Beantwoording technische en politieke vragen
Tekst van het document
Titel 02. bestemmingsplan Danielweg
Vraag Wat is de afstand in meters tussen de aanliggende woningen? Hoe zijn de regels voor het vaststellen van de kwaliteitsbijdrage? Hoe komt men tot het bedrag van € 40.000 ?
03. Agendapunt 3 BP St Maartensweg 8 Meterik
-Gaat er door het bouwen van de woning niet, nog meer, agrarische ruimte verloren? - Hoeveel m2 is er in de afgelopen 5 jaar verloren gegaan en heeft een andere bestemming gekregen?
03. bestemmingsplan St Maartensweg
Antwoord - De afstand van de woning Daniëlweg 29 tot de grens met de woonbestemming voor de nieuwe woning is circa 7 meter en de afstand van de woning Daniëlweg 35 tot de grens met de woonbestemming voor de nieuwe woning is circa 25 meter. - De regels voor de kwaliteitsbijdrage zijn opgenomen in nog voor dit plan van toepassing zijnde Lokaal Afwegingskader zoals opgenomen in de door de gemeenteraad op 10 september 2019 vastgestelde 'Herziening Integrale Structuurvisie 2019: Het toevoegen van een woning in de kern'. Daarin is ook de kwaliteitsbijdrage van € 40.000,- in bepaald. -Er wordt geen nieuwe woning gebouwd. De bestaande bedrijfswoning wordt een burgerwoning. Zoals in het raadsvoorstel is aangegeven, verdwijnt de agrarische bouwkavel ter grootte van circa 10.533 m2 waarbinnen agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden opgericht en daarvoor in de plaats komt een woonbestemming ter grootte van circa 3.000 m2 waarbinnen de bestaande woning en 2 bijbehorende bouwwerken blijven staan. Circa 7.533 m2 blijft dus de bestemming Agrarische met waarden behouden, maar dan zonder mogelijkheid om agrarische bedrijfsgebouwen op te richten. - Er wordt niet bijgehouden hoeveel m2 in het buitengebied in de afgelopen vijf jaar een andere bestemming heeft gekregen.
De bestemmingsplannen, die door de gemeenteraad zijn vastgesteld in de afgelopen 5 jaar en de wijzigingsplannen, die door het college van burgemeester en wethouders zijn vastgesteld de afgelopen 5 jaar, zijn allemaal terug te vinden op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl of https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/.
Portefeuillehouder Eric Beurskens
Fractie Soort vraag Perspectief HadM Technisch
Eric Beurskens
BVNL
De overige twee stallen, ter grootte van respectievelijk 329 m² en 285 Bouwtechnisch is het niet reëel om te eisen om van de twee te behouden gebouwen 14 m2 te m², worden met gebruikmaking van het ‘Beleid groter bouwen’ slopen om zo aan 600 m2 aanwezige gebouwen te komen. aan beide te behouden gebouwen zit behouden. Dit is 14 m² meer dan formeel op grond van het Beleid Groter geen 'overhoekje' van 14 m2 dat gemakkelijk gesloopt kan worden, zonder verder noodzakelijke Bouwen zou mogen blijven staan (maximaal 600 m²). Het is niet reëel bouwkundige ingrepen voor de behoud van de rest van de gebouwen. We kunnen ook niet om te eisen dat van één van de twee te behouden gebouwen 14 m² verlangen dat de gebouwen een volledige spant worden ingekort, nu de overschrijding van de te wordt gesloopt. behouden gebouwen slechts 2% is. De grenzen zijn helder. Waarom vindt het college dit niet reëel en wanneer vindt het college het wel reëel?
Eric Beurskens
Perspectief HadM Technisch
04. Ag.p 4 bp Zwarte Plakweg 85a
Bij argumenten 1.1 staat het doel omschreven van onze visie veehouderij. Wat is de reden dat het doel van deze visie hier in dit bestemmingsplan anders is verwoord dan dat we in onze visie hebben afgesproken? Er staat nu dat er een FORSE verlaging van de emissie van ammoniak, geur en fijnstof moet plaatsvinden.
Eric Beurskens
CDA
Technisch
05. Ag.p.5 Bp Hazenhorstweg 1-3
Het bouwvlak bij stal 2 wordt in mindering gebracht op de m2 die buiten Op de tekening met de gewenste situatie staan duidelijk twee vlakjes, die in mindering worden het bouwvlak erbij zijn gekomen. Zie tekening aangepast bouwvlak. Er gebracht op het bouwvlak: één vlakje van 133 m2 en één vlakje van 230 m2, samen 363 m2. wordt 133 m2 in mindering gebracht. Klopt deze belijning wel?
Eric Beurskens
CDA
Technisch
Argument 1.1 komt uit het collegeprogramma. In het collegeprogramma is het programma 'Een natuurrijk en vitaal landelijk gebied' opgenomen met daarin als één van de doelstellingen voor de transformatie van het landelijk gebied een forse verlaging van de emissie van ammoniak, geur en fijnstof in 2030.
Technisch
05. Hazenhorstweg 1-3
1)Waar ging de procedure bij de RvS over? Graag uitleg daarbij 2)Waarom is in deze situatie bij hetgeen in het raadsvoorstel wordt besloten geen sprake van willekeur? 3) Waarom is dit raadsbesluit niet vooruitlopen op nog te nemen besluiten? 4)Wanneer is de installatie daadwerkelijk gebouwd? 5)Sinds wanneer is bij de gemeente bekend dat de installatie niet conform de vergunning is gebouwd? 6)Waarom is er niet (eerder) handhavend opgetreden?
1. De procedure bij de Raad van State ging, zoals in het raadsvoorstel aangegeven, over de op 30 Eric Beurskens augustus 2016 verleende omgevingsvergunning (bouwen, milieu) voor de bouw van een nieuwe vleesvarkensstal, het plaatsen van een luchtwasser en het veranderen van de milieu-inrichting. In de eerste uitspraak van 25 juli 2018 van de Raad van State (kenmerk 201706547/1/A1), werd bepaald dat wij een nieuw besluit op de aanvraag moesten nemen voor zover het besluit tot verlening van de vergunning voorzag in de incidentele bedrijfssituatie en een specifiek milieuvoorschrift ten aanzien van vrachtwagenbewegingen. Rekening houdend met de uitspraak van de Raad van State is bij besluit van 18 oktober 2018 een nieuw besluit op de aanvraag omgevingsvergunning genomen. De uitspraak kunt u desgewenst teruglezen via de website van de Raad van State: www.raadvanstate.nl en dan zoeken moet het kenmerk van de uitspraak 201809104/1/A1. Het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning (bouwen, milieu) voor de bouw van een nieuwe vleesvarkensstal, het plaatsen van een luchtwasser en het veranderen van de milieu-inrichting is bij de uitspraak van de Raad van State van 11 december 2019 in stand gelaten. 2. Er is geen sprake van willekeur.
Bij de afweging of we voor de luchtwasser en het luchtkanaal het legaliseringstraject aan zouden gaan, is voor de voor de omgeving meest wenselijke oplossing gekozen. En dat is in dit geval het legaliseren van het luchtkanaal en de luchtwasser zoals nu aangevraagd. 3. Een raadsbesluit waarbij wordt besloten over het afgeven van een (ontwerp-)verklaring van geen bedenkingen moet voorafgaand aan het nemen van een (ontwerp-)besluit over de aanvraag omgevingsvergunning. We volgen de hiervoor geëigende procedure. 4. Het luchtkanaal en de luchtwasser zijn in 2021 gerealiseerd. 5. Sinds 2021. 6. Er is handhavend opgetreden naar aanleiding van de in afwijking van de omgevingsvergunning gerealiseerde luchtwasser/luchtkanaal (dwangsom).
Hart voor HadM
Technisch
05. Punt 5 Hazenhorstweg 1-3 Sevenum
-Wanneer is er sprake van een overbelaste situatie na de aanpassing?
BVNL
Technisch
05. Raadsvoorstel Afgeven (ontwerp-)verklaring van geen bedenkingen voor het gewijzigd uitvoeren van een luchtwasser/luchtkanaal op de locatie Hazenhorstweg 13 Sevenum
1. In het landschapsplan zien wij een nieuw gebouw ingetekend op het grootste perceel. Als ik het goed begrijp heeft dit niks met deze ontwerpverklaring te maken, klopt dit? Is het toevoegen van dit gebouw een apart traject? (Zie bijlage 1, 13632526.....) 2. In het document 05k AAA ruimtelijke onderbouwing is een bijlage toegevoegd: bijlage 3.1 voorgrond geur diverse situaties. Op eerste pagina staat een tabel waarin 7 situaties worden geschetst. Welke situatie is van toepassing zodra de aanvullende eisen aan andere stallen zijn uitgevoerd (uiterlijk 31 december 2025) (Zie bijlage 2, 429FE7F5......)
In de aangevraagde situatie is er na realisatie geen sprake meer van een overbelaste geursituatie Eric Beurskens onder de huidige geurnormen. 1. Het in de vraag genoemde nieuwe gebouw op het grootste perceel is de vleesvarkensstal die op Eric Beurskens 7 maart 2014 is aangevraagd en bij besluit van 30 augustus 2016 is vergund. Ten behoeve van die vergunningsprocedure heeft uw raad destijds een second opinion gevraagd. De conclusie van de door uw raad gevraagde second opinion was dat er geen reden was tot weigering van die vergunning. De vleesvarkensstal maakt dus géén onderdeel uit van de nu aan uw raad gevraagde (ontwerp-)verklaring van geen bedenkingen. 2. Situatie 7 is van toepassing.
D66-Groenlinks
Technisch
05. VVGB Hazenhorstweg 1-3
1 In diverse stukken worden berekende waarden van stankbelasting genoemd. a Zijn deze allemaal berekend op de lagere stankrendementen van wassers als enkele jaren geleden door de staatssecretaris vastgesteld of op basis van de oude waarden? b Als daar verschil in zit, waar zijn dan de verschillende waarden gebruikt? 2 Er is een overeenkomst gesloten over te nemen maatregelen(oa wassers) tussen gemeente en ondernemer. a Welke van deze wassers/maatregelen zijn al in de vergunning van 2018 opgenomen en welke worden extra toegevoegd? b Wat is daarvan dan de specifieke stankwinst? 3 Op stal 5 worden 2 wassers geïnstalleerd. Niet vermeld is welk type wassers dit zullen worden, zodat ook het resultaat dan onduidelijk is, terwijl dit toch is doorgerekend. Welke typen wassers zijn op de verschillende stallen tussen ondernemer en gemeente overeengekomen en met welke rendementen is gerekend? 4 Diverse stallen zijn ouder dan 50 jaar, met waarschijnlijk gemetselde mestkelders. Hierbij is een risico van binnendringen van grondwater of het weglekken van mest. Is hier controle op uitgeoefend en wat zijn de bevindingen? 5 In de verschillende scenario’s worden de stank belastingen aangegeven. Echter de rendementen van luchtwassers zijn volgens de staatssecretaris te hoog ingeschat.
Welk type luchtwasser is geplaatst, is deze getest en wat zijn de resultaten? Met welke rendementen moet men rekenen volgens de staatssecretaris? Zijn de berekeningen uitgevoerd met de juiste rendementen? 6 De rendementen van stikstofreductie zijn sterk afhankelijk van die keuze en het rendement van combiwassers is volgens Wageningen voor stank slecht en voor stikstof zeer onduidelijk. Is overal meegenomen wat de effecten van keuze en aanpassing van wassystemen is op zowel ammoniak als stank? Hoe wordt dit aangetoond?
1.a In de geurberekeningen van de vergunde en nieuwe situatie is gerekend met de huidige geuremissiefactoren, dus met de lagere geur reducerende maatregelen. 1.b Zie antwoord onder a, niet van toepassing. 2.a In de vergunning van 2018 waren 3 luchtwassers vergund; •Stal 2 A: gecombineerde luchtwasser BWL 2006.14 •Stal 4 B1: chemische luchtwasser BWL 2007.05 •Stal 8 E: gecombineerde luchtwasser BWL 2006.14 In de overeenkomst met de initiatiefnemer is afgesproken dat als extra maatregelen stal 5 voorzien wordt van 2 luchtwassers. Tevens zijn de luchtwassers voor stal 2 en stal 8 gewijzigd; •Stal 2 A: chemische luchtwasser BWL 2013.08 •Stal 4 B1: chemische luchtwasser BWL 2007.05 •Stal 5 C&F: gecombineerde luchtwasser BWL 2009.12 •Stal 8 E: gecombineerde luchtwasser BWL 2009.12 2.b De geuremissie vanuit stal 5 neemt af met 4.614,5 OUe/sec (van 14.289,0 OUe/sec naar 9.674,5 OUe/sec). 3. Stal 5 wordt voorzien van twee gecombineerde luchtwassers conform BWL 2009.12, zie ook antwoord onder 2a. Deze luchtwassers hebben emissiereducties van 85% ammoniak, 45% geur en 80% fijnstof. 4. Geen relevante vraag voor deze vergunningprocedure. 5. Zie antwoord onder 2a voor de luchtwasser types van vergunde en nieuwe situatie. Op 19 juli 2018 is een wijziging van de Regeling geurhinder veehouderij (Rgv) gepubliceerd.
Met deze wijziging zijn de emissiefactoren voor geur van alle gecombineerde luchtwassystemen en 1 biologisch luchtwassysteem verhoogd. Voor de combi-luchtwassers met een biologische wasstap naar een reductiepercentage voor geur van 45%. Voor de combi-luchtwassers met een chemische wasstap naar een reductiepercentage van 30%. De geurreductiepercentages van combiwassers zijn hiermee zoveel mogelijk gelijkgesteld aan die van enkelvoudige luchtwassers. De emissiefactoren voor ammoniak zijn niet aangepast. Zoals onder 1a is aangegeven is er voor de vergunde en nieuwe situatie gerekend met de actuele emissiefactoren. 6. Zoals onder 5 is aangegeven zijn naar aanleiding van onderzoeken in 2018 geuremissiefactoren van luchtwassers aangepast. De emissiefactoren van ammoniak zijn (nog) niet aangepast. Voor de vergunde en nieuwe situatie is gerekend met de actuele ammoniak-, geur- en fijnstofemissiefactoren.
Eric Beurskens
Perspectief HadM Technisch
05. VVGB Hazenhorstweg 1-3
1 Het bedrijf ligt in een extensiveringsgebied, waarover wordt gesteld dat er zeker geen uitbreiding van de intensieve veehouderij kan plaatsvinden. Waarom heeft de gemeente dit toch in de vergunning van 2018 vergund? 2 Van de vergunning van 2018 is vwb de nieuwe stal (8?) nog steeds geen gebruik gemaakt. Gaat de gemeente deze op grond van het intrekkingsbeleid latente ruimte deze nu intrekken? Graag motiveren waarom wel dan niet. 3 Het VTH beleid gaat uit van vertrouwen: In deze casus is sprake van een langdurige handhaving/ dwangsomoplegging historie waarbij uiteindelijk een verkeerde wasser is geïnstalleerd en kanalen niet volgens tekening zijn aangebracht. a Wanneer en hoe is het verkeerde wasser geconstateerd? b Hoe is er toen gehandeld? c Welke lessen heeft de wethouder uit deze casus getrokken? d wordt dit nu anders aangepakt om nieuwe handhaving te voorkomen?
1. Deze vraag is niet van belang voor de nu aan de orde zijnde vergunningaanvraag. De vergunning Eric Beurskens voor de uitbreiding is reeds in 2016, met een herstelbesluit in 2018, verleend. Over deze procedure heeft uw gemeenteraad destijds een onafhankelijke second opinion gevraagd en dit heeft geleid tot vergunningverlening. De overwegingen die ten grondslag liggen aan de vergunning d.d. 15 oktober 2018 zijn terug te vinden in dat besluit en het daaraan voorafgaande besluit van 30 augustus 2016 waarover uw raad destijds de second opinion heeft gevraagd. 2. Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de extra toelichting, die de portefeuillehouders aan uw gemeenteraad hebben verstrekt. 3.a In 2021 is geconstateerd dat het luchtkanaal/de luchtwasser in afwijking van de verleende omgevingsvergunning is gerealiseerd. b. Er is een handhavingstraject gestart (met oplegging van een dwangsom). c. Deze casus toont aan dat de gemeente er qua handhaving dicht op moet blijven zitten dat VTH beleid complexe materie is en dat handhavingsprocedures langlopend zijn. d. Nee, er is hier goed gehandeld door gemeente.
4. De procedure om te komen tot legalisering van de luchtwasser/het luchtkanaal aan stal 2 loopt al geruime tijd. In de noodzakelijke procedure moet het college, voordat een ontwerpbesluit op de aanvraag wordt genomen, de gemeenteraad om een (ontwerp-) verklaring van geen bedenkingen 4 Wat is de reden waarom op deze vvgb zo’n extreme tijdsdruk wordt vragen. Het is bij procedures gebruikelijk om ook aan de gemeenteraad voor te stellen om de gelegd? ontwerpverklaring van geen bedenkingen als definitief aan te merken, onder het voorbehoud dat er geen zienswijzen op het ontwerpbesluit over de omgevingsvergunning worden ingediend. Worden er 5 De buurt wacht al meer dan 15 jaar op echte verbeteringen en heeft wel zienswijzen tegen het ontwerpbesluit over de omgevingsvergunning ingediend, dan zal het liever goed doordachte oplossingen dan een extreme haast. afgeven van een definitieve verklaring van geen bedenkingen wel weer aan de gemeenteraad Is hierover tijdig overleg geweest met de direct aanwonenden? Zoja, wat worden voorgelegd, waarbij ook de ingebrachte zienswijzen aan de gemeenteraad worden was de uitkomst daarvan? voorgelegd. Er is geen sprake van het opleggen van extreme tijdsdruk. Zie ook vraag 5. 7 Er kunnen nu nog geen zienswijzen ingediend worden en de raad kan 5. Er is geen sprake van extreme haast.
Wel heeft de rechter ons in handhavingsprocedures al ze bij de raadsvergadering dus ook niet meenemen in de afwegingen. meerdere malen nadrukkelijk gemaand tot voortgang in de besluitvorming, zowel in het belang van de omwonenden als in het belang van de aanvrager. Om te komen op het punt waar we nu zijn, is door ons aangestuurd om te komen tot extra maatregelen, die ook voor de omgeving milieuwinst Waarom heeft het college ervoor gekozen de raad nu over een oplevert ten opzichte van de vergunde situatie. Dat is ook de reden dat het college wil meewerken definitieve vvgb te laten besluiten? aan de legalisatie van de luchtwasser/het luchtkanaal aan stal 2. 8 In de visie veehouderij wordt gesteld dat deze gevestigd moeten zijn 7. Uw raad wordt alleen voorgesteld om de ontwerpverklaring van geen bedenkingen ook als op een duurzame locatie met ontwikkelingsmogelijkheden. definitieve verklaring van geen bedenkingen aan te merken onder het voorbehoud dat er géén a) Op welke gronden is het college tot de conclusie gekomen dat dit een zienswijzen over het ontwerpbesluit tot verlening van omgevingsvergunning worden ingediend. Zie duurzame locatie is? ook de beantwoording van vraag 4. b) Past de ontwikkeling van een intensieve veehouderij bij de beperkingen van een extensief gebied?
8.a Wij zijn niet tot de conclusie gekomen dat deze locatie duurzaam is. Er is hier sprake van een bestaand bedrijf, die in afwijking van een eerder verleende omgevingsvergunning de luchtwasser/het luchtkanaal niet aan de rechterkant maar aan de linkerkant van stal 2 heeft gerealiseerd. Ten c) Stal 5 is ouder dan 50 jaar. opzichte van de oorspronkelijk vergunde situatie, levert het luchtkanaal/de luchtwasser zoals Is de staat, nog afgezien van het asbest dak, te beschouwen als een gebouwd en zoals nu te legaliseren een milieuwinst op, die ook ten goede komt van de duurzame stal? omwonenden. Overigens staat in de Visie veehouderij dat voor enkele kernen, waaronder Sevenum, nog bepaald gaat worden waar er sprake is van duurzame locaties. d) De motie van de PvdA van 2014 over deze locatie verbiedt in feite het b. Het is geen ontwikkeling van de veehouderij. Er is eerder een luchtkanaal/luchtwasser aan stal 2 vergroten van de veehouderij in dit gebied, net als de algemene regels vergund, maar er is gebouwd in afwijking van die verleende vergunning. voor een extensiveringsgebied. Waarom heeft het college dit toch c. Deze vraag is niet relevant voor de nu aan de orde zijnde procedure. gedaan? d. Er is geen sprake van vergroting van een intensieve veehouderij in die zin dat er niet meer dieren worden gehouden dan eerder vergund.
Doordat de luchtwasser/het luchtkanaal aan stal 2 buiten het 9 Onder punt 7 van artikel 6 wordt gesteld: De noodzakelijke geldende bouwvlak is gerealiseerd, is er feitelijk sprake van een kleine vergroting van het agrarisch herbegrenzing van het bouwvlak is in de situatietekening aangeduid en bouwvlak met de bebouwde oppervlakte van de luchtwasser/het luchtkanaal. Bij de eerstvolgende wordt planologisch geregeld in de eerstvolgende herziening van het ter herziening van het bestemmingsplan, wordt deze oppervlakte elders van het in het geldende plaatse geldende bestemmingsplan. Daarmee zijn gemoeide kosten bestemmingsplan opgenomen bouwvlak afgehaald zodat per saldo er geen sprake is van uitbreiding voor rekening van de gemeente. van het agrarisch bouwvlak. Waarom neemt de gemeente de kosten voor haar rekening, terwijl de ondernemer een dwangsom van 50.000.=Euro verschuldigd was en de 9. Feitelijk betreft de aanpassing van het bestemmingsplan het intekenen van een aangepast veroorzaker van het probleem was? bouwvlak op de verbeelding behorend bij het bestemmingsplan. In het kader van de Omgevingswet Waarom moet de gemeenschap deze kosten dragen? moet de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een nieuw omgevingsplan vaststellen.
Een kleine aanpassing van de verbeelding ter plaatse van de Hazenhorstweg 3 wordt 10 In artikel 7 punt 1, wordt de ondernemer opgedragen een dus in het grotere geheel van het nieuwe omgevingsplan voor het gehele grondgebied van onze omgevingsgesprek te voeren, maar alle maatregelen lijken al in beton gemeente meegenomen en brengt geen extra kosten voor de gemeenschap met zich mee. gegoten.
Perspectief HadM Politiek
gegoten. Verwacht de wethouder een dialoog of is dit gesprek bedoeld als werken aan acceptatie in plaats van participatie?
05. VVGB Hazenhorstweg 1-3 Technisch Op 13 en 27 januari 2021 is een controle RUD geweest en zijn een aantal constateringen gedaan. Klopt dat? A) Wat heeft dit betekent voor de leefomgeving en natuur? B) Zijn alle punten nu opgelost, hoe is het opgelost en is het gecontroleerd? C) Is hier sprake van een overtreding? Waarom wel, waarom niet? D) Heeft van de Goor voor deze zaken een maatschappelijke vergoeding gedaan en hoeveel? Waarom wel en waarom niet? Politiek E) Welke lessen trekt het college hieruit ivm de voorliggende VVGB? 06. Berry Briljant
1 Hoe hoog is de financiële kwaliteitsbijdrage van de ondernemer?
10. Op 12 april 2022 heeft de initiatiefnemer een bijeenkomst voor de buurtbewoners georganiseerd. De gemeente was zowel bestuurlijk als ambtelijk bij deze bijeenkomst aanwezig. Zie bijlage 7 behorend bij de ruimtelijke onderbouwing. Recent, op 25 maart 2024, is er nog een overleg geweest tussen enkele omwonenden, hun juridisch adviseur en ambtenaren van de gemeente, waarbij uitleg is gegeven over de lopende procedure. a. De aangetroffen situatie voor wat betreft het luchtkanaal en de luchtwasser heeft positieve Thijs Kuipers effecten op voor natuur en leefomgeving ten opzichte van de vergunde situatie. Om die reden zijn wij ook het legalisatietraject voor de luchtwasser en het luchtkanaal gestart. b. Nee, nog niet alle punten zijn opgelost. Er is nog steeds sprake van een overtreding omdat de werkelijke situatie nog niet overeenstemt met de vergunde situatie. c. Ja, voor wat betreft het luchtkanaal en de luchtwasser is er sprake van een overtreding omdat het luchtkanaal en de luchtwasser buiten het bouwvlak zoals opgenomen in het bestemmingsplan zijn gesitueerd. d. Niet duidelijk is wat er met een maatschappelijke vergoeding wordt bedoeld. Er is geen maatschappelijke vergoeding aan de orde in het kader van het handhavingsproces. Handhaving is gericht op het herstel van de rechtmatige toestand. Dit kan door legalisatie of door het ongedaan maken van de overtreding. e.
Dat wij met het voorliggend vergunningentraject de milieusituatie zodanig verbeteren dat er geen sprake meer is van een overbelaste situatie onder de huidige normen. 1. Initiatiefnemer heeft de GKM bijdrage geleverd in de vorm van een fysieke compensatie. Deze Eric Beurskens compensatie is opgenomen in het landschapsinrichtingsplan, waarbij in het bestemmingsplan de betreffende gronden zijn aangeduid met een aanduiding "natuurcompensatie".
2 Berry Promotion was een stichting die ten doel had promotie van zachtfruit, gedragen door een breed palet aan bedrijven zoals supermarkten etc. en paste daarmee in de gedachte van Afslag 10. 2. Het college heeft het verzoek behandeld als elk ander particulier initiatief en daarbij de afweging Door de samenwerking met commerciële onderzoekscentra lijkt Berry van een goede ruimtelijke ordening in ogenschouw genomen. Daarnaast is er nooit sprake geweest Briljant nu een puur commerciële onderneming te worden. De gemeente van kwijtschelding van huur, maar uitstel van betaling van de erfpacht. heeft ook financieel bijgedragen (kwijtschelden huur voor 5 jaar). a. er is geen sprake van een gewijzigde koers of invloed van commerciële partners, het is immers a)Hoeveel invloed hebben deze commerciële partners gehad op de steeds de bedoeling geweest hier een fruitcampus met onderzoeksfaciliteiten te ontwikkelen. gewijzigde koers van dit gebied en waarom is de opzet gewijzigd? b. er is geen gewijzigde koers, er wordt immers nog steeds een onderzoekscentrum met faciliteiten b)Wat heeft het college doen besluiten mee te blijven gaan ondanks voor kennisdeling en kennisborging ontwikkeld. Het is ons belang om met partijen in de deze commerciële afslag? zachtfruitsector deze sector te faciliteren.
3 Welke verplichting is de gemeente aangegaan middels overeenkomsten waaronder de anterieure overeenkomst? 4. Afslag 10 had oorspronkelijk andere doelen en voor glastuinbouw heeft onze gemeente al andere gebieden aangewezen: Floriade is de plek voor onderzoek en Californië voor glastuinbouw. Ook is er een vermeerderingsbedrijf van 12ha. Het beleid komt daarom ad hoc over. A) Waarom is er gekozen voor deze locatie gezien een kenniscluster op het Floriadeterrein logischer zou zijn? B) Waarom worden kassen op deze plek gebouwd in plaats van Californië? C) Hoe past het vermeerderingsbedrijf binnen deze ontwikkeling? 5. Er worden een aantal gebouwen geplaatst. A) Welke gebouwen, oppervlakte, nokhoogte en goothoogten zijn nu toegestaan en wat wordt het nadat het plan is vastgesteld? B) Hoeveel hectare kassen worden er geplaatst?
3. Er zijn meerdere overeenkomsten afgesloten tussen de gemeente en partijen, maar voor onderhavige procedure is het de anterieure overeenkomst relevant. De gemeente heeft in de gesloten anterieure overeenkomst zoals gebruikelijk de verplichting aangegaan om de ruimtelijke procedure op te starten en te doorlopen om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. 4. Momenteel zijn op de locatie reeds 3 agrarische onderzoekscentra gelegen. Deze worden nu uitgebreid en samen met de ruimere mogelijkheden van Aardbeienland, heeft de locatie de potentie door te groeien tot een onderzoeks-, educatie- en kenniscluster op het gebied van zacht en hard fruit. 5a Uit de planregels van het bestemmingsplan blijkt dat: Binnen de bestemming "Agrarisch met waarden - Agrarisch onderzoekscentrum" mag straks aan bedrijfsbebouwing worden opgericht: - Tienrayseweg 9a: 17.500 m² - Tienrayseweg 11: 18.300m² - Kreuzelweg 3B: 22.700 m² Dit is inclusief kassen. Met een goothoogte van 6 meter voor de bedrijfsgebouwen en een bouwhoogte van 7,5 meter voor de kassen. Binnen de bestemming "Recreatie - Dagrecreatie" (Aardbeienland) mag maximaal 12.500 m2 worden bebouwd, met een goot- en bouwhoogte van 7 resp. 11 meter en wel uitsluitend binnen de
Perspectief HadM Technisch
Perspectief HadM Technisch
7 Stichting Joutou begeleidt primair mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt dmv o.a. leer-werktrajecten in een veilige en vertrouwde omgeving. Komen deze mensen in contact met bestrijdingsmiddelen? Worden voor Joutou en Aardbeienland salaris compensaties door de gemeenschap verzorgd om hun activiteiten mogelijk te maken? Welke verbanden zijn er tussen stichting Joutou en Berry Briljant?
worden bebouwd, met een goot- en bouwhoogte van 7 resp. 11 meter en wel uitsluitend binnen de bouwvlakken. Op de kaart is een aanduiding opgenomen ter plaatse van de toren dat de bouwhoogte hier 12 meter bedraagt. 5b Er wordt in totaal de mogelijkheid geboden om binnen de aanduiding glastuinbouw 12.800 m2 (5500+7300) aan kassen gerealiseerd. 7. Dit initiatief dient te voldoen aan alle veiligheidsregels die wettelijk zijn opgelegd.
8 Hoe wordt het energieverbruik van de kassen gerealiseerd en geminimaliseerd? Wat betekent deze uitbreiding voor KODE? 9 Zal door deze plannen de behoefte van extra werknemers in de laagbetaalde groepen zijn? Zijn er meer arbeidsmigranten nodig?
Salariscompensaties zijn niet relevant voor de ruimtelijke procedure, maar als u loonkostensubsidies bedoelt en er is voldaan aan de voorwaarden dan zijn de reguliere regels van toepassing. Er is geen afzonderlijke regeling voor Aardbeienland of de Stichting Joutou. Stichting Joutou maakt als partner onderdeel uit van de Stichting Berry Promotions.
10. Wij maken ons zorgen om de impact van de bouw van kassen en toegangswegen op de natuur in dit gebied. A) Klopt het dat dit plan in een bronsgroene zone ligt en wat betekent deze ontwikkeling voor landschap en natuur? B) Deelt de wethouder onze zorgen?
06. Berry Briljant
06. Punt 6 BP Berry Briljant
06. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan “Berry Briljant”
8 Op dit moment is dit niet inzichtelijk en zal bij de aanvraag omgevingsvergunning moeten worden aangeduid en is ook niet relevant voor deze procedure. 9 Er is op dit moment geen additionele behoefte aan werknemers. Het betreft hier een hoogwaardig expertisecentrum met als doel teelt- en gewasverbetering te bewerkstelligen. De faciliteiten zijn niet bedoeld voor productie.
10a De natuurwaarden van het gebied liggen buiten het plangebied. Het plangebied zelf is niet gelegen binnen de bronsgroene zone (thans Groenblauwe mantel). Met het aanliggende beekdal is in het bestemmingsplan rekening gehouden door de opgenomen planregels. b. de wethouder deelt deze zorgen niet, omdat de aanwezige waarden voor zover deze bescherming nodig hebben, geregeld in de planregels van het bestemmingsplan. 6 Op blz 8 van de toelichting wordt aangegeven dat gebouwen van Het doorlopen van een tijdelijke omgevingsvergunning of de uiteindelijke vertaling daarvan zijn twee Eric Beurskens Delphy via een tijdelijke vergunning (10 jaar) zijn gerealiseerd. Dit afzonderlijke en losstaande procedures. Bij het toestaan van een activiteit strijdig met het vergunnen op tijdelijke basis maakt dit soort besluiten onomkeerbaar en bestemmingsplan op tijdelijke basis dient de oude situatie na beëindiging van de zet de raad en de burger in feite buitenspel. begunstigingstermijn weer te worden hersteld. Ten aanzien van het onderhavige bestemmingsplan Waarom kiest het college voor deze route, zeker als de oorspronkelijke is een nieuwe afweging gemaakt van het initiatief waarbij is gekeken naar een goede ruimtelijke koers wordt losgelaten voor dit gebied? ordening.
De raad en de burger wordt naar onze mening niet buiten spel gezet omdat het hier wettelijk verankerde procedures betreft, waarbij ook een uniforme voorbereiding nodig is, inclusief de benodigde kennisgevingen en ter inzage leggingen.
-Door de plannen van Berry Briljant zal het verkeer op de A73 en N554 nabij Aarbeienland, Mind Mystery & Het Boscafe aanzienlijk toenemen. Wordt er momenteel al vooruit gekeken naar deze toekomstige situatie? Indien ja, op welke manier gebeurt dit? Zo niet, wat zijn de redenen hiervoor? verder nog 1 of enkelen politieke vragen 1. Het Landschappelijk inpassingsplan ontbreekt, kan dit worden toegevoegd?
Perspectief HadM Politiek
Voor het 1e deel van de N554 bij de aanluitingen A73 wordt op dit moment een verkeersanalyse gedaan met als beoogd doel een verkeersoplossing. Voor het gebied Kasteelpark ter Horst wordt momenteel een ontwikkelkader en uitvoeringsplan opgesteld die ook de afwikkeling van de verschillende verkeersstromen in beeld brengt.
Eric Beurskens
BVNL
Politiek
1 landschappelijk inpassingsplan is toegevoegd
Eric Beurskens
D66-Groenlinks
Technisch
2 Uit de planregels van het bestemmingsplan blijkt: Binnen de bestemming "Agrarisch met waarden 2. Het is een omvangrijk plan waarin veel verschillende functies en Agrarisch onderzoekscentrum" mag straks aan bedrijfsbebouwing worden opgericht: gebouwen in elkaar worden geschoven. In het kader van synergie is dat - Tienrayseweg 9a: 17.500 m² te begrijpen. Het wordt hierdoor wel onoverzichtelijk, het totaal plaatje - Tienrayseweg 11: 18.300m² ontbreekt en de massaliteit kan wellicht over het hoofd worden gezien. - Kreuzelweg 3B: 22.700 m² Er staat een aanzienlijke uitbreiding van bebouwing gepland. Kunt u kort Dit is inclusief kassen. schetsen wat er mogelijk gaat zijn qua bebouwing (met name qua Met een goothoogte van 6 meter voor de bedrijfsgebouwen en een bouwhoogte van 7,5 meter voor hoogte en breedte) en dan met name de grotere objecten zoals kassen, de kassen. loodsen en/of kantoorruimte? Wie zien dit namelijk niet heel concreet Binnen de bestemming "Recreatie - Dagrecreatie" (Aardbeienland) mag maximaal 12.500 m2 terug in de documenten. worden bebouwd, met een goot- en bouwhoogte van 7 resp. 11 meter en wel uitsluitend binnen de bouwvlakken. Op de kaart is een aanduiding opgenomen ter plaatse van de toren dat de bouwhoogte hier 12 meter bedraagt. Er wordt in totaal de mogelijkheid geboden om binnen de aanduiding glastuinbouw 12.800 m2 (5500+7300) aan kassen gerealiseerd.
RIB Integraal Huisvestingsplan Onderwijs
In de rib staat: "Op dit moment zijn er voor het Uitvoeringsprogramma Voor de stichtingskosten (bouw- en voorbereidingskosten) van de scholen in Sevenum zijn op basis Roy Bouten 2025 - 2029 en voor projecten op de langere termijn geen middelen in van het Uitvoeringsprogramma IHP 2020-2024 gelden in de begroting opgenomen. Deze zijn de gemeentebegroting opgenomen". Betekent dit dat er voor de scholen gebaseerd op een prognose van het aantal leerlingen. De hoogte van de bijkomende (vaak in Sevenum geen geld begroot is. locatiegebonden) kosten (bijv. sloop, tijdelijke huisvesting, netcongestie) wordt pas gedurende het project inzichtelijk. Tevens laten we op dat moment, indien daartoe aanleiding is, nogmaals de prognose actualiseren om te bezien of de stichtingskosten bijgesteld dienen te worden. Hiertoe volgt op dat moment een aanvullend kredietvoorstel. Dezelfde werkwijze is ook bij de nieuwbouw van OKC de Weisterbeek gehanteerd en zorgt voor een volledig beeld van de diverse kosten en een adequate raming. .
VVD
Technisch