Bijdrage 1e termijn begroting BVH
Tekst van het document
Voorzitter, Allereerst wil ik iedereen binnen de gemeente horst aan de maas die meegewerkt heeft aan deze begroting maar ook zeker de ambtenaren die extra tijd genomen hebben om extra uitleg te geven aan een ieder die dit wilde, over alles wat ons is voorgelegd, zeker helpend en ontzettend fijn. Het is alweer een jaar geleden, de begroting van 2025. Toen zeiden wij als fractie: “Het lijkt sluitend, maar onder de streep klopt het niet.” Een jaar later kunnen we helaas alleen maar constateren dat we toen gelijk hadden. Want deze nieuwe begroting laat precies zien wat er gebeurt als je problemen niet oplost, maar doorschuift. We kijken vandaag naar de cijfers, zodat we kunnen zien wat echt mogelijk is, zoals bedrijven dit natuurlijk ook doen. We hoeven ons verkiezingsprogramma hier niet te presenteren, dat volgt later. Nu terug naar de cijfers van de voorliggende begroting. In de vorige begroting stond nog een structureel overschot van ruim drie miljoen euro. Nu is dat overschot in één jaar tijd omgeslagen naar structurele tekorten van drieënhalf miljoen in 2028 en bijna 2,7 miljoen in 2029. Dat is geen kleine afwijking, dat is een forse koerswijziging. En dat terwijl er geen rampjaar is geweest, alleen begrotingsoptimisme dat nu wordt ingehaald door de realiteit. Vorig jaar was ons weerstandsvermogen nog 1,2, ruim voldoende. Nu is het exact 1,0: het absolute minimum.
Dat betekent dat één flinke tegenslag genoeg is om onder de norm te zakken. En in de risicoanalyse zien we posten staan met een kans van 70 procent op vier miljoen nadeel. Dat is geen risico meer, dat is een tekort in wording. Maar in plaats van dat in te boeken, wordt het verschoven naar de risicoparagraaf. Zo lijkt de begroting netjes in evenwicht, maar in werkelijkheid zitten we al in het rood. Een duidelijk voorbeeld is de netcongestie bij De Weisterbeek. Daar is besloten dat er 450.000 euro extra nodig is. Ons raadslid Rob Driessen wees daar vorig jaar al op, maar daar werd lacherig over gedaan. Hij had gelijk en nu zien we het terug in de begroting. Als iets al besloten is, en we weten dat het eraan komt, dan hoort het niet meer bij de risico’s, maar gewoon in de begroting. Toch zien we dat soort zaken nog steeds als risico staan. En precies dát is het probleem: we verschuiven lasten in plaats van ze te erkennen. In de begroting van vorig jaar was de schuldquote 58 procent. Nu stijgt die naar 77 procent in 2027 en zelfs 78 procent in 2028. En als alles doorgaat ruim 73 miljoen euro aan investeringen, deels zonder dekking komen we boven de 100 procent uit. Dat betekent dat we straks meer geld lenen dan we zelf in kas hebben. Iedere inwoner van Horst aan de Maas weet wat dat betekent: je kunt niet blijven uitgeven wat je niet hebt.
De gemeente moet daarin het goede voorbeeld geven. 2,8 procent van onze inwoners leeft in energiearmoede, en dat zijn er 2,8 procent te veel, daar zullen we het allemaal over eens zijn. Want met stijgende rente kan een kleine verandering ons miljoenen kosten.
Ook de zorgkosten blijven stijgen. In 2025 zagen we al een plus van 1,6 miljoen, nu is dat structureel opgelopen tot 2,6 miljoen extra per jaar. We lazen het afgelopen week nog in het Algemeen Dagblad: “Horst aan de Maas wacht financiële puzzel van 15 miljoen euro.” Toch zien we nog geen plan om het tij te keren. Ondernemen is vooruitzien, en daarop acteren. Maar we zien geen nieuwe aanpak, geen rem, geen herziening van de uitvoering. Alleen de constatering dat het nu eenmaal zo is. Zo hol je de begroting uit, jaar na jaar. Voorzitter, dan twee onderdelen uit deze begroting die ook in het oog springen. En dan Greenport. In de begroting van 2025 werd Greenport nog gezien als een stabiele investering: een belang van 8,3 procent, met 2,45 miljoen euro kapitaal en een lening van 10,5 miljoen euro. Nu, een jaar later, lezen we dat de verkoop vertraagt, dat de uitgifteperiode verlengd moet worden en dat er mogelijk nog eens 3,6 miljoen euro extra aan leningen nodig is. Ook het verwachte rendement is naar beneden bijgesteld: van 3 à 3,5 procent naar 2 procent op het eigen vermogen. Dat betekent: meer risico, minder opbrengst. En terwijl het project steeds trager loopt, neemt onze financiële betrokkenheid toe.
Het is goed dat er meer aandacht komt voor kleinere, regionale bedrijven, maar laten we eerlijk zijn — de risico’s stapelen zich op, en de vraag is of dit de inwoners van Horst aan de Maas nog iets oplevert. En dan mantelzorg. In deze begroting is voor mantelzorgondersteuning een bedrag van 17.000 euro opgenomen op een totale begroting van ruim 200 miljoen euro. Dat is nog geen tiende promille van ons budget. Terwijl mantelzorgers juist het fundament vormen onder onze lokale zorg. Als we willen dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen, dan hoort daar ook echte waardering en ondersteuning bij, niet alleen in woorden, maar ook in middelen. En dan de lasten voor onze inwoners en ondernemers. In 2025 zaten we nog iets onder het landelijk gemiddelde qua belastingdruk, nu zitten we precies op 100 procent. Er is dus geen ruimte meer om de inkomsten te verhogen zonder inwoners en ondernemers extra te belasten. Een gemiddeld huishouden in onze gemeente gaat in 2026 maar liefst 1.025 euro betalen aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing een stijging van 26 euro. De Limburger schreef er al over. En de verhogingen raken iedereen: begraven werd ruim 135 euro duurder, de reclamebelasting stijgt 2,7 procent, een terras 2,9 procent, en de toeristenbelasting 3,1 procent. Wij hebben daartegen gestemd, omdat dit niet houdbaar is, maar nu is het een feit.
Onze inwoners hebben wel recht om te weten dat alles duurder is geworden. Wat wij hier beslissen komt direct uit de portemonnee van onze inwoners. Wat wij ook missen, is duidelijkheid over de gemeentelijke gebouwen die we verhuren aan verenigingen. In de begroting staan bedragen opgenomen, maar niet duidelijk gespecificeerd. We hebben nog geen lijst ontvangen waar precies staat welke gebouwen onderhoud nodig hebben en wanneer dat gepland is.
Misschien hebben we die over het hoofd gezien dat horen we dan graag maar zolang dat overzicht er niet is, kunnen we onze verantwoordelijkheid richting verenigingen niet waarmaken. De panden waarin zij actief zijn, moeten veilig en op orde zijn. Verder valt op dat dit college alvast 500.000 euro vrijmaakt voor het nieuwe college. Een fors bedrag, bedoeld als vrij besteedbaar “cadeau”, maar zonder duidelijke onderbouwing of bestemming. Wij vragen ons af waarom dat niet gespecificeerd is, zeker nu de begroting verder zo krap is. Als we openheid vragen van anderen, moeten we die zelf ook geven. Mocht dit blijven staan dan zullen wij later deze avond doormiddel van een motie, vragen om een specificatie. Zodat we geen vrijbrief geven voor een half miljoen aan een nieuw college. Beste raad, beste college, deze begroting loopt over de verkiezingen heen. Dat betekent dat ook een nieuw college en een nieuwe raad met deze cijfers verder moeten. Juist daarom is openheid en eerlijkheid nu belangrijk. Zij verdienen een reëel financieel beeld, geen begroting die sluit op papier maar niet in werkelijkheid. Ja, het Rijk speelt een rol, dat is waar. Maar hoe wij ermee omgaan, is onze keuze en onze verantwoordelijkheid. Wat wij willen: •
Eerlijk begroten, in plaats van verschuiven.
•
Risico’s opnemen waar ze horen: in de cijfers, niet in de bijlage.
•
Pas investeren als de dekking er echt is.
•
En zorgen dat onze buffers weer groeien, in plaats van krimpen.
Dat is geen politiek punt, dat is gewoon goed financieel bestuur. Beste raad, beste college, vorig jaar werd gezegd: “We hebben het financieel op orde.” Een jaar later zien wij helaas het tegendeel. Meer schuld, minder buffer, hogere lasten en oplopende tekorten dat is de werkelijkheid achter de mooie voorkant van deze begroting. Wij gunnen Horst aan de Maas groei, vitaliteit en ruimte om te investeren. Maar dat kan alleen als de basis echt op orde is. En die basis wankelt nu. Deze begroting lijkt mooi, maar wie er echt goed doorheen leest, hoort het hout kraken. Laten we daar eerlijk over zijn tegenover onszelf, en tegenover onze inwoners. Tot zo ver.