Bijdrage 1e termijn begroting VVD
Tekst van het document
Dankuwel Voorzitter. Allereerst dank aan het ambtelijk apparaat voor het samenstellen van de begroting. We zullen ons betoog, net als in de begroting, opbouwen op de 7 hoofdpunten. 1. Vitale kernen Als VVD delen wij de ambitie om te investeren in vitale dorpen en wijken. Wonen en doorstroming Het college zegt dat iedereen in Horst aan de Maas een passende woning moet kunnen vinden. Mooie woorden, maar vergunningen zijn nog geen woningen. Zolang we geen harde oplevercijfers per kern kennen, sturen we in het donker. De VVD wil bouw in alle kernen, niet alleen de grote. In kleine dorpen is het toevoegen van woningen elke paar jaar geen luxe, maar noodzaak om ze leefbaar te houden. De verplichting om een vast percentage sociale huur of betaalbare koop af te dwingen mag van ons, in de kleine kernen, dan ook komen te vervallen. Beleid moet volgens ons gericht zijn op het behoud van verenigingen en accommodaties; clustering of het weghalen van voorzieningen haalt het hart uit het dorp. We zijn trots op het rijke verenigingsleven, maar zien dat het aantal regelingen groeit terwijl het aantal vrijwilligers daalt. Daarom pleit de VVD voor minder bureaucratie, eenvoudigere subsidies en meer aandacht voor het behoud van vrijwilligers. Mobiliteit en verkeersveiligheid Verkeersveiligheid is belangrijk, maar “meer 30-kilometerzones” is geen doel op zich.
Wij willen een prioriteitenlijst met concrete knelpunten per kern en geen prioriteiten stellen aan de hand van theoretische criteria. Bovendien zien we dat er bezuinigd wordt op verkeersbudgetten (€ 240.000 minder in 2026) — hoe rijmt dat met de ambitie om de veiligheid te verbeteren? Het college wil weer campagnes in gaan zetten voor bewustwording, waaronder waarschijnlijk “Veilig op weg”. Maar er zijn nooit nul- of eindmetingen uitgevoerd, ondanks herhaaldelijk vragen hebben we nog altijd geen cijfers en geen bewijs van effectiviteit hierover. Als men niet kan aantonen dat het resultaat heeft, besteed het geld dan aan de concrete aanpak van onveilige situaties. Campagnes zijn mooi, maar fysieke maatregelen die tellen pas echt. 2. Een sterke sociale basis Van zorg naar gezondheid — realistisch graag De VVD vindt dat we eerlijk moeten zijn: complexe zorg hoort bij professionals. Vrijwilligers en buurtnetwerken zijn waardevol, maar ze kunnen niet de structurele problemen in de jeugdzorg of Wmo opvangen. Het college legt nu te veel verantwoordelijkheid bij inwoners zelf — en dat is niet sociaal, maar gemakzuchtig.
Wmo en ouderenzorg Wat ons écht zorgen baart, is de aankondiging van de wethouder om per dorp of wijk met één specifieke zorgaanbieder te gaan werken. Dat is niet efficiënt, dat is monopolistisch — en het beperkt de keuzevrijheid van inwoners. Voor de VVD is dat onacceptabel. Keuzevrijheid is een liberale kernwaarde. Inwoners moeten zelf kunnen bepalen met wie zij hun zorgrelatie aangaan. Concurrentie stimuleert kwaliteit en innovatie; één aanbieder per dorp leidt juist tot minder prikkels om beter te presteren. En over zorgpartners gesproken: Voorzitter, is inmiddels alles betaald aan de Mutsaersstichting, ook door ZuidLimburg? Wij willen de bevestiging dat geen enkel financieel risico meer bij Horst aan de Maas ligt. 3. Een natuurlijk en vitaal landelijk gebied Onze boeren en tuinders zijn niet alleen producenten van voedsel, maar ook hoeders van ons landschap, dragers van het verenigingsleven en de motor van onze lokale economie. Toch zien we in deze begroting — en in het concept van de Omgevingsvisie — opnieuw beleid dat de sector niet ondersteunt, maar juist verder onder druk zet. De Omgevingsvisie is goed bedoeld, maar slecht voor draagvlak, en slecht voor Horst aan de Maas Er wordt gesproken over “kringlooplandbouw” en “natuurinclusieve productie”, maar zonder concreet plan of financiële onderbouwing om dit mogelijk te maken.
Dat is ideologisch wensdenken in plaats van realistisch beleid. De VVD is tegen top-down opgelegd landbouwbeleid welke bepaald wat “goede” en “slechte” landbouw is. Wij verzetten ons tegen het instellen van zogenaamde “gezonde buffers” en het beperken van teelten rondom dorpen en natuurgebieden zonder reële compensatie of ondersteuning. Zulke maatregelen ontnemen boeren hun bestaansruimte en drukken hen financieel uit de markt. Participatie en vertrouwen Over participatie kunnen we kort zijn: Het college zou in de toekomst per project helder moeten maken: wat is er opgehaald en bij wie, wat is ermee gedaan, en waarom? Echte transparantie herstelt vertrouwen. 4. Duurzaam Horst aan de Maas De VVD is voor duurzaamheid — maar dan wel haalbaar, betaalbaar en met draagvlak. Het mag allemaal een tandje minder ideologisch en een tandje meer realistisch.
Energie en warmte: tempo met verstand De energietransitie is geen sprint, maar een marathon. De ambitie om in hoog tempo van het gas af te gaan is begrijpelijk, maar de praktijk laat zien dat veel inwoners dat simpelweg niet kunnen betalen. En wat de VVD betreft is het onrealistisch om te verwachten dat het überhaupt fysiek mogelijk is dat we in 2050 van het gas af zijn. Dan geothermie, voorzitter: er wordt al jaren gesproken over samenwerking met de glastuinbouw en de provincie, maar wanneer wordt dat eindelijk concreet? Ondernemers in het buitengebied merken niets van voortgang. Mooie woorden zijn niet genoeg — tijd voor uitvoering. 5. Een toekomstbestendige en innovatieve economie De economie van Horst aan de Maas is sterk, veerkrachtig en ondernemend. Van agrariër tot hightechbedrijf, van familiebedrijf tot vrijetijdsondernemer: onze lokale economie draait op lef, initiatief en hard werken. Wat deze begroting echter laat zien, is dat de gemeente steeds vaker denkt in sturing in plaats van ruimte. De VVD wil juist het omgekeerde: ruimte geven aan ondernemers en zorgen dat de gemeente ondersteunt, niet belemmert. Van groei naar kwaliteit – een mooie slogan, maar wat betekent het? In lijn met de omgevingsvisie zegt het college niet langer in te zetten op groei, maar op “kwaliteit” en “verduurzaming van de economie”. Dat klinkt misschien goed, maar het roept vooral vragen op.
Wie bepaalt wat “kwaliteit” is? En wat betekent dat voor ondernemers die willen uitbreiden, vernieuwen of gewoon werkgelegenheid willen creëren? De VVD waarschuwt voor beleid dat ondernemers in een keurslijf duwt van wat de gemeente “goede bedrijvigheid” vindt. De markt innoveert, de overheid faciliteert. Zo simpel is het. Ruimte voor ondernemers In de begroting lezen we dat er “voldoende ruimte” zou zijn voor lokale bedrijven en dat groei bij voorkeur binnen bestaande kaders moet plaatsvinden. Maar ondernemers ervaren iets heel anders. Tijdens bijeenkomsten met lokale bedrijven kwam één boodschap steeds terug: er is nauwelijks uitbreidingsruimte. Bedrijven die willen groeien, moeten jarenlang wachten op planvorming of zijn genoodzaakt uit te wijken naar andere gemeentes omdat onze gemeente niet meewerkt of halsstarrig kijkt naar bestemmingsplannen een mooi voorbeeld daarvan is GTE in Grubbenvorst. Dat dit toonaangevende bedrijf straks niet langer binnen onze gemeente gehuisvest is kan het huidige college zich volledig aanrekenen. De huidige koers — “kleinschalig waar het kan, verplaatsen als het moet” — klinkt netjes, maar in de praktijk betekent het dat succesvolle bedrijven vastlopen.
Specifiek bij de ontwikkeling van Klaver 7 blijft de VVD inzetten op een helder uitgangspunt: dit terrein is bedoeld voor ondernemers uit Horst aan de Maas die willen doorgroeien of vernieuwen, niet voor het binnenhalen van grote bedrijven van buiten onze gemeente. Wij willen al helemaal niet dat Horst aan de Maas de problemen van Venlo oplost door bedrijven op te vangen die daar geen plek meer vinden. Onze ruimte is schaars — gebruik die voor de eigen economie en lokale werkgelegenheid. Daarbij moet er wat ons betreft gestart worden met het zoeken naar nieuwe locaties voor een eventueel volgend bedrijventerrein. Vrijetijdseconomie De VVD steunt investeringen in toerisme, maar Opbrengsten uit toeristenbelasting moeten zichtbaar terugvloeien in fiets- en wandelroutes, onderhoud en leefbaarheid; De dorpen die overlast ervaren mogen daar best extra leefbaarheidsgelden voor terug krijgen die rechtstreeks vanuit de toeristenbelasting vloeit. De VVD wil een gemeente die ondernemers de ruimte geeft om te doen waar ze goed in zijn: werken, investeren en innoveren. Zonder ondernemers geen welvaart, en zonder welvaart geen welzijn. 6. Arbeidsmigratie, statushouders en integratie Arbeidsmigratie: eerlijk werk, eerlijke huisvesting Internationale medewerkers zijn belangrijk voor onze lokale economie. Ze houden de tuinbouw, logistiek en productie draaiende.
Maar hun komst mag nooit ten koste gaan van leefbaarheid in onze dorpen. De gemeente moet geen taallessen organiseren voor internationale medewerkers — dat is geen kerntaak. Wel moet ze zorgen voor toezicht en naleving van regels, zodat inwoners weten dat er grip is. Daarnaast pleiten we voor vergunningstermijnen van minimaal 25 jaar voor huisvestingslocaties. De huidige plannen voor 15 jaar is wat ons betreft te kort en zorgt voor goedkope, tijdelijke oplossingen die overlast veroorzaken. Het overgrote deel van de huisvesters heeft zijn zaakjes prima op orde, en wil het ook graag nog beter doen. Maar wie kwaliteit wil, moet investeringen mogelijk maken. Statushouders en de Doorstroomvoorziening (DSV) Dan de andere kant van dit hoofdstuk: de statushouders. Begin vorig jaar werd de Doorstroomvoorziening (DSV) gepresenteerd als een aantrekkelijke oplossing. Een tijdelijke locatie die niet alleen onze taakstelling zou verlichten, maar ook financieel neutraal zou zijn.
Maar inmiddels weten we: dat beeld klopte niet. De taakstelling werd niet verlicht en de locatie is ook niet financieel neutraal kijkend naar het originele plan. We hebben vanaf het begin gewaarschuwd dat dit project zonder harde afspraken en zonder financiële onderbouwing toch werd gestart. We noemden het toen al: een kat in het nauw maakt rare sprongen. En die sprongen hebben inmiddels geleid tot precies wat we vreesden: • Minder deelnemende gemeenten dan beloofd (Bergen, Venray, Mook en Middelaar, en Gennep haakten af); • En een financieel risico dat nu richting miljoenen gaat. Om dat tekort te dekken, worden nu TGO’ers toegevoegd — terwijl eerder werd beloofd dat de DSV daar niet voor bedoeld was. De VVD wil dat het college stopt met het herschrijven van verwachtingen. Eerst werd gezegd: geen TGO’ers, alleen statushouders van deelnemende gemeenten. Nu blijkt dat er juist extra TGO’ers zijn toegevoegd om de begroting sluitend te maken. Dat ondermijnt het vertrouwen — niet alleen van de raad, maar ook van onze inwoners. Wij willen bovendien benadrukken dat er wat ons betreft géén automatische urgentie of voorrang verleend mag worden aan statushouders bij woningtoedeling, enkel omdat zij statushouder zijn.
Onze eigen inwoners — zoals jongeren die al jaren op een wachtlijst staan — mogen niet de dupe worden van het feit dat de gemeente haar taakstelling al jaren niet op orde heeft. En voor de duidelijkheid: sinds de zogenoemde ‘oplossing’ van de DSV is de achterstand niet kleiner, maar juist verdubbeld — van circa dertig naar ongeveer zestig te huisvesten statushouders. 7. Een financieel gezonde gemeente Een financieel gezonde gemeente betekent keuzes maken, prioriteiten stellen en niet meer uitgeven dan er binnenkomt. Kijkend naar de begroting valt ons op dat het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) en het Meerjaren Investeringsplan (MIP) nog niet volledig verwerkt zijn. Dat ondermijnt de betrouwbaarheid van de cijfers. De begroting is nu nog sluitend in 2026 en 2027, maar daarna vallen de gaten: een tekort van meer dan drie miljoen in 2028 en bijna evenveel in 2029. Het college noemt dit “ruimte voor een nieuw bestuur”, maar de VVD noemt het wat het is: uitstel van verantwoordelijkheid. En dan het zogeheten ravijnjaar. Een term die te pas en te onpas wordt gebruikt, ook in deze begroting, terwijl we in Horst aan de Maas helemaal geen ravijnjaar hebben. Zelfs de wethouder gaf bij de behandeling van de jaarrekening toe dat ze deze term alleen gebruikt op aangeven van de Vereniging Nederlandse Gemeenten.
Maar de feiten spreken voor zich: het resultaat over 2024 liet zien dat we ruim twee keer zoveel geld overhielden als het tekort dat nu voor het zogenoemde ravijnjaar wordt begroot. Een “ravijn” kun je dat dus moeilijk noemen — nogmaals, als je meer dan 6 miljoen
overhouden betiteld als “zeer scherp begroot” dan kun je 3,4 miljoen in de min gaan echt geen “ravijn” noemen. Dan is er of niet scherp begroot, of er is geen ravijn. Daarnaast benoemt het college allerlei onzekerheden — over het gemeentefonds, inflatie en zorgkosten — maar nergens worden risico’s gekwantificeerd of scenario’s uitgewerkt. Een begroting zonder risicoschatting is als autorijden in het donker zonder koplampen: je ziet pas te laat waar het fout gaat. Gemeentelijke lasten De VVD maakt zich zorgen over de hoogte van de gemeentelijke lasten. De gemiddelde gemeentelijke bijdrage per gezin stijgt met 2,6 % naar €1.025 in 2026, Dit is 78 euro meer dan het Limburgs gemiddelde in 2025. Dat is fors, zeker in een tijd waarin veel gezinnen en ondernemers al genoeg financiële druk ervaren. Wij vinden dat de gemeente eerst haar eigen uitgaven moet terugbrengen, vóórdat het inwoners opnieuw, meer laat betalen. Reserves, rijksmiddelen en transparantie De VVD ziet dat positieve resultaten in rapportages grotendeels te danken zijn aan incidentele rijksmiddelen, niet aan structureel gezonde financiën. Dat geeft een vals gevoel van zekerheid. Ook bij projecten als de Doorstroomvoorziening Broekhuizenvorst worden begrotingen “budgettair neutraal” gepresenteerd door geld uit reserves te halen. Dat is geen structurele dekking, maar tijdelijk lapwerk.
Daar komt bij dat er steeds vaker nieuwe reserves worden gevormd zonder heldere doelen of tijdshorizon. Dat is feitelijk geld schuiven — geen oplossing van structurele tekorten. Een gezonde begroting is er niet één die er goed uitziet op papier, maar één die ook in 2029 nog standhoudt. Tot zover voorzitter