AAA Bijlage 7 TOE onderzoek beschermde soorten
Tekst van het document
TOVERLAND
Opdrachtgever:
Projechnr: Datum:
_ Toverland TOVO01-0001 13 december
2022
krasi ten )
TOVERLAND BESCHERMDE SOORTEN
Opdrachtgever:
Toverland
Projecinr:
TOVO01-0001
Rapportnummer: Status:
TOVOO 1-RAP-Wnb-Beschermde soorten-BPVRdef01
Definitief 13 december 2022
Datum:
Opsteller:
(geanonimise rd) Verificatie: T088-33
66
333
F 088-33
66
099
info@kragten.nl
E
© 2022
VERITAS
Kragten
dit ropport mag worden verveelvoudigd en/of middel van druk, fotokopie, microfilm cf op welke andere wijze dan ook zender voordfgaande van toestemming Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan op andere wijze toe le passen don waaraan in de ist toestemming wordt verleend. Niets
uit
openbaar
Validatie:
(geanonimiseerd)
ISO 9001 ISO 14001 BUREAU
(geanonimiseerd) |
gemaakt door
Yr d
p p
te n
INHOUDSOPGAVE l
INLEIDING
Ll 13
Aanleiding Doelstelling… Bestemmingsplan Toverland 2016
14
Leeswijzer
12
a
annaanaanseraansenaaneesansersansersaaneesanseesanseesansessaseesanaeesansessenasessnaeeseaaeesansesennaesen
9
…
…
…
PROJECTGEGEVENS
2
…
.
11
1.2
Beschrijving plangebied…. Bestemmingsplan verbrede reikwijdte
23
Ontwikkelmodellen MER
„16
13.1
Legenda ontwikkelmodellen…
1.32
1.35
Ontwikkelmodel Ontwikkelmodel 2…… Ontwikkelmodel 3…… Ontwikkelmodel 4...
1.3.6
Ontwikkelmodel 5……
3
INVENTARISATIE
3.1
Verantwoording onderzoeksinspanning…
3.2
Inventarisatie
1
1.33 134
3.2.1 3.2.2 3.23 3.24 3.2.5 3.2.6 3.2.6. 3.2.6.2
„15 6
Literatuuronderzoek. Bestemmingsplan Toverland 2016 Verkennend flora- en faunaonderzoek t.b.v. spookhuis 2020... Rondgang gebied met stakeholders Verkennend veldbezoek Jaarrond soortenonderzoek __ Onderzoeksmethoden…. __Onderzoeksdata …
…
…
…
INTERPRETATIE...
Vogels jaarrond beschermde nesten „22 Vogels omgevingsscansoorten „2.3 __ Vogels algemeen voorkomende broedvogelsoorten 3 Grondgebonden zoogdieren… 3.1 __ Haasachtigen, egel en mol… 3.2 Ware muizen, woelmuizen, spitsmuizen en slaapmuizen… 33 Knaagdieren 34 __Marterachtigen. vo en Overige zoogdieren „2.1
—
—
—
…
4
Vleermuizen.
Al
Verblijfploatsen.. __Foerageergebieden __ Vaste vliegroutes
4.2 4.3
…
5
Amfibieën.
‚6
Reptielen.
J
Vissen...
8
Overige soorten
<
EFFECTBEOORDELING
aaan
aanaereenanneeeeenenseeseaaneeeeeanseeeeesanseeserannseeeesanseeceesnn
____KTAGÜEN
55
5
rn
KL Oppervlakteverlies..
Nl en Jl en 2
nn
55
Vers
1.3
_ Verdrogi
16
Opt
1.7
Vw
en
nn
optredende rr „2.1 Mogelijk Boerenzwaluw. NN Huismus rn 23 _ Kerkuil. 24 Steenuil. rn „2.5 _ Bosuil... 2
effecten per soort(groep)
1]
Torenvalk… Raaf en roofvogels.
18
Omgevingsscansoorten….
2.9
Algemeen voorkomende broedvogelsoorten Algemeen voorkomende zoogdiersoorten…
2.6
WwN=-o NINE
Eekhoorn Bever... Steenmt oo 5 a
Vleermuizen….
Algemee levendbarende
hagedis …
3. 32 33
…
__Ontwikkelmodel __Ontwikkelmodel __Ontwikkelmodel __Ontwikkelmodel __Ontwikkelmodel __Ontwikkelmodel
34 35 36 31 38 39 4
__Ontwikkelmodel Ontwikkelmodel 5B… Samenvatting effecten
5
LOERT
3.10
…
Beoordeling afzonderlijke ontwikkelmodelle Ontwikkelmode _Ontwikkelmodel
_
NE
CONCLUSIE
IN
UITGANGSPUNTEN, EFFECTSCORE MER EN RANDVOORWAARDEN. Uitgangspunten beoordeling soortenbescherming…
8
a
Go
Effgctscore
MER
Randvoorwaarden voor toekomstige ontwikkelingen LITERATUUR
BIJLAGEN B1___NATUURBESCHERMING
6
151 „151
rene
…
151
Bl
Wet natvurbescherming
B11.1
B1.2
Bescherming planten- en diersoorten Bescherming natuurgebieden Bescherming houtopstanden Provinciale gebiedsbescherming
B2
JAARROND BESCHERMDE VOGELNESTEN
B3
PROVINCIALE VRIJSTELLING
B4
ONTWIKKELMODELLEN TOVERLAND
B1.12 B1.13
TABELLEN abel 1. Waargenomen beschermde soorten binnen een straal van circa 1,5 kilometer van het plangebied in de NDFF (2011 abel 2. Onderzoeksmethoden jaarrond soortenonderzoek abel 3. Onderzoeksdata veldonderzoeken 2021 abel 4. Indicatieve verlagingen als gevolg van een onttrekking van 100 m?/uu abel 5. Drempels verlichtingsniveau per plant- en diersoort (Bron: Richtlijn Lichthinder) Tabel 6. Oppervlak lichtuitstrafing buiten plangebied en boven grenswaarde 0, 1 lux (ha, nnn
—
2021).
aanrennen
abel 7. Oppervakten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige situatie en toekomstige situa abel 8. Oppervakten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige situatie en toekomstige situa abel 9. Oppervlakten aanwezige geluidsniveaus en \erschil huidige situatie en toekomstige situa abel 10. Oppendokten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige situatie en toekomstige situatie abel 11. Oppendokten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige situatie en toekomstige situatie abel 12. Oppendokten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige situatie en toekomstige situatie…. d el 13. Oppervlakten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige situatie en toekomstige situotie…. a bel 14. Oppervlakten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige situatie en toekomstige situatie a bel 15. Oppervlokten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige situatie en toekomstige situatie. a el 16. Oppervlakten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige situatie en toekomstige situatie abel 17. Efectscore MER voor het onderdeel beschermde
soorten
sne
AFBEELDINGEN EE fbeelding fbeelding fbeelding fbeelding fbeelding fbeelding beelding fbeelding beelding
EEIEeEeEErE
gelding
beelding eelding gelding
fbeelding
ERE
gelding
fbeelding beelding fbeelding fbeelding fbeelding
vigerende bestemmingsplan Toverland 2016. 2. Begrenzing van het plangebied voor het BPVR voor de van 3. Begrenzing van het bestaande attractiepark Toverland binnen het huidige plangebied voor het BPVR. 4. ligging van het voormalige boerenerf aan de Schorfvenweg 10. 5. ligging van de agrarische percelen binnen het plangebied voor het BPVR. 6. ligging van de bosschages en houtwallen binnen het plangebied voor het BPVR 7. ligging van de Wertemer, de Steegbergheide en de Schorfvenloop ten opzichte van het plangebied voor het BPVR. 8. Legenda ontwikkelmodellen BPVR Toverland. 9. Ontwikkelmodel 10. Ontwikkelmo 11. Ontwikkelmo 12. Ontwikkelmo 13. Ontwikkelmo 14. Ontwikkelmo 15. Ontwikkelmo 16. Ontwikkelmo 17. Ontwikkelmo 18. Ontwikkelmo 19. Verspreidingskoart nestplaatsen boerenzwoluw, huismus en torenvalk. 20. Verspreidingskaart aanwezige nestplaatsen bosuil en steenuil… 1. Begrenzing
uitbreiding
on
Tovelnd
oonwezige
____KTAGÜEN
me fbeelding fbeelding fbeelding fbeelding gelding fbeelding fbeelding fbeelding
21. Verspreidingskaart aanwezige nestplaatsen buizerd en spotvogel 22. Waargenomen struweelvogels binnen en rondom het plangebied 23. Waargenomen watervogels binnen en rondom het plangebied 24. Waargenomen okkervogels binnen en rondom het plangebied 25. Waargenomen bosvogels binnen en rondom het plangebied. 26. Waargenomen (hoofdzakelijk) gebouwbewonende soorten binnen en rondom het plangebied. 27. Verspreidingskaart met aanwezige verblijfplaatsen en nesten van bever, bunzing, das en eekhoorn 28. Ligging van belangrijke foerageergebieden (oranje) en vaste vliegroutes (blauw) binnen en nabij het plangebied. gelding 29. Locaties van de waargenomen levendbarende hagedissen (zwartgele cirkels) gelding 30. Weergave van de geluidsbelasting op omgeving als gevolg van de huidige exploitatie Toverland (etmaalwaarde dB (A)) beelding 31. Resultaten huidige situatie met drempelwaarde 0, fbeelding 32. Weergave van de toename aan verlichting boven de drempelwaarde 0,1 lux buiten de begrenzing van het plangebied voor ontwikkelmodel 2B inks) en 3À (rechts gelding 33. Ontwil fbeelding 34. Weergave van de geluidsbelasting op de omgeving als gevolg van de huidige exploitatie van Toverlan unne lijnen) en ontwikkelmodel TA ( nen) (etmaalwaarde dB(A). fbeelding 35.
Weergave van de toename aan verlichting boven de drempelwaarde Q,1 lux buiten de begrenzing van het plangebied voor ontwikkelm EE gelding 36. Ontwikkelmodel 1B…. beelding 37. Weergave de geluidsbelasting op omgeving als gevolg van huidige exploitatie van Toverland (dunne lijnen) en ontwikkelmo nen) (etmaalwaarde re eelding 38. Weergave le begrenzing van het plangebied voor ontwikkelmo re eelding 39. Ontwikke fbeelding 40. Weergave atie van Toverland (dunne lijnen) en ontwikkelmodel nen) (etmaalwaarde Afbeelding 41. Weergave begrenzing van het plangebied voor ontwikkelmo e Afbeelding 42. Ontwikkelmodel 2B… | Afbeelding 43. Weergave van de geluidsbelasting op omgeving als gevolg van huidige exploitatie Toverland (dunne lijnen) en ontwikkelmodel (dikke (A)). 105 lijnen) (etmaalwaarde Afbeelding 44. Weergave van de toename aan verlichting boven de drempelwaarde 0,1 lux buiten de begrenzing van het plangebied voor ontwikkelmodel 28.106 Afbeelding 45. Ontwikkelmodel JA „109 unne lijnen) en ontwikkelmodel 3A Afbeelding 46. Weergave van de geluidsbelasting op de omgevin (dikke (etmaalwaarde | dB(A))…. lijnen) … … Afbeelding 47. Weergave van ebied voor ontwikkelmodel 3A.. 112 toena 116 Afbeelding 48. Ontwikkelmodel 3B… Afbeelding 49. Weergave van de gelui ijnen) en ontwikkelmodel (dikke 1Ô lijnen) (etmaalwaarde Afbeelding 50. Weergave van toenat ebied voor ontwikkelmodel 3B.
119 Afbeelding 51. Ontwikkelmodel 4A. Afbeelding 52. Weergave (dikke inen) en ontwikkelmodel 24 lijnen) (etmaalwaarde Afbeelding 53. Weergave ebied ontwikkelmadel 4A.. 125 Afbeelding 54. Ontwikkel NV Afbeelding 55. Weergave lijnen) en ontwikkelmodel 4B (dikke (etmaalwaarde 30 lijnen) Afbeelding 56. Weergave van de toename aan verlichting boven de drempelwaarde 0,1 lux buiten de begrenzing van het plangebied voor ontwikkelmodel 48.131 Afbeelding 57. Ontwikkelmot Afbeelding 58. Weergave van lijnen) en ontwikkelmodel 5A (dikke dB(A))…. KT lijnen) (etmaalwaarde … … Afbeelding 59. Weergave van ebied voor ontwikkelmodel 5A.. 137 Afbeelding 60. Ontwikkelmo ÁÛ Afbeelding 61. Weergave van e nen) en ontwikkelmodel 5B (dikke 4 dB(A)).…. lijnen) (etmaalwaarde Afbeelding 62. Weergave van de toename aan verlichting boven de drempelwaarde 0,1 lux buiten de begrenzing van het plangebied voor ontwikkelmodel 58.143
ErESErRErErErEIErE
.
de
van
.
ke
… … … … ….
E re
…
…
…
…
…
…
……
…
van
…
…
aanrennen
de
santen
…
sanssenseensnn
en
aanrennen
anssen
annees
de
.
…
dB
…
aanrennen
de
… …
…
…
…
…
…
neren:
annees
de
van
nanasan
nnee:
2B
annae
annseesaanserneeaanaeesennsers
saneren
de
annees
dB(A)
38
…
…
…
nen
annae:
aananseesannseessnnseersanneersnnsees
nnee
snnseersnnasermeeeeesoonne
de
nn
dB (A))…
4A
…
…
aen
ananas:
aarnaast
an
voor
en
ane
aen
nanne:
annae
wannannseeseennnennnveennnnnnneen
nn
annees
nnee
annvennserssnnssersnnsersnnseeennneee
hui
serres
krasgten
vnnnnnnseervennnnaaveereevnnnennseeeseeneeerevennnanneeeee
nanne
|
Binnen de
begrenzing
van
het plangebied zijn enkele
te
onderscheiden
biotooptypen gelegen:
Het attractiepark Toverland Het bestaande attractiepark Toverland maakt voor circa een derde deel uit van het plangebied en is gelegen in de zuidoostelijke hoek. Het omvat het attractiepark, facilitaire gebouwen, opslagierreinen en de parkeerterreinen. Binnen het huidige attractiepark zijn tevens diverse vijvers aanwezig. Aan de zuidzijde van het attractiepark
maken
twee
vijvers onderdeel
uit
van
de watergang Wertemer. De vijvers hebben steile oevers die deels zijn
begroeid met riet en andere oeverplanten. De taluds zijn begroeid met ruigtekruiden. Aan de noordzijde van het park is een grotere (vislvijver gelegen. Op de oevers zijn kruidachtige soorten aanwezig en her en der opschietende wilgen. Ook de bomenlanen op het park bestaan met name vit eiken Verder word: de ruimte tussen de faciliraire gebouwen en de oostelijke plangrens door een bosljel gevormd. Het betreft een naaldbosperceel van grove den met wilboom, Amerikaanse vogelkers en lijsterbes in de struiklaag. Tot slot is binnen het deel van het bestaande attractiepark begroeiing aanwezig langs de noordelijk lopende watergang Wertemer, bestaande vit met name wilg. Ook zijn op de parkeerplaaisen met name zomereiken aangeplant. Zie afbeelding 3 voor de ligging van het bestaande attractiepark Toverland binnen het totale plangebied.
(geanonimiseerd)
Afbeelding 3. Begrenzing van het bestaande attractiepark Toverland binnen het huidige plangebied voor het BPVR.
Schorfvenweg 10 Ter plaatse van Schorfvenweg 10 bevindt zich de enige bebouwing binnen het plangebied die buiten de huidige begrenzing van het attractiepark is gelegen. Het betreft een voormalig boerenerf met een oude veestal, twee open loodsen, sleufsilo's, kleine opslagbebouwing en een woonhuis. De oude veestal is reeds in gebruik als attractie. Hierin is in het najaar van 2020 een spookhuis gebouwd, wart tijdens Halloween in gebruik is. Langs de Schorfvenweg is een eenzijdige laanbeplanting in de berm aanwezig met berken. Zie afbeelding 4 voor de ligging van het voormalige boerenerf aan de Schorfvenweg 10 binnen het totale plangebied.
Afbeelding 4. ligging van het voormalige boerenerf aan de Schorfvenweg
10.
Agrarische percelen Het merendeel van de resterende ruimte binnen het plangebied wordt gevormd door agrarische percelen. Het betreffen met name akkers, welke in de afgelopen twee jaar in gebruik zijn geweest ten behoeve van de teelt van
aardappels, mais, bieten, binnen het plangebied.
peen, lelie en narcis. Zie
afbeelding 5 voor de ligging van de agrarische percelen
Afbeelding 5. ligging van de agrarische percelen binnen het plangebied voor het BPVR. Bosschages
en
houtwallen
Verder bevat het plangebied enkele bosschages en houtwallen. Het betreffen grofweg twee grotere bosschages en twee houtwallen. Centraal in het plangebied is een jonge aangeplante houtopstand aanwezig die bestaat uit diverse boom-
en
struikvormers als zomereik,
kers, veldesdoorn, abeel
en
vlier. Door de dichte
beplanting is
ondergroei vrijwel geheel afwezig. Een strook in het midden van deze bosschage word: kort gehouden vanwege de onderliggende gasleiding. De meest oostelijke bosschage is hierbij in het verleden regelmatig verstoord geweest door ongewenste menselijke activiteiten. Tegenover het voormalige boerenerf van Schorfvenweg 10 ligt een bosschage bestaande uit zomereik, berk en vuilboom. Aanwezige houtwallen bestaan eveneens uit een menging van loofhout, met name zomereik en berk. De ligging van de bosschages en houtwallen in het plangebied [buiten de begrenzing van het bestaande attractiepark) is weergegeven in afbeelding 6.
Afbeelding 6. ligging van de bosschages en houtwallen binnen het plangebied voor het BPVR. Watergangen Tot slot doorkruisen enkele waterlopen het plangebied. Het betreffen de twee primaire watergangen (Waterschap Limburg) Wertemer’ en ‘Steegbergheide’. Op beide watergangen wateren tevens diverse [landbouwsloten af.
Langs de oostelijke grens van het plangebied is tevens de ‘Schorlvenloop’ gelegen. Ter hoogte van het plangebied betreft dit een secundaire watergang. Verder stroomafwaarts (vanaf de Heesbredeweg) is dit een primaire watergang. Van de primaire watergangen valt te verwachten dat deze jaarrond watervoerend zijn. Voor de omliggende sloten en het secundaire deel van de Schorfvenloop is dit nief met zekerheid te zeggen. De ligging van de (primaire) watergangen is weergegeven in afbeelding 7.
14
Afbeelding
11. Ontwikkelmodel 2A.
Afbeelding
12. Ontwikkelmodel 2B.
Afbeelding
15. Ontwikkelmodel 4A.
Afbeelding
16. Ontwikkelmodel 4B.
22
Afbeelding
24 krasjten
18. Ontwikkelmodel 5B.
Soort Nederlands
Soort
Bosuil
Sirix aluco
Wabvr
Apus apus
Wabvr
Motacilla cinerea
Wabvr
Gierzwaluw Grote
gele
Havik
kwikstaart
wetenschappelijk
| Rode lijst
Bescherming*
Accipiter gentilis
Wabvr
Huismus
Passer domesticus
Wnbvr
Huiszwaluw
Delichon urbicum
Wnbvr
Kerkuil
Tyto alba
Wabvr
Ooievaar
Ciconia ciconia
Wabvr
Raaf
Corvus
Ransuil
Asio
Gevoelig Gevoelig
Wabvr
Gevoelig
olus
Wabvr
Kweisbaar
Milvus milvus
Wabvr
Roek
Corvus
Wnbvrl
Slechtvalk Steenuil
frugilegus
Falco peregrinus Athene vidalit
Wabvr Wabvr
Kweisbaar
Torenvalk
Falco tinnunculus
Wabvr
Kweisbaar
Wespendief
Pernis apivorus
Wabvr
Vogels omgevingsscansoorten Blauwe reiger
Ardea cinerea
Wabvr
Buteo buieo Limosa limosa
Wabvr
Alcedo atthis
Wabvr
Turdus
pilarís
Wabvr
Ríparia riparia
Wabvr
Paapje Ringmus
Saxicola rubetra
Wabvr
Passer
Wnbvr
Sperwer
Accipiter nisus
Wnbvr
Hippolais
icterina
Wabvr
Gevoelig
Numenius
arquata
Wabvr
Kweisbaar
Streptopelia
turtur
Wabvr
Kweisbaar
martius
Wabvr
Rode
wouw
corax
-
Buizerd
Gruito IJsvogel Kramsvogel Oeverzwaluw
Spotvogel Wulp
Zomertortel
montanus
Zwarte
Dryocopus Specht Zoogdieren grondgebonden zoogdieren
Wabvr
Gevoelig Gevoelig Bedreigd Gevoelig
-
Aardmuis
Microtus
Wnb-andere
soorten
Castor fiber
Wabhr
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
\Wnbandere
soorten
Bunzing
Mustela putorius Meles meles
\Wnbandere
soorten
\Wnbandere
soorten
Micromys
Wnb-andere
soorten
Wnb-andere
soorten
vvlgaris
Wnb-andere
soorten
Erinaceus evropaeus Sorex araneus
Wnb-andere \Wnbandere
Haas
Lepus europaeus
Wnbandere
soorten
Huisspitsmuis
Crocidura russula
Wnb-andere
soorten
Oryetolagus cuniculus
Wnbandere
soorten
Microtus subterraneus
Wnb-andere
soorten
Capreolus capreolus Myodes glareolus
Wnb-andere
soorten
Das
Dwergmuis Dwergspitsmuis
Egel
Gewone
Sciurus
bosspitsmuis
Konijn Ondergrondse Ree Rosse woelmuis
Steenmarter Veldmuis Vos
Waterspitsmuis
minutus
Sorex minuius
Eekhoorn
26
agrestis
Bever
woelmuis
soorten soorten
Maries foina
Wnb-andere Wnbandere
Microtus arvalis
\Wnbandere
soorten
Vuipes vulpes
Wnb-andere
soorten
Wnb-andere
soorten
Neomys
fodiens
| Kweisbaar
soorten soorten
| Gevoelig | Gevoelig
Soort(groep)
Uitvoeringsperiode
Slechtvalk
1 feb.
Steenuil
1 feb.
—
—
| Minimum | Overige voorwaarden aantal bezoeken
/aandachtspunten
30 juni
3
april
4
Overdag plangebied nagelopen op voorkomen individuen, nestplaatsen en overige van belang zijnde biotopen. Er hebben minimaal 3 nachtelijke onderzoeksronden plaatsgevonden waarbij de roep van de steenuil werd afgespeeld. Ook is overdag gezocht naar sporen van
30
steenuil. Er zit minimaal een maand eerste en |laaisie bezoek. Bosuil
1 jan.
—
10
juli
2
maart
— 15 juli
3
O
april
—
20
juli
2
—
30 aug.
3
—
30 aug.
Eekhoorn
Mei
Bever
Gehele jaar
-
juni
| 2
2
2
individuen, nestplaatsen
en
belang zijnde biotopen. Overdag plangebied nagelopen op individuen, nestplaatsen
en
belang zijnde biotopen. Overdag (m.n. ochtenden} plangebied nagelopen op voorkomen individuen, nestplaatsen en overige van belang zijnde biotopen. Overdag plangebied nagelopen op voorkomen individuen, sooren, nestplaatsen en overige van belang zijnde biotopen. Overdag plangebied nagelopen op verblijfplaatsen, sporen en overige van belang zijnde biotopen. Minimaal één van de bezoeken vond plaais in de periode maart april. Overdag plangebied nagelopen op voorkomen individuen, verblijfplaatsen en van belang zijnde biotopen. Met name tijdens de diverse avond/nacht bezoeken is gelet op het voorkomen van steenmarter. Overdag is het plangebied nagelopen op verblijfdlaaisen, sporen en overige van belang zijnde biotopen. Overdag plangebied nagelopen op verblijfplaatsen, sporen en overige van belang zijnde biotopen. Tijdens avond/nacht bezoeken is gelet op aanwezigheid dassen. overige
april
en
van
voorkomen
Broedvogels algemeen
op
individuen, nestplaatsen
belang zijnde biotopen. Overdag plangebied nagelopen op overige
feb.
tevens
van
voorkomen
Roofvogels fboomnesten!
omgeving
Overdag plangebied nagelopen overige
gele kwikstaart
is de
onderzocht op voorkomen bosuil, o.a. door de roep van de bosuil af te spelen. voorkomen
Grote
het
Overdag plangebied nagelopen op voorkomen nestplaatsen en overige van belang zijnde biotopen. Tijdens nachtelijke onderzoeksronden
Torenvalk
tussen
van
—
Kleine
marterachtigen
Gehele jaar
2
Steenmarters
Gehele jaar
2
Das
Gehele jaar
3
Minimaal één
van
de bezoeken heeft,
____KTAGÜEN
29
Datum 9 juni
| Tijdstip Overdag
Temp.
|
24°C
| Wind | Neerslag | Bewolking Helder | 28Bí. | Droog
Soort(groep} Akker, siruweel levendbarende
14
juni
| Overdag
| 26°C | 28f. | Droog
Helder
watervogels, hagedis en
Akker- en sruweelvogels,
boerenzwaluw, huiszwaluw, roofvogels, grote gele kwikstaart, levendbarende 23 juni
| Overdag
9°C
[28
|
Droog
Bewolk
hagedis, das
Akker- en struweelvogels,
viszwaluw, bosuil, roofvogels, eekhoorn 25 juni 30 juni
| Nacht
5°C
| Overdag
9°C
| OBft. | Droog [3 Bf.
| Droog
Helder
Kerkuil, vleermuizen
Bewolk
Akker- en sruweelvogels,
huiszwaluw, roofvogels, levendbarende 5 li 6 juli 13 joli
Avond
Overdag | Overdag
15 joli 23 juli
| | Overdag
18 aug.
| Overdag
Avond
| | 20°C | 4 Bft. | 20°C | 2Bf. 8°C | 2Bft, 20°C [1 Bf. | 8°C
9°C
1 Bft,
28
| Droog | Droog | Regen | Droog | Droog Droog
Half bewolkt
Bewolk Bewolk Bewolk
|
hagedis
Gierzwaluw
Bosuil, roofvogels, eekhoorn Akker
en
siruweelvogels, roofvogels
Gierzwaluw, vleermuizen
Helder
levendbarende
hagedis, das, steenuil, kerkuil, roofvogels
Bewolk
Bever, das, kleine marters, steenmarter
19 aug. 25 aug.
| Avond
| Overdag |
7°C 21°C
| OBft. | Droog {1 8f.
| Droog
Half bewolkt Helder
| Vleermuizen, steenuil, kerkuil Das, levendbarende marters,
31
aug. 28 sep. 15 nov.
|21°C | Overdag Avond °C | Overdag | | 11°C
|18 118 {18
Droog Droog Droog
Half bewolkt Helder Bewolkt
hagedis, kleine
steenmarter
| Bosuil, das, roofvogels Vleermuizen Das
en
lroof\vogelnesten
31
van
bouwmateriaal
aanwezig
ter
voor nesten, zoals klei en leem, is eveneens van belang. Dit is momenteel ook volop plaatse van de sloten rondom de akkers in de omgeving.
Gierzwaluw komt
naar
voren
uit de NDFF.
In voorgaande onderzoeken
is de soort niet eerder
aangetroffen en in
verkennend onderzoek in augustus 2020 is reeds beoordeeld dat de bebouwing ter plaatse van het boerenerf ongeschikt is als nestplaats. Uit het veldonderzoek in 2021 is gebleken dat nestplaatsen van gierzwaluw hef
inderdaad
afwezig zijn. Slechis een enkele overvliegende of kort foeragerende gierzwaluw werd binnen de begrenzing van het plangebied waargenomen. Er is derhalve vastgesteld dat het plangebied geen bijzondere unctie vervult voor de gierzwaluw. Foerageren zal de soort in toekomst nog altijd kunnen binnen het plangebied. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld waar territoria van de huismus zich bevinden, zie ook afbeelding 19. Een populatie huismussen bevind zich ter plaatse van Schorfvenweg 10. Een open loods aan de noordzijde van 17 van Hiernaast is hef perceel bevat nesten huismus. één roepende huismus waargenomen oo de zuidelijke loods van het atiractiepark Toverland. Dit betreft naar alle waarschijnlijkheid een opportunistisch individu, dat een nest heeft gemaakt, of probeerde te maken, in een holie in het dak. De loods is doorgaans geen geschikte nestlocatie voor deze soort. Op overige plaatsen zijn huismussen afwezig. De kem van de huismussenpopulatie binnen het plangebied bevindt zich derhalve ter plaatse van Schorfvenweg 10. Hier vinden de huismussen, naast nestbiotoop, voldoende voedsel en beschutting. Huiszwaluwen zijn
tijdens het veldbezoek slechts sporadisch waargenomen. Een enkele keer werden twee foeragerende huiszwaluwen waargenomen tussen de foeragerende boerenzwaluwen. Nesten zijn afwezig binnen het plangebied. Aangezien huiszwaluwen slechts eenmaal zijn gezien binnen het plangebied en de afwezigheid van nesten, word! uitgesloten dat het plangebied een belangrijke rol voor deze soort vervult.
34
VE
Afbeelding
4
1
19.
Verspreiding
laatsen boerenzwalvw, huismus
en
forenvalk.
Verder is de kerkuil eveneens een vogelsoort die sterk gebonden is aan bebouwing als nestplaats. Hiervoor worden doorgaans speciale nestkasten gebruikt in open bebouwing zoals stallen en loodsen. Uit het voorgaand onderzoek is de kerkuil niet bekend. Ook in de NDFF zijn kerkuilen in de dichte nabijheid (binnen 1 km} niet gemeld. Sporen van de soort werden tijdens het verkennend onderzoek in 2020 evenmin waargenomen ter plaatse van Schorvenweg 10. Bij een controle van de stal in het kader van het reeds gerealiseerde spookhuis in februari 2021, werden echter diverse sporen van kerkuil aangetroffen. Zo waren op diverse plaatsen poepsooren van de soort aanwezig en lagen er braakballen van kerkuil op de vloer en op het dak van het spookhuis. Nieuwe waarnemingen die duidde op de aanwezigheid van een kerkuil zijn tijdens het veldonderzoek in 2021 lange tijd niet waargenomen. Vanaf juni is een solitaire kerkuil enkele keren ter plaatse van Schorfvenweg 10 en jagend boven de akkers aan de noordzijde van het olangebied (richting Grandorsel waargenomen. Op 25 auguslus werden twee kerkuilen ter plaatse van Schorfvenweg 10 waargenomen in de oostelijke open loods. Een latere controle in de omgeving toonde tot slot aan dat ook braakballen aanwezig waren in een open loods ter plaaise van Schorfvenweg 6, ten noorden van het plangebied.
Een nestplaats van de kerkuil is tijdens het veldonderzoek niet vastgesteld. Een zichtbare toename in zichtwaarnemingen van de kerkuil in de omgeving en bovendien een waarneming van een mogelijk paartje, geeft wel aan dat de kerkuil momenteel mogelijk op zoek is naar nestgelegenheid in de omgeving en dat de locatie binnen het territorium van een kerkuil is gelegen. Waar zich het meest nabije nest van een kerkuil bevind: is niet duidelijk geworden. Hoewel nestplaatsen momenteel afwezig zijn, dient er rekening mee gehouden te worden dat de kerkuil gebruik maakt van {delen van} het plangebied en in de toekomst mogelijk ook zal nestelen binnen het plangebied. Voor wat betreft nestbiotoop biedt enkel het boerenerf van Schorfvenweg 10 geschikt
nestbiotoop voor de soort. Jagende kerkuilen werden tijdens het onderzoek enkel ten noorden van Schorfvenweg 10 waargenomen. De slechtvalk broedt tegenwoordig
met
name
op
hoge bebouwing
voor
De steenuil is een
de slechtvalk is gemaakt of op
en
hoogspanningsmasten, waarop veelal een
speciale hef plangebied zijn dergelijke nestgelegenheden van het nest te jagen (tot wel 2,5 km). Tijdens het veldonderzoek zijn slechtvalken echter niet waargenomen. Oo basis van het veldonderzoek is derhalve uitgesloten dat het plangebied een functie vervult voor de slechtvalk. nestkast
oud kraaiennest. Binnen en in de directe omgeving van niet voorhanden. Slechivalken zijn in staat om op grote afstand een
gebonden is aan bebouwing, maar wel hoofdzakelijk voorkomt ter plaatse kleinschalig landschap gevormd door (ooerenjerven. Hierbij vormen speciale nestkasten in of aan of in bomen geschikte nestplaaisen. Ook nestelt de steenuil in holten in grotere geknotie wilgen en bebouwing in andere holten oudere schuren. Uit het voorgaand onderzoek komt steenuil niet naar voren en ook in de NDFF is de steenuil niet waargenomen binnen een afstand van 500 meter van de plangrens. De meest nabijgelegen waarnemingen komen vanuit het dorp Everisoord, aan de westzijde van de N277. Tijdens het veldonderzoek in het voorjaar van 2021 zijn wel enkele steenuilterritoria vastgesteld, zie afbeelding 20. De twee meest nabij het plangebied gelegen territoria bevinden zich ter plaatse van Schorfvenweg 6 (circa soort
die niet zozeer
van
420 meter meter
afstand} en Wertemerweg 8 {circa 440 meter afstand). Uitgaande van een fusieafstand van 500 (SOVON!) overlappen beide territoria derhalve voor een klein dee! met het plangebied. Territoriaal gedrag
is binnen
het
plangebied niet waargenomen. Tijdens een van de veldbezoeken overdag later in het jaar (25 augustus) werd wel een steenuil waargenomen ter plaatse van Schorlvenweg 10 (binnen het plangebied). Eén individu was rustend aanwezig in de noordelijk gelegen open loods. Zoals ook geldt voor de kerkuil, is momenteel op basis van het onderzoek uitgesloten dat verblijfplaatsen van de steenuil aanwezig zijn binnen het plangebied. Het is echter mogelijk dat de steenuil in de toekomst meer gebruik gaat maken van het plangebied en er mogelijk ook gaat nestelen. De enige potentiële locatie voor de steenuil betreft in dit geval het erf van Schorfvenweg 10. De overige delen van het plangebied zijn ongeschikt als leefgebied voor de steenuil. Hoewel de
naam anders suggereert, is de bosuil een soort die in allerlei landschappen voorkomt, variërend loof en naaldbos tot stadsparken en groene woonwijken. Uit voorgaand onderzoek komt de soort niet naar voren. Uit de NDFF blijken wel diverse waarnemingen gedaan te zijn op grotere afstand ten oosten van het
van
plangebied. Tijdens het verkennend veldbezoek werd een nestkast voor de bosuil waargenomen in het bosgebied ten oosten van het plangebied. Deze kast is dermate beschadigd (gat aan de onderkant) dat deze niet meer gebruikt kan worden als nestplaats. Verder noordoostelijk van het plangebied is een tweede nestkast aanwezig, zie afbeelding 20. Deze nestkast is nog wel intact en daarmee in potentie geschikt als nestolaais voor de bosuil. Tijdens het veldonderzoek zijn bosvilen diverse malen waargenomen. Alle waarnemingen zijn verricht in het bosgebied direct ten oosten van het atfractiepark Toverland of op het attractiepark zelf. Nestplaatsen zijn niet met zekerheid vastgesteld, al is er een sterk vermoeden dat de bosuil begin 2021 succesvol heeft gebroed op het attractiepark, in de toren van de wildwaterbaan (afbeelding 20). Hier werden in het vroege voorjaar twee jonge bosuilen aangetroffen, roestend in een boom, maar ook in de attractie zelf. Daarmee is vastgesteld dat de bosuilen zich met name begeven op hef grensvlak tussen het bos en het attractiepark, en dat het attractiegark in de huidige situatie al deel uitmaakt van het leefgebied van de bosuil. Waarnemingen van bosuil zijn in de overige, open delen van het plangebied niet verricht. Uit de NDFF komt verder de torenvalk naar voren. Dit betreft een typische soort voor open (agrarisch! landschap.
De akkers binnen het plangebied bieden geschikt foerageerbiotoop. Nestkasten van torenvalk zijn tijdens het
verkennend veldbezoek, is wel
een
ook tijdens eerdere onderzoeken, niet waargenomen. Uit het nader soortenonderzoek de torenvalk vastgesteld. Het betreft een takkennest in een boom {waarschijnlijk een oud midden van het attractiepark Toverland, zie afbeelding 19. De torenvalk heeft hier succesvol een en
nest van
kraaiennest) te
nest grooigebracht.
plaatse van
36
van
Vader, moeder en twee jonge lorenvalken werden erna veelvuldig jagend waargenomen ter het attractiepark lin de avond} en de directe omgeving van het plangebied (overdag). Overige nesten
de torenvalk zijn afwezig
binnen of in de
nabije omgeving van het plangebied.
A
6
wezige
nestplaatsen bosuil en steenvil.
Verder blijkt vit de NDFF dat de grote gele kwikstaart is waargenomen binnen het attractiegark Toverland. De diverse poelen, vijverijes en andere wa eroppervlakken, met aan de oevers (ogenschijnlijke) rotsachtige structuren, bieden voor deze soort geschikt leefgebied. Uit het veldonderzoek in 2021 is echter gebleken dat de soort enkel sporadisch foeragerend voorkomt binnen het plangebied. Nestplaaisen of nestindicerend gedag is niet waargenomen. Er is derhalve geen sprake van de aanwezigheid van een jaarrond beschermd nest van de grote gele kwikstaart. Gezien het lage aanta waargenomen individuen is er evenmin sprake van essentieel foerageerof leefgebied van de soort.
blijkt vit het literatuuronderzoek da ooievaars zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. huidige biotopen binnen he plangebied, waarbij het ontbreekt aan vochtige biotopen lo.a. vochtige graslanden of plasdras situaties} en tevens ontbreekt aan geschikte nestplaatsen, is uitgesloten dat het plangebied Ook
Gezien de van
waarde
is voor
deze
soort. De
waarnemingen
van
ooievaars in
de literatuur betreffen derhalve doortrekkende
vogels. Tot slot resteert
jaarrond beschermd nest dat doorgaans broedt op takkennesten |roof}vogelsoorten boomvalk, havik, raaf, ransuil, rode wouw, roek en nesten wespendief. Dergelijke zijn bij voorgaande onderzoek niet aangetroffen binnen of nabij het plangebied. het veldonderzoek in 2021 is vitgebreid gezocht naar nestplaatsen van deze {roofjvogelsoorten. Hierbij is Tijdens een van een nestplaats ravenpaar vastgesteld in het bosgebied, ten oosten van het attractiepark. Of dat er op het in
bomen
en
een
aantal vogelsoorten
met een
bossen. Het betreft de
37
puter, tiifijaf, vink en zanglijster. Ook tussen het groen binnen het bestaande attractiepark komen diverse Ísiruweellvogels tot broeden, zie afbeelding 22.
Afbeelding 22. Waargenomen sttuweelvogels binnen
en
rondom het
plangebied.
oppervlaktewateren binnen het plangebied bevatten slechts een geringe oeverbegroeiing, maar bieden wel geschikt broedbiotoop voor soorten als waterhoen, meerkoet en wilde eend. Rietkragen bieden geschikt broedbiotoop voor soorten als kleine karekiet, zie afbeelding 23. De
40 krasgten
Afbeelding Voor
Zi
SONAR
VEE 23.
Waargenomen
watervogels
binnen
en
rondom het plangebied.
akkervogels is het gebied als gevolg van de intensieve bewerking van het land slechis marginaal geschikt. In deze groep worden ook voorkomende weidevogels meegenomen, maar aangezien de gronden binnen het plangebied volledig akkergrond betreft en er geen weilanden aanwezig zijn, wordt voor deze rapportage gebruik gemaakt van de term akkervogels. Doordat her en der wel kruidenrijke bermen en ook op het terrein van Toverland verwilderde en aangelegde kruidenvegefaties aanwezig zijn, zijn wel diverse akkervogels waargenomen: gele kwikstaart, graspieper, kievit, kleine plevier, roodborsttapuit en veldleeuwerik (afbeelding 24}. Uit regionale tellingen van de Wildbeheereenheid komen ook enkele patrijzen naar voren. Deze soort is binnen het plangebied echter niet waargenomen.
Afbeelding 24, Waargenomen akkervogels binnen Verder komen
in het
en
rondom het plangebied.
bosgebied rondom het plangebied ook diverse bosvogels als appelvink, boomklever, boompieper, goudhaan, goudvink, groene specht, grote bonte specht, houisnio, koolmees, kuitmees, roodborst, winterkoning en zwarikop, zie afbeelding 25.
oeoeocoeoeoseoceoeseoeo DAL Waargenomen bosvogels binnen en rondom het plangebied. eS
Afbeelding 25.
u
Op het attractiepark werden verder diverse opportunistische soorten als koolmees (afbeelding 25} en spreeuw waargenomen. Spreeuw en andere algemeen voorkomende gebouwbewonende soorten zijn weergegeven in afbeelding 26. Een bijzondere waarneming tot slof befrof een drietal nachtzwaluwen, ter plaaise van de schrale zandgrond en heide, ten zuiden van het plangebied.
43
Bunzing, hermelijn en wezel worden veelal samengevat onder de noemer kleine marters.
In het onderzoek in
2012 is reeds benoemd dat deze soorten mogelijk binnen het plangebied voor kunnen komen. Uit de NDFF komt enkel de bunzing naar voren in de omgeving van het plangebied. De bunzing is tevens de enige tijdens het veldonderzoek waargenomen soort. Een individu werd waargenomen nabij de vijver aan de voorzijde van het
attractiepark (zuidzijde plangebied, afbeelding 27), terwijl deze een konijnenhol in liep. Dit kan jachtgedrag betreffen maar ook een mogelijke verblijfplaats. Voor al deze kleine marters geldt dat ze voornamelijk voorkomen ter plaatse van structuurrijk en kleinschalig landschap waar ze voldoende dekking hebben om te bewegen. Op open veld begeven kleine marters zich over het algemeen nie', omdat ze daar snel ten prooi vallen aan predatoren als vos en huiskat. Binnen het plangebied is het leefgebied voor kleine marters daarom met name beperkt tot de bosschages en houtwallen buiten de begrenzing van het attractiepark. Ook aan de bosranden van omliggend bosgebied komen kleine marters naar verwachting voor. Steenmarler is een vrij flexibele soort die
veelvuldig voorkomt, met name in Limburg. Verblijfplaaisen zijn te vinden in groiere takkenhopen, maar met name in oude of verlaten bebouwing. Gezien het opportunistische karakter van de soort, kan deze in het gehele plangebied verwacht worden als het gaat om foerageerbiotoop, al geld: ook voor deze martersoort dat ze open gebied mijden. Verblijfplaatsen zijn enkel te verwachten in bosschages, mits daar schuilmogelijkheden zijn, of ter plaatse van Schorfvenweg 10, waar de diverse bebouwing in potentie een geschikte verblijfplaats bied. Boommarters komen niet naar voren uit de NDFF of uit voorgaand onderzoek. De soort leeft bij voorkeur in bossen. Het plangebied bevat hoogstens enkele kleine bosschages, die wat betreft omvang te klein zijn om van geschikt leefgebied voor een boommarter te bieden. Binnen het plangebied kan het voorkomen van boommarter derhalve oo voorhand worden uitgesloten. Gezien de huidige verspreiding van boommarters in Nederland, word: daarnaast evenmin verwacht dat de soort in de directe omgeving van het plangebied voorkomt. Ook voor de
otter geldt
plangebied.
De
binnen van
de
het
soort
dat het huidige
valt derhalve niet
plangebied geen geschikte
verspreidingsgebied
in Nederland op gro'e afstand is gelegen van het verwachten binnen het plangebied. Bovendien bevatten de wateren oeverzones die voldoende dekking bieden aan de otter. Het voorkomen te
otter is vitgesloten.
Tof slot komt de das
naar
voren
Toverland
uit
het literatuuronderzoek. Uit het onderzoek in het kader van het is reeds vastgesteld dat op circa 650 meter ten noorden van het
bestemmingsplan plangebied een dassenburcht is gelegen. Destijds is vastgesteld dat het plangebied geen tot marginale waarde heeft
voor
in 2016
de das.
verspreiding van de das is tijdens het veldonderzoek in 2021 benoemde burcht op 650 meter ten noorden van het plangebied De
nogmaals in kaart gebracht. De eerder steeds aanwezig en in actief gebruik
is nog
door de das. Hiernaast is een tweede hoofdburcht
van de das aanwezig op ruim 700 meter afstand ten oosten het plangebied. Ook deze burcht wordt actief gebruikt door de das. Ten noorden van het plangebied werd daarnaast een bijburcht waargenomen en ook zijn in de omgeving drie vluchipijoen van de das waargenomen. van
Zie
afbeelding 27 voor de locaties van deze verblijfplaatsen.
Sporen van activiteit werden verspreid over het gehele bos gevonden. Het betreft graafsporen en snuitpuijes. Gezien de aanwezigheid van twee hoofdburchten, vluchtpijpen en graafsporen in het bosbiotoop, is vastgesteld dat het
bosgebied rondom
het plangebied
Binnen het plangebied werden sooren gelegen akkers werden pootafdrukken
van
tot
het
de
das slechts sporadisch waargenomen. Op
leefgebied van de das behoort.
de das waargenomen.
een
van
de noordelijk
eenmalig pootafdrukken langs de Wertemer, westelijk in het plangebied. Overige sooren van de das waren afwezig binnen het plangebied. Op basis van de aanwezige biotopen valt ook niet te verwachten dat het plangebied van grote waarde is voor de das. De aanwezige bosschages en houtwallen bieden een potentiële geleidingsroute voor de das om het plangebied te betreden, echter stuit de das aan de westzijde op een forse barriére, namelijk de N277 [Middenpeelweg) en ook het plangebied zelf bestaat voor het grooste deel vit intensief gebruikt akkerland. Gewassen die hier geteeld werden betreffen onder andere bieten, peen, gerst, maïs, erwien, lelie, narcis, pompoen en knolselderij. Het preferente foerageerbiotoop van de das bestaat vit gemengd bosbiotoop en {vochtig en bemest} grasland. Dergelijk biotoop is afwezig binnen het plangebied. De gewassen van
Ook werden
waargenomen
47
Tabel 5.
Drempels verlichtingsniveau per plant- en diersoort (Bron: Richtlijn Lichthinder). Soort groep
Drempel verlichtingsniveau in Ix Vervroeging broedperiode Afleiding Keuze
Nachtactieve (herbivore) zoogdieren
Insecten Nachtactieve insecten “Korte
dag” planten
Schaduwplanten Planten
broedplaats
Kortere foerageerperiode
Aantrekking
naar
<2,5 0,25 (maanlicht)
ongunstige omgeving
Voortplanting geremd Remming Remming
1-10
bij slecht zicht
<1
bloei
van
kieming
Vanaf 0,1
Vochtverlies ‘s nachts
Vanaf 0,5
van
Het lichtonderzoek bestaat vit wee stappen. Ten eerste is de lichtuitstraling in de huidige sitvarie (referentiesitvatie bepaald. Vervolgens is de toekomstige te verwachten lichtuitstraling gemodelleerd voor elk van de 10
ontwikkelmodellen.
Huidige situatie Zoals reeds beschreven is een
verlichtingsniveau van O,1 lux in de richtlijn Lichthinder van de NSW aangegeven als de meest kritische drempelwaarde voor flora en fauna. In onderstaande afbeelding is de huidige situatie visueel gemaakt voor de drempelwaarde van 0,1 lux. Hierbij zijn alle meetlocaties in blauw onder de drempelwaarde van 0,1 lux gemeten en de locaties in oranje boven de drempelwaarde.
Afbeelding 31. Resultaten huidige situatie met drempelwaarde O, 1 lux. Uit het onderzoek
blijkt dat zowel in de huidige situatie als in de referentiesitvatie de lichtuitstraling van het meest kritische drempelniveau van O, 1 lux (Worst case benadering), op een groot aantal punten langs de rand van het plangebied niet wordt overschreden. Bij een maximale verlichting van Toverland, straalt het op de meeste locaties niet verder vit dan de grens van het attractiepark. Op een aantal locaties waar wel een overschrijding van deze
drempelwaarden, betreft het een toename van 863.924 m? aan verstoord gebied met een geluidsniveau van 47 dBÍA) {open gebied} en een toename van 1.258.220 m? aan verstoord gebied met een geluidsniveau van 42 d8 {A} foosbiotoop). Dit wil zeggen dat er bij de complete ontwikkeling van ontwikkelmodel 1A, op basis van de huidige berekeningen, een groter gebied verstoring ondervindt (geluidssterkte boven de 47 dBÍA) of 42 dB(A), dan dat het geval is in de huidige situatie. Tabel 7.
Oppervlakten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige situatie en toekomstige situatie. Ontwikkelmodel TA {m?) | Verschil (m2) dB(A} Huidige situatie (m?) 58
495.598
903.569
407.971
51
1.217.167
1.927.072
709.905
48
1.927.862
2.732.189
804.327
47
2.247
45/7
3.111.381
863.924
45
3.076.099
4056025
979.926
42
4962671
6.220.891
1.258.220
Voor de toekomstige situatie
van
Toverland
aan
of juist het
creëren
van
de
dragen
met
name
de vergroting
van
het
afiractiepark en een toename
verkeersbewegingen bij geluidsverstoring. zijn echter niet voor de situatie. Ze dienen beschouwd te worden als een worst geheel represeniatief daadwerkelijke toekomstige nu om casescenario. Dit komt doordat het niet mogelijk is de toekomstige bebouwing, beplanting en attracties exact in het model op te nemen. Dergelijke elementen binnen het plangebied hebben een sterk effect op het gedrag van geluid binnen en in de omgeving van Toverland. Nieuwe bebouwing kan namelijk een barrière voor geluid vormen, waardoor buiten het plangebied al andere waarden te meten zijn. In de praktijk treedt er daarom naar verwachting al minder geluidsverstoring op, dan weergegeven in afbeelding 34. Daarnaast kan geluidsverstoring ook verder beperkt worden door technische maatregelen te treffen, zoals het richten van geluid aan
toename
barrières.
Op basis van het berekende worstcasescenario, zoals
in afbeelding 34, kunnen negatieve Toverland op voorhand niet uitgesloten worden. is dermate groot, dat een nadere effectbeoordeling, toegespitst op de
effecten op beschermde soorten binnen De
toename
concreet
te
aan
verstoord
ondernemen
De berekende waarden
aan
gebied
activiteit in de
en
in
weergegeven
de omgeving
van
toekomst, noodzakelijk is om te kunnen
beoordelen hoe effecten op
beschermde soorten voorkomen kunnen worden. In onderstaande uiteenzetting per soorilgroep) wordt hierdoor nief dieper op het aspect geluid ingegaan.
70
(geanonimiseerd)
NE
A
Afbeelding 34. Weergave van de geluidsbelasting op de omgeving als gevolg van de huidige exploitatie van Toverland {dunne lijnen} en ontwikkelmodel 1A {dikke lijnen} (etmaalwaarde dB(A). Licht Zoals
paragraaf 5.1.1.5 reeds is beschreven, blijkt vit het lichtonderzoek dat in alle ontwikkelmodellen van het planvoornemen de lichtuitstraling van het meest kritische drempelniveau van O,1 lux (Worst case benadering, op een groot aantal punten langs de rand van het plangebied niet wordt overschreden. Bij een maximale verlichting van Toverland, straalt het op de meeste locaties niet verder uit dan de grens van het attractiepark. Voor ontwikkelmodel 1A betreft het een aanvullend verlicht gebied van 1,94 ha., zie ook afbeelding 35. Gezien de ruime opzet van de rekenmethode is het aannemelijk dat op de locaties waar wel een overschrijding van deze richtlijn is gemeten, deze overschrijding voorkomen kan worden door (alternatief lichtontwerp. in
verlicht gebied (> 0,1 lux) met een oppervlakte van 1,94 ha. is reeds minimaal te noemen, gezien de oppervlakte van het totale plangebied {119 ha.} en de oppervlakte van het naastgelegen bosbiotoop (ca. 325 ha.). Bovendien betreft het een worstcase scenario waarbij alle aanwezige verlichting de hele nacht gevoerd wordt, wat in de praktijk niet het geval is. Om echter een negatief effect op de omliggende natuur te kunnen uitsluiten, word! als vitgangsount gehanteerd dat aanvullende verlichting op het omliggende gebied in zijn geheel niet optreed. Bij het plaatsen van verlichting in de toekomstige situatie worden derhalve maatregelen Een toename
van
gefroffen die voorkomen dat de oppervlakte buiten het plangebied aanvullend verlicht wordt. Negatieve effecten op soorlen in de directe omgeving van het plangebied als gevolg van nieuwe verlichting binnen het plangebied kunnen derhalve worden uitgesloten.
na
35.
gebied
Weergave
van de toename aan Afbeelding verlichting boven de drempelwaarde O, 1 lux buiten de begrenzing van het plangebied voor ontwikkelmodel 1A.
Optische verstoring De beoordeling van de storingsfactor optische verstoring wordt hieronder per soorilgroep), indien aan de orde, afzonderlijk behandeld. Boerenzwaluw Binnen het
plangebied zijn op twee locaties nesten van boerenzwaluw aanwezig. Allereerst betreft het enkele nesten op het huidige attractiepark. Het bestaande attractiepark, evenals de daar aanwezige bebouwing, wijzigt nief als gevolg van de toegestane ontwikkelingen in het BPVR. De nestolaaisen van boerenzwaluw op het aiiractieoark gaan derhalve niet verloren. Hiernaast zijn er 30 nesten van boerenzwaluw aanwezig op het erf van Schorfvenweg 10. In ontwikkelmodel 1A is deze locatie aangeduid als camperplaais. Het omvormen van dit perceel naar camperplaais heeft als gevolg dat de aanwezige bebouwing verwijderd wordt. Hiermee gaan de aanwezige nesten verloren. Compensatie van de nesten van boerenzwaluw is naar verwachting goed mogelijk binnen het plangebied. Allereerst kan er bij nieuwe bouwwerken binnen het aitractiepark {huidig deel en toekomstig deel} rekening gehouden worden met de boerenzwaluw. In de bestaande bebouwing op het attractiepark, mits geschikt, broeden reeds boerenzwaluwen. Door nieuwe bebouwing geschikte structuren te bieden voor de boerenzwaluw, kunnen nieuwe broedplaatsen voor deze soort ontstaan. Daarnaast zijn de delen van het plangebied nabij Schorfvenweg 10 voorzien als camping en vakantiepark. Ook de nieuwe bebouwing op deze locaties kan voorzien in nieuwe nestplaatsen voor boerenzwaluw. Hiernaast leidt het ‘verstenen’
van de omliggende akkers tot een afname aan foerageerbiotoop en plaatsen waar nestmateriaal verzameld kan worden. Dit kan echter voorkomen worden door te voorzien in voldoende groen
binnen het
plangebied en door het aanleggen
nestmateriaal
7
(zand
en
van
één of meerdere
klei) verzameld kan worden. Van de
poelen en waterlopen, waarlangs bosschages binnen het plangebied staat in
Voor activiteiten binnen het
plangebied van het BPVR Toverland die mogelijk wel tot een negatief effect op omliggende biotopen of soorten leiden als gevolg van verdroging of vernatting, dient een aanvullende vergunning aangevraagd te worden, waarbij ecologische effecten beschouwd dienen te worden. Geluid De toename aan geluid binnen het plangebied en de omgeving van Toverland is weergegeven in afbeelding 37. Zowel de geluidswaarden in de huidige situatie {dunne gekleurde lijnen} als toekomstige situatie (dikke gekleurde
lijnen) zijn weergegeven. Als gevolg van de complete ontwikkelmodel 1B is er sprake van een toename aan
ontwikkeling van Toverland zoals weergegeven in geluidlverstoring} op de directe ongeving. De oppervlakte van deze toename is tabel in 8. weergegeven Uitgaande van de in paragraaf 5.1.1.4 beschreven betreft het een toename van 693.807 m? aan verstoord gebied met een geluidsniveau van 47 drempelwaarden, en een van m? aan verstoord toename 1.060.067 dBÍA) (open gebied} gebied met een geluidsniveau van 42 Dit er van dB (A) (bosbiotoop). wil zeggen dat ontwikkelmode! 1B, op basis van de bij de complete ontwikkeling vidige berekeningen, een groter gebied verstoring ondervind! (geluidssterkte boven de 47 dBÍA) of 42 dB(A), dan dat het geval is in de huidige situatie. Tabel 8.
dB(A}
Oppervlakten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige sitvatie en toekomstige sitvatie. Ontwikkelmodel 1B (m2 | Verschil (m2) Huidige situatie (m?)
58
495.598
941.382
445.784
51
1.217.167
1.833.441
616.274
48
1.927.862
2.577.322
649.460
47
2247457
2.941.264
693.807
45
3.076.099
3.867.787
791.688
42
4.962.671
6.022.738
1.060.067
Voor de toekomstige situatie
van Toverland dragen met name de vergroting van het attractiepark en een toename verkeersbewegingen bij aan de toename van geluidsverstoring. De berekende waarden zijn echter niet geheel represeniatief voor de daadwerkelijke toekomstige situatie. Ze dienen beschouwd te worden als een worst casescenario. Dit komt doordat het nu niet mogelijk is om de toekomstige bebouwing, beplanting en attracties exact in het model op te nemen. Dergelijke elementen binnen het plangebied hebben echter wel een sterk effect op het gedrag van geluid binnen en in de omgeving van Toverland. Nieuwe bebouwing kan namelijk een barrière voor geluid vormen, waardoor buiten het plangebied andere waarden gemeten zullen worden. In de praktijk treed: er daarom naar verwachting minder geluidsverstoring op dan weergegeven in afbeelding 37. Daarnaast kan geluidsverstoring ook verder beperkt worden door technische maairegelen te treffen, zoals het richten van geluid of juist het creëren van barrières. aan
Op basis van het berekende worstcasescenario, zoals
afbeelding 37, kunnen negatieve effecten op beschermde soorten binnen de omgeving Toverland op voorhand niet uitgesloten worden. toename aan verstoord dermate dat een nadere De gebied is groot, effectbeoordeling, toegespitst op de concreet te ondernemen activiteit in de toekomst, noodzakelijk is om te kunnen beoordelen hoe effecten op en
in
beschermde soorten voorkomen kunnen worden.
84
weergegeven van
in
Albee
Weergave
ee
A de omgeving als gevolg Nn
ven
A
van de de geluidsbelasting op lding huidige Toverland {dunne lijnen} en ontwikkelmodel 1B {dikke lijnen} (eimaalwaarde dB/A).
37.
van
exploitatie van
Licht Zoals in
paragraaf 5.1.1.5 reeds is beschreven, blijkt vit het lichtonderzoek dat in alle ontwikkelmodellen van het planvoornemen de lichtuitstraling van het meest kritische drempelniveau van O,1 lux (Worst case benadering, op een groot aantal punten langs de rand van het plangebied niet wordt overschreden. Bij een maximale verlichting van Toverland, straalt het op de meeste locaties niet verder vit dan de grens van het attractiepark. Voor ontwikkelmodel 18 betreft het een aanvullend verlicht gebied van 1,40 ha., zie ook afbeelding 38. Gezien de ruime opzet van de rekenmethode is het aannemelijk dat op de locaties waar wel een overschrijding van deze richtlijn is gemeten, deze overschrijding voorkomen kan worden door {alternatief} lichtontwerp. van verlicht gebied [> 0,1 lux) met een oppervlakte van 1,40 ha. is reeds minimaal te noemen, de van het totale gezien plangebied {119 ha.} en de oppervlakte van het naastgelegen bosbiotoop oppervlakte een worstcase scenario waarbij alle aanwezige verlichting de hele nacht (ca. 325 ha.). Bovendien betreft het gevoerd wordt, wat in de praktijk niet het geval is. Om echter een negatief effect op de omliggende natuur te kunnen uitsluiten, word! als vitgangspunt gehanteerd dat aanvullende verlichting op het omliggende gebied in zijn geheel niet optreed:.
Bij het plaatsen van verlichting in de toekomstige situatie worden derhalve maatregelen getroffen die voorkomen dat de oppervlakte buiten het plangebied aanvullend verlicht wordt. Negatieve effecten
Een toename
drempelwaarden, betreft het een toename van 762.239 m? aan verstoord gebied met een geluidsniveau van 47 dBÍA) {open gebied} en een toename van 111.974 m? aan verstoord gebied met een geluidsniveau van 42 d3 A} (bosbiotoop). Dit wil zeggen dat er bij de complete ontwikkeling van ontwikkelmodel 2A, op basis van de huidige berekeningen, een groter gebied verstoring ondervindt (geluidssterkte boven de 47 dBÍA) of 42 dB(A), dan dat het geval is in de huidige situatie. Tabel 9.
Oppervlakten aanwezige geluidsniveaus en verschil huidige sitvatie en toekomstige situatie. Ontwikkelmodel 2A {m?} | Verschil (m2) dB(A} Huidige situatie (m?) 58
495.598
819.314
323.716
51
1.217.167
1.876.725
659.558
48
1.927.862
2.644.905
117043
47
2.247
45/7
3.009.696
762.239
45
3.076.099
3.939.338
863.239
42
4.962.671
60/4045
1111974
Voor de toekomstige situatie
van
Toverland
dragen
de toename
met
name
de vergroting
van
het
afiractiepark en een toename
verkeersbewegingen bij geluidsverstoring. zijn echter niet voor de situatie. Ze te dienen beschouwd worden als een worst geheel representatief daadwerkelijke toekomstige nu om casescenario. Dit komt doordat het niet mogelijk is de toekomstige bebouwing, beplanting en attracties exact in het model op te nemen. Dergelijke elementen binnen het plangebied hebben echter wel een sterk effect op het gedrag van geluid binnen en in de omgeving van Toverland. Nieuwe bebouwing kan namelijk een barrière voor geluid vormen, waardoor buiten het plangebied andere waarden gemeten zullen worden. In de praktijk reed: er daarom naar verwachting minder geluidsverstoring op dan weergegeven in afbeelding 40. Daarnaast kan geluidsverstoring ook verder beperkt worden door technische maairegelen te treffen, zoals het richten van geluid of juist hef creëren van barrières. aan
aan
Op basis van het berekende worstcasescenario, zoals effecten op beschermde De
toename
concreet
te
aan
soorten
verstoord
ondernemen
in afbeelding 40, kunnen negatieve Toverland op voorhand niet vitgesloten worden. is dermate groot, dat een nadere effectbeoordeling, toegespitst op de
binnen
gebied
activiteit in de
en
in
weergegeven
de omgeving
van
toekomst, noodzakelijk is om te kunnen
beschermde soorten voorkomen kunnen worden.
90
De berekende waarden
van
beoordelen hoe effecten op
De
za NON 5. ee de geluidsbelasting op de omgeving als gevolg van de huidige exploitatie Toverland {dunne lijnen} en ontwikkelmodel 2A {dikke lijnen} (etmaalwaarde dB/A). ave
Licht Zoals
van
van
paragraaf 5.1.1.5 reeds is beschreven, blijkt vit het lichtonderzoek dat in alle ontwikkelmodellen van het planvoornemen de lichtuitstraling van het meest kritische drempelniveau van O,1 lux (Worst case benaderingl, op een groot aantal punten langs de rand van het plangebied niet wordt overschreden. Bij een maximale verlichting van Toverland, straalt het op de meeste locaties niet verder uit dan de grens van het attractiepark. Voor ontwikkelmodel 2A betreft het een aanwllend verlicht gebied van 2,67 ha., zie ook afbeelding 41. Gezien de ruime opzet van de rekenmethode is het aannemelijk dat op de locaties waar wel een overschrijding van deze richtlijn is gemeten, deze overschrijding voorkomen kan worden door {alternatief} lichtontwerp. in
van verlicht gebied (> 0,1 lux) met een oppervlakte van 2,67 ha. is reeds minimaal te noemen, de gezien oppervlakte van het totale plangebied {119 ha.} en de oppervlakte van het naastgelegen bosbiotoop {ca. 325 ha). Bovendien betreft het een worstcase scenario waarbij alle aanwezige verlichting de hele nacht gevoerd wordt, wat in de praktijk niet het geval is. Om echter een negatief effect op de omliggende natuur te kunnen uitsluiten, wordt als vitgangsount gehanteerd dat aanvullende verlichting op het omliggende gebied in zijn geheel niet optreed. Bij het plaatsen van verlichting in de toekomstige situatie worden derhalve maatregelen getroffen die voorkomen dat de oppervlakte buiten het plangebied aanvullend verlicht wordt. Negatieve effecten
Een toename
op soorlen in de directe omgeving
kunnen derhalve worden
nd
van
het
plangebied als gevolg van nieuwe verlichting binnen het plangebied
uitgesloten.
gebed
Afbeelding 41, Weergave van de toename aan verlichting boven de drempelwaarde O, 1 lux buiten de begrenzing van het plangebied voor ontwikkelmodel 2A. Optische verstoring De beoordeling van de storingsfactor optische verstoring wordt hieronder per soort{groep|, indien aan de orde, afzonderlijk behandeld. Boerenzwaluw Binnen het plangebied zijn op nesten
op het huidige
niet als gevolg
van
twee
attractiepark.
de toegestane
locaties
nesten
van
boerenzwaluw aanwezig. Allereerst betreft het enkele
Het bestaande
attractieoark, evenals de daar aanwezige bebouwing, wijzigt ontwikkelingen in het BPVR. De nestplaatsen van boerenzwaluw op het
attractiepark gaan derhalve niet verloren. Hiernaast! zijn er 30 nesten van boerenzwaluw aanwezig op het erf van Schorfvenweg 10. In ontwikkelmodel 2A is deze locatie aangeduid als parkeerplaats. Het omvormen van dit perceel naar parkeerplaats heeft als gevolg dat
de aanwezige
Compensatie
van
Allereerst kan
er
gehouden
bebouwing verwijderd wordt. de nesten
bij nieuwe
worden
Hiermee gaan de aanwezige nesten verloren. boerenzwaluw is naar verwachting goed mogelijk binnen het plangebied. bouwwerken binnen het attractiepark {huidig deel en toekomstig deel} rekening van
bebouwing op het attractiepark, mits geschikt, broeden reeds boerenzwaluwen. Door nieuwe bebouwing geschikte structuren te bieden voor de boerenzwaluw, kunnen nieuwe broedplaaisen voor deze soort onistaan. Daarnaast zijn de delen van het plangebied verder oostelijk voorzien als camping en vakantiepark. Ook de nieuwe bebouwing op deze locaties kan voorzien in nieuwe nesiplaaisen voor boerenzwaluw. met
de boerenzwaluw.
In de bestaande
Hiernaast leidt het ‘verstenen’ van de omliggende akkers tot een afname aan foerageerbiotoop en plaatsen waar nestmateriaal verzameld kan worden. Dit kan echter voorkomen worden door te voorzien in voldoende groen
binnen het plangebied
en
nestmateriaal
klei) verzameld
92
(zand
en
door het aanleggen
van één of meerdere poelen en waterlopen, waarlangs kan worden. Van de bosschages binnen het plangebied staat in