Beantwoording fractievragen 2024.10.29
Tekst van het document
Titel 2 VVGB Ashorst
Vraag Graag op de eerste set vragen spoedig uw reactie. 1 In het voorstel staat 19.200 ton mest vanuit Panningen. Dit betekent dus definitief dat er alleen die maximale hoeveelheid van die locatie wordt aangevoerd.
Antwoord 1.Ja. Alleen de maximale hoeveelheid van 19.200 ton kan vanuit Panningen kan worden aangevoerd. 2.Per saldo neemt het aantal transportbewegingen niet toe en blijft in ieder geval binnen het vergunde aantal. Het maximum van de vergunning wijzigt niet.
2 In de informatie wordt gesteld dat er geen extra verkeer ontstaat door het aanvoeren van mest, omdat er minder co-substraten worden aangevoerd. ( Mest + co-substraten 3. De reden om extra mest aan te voeren is meer productie van biogas/groengas en het blijft 61.000 ton) .Mogelijk een van de redenen dat er mee ingestemd wordt. Is de minder hoeven af te voeren aan de akkerbouw. Het totaal blijft binnen de 61.000 ton, het gaat ontwerp vergunning die nu al in de maak is ( De provincie dringt immers aan op een dus met name om vervanging van cosubstraten. Zie onder 10. VVGB), gebaseerd op deze 61.000 ton of wordt deze hoeveelheid opgekrikt, waardoor de bij de vvgb gebruikte info over stank nu, geheel anders is dan straks bij de 4.De Provincie legt het ontwerpbesluit incl. het ontwerp VVGB ter inzage. Beide onderdelen vergunning, waar wij geen invloed meer op hebben? dienen apart benoemd te worden waarop zienswijze kan worden ingediend. 3 Het bedrijf heeft nu al een vergunning om ca 33.500 ton mest van eigen locatie te verwerken en dat is ruim voldoende om de vergisting met 61.000 ton, inclusief cosubstraten, te voeden. Omdat mest bijna geen gas produceert zal de productie van gas met gelijkblijvende totaal invoer van 61.000 ton derhalve afnemen.
Wat is de echte reden om extra mest van buiten aan te voeren? 4 Wordt de VVGB eerst door onze gemeente ter inzage gelegd , of wordt dat gedaan gelijktijdig en verstopt in alle informatie, door de Provincie? 5 We hebben vernomen dat er indirect door een jurist, in aanwezigheid van 3 andere ambtenaren, aan de werkgroep, via hun adviseur, expliciet is toegezegd dat er een geurreductieplan moest liggen (met als indicatie het doel van richting 5 odeur), alvorens het college de VVGB aan de raad voor zou leggen. U acteert nu geheel anders. Is dat geen vorm van onbehoorlijk bestuur en onbetrouwbaar optreden? Gelden er voor toezeggingen aan burgers andere normen en waarden dan bij toezeggingen aan ondernemers?
5.Bij het nemen van het collegebesluit 11 april 2023 werd er vanuit gegaan dat het geurbeleid spoedig zou zijn geactualiseerd en er een juridisch houdbaar geurbeleidsplan kon worden opgelegd. Dat is echter pas recent gebeurd en de normen zijn anders (hoger) vastgesteld dan waar ten tijde van het collegebesluit van werd uitgegaan. Met het nieuwe geurbeleid zijn de mogelijkheden nu verruimd. Daarnaast is er intussen door de provincie een concreet geurreductieplan vastgesteld met een daaraan verbonden termijn dat het dient te zijn gerealiseerd. Wij stellen daar nu boven op de eis dat aanvrager binnen één jaar met een door ons goedgekeurd geurbeheersplan moet komen. Ook de provincie zal haar omgevingsvergunning in lijn dienen te moeten brengen met ons geactualiseerd geurbeleid. De rechten van burgers worden hiermee naar onze mening voldoende gewaarborgd. De toezegging waar u naar refereert hebben wij niet als zodanig kunnen verifiëren, wel dat moet worden voldaan aan het principebesluit en het toekomstige geurbeleid.
6 De omgevingsvergunning wordt afgegeven door de RUDZL. Bij Willems 6.De door gedane interpretaties zijn voor uw rekening, wij herkennen ons daar niet in. Wij mestverwerking hebben we gezien dat de RUDZL eenvoudig politiek wordt hebben bij de procedure nauw overleg met de ODZL gehad en zullen dat ook hebben na aangestuurd door het college van gedeputeerden en leidde tot het verlenen van afgifte van de VVGB. Met het besluit van GS om juist een geurreductieplan te eisen van de vergunningen, zodanig dat de gemeente en Provincie nu bij de Raad van State aanvrager geeft blijk dat bij dat bestuursorgaan het besef is dat zeker meer rekening moet tegenover elkaar komen te staan. De RUDZL zal in deze aangestuurd door het college worden gehouden met de omgeving nadat deze om actualisatie van de omgevingsvergunning van gedeputeerden makkelijk meegaan met alle wensen van de ondernemer Wat hebben gevraagd. Wij hebben als gemeente GS in diverse zienswijzen c.q. beroepen erop weet de gemeente nu al van de omgevingsvergunning en strookt dat met de bij deze gewezen dat wij nadat het geurbeleid is vastgesteld, dit instrument gaan inzetten voor VVGB verstrekte informatie? verbetering van de leefomgeving. 7 Door Olfasense is informatie verstrekt over de te verwachten stank. Dit bedrijf en ook DLV laten in dat stuk zien dat ze een blunder gemaakt hadden bij de rendement berekeningen.
De inschattingen van de hoeveelheid stank door Olfasense waren destijds, en zijn nog steeds, een slag in de lucht en kennen geen basis, wat ook wel mag blijken omdat nu maatregelen worden getroffen , voor een handeling die volgens hun informatie helemaal niet kon en kan stinken. Hebben onze ambtenaren deze informatie gedegen bekeken en beredeneerd ontkracht of bevestigd?
7.Toetsend gezag is de provincie/ODZL. Reactie ODZL: In de nu lopende aanvraag was inderdaad sprake van een foutieve rendementsberekening voor het luchtbehandelingssysteem. Wij hebben bij beoordeling van de aanvraag deze verkeerde berekening opgemerkt en dit meegenomen in ons verzoek om aanvullende gegevens. De aanvraag is hierna aangevuld met onder andere de correcte rendementsberekening. Wij hebben deze (aanvullende) stukken beoordeeld en zijn akkoord met de uitgangspunten.
8.De klachten die er in het verleden zijn geweest en de gegronde klacht die na afloop van de 8 In de informatie wordt vermeld, dat er geen gegronde klachten zijn van de vergisting. toetsperiode van een jaar nog loopt, hebben met name betrekking op het varkensbedrijf. Daar Dat lijkt in tegenspraak met de investering die nu wordt gepleegd. Waarom zou je moet de geurreductie vooral plaats gaan vinden. Daar gaan de provincie en gemeente stevig investeren als het toch niet tot klachten kan leiden. Welke conclusie trekt de op inzetten. De investering die nu meteen wordt gepleegd (vijzel) dient om de pieken in de wethouder hieruit? geuroverlast van de vergister extra te reduceren. Wij juichen het toe als ondernemers extra willen verbeteren als zo overlast voor onze inwoners verder wordt beperkt. Voor wat betreft de 9 Als er geen gegronde klachten waren, waarom wordt dan geïnvesteerd en als er wel varkensstallen zal vooral in luchtwassers dienen te worden geïnvesteerd. gegronde klachten waren, wat zou kunnen blijken uit de investering, dan wordt niet aan één van de voorwaarden voldaan. Wat is hierop de reactie van de wethouder? 9.Zie 8.
Portefeuillehouder Eric Beurskens
Fractie Perspectief HadM
Soort vraag Technisch
10 In het raadsvoorstel en de bijgeleverde stukken, staan een reeks van onjuistheden 10.In het verleden is zonder omgevingsvergunning mest van derden aangevoerd. Daar is over hoeveelheden mest en wel of niet verleende vergunningen. ook op gehandhaafd. Hoe zit dat? Wij baseren ons op de gegevens van de provincie zoals deze in de vergunning zijn Zo was er nooit een vergunning om mest aan te leveren (dit is illegaal gedaan na het opgenomen. ter inzage leggen van een onverantwoorde door de RUDZL afgegeven vergunning). Gegevens volgens provincie/ODZL: momenteel is bij Ashorst een (co-)vergistinginstallatie Deze is ook Ingetrokken nadat bij het al illegaal draaien onwaarschijnlijk veel extra (incl. meng- en hydrolyseringen) met een capaciteit van 61.000 ton/jaar vergund. Op basis stank naar voren kwam en vervolgens is de aanvraag onder druk van de omwonenden van de nu geldende milieuvergunningen mag Ashorst binnen deze vergunde jaarcapaciteit van met steun van de gedeputeerde, ingetrokken. Wat is hierop de reactie van de 61.000 ton/jaar, 31.000 ton/jaar aan mest (van de eigen varkenshouderij) verwerken én wethouder? verder alle cosubstraten accepteren en verwerken, zoals opgenomen in Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling meststoffenwet. 11 Er wordt herhaald gesteld dat er nu slechts een vergunning is om 23.500 ton mest te verwerken van eigen locatie.
Dit is onjuist, zoals u uit latere vergunningen en reacties op zienswijzen kunt constateren. Waarom blijft het college zo hardnekkig deze verkeerde informatie gebruiken terwijl toch al herhaaldelijk is medegedeeld dat dit niet klopt? 12 De omwonenden hebben behoefte aan eerst een hard plan van aanpak, waar ze zichzelf ook voor willen inzetten, alvorens er een VVGB komt. De ondernemer is innovatief in zijn bedrijfsvoering van de veehouderij. In de afgelopen 10 jaar echter is er geen enkele verbetering geweest ten aanzien van het stankniveau. Vereisten in vergunningen om 2 wassers te plaatsen zijn aangevochten met een beroep, de opdracht om een plan ter verbetering te maken werd met een beroep aangevochten en onder druk van omwonenden werd dat voor de rechtbank pas ingetrokken, met wel de toezegging dat hij weer veel langer de tijd zou krijgen.
Begrijpt de wethouder, dat de omwonenden weinig vertrouwen hebben in acties die snel tot een grote verbetering zullen leiden en waarbij nu al plannen en onderzoeken worden gestart om in ieder geval tot een niveau van 7-14 odeur te komen? Hoe kan de wethouder na al die jaren van niksdoen van ondernemer en gemeente, nu zorgen dat er wel zekerheid ontstaat in een snelle verbetering? (Door de groen gas plannen zijn de financiële middelen in ruime mate voorhanden.) RV, Afgeven (ontwerp) VVGB voor het aanvoeren van 19.200ton/perjaar mest van derde (VeldOostenrijk 50)
Klachten; Bij de actualisatie in 2015 is er afgesproken dat als, er gedurende minstens 1 jaar, geen gegronde klachten uit de omgeving van de inrichting bij de gemeente bekend zouden worden, de gesprekken over aanvoer van mest weer zouden worden opgepakt. Er zijn wel klachten binnen gekomen over deze locatie, onder andere bij de provincie. Uit onderzoek, van de provincie, blijkt dat de geur niet van de vergister afkomstig maar van het varkensbedrijf.
11. De tekst van het vigerend bestemmingsplan luidt “mestbe- en verwerking op bedrijfsniveau met een maximum van 25.000 ton per jaar;” Vandaar de VVGB.
12.Wij begrijpen dat er wantrouwen is en was bij de omgeving. Toch is er afgelopen jaar, mede gefaciliteerd door de gemeente, veel overleg geweest tussen bedrijf en omgeving. Partijen zitten weer met elkaar aan tafel. Dit heeft tot nu toe nog niet tot echte overeenstemming geleid maar. Het bedrijf voelt echter dat de druk vanuit de overheden voor maatregelen steeds concreter wordt en dat ze dus moet gaan investeren binnen afzienbare tijd om aan de aangepaste geurnormen te voldoen. Wij gaan ons maximaal inspannen om met het bedrijf binnen 1 jaar een geurbeheersplan op te stellen om de overbelaste situatie aan te pakken. dit zoals in het raadsvoorstel opgenomen en op basis van het door u recent vastgestelde geurbeleid.
1.Dat betreft het totale bedrijf ter plekke van de aanvrager, de vergister en het Eric Beurskens varkensbedrijf. 2.Het moesten inderdaad gegronde klachten zijn voor de periode van 1 jaar voor het gehele bedrijf. 3.Er is gekeken naar gegronde klachten in die periode. Er is overigens na die periode 1 gegronde klacht binnengekomen bij de provincie, waar de provincie tegen heeft opgetreden. De procedure over deze klacht loopt nog. 1. Hoe moeten wij ‘uit de omgeving van de inrichting’ definiëren (alinea 2 van de 4.Ja. aanleiding in het raadsvoorstel). 5.Bij het nemen van het collegebesluit 11 april 2023 werd er vanuit gegaan dat het 2. Is bij de actualisatie van de vergunning in 2015 expliciet afgesproken dat het enkel geurbeleid spoedig zou zijn geactualiseerd en er een juridisch houdbaar geurbeleidsplan kon zou gaan over gegronde klachten met betrekking tot de vergister? worden opgelegd. Dat is echter pas recent gebeurd en de normen zijn anders (ruimer) 3. Zijn de klachten over de geuroverlast, op deze locatie, wel gegrond maar worden ze vastgesteld dan waar ten tijde van het collegebesluit van werd uitgegaan. Met het nieuwe niet in dit besluit betrokken omdat ze niet over de vergister gaan? geurbeleid zijn de mogelijkheden om overbelaste gebieden aan te pakken, verruimd. 4.
Heeft u documenten met betrekking tot de meldingen en de afhandeling, die bij de Daarnaast zijn er intussen door de provincie een concreet geurreductiemaatregelen provincie zijn gedaan, bekeken en meegenomen bij uw beslissing om deze ontwerp vastgesteld met een daaraan verbonden termijn dat het dient te zijn gerealiseerd. Dit naar VvGB voor te leggen aan de raad? aanleiding van het actualisatieverzoek door de omgeving waarbij GS heeft erkend dat er sprake is van een overbelast gebied qua geur. Wij stellen daar nu boven op de eis dat Geurbeheersplan; Wij hebben begrepen dat de gesprekken over het geurbeheersplan aanvrager binnen één jaar met een door ons goedgekeurd geurbeheersplan moet komen. Ook lopen. Dit gaat ook in goede sfeer en er worden stappen gezet. De beslissing om dit de provincie zal haar omgevingsvergunning in lijn dienen te brengen met ons geactualiseerd besluit nu naar de raad te sturen lijkt dit proces te doorkruisen. Wij ontvangen signalen geurbeleid. Overigens past dit binnen de afspraken van het principebesluit. dat er wordt gevreesd dat zodra de VvGB is afgegeven is er geen drukmiddel meer is om verbeteringen te realiseren. 5. Waarom is er niet gewacht tot het geurbeheersplan klaar is?
D66-Groenlinks
Technisch
VVGB Ashorst
6. Welke garanties zijn er dat het geurbeheersplan er daadwerkelijk komt? 7. Welke rol gaat het college pakken om tot een gedragen en afgerond geurbeheersplan te komen indien het proces vastloopt omdat de VvGB is afgegeven? 8. Heeft u contact gehad met de buurtbewoners voordat u het proces van de VvGB in gang heeft gezet.
6.Het college heeft in het raadsvoorstel aangegeven dat er binnen een jaar een geurbeheersplan moet zijn en zij zal zich hiervoor maximaal inzetten. Dit kan zo nodig afgedwongen worden. 7.Er zijn termijnen gesteld door zowel GS als gemeente. Als gemeente hebben we na de aanpassing van het geurbeleid ook de instrumenten hiervoor. Het college heeft de expliciete mogelijkheid op basis van het nieuwe geurbeleid om maatregelen te eisen in een gebied waar forse geuroverlast is. De insteek zal zijn om dat planmatig aan te pakken met andere eventuele overbelaste gebieden in de gemeente. In deze casus moet het geurbeheersplan er binnen 1 jaar na het raadsbesluit liggen. 8.De omgeving is op de hoogte dat wij een VVGB vragen aan de gemeenteraad. Het verzoek ligt er ook al geruime tijd. Een vertegenwoordiger van de buurtbewoners die mede namens hen ook gesprekken voert met aanvrager, is hier ook van op de hoogte gehouden.
Door medewerking te verlenen heeft de ondernemer de mogelijkheid om meer duurzame energie te produceren en CO2-emissies te verminderen.
Groengasproductie uit mestverwerking draagt bij aan mondiale duurzame energieproductie Eric Beurskens door het omzetten van mest in biogas, dat na opwerking kan worden ingezet als groengas. Dit groengas is een hernieuwbare energiebron en vervangt fossiele brandstoffen, zoals aardgas, waardoor de uitstoot van CO₂ die gepaard gaat met fossiele energieopwek vermindert. Daarnaast voorkomt het verwerken van mest de uitstoot van methaan (CH₄), een zeer krachtig broeikasgas dat anders zou vrijkomen bij reguliere mestopslag en door directe emissie van de dieren. Door deze methaan om te zetten in CO₂ tijdens verbranding, vermindert het totale klimaateffect van mest, omdat CO₂ een minder sterk broeikasgas is dan methaan.
Graag aantonen, dat mondiaal dit duurzame energieproductie is. Graag aantonen dat dit regionaal een duurzame energieproductie is. 1.5 Wanneer zijn meldingen gegrond? Waarom zijn de gemaakte meldingen ongegrond? De Provincie heeft periodiek fysieke waarnemingen gedaan op de locatie en in de directe omgeving. De RUD constateert dat de geur met name geur afkomstig is van het varkensbedrijf en niet de vergister. 1 Graag de rapportage van de provincie. 2 Graag hierbij de onderbouwing van de RUD 1.8.3 Daarvoor wordt door het bedrijf gepresenteerde Toekomstplan aangevuld met een in overleg met de gemeente opgesteld geurbeheersplan. Binnen één jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning is dit gereed. Het gepresenteerde Toekomstplan is niet bijster concreet. Graag een serieus toekomstplan wat je wilt en wanneer het uitgevoerd is.
Regionaal gezien biedt groengasproductie uit mestverwerking een lokale, duurzame energiebron, wat bijdraagt aan de regionale energietransitie. Groengas uit mest kan worden ingezet voor warmte, elektriciteit, of transportbrandstof binnen de regio, wat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verkleint. Dit draagt bij aan regionale energiedoelen en zorgt voor een lagere (fossiele) CO₂-uitstoot. Bovendien vermindert het de noodzaak om mest kunstmatig te bewerken of te transporteren, wat eveneens CO₂ bespaart. 1.5 Een melding is gegrond of ongegrond als na de melding de klachten worden geverifieerd en er een waardeoordeel over wordt gegeven. De rapportages zijn opgevraagd bij de provincie en voor zover openbaar zullen wij deze verstrekken. 1.8.3Het college stelde de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geur vast en deze beleidsregel is bij uw raad bekend. Vanuit dit beleid gaat het college bij de bedrijven met de meeste geuroverlast afspraken maken over het verminderen van die geur. U kunt ervan op aan dat het college dit beleid gaat uitvoeren.
Wie is verantwoordelijk voor het Geurbeheersplan? Wat is de rol en Een geurreductieplan is een verantwoordelijkheid van het bedrijf en gemeente samen en wordt verantwoordelijkheid van de gemeente hierin? Welke criteria worden in het in Nederland Geurbeheersplan opgenomen? Wat is de waarde van een Geurbeheersplan? nog niet vaak toegepast. We lopen hiermee als gemeente samen met enkele anderen voorop. Hoe vindt controle plaats van het Geurbeheersplan en wat gebeurt er als men niet aan De criteria die hierin worden opgenomen dienen zodanig te zijn dat deze moeten leiden tot een het plan houdt? einde aan de overbelaste situatie. De waarde van een dergelijk plan is dat de de afspraken worden opgenomen in de vergunningsvoorschriften. Hierdoor kan er worden toegezien en zijn de afspraken handhaafbaar.
Perspectief HadM
Technisch
3 IHP
1. Voor de Ezelsbrug en Krullevaar is men aan het onderzoeken naar mogelijkheden, echte staat niet op deze opsomming. Hoe zit dat? In hoeverre is een renovatie en aanbouw hier ook een mogelijkheid voor zowel beide scholen als ook ‘t Nest? 2. Locatiespecifieke kosten betekent dat men toch integraal dient te kijken naar de mogelijkheden (showstoppers) en financieel gezien de totale som van kosten. Hierbij kunnen schattingen een optie zijn. Graag een overzicht van de totale som van kosten bij elke school. 03f Graag uitleg hoe men aan de bedragen komt en wat de betekenis daarvan is.
1. De basisscholen in Sevenum zijn opgenomen in het huidige IHP. Het voorliggende voorstel Roy Bouten betreft een geactualiseerd IHP met een bijbehorend Uitvoeringsprogramma voor de periode 2025-2029. Uw raad heeft recent de locatie Luttelseweg aangewezen als voorkeurslocatie voor het nieuwe kindcentrum en daarmee (indirect) ook ingestemd met nieuwbouw. 2. Locatiespecifieke kosten zijn per casus verschillend en is afhankelijk van veel factoren. Dienen we bijvoorbeeld grond te verwerven, staan er nog opstallen die gesloopt moeten worden, is er tijdelijke huisvesting nodig? Die zijn niet op voorhand in te schatten. Het risico dat we een onvolledig beeld geven is aanwezig omdat we op dit moment nog niet alle feiten kenen, Dat vinden wij niet wenselijk. We maken dit per casus inzichtelijk en nemen dit op in het uiteindelijke kredietvoorstel. 3. De bedragen in bijlage 3f betreffen puur de stichtingskosten van een nieuw schoolgebouw. Dat zijn bouw- en voorbereidingskosten (denk aan architect, constructeur, kosten omgevingsplan etc). Elke school heeft op basis van het aantal leerlingen recht op een (wettelijk bepaald) aantal vierkante meters. Dat aantal is vermenigvuldigd met de normvergoeding per m2 zoals die in het IHP is opgenomen. Daarnaast is budget opgenomen voor haalbaarheidsonderzoeken.
Dat resulteert in een bedrag van ruim 16,5 miljoen (prijspeil 2024)voor de stichtingskosten in de periode 2025-2028 en ruim 51 miljoen in de periode 20292040 (prijspeil 2024).
Perspectief HadM
Technisch
4 Normenkader
Aan welke Normenkaders dienen bijvoorbeeld de gemeentelijke samenwerking met bijvoorbeeld Toverland, Greenport & Californië, Grandorse, etc. te voldoen? Wat zijn, in algemene zin, de mogelijkheden om nog beter dan het Normenkader te acteren?
Regionaal gezien biedt groengasproductie uit mestverwerking een lokale, duurzame energiebron, wat bijdraagt aan de regionale energietransitie. Groengas uit mest kan worden ingezet voor warmte, elektriciteit, of transportbrandstof binnen de regio, wat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verkleint. Dit draagt bij aan regionale energiedoelen en zorgt voor een lagere (fossiele) CO₂-uitstoot. Bovendien vermindert het de noodzaak om mest kunstmatig te bewerken of te transporteren, wat eveneens CO₂ bespaart.
Perspectief HadM
Technisch
Integraal Huisvestingsplan
* Er komt naar verwachting medio 2025 een wetswijziging waarin een IHP verplicht wordt gesteld en renovatie mogelijk een verantwoordelijkheid van de gemeente wordt. De gemeente is hiervoor aan zet. Hoe wordt de raad geïnformeerd over de behoefte die de verschillende scholen hebben? Welke doelen hebben zij voor ogen en hoe kan de Raad die meewegen om zo tot een goede richting te komen?
1. Met dit IHP geven we invulling aan de aankomende wetswjzigingen. Onderdeel van het Roy Bouten doorlopen proces is het opstellen van een gezamenlijke onderwijsvisie waarin de verschillende doelen zijn vastgelegd. Deze doelen hebben in het IHP een concrete vertaling gekregen. Mede aan de hand van deze visie zijn de scholen in beeld gebracht (gebouwelijk, onderwijskundig, energetisch etc). De behoeften zijn samen met de scholen vertaald in een aantal concrete projecten in de periode 2025-2028.
Essentie
Technisch
* Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd of de koers die we nu zijn ingeslagen (o.a. Weisterbeek, De Ezelsbrug + Krullevaar) op den duur nog de juiste 2. Keuzes die we hebben gemaakt en gaan maken doen we altijd in nauwe samenspraak met ingeslagen weg is? Mogelijk is er een verandering qua denkwijze of ziet bijvoorbeeld onze onderwijspartners. Op die manier borgen we dat de ingeslagen koers ook door alle Dynamiek andere kansen ontstaan in het onderwijs domein? Een adequaat samenspel partijen gedragen wordt. Ook dit IHP is een document dat we samen met de onderwijspartners is essentieel om een goede koers te behouden. Is om die reden gekozen voor de hebben opgesteld en door alle schoolbesturen is onderschreven. Voor concrete projecten termijn 2025-2028 met een doorkijk? kiezen we inderdaad voor een vierjarige periode zodat we voor daarna op basis van de situatie en ontwikkelingen op dat moment nieuwe afspraken kunnen maken voor de daaropvolgende * In hoeverre wordt SOOOOL meegenomen in de plannen voor het Dendron? periode. Hoe houden wij met de realisatie van een nieuw schoolgebouw of aanpassingen aan 3. SOOOL is en blijft de komende tijd gehuisvest in het Dendroncollege. In geval van het huidige gebouw alle wensen en richtingen accuraat? nieuwbouw of renovatie komen wij samen met het betreffende onderwijsbestuur tot een plan van aanpak en programma van eisen.
Ook na deze fase is blijft er nauwe afstemming tussen * Er wordt vaak gesproken om eerst te bekijken of er op de oude locatie gemeente en onderwijs. nieuwbouw realiseerbaar is. Daarna pas een andere locatie. Voorkeur geniet om dit 4. Per casus verkennen we welke mogelijkheden er zijn. Het kan dus wel degelijk zo zijn dat tegelijkertijd aan te lopen, want de verschillende opties bieden ook andere kansen en een onderzoek naar nieuwbouw of renovatie op de huidige locatie parallel loopt aan nieuwbouw bedreigingen. Door het op meerdere sporen te verkennen geeft dit een beter beeld elders. welke keuze op welke locatie het beste is voor de kinderen en de gemeenschap. Hoe 5. Ja, deze voldoen. ziet het College dit? Is verkenning van meerdere scenario’s parallel aan elkaar 6. Uw raad heeft in 2017 het beleidskader ‘PeuterPlusProgramma en Voorschoolse Educatie’ mogelijk of hanteert het College een volgordelijkheid? vastgesteld. We versterken hiermee voorschoolse voorzieningen voor peuters in Horst aan de * Hoe ziet men de invulling van de Berkel en het zwembad in relatie tot het Maas. Dat is belangrijk omdat kwalitatief goede voorschoolse voorzieningen bijdragen aan een bewegingsonderwijs? Voldoet de locatie en de faciliteiten nog aan het huidige plan? soepele overgang naar de basisschool. * Er wordt meermaals gesproken over beleidsmatige wens (Meterik en 7.
Ja, de kosten zijn al gemaakt aangezien de uitvoering van de werkzaamheden gebonden Hegelsom). Is dit een beleidsopvatting van het College? waren aan de termijnen van het Rijk vanwege een verkregen subsidie van euro 800.000. * Voor het Dendron is €930.000 euro gereserveerd. De werkzaamheden zijn echter al uitgevoerd. In hoeverre zijn de kosten voor de €930.000 al gemaakt?
* Het Dendron College wordt geraamd op €40-€50 miljoen. De basisscholen samen op €16,6 miljoen in periode 2025-2028 en €50 miljoen voor 2029-2040. Wat is de verklaring voor dat alleen het Dendron 2x zo hoog is als de basisscholen in de periode 2025-2028 samen? * Waarom kiezen we voor onze eigen index (kanttekening 1.2) t.o.v. die van de VNG? * De periode 2025 – 2028 beslaat 6 basisscholen. De periode 2030-2034 2 basisscholen en daarna het Dendron (2040-2044). In hoeverre past dat binnen beschikbare capaciteit en is deze prioritering realistisch in de uitvoering?
03a rv 1.2 IHP
1.2: een eventueel nieuw wetsvoorstel veranderd dus eigenlijk niks aan de werkwijze zoals die de afgelopen jaren ging?
03a rv IHP 03c IHP
1.3b: mogelijk een typefout? Kindcentrum bij Dendron? 03c bijlage 1 beleidskaders: zou daar een voorbeeld van gegeven kunnen worden?
03e IHP
03e Bijlage 3 blz 11 BS de Kroevert: is er iets te doen aan het extreem hoge energieverbruik? Torrekoel heeft ook maatregelen genomen mbt energieverbruik. Waarom is de opheffingsnorm anders dan bij andere scholen, uitgezonderd Griendtsveen?
8. De stichtingskosten voor de nieuwbouw worden berekend op basis van het aantal vierkante meters maar de normvergoeding. Het Dendroncollege is ruim 18.000m2 groot terwijl een gemiddelde school zoals STip 1.350m2 en OKC de Weisterbeek ruim 3.300m2 (incl kdv). Daarnaast gaat het in de doorkijk tot 2040, naast het Dendroncollege, om 2 basisscholen. 9. Voor onze eigen begroting passen we een algemene index toe voor meerdere vastgoedbudgetten (niet alleen onderwijs). (Een deel van) de noodzakelijke indexering is daarmee al afgedekt., In het IHP is vastgelegd de index van de VNG toe te passen. Deze nemen we mee in het uiteindelijke kredietvoorstel per casus. 10. De prioritering is realistisch en uitvoerbaar zowel voor gemeente als het onderwijs. Het onderwijs is daarbij meestal bouwheer.
Het klopt dat de beoogde wijzigingen al in onze afspraken en werkwijze zat. Het nieuwe IHP is Roy Bouten echter meer dan alleen invulling geven aan de wet. Samen met de onderwijspartners hebben we ditmaal een onderwijsvisie opgesteld die de basis is geweest voor dit IHP en ook nieuwe accenten heeft gelegd (zie bijlage 1). Klopt! Is een typefout. Een voorbeeld is Kindcentrum de Doolgaard waar onderwijs, kdv en een zorgpartner samenwerkten. Door deze samenwerking is er regelmatig afstemming geweest tussen de drie partijen. Dit zorgt voor expertisevergroting bij alle partijen: kennis van het jonge kind bij het kdv pedagogische en didactische kennis bij leerkrachten - kennis over zorg voor het jonge kind bij de zorgpartner. De school onderzoekt op dit moment (waar nodig in overleg met het stichtingsbestuur) mogelijke energiebesparende maatregelen. De opheffingsnorm voor de Torrekoel is gelijk aan de overige scholen, m.u.v. Griendtsveen.
CDA
Technisch
CDA CDA
Technisch Technisch
CDA
Technisch