CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording op de vragen van raadslid Van Leendert

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Antwoorden en vragen fracties over windmolens.663 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording op de vragen van raadslid Van Leendert (CDA) over het project A73/Maaslijn 1. In hoeverre is het mogelijk om als raad aandachtspunten en/of voorwaarden mee te laten nemen in de MER? Er zijn mogelijkheden voor de raad om zorgpunten of aandachtspunten te laten onderzoeken in de MER. Te denken valt aan thema’s of onderwerpen die de raad graag onderzocht wil zien. Het is echter wel van belang dat deze thema’s vallen onder de reikwijdte van de fysieke leefomgeving. Het inbrengen van voorwaarden of randvoorwaarden past niet binnen het karakter van de MER. In de MER worden de effecten van een ruimtelijke ontwikkeling (in dit geval: het plaatsen van windmolens) in beeld gebracht door de ontwikkeling te toetsen op de relevante milieuaspecten. Met milieuaspecten bedoelen we zaken als geluid en gezondheid, natuur en landschap en slagschaduw. De MER an sich is daarmee beschrijvend en beschouwend van aard. De MER is daarom niet de plek om voorwaarden te stellen. 2. Hoe kunnen we als raad bredere kaders stellen aan het proces, zodat deze straks ook meegenomen kunnen worden bij de afweging om een vergunning te verlenen? Bijvoorbeeld door het zodanig amenderen van het voorstel dat er als het ware aanvullende voorwaarden komen die breder zijn dan de MER.

Daarnaast kom ik dan graag te weten in hoeverre dit soort kaders een publiekrechtelijke status hebben; kan de raad en/of het college een vergunningsaanvraag weigeren op basis van (het niet voldoen aan) deze aanvullende voorwaarden. De vraag kan onzes inziens op twee manieren worden opgevat. 1. Als het gaat om de mogelijkheid voor en de scope van de kaders die een raad kan of mag stellen, dan heeft de raad op grond van zijn kaderstellende rol daar de bevoegdheid toe. Omdat het hier gaat om een ruimtelijk-fysieke ontwikkeling, moeten deze kaders wel bijdragen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze voorwaarde moeten passen binnen de ruimtelijke doelen van de Omgevingswet. Kaders die de raad stelt moeten doelmatig, proportioneel en objectief zijn. Kaders die daar niet onder vallen en dus ook niet bijdragen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zullen de toets der kritiek bij de rechter mogelijk niet doorstaan. 2. Als het gaat om de mogelijkheden die de raad heeft om uiteindelijk ja of nee te zeggen tegen de windmolens, dan heeft te gelden dat de gemeenteraad als hoogste orgaan altijd het orgaan is dat het beslissende woord heeft over het plaatsen van windmolens. Onder de huidige wet kan immers geen vergunning worden verleend zonder verklaring van geen bedenking van de raad.

In de komende omgevingswet heeft het bindend advies van de raad dezelfde functie. Maar zoals elk overheidsbesluit moet dit besluit wel zijn gebaseerd op een goede motivering. Bij bestemmingsplannen/omgevingsplannen is er weinig ruimte: als iets eenmaal past in het plan, bepaalt het “imperatief-limitatieve stelsel” dat vergunning moet worden verleend, want het is in het plan toegestaan. Voor de windmolens is nog geen omgevingsplan gemaakt. Dan is de beslissingsruimte voor de gemeenteraad groot: de raad kan vrijelijk afwegen - mits goed gemotiveerd - of er al dan niet medewerking wordt verleend aan ofwel het wijzigen van het omgevingsplan ofwel aan een ‘Bopa’ (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). De situatie zal dus - mits goed gemotiveerd - zo zijn dat de gemeenteraad niet gedwongen wordt om ongewild vergunning te verlenen. De raad kan ook kaders stellen voor participatie. In de Omgevingswet is er een belangrijke rol voor participatie. Bij ruimtelijke trajecten kan een participatietraject verplicht worden:

initiatiefnemers moeten verantwoorden op welke wijze zij de belangen, meningen en creativiteit van de omgeving op tafel willen krijgen. Het gaat hier louter om een procedurele verplichting. De inhoudelijke uitkomst van het participatietraject kan thema’s opleveren die voor de raad een rol spelen in de beslissing om al dan niet mee te werken aan een ruimtelijke ontwikkeling. De mate van draagvlak als zodanig is echter geen overweging die zelfstandig tot een positief of negatief oordeel kan leiden, omdat dit geen ruimtelijke fysieke overweging is

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12966428/1