Beantwoording fractievragen geurverordening
Tekst van het document
Vraag Perspectief
Eerder behandeld?
1.3: Gesteld wordt in de laatste alinea: In het beleid is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen als bij een ruimtelijk initiatief, met uitzondering van de toetswaarde in de beleidsregel, de beoordeling van de overige omgevingsaspecten wel positief uitvalt. Er kan dan overwogen worden om gemotiveerd van deze toetswaarde af te wijken ten einde via een procedure mee te werken aan het ruimtelijke initiatief. Een voorstel hiervoor wordt per casus met motivering aan het college voorgelegd: Ja 1.Vraag: aangezien dit een afwijking zal zijn van een door de raad vastgesteld beleid en een afweging van andere omgevingsaspecten altijd een subjectief oordeel is, wordt er vanuit gegaan dat het college de raad niet alleen zal consulteren, maar ook om akkoord vragen. 2.Kan de wethouder aangeven of dit juist is en zo neen dit motiveren? 1.4. GGD advieswaarden: Te veel geur heeft bewezen negatieve gevolgen voor de gezondheid van mensen. De GGD advieswaarden houden rekening met de gezondheid van mensen. De huidige normering uit de Geurverordening en Wet geurhinder is hoger dan die van de GGD. Een aanscherping van de geurnormen ligt hiermee voor de hand.
Ja
Waarom wijkt het college af van de GGD normen en houdt niet Ja voor de lange termijn de GGD normen aan? Immers, de normen zijn nieuw en scherper, maar door het uitvoeringsbeleid wordt de sector in ruime mate beschermd. Door een tussenweg te kiezen geeft het college geen duidelijkheid voor de langere termijn, terwijl een scherpere norm door genoemde bescherming het de sector nauwelijks extra moeilijk maakt. De sector roept immers om duidelijkheid voor de langere termijn. Graag een inhoudelijke schriftelijke reactie. 1.8 NPLG lijkt er op dat het geschrapt gaat worden. Voor boeren is het daardoor nog meer onduidelijk hoe de toekomst zal zijn en dat is jammer. Wat is het inzicht van het college hierbij?
Nee
Waar en hoe?
Antwoord
themaraadsbijeenkomsten en agendastukken (zoals raadsvoorstel arg 1.3 en beleidsregel) idem
themaraad en agendastukken (zoals raadsvoorstel arg 1.3) (gebiedsvisie o.a par 4.1)
Het college vindt het heel jammer en niet verstandig om het NPLG te schrappen. Juist met de gebiedsgerichte aanpak en in Limburg aangevuld met de Limburgse doelen zoals leefbaarheid en houdbare vergunningverlening zou langjarige perspectief kunnen worden gegeven.
Kanttekeningen: Ja 1.2 Gesteld wordt: Veehouderijen vragen en verdienen duidelijkheid en moeten op de lange termijn weten waar ze aan toe zijn. Met deze actualisatie biedt de raad die duidelijkheid voor de lange termijn. Vraag: Net als eerder gesteld, geeft de verordening geen zicht op lange termijn. Uiteindelijk zullen de doelen altijd richting de objectieve gezondheidsmaatstaven van de GGD gaan. Waarom kiest het college dan toch voor deze tussenoplossing? Ja 1.3 Vraag: Herhaald wordt het belang van langjarige zekerheid. Opnieuw bevestigt het college dat ze dat met dit voorstel eigenlijk niet doet. Is dat juist? Wat weerhoudt het college om in de verordening te verwerken wat wel met de mond beleden wordt? ja 1.5 Voor Grandorse zijn gebiedsgericht afwijkende afstandsnormen voorgesteld. Door te stellen dat een andere norm kan gelden voor mensen die een binding hebben met de hippische wereld, kunnen ze wel aan ongezonde voorwaarden worden blootgesteld. Kan de wethouder, graag op schrift, uitleggen op grond van welke informatie, met verwijzing naar de stukken, tot deze conclusie is gekomen dat er dan minder sprake is van gezondheidsrisico’s?
themaraad en agendastukken (zoals raadsvoorstel arg 1.3) (gebiedsvisie o.a par 4.1) themaraad en agendastukken. Zie vraag hiervoor regel 8
themaraad en raadstuken (zoals raadsvoorstel kanttekening 1.5)
Vragen VVD 1.Hoe zorgt dit beleid ervoor dat agrarische bedrijven nog toekomstperspectief hebben, met name in het licht van de aangescherpte geur- en emissienormen?
Ja
2.Zijn er voldoende financiële en technische middelen Nee beschikbaar voor deze bedrijven om te blijven voldoen aan de strengere regels, of moeten veel bedrijven gedwongen stoppen of verplaatsen? 3.In hoeverre biedt dit beleid daadwerkelijk ruimte voor Ja innovatieve oplossingen binnen de agrarische sector? 4.Worden agrarische bedrijven ondersteund met subsidies of Ja andere vormen van steun om te investeren in technologieën die geur- en milieubelasting kunnen verminderen? 5.Hoe wordt voorkomen dat de aangescherpte normen de nee agrarische bedrijven in Horst aan de Maas op een oneerlijke achterstand zetten ten opzichte van omliggende gemeenten of regio’s waar minder strenge regels gelden?
Themaraad en agendestukken (zoals argument 1.1 RV en geurvisie). De transitie van de veehouderij gaat over meer dan alleen geur. IKV deze transformatie en opgaven zijn diverse landelijke regelingen opgesteld en inmiddels ook in werking. Zie verder ook antwoorden hiervoor Themaraad Themaraad
themaraad
Met het geurbeleid voorkomen we juist dat bedrijven op achterstand worden gezet. Door langjarig beleid vast te stellen kunnen bedrijven ook investeringen voor de lange termijn maken met toekomstperspectief.
6.Het plan bevat diverse maatregelen om de geurbelasting terug te dringen. Hoe realistisch is het dat alle agrarische bedrijven deze normen op korte termijn kunnen halen?
ja
7.En hoe gaat de gemeente om met bedrijven die, ondanks investeringen in technieken, de doelen niet kunnen behalen door tegenvallende resultaten van die technieken (zoals aangegeven in het stuk over tegenvallende prestaties van emissiearme stalsystemen) (zie ook bijlage 8H Kern van het Geurbeleid) 8.Heeft de gemeente een duidelijk beeld van de financiële impact van dit beleid op de agrarische sector?
Nee
OP dat moment bekijken hoe we met en dergelijk scenario om moeten gaan. Ondernemers hebben te goeder trouw gehandeld en in dat kader willen we ook naa roplossing te zoeken en moeten we rekening houden met de verdere aanpak.
Nee
9.Is er rekening gehouden met compensaties of steun voor bedrijven die moeten krimpen, verplaatsen of zelfs stoppen?
Nee
Nee. De transitie van de veehouderij gaat over meer dan alleen geur. Voor deze transformatie en opgaven zijn diverse landelijke regelingen opgesteld en inmiddels ook in werking. Zie verder ook antwoorden hiervoor Zie antwoord bij vraag hiervoor
10.Zo nee, waarom niet? 11.De plannen gaan gepaard met een strenge normering en Ja het mogelijk intrekken van vergunningen. Hoe wordt het proces van monitoring ingericht, 12.en hoe snel kan het college actie ondernemen indien Ja bedrijven de doelen niet halen? 13.Wat zijn de gevolgen voor bedrijven die niet aan de ja nieuwe normen voldoen binnen de gestelde termijnen?
14.Het voorstel lijkt sterk gericht op het volgen van de gezondheidskundige advieswaarden van de GGD. Is dit een bewuste ideologische keuze, 15.en in hoeverre is er rekening gehouden met een evenwicht tussen gezondheid en economische belangen?
ja
16.Kunnen er minder strenge normen gehanteerd worden zonder de gezondheid van de inwoners in gevaar te brengen, zodat de agrarische sector meer ademruimte krijgt? (zie ook bijlage 08F en 08H) 17.8. De 50%-regeling wordt als maatregel voorgesteld, maar er zijn situaties waar bedrijven alsnog boven de norm mogen blijven opereren. Hoe garandeert het college dat deze regel niet wordt misbruikt en dat de geurbelasting werkelijk zal afnemen?
Ja
Ja
Ja
Themaraad
nvt themaraad
themaraad themaraad en agendastukken (zoals de beleidsregel) agendastukken, raadsvoorstel en geurvisie themaraad en agendastukken (hoofdstuk 4 geurvisie) themaraad en agendastukken (hoofdstuk 4 geurvisie) themaraad en agendastukken (beleidsregel en geurvisie)
18.Zou er meer maatwerk mogelijk moeten zijn, bijvoorbeeld voor bedrijven die voor belangrijke werkgelegenheid zorgen? (zie bijlage 08H)
Nee
19.Er wordt aangegeven dat bedrijven juridische stappen ja kunnen ondernemen als hun vergunningen worden ingetrokken of aangescherpt. Hoe groot acht het college het risico op juridische procedures tegen de gemeente, 20.en zijn de mogelijke kosten daarvan meegenomen in de nee beleidsplannen? 21.Wat zijn de mogelijkheden voor bedrijven om Ja schadeclaims in te dienen wanneer zij door nieuwe regelgeving beperkt worden in hun uitbreidingsmogelijkheden? 22.Zijn hier al voorbereidingen voor getroffen? 23.In hoeverre sluit dit voorstel aan bij de landelijke ontwikkelingen en programma’s zoals het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)?
nee Ja
24.Kan dit voorstel later ingehaald worden door landelijke of provinciale regelgeving, en zo ja, is er flexibiliteit ingebouwd om de plannen dan aan te passen. (zie blijlage 08H)
Ja
25.Het voorstel spreekt over de krimp van de sector en de Ja verduurzaming van de overblijvende bedrijven. Is het doel van dit voorstel om een kleinschaliger, extensiever agrarisch model te promoten, 26.en zo ja, wat betekent dit voor de werkgelegenheid in de Nee regio? 27.Is dit de beste weg voor een gemeente die trots is op haar ja agrarische sector?
Nee, alle veehouderijen behandelen we op een gelijke wijze. In het proces rondom het opstellen van de geurreductieplannen nemen we het zorgvuldigheidsbeginsel in acht. De belangen van veehouderijen en de omgeving van veehouderijen worden afgewogen. Bij de normering en beleidsuitgangspunten is rekening gehouden met de advieswaarden van de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst). De actualisatie draagt bij aan de doelstellingen uit de visie veehouderij waarbij de raad streeft naar veehouderijen op een toekomstbestendige locatie en naar, een afname van emissies waarbij sprake blijft van een gezonde economische sector in balans met de gezonde leefomgeving voor alle inwoners. Raadsvoorstel kanttekening 1.4
nee themaraad
nee themaraad en agendastukken (raadsvoorstel arg 1.1, 1.8 en kanttekening 1.1) themaraad en agendastukken
themaraad, beleidsregel raadsvoorstel en geurvisie nvt omdat antwoord op vorige vraag nee is themaraad, beleidsregel raadsvoorstel en geurvisie