Beantwoording technische vragen
Tekst van het document
Titel 2. Agendapunt 2 BP Stokterweg
Vraag Omgevingsgesprek dateert van 2022 en is bij pagina 2 niet volledig. Is de omgeving betrokken bij de aanvraag bestemmingsplan? In 2022 was er geen sprake van uitbreiding, nu wel.
Antwoord Portefeuillehouder Het plan kent een langlopende voorgeschiedenis. In september 2021 is naar aanleiding van een Eric Beurskens handhavingscontrole geconstateerd dat de camping zonder benodigde vergunning is uitgebreid. Bij het voornemen om handhavend op te treden, is de gelegenheid geboden om voor het seizoen 2022 een tijdelijke omgevingsvergunning aan te vragen, waarbij de uitbreiding ook geformaliseerd moest worden door een bestemmingsplanprocedure. Ten tijde van het omgevingsgesprek was al sprake van een uitbreiding van de camping, die op dat moment nog niet vergund was. Het omgevingsgesprek met de omgeving heeft dus vooruitlopend op het legalisatietraject plaatsgevonden en heeft betrekking op het plan zoals het nu voorligt.
Fractie BVNL
Soort vraag Technisch
Als bij de opmerking 'niet volledig' wordt gedoeld op de samenvatting van het omgevingsgesprek: in het tekstvak 'samenvatting omgevingsgesprek' van het pdf-document kan worden gescrolld. De volledige tekst is: We zijn begonnen met een rondleiding over de camping en zijn geëindigd in de vakantiewoning. Daar hebben we gevraagd wat de buurt van de camping vond en of ze problemen van onze gasten hebben ervaren. We hebben ook aangegeven dat we de camping graag willen voortzetten zoals deze nu is en geen verdere uitbreidingsplannen hebben. Het Merendeel had geen problemen met onze campinggasten en onze camping. Echter alleen onze directe buren gaven aan dat onze gasten dagelijks veel stress opleveren bij hun paarden. Dit hebben ze helaas nooit bij ons kenbaar gemaakt. 1x hebben ze een melding gedaan dat een hond van een campinggast bij hun op het terrein was gekomen. Honden dienen bij ons op de camping altijd aangelijnd te zijn, dit staat ook in onze algemene voorwaarden vermeld. Na het omgevingsgesprek zijn we aansluitend met onze directe buren aan tafel gaan zitten om tot een oplossing te komen. 1 april hebben we weer een gesprek met deze buren en wordt mogelijk het plan iets aangepast. 1 april hebben we aan de directe buren een voorstel gedaan en toegelicht. Het kampeerveld 1 t/m 5 en de parkeerplaats zal in het najaar (ivm lopende reserveringen) aangepast worden.
Langs de rand met de buren komt de parkeerplaats en op ongeveer 18 meter vanaf de grens komen 5 camperplaatsen. Verder hebben we afgesproken dat we onze gasten inlichten over de paarden en zo proberen de overlast dit seizoen zo veel mogelijk te voorkomen. 29 en 30 november hebben we een nieuwe plattegrond voorgesteld, omdat de achterste 5 kampeerplaatsen niet meer mochten en het voorstel van de gemeente was om op het voorste deel er plaatsen er bij te creëren. De parkeerplaats wordt kleiner en ipv 5 camperplaatsen worden dit er nu 8. De campers staan dan ongeveer 12 - 13 meter vanaf de erfgrens. De buren vond ons vorige voorstel beter, wat wij ook begrijpen. Zij hebben geen problemen met de achterste 5 plaatsen net zoals de overige buurtbewoners. Echter mag dit niet vanuit de gemeente. 30 mei heb ik de buurvrouw geappt dat de laatste plattegrond niet gewijzigd is en of ze zich hierin kan vinden en of ze nog een gesprek met ons wil. Maar nog niet van haar vernomen. 3. Generaal Demseystraat Swolgen
Is er een anterieure overeenkomst opgesteld? Is deze overeenkomst beschikbaar? Hoe is de afdracht bovenwijkse voorzieningen vastgesteld?
Ja er is een anterieure overeenkomst opgesteld. In bijlage is deze toegevoegd. Voor het splitsen van het voormalig kantoor/kantine is € 3000,-- per appartement van toepassing. voor de nieuwe woning is € 6,50 per m2 bouwkavel van toepassing (350 m2 x 6,50).
Eric Beurskens
Perspectief HadM Technisch
3. Voorstel 3 Gen. Dempystraat, Swolgen
1. Op basis van welke argumenten worden hier 3 extra wooneenheden toegestaan? 2. Op google maps is te zien dat reeds werkzaamheden/renovaties zijn uitgevoerd. Nr. 27 (het kantoor) reeds is gesplitst in twee wooneenheden (2 voordeuren). Kunt u dit bevestigen? 3.Kunt u aangeven of er op dit moment ook mensen woonachtig zijn? 4.Heeft u een systematiek overwogen van nu twee extra wooneenheden toevoegen en de derde pas na wijziging bestemming bedrijf naar wonen en sloop van de andere loods? 5.De verbetering van ruimtelijke kwaliteit is minimaal en bestemming bedrijf blijft behouden, dus in onze ogen geen substantiële verbetering van de leefomgeving. Hoe ziet u dit?
1.Op basis van welke argumenten worden hier 3 extra wooneenheden toegestaan?
Eric Beurskens
VVD
Technisch
Ryan Palmen
BVNL
Technisch
Door het overgangsrecht dat opgenomen is in de nota kostenverhaal, is de oude regeling (herziening structuurvisie 2019 en het lokaal afwegingskader voor het toevoegen van woningen in de kern) van toepassing. De gemeente streeft naar voldoende woningen waaraan behoefte is. Het plan voor de 3 wooneenheden voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in de herziening SV 2019 "Het toevoegen van een woning in de kern". In de kern Swolgen kunnen woningen toegevoegd worden indien deze voldoende punten (8 of meer) behalen op het lokaal afwegingskader. Dit is voor de appartementen en voor de vrijstaande woning het geval. Daarmee voldoen de nieuwe woningen aan de voorwaarden voor het toevoegen van woningen in de kern. 2.Op google maps is te zien dat reeds werkzaamheden/renovaties zijn uitgevoerd. Nr. 27 (het kantoor) reeds is gesplitst in twee wooneenheden (2 voordeuren). Kunt u dit bevestigen? Nr 27 is niet gesplitst in twee wooneenheden. Het pand staat al langer leeg. De twee deuren zitten al van oudsher in het pand dat werd gebruikt als kantine en kantoor. Er kan nog niet gewoond worden. 3.Kunt u aangeven of er op dit moment ook mensen woonachtig zijn? Er is op dit moment niemand woonachtig op huisnummer 27. Dit is niet mogelijk.
4.Heeft u een systematiek overwogen van nu twee extra wooneenheden toevoegen en de derde pas na wijziging bestemming bedrijf naar wonen en sloop van de andere loods? Er zijn in het verleden 2 stukken van het bedrijventerrein verkocht zonder de bestemming mee te veranderen. Het initiatief voor het realiseren van de appartementen en de vrijstaande woning wordt door de initiatiefnemer gedaan die het kantoorpand/kantine met de voormalige timmerloods in bezit heeft.
Om de bestemming in lijn te krijgen met het bestaande gebruik, wordt ook de voormalige bedrijfswoning meegenomen in dit bestemmingsplan en bestemd tot wonen. De schuur die in het verleden is afgesplitst is (en niet in bezit is van initiatiefnemer) mag de bestemming ‘bedrijven’ behouden. Het is nodig om dit perceel ook mee te nemen in het bestemmingsplan en de aanduiding op te nemen dat geen bedrijfswoning is toegestaan. Dit is omdat de voormalige bedrijfswoning nu een reguliere woning wordt en we niet willen dat er een nieuwe bedrijfswoning wordt gerealiseerd bij het perceel dat de bestemming bedrijven behoudt. De kwaliteitswinst is te behalen door de leegstaande bebouwing op te knappen om zo verpaupering te voorkomen. De voormalige timmerloods wordt gesloopt. Hiervoor komt een nieuwe vrijstaande woning. Het geheel wordt landschappelijk ingepast. 5.De verbetering van ruimtelijke kwaliteit is minimaal en bestemming bedrijf blijft behouden, dus in onze ogen geen substantiële verbetering van de leefomgeving. Hoe ziet u dit? Een groot gedeelte van het bedrijvenperceel wordt gewijzigd naar wonen. Het pand Generaal Dempsystraat 27 wordt gerenoveerd en de voormalig loods wordt gesloopt en hiervoor in de plaats komt een nieuwe vrijstaande woning. Hiermee wordt verpaupering voorkomen. 4. Agendapunt 4
In Grubbenvorst voelt maarliefst 11% zich (zeer) onveilig. Heeft de burgemeester hier een verklaring voor? Ziet hij dit terug in het aantal incidenten?
In Grubbenvorst voelt maar liefst 11% zich (zeer) onveilig. Heeft de burgemeester hier een verklaring voor? Ziet hij dit terug in het aantal incidenten? Nee, daar heb ik geen verklaring voor. In het aantal gerapporteerde incidenten is er ook geen verklaring voor te vinden waarin in deze kern het onveiligheidsgevoel iets hoger ligt dan gemiddeld in de gemeente. Wellicht kan de leeftijdsopbouw van de bevolking een reden zijn.
4. Agendapunt 4
1. In het centrum wordt overlast ervaren door hangjeugd, er hebben diverse geweldsincidenten plaatsgevonden. Wat gaat het college hier aan doen? 2. Het stenen huisje aan de Westsingel is verwijderd. Is dit niet het probleem verplaatsen? Wordt de jeugd een alternatief geboden?
1.In het centrum wordt overlast ervaren door hangjeugd, er hebben diverse geweldsincidenten Ryan Palmen plaatsgevonden. Wat gaat het college hier aan doen? In dezen is met name de burgemeester als bestuursorgaan aan zet, niet zozeer het college. Uw vraag is met de huidige maatregelen als voorbeeld te beantwoorden. Qua instrumenten kan het dan gaan om bijvoorbeeld het aanwijzen van een veiligheidsrisico-gebied of het opleggen van gebiedsverboden. Het gaat echter niet alleen om repressie. Daar waar deze door onze jongeren hebben plaatsgevonden willen we ook hulp bieden. We hanteren in onze aanpak rondom jeugd een driesporen model met de gehele keten rondom jeugd: preventie, perspectief bieden en repressie (begrenzen).
PvdA
Technisch
CDA
Technisch
Essentie
Technisch
2. Het stenen huisje aan de Westsingel is verwijderd. Is dit niet het probleem verplaatsen? Wordt de jeugd een alternatief geboden? Deze vraag ligt ietwat buiten het bereik van het IVP. Maar om antwoord te geven: nee. We zien bij het stenen huisje een combinatie van factoren die niet zo gauw op een andere plek bij elkaar komen (bosje/uitloopgebied, niet direct bebouwing er omheen, donker, droog). Een dergelijk alternatief lijkt ons beter voorlopig niet meer aan te bieden. 4. Integraal Veiligheidsplan
1. In het onderdeel 'kwetsbare groepen' komt de overlast van (m.n.) jongeren terug, echter lijken hier geen concrete acties aan gekoppeld te zijn. Klopt dat en zo ja, waarom zijn hier, gelet op de recente ontwikkelingen (bijv. aanmerken centrum Horst als veiligheidsrisicogebied), geen concrete acties aan gekoppeld? 2. In het onderzoek komt specifiek naar voren dat het vertrouwen in de gemeente afneemt. Weliswaar heeft dit geen directe verbinding met het thema veiligheid, maar het is wel onderzocht. Hoe gaat het college om met het herstel van vertrouwen in de gemeente?
1. In het onderdeel 'kwetsbare groepen' komt de overlast van (m.n.) jongeren terug, echter lijken hier geen concrete acties aan gekoppeld te zijn. Klopt dat en zo ja, waarom zijn hier, gelet op de recente ontwikkelingen (bijv. aanmerken centrum Horst als veiligheidsrisicogebied), geen concrete acties aan gekoppeld? In het IVP stelt de gemeenteraad prioriteiten vast, kwetsbare groepen is één van die prioriteiten waarbij inderdaad overlastgevende/criminele jongeren benoemd zijn. Daarmee geeft de raad de prioriteiten voor de komende tijd aan en is het aan het college en/of burgemeester om de maatregelen die horen bij de programmatische aanpak uit te voeren. In uw vraagstelling geeft u terecht een voorbeeld van zo’n maatregel.
Ryan Palmen
2. In het onderzoek komt specifiek naar voren dat het vertrouwen in de gemeente afneemt. Weliswaar heeft dit geen directe verbinding met het thema veiligheid, maar het is wel onderzocht. Hoe gaat het college om met het herstel van vertrouwen in de gemeente? Nakomen wat je afspreekt, duidelijk zijn over de grenzen die je stelt en werken aan een beter samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie. 4. IVP - Wat maakt dit IVP anders dan het vorige IVP? Waar zitten de verschillen en waarom? - In het RV wordt aangegeven dat er geëvalueerd is uit het vorige IVP. Welke lessen / aanbevelingen zijn concreet meegenomen in dit IVP?
1.Wat maakt dit IVP anders dan het vorige IVP? Waar zitten de verschillen en waarom? Ryan Palmen In het vorige IVP stelde wij drie prioriteiten: aanpak van ondermijnende criminaliteit, aanpak van onbegrepen gedrag en opvolgen van meldingen. In dit IVP is dat laatste punt vervallen als beleidsprioriteit omdat we dat (met inbegrip van verbeteringen die altijd mogelijk zijn) behoorlijk onder controle hebben gebracht. Daarvoor in de plaats stellen wij u voor om naast ondermijnende criminaliteit en onbegrepen gedrag ook rampenbeheersing en crisisbestrijding te prioriteren. Onder een algemene noemer schetsen wij daarnaast nog de context waarin we deze aanpak moeten doen (waaronder dus bijvoorbeeld verbetering integriteitsbesef). 2.In het RV wordt aangegeven dat er geëvalueerd is uit het vorige IVP. Welke lessen / aanbevelingen zijn concreet meegenomen in dit IVP? Concreet zien we op vorm, dat het werken met een programmatische aanpak met door de raad gestelde beleidsprioriteiten goed werkt. Concreet zien we daarnaast op inhoud dat er twee prioriteiten blijven, dat we succesvol zijn in het oppakken van die prioriteiten en dus ook prioriteiten kunnen verleggen (opvolgen meldingen niet meer prioritair vanuit beleid, rampen- en crisisbestrijding wel).
En tot slot hebben we in de evaluatie ervaren dat de context waarin dit werk gedaan moet worden ook benoemd moet worden (bijvoorbeeld de politiecapaciteit of een veranderende maatschappelijke context).
4. IVP Aangegeven wordt dat er gebruik gemaakt is van het onderzoek uitgevoerd onder burgers, bestuursleden en ondernemers in onze gemeente. We moedigen het gebruik van deze vorm van burgerberaad natuurlijk aan. Het onderzoek laat zien dat onze inwoners zich vooral zorgen maken over de overlast die ze ervaren. De strategische doelstellingen in het IVP zijn echter heel 'groot': aanpak ondermijning, Rampenbestrijding etc. Waarom is er gekozen voor deze grote doelstellingen en niet voor een kleinere, concrete doelstelling als bijvoorbeeld: aanpak overlast?
Aangegeven wordt dat er gebruik gemaakt is van het onderzoek uitgevoerd onder burgers, Ryan Palmen bestuursleden en ondernemers in onze gemeente. We moedigen het gebruik van deze vorm van burgerberaad natuurlijk aan. Het onderzoek laat zien dat onze inwoners zich vooral zorgen maken over de overlast die ze ervaren. De strategische doelstellingen in het IVP zijn echter heel 'groot': aanpak ondermijning, Rampenbestrijding etc. Waarom is er gekozen voor deze grote doelstellingen en niet voor een kleinere, concrete doelstelling als bijvoorbeeld: aanpak overlast? Aanpak overlast is juist wel een beleidsprioriteit. Deze is als hoofdprioriteit letterlijk benoemd onder “kwetsbare groepen”. Juist om redenen die u noemt: de burgerbeleving. Daarnaast hebben wij ook te kijken naar de impact van veiligheidsvraagstukken. Wij begrijpen (en prioriteren daarom dus ook) dat overlast in de burgerbeleving aandacht verdient, maar daarnaast is de impact van bijvoorbeeld natuurbranden of hoog water (zaken die onder de prioriteit rampen- en crisisbeheersing vallen) heel erg groot als zoiets zich voordoet.
Essentie
Technisch
Hart voor HadM
Technisch
Ook hebben we aandacht voor overlast in de algemene operationele doelstellingen (In 2028 zijn de Sociale veiligheid indices ( index criminaliteit, index overlast en index veiligheidsbeleving, CBS Veiligheidsmonitor) minimaal gelijk gebleven) met o.a. bij de inspanningen op hoofdlijnen het verder door ontwikkelen van het team APV/Toezicht/Handhaving.
Algemene vragen: 4. RV Integraal Veiligheidsplan gemeente Horst aan de Maas 2024-2027 1) a. Zijn de bijgevoegde stukken de enige stukken op basis waarvan dit IVP 2024-2027 is opgesteld of is er nog een uitgebreidere beschrijving aanwezig; het zogenaamde hoofddocument waar dit ‘hoofdlijnendocument’/deze pictogrammen van gemaakt is/zijn? Kort gezegd; wat zijn de bronnen geweest op basis waarvan dit document is ontstaan? b. Kunt u ons deze brondocumenten, indien er nog meer zijn dan die bij dit raadsvoorstel staan opgenomen, per omgaande doen toekomen? Document 04C IVP 2024-2027
Algemene vragen: 1) a. Zijn de bijgevoegde stukken de enige stukken op basis waarvan dit IVP 2024-2027 is opgesteld of is er nog een uitgebreidere beschrijving aanwezig; het zogenaamde hoofddocument waar dit ‘hoofdlijnendocument’/deze pictogrammen van gemaakt is/zijn? Kort gezegd; wat zijn de bronnen geweest op basis waarvan dit document is ontstaan? We hebben er na de positieve reacties van de gemeenteraad op het vorige IVP wederom voor gekozen om de programmatische aanpak op 1 A3 te beschrijven. Er is geen uitgebreider beleidsdocument gemaakt. b. Kunt u ons deze brondocumenten, indien er nog meer zijn dan die bij dit raadsvoorstel staan opgenomen, per omgaande doen toekomen? Er is dus geen uitgebreider beleidsdocument.
Kopje Algemeen: “Veiligheid is een aspect waar we rekening mee houden in alle processen binnen de gemeentelijke organisatie” Het is de afgelopen jaren gebleken dat ‘veiligheid’ de kapstok is geweest waarmee op discutabele wijze zeer discutabele maatregelen door de overheid zijn opgelegd, die juist schadelijk en onveilig zijn geweest voor inwoners en ondernemers (zie o.a coronaperiode). 2) a. Wordt er bij toepassing van dit veiligheidsbeleid ook op de negatieve consequenties van deze toepassing hiervan getoetst bij alle processen binnen de gemeente (zo ja, waaraan wordt getoetst en zo nee, waarom niet?) b. hoe wordt de mate waarin en omvang van de mogelijke negatieve gevolgen in die gevallen vastgesteld en c. wie bepaalt of het hier om aanvaardbare negatieve gevolgen gaat en d. op basis waarvan wordt gekeken of die gevolgen en toetsing acceptabel zijn? “We hebben een sterke (digitale) informatiepositie en werken informatie gestuurd.” 3)Kunt u uitleggen wat u hier precies mee bedoelt? “In 2028 werken we meer datagedreven”
Document 04C IVP 2024-2027 Kopje Algemeen: “Veiligheid is een aspect waar we rekening mee houden in alle processen binnen de gemeentelijke organisatie” Het is de afgelopen jaren gebleken dat ‘veiligheid’ de kapstok is geweest waarmee op discutabele wijze zeer discutabele maatregelen door de overheid zijn opgelegd, die juist schadelijk en onveilig zijn geweest voor inwoners en ondernemers (zie o.a coronaperiode). 2) a. Wordt er bij toepassing van dit veiligheidsbeleid ook op de negatieve consequenties van deze toepassing hiervan getoetst bij alle processen binnen de gemeente (zo ja, waaraan wordt getoetst en zo nee, waarom niet?) Ja; de toepassing van maatregelen gaat altijd met een bredere afweging gepaard. De wet vereist dat ook. Zo kan de burgemeester niet zomaar beslissen tot het instellen van een veiligheidsrisicogebied of het opleggen van een gebiedsverbod. Maar zo’n zelfde afweging maken wij ook bijvoorbeeld bij het vaststellen van Bibob-beleid. We nemen daarin dan bijvoorbeeld mee dat de administratieve last voor aanvragers groter kan worden of doorlooptijden verruimen. b. hoe wordt de mate waarin en omvang van de mogelijke negatieve gevolgen in die gevallen vastgesteld Dat verschilt. Het aanwijzen van een veiligheidsrisicogebied heeft bijvoorbeeld een algemeen bindend karakter.
Ryan Palmen
4)Kunt u uitleggen wat u hier precies mee bedoelt? In het IVP 2020-2023 staat als strategische doelstelling bij Ondermijning: “In samenwerking met partners, inwoners en ondernemers voorkomen en bestrijden van (crimineel) gedrag dat ons gezag ondermijnt en het vertrouwen van de samenleving in de autoriteiten aantast”. In het voorliggende IVP 2024-2027 staat daar: “In samenwerking met partners, ondernemers en inwoners voorkomen en bestrijden we crimineel gedrag dat de rechtsstaat en zijn instituties en het rechtsgevoel van de samenleving aantast." 5) a. Waarom is deze doelstelling aangepast en op die manier aangepast? b. ‘het rechtsgevoel van de samenleving’ is zeer subjectief en een heel rekbaar begrip. Is de portefeuillehouder het daar mee eens? Zo nee, waarom niet? c. het rechtsgevoel van de samenleving is afhankelijk van zeer veel factoren, die niet allemaal te sturen en/of te controleren zijn. Hoe gaat u dit oplossen of hiermee om? Er is een enquête opgenomen in RAP waarin 78% aangeeft zich veilig te voelen en 7% zeer onveilig. Echter de enquête is slechts door 1.515 mensen ingevuld. Dat is nog geen 4% van het totale aantal inwoners. 6) a. Hoeveel mensen hebben deze enquête ontvangen? b. En hoeveel ondernemers? c. Wat was de respons bij ondernemers? Bij een respons van <10% is de uitkomst discutabel. d.
Waarom vindt u dat de enquête een representatief en goede afspiegeling geeft? Bij 4d is eveneens een uitkomst van onderzoek maar daar hebben in totaal slechts 981 mensen gereageerd. Dat is ongeveer 2,5% van het totale aantal inwoners. 7) a. Voldoende/volledig vertrouwen in de overheid zit onder de 40%. Vindt u dat niet zorgelijk? b. Volledig/voldoende vertrouwen in de wethouders blijft zelfs onder 30% (uitgezonderd verenigingen). De redenen die gegeven worden vinden wij zeer zorgelijk. Hoe kijkt de portefeuillehouder hier tegenaan? 8) Waarom wordt er geen jaarlijkse terugkoppeling/evaluatie gegeven, maar vindt dit alleen halverwege de periode plaats?
Dan wegen de nadelige gevolgen zwaarder dan wanneer bijvoorbeeld een pand gesloten moet worden in het kader van het Damoclesbeleid. Daar wegen de algemene belangen dan juist aan de positieve kant zwaarder. en c. wie bepaalt of het hier om aanvaardbare negatieve gevolgen gaat en d. op basis waarvan wordt gekeken of die gevolgen en toetsing acceptabel zijn? Het bestuursorgaan dat de bevoegdheid wettelijk heeft gekregen. Voor het Bibob-beleid is dat bijvoorbeeld het college, voor de toepassing van het Damoclesbeleid is dat de burgemeester. “We hebben een sterke (digitale) informatiepositie en werken informatie gestuurd.” 3)Kunt u uitleggen wat u hier precies mee bedoelt? Wanneer het bijvoorbeeld gaat om het doen van integrale controles zijn wij afgelopen jaren vanuit een gebiedsgerichte (buitengebied met name) aanpak te werk gegaan. Daarmee hebben we onze informatiepositie versterkt. Dat betekent dat we nu gerichter kunnen gaan controleren en de capaciteit dus gerichter kunnen inzetten. “In 2028 werken we meer datagedreven” 4)Kunt u uitleggen wat u hier precies mee bedoelt? Met behulp van open bronnen en dataveredeling kunnen wij gerichter aan het werk. Zo kunnen wij bijvoorbeeld uit de BRP adressen filteren waar meer dan 10 mensen wonen.
Als wij daar kadastrale gegevens naast leggen en het woningtype bekijken, kan het zijn dat er een opvallend beeld ontstaat (praktijkvoorbeeld: maisonette van 60m2 waar 10 personen staan ingeschreven en waar 15 KvKregistraties op staan). Dat wil niet zeggen dat er iets gebeurt dat niet mag, maar dit beeld kan aanleiding zijn voor nader onderzoek. In het IVP 2020-2023 staat als strategische doelstelling bij Ondermijning: “In samenwerking met partners, inwoners en ondernemers voorkomen en bestrijden van (crimineel) gedrag dat ons gezag ondermijnt en het vertrouwen van de samenleving in de autoriteiten aantast”. In het voorliggende IVP 2024-2027 staat daar: “In samenwerking met partners, ondernemers en inwoners voorkomen en bestrijden we crimineel gedrag dat de rechtsstaat en zijn instituties en het rechtsgevoel van de samenleving aantast." 5) a. Waarom is deze doelstelling aangepast en op die manier aangepast? Wat ons betreft is dit niet direct een aanpassing van de doelstelling. We hebben er aan toegevoegd dat we ook meer rekening willen houden met het rechtsgevoel van de samenleving. We zien dat ‘een stevige(re) aanpak’ over het algemeen op meer positieve reacties kan rekenen. b. ‘het rechtsgevoel van de samenleving’ is zeer subjectief en een heel rekbaar begrip. Is de portefeuillehouder het daar mee eens? Zo nee, waarom niet? Ja, dat is subjectief.
Tegelijkertijd vormen vele subjectieve inzichten een meer geobjectiveerd beeld. c. het rechtsgevoel van de samenleving is afhankelijk van zeer veel factoren, die niet allemaal te sturen en/of te controleren zijn. Hoe gaat u dit oplossen of hiermee om? Zoals gezegd zien wij dat een ‘stevige(re) aanpak’ op meer positieve reacties lijkt te kunnen rekenen. Zo zal de portefeuillehouder er ook mee omgaan. Er is een enquête opgenomen in RAP waarin 78% aangeeft zich veilig te voelen en 7% zeer onveilig. Echter de enquête is slechts door 1.515 mensen ingevuld. Dat is nog geen 4% van het totale aantal inwoners. 6) a. Hoeveel mensen hebben deze enquête ontvangen? De hier bedoelde bijlage bij het raadsvoorstel is een onderdeel (veiligheid) van het totale onderzoeksrapport Omgevingsvisie Horst aan de Maas. Invior heeft in het onderzoeksrapport ( de totaalrapportage die ook op de website van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas staat) op pagina 6 de responsverantwoording opgenomen: TipHorstaandeMaas - Omgevingsvisie 2040 Onderzoeksrapport. b. En hoeveel ondernemers? Dit onderzoek is uitgevoerd als onderdeel van de voorbereiding om te komen tot een Omgevingsvisie. Het onderzoek was gericht op inwoners en is niet uitgesplitst naar inwoners/ondernemers/verenigingen. c. Wat was de respons bij ondernemers? Bij een respons van <10% is de uitkomst discutabel.
Dit onderzoek is niet uitgesplitst naar inwoners/ondernemers/verenigingen. d. Waarom vindt u dat de enquête een representatief en goede afspiegeling geeft? Bij 4d is eveneens een uitkomst van onderzoek maar daar hebben in totaal slechts 981 mensen
gereageerd. Dat is ongeveer 2,5% van het totale aantal inwoners. Beide onderzoeken zijn uitgevoerd door onderzoeksbureau Invior en in beide rapportages is een responsverantwoording opgenomen: -Zie pagina 6 van het totale onderzoeksrapport Omgevingsvisie 2040: TipHorstaandeMaas Omgevingsvisie 2040 - Onderzoeksrapport -Zie pagina 40 van het onderzoeksrapport Veiligheidsplan (bijlage bij het raadsvoorstel) 7) a. Voldoende/volledig vertrouwen in de overheid zit onder de 40%. Vindt u dat niet zorgelijk? Jawel b. Volledig/voldoende vertrouwen in de wethouders blijft zelfs onder 30% (uitgezonderd verenigingen). De redenen die gegeven worden vinden wij zeer zorgelijk. Hoe kijkt de portefeuillehouder hier tegenaan? De vraagstelling kent ook de antwoordcategorieën neutraal en weet ik niet. Het percentage onvoldoende/geen vertrouwen in wethouders is 27% en het percentage onvoldoende/geen vertrouwen in kabinet is 58%. We werken aan vertrouwen door na te komen wat je afspreekt, duidelijk zijn over de grenzen die je stelt en te werken aan een beter samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie. 8) Waarom wordt er geen jaarlijkse terugkoppeling/evaluatie gegeven, maar vindt dit alleen halverwege de periode plaats? De gemeenteraad stelt de kaders voor dit programma. Op programmaniveau is het niet heel zinvol om jaarlijks een terugkoppeling/evaluatie te doen.
Dat gaat dan al gauw om maatregelen, niet om doelstellingen. 4. Veiligheidsplan
Het integraal veiligheidsplan is nogal kort en bondig, in een vakje is zelfs tekst weggevallen. 1 Wat wordt bedoeld met een “beter samenspel” tussen raad, college en organisatie? 2 In het onderzoek was polarisatie een van de onderwerpen. Hierover wordt niet gesproken in het plan. Waarom niet? 3 Ook missen we aandacht voor de aanpak van discriminatie. Waar is de ambitie op dit gebied? 4 Goed dat er aandacht is voor arbeidsmigranten onder het kopje kwetsbare groepen. Gezien de ontwikkelingen en opgaven: waar blijft de aandacht voor vluchtelingen, asielzoekers en statushouders in dit plan? 5Criminaliteit onder jeugd is schrikbarend, nieuws over jongeren met messen blijft komen. Het lijkt me dat preventie onder jeugd een specifieke tak van sport is en veel aandacht vereist. Waarom wordt er niet specifiek over de aanpak van jeugdcriminaliteit gesproken? Het vertrouwen in het gemeentebestuur is laag, en verder gedaald ten opzichte van 5 jaar geleden. De raad heeft te weinig kennis en krijgt geen zuivere informatie, er is te weinig controle op de burgemeester en wethouders gaan voor eigen voordeel. Het is geen fraai plaatje dat wordt geschetst maar het berust zeker op waarheden. 6 Hoe zorgen we daadwerkelijk voor betere kennis, meer controle en meer dualisme? 7 Welke stappen die in deze raadsperiode al zijn gezet hebben bijgedragen of juist niet bijgedragen aan de genoemde zorgen?
Het integraal veiligheidsplan is nogal kort en bondig, in een vakje is zelfs tekst weggevallen. Ryan Palmen 1.Wat wordt bedoeld met een “beter samenspel” tussen raad, college en organisatie? Dat discussies gevoerd kunnen worden op de inhoud en op het niveau dat passend is. Daarvoor zijn betere adviezen, betere bestuurlijke performance en een betere taakinvulling als het gaat om de controlerende en kaderstellende taak van de raad nodig. 2.In het onderzoek was polarisatie een van de onderwerpen. Hierover wordt niet gesproken in het plan. Waarom niet? Die polarisatie wordt niet als beleidsprioriteit benoemd, maar wel als context waarbinnen de beleidsprioriteiten opgepakt moeten worden. Daarmee is het punt dus zeker niet verloren gegaan. 3.Ook missen we aandacht voor de aanpak van discriminatie. Waar is de ambitie op dit gebied? De ambitie is eenvoudig: discriminatie mag niet meer voorkomen. Maar het is vanuit het Integraal Veiligheidsplan geen geprioriteerd beleidsterrein. 4.Goed dat er aandacht is voor arbeidsmigranten onder het kopje kwetsbare groepen. Gezien de ontwikkelingen en opgaven: waar blijft de aandacht voor vluchtelingen, asielzoekers en statushouders in dit plan? Wat ons betreft vallen die evenzeer onder het kopje “kwetsbare groepen”. 5. Criminaliteit onder jeugd is schrikbarend, nieuws over jongeren met messen blijft komen.
Het lijkt me dat preventie onder jeugd een specifieke tak van sport is en veel aandacht vereist. Waarom wordt er niet specifiek over de aanpak van jeugdcriminaliteit gesproken? Wat ons betreft spreken we daar wel expliciet over. Het is dan ook letterlijk benoemd onder de beleidsprioriteit “kwetsbare groepen”. Daar gaat het om overlastgevend en crimineel gedrag. Het vertrouwen in het gemeentebestuur is laag, en verder gedaald ten opzichte van 5 jaar geleden. De raad heeft te weinig kennis en krijgt geen zuivere informatie, er is te weinig controle op de burgemeester en wethouders gaan voor eigen voordeel. Het is geen fraai plaatje dat wordt geschetst maar het berust zeker op waarheden. 6.Hoe zorgen we daadwerkelijk voor betere kennis, meer controle en meer dualisme? Deze interessante vragen vallen buiten de scope van het IVP. 7.Welke stappen die in deze raadsperiode al zijn gezet hebben bijgedragen of juist niet bijgedragen aan de genoemde zorgen? Deze interessante vragen vallen buiten de scope van het IVP.
Perspectief HadM Technisch
4. Voorstel 4 Veiligheidsplan
Vragen zullen technische en wellicht politiek zijn: 1. 04A pag 3. Citaat: in de afgelopen beleidsperiode is onze inzet op regionale samenwerking Ryan Palmen 1. 04A pag 3. Citaat: in de afgelopen beleidsperiode is onze inzet op regionale samenwerking versterkt. Wat wordt hiermee bedoeld? Kunt u een voorbeeld noemen? Tijdens de raadsavond van versterkt. Wat wordt hiermee bedoeld? Kunt u een voorbeeld noemen? Tijdens de raadsavond van 16/1 hebben we hierover gesproken en gaf u aan dat het in de toekomst anders zou moeten. Kunt u 16/1 hebben we hierover gesproken en gaf u aan dat het in de toekomst anders zou moeten. Kunt u uitleggen? uitleggen? We zijn meer regionaal gaan samenwerken dan voorheen op het gebied van veiligheid. Zo zijn we 2. pag 3. Voor de handhaving van de openbare orde is het belangrijk dat er in de gemeente met behulp van de Regiodeals samen met andere gemeenten en partners regionale projecten voldoende handhavers zijn. Is ook de politie op sterkte? En krijgen onze wijkagenten voldoende gestart: uren om hieraan aandacht te kunnen besteden? •Regiodeal project Communicatie (‘Kijk niet weg-campagne’) 3. 04C. (kolom algemeen) We hebben een sterke (digitale) informatiepositie.
Gebruiken alle •Regiodeal project ACT! instanties hetzelfde systeem of heeft elke organisatie een eigen systeem en zijn we afhankelijk van •Regiodeal project Innovatie het feit dat informatie door instanties daadwerkelijk gedeeld wordt? •Regiodeal project Rode en Groene Spoor Vakantieparken 4. 04C In 2028 hebben we het criminele ondernemersklimaat in Horst aan de Maas verslechterd en •Regiodeal project Restoritive justice hebben we de sociaal maatschappelijke voedingsbodem voor (georganiseerde) ondermijnende •Regiodeal project Internationale Werknemers criminaliteit verkleind. Hoe kunnen we dit meten? Waarvan wordt uitgegaan? •Regiodeal project Keurmerk Veilig Buitengebied 5.04C Verder bouwen aan samenwerking in het Zorg- en Veiligheidshuis. Goed dat er aandacht is •Innovatieve controlemethoden voor personen met onbegrepen gedrag en overlast gevende / criminele jeugd. Maar waarom geen Ook andere onderwerpen hebben we in een regionale samenwerking opgepakt: extra vermelding aanpak Huiselijk Geweld / Kindermishandeling? (1 op de 4 kinderen is daarbij •Heropbouw Zorg- en Veiligheidshuis betrokken) •Flexibel Regionaal Interventie Team (FRIT) 6. 04D Integriteit scoort slecht.
Hoe gaan we dit samen aanpakken? •Mensenhandel •Damocles beleid •Aanpak Personen met verward gedrag / Grip op onbegrip Tijdens de raadsavond hebben wij over deze regionale samenwerking drie dingen gezegd: 1.Het eigenaarschap hiervan moet breder belegd worden 2.Inhoudelijk kunnen sommige onderwerpen nog beter uitgewerkt worden 3.Het vraagstuk van de aanpak van ondermijnende criminaliteit vraagt erom om integraal en met ongeduld bestuurd te worden. Ook dat kan beter. 2. pag 3. Voor de handhaving van de openbare orde is het belangrijk dat er in de gemeente voldoende handhavers zijn. Is ook de politie op sterkte? En krijgen onze wijkagenten voldoende uren om hieraan aandacht te kunnen besteden? Nee en nee. De politie is (nog) niet op sterkte. Wij steunen de Limburgse veiligheidslobby om meer aandacht te vragen voor de veiligheidsvraagstukken waar Limburg als grensregio mee worstelt en die ook invloed hebben op de landelijke veiligheid, waaronder de lobby voor het toekennen van extra financiële middelen voor meer politiecapaciteit. Binnen Limburg heeft dit tot een herverdeling van politiecapaciteit geleid die de komende jaren gunstig is voor ons basisteam van de politie. Maar dan nog is er (en zal er ook altijd blijven) onvoldoende capaciteit.
Vanwege dat capaciteitsgebrek en de roosterdruk, kunnen de wijkagenten niet altijd de voor hun wijkwerkzaamheden vrijgemaakte uren ook voor dat werk inzetten. Dat moet met de komende jaren dus ook beter worden. 3. 04C. (kolom algemeen) We hebben een sterke (digitale) informatiepositie. Gebruiken alle instanties hetzelfde systeem of heeft elke organisatie een eigen systeem en zijn we afhankelijk van het feit dat informatie door instanties daadwerkelijk gedeeld wordt? Nee, niet alle instanties gebruiken hetzelfde systeem en we zijn inderdaad afhankelijk van het feit dat informatie door instanties daadwerkelijk gedeeld wordt. Het is niet toegestaan (AVG/Wet Politiegegevens/Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens, etcetera) dat instanties automatisch elkaars systemen (onbeperkt) kunnen raadplegen. De wettelijke grondslagen op grond waarvan instanties persoonsgegevens verwerken verschillen van elkaar en kunnen alleen onder bepaalde voorwaarden met elkaar gedeeld worden. Waar nodig zijn hier werk- en procesafspraken over gemaakt. Denk hierbij aan de samenwerking in: •het lokaal casusoverleg zorg & veiligheid op grond van een convenant en privacy protocol; •het Zorg & Veiligheidshuis op grond van een convenant en privacy protocol; •het ACT op grond van een convenant en privacy protocol; •het RIEC op grond van een convenant en privacy protocol.
Voor wat betreft de aanpak van ondermijningscasuïstiek maken de professionele instanties wel gebruik van één systeem, namelijk RIEC-IS, waarin informatie wordt gedeeld. Ook voor de uitvoering van de Wet Bibob maken we gebruik van RIEC-IS. Het blijft echter wel zo dat dit systeem gevuld wordt vanuit de eigen systemen van de aangesloten instanties binnen de kaders die voor de betreffende instantie gelden.
VVD
Technisch
Verder hebben politie, veiligheid en toezicht & handhaving op een aantal onderdelen werkafspraken gemaakt: •Bestuurlijke rapportages politie •Wet Damocles •Bijtincidenten honden •Woonoverlast 4. 04C In 2028 hebben we het criminele ondernemersklimaat in Horst aan de Maas verslechterd en hebben we de sociaal maatschappelijke voedingsbodem voor (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit verkleind. Hoe kunnen we dit meten? Waarvan wordt uitgegaan? (Ondermijnende) criminaliteit is veelkoppig, een grotendeels verborgen fenomeen en is niet eenvoudig te doorgronden. Het is daardoor nooit precies vast te stellen hoe groot het directe effect van de aanpak is. Zo kunnen politiecijfers wel gebruikt worden om bepaalde trends te herkennen, maar kun je niet concluderen dat een daling van bepaalde misdaadcijfers in een bepaald jaar per definitie betekent dat dit het gevolg is van onze inzet om het criminele ondernemersklimaat te verslechteren. Bij effectief optreden tegen ondermijning kunnen de cijfers zelfs stijgen. Dit omdat ondermijning vaak niet zichtbaar is en dus ook niet terugkomt in cijfers.
We meten dit daarom vooral in termen van uit te voeren (aantallen) activiteiten langs vier sporen (voorkomen, verstoren, bestraffen, beschermen), waarvan uit onderzoeken blijkt dat deze effect hebben op het criminele ondernemersklimaat en de sociaal maatschappelijke voedingsbodem voor (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit. Als het gaat om het verslechteren van het criminele ondernemersklimaat op gemeentelijk niveau hebben we het vooral over het opwerpen van barrières / het frustreren van malafide ondernemers. Denk hierbij onder andere aan de inzet van de Wet Bibob, artikel 13B Opiumwet, aanpak zorgfraude, inzet van innovatieve controlemethodes en controles ACT en daaruit voortvloeiende inzet van handhavingstrajecten in de breedste zin van het woord. Als het gaat om het verkleinen van de sociaal maatschappelijke voedingsbodem voor (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit is de transformatie die we in het sociaal domein hebben ingezet van groot belang: op weg naar een sterke, sociale basis en vitale kernen. Een transformatie die bij een succesvol verloop een positieve invloed gaat uitoefenen op de mate waarin inwoners hun samenleving als veilig ervaren. Denk hierbij onder andere aan initiatieven als Onze Loods, het Transitieplan Sport aan de Maas, IN! Horst aan de Maas en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).
Ook de aanpak van financiële armoede speelt een belangrijke rol in het verkleinen van de sociaal maatschappelijke voedingsbodem voor (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit. Ook de Regiodeal-projecten Rode en Groene Spoor Vakantieparken en het Keurmerk Veilig Ondernemen Buitengebied dragen bij aan het verkleinen van de sociaal maatschappelijke voedingsbodem voor (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit. Naast uit te voeren (aantallen) activiteiten kijken we ook naar risicofactoren: bijvoorbeeld uitval school, armoede (jongeren), huiselijk geweld en drugsgebruik. 5.04C Verder bouwen aan samenwerking in het Zorg- en Veiligheidshuis. Goed dat er aandacht is voor personen met onbegrepen gedrag en overlast gevende / criminele jeugd. Maar waarom geen extra vermelding aanpak Huiselijk Geweld / Kindermishandeling? (1 op de 4 kinderen is daarbij betrokken) Dat gebeurt wel, alleen niet leesbaar in het IVP. Daarmee wordt bedoeld dat het IVP bedoeld is om de gemeenteraad de beleidsprioriteiten te laten stellen. Uw vraag ziet op een doorvertaling (aanpak huiselijk geweld en geweld in afhankelijkheid, binnen het ZVH) van de prioriteit (onbegrepen gedrag en overlastgevende/criminele jeugd) die u wenst te stellen. 6. 04D Integriteit scoort slecht.
Hoe gaan we dit samen aanpakken? Door te werken aan een verdere professionalisering en beter samenspel in de driehoek gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie. Enerzijds door te werken aan een beter integriteitsbesef en een geprofessionaliseerde procedure en anderzijds door verbeterde beeldvorming.