CConstaterende datHorst aan de Maas
Koppel je AI →
Document · PDF

AAA Bijlage 1 AAA bijlage 1 REG Landschap en cultuurhistorie

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Horst aan de MaasBij agendapunt: Bijlagen bij Toelichting, Regels bpvr Toverland en MER6.020 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TOVERLAND LANDSCHAP EN CULTUURHISTORIE

Opdrachtgever:

Toverland

Projectnr: Datum:

TOV001-0001 7 november 2023

TOVERLAND LANDSCHAP EN CULTUURHISTORIE

Opdrachtgever:

Toverland

Projecinr:

TOVOO1-0001

Rapportnummer: Status:

20231

107-TOVOO1-RAPLAN-landschap

en

cultuurhistorie vl 3

Definitief 7 november

Datum:

2023

Opsteller:

(geanonimiseerd)

Verificatie: T088-33

66

333

F088-33

66

099

E

info@kragten.nl

(geanonimiseerd) En Validatie:

(geanonimiseerd)

krasdten st

toestemming

wordt verleend

INHOUDSOPGAVE 1. 1 1. 2

Aanleiding Doel

2. 1 2. 2 2. 3

Cultuurhistorie en landschap algemeen Cultuurhistorie Landschap

3. 1 3. 1. 1 3. 1. 2 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5

Omgevingsvisie Limburg (POVI) Landschap De ambitie. Landschapskader Noord- en Midden Limburg. Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas Notitie reikwijdte en detailniveau MER bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Vigerend bestemmingsplan Toverland

4. 1 4. 2 4. 3 4. 4

Landschappelijke inpassing. Beleving vanuit landschap Beplanting Principedoorsnedes

5. 1 5. 2

Samenvatting Advies.

... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... .

..... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... .

... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... .

.... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ........ ...... ...... ...... ...... ....... ...... .

... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... .

4 4 5 6 7

9 9 9 11 15 15 17

...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ........ ...... ...... .

... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... . .. ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... . .. ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ......

..... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ....... ...... ....... ....

..... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... .....

...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... .....

.. ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ....... ...... .....

... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ..... .... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... .....

..... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... .....

.. ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... ...... ...... ...... ....... .....

19 21 22 23 25 25

BIJLAGEN

3

1

INLEIDING

1. 1

Aanleiding Attractiepark Toverland in Sevenum, gemeente Horst aan de Maas, is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een volwaardig attractiepark dat deel uitmaakt van de top van de Benelux en daarbuiten. Toverland heeft de ambitie om zich de komende jaren verder te blijven ontwikkelen en voor steeds meer bezoekers ‘magische gelukservaringen te creëren’. Een belangrijk onderdeel van deze toekomstvisie is enerzijds het uitbreiden van het themaparkpark zelf en anderzijds het toevoegen van verblijfsaccommodatie zodat bezoekers uit een groter gebied kunnen worden aangetrokken. Om deze visie verder uit te bouwen is het in de snel innoverende leisure industrie van belang te kunnen beschikken over een flexibel kader. Daarom wordt in de geest van de nieuwe Omgevingswet een zogenaamd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte opgesteld, waarbinnen het park zich de komende jaren flexibel kan blijven ontwikkelen. In dit bestemmingsplan verbrede reikwijdte worden de kaders vastgelegd waarbinnen Toverland zich de komende jaren verder kan ontwikkelen en inspelen op actuele ontwikkelingen in de maatschappij en meer in het bijzonder binnen de leisure- en belevenisindustrie. Ten behoeve van de onderbouwing van en besluitvorming over dit bestemmingsplan dient onder meer een studie te worden verricht naar landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het plangebied.

1. 2

Doel Een ruimtelijk kader te ontwikkelen dat past binnen het beleid en het fysieke landschap. Vanwege het vigerende bestemmingsplan en de hierin uitgevoerde landschappelijke inpassing is er al veel bekend over de potentiële landschappelijke waarden en uitgangspunten binnen het plangebied en de omgeving. In voorliggende rapportage is een synthese gemaakt van de uitgevoerde beleidsstukken. Door deze synthese aan te vullen met de nieuwe inzichten en af te stemmen met de toekomstige ontwikkelmodellen leidt dit tot een robuuste landschappelijke inpassing.

4

2

BESTAANDE LANDSCHAP

2. 1

Cultuurhistorie en landschap algemeen Toverland is gelegen in het zandgebied van Nederland, tussen het hoogveenontginnings- en rivierengebied. Het terrein is via de Helenaveenseweg/Toverlaan ontsloten op de Midden Peelweg (N277) en vervolgens op de A67 (Eindhoven-Venlo) Het plangebied is gelegen op een ‘dekzandrug’, ‘dekzandvlakte’ en ‘landduinen’ (Landschapskader NML) Op de dekzandrug zijn droge heide-ontginningen gelegen. Op de dekzandvlakte liggen de natte heide-ontginningen met van nature natte gronden. De dekzandrug- en vlakte vormen tezamen een halfopen landschap. Op de landduinen aan de noordoostzijde is het bos (in mozaïeklandschap) gelegen. Deze gebieden hebben aardkundige waarden en een besloten karakter. Binnen het bos- en mozaïeklandschap vallen de bossen, heiden, venen en zandvlaktes samen met de daartussen- en naastgelegen oudste weides en akkers. Dit zijn grofweg de gebieden met de meest onvruchtbare en droge zandbodems of de meest natte bodems. Het hoogst gewaardeerd wordt echter het feit dat deze gebieden zich laten kenmerken door hun besloten karakter gevormd door bos en landschapselementen gecombineerd met hun bebouwingsarme karakter. De bijzondere kwaliteit die deze gebieden samenbrengt, schuilt dus niet in het natuurlijk fundament, noch in het tijdstip van ingebruikname, maar in de huidige belevingswaarde.

Dit besloten landschapstype met bijzondere doorkijkjes wordt door velen als aantrekkelijk ervaren. Omdat dit landschapstype bovendien belangrijk is in het kader van de ecologische hoofdstructuur (EHS) verdient het bos- en mozaïeklandschap een bijzondere plaats. .

.

,

Van het oorspronkelijke landschap in de omgeving zoals dat uit de occupatiegeschiedenis volgt, is er thans nog weinig over. In de negentiende eeuw werd de vestingstructuur bepaald door een armoedig, agrarisch bestaan. Men was afhankelijk van de heidevelden vanwege de mestproductie en voor het plaggen ten behoeve van de potstallen. De komst van kunstmest doorbrak de afhankelijkheid van de (dierlijke) mestproducten, waardoor aan het eind van de negentiende eeuw de ontginning startte van heidevelden vanuit oudere kernen richting de Peel (met de nieuwe kern America) en tussen Horst en Grubbenvorst. De schaapsdriften op de heide werden rechtgetrokken, waarvoor soms ‘dijken’ aangelegd moesten worden. Langs deze dijken woonden de eerste ontginners in plaggenhutten (inmiddels allemaal verdwenen) welke later werden omgezet in stenen boerderijen van het Brabantse langgeveltype. In het kader van werkverschaffingsprojecten uit de jaren ’30 zijn de overgebleven heidevelden en stukjes veen ontgonnen. In 1956 is de ruilverkaveling ‘Lollebeek’ in voorbereiding genomen. (Bron: Bestemmingsplan Toverland 2016) ,

Het plangebied Toverland ligt in het cultuurlandschap Noord- en Midden-Limburg. Dit is een nieuw cultuurland dat zich tussen 1890-1990 heeft ontwikkeld. Het gebied maakt deel uit van het tussenterras van de Maas en maakt deel uit van een dekzandrug. Dekzandruggen zijn terreinverheffingen met flauwe hellingen, die grotendeels onder arctische omstandigheden in het Laat-Pleiscoceen door de wind zijn gevormd. Lage dekzandruggen zijn door wind ontstane zandafzettingen in het Laat-Pleistoceen. In het bijzonder bij die met flauwe hellingen (dekzand) komt vaak een zwak golvend oppervlak voor waarvan de terreinverheffingen niet afzonderlijk kunnen worden weergegeven. Op de hogere delen ligt soms een oud bouwlanddek.

5

2. 2

Cultuurhistorie De provincie Limburg heeft een cultuurhistorische waardenkaart. Uit deze kaart blijkt dat Toverland is gelegen in het type Cultuurland 1890-1990. Er zijn verder geen cultuurhistorische elementen zoals rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig.

Bron: portal. prvlimburg. nl (Legenda: geel=tussenterras van de Maas, blauw-gestreept=van nature nattere ronden) Het historisch gebruik van de locatie en de directe omgeving is af te leiden uit historische kaarten. Deze geven geen ander gebruik weer dan bos- en natuurterrein en agrarisch extensief gebruikt gebied.

6

Bron: http: //www. limburg. nl/Beleid/Kunst_en_Cultuur/Natuurlijk_Cultuur/Cultuurhistorische_Waardenkaart

2. 3

Landschap Het plangebied ligt tegen een vrijwel aaneengesloten bosgebied van enkele honderden hectare. Het bosgebied bestaat uit de beboste Peelhorsten Schatberg, Steegberg en Heesberg. Dit bosgebied wordt doorsneden door de doorgaande wegen N277 (Midden Peelweg) en Helenaveenseweg. Zowel ten zuiden als ten noorden van dit bosgebied ligt een beekdal. In deze beekdalen liggen verspreide natuurterreintjes maar het grootste deel van de gronden rondom het bosgebied kent een (intensief) agrarisch gebruik. Rond 1905 was de locatie onderdeel van het uitgestrekte heidegebied de Steegbergheide met een waterloop, de Wertemerloop. Deze benamingen en gebieden bestaan anno 2021 nog steeds maar in een andere hoedanigheid.

7

1905- 1935

2015

Rond de dertiger jaren van de vorige eeuw werd vanuit het oosten de Steegberg ontwikkeld als productiebos voor naaldhout. Tot rond de eeuwwisseling is er landbouw geweest. 1935

1945 -1995

Met de komst van Toverland zijn de landbouwpercelen in fasen getransformeerd tot attractiepark. 2005

2015

Bron: topotijdreis. nl

8

3

REFERENTIEKADER LANDSCHAP Voor het bepalen van de referentiesituatie landschap zijn voor het bepalen van de autonome ontwikkeling vooral van belang:  Ontwikkelingen op basis van beleid en uitvoeringsplannen van hogere overheden, zoals de provincie of het Rijk, voor zover relevant en waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden. Het referentiealternatief (huidige situatie en autonome ontwikkeling) wordt in de MER verder uitgewerkt en als basis gebruikt voor de vergelijking van alternatieven.  Het vigerende bestemmingsplan Park ‘De Peelbergen’ van de voormalige gemeente Sevenum.  Het ontwerpbestemmingsplan buitengebied zoals die ter inzage is gelegd in augustus 2017, omdat dit plan naar verwachting tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan Grandorse wordt vastgesteld.  Verleende omgevingsvergunningen en meldingen voor landschappelijke ontwikkelingen die onderdeel zijn van het plangebied of op korte afstand van het plangebied.  Het bestemmingsplan voor de ontwikkeling van het Grandorse.  Het vigerende bestemmingsplan van Toverland.

3. 1

Omgevingsvisie Limburg (POVI)

3. 1. 1

Landschap De provinciale opgave in kader van landschapsontwikkeling wordt als volgt vertaald: ‘Limburg is een groene provincie met karakteristieke landschappen. Aantrekkelijke natuurgebieden worden afgewisseld met dorpskernen en grondgebonden landbouw. Het landschap was van oudsher dooraderd met hagen, houtkanten, beekjes, poelen en andere cultuurhistorische elementen. In de afgelopen decennia is het landgebruik in Limburg, net als elders in Nederland, echter ingrijpend veranderd. Hierdoor is het unieke karakter van het Limburgse landschap onder druk komen te staan. Ook in het licht van een aantal grote maatschappelijke opgaven is het behoud en de ontwikkeling van dit landschap in de toekomst niet vanzelfsprekend. Het landschap kan de motor zijn van een regionale, sociale en economische ontwikkeling waaraan ondernemers, inwoners en maatschappelijke organisaties bijdragen. Het landschap is bovendien een belangrijke drager van oplossingen voor de grote opgaven van deze tijd, zoals klimaatverandering, verduurzaming van de voedselvoorziening, gezond ouder worden en de energietransitie. Juist in Limburg is het landschap met zijn afwisseling tussen stad en landelijk gebied, waardevolle natuur en rijke cultuurhistorie, bedrijvigheid en ruimte voor beleving een belangrijke troef in de strijd om talent en economische en sociale ontwikkelingsmogelijkheden.

Het is een belangrijke reden waarom mensen naar Limburg komen, om er te werken, te wonen en te verblijven. Kwaliteitsimpulsen in landschap bieden kansen voor meer gezonde Limburgers. Met gerichte ruimtelijke ingrepen en groene impulsen kan een gezond landschap ontstaan én in stand worden gehouden; een gezond landschap met vitale Limburgers. De opgave is om de beoogde transities te benutten voor een ruimtelijke kwaliteitsimpuls en het landschap voor bewoners en bezoekers beter beleefbaar te maken. Een generieke opgave voor heel Limburg is hierbij het behoud, beheer, ontwikkeling en beleving van de landschappelijke, cultuurhistorische, natuurlijke en waterhuishoudkundige kernkwaliteiten van het landschap. ’

3. 1. 2

De ambitie De ambitie wordt als volgt omschreven: ‘We willen de kenmerkende kwaliteiten en afwisseling van het Limburgse landschap behouden en versterken in combinatie met de ruimtelijke opgaven en transities die spelen. De uitdaging is, om met het landschap als drager, kwaliteit toe te voegen aan de verschillende transitieopgaven in onze provincie. Ruimtelijke kwaliteit zien wij hierbij als: de goede functie op de goede plek, op de goede manier ingepast in de omgeving. Vertrekpunt is de drie-eenheid gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het bevorderen van de complementariteit tussen het platteland en stedelijke kernen en het benutten van grensoverschrijdende kansen zijn daarbij leidende principes.

9

Wij faciliteren niet alleen ontwikkelingen maar werken via deze ontwikkelingen systematisch aan de verbetering van de omgevingskwaliteit. Met als doel een beter functionerend, duurzamer en mooier Limburg. Onze focus ligt daarbij op Limburgs meest bijzondere landschappen: de groenblauwe mantel inclusief het Maasdal, de verbrede Nationale Parken De Meinweg, De Maasduinen en De Groote Peel en het Nationaal Landschap Zuid-Limburg inclusief de stad-landzones. De groenblauwe mantel in de hele provincie omvat het Maasdal, de landschappelijk waardevolle beekdalen, hellingen en zones rond en tussen bestaande natuurgebieden met de daarin aanwezige landbouwgebieden, monumenten, kleinschalige cultuurhistorische landschapselementen, waterlopen, archeologische vindplaatsen, et cetera. In Zuid-Limburg omvat de groenblauwe mantel daarbovenop ook nog de steilere hellingen, droogdalen en de belangrijkste landschappelijke verbindingen naar het Maasdal. We hebben bijzondere aandacht voor de beekdalen. ’ De provincie kiest voor de omgeving van Toverland en Grandorse voor een gebied met sterke verblijfsrecreatie, dagtoerisme en thematische trekkers. Landschappelijk wordt o. a. het volgende gemeld:  Bij ruimtelijke ontwikkelingen waar provinciale belangen spelen kiezen wij voor samenwerking op basis van integraal ontwerpen… We voeren de dialoog in een vroeg stadium van het afwegingsproces.

Voor complexe situaties werken wij bij de begeleiding en advisering met integrale casusteams. 

Voor een betere landschapsbeleving zet de provincie in op educatie, gegevensontsluiting, kennisondersteuning en op de ontwikkeling van nieuwe belevingsmogelijkheden, bijvoorbeeld ook via sociale media. Nadrukkelijk worden hierbij ook verbindingen gelegd met het cultuur- en sociaal beleid en de beleving van stilte, rust en duisternis. We vinden het belangrijk dat voor heel Limburg gewerkt wordt aan behoud, herstel en beheer van de cultuurhistorische en aardkundige waarden en het vergroten van de beleving en toegankelijkheid daarvan. In Noord- en Midden-Limburg ondersteunen wij het proces van de regio’s om de traditionele Nationale Parken De Meinweg, De Maasduinen en De Groote Peel te transformeren naar bredere regio’s waarin de huidige natuurkernen een plek hebben. Dit gebeurt via integrale gebiedsontwikkeling. Het doel hierbij is om de belevingswaarde van Noord- en Midden-Limburg en de kwaliteit van het landelijk gebied te verhogen en uit te dragen, het economische potentieel van de regio (‘s) te versterken en de sociale samenhang tussen platteland en stedelijke kernen te bevorderen. Ontwikkelingen de ruimte van het beleid voor de verschillende thema’s zijn mogelijk, mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden.

Gemeenten hebben de motiveringsplicht om in de toelichting op nieuwe omgevingsplannen of omgevingsplanactiviteiten aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in de betreffende gebieden wordt omgegaan… Beken, beekdalen, droogdalen en steilere hellingen vormen een belangrijk onderdeel van de groenblauwe mantel. Wij stimuleren het Waterschap, gemeenten en andere stakeholders om klimaatadaptieve en ecologisch duurzame maatregelen te treffen in deze delen van de groenblauwe mantel. Wij zien hier belangrijke kansen voor het versterken van de landschappelijke kernkwaliteiten door onder andere de aanleg van kleine landschapselementen en bosontwikkeling. Hiermee krijgen veel dorpen een betere (recreatieve) verbinding met het landelijk gebied. Dit geldt ook voor de verbinding tussen de Nationale en grensoverschrijdende Parken. Door het versterken van het aantrekkelijk landschap met unieke natuur- en cultuurelementen in de directe woonomgeving dragen we bij aan het vergroten van de gezondheid en het welbevinden van bewoners en bezoekers. Gezonde Limburgers, gezond landschap en gezonde natuur horen bij elkaar.

We willen de stad en het aangrenzend landelijke gebied meer in samenhang zien: een natuur- en cultuurrijk landschap dat begint als een groene loper aan de achterdeur en doorloopt tot in het landelijke gebied… Daarom werken we aan een robuust landschappelijk raamwerk waarbinnen de aanwezige of beoogde stedelijke en economische functies een plek kunnen krijgen.

10

3. 2

Landschapskader Noord- en Midden Limburg In het landschapskader staat dat: ‘Landschappelijke uitgangspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Het landschapskader heeft mede tot doel een kwaliteitsimpuls aan te reiken voor het Noord- en Midden-Limburgse landschap. De belangrijkste sleutel daartoe is het vergroten van de identiteit per landschapstype. Elk landschapstype dient zich te onderscheiden door een specifieke schaal/ maat van de ruimte en ruimtegebruik. Door de identiteit per landschapstype te vergroten, worden tegelijkertijd het onderscheid tussen verschillende landschapstypen versterkt en wordt de diversiteit van het totale landschap ontwikkeld. Om de identiteit van ieder landschapstype te vergroten, worden in de ontwikkelingsvisie de volgende vier uitgangspunten gehanteerd: - Uitgangspunt 1. Natuurlijk fundament als basis; - Uitgangspunt 2. Versterken laagdynamische structuren; - Uitgangspunt 3. De juiste functie op de juiste plek; - Uitgangspunt 4. Vernieuwing waar nodig. ’ De uitgangspunten worden nader omschreven: Uitgangspunt 1: Het natuurlijk fundament is, vanuit het oogpunt van duurzaamheid, de belangrijkste basis. Bovendien is de ontginningsgeschiedenis van het Noord- en Midden-Limburgse landschap direct afleesbaar aan de hand van het natuurlijk fundament.

Het is echter niet de bedoeling op de tijdbalk terug te gaan naar het landschap van 1900, maar juist om de tijdbalk te verlengen naar een leesbaar en duurzaam landschap, dat diverse ontwikkelingen kan herbergen en bovendien een sterke en aantrekkelijke identiteit heeft. Uitgangspunt 2: Versterken laagdynamische structuren. Om de robuustheid en leesbaarheid van het landschap te vergroten, is het zaak laagdynamische structuren te ontwikkelen en te versterken. De laagdynamische groene, blauwe en rode structuren worden de dragers van het landschap. Door per landschapstype de geëigende groene of blauwe elementen te gebruiken, wordt de identiteit versterkt. Per landschapstype zijn de mogelijkheden voor bebouwing verschillend. Uitgegaan wordt van bestaande bebouwingsstructuren. Nieuwe bebouwing dient aan te sluiten bij bestaande structuren, zodanig dat de kenmerken en kwaliteiten van het landschap worden versterkt en verbeterd.

Concreet betekent dit: - binnen verdichte landschappen is ruimte voor extra bebouwing, mits dit gepaard gaat met de aanleg van groene landschapselementen; - op enkele plekken binnen bestaande lintachtige bebouwing is nieuwe bebouwing mogelijk, mits doorzicht naar het achterliggende landschap mogelijk blijft door het handhaven van voldoende ruimte tussen de opeenvolgende bebouwingselementen; - realisatie van bebouwing in het kader van rood voor groen, indien een kwaliteitsimpuls voor het landschap wordt bereikt door het versterken van de duurzame laagdynamische structuur; - verdere bebouwing in de gebieden die op dit moment weinig tot geen bebouwing kennen is ongewenst. Soms is het verwijderen van bestaande bebouwing wenselijk. Om de harmonie in het landschap te behouden moeten bij toename van rode elementen tevens groene elementen aangebracht worden, zodat de balans rood-groen in evenwicht blijft. Soms kan herstel van de balans ook betekenen dat rode elementen plaatsmaken voor groene. Uitgangspunt 3: De juiste functie op de juiste plek Het ruimtegebruik binnen een landschapstype heeft vooral betrekking op de hoogdynamische invulling. Het ruimtegebruik bepaalt in min of meerdere mate de identiteit van het landschap. Zo zijn bijvoorbeeld velden en akkerbouw onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het ligt dan ook voor de hand dat in het Landschapskader ter sprake komt wat het meest wenselijke ruimtegebruik is voor een bepaald landschapstype. Vanuit een landschappelijk perspectief kunnen de wensen ten aanzien van het landbouwkundige ruimtegebruik beperkend van aard zijn. Het betreft hier echter nadrukkelijk een wensbeeld om duidelijk te maken wat het best passende beeld is bij een bepaald landschapstype. De invloed van het Landschapskader op het (agrarisch) ruimtegebruik loopt echter via de ruimtelijke ordening waarbij meer gebruiksmogelijkheden kunnen worden geboden aan de gebruiker. In het reconstructieplan is er in principe wel van uitgegaan dat elke gebruiker welwillend een bijdrage levert aan de kwaliteitsimpuls voor het landschap. Er moeten echter ook gebieden zijn en blijven waar de landbouw optimaal het primaat krijgt (uiteraard rekening houdend met de gangbare regels en verordeningen ten aanzien van stank, afvalstoffen en dergelijke) Vanuit een landschappelijk perspectief .

11

dient hiervoor gezocht te worden naar robuuste landschappen met ruime, goedgevormde percelen en een goede grondslag. Uitgangspunt 4: Vernieuwen waar nodig. In Noord- en Midden-Limburg komen gebieden voor met een hoge dichtheid aan paardenweitjes, kleine kassencomplexen, particuliere woningen en andere meer stedelijke functies. Soms zijn deze gebieden dusdanig verrommeld en verdicht dat het oorspronkelijke landschapstype niet of nauwelijks herkenbaar is, maar er ook geen duidelijk nieuw landschap is ontstaan. Om deze gebieden aan te pakken is een proces van vernieuwing wenselijk. Het doel bij het vernieuwen van deze landschappen is omvorming tot aantrekkelijke landschappen met ruimte voor bebouwing, recreatie en natuur. Groot probleem daarbij is vaak de versnipperde eigendomssituatie. Het vernieuwingsproces, waarbij met groen een kwaliteitsimpuls wordt beoogd, vergt voor iedere plek een andere opgave: - door de overheersende functie te accepteren en eventueel gecontroleerd uit te breiden (verder verdichten, verrommeling terugdringen) ; - door terug te keren naar het oorspronkelijke landschapstype (actief verrommeling en verdichting terugdringen/verwijderen, met herstel van het onderliggende landschap) ’ .

Het toepassen van de algemene uitgangspunten voor de ontwikkeling van het landschap op de landschapstypen van Noord- en Midden-Limburg heeft de volgende kwaliteitsimpulsen tot gevolg:

12

Het gebied Toverland wordt op pagina 24 van het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg aangeduid als bos- en mozaïeklandschap:

De ontwikkelvisie luidt als volgt: ‘De ontwikkelingsvisie bestaat uit het versterken en uitbreiden van het mozaïeklandschap, omdat dit landschapstype één van de meest aantrekkelijke landschappen van Noord- en Midden Limburg is vanuit het oogpunt van zowel de recreatieve aantrekkingskracht als de natuurwaarde. Het versterken gebeurt door in te zetten op behoud van de bestaande bossen en ontwikkeling van bos en passende landschapselementen binnen het mozaïeklandschap. Indien mogelijk wordt bovendien naar uitbreiding gezocht in een 250 meter brede zone direct aansluitend op bestaande bossen vallend binnen de landschapstypen droge en natte heideontginningen. Ruimtegebruik Het landbouwkundige ruimtegebruik van de percelen tussen de bosopstanden is bij voorkeur grondgebonden, zonder teeltondersteunende voorzieningen zoals boogkassen. Het land kan in gebruik zijn als gras, akker of tuinbouwgrond. De gewenste maatvoering van de open ruimten varieert van 100 tot 250 meter. Binnen dit landschap wordt bij voorkeur geen nieuwe infrastructuur aangelegd. Het is toegestaan cultuurgrond om te vormen tot natuur, mits de karakteristieke afwisseling van besloten en open niet in het gedrang komt. De inzet van grazers en een afgestemd menselijk beheer kunnen bijvoorbeeld positief bijdragen aan het deels open houden van een natuurgebied.

Landschapselementen Stimuleren van herstel en onderhoud van alle aanwezige landschapselementen uit tabel 3. Extra aandacht voor de aanleg van bossen kleiner dan 5 ha, houtwallen, singels, bomenrijen, lanen en solitaire bomen. Uitdrukkelijk wordt niet gestreefd naar één aaneengesloten dicht bos, maar juist naar een afwisselend open en dicht landschap. Rond de spaarzaam aanwezige bebouwing wordt ingezet op het stimuleren van erfbeplanting.

13

Bebouwing Nieuwe bebouwing is over het algemeen niet wenselijk en is slechts heel beperkt mogelijk in de vorm van rood voor groen op die plaatsen waar beide, rood én groen, een kwaliteitsimpuls aan het landschap kunnen geven. Incidentele nieuwe bebouwing bij voorkeur clusteren en koppelen aan bestaande bebouwing. Een voorbeeld kan de ontwikkeling van nieuwe landgoederen zijn, maar ook het omvormen van agrarische gebouwen naar passende plattelandsfuncties zoals bijzondere woonvormen en functies als zorgboerderij, golfbaan of manege zijn mogelijk mits zorgvuldig ingepast en voorzien van passende streekeigen erfbeplanting. ’ Uitsnede uit tabel 3 Wenselijkheid van landschapselementen voor het bos- en mozaïeklandschap

Waardenkaart omgeving Toverland:

Bron: portal. prvlimburg. nl

14

3. 3

Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas In de integrale beleidsvisie maakt Toverland onderdeel uit van de recreatieve zone Park de Peelbergen. Het gebied is aangewezen als gebied waar grootschalige recreatieve ontwikkelingsmogelijkheden aanwezig zijn. In de omgeving blijft ruim voldoende areaal aan cultuurland aanwezig. In kader van de ontwikkeling van Park de Peelbergen wordt ingezet op bosontwikkeling.

Bron: Integrale Structuurvisie vastgesteld 09-04-2013

3. 4

Notitie reikwijdte en detailniveau MER bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Het ten noorden van Toverland gelegen hippisch centrum (Hippische Zone De Peelbergen) ook wel ontwikkeling Grandorse genoemd, is naast Toverland een grootschalige ontwikkeling die het landschap mede bepaalt. ,

Bron: Notitie reikwijdte en detailniveau MER bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas

15

Bron: Notitie reikwijdte en detailniveau MER bestemmingsplan Grandorse gemeente Horst aan de Maas Ook dit programma voorziet in het verbeteren en aanleggen van natuur en landschapselementen. Deze maatregelen concentreren zich ten noorden van het plangebied van Toverland. De notitie spreekt van: ‘De maatregelen voorzien minimaal in compensatie van aangetaste natuur (kavels paardenhouderijen in bestaande bosgebied, routes in het bos) in het gebied. Het programma is erop gericht om de aantrekkelijkheid van het gebied te vergroten door de aanleg van extra en nieuwe natuur, waarbij de nagestreefde kwaliteit van de natuur samenhangt met de recreatieve betekenis van het gebied. Aan de oostzijde van het gebied vervult de (nieuwe) natuur een functie als uitloopgebied en buffer voor de kern Kronenberg tussen dorp en hippische zone. ’ Kaders voor ontwikkeling, conform de Notitie reikwijdte en detailniveau MER bestemmingsplan Grandorse. Belangrijke kaders zijn:  De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, met daarbinnen de ladder voor duurzame verstedelijking (verankerd in de Wro) De ladder van duurzame verstedelijking dient te worden doorlopen indien op grond van het Bro sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’, zoals de ontwikkeling van kantoren of detailhandel. Dit is van belang voor de ontwikkeling van de economische zone.

 Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg en de Omgevingsverordening Limburg, met daarin o. a. ruimtelijke kaders waaraan het bestemmingsplan Grandorse aan moet voldoen, zoals de bescherming van natuurgebieden, eisen ten aanzien van natuurcompensatie en eisen met betrekking tot de landschappelijke inpassing c. q. kwaliteitsverbeteringen bij de realisatie van nieuwe functies in het buitengebied  Het waterbeleid van het waterschap Peel en Maasvallei, zoals neergelegd in het Waterbeheersplan 2016-2021 ‘Water in beweging’. .

16

3. 5

De Wet Natuurbescherming en de het Programma Aanpak Stikstof (PAS) Het Natura 2000-gebied Mariapeel / Deurnesche Peel en ook andere Natura 2000-gebieden zijn Europese en landelijk beschermde gebieden. Vooral effecten ten gevolge van emissie van ammoniak van paarden op Natura 2000-gebieden leiden tot een toename van de stikstofdepositie en zijn daarmee van belang voor de onderbouwing en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het PAS biedt de mogelijkheid om ontwikkelingsruimte (stikstofdepositie) te geven aan voorgenomen economische ontwikkelingen. In het kader van de PAS is bij de provincie Limburg een aanvraag ingediend om Grandorse op te voeren als prioritair project. De besluitvorming hieromtrent vindt eind 2017 plaats. De Wet ruimtelijke ordening, de Wet milieubeheer en andere wet- en regelgeving op het gebied van Omgevingsrecht waaruit eisen en kaders volgen met betrekking tot de te doorlopen procedures, de inhoud een vorm van het bestemmingsplan en het MER, normen die in acht moeten worden genomen en met betrekking tot de milieugevolgen. De Structuurvisie Horst aan de Maas, waarin de gemeente haar eigen beleidsuitgangspunten heeft vastgelegd. De structuurvisie geeft een integraal beeld van de ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die de gemeente op haar grondgebied voor ogen staat voor de langere termijn. .

Vigerend bestemmingsplan Toverland In het vigerende bestemmingsplan van Toverland wordt het volgende over het landschap geschreven: ‘Door de uitbreiding van Toverland zal het landschap een ander uiterlijk krijgen. Er verschijnen bebouwing en attracties in een voorheen onbebouwd en open gebied. De beleving van het landschap zal hierdoor veranderen van een heideontginningskarakter naar een parkachtig karakter. Bij het ontwerp van het attractiepark is en wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een goede landschappelijke inpassing. Het heideontginnings- en boskarakter wordt zoveel mogelijk behouden, aangezien dit een belangrijk element is van de belevingswaarde van Toverland. De maat en schaal van de bestaande agrarische percelen wordt, door het aanhouden van de bestaande verkaveling, grotendeels gehandhaafd. De percelen vormen een casco waarin de ontwikkelingen plaatsvinden die op zichzelf vreemd zijn in het landschap. De situering van de bebouwing - in het bijzonder de hotelfaciliteiten - aan de bosrand komt de opname van de bebouwing in het landschap ten goede. Het hotel en andere ruimtelijke eenheden worden opgenomen in de oksel van bos en het bestaande terrein van Toverland. De uitbreiding doet daarmee beperkt afbreuk aan de openheid in het gebied.

Het waar mogelijk handhaven van het bestaande kleine boscomplex nabij de bestaande plas creëert een landschappelijke kwaliteit in het park. Afscherming van het attractiepark middels beplanting of grondverzet kan bijdragen aan de opname in het landschap. Mitigerende maatregelen. Voor het thema landschap treden veranderingen op. Aanvullende mitigerende maatregelen zijn aan de orde. In het bestemmingsplan zijn mitigerende maatregelen nodig om ingrepen in het landschap zoveel mogelijk te beperken en de belangrijkste kenmerkende elementen van dit landschap zoveel mogelijk te behouden opgenomen. De huidige bossen creëren een belangrijk landschappelijk kader. Aandacht gaat uit naar de inpassing van het attractiepark. Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarbij de mitigerende maatregelen met een extra kwaliteitsbijdrage in het kader van het gemeentelijk kwaliteitsmenu zijn uitgewerkt. ’

17

Het landschappelijk inpassingsplan geeft het volgende beeld weer:

Bron: GKM Toverland, voorkeursmodel rapport HeusschenCopier 2016 behorende bij het vigerende bestemmingsplan. In het boven getoonde voorkeursmodel zijn het behoud van de bestaande groenstroken/bomenlanen, de vergroening van de parkeerplaats en aanzetten voor een groen omkadering van het bestaande park weergegeven.

18

4

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING

4. 1

Landschappelijke inpassing De landschappelijke inpassing is het gevolg van de uitbreiding in het landschap. De bestaande natuurwaarden (gebieden en soorten) het directe (ruimtebeslag) van de uitbreiding en de indirecte effecten (verstoring) en de natuurcompensatie en de versterking van natuur en landschap zullen in het plan integraal worden meegenomen. Het geheel zal worden vertaald naar landschappelijke structuren en door een nadere invulling van de compensatieopgave. ,

Toverland zal als geheel landschappelijk worden ingepast passend binnen de provinciale en gemeentelijke visies en beleidstukken en het vigerende bestemmingsplan van Toverland. Grofweg betekent dit dat het bos- en mozaïeklandschap op en rond het terrein van Toverland zal worden versterkt. Dit is niet alleen noodzakelijk in het kader van het bovenliggende beleid en visies maar is ook nadrukkelijk de wens vanuit Toverland om het landschappelijke raamwerk maximaal te ontwikkelen om optimaal de gewenste sfeer en beleving van het omliggender landschap als coulissen voor het park te kunnen gebruiken c. q. aan het ontwikkelen van het landschap bij te dragen. De landschappelijke inpassing wordt gefaseerd gerealiseerd en groeit als het ware met de uitbreidingen mee. Er wordt met name ingezet op inpassing door middel van groenzones voor wat betreft de westelijke randen. De parkeerterreinen zullen deels groen worden omzoomd alsmede de zone ten westen van het bestaande Toverland. Dit vanwege het feit dat zich hier het open cultuurlandschap, de agrarische percelen, zich bevinden.

Bron: Google Maps, bestaande situatie

19

Bron: HeusschenCopier, landschappelijke inpassing Toverland mei 2016 referentie bij het vigerende bestemmingsplan

Bron: Kragten, toekomstig landschappelijk kader

20

Het groene raamwerk uit het vigerende bestemmingplan zal worden uitgebreid en robuuster worden gemaakt. Het groene raamwerk bestaat uit 30 meter brede beplantingsstroken.

4. 2

Beleving vanuit landschap Naast de landschappelijke inpassing is de sfeer en beleving op het park met bijbehorende zones en functies als functies parkeren, vakantiepark, camping, hotelzone et cetera belangrijk in relatie tot de beleving en sfeer vanuit de omgeving. Bij de beleving vanuit het landschap zijn twee groepen mensen te onderscheiden. Allereerst de mensen die in de omgeving wonen en als weggebruiker van bijvoorbeeld de Midden Peelweg N277 het park passeren en ten tweede de bezoekers van het park. Deze laatste groep zal met name vanuit het zuiden via de Midden Peelweg (N277) het park benaderen en niet of in mindere mate langs het park rijden. In het Noorden en Oosten wordt het park begrensd door bospercelen. In het zuiden is de bestaande Toverlaan de ontsluitingsweg van en naar het park die al sinds de ontwikkeling van Toverland een duidelijk sfeer van Toverland uitstraalt. Met de ontwikkeling zal dit niet veranderen. Langs de Middel Peelweg als westelijke begrenzing van de ontwikkeling van Toverland zal het beeld wel ingrijpend veranderen. Het park ligt nu op ruime afstand van de weg en zal in de ontwikkelmodellen voorzien worden van diverse verschillende zones met diverse functies tot aan de Midden Peelweg. Het gebied kenmerkt zich door een open zicht op Toverland.

Middelpeelweg: Zicht vanuit zuiden naar het noordoosten Bron: Google Maps

Zicht van uit het noorden naar het zuidoosten

In de afzonderlijke ontwikkelmodellen worden langs Midden Peelweg voorzien in uitbreiding van de volgende zones met functies parkeren, camping, vakantiepark en/of hotelzone. We hebben hier te maken met een rustige en statige functies die overdag weinig bewegingen teweeg brengen omdat de meeste mensen dan in het attractiepark verblijven. De functies hotel langs de Midden Peelweg zijn ook rustige functies maar wel vanwege de hoogte van de gebouwen zichtbaar. De functie attractiepark zal overdag veel bewegingen teweeg brengen die door de gewone weggebruiker als storend of kan zorgen voor afleiding. In de modellen 3a en 3b wordt standaard deze groenzone verbreed tot 30 meter groen langs de gehele Midden Peelweg. Enkel in model 2a wordt een gedeelte van het attractiepark richting de Midden Peelweg ontwikkeld.

21

4. 3

Beplanting Voor de beplanting gaan we uit van de potentieel natuurlijke vegetatie: droog berken- en zomereikenbos. Voor specifieke beplanting verwijzen we naar toe te passen sortimenten, zie bijlage. Bomen o. a. :  Quercus robur (zomereik)  Betula pendula (ruwe berk) meerstammig  Pinus sylvestris (grove den) ,

Heesters in de onderbeplanting o. a. :  Rhamnus frangula (sporkehout)  Sorbus aucuparia (wilde lijsterbes)  Acer campestre (veldesdoorn)  Corylus avellana (hazelaar)

,

max.

5%

Bron: HeusschenCopier, landschappelijke inpassing Toverland mei 2016 / vervangen

22

4. 4

Principedoorsnedes De dertig meter brede groenzones/corridors vormen het groene raamwerk voor de toekomstige ontwikkeling van Toverland. Naast een doorkruising om van de ene naar de andere ‘kamer’/ ruimte te komen zijn deze vrij van recreatieve inrichting.

Principedoorsnede groenzones/corridors binnen de toekomstige ontwikkeling De beplanting wordt samengesteld uit een inheems mengsel van bomen, heesters en kruiden. De verdeling op basis van bovenstaande doorsnedes is onderstaand illustratief uitgewerkt. Illustratieve weergaven van de groenstroken:

Het beplantingssortiment is in een separate lijst uitgewerkt. In aanvulling op dit basisraamwerk is het binnen de afzonderlijke modellen mogelijk aan de noordzijde van de ontwikkeling dit robuuste raamwerk verder te versterken. Voor deze zones gelden onderstaande landschappelijke uitwerkingen:

23

Principedoorsnede noordelijke randzone inclusief te beplanten grondwal

Principedoorsnede Midden Peelweg, met wadi/bergingsfunctie in de groenstrook

24

5

AANBEVELINGEN

5. 1

Samenvatting In voorliggende rapportage is kritisch gekeken naar de ontwikkeling van het gebied op basis van landschap en historische kaarten. Daarnaast zijn de landschappelijke ontwikkelingen van eerder uitgevoerd beleid en ingezette ontwikkelingen tegen het licht gehouden. Uit deze synthese komt naar voren dat het plangebied, als uitloper van het peelgebied door ligging en gebruik, pas sinds het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw is ontgonnen tot landbouwgebied en ontwikkeld als recreatieve poort. Het landschap kenmerkt zich door bosontwikkeling op de hogere delen, door de natte omstandigheden en de latere ontginning voor landbouw in de lagere delen. In deze jonge ontginningen is Toverland gelegen. De voorgestelde landschappelijke inbedding en uitbreiding van het groen binnen Toverland liggen in lijn met de beleidsvisies en aanbevelingen om het gebied landschappelijk te versterken. In het gemeentelijke beleid en het vigerende bestemmingsplan van Toverland uit 2016 is deze aanzet reeds in basis vastgelegd en in deze notitie wordt aangegeven hoe deze robuuster kan worden vormgegeven los van de invulling en gefaseerde uitbreiding van Toverland in de toekomst.

5. 2

Advies Op basis van voorliggend landschappelijk onderzoek is het uitbreiden van een landschappelijk groen kader binnen alle ontwikkelmodellen mogelijk. Het landschappelijk kader is in alle modellen ingevoegd. Dit landschappelijke kader, bestaande uit 30 meter brede groene corridors, is gebaseerd op het aanwezige groen en vormt een robuust landschappelijk kader die de diverse ontwikkelruimte omgeeft en zo een kapstok vormt voor het gehele gebied. De zone aan de noordzijde vormt, afhankelijk van de modellen, een zoekgebied/ aanvulling en extra versterking van dit ruimtelijk kader. De landschappelijke corridors, groen/natuurstroken zijn randvoorwaarden voor alle modellen. Naast de landschappelijke basis zal ten noorden van het plangebied een zoekgebied van 30 meter worden aangewezen voor groen en natuur als versterking van de bestaande natuur.

25

BIJLAGEN

B1

PLANTLIJST

B1-1

PLANTLIJST Opdrachtgever Naam project Projectnr. Plantlijstnr. Tekeningnr. Initialen

Gelissen Vastgoed B. V. BP toekomstige uitbreidingen Beplanting Structuur Kamers 2021TOV001-PL-01 Beplanting Structuur Kamers OS

Datum Datum

Bron: Kwekerij Hessenhof, Kwekerij Bastin Darthuizer Vademecum, Kwekerij Lageschaar Bron: Soortentabel Jelle Hiemstra WUR #: niet aanwezig in soortentabel 22-10-2021 Wijz. datum Wijz. datum

Verklaring M. kl. M. dr. kl. zk .. xv

gev. spil

R S

met kluit Met draad kluit zonder kluit aantal keer verplante laanboom geveerde spil, vanaf de kluit Randbeplanting Solitairebeplanting

0+2 2+0 1+1 O/L C 1, 5 DN

2 jaar vaststaande winterstek 2-jarige zaailing 2-jarige verplante zaailing Omtrek Lengte verhouding container (1, 5 liter) Dubbele neus

af3tak. V M 1+2 2+2 ew

Struikvorm vanaf 3 takken Vaksgewijs/soort Mengbeplanting per groep van 3-jarige verplante zaailing 4-jarige verplante zaailing eigen wortel

Bosplantsoen Code

Soort

Maat

Tolerantie Droogte

Nectarbron insecten

* *

Wegvangen fijnstof

%

st. / m2

8 5

1 1

** ** **

8 3 2

1 1 1

'KAMERSTRUCTUUR'' VAKKEN BOMEN Assortiment

Acer campestre Acer campestre

80-100 Wg af3tak 12/14 Wg

*** ***

Carpinus betulus Carpinus betulus Carpinus betulus

80-100 Wg 12/14 Wg 20/25 M. dr. kl.

** ** **

Quercus robur Quercus robur

80-100 Wg af3tak 12/14 Wg

** **

** * * **

** **

6 3

1 1

Tilia cordata Tilia cordata

80-100 Wg af3tak 12/14 Wg

* *

** ** ** **

** **

8 5

1 1

Alnus glutinosa Alnus glutinosa

80-100 Wg af3tak 12/14 Wg

** **

8 5

1 1

Castanea sativa Castanea sativa Castanea sativa

80-100 Wg af3tak 12/14 Wg 20/25 M. dr. kl.

* * ** * *

** ** **

8 3 2

1 1 1

Prunus avium Prunus avium

80-100 Wg af3tak 12/14 Wg

** ** ** **

*** ***

8 5

1 1

Tilia platyphyllos Tilia platyphyllos Tilia platyphyllos

80-100 Wg af3tak 12/14 Wg 20/25 M. dr. kl.

** ** ** ** ** **

** ** **

8 3 2

1 1 1

* * *

totaal

100

VAKKEN STRUIKEN Assortiment

Amelanchier lamarckii Cornus sanguinea Crataegus monogyna Euonymus europaeus Ilex aquifolium Lonicera xylosteum Rosa rubiginosa Sambucus nigra Cornus mas Corylus avellana Ligustrum ovalifolium Rhamnus frangula Viburnum opulus

80-100 Wg af3tak 80-100 Wg af3tak 80-100 Wg af3tak 60-80 M. kl. af3tak 60-80 M. kl. 80-100 Wg af3tak A-Kwaliteit 80-100 Wg af3tak 80-100 Wg af3tak 80-100 Wg af3tak 80-100 Wg af3tak 80-100 Wg af3tak 80-100 Wg af3tak

* *

** *

10 8 5 10 5 8 8 1 10 6 9 10 10

**

* * ** *

* **

*

totaal

100

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16273126/2