CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording fractievragen actualisatie accommodatiebeleid

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Overzicht beantwoording fractievragen mbt accommodatiebeleid en geurverordening1.896 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CDA Vraag

1. Kan de WH in een half A4 beschrijven wat er nieuw is aan dit beleid t.o.v. het huidige? 2. Blz wat bedoelt men met ”soortgelijke redenatie“ voor gemeenschapshuizen etc tov buitensport? Blz 6 onderaan ? 3. Wat is de reden om bij buitensport de kantine/keuken/bestuurskamer/opslag niet te subsidiëren ? 4. Waar is het jaarlijkse bedrag van € 1 miljoen op gebaseerd ? (Kan dit zo niet vinden in het stuk)

Welke vraag is beantwoord tijdens raadssessie 17 september 2024? Vraag 1

Welke vraag staat in de stukken?

Welke vraag is nog niet beantwoord (onderstaand het antwoord)?

Vraag 1

Vraag 2: Daarmee bedoelen we dat we alleen de investeringen voor voorzieningen die nodig zijn voor de uitoefening van de activiteiten die plaats gaan vinden in de accommodatie, (deels) vergoeden.

Politieke vraag

Vraag 3: We subsidiëren voorzieningen die nodig zijn voor de uitoefening van een activiteit. Uiteraard is de voetbalkantine (net als een café) ook een ontmoetingsplek. De ontmoetingsfunctie is niet het primaire doel van een buitensportaccommodatie. We investeren wél vaker in kantines en keukens in multifunctionele accommodaties omdat deze voorzieningen bijdragen aan het versterken van de maatschappelijke infrastructuur, het bevorderen van sociale cohesie en inclusie. Hierdoor biedt een dergelijke investering in een kantine een veel breder maatschappelijk rendement dan bij een sportkantine, die een beperkte doelgroep bedient. Vraag 4: In diverse dorpen lopen er initiatieven die mogelijk tot een aanvraag kunnen leiden. Denk bijvoorbeeld aan de samenwerking tussen SVEB en Sporting ST. We maakten op basis hiervan een inschatting welke gelden nodig zijn. We evalueren dit over enkele jaren en stellen indien nodig onze budgetten bij,

VVD Vraag

1. Hoe gaat het college voorkomen dat door het beleid van clustering kleinere kernen hun voorzieningen verliezen, wat kan leiden tot verminderde leefbaarheid? Worden er specifieke maatregelen genomen om te waarborgen dat voorzieningen in de kleine kernen behouden blijven? 2. In hoeverre erkent het college de sterke sociale functie van sportkantines, en waarom komen dergelijke voorzieningen niet in aanmerking voor subsidies, terwijl ze essentieel zijn voor de sociale cohesie in kleine kernen? 3. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat niet-gemeentelijke accommodaties, vooral in de kleine kernen, dezelfde toegang tot steun en subsidies krijgen als gemeentelijke accommodaties? 4. In hoeverre blijven dorpsbewoners zelf aan het roer staan bij de planvorming van hun accommodaties, en hoe ondersteunt de gemeente hen hierin? Is er voldoende financiële en organisatorische hulp voor dorpsinitiatieven? 5. Waarom ligt de nadruk bij subsidies op fysieke infrastructuur, en niet op de activiteiten die in accommodaties plaatsvinden, zoals sociale activiteiten in kantines en dorpshuizen? Is het college bereid om hierop bij te sturen? 6. Is het college zich ervan bewust dat de eis voor een eigen bijdrage van 10% een zware last kan zijn voor kleine dorpen en niet-gemeentelijke accommodaties? Is het college bereid om te onderzoeken of deze bijdrage kan worden verlaagd voor kleinere kernen? 7.

Hoe gaat het college ervoor zorgen dat kleinere verenigingen en dorpen niet worden uitgesloten van subsidieaanvragen door de complexiteit van het afwegingskader en de strikte eisen die aan aanvragen worden gesteld? Wordt er extra ondersteuning geboden?

Welke vraag is beantwoord tijdens raadssessie 17 september 2024? Vraag 1, 3, 4, 5, 11

Welke vraag staat in de stukken?

Welke vraag is nog niet beantwoord (onderstaand het antwoord)?

Politieke vraag

Vraag 3, 4, 5, 12, 14, 15

Vraag 7: we bieden zoals nu ook al gebruikelijk is, waar nodig ondersteuning aan verenigingen. Vraag 9: we evalueren ons beleid over enkele jaren en maken op basis hiervan een nieuwe meerjarenbegroting. Vraag 10: we herkennen ons niet in dit beeld. De afgelopen jaren hebben we zowel van grotere als van kleinere accommodaties aanvragen ontvangen. Vraag 13: de aanvrager dient zelf ook bij te dragen aan een initiatief door fondsen aan te vragen of subsidies te werven. Als dit uitblijft gaan we opnieuw met de aanvrager in gesprek om te bezien of we tot een passende oplossing kunnen komen. Vraag 16: Ja, daar houden we rekening mee Vraag 17: in 2026 evalueren we hoe het beleid in de praktijk heeft gewerkt en welke aanpassingen mogelijk nodig zijn

Vraag 2 Dit accommodatiebeleid wil juist initiatieven faciliteren die eraan bijdragen dat mensen naar elkaar omzien, ontmoeten, bewegen en meedoen. We subsidiëren voorzieningen die nodig zijn voor de uitoefening van een activiteit. Uiteraard is de voetbalkantine (net als een café) ook een ontmoetingsplek. De ontmoetingsfunctie is niet het primaire doel van een buitensportaccommodatie. We investeren wél vaker in kantines en keukens in multifunctionele accommodaties omdat deze voorzieningen bijdragen aan het versterken van de maatschappelijke infrastructuur, het bevorderen van sociale cohesie en inclusie. Hierdoor biedt een dergelijke investering in een MFA een veel breder maatschappelijk rendement dan bij een sportkantine, die een beperkte doelgroep bedient. Vraag 6: Juist door allereerst te kijken naar de maatschappelijke meerwaarde van een activiteit voor een dorp en haar inwoners (meedoen, bewegen, ontmoeten, naar elkaar omkijken) hebben we ook aandacht voor de kleinere dorpen. Het gebouw is slechts een middel hiertoe. Indien we constateren dat de aanvrager activiteiten organiseert die hieraan bijdragen en deze behoefte in een dorp aanwezig is, kijken we samen naar een passende huisvestingsoplossing hierbij en de eigen bijdrage daarbij. Vraag 8: We werken een heldere en eenduidige regeling uit voor MFA's. We gaan eerst hierover in gesprek met de MFA's.

We kunnen en willen daarom nu niets garanderen. Vraag 18: als uw raad het voorstel aanneemt zijn dit de financiële kaders voor ons als college. Indien we hiervan willen afwijken, is dit aan uw raad (budgetrecht).

8. In hoeverre garandeert het college dat de harmonisatie van onderhoudsbijdragen voor MFA’s geen nadelige gevolgen zal hebben voor MFA’s in kleinere kernen, en hoe wordt ongelijkheid in de financiering voorkomen? 9. Wat gebeurt er na 2027 met de subsidies voor onderhoud en uitbreiding van accommodaties, en hoe zorgt het college ervoor dat er geen financiële leegte ontstaat na afloop van deze beleidsperiode, vooral voor projecten die langdurige investeringen vergen? 10. Is het college zich bewust van het risico dat kleinere kernen en accommodaties mogelijk niet voldoen aan de verduurzamingseisen door beperkte middelen? Hoe ondersteunt het college deze accommodaties om toch in aanmerking te komen voor subsidies voor verduurzaming? 11. Hoe zorgt het college ervoor dat de eis voor een haalbaarheidsonderzoek niet leidt tot ongelijke toegang tot subsidies, vooral voor organisaties met beperkte middelen of expertise in de kleine kernen? Zijn er voorzieningen voor organisaties die moeite hebben met het financieren van dergelijke onderzoeken? 12. Hoe gaat het college om met het risico dat de potjes voor uitbreidingen, verduurzaming en haalbaarheidsonderzoeken snel leeg zijn, en dat bepaalde aanvragen daardoor niet kunnen worden aangevraagd? Wat gebeurt er als het subsidieplafond bereikt is, vooral gezien de potentieel hoge kosten van sommige projecten? 13.

In hoeverre is het beleid afhankelijk van externe subsidies en co-financiering door verenigingen voor de verduurzaming van accommodaties? Wat doet het college als deze financiering uitblijft of ontoereikend is, waardoor projecten vertraging oplopen of niet gerealiseerd worden? 14. Hoe waarborgt het college dat de besluitvorming over subsidieaanvragen efficiënt verloopt en dat de complexiteit van het afwegingskader niet leidt tot bureaucratische vertragingen? Wat zijn de gemiddelde doorlooptijden voor subsidies en hoe worden vertragingen voorkomen? 15. Hoe zorgt het college ervoor dat er voldoende capaciteit is om de subsidieregelingen en beleidsuitvoering te ondersteunen? Wat gebeurt er als de benodigde personele behoefte niet tijdig wordt ingevuld? 16. Hoe flexibel is het college in de eis van multifunctioneel gebruik, vooral wanneer een accommodatie niet meerdere functies vervult, maar wel van cruciaal belang is voor specifieke gebruikersgroepen? Wordt er voldoende rekening gehouden met unieke lokale situaties? 17. Wat zijn de plannen van het college voor het monitoren en evalueren van de impact van dit beleid op de accommodaties en de maatschappelijke doelen? Hoe worden de resultaten van de investeringen gemeten en bijgestuurd indien nodig? 18.

Hoe flexibel is het college om af te wijken van de vastgestelde subsidieplafonds wanneer innovatieve of dringende projecten niet passen binnen de beschikbare middelen? Worden uitzonderingen overwogen voor projecten met grote maatschappelijke meerwaarde?

PvdA Vraag

1. Hoeveel (ver)nieuwbouw aanvragen verwerkt de gemeente horst aan de maas per jaar gemiddeld? 2. U geef aan geen bijdrage te leveren bij overcapaciteit. Hoe wordt hiermee omgegaan bij tijdelijke overcapaciteit? 3. U geeft aan de de principes van Positieve Gezondheid leidend zijn bij dit stuk. Hoe staat dit in verhouding met het feit

Welke vraag is beantwoord tijdens raadssessie 17 september 2024?

Welke vraag staat in de stukken?

Welke vraag is nog niet beantwoord (onderstaand het antwoord)?

Politieke vraag

2 en 3

Vraag 1: ca 2 tot 3 per jaar

Vraag 4: We kijken allereerst naar de maatschappelijke meerwaarde van een activiteit voor een dorp en haar inwoners (meedoen, bewegen, ontmoeten, naar elkaar omkijken). Daarmee hebben we juist ook aandacht voor de kleinere dorpen. Het gebouw is slechts een middel hiertoe. Indien we constateren dat de aanvrager activiteiten

dat we de dorper gelijker willen behandelen? 4. Voor kleine kernen geldt per definitie dat het lastiger is om financiën rond te krijgen. Hoe voorkomt de wethouder dat hier in de toekomst geen activiteiten meer mogelijk zijn?

organiseert die hieraan bijdragen en deze behoefte ook in een dorp aanwezig is, kijken we samen naar een passende huisvestingsoplossing.

Perspectief Vraag

1. Punt 3: “We zetten in op behoud van een ontmoetingsruimte in elk dorp. Dat kan een gemeenschapsaccommodatie zijn, maar ook de school of een sportvereniging.” . Werkt dit niet drempelverhogend wanneer er geen connectie is met de betreffende school en/of sportvereniging? 2. Wie is er verantwoordelijk voor deze ontmoetingsruimte wanneer het in een school of sportverenigingsgebouw valt? De school/sportvereniging of een ander? Hoe wordt deze overgang naar een dergelijke vorm gefaciliteerd? 3. Er is voor sommige typen accommodaties en in sommige dorpen sprake van overcapaciteit. Het is van belang dat die overcapaciteit de komende jaren wordt teruggebracht, zodat een betaalbaar en toekomstbestendig aanbod van voorzieningen overblijft. Waar is de overcapaciteit en wat is de mening van de dorpen zelf? 4. Artikel 7 1e Haalbaarheidsonderzoek: € 100.000 per jaar voor de jaren 2025 en 2026 en aanvraag; € 50.000 in 2027. Waarom in 2027 een beperkter budget? Het kan zijn dat de budgetten op zijn. Hoe gaat men dan verder? 5 Artikel 7 2 Begrijpelijk dat de capaciteit om aanvragen te behandelen een item is. Vaak zullen de voorgestelde aanvragen mogelijk wel jaren kunnen duren. Wat zijn de mogelijkheden om een wachtrij in te bouwen ipv 2 behandelingen per jaar? 6 Artikel 23 Als een vereniging klein of bijvoorbeeld armlastig is en niet in staat is om de resterende 25% te betalen.

Hoe gaat men dan verder?

Welke vraag is beantwoord tijdens raadssessie 17 september 2024? vraag 5 en 6

Welke vraag staat in de stukken?

Welke vraag is nog niet beantwoord (onderstaand het antwoord)?

vraag 4, 5

Vraag 1. Naar onze mening niet. Het gaat erom dat er een passende accommodatie is voor de betreffende activiteit. We streven daarbij naar gebouwen waar meerdere activiteiten plaatsvinden, mensen elkaar kunnen ontmoeten en betaalbaar zijn. Vraag 2. Dat is afhankelijk van de specifieke situatie en bespreken dit met de verschillende partijen die in een dergelijk geval betrokken zijn. Vraag 3 Op het moment dat we een aanvraag ontvangen, brengen we ook in beeld wat het huidige aanbod is. Mocht er sprake zijn van overcapaciteit dan is dit onderwerp van gesprek en horen dan hoe het dorp erin staat.

Politieke vraag

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14561586/2