneparken hebben een bepaalde exploitatietijd. Meestal is dit 25 jaar. In ons beleid hebben we opgenomen dat bij deze projecten na afloop alles verwijderd moet worden en worden teruggebracht in de oorspronkelijke situatie. Ook circulair materiaal wordt steeds belangrijker. Op de vraag of dit de beste locaties zijn en windenergie de beste duurzame opwek is, is geen eenduidig antwoord te geven.
Met het proces dat we nu starten, proberen wij zo goed mogelijk alles in beeld brengen om straks een voorstel aan de gemeenteraad te kunnen doen voor het mogelijk maken van grootschalige duurzame opwek via wind. Idee/voorstel: Het is mooi dat er een gebiedsvisie wordt opgesteld, echter deze is ingestoken vanuit wind. Het is beter om eerst voor inwoners duidelijkheid te geven wat de gemeente wil met ons gebied en daarin ook wind meenemen. Op zich is wind niet zozeer het probleem. Het probleem is dat het nu wind is, dan industrie en logistiek, snelwegen, huisvesting en wat nog meer. Ieder thema heeft zijn eigen gebiedsvisie/traject, maar het gaat er juist om al deze visies gelijktijdig en samen te zien in een eindplaatje. Dus integraal. Nu komt er steeds meer in hetzelfde gebied terecht, dat al zoveel in het verleden heeft gekregen. We worden (of zijn) het afvoerputje van de gemeente. Waar we behoefte aan hebben is duidelijkheid: wat is het eindplaatje en dan moet dat ook het eindplaatje blijven. Daarover gaan we graag in gesprek met de gemeente. Niet op deze manier: een gebiedsvisie vanuit wind met andere sporen daarin opgenomen als mogelijkheden. Zoals ook alles terugkomt in de omgevingsvisie, moet je nu als gemeente(raad) een voorwaardenscheppende rol pakken. Daarbij ga je in gesprek met inwoners om het plafond van een gebied vast te stellen.
En het plafond is wat er maximaal in een gebied wordt toegestaan en dat is het dan ook. Informatie: Na de pauze worden de aanwezigen opgedeeld in 3 groepen. Met de vraag om de 3 andere sporen met elkaar te bespreken: waar denken jullie aan bij de thema’s leefbaarheid, agrarische sector en natuur. En welke aanpak is nodig om deze thema’s een plek te geven in de gebiedsvisie. Er zijn drie flipovers gevuld met trefwoorden en informatie (zie volgende pagina’s). Uit de terugkoppeling per groepje kwam (opnieuw) naar voren dat er eerst behoefte is aan een brede kijk op het gebied en niet enkel vanuit wind (of welk ander thema dan ook). En dat er ook andere functies in de gebieden aanwezig zijn die meegenomen moeten worden in de brede gebiedsvisie (naast wonen, natuur en agrarische structuur is er bijvoorbeeld ook recreatie, toerisme en ondernemers met andere activiteiten). Belangrijk in de brede gebiedsvisie is dat de gemeente(raad) keuzes maakt. Alles in één gebied is teveel. Je moet samen in beeld brengen wat je wilt in het gebied voordat je met windmolens aan de slag gaat. Dat windmolens een onderdeel is/wordt van een gebied hoeft geen probleem te zijn. Het alsmaar toevoegen van nieuwe ontwikkelingen is wel een probleem, zoals nu het gevoel ontstaat vanuit deze gebiedsvisie Wind. Met deze boodschap werd de informatiebijeenkomst door de voorzitter afgesloten.